Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
Open Dag = online ontdekken en ontmoeten

Bezoek onze Online Open Dag dit jaar vanaf je bank! Ontdek bijzondere verhalen van onze studenten en docenten. Stel je vragen. Én luister naar onze gezellige radioshow! Klaar voor een toekomst als student in het hbo? 

Meld je dan nu aan!

Boek
Couperus, Psyche, L.J. Veen, Amsterdam, druk onbekend, 1992. (Eerste druk 1898)
Samenvatting
Het boek gaat over Psyche, de jongste van drie princessen. Ze leeft samen met haar twee zussen, Emerlada en Astra in een kasteel met 300 torens in het rijk van het Verleden. Dit rijk, geregeerd door haar vader de koning, is oneindig groot.
Elk van de drie prinsessen heeft haar eigen prinsessenrecht en/of privilege. Emeralda heeft een hart van Robijn en ogen van Emerald, opdat zei geen smart ziet noch kent. Astra heeft een levende star op haar hoofd, opdat zei alle wijsheid van het universum kan en mag verzamelen. Psyche heeft het voorrecht altijd te naakt te mogen zijn, daarnaast heeft ze twee kleine vlerkjes op haar rug, hoewel ze hier niet me kan vliegen.
Psyche houdt ervan om in de eindeloosheid van het rijk te staren vanaf de kantelen van het kasteel. Zo nu en dan ziet ze de Chimera, een groot vlammend vliegend ros, door de lucht vliegen. Gefascineerd als ze is door de Chimera probeert ze hem telkens te wenken en smeekt ze hem meermaals om haar mee te voeren op zijn rug. De Chimera weigert de eerste paar keer maar valt voor haar schoonheid en vasthoudendheid.


Op een zekere dag krijgt het kasteel bezoek van Prins Eros, de vorst van het rijk van het Heden. Een directe afstammeling van de god Eros, zoals de koning en zijn dochters afstammelingen zijn van de godin Psyche. Eros vraagt de koning om de hand van één van de drie prinsessen, maar eigenlijk bedoelt hij Psyche. Tot zijn opluchting vragen de twee oudste prinsessen extreem grote offerandes aan hem. Tot zijn spijt weigert Psyche met hem mee te gaan en hij keert met lege handen terug.
Niet lang daarna sterft de oude koning. Zijn oudste dochter, Emeralda, volgt hem op. Dat is het moment waarop psyche besluit te vluchten. Emeralda boezemt haar angst in met haar emotieloosheid.
In haar angst en radeloosheid, klampt zij een heilige spin aan welk haar eeuwige web weeft in de grafkelders van het kasteel. Zij vraagt haar waarheen te gaan. De spin antwoord hierop dat ontvluchten niet kan, omdat alles is zoals het is, alles wordt als het wordt, geschiedt als het geschiedt en alles vergaat tot stof. De spin boezemt haar angst in en ze besluit naar de kantelen van het kasteel te klimmen om de Chimera hulp te vragen. Deze zegt haar toe haar één laatste keer mee te nemen op zijn rug.
De Chimera brengt Psyche naar een oase, alwaar hij vertrekt om weer eeuwig verder te vliegen. Welk zijn lot is. Psyche voelt zich opnieuw in de steek gelaten. Ze besluit de woestijn in te trekken in de hoop iets te vinden. Op haar zoektocht weent zei een beek. Een kronkelige lange stroom van tranen. In de woestijn komt zij de Sfinx tegen en stelt vele vragen aan haar. Maar de Sfinx houdt haar basalten lippen stijf op elkaar. Ze valt al wenend in slaap tussen de poten van de Sfinx.
Ze wordt gewekt door prins Eros, vorst van het rijk van het Heden. Hij heeft de beek van tranen gevolgd, zegt ervan gedronken te hebben en er parels in gevonden te hebben. Hij neemt Psyche mee naar zijn rijk.
Ze trouwen daar en genieten van elkaar en het rijk van het Heden, welk eigenlijk niet meer is dan een grote kristallen koepel met een bad en minstrelen en een grote tuin omringd door bos en bergen.
Psyche laat zich op één van haar vele zoektochten door de tuinen van het rijk van het Heden verleiden door de Sater welke haar stoutmoedige complimenten geeft en voor haar op zijn fluit speelt. Na keer op keer de Sater gezien te hebben besluit ze om met hem mee te gaan en haar prins Eros achter te laten. Wanneer hij erachter komt dat ze verdwenen is sterft hij van verdriet. Met hem sterft ook het rijk van het Heden. De kristallen koepel vervalt. De tuin overwoekerd en alle wezens in het rijk van het Heden sterven met Eros.


Psyche besluit met de Sater, bacchanten, dryades en nymfen mee te feesten. De wijn vloeit rijkelijk en ze word de maîtresse van de god-prins Bacchus. God van wijn en het feest. Zolang ze feest voelt ze zich vrolijk maar ze komt steeds vaker tot inzicht dat de feesten eigenlijk fout zijn. De Sater zegt haar dat wanneer hij haar vleugels af mag knippen ze meer lijkt op de bacchanten en het beter met haar zal gaan, gevoelig als Psyche is voor zijn woorden, laat ze dit hem doen. Daarna vertrekt ze alsnog in de wetenschap dat ze haar prins vermoord heeft en dat ze gevlucht is van de werkelijkheid. Haar ziel brand scharlaken rood door de zonde die zij begaan heeft. Ze zegt de dryades haar te overgieten met water. Ze zegt hen alle kruiken water over Psyche uit te storten die de dryades hebben. Maar hoeveel water ze ook over haar uitstorten, haar zielevuur van zonde word niet geblust.
Uiteindelijk vertrekt Psyche ook uit het bos, ze loopt weent en loopt en weent nog meer. Maar nu geen parels. In plaats daarvan huilt ze robijnen. Zo rood als haar ziel van zonde. Ze besluit naar het rijk van het Verleden terug te keren om boete te doen voor haar zonden. Aldaar aangekomen komt ze een oude heilige kluizenaar tegen in zijn grot. Ze vertelt hem dat ze boete moet doen en vraagt de kluizenaar om een kleed. Dit omdat ze haar privilege van naaktheid verloren is door de zonde die zij begaan heeft. De kluizenaar besluit haar een kleed te geven om haar naaktheid te verbergen. Een koord om haar kleed om haar middel bijeen te houden en een mat om op te slapen.
Psyche trekt verder en als ze onderaan de trappen van het basalten kasteel met de driehonderd torens komt loopt ze naar boven. Vele duizenden treden moet zij opstijgen. Bij elke stap een voetafdruk van bloed achterlatend.
Eenmaal bovengekomen laat zij zich door de wachters naar Emeralda toebrengen, zij betaald hen in robijnen tranen. Wanneer zei Emeralda ziet vraagt zij Emeralda haar boete te laten doen en Emeralda zegt haar dat zij het Juweel van Mysterie, Steen der Wijzen, Schenker van hoogste Almacht, het mystiek Kleinood wil hebben. Het juweel waarvan de stralen gaan tot de eeuwigheid toe, en doordringen in de Godheid.
Psyche gaat eens opnieuw op reis, ze daalt alle trappen af in het kasteel. Helemaal tot aan de grafkelder waar haar vader opgebaard ligt. Nog eenmaal kijkt zei naar zijn dode gezicht door het kristal van zijn sarcofaag. Daarna daalt psyche verder af. Voorbij de heilige spinnen die hun eeuwig web weven. Ze daalt verder en verder. Zo ver dat ze geen geluid meer hoort. Alleen nog het fladderen van vleermuis vleugels. Haar voeten glijden over padden en ze word belaagd door vampyrs. Ze wurgt de vampyrs met haar kleine vuistje en slaat de vleermuizen weg. Ze bleef dieper dalen tot zei het geluid van weemoedige klagende violen hoorde aanzwellen. Ze komt aan bij de zeeën van inkt. De zee wijkt uiteen als zij erdoor wil. Op haar tocht over de bodem van de zee vraagt zei telkens opnieuw aan de zielen in het water waar zei het Juweel van Mysterie, Staan der Wijzen, Schenker van hoogste Almacht kan vinden. Telkens antwoorden de schimmen dat het juweel niet bestaat, maar ijdelheid is. Wanneer aangekomen bij de zee van Smart reist zij ook hier doorheen, ze blijft haar vraag herhalen. Maar ook de levithianen in de zee van Smart blijven het antwoord van de zielen herhalen; ook zei roepen: ‘Ijdelheid, ijdelheid”. Wanneer aangekomen bij de zee van Zwart vraagt zij de schimmen hierin waar zij het juweel kan vinden en ook de schimmen van de zee van Zwart zeggen haar dat het juweel niet bestaat maar niets anders is dan ijdelheid. Wanneer Psyche verder trekt schieten aan weerszijden van haar pad zonvlamorkanen op, wanneer zei omkijkt ziet zij dat het pad dat zij gelopen heeft in brand staat, overal om haar heen is vuur. Maar haar eigen ziel staat in brand van zonde, waardoor zij de allesverzengende hellevuren niet voelt en zei loopt voort. Ook aan de schimmen in de scharlaken vlammen vraagt zij waar ze het juweel kan vinden en wederom wordt er geantwoord dat het juweel niet bestaat maar niets anders is dan ijdelheid.
Uiteindelijk verlaat zei de onderwereld, met het antwoord op haar vraag. Ze trekt opnieuw naar het basalten kasteel met de driehonderd torens. Wanneer aangekomen ziet zei de hoofdstad van het rijk van het Verleden, alwaar een groot feest is. Wanneer zij een inwoonster vraag ter ere waarvan het feest is verteld deze Psyche dat het feest ter ere van Emeralda is. Emeralde maakt een zege- en triomftocht door de hoofdstad van het rijk van het Verleden.
Emeralda trok rond door de stad in haar koets van edelsteen. Een koets met ontelbare wielen elk messcherp. Een koets getrokken door vier-en-twintig schuimbekkende witte paarden. Wanneer zij een straat in komt rijden stort haar volk zich ten aarde om Emeralda’s pad te plaveien met hun lichamen.
Wanneer Emeralda Psyche ziet staan vraagt Emeralda aan Psyche of zij het juweel gevonden heeft. Psyche verteld haar dat zei gevonden heeft wat het juweel is, maar het haar niet kan geven. Psyche verteld Emeralda dat het juweel dat zij begeert niet bestaat maar ijdelheid is.
Hierop ontsteekt Emeralda in blinde woede, een allesverzengende toorn en zij stuurt haar edelstenen koets met de ontelbare wielen en de vier-en-twintig paarden op Psyche af. Het volk werpt zich voor de koets opdat zij het pad plaveiden voor Emeralda en zo stevent Emeralda genadeloos op Psyche af. Zij overrijdt Psyche, haar kleine lichaam verscheurd door de ontelbaar vele messcherpe wielen.
De dood van Emeralda’s zuster is nog niet genoeg om haar allesverzengende woede te koelen en zij doorkruist het volledige rijk van het Verleden. De omgeving verzengend met haar stralen, mens en dier verpletterend onder haar wielen. Uiteindelijk komt Emeralda uit bij de Sfinx en zij eist dat de Sfinx antwoord op haar vraag. Alwaar het Juweel van Mysterie is. Maar de Sfinx zwijgt, net als bij Psyche, opnieuw. Emeralde, nog steeds woedend, richt haar scepter op de Sfinx en eist nogmaals een antwoord. Wanneer de Sfinx haar lippen van magisch basalt stijf gesloten houdt, vuurt Emeralda een straal uit haar scepter af, maar deze kaatst af op de Sfinx en de scepter spat uiteen. Emeralde wil ook de Sfinx vernietigen en rijdt in volle vaart en dolle woede op de Sfinx af. Twee bij twee lopen haar vier-en-twintig paarden zich te pletter tegen het magisch basalt van de Sfinx. Uiteindelijk rijdt ook de koets tegen de grote basalten Sfinx aan en Emeralda valt van haar koets, ook zij wordt verpletterd en aan stukken gescheurd tussen de talloze messcherpe wielen.
Zoals de Chimera eerder belooft heeft, neemt hij Psyche nog één maal mee op zijn rug. Maar deze maal niet naar een plek waarvan Psyche zegt naartoe te willen. Hij vertelt haar dat hij haar nu meeneemt naar zijn eigen rijk. De Chimera vliegt hoger en hoger, tot het basalten kasteel niet meer te zien zijn, tot de wolken niet meer te zien zijn. Steeds maar hoger. Totdat psyche in de lucht purperen stranden met een gouden schuimende zee ziet. Zij vraagt de Chimera of dat het land is waarvan hij Koning is. De Chimera antwoord ontkennend en verteld haar dat dat het rijk van de Toekomst is. In de verte ziet Psyche een stad van licht opdoemen. Een stad van licht met inwoners van licht maar twee schimmen in de verte lijken meer op te lichten dan anderen. Een schim van majesteit en een schim van liefde. Als de Chimera en Psyche nog iets dichterbij komen herkent zij de twee schimmen als zijnde haar vader en Eros, haar geliefde prins. Zij zegt de Chimera sneller te vliegen, maar hoeveel de Chimera ook versnelt, zij vindt het niet snel genoeg gaan. Daarom slaat ze haar nieuw verkregen vleugels uit en vliegt zelf naar haar vader en haar geliefde prins Eros, welk ook inmiddels ook naakt en gevleuged, toe.
Personen
Psyche: De hoofdrolspeelster, een mooi klein prinsesje met een parelbleke huid. Psyche is een directe afstammelinge van de godin Psyche. Ze geniet het prinsessen privilege om naakt te mogen rondlopen, daarnaast heeft ze twee kleine vlerkjes op haar schoudertjes zitten. Ze is gevoelig en voelt zich vaak eenzaam. Psyche is een round character.
Emeralda: De oudste zus van Psyche, de prinses van het Juweel is een zielloze vrouw, ze heeft ogen van emerald en een hart van robijn. Haar huid is zo bleek dat je de robijn bij elke ‘hartslag’ iets op kan zien glanzen. Ze regeert met edelstenen vuist over het rijk van het Verleden als de oude Koning is overleden.
Emeralda is de rede dat Psyche in eerste instantie wegvlucht uit het rijk van het Verleden, maar ook de reden om terug te keren als ze Prins Eros vermoord heeft. Emeralda is namelijk een van de weinige personen die Psyche boete kan laten doen. Emeralda is een round character
Astra: De middelste van de drie prinsessenzussen. Ze draagt een levende star op haar hoofd en is onnoemlijk wijs. Het liefst tuurt zij dagen en nachten door haar telescoop om het einde van het universum te kunnen ontdekken. Ze wordt omringd door vele geleerden en wijze mensen. Aan het einde van het boek is Astra blind en ze sterft in Psyche’s armen als Psyche is teruggekeerd naar het Kasteel. Astra is een flat character.
De Koning: De Koning van het rijk van het Verleden en de vader van de drie prinsessen. Hij overlijdt aan het begin van het boek waarna Emeralda de troon bestijgt. De Koning is een flat character.
Eros: Prins Eros is de heerser van het rijk van het Heden en een directe afstammeling van de god Eros. Hij komt naar het rijk van het Verleden om de hand van één van de prinsessen te vragen mar hij bedoelt Psyche, gelukkig weigeren Emeralda en Astra hem. Helaas wilt Psyche bij haar vader blijven omdat haar vader haar anders teveel zal missen. Wanneer Psyche wegvlucht op de rug van de Chimera, als Emeralda de troon bestijgt, weent zij een beek in de woestijn. Wanneer prins Eros deze beek volgt, ervan drinkt en er parels in vindt, komt hij uit bij Psyche. Ze trouwen en leven lang en gelukkig in het rijk van het Heden. Totdat Psyche hem verlaat om met de Sater, de bacchanten, de dryaden en nymfen in het bos te dansen. Op het moment dat Eros erachter komt dat zijn geliefde Psyche verdwenen is sterft hij van verdriet en liefde, met hem sterft ook het rijk van het Heden. Eros is een flat character.
Bacchus: Prins bacchus is de heerser van het bos dat om het rijk van het Heden heen ligt. Hij feest met de bacchanten, dryaden, nymfen en saters. Psyche is heel even zijn minnares. Bacchus is een flat character.
De Satar: De Sater is een man met horens, hoeven en een klein bokkestaartje. Hij speelt op zijn panfluit en zingt voor Psyche, hij probeert haar te verleiden met zijn dansjes en stoutmoedige complimenten. Uiteindelijk lukt het hem om Psyche mee te lokken naar het bos om met hem, de bacchanten en de dryaden te komen feesten. Als hij Psyche kust voelt Psyche zich bezoedelt en komt tot het besluit om haar prins Eros te verlaten. De Sater is een flat character.
De Chimera: De Chimera is een groot vliegend paard. Volgens Psyche oogverblindend mooi. Hij heeft een stem welk klinkt als een bronzen klok, grote sterke vleugels en gouden hoeven. Zijn vacht is blond, met lange manen. Psyche zegt van de Chimera te houden.
De Chimera neemt Psyche meerder malen mee op zijn rug, de eerste paar keren om kleine stukjes te vliegen, maar de laatste twee keren neemt hij haar ver weg. De een na laatste keer naar het rijk van het Heden, de laatste keer naar het rijk van de Toekomst.
Tijd/Opbouw
Het verhaal speelt zich niet af in een aanwijsbare tijd. Het is een sprookje dat zich afspeelt in drie rijken. Het rijk van het Verleden, het rijk van het Heden en het rijk van de Toekomst. Hoewel alledrie de rijken als symbolische tijden gezien kunnen worden zijn dit geen discrete tijdsaanduidingen. Zo begint het verhaal in het ‘verleden’ en ze reist naar het ‘heden’ als haar vader overlijdt. Wanneer ze zonde begaat in het ‘heden’ reist ze terug naar het ‘verledene’ om daar boete te doen en zo verder te gaan naar de ‘toekomst’. Het verhaal is in een chronologische volgorde geschreven met hier en daar een herinnering van Psyche aan personen waar ze aan terugdenkt.
Plaats/Ruimte
Zoals ook bij ‘tijd’ aangegeven speelt het verhaal zich af in drie rijken; het rijk van het Verleden, het rijk van het Heden en het rijk van de Toekomst. Daarnaast daalt Psyche een klein stuk van het verhaal af in de Hel. Alwaar zij zoekt naar het Juweel van Mysterie. Het overgrote deel van het verhaal speelt zich overigens af in het rijk van het Verleden en alleen het laatste hoofdstuk in het rijk van de Toekomst
Vertelstandpunt
Het verhaal is verteld vanuit een alwetende verteller. Maar dan wel één die geen waardeoordelen geeft aan de daden en gedachten van de personages in het boek. Kenmerkend voor het Realisme.
Thema en motieven
Het thema is wat de heilige Spin tegen Psyche zegt als ze afscheid neemt van het lijk van haar vader: “Alles is als het is, alles wordt, geschiedt als het geschiedt, alles vergaat tot stof”. Couperus was een naturalist. De zinnen van de spin sluiten aan bij de naturalistische noodlotsgedachte. Niets kun je zelf bepalen. Alles geschiedt als het geschiedt. De mens wordt bepaald door erfelijkheid en milieu. Psyche zegt het ook zelf: “Ik was die ik zijn moest”.
Daarnaast komt het thema ‘liefde overwint alles, zelfs de dood’ in het boek Psyche naar voren.
Enkele motieven die uit het verhaal te halen zijn, zijn:
Zuiverheid De tranen van Psyche; toen ze nog zondeloos was, huilde ze parels. Toen haar ziel bevlekt was door zonde huilde ze bloedrode robijnen. Nadat ze boete had gedaan huilde ze weer parels.
Waarheid Zoektocht naar zichzelf: eerst was ze zichzelf. Psyche liep naakt maar toen ze afdwaalde en zonde beging droeg ze een kluizenaarsmantel. Toen ze zichzelf opnieuw gevonden had en boete had gedaan had ze haar privilege van naaktheid weer terug.
Opdracht/motto
”… Schrei nu niet meer, en ga nu slapen, en als je niet slapen kan, zal ik je een sprookje vertellen, een mooi verhaaltje van bloemen en edelsteenen, en vogels, van een jongen prins en een klein prinsesje… Want meer is er niet in de wereld, dan een sprookje…”
uit: Metamorfoze
Het motto is oorspronkelijk het slot uit Metamorfoze, het voorlaatste boek van Couperus toen hij Psyche uitbracht. Psyche is het sprookje dat verteld zal gaan worden. De “jongen prins” is Eros en het “klein prinsesje” is Psyche.
Genre/literaire stroming
Psyche is een mythologisch sprookje. Maar dan wel een bijzonder diepzinnig sprookje met erg veel symboliek. Daarnaast is het een boek dat typerend is voor het Fin-du-Siecle. Met veel naturalistische kenmerken. Zoals eerder gezegd komt de noodlotgedachte erg goed naar voren. Psyche krijgt bij geboorte al privileges omdat ze een prinses is. Daarnaast geeft zowel zij als de spin aan dat alles is, zal zijn en moet worden als het voorbestemd is.
Actualiteit
Het verhaal is tijdloos. In een andere setting kan dit verhaal zich afspelen in elke tijd. Het is een verhaal van liefde, zonde en boetedoening. De mythologische wezens kunnen vervangen worden door andere mensen, de plaatsen waar Psyche komt kunnen ook vervangen worden door andere plaatsen met een vergelijkbare symbolische waarde.
Mening
Wat een prachtig boek! De schrijfstijl spreekt me erg aan. De mooie woordkeuze en geweldige bouw van zinnen. De overdaad aan ‘tantebetjes’ zijn eerder fijn om te lezen dan vervelend. Daarnaast sprak de grote hoeveelheid mythologie en symboliek en vooral de noodlotgedachte mij erg aan. Jammer dat er tegenwoordig niet meer op deze manier geschreven wordt. Vooral de noodlotgedachte in het boek gaf het verhaal een mooie melancholische weemoedige bijklank! Ik zal zeker meer boeken uit het naturalisme gaan lezen.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.