Overtocht naar Zweden door Nico de Beer

Beoordeling 6.7
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • Klas onbekend | 2857 woorden
  • 2 december 2006
  • 3 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.7
  • 3 keer beoordeeld

Eerste uitgave
2003
Pagina's
288
Geschikt voor
havo/vwo
Oorspronkelijke taal
Nederlands

Boekcover Overtocht naar Zweden
Shadow
Overtocht naar Zweden door Nico de Beer
Shadow
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Titel: Overtocht naar Zweden
Auteur: Nico de Beer
Uitgeverij: Servo
Plaats van uitgave: Assen

Uitgebreide samenvatting:
Tonia Malibovic kan het op haar achttiende niet langer volhouden in haar ouderlijk huis in Avamaa in Estland. Haar vader is sinds kort overleden en met haar moeder leeft ze op gespannen voet. Het is begin jaren zeventig en wegvluchten naar het Westen, iets waar ze stiekem van droomt, is vrijwel onmogelijk in het Sovjet tijdperk. Ze vertrekt naar Tallinn, waar ze in hotel Rasastra gaat werken als serveerster. Ze legt zich toe op de Engelse taal en werkt zich bij de hotelbeheerder op tot hoofdreceptioniste. De beheerder is dermate tevreden over zijn medewerkster dat hij haar en een collega-medewerker beloond met een driedaagse reis naar Stockholm. Het is december 1973 als Tonia de veerboot betreedt voor de reis. Ze is uitermate blij en uitgelaten. Temeer omdat ze op romantische wijze een jonge Zweed ontmoet die haar spontaan een roos overhandigt. ‘Zeg maar niets, ik weet dat je het verdient’, zegt hij.
In Stockholm kijken de jonge vrouwen hun ogen uit naar alle luxe. Wel ervaart Tonia de teleurstelling dat de Zweed, Carl Hansson, niet op komt dagen op de afgesproken tijd in café Söderberg.

Weer terug in Tallinn verstrijkt de tijd. Tonia maakt promotie, maar blijft in gedachten bij de jonge Zweed die ze op de veerboot ontmoette. Het enige wat ze weet is dat hij als leraar werkt op het Helmerson College in Stockholm. Echt een keuze maken kan ze niet, totdat ze ten onrechte beschuldigd wordt van diefstal door Stolkaslev, de hotelbeheerder. Impulsief grijpt ze haar spullen bijeen en vlucht weg uit het hotel. In de haven krijgt ze de gelegenheid om als verstekeling mee te reizen naar Stockholm met een vrachtwagenchauffeur. Op haar eerste dag in Stockholm – een zonnige dag in mei 1974 - zit ze op het terras van café Söderberg in een telefoonboek te bladeren op zoek naar het adres van het Helmerson College.

Carl Hansson voelt dat hij op een keerpunt in zijn leven staat. Hij heeft een prettige baan en een druk sociaal leven. Tijdens een korte reis naar Tallinn, waar de directeur van zijn school met het personeel een jubileum viert, ontmoet hij per toeval een intrigerende vrouw. Ze is knap en spreekt vloeiend Engels. Carl wordt verliefd op haar en spreekt af haar datzelfde weekend te zien in een café in Stockholm. Bij thuiskomst ligt er het bericht dat zijn moeder is opgenomen in het ziekenhuis. Dit verhindert hem zich aan zijn afspraak te houden, iets wat hem later nog langdurig achtervolgt. Hij probeert tevergeefs de vrouw op te sporen door allerlei instanties in Tallinn aan te schrijven, maar niemand reageert op zijn pogingen. Dan zit hij met zijn collega’s op een saaie vergadering op een zomerse dag in mei 1974 als de deur van de docentenkamer opengaat en er een verbluffend mooie vrouw binnenstapt.
Carl kan zijn ogen niet geloven. Hij verexcuseert zich bij zijn collega’s en sluit Tonia in zijn armen. De twee geliefden gaan een mooie, zorgeloze tijd tegemoet. Tonia is echter als illegale in Zweden en daarom besluiten ze al gauw om te trouwen. De jaren verstrijken en Carl en Tonia krijgen drie kinderen - Per, Miriam en Elsbeth. Aan terugkeren naar Estland denkt Tonia niet meer; ze heeft nu hier haar leven.
Aan de zorgeloze dagen komt jaren later (het is inmiddels eind augustus 1994) abrupt een einde als Carl op school een brief aantreft die afkomstig is uit Estland. Hij heeft een vreemd voorgevoel. In al die jaren is hij eigenlijk maar bitter weinig te weten gekomen over het verleden van zijn vrouw. Uit de brief blijkt dat Tonia’s moeder ernstig ziek is. De brief is geschreven door Tonia’s oud-collega, Alise.
Zorgen en oude herinneringen stapelen zich weer op voor Tonia. De echte reden van haar vlucht en de breuk met haar moeder heeft ze altijd voor zich gehouden. Nu voelt ze dat ze terug moet om haar verleden onder ogen te zien.
Samen met haar twee dochtertjes aanvaardt ze de overtocht naar Tallinn. Ze verblijft er bij haar vriendin Alise en bezoekt haar moeder zo vaak ze kan. Het weerzien is emotioneel en zeer moeilijk voor Tonia. Hier ligt in een ziekenhuisbed een vrouw weg te teren die haar dochter de rug toekeerde toen die zestien was. Op die leeftijd beviel Tonia namelijk van een kind dat ze van haar ouders af moest staan in de kliniek waar het ter wereld kwam.
Is verzoening mogelijk met de vrouw die nooit heeft willen geloven dat het kind het gevolg was van een brute verkrachting door een hoogwaardigheidsbekleder uit het dorp? Waarom moet een moeder haar enige kind verwerpen zoals Tonia’s moeder heeft gedaan? Tonia merkt dat ze nu – na al die jaren – toch milder is in haar oordeel en krijgt als de laatste levensdagen van haar moeder verstrijken het gevoel dat het toch een goede keuze is geweest om terug te komen. Haar moeder sterft vredig en Tonia voelt zich gesterkt door het feit dat ze een oude vriendin heeft teruggevonden. Met een tevreden gevoel gaat ze aan boord van de veerboot Estonia voor de overtocht naar Zweden. De zee is ruw en Tonia en de kinderen gaan al vroeg naar hun hut op dek 1. Slapen kan ze niet, als het onheil op zee hand over hand toeneemt. Pijnlijke herinneringen aan haar jeugd zijn vervangen door een doodsangst. Ze vreest voor haar leven en dat van haar kinderen. Als de boot kapseist en ze een van haar dochtertjes uit het oog verliest voelt ze zich opgesloten op het benedendek en ziet ze geen andere keuze dan haar jongste dochter, die bewusteloos is geraakt door een valpartij, te laten stikken. Zelf sterft ze als ze nog één keer de naam van haar eerstgeborene wil uitroepen. Ze beseft nog net wat ze roept. Niet de door haar zelf bedachte naam van haar kind, maar de naam van de kliniek waar ze destijds bevallen is: Merivälja.


Als Carl en zijn zoon Per diezelfde nacht van hun buitenverblijf naar Stockholm terugrijden, krijgen ze om vijf uur ’s nachts op de autoradio te horen van de ramp. Carl stort volledig in en alleen een toevallig passerende politiewagen betekent hun redding. Carl wordt de volgende dag met een ambulance naar Stockholm vervoert, waar hij wordt opgevangen door zijn vriend, Ragnar. De ontsteltenis is groot. Niemand kan het geloven. Iedereen zoekt bevestiging van het lot van hun dierbaren. Carl lijkt getraumatiseerd en een compleet ander mens. Hij ijlt over zijn vader, die jaren terug bij een jachtongeval om het leven is gekomen. Carl wordt opgenomen in een kliniek en zijn zoon Per – inmiddels 16 jaar oud – gaat bij Ragnar inwonen. Daags na de ramp staat er een vreemde vrouw voor de deur, die Carls zus blijkt te zijn. Per heeft deze vrouw nog nooit gezien. Ze is gekomen om haar broer bij te staan in deze moeilijke dagen. Daar hij voor zijn vader weinig kan doen, trekt Per meer op met zijn tante Emily, de zus van Carl. Hij is verbaasd dat hij haar nu pas leert kennen en spreekt die verbazing ook uit. Emily heeft het hier moeilijk mee en draait om de hete brij heen. Als Per tijdens een avond bij haar thuis blijft aanhouden krijgt hij beetje bij beetje te horen waarom Emily al die jaren geen contact heeft gehad met Carl. Vanwege grote spanningen in haar ouderlijk huis hebben Carl en Emily besloten elkaar niet meer te zien na de dood van hun moeder. Emily wil juist verder vertellen als de telefoon gaat. Het is Ragnar die vertelt dat Carl uit de kliniek ontsnapt is.
Per reageert onthutst en verwacht dat zijn vader in zijn verwarde toestand wel naar huis zal komen, maar Emily denkt hier anders over. Zij is er zeker van dat Carl op weg is naar Dalarna, waar zij vroeger een vakantiehuisje hadden dat nog steeds familiebezit is. Ragnar haalt beiden op en als ze naar het noorden rijden vertelt Emily het verhaal van Carls jeugd.

Carls wereld is ingestort. Verdriet om zijn vrouw en kinderen wisselen elkaar af met een enorm schuldgevoel dat hij er niet kan zijn voor zijn zoon, Per. Als hij op een onbewaakt ogenblik de kliniek kan ontvluchten (een bloemist bezorgt een boeket en laat de motor van zijn auto draaien) weet hij eigenlijk niet wat hij aan moet met zijn hervonden vrijheid. Want zo heeft hij de 14 dagen in de kliniek ervaren: als gedwongen opname. Naar huis gaan heeft weinig zin. Daar zullen ze hem het eerst gaan zoeken. Dan weet hij het. Zijn vrouw Tonia heeft dan wel nooit of te nimmer gesproken over haar jeugd, maar wat wist zij eigenlijk van Carls jeugd?
Teruggaan naar Dalarna heeft hij nooit overwogen. Daar was hij getuige van de dood van zijn vader. Of was hij meer dan een getuige? Als hij zo doelloos rondrijdt neemt hij zijn besluit. Het is per slot van rekening de enige plek waar niemand hem zal zoeken.
Het vakantiehuisje ligt er nog bij alsof het gisteren was dat hij hier voor het laatst was. Het meer strekt zich uit in het schemerlicht. De regen slaat hard in zijn gezicht. Herinneringen gonzen door zijn hoofd. Waarom heeft hij dit zolang opgesloten? De uitermate gespannen sfeer waarin zijn vrolijke, levenslustige moeder samenleefde met de zwaarmoedige, autoritaire vader: Gustaf Hansson. Carl voelt zich al 20 jaar verantwoordelijk voor de dood van zijn vader. Maar was hij dat wel werkelijk? Hij ziet de worsteling voor zich die hij met zijn vader had die fatale middag in 1966. Het jachtgeweer ging plotseling af en het gezicht van zijn vader blies weg. Jaren heeft hij deze beelden van zich kunnen houden. Tonia was hier verantwoordelijk voor. Zij leidde zijn leven. Zij was de helende factor in zijn bestaan en nu – met het wegvallen van Tonia – komen de spookbeelden weer terug.
Carl loopt de steiger op en staat plotseling stil. Hij herinnert zich een beeld van die middag dat hij lange tijd is vergeten. Hij ziet zijn vader voor zich op de middag van zijn dood. Carl moest hem in het bos gaan roepen van zijn moeder. Door het struikgewas zag hij hoe zijn vader het jachtgeweer laadde met één patroon. Hij twijfelt maar weet het dan zeker. Zijn vader laadde het geweer met maar één patroon. De beelden van die middag komen bij hem terug. En het besef dat hij slechts getuige was van de zelfmoord van zijn vader. Hij was geen dader, hij was slecht op het verkeerde moment op de verkeerde plaats.

Een bekende stem roept Carl terug uit zijn overpeinzingen. ‘Je hebt vader niet vermoord, Carl’. Hij sluit zijn zus Emily in zijn armen.
De ramp met de Estonia heeft veel teweeggebracht in zijn leven, zijn geliefde vrouw en twee van zijn kinderen zijn uit zijn leven verdwenen. Maar hij heeft zijn zus teruggevonden.

2001. Per is inmiddels 23 jaar. De ramp die het gezinsleven vernietigde is al weer 7 jaar geleden. Een deel van het leed is weggevaagd, maar iets blijft hem dwars zitten. Wat voor leven had zijn moeder in Estland? Waarom weet hij totaal niets van de eerste 18 jaar van haar leven. Hij ontdekt dat zijn moeder een geheime postbus had in Stockholm en hij treft enkele brieven aan die zijn gedachten in een bepaalde richting sturen. Toch weet hij dat hij geen rust heeft voordat hij te weten komt wie zijn moeder was. Hij reist af naar Tallinn, waar hij een afspraak heeft met Alise, zijn moeders vroegere vriendin. Problemen met de communicatie – hij spreekt geen Ests, zij geen Engels of Zweeds – blijken goed opgelost te zijn. De buurvrouw van Alise, een lerares Engels heeft haar verhaal in het Engels op papier gezet en zo kan Per op een snikhete zomeravond bij het monument voor de Estoniaslachtoffers in Tallinn het levensverhaal van zijn moeder lezen. De brief vertelt over de ontmoeting tussen zijn ouders op de veerboot, over de rode roos en zijn vaders eerste woorden (Zeg maar niets, ik weet dat je het verdient). Hij leest over haar eerste kind dat ze ‘Iris’ noemde en over de verkrachting door de burgemeester van Avamaa. En over haar verblijf in Merivälja. Deze kliniek intrigeert hem en hij vraagt aan Alise of hij deze nog bezoeken kan. Via haar tolk komt Per te weten dat de kliniek is afgebroken.

In de vier dagen dat hij in Estland is bezoekt hij Avamaa en staat hij voor het vroegere woonhuis van zijn moeder. Hij loopt het gemeentehuis binnen en ziet het portret van de man die er in de jaren zeventig burgemeester was. Een woede komt in hem op. Deze man is verantwoordelijk voor veel leed in zijn moeders leven.
Op de plaats waar eens Merivälja stond is nu een vuilnisstortplaats. Per spreekt er met een man die zo ook zijn herinneringen heeft aan Merivälja. ‘Je zoekt dus antwoorden op vragen die je nog moet bedenken?’ Merivalja geeft zijn geheimen niet meer prijs. De sovjettijd heeft alle sporen uitgewist.
Per loopt over het strand waar eens zijn moeder liep, hij drinkt een biertje op een terrasje waar zijn moeder ook gezeten kan hebben. Er komt een soort berusting over hem. Hij moet verder met zijn leven, net als alle andere nabestaanden van de slachtoffers.
Per koopt een boeket bloemen en een rode roos. Op de terugreis wacht hij het moment af dat ze de rampplek naderen. Daar werpt hij met een brok in de keel de bloemen in zee. De roos houdt hij nog een moment vast. Met gebroken stem fluistert hij zijn moeder toe, als hij de roos los laat
‘Zeg maar niets, moeder. Ik weet dat je het verdient.’

Het thema:
Zoektocht naar de zin van het leven, de rol van het toeval hierin en de machteloosheid van mensen om hun lot te ontlopen.

Perspectief:
Het perspectief ligt afwisselend per hoofdstuk bij de diverse personages met Tonia, Carl, Per, Ragnar en Emily als round characters. Van persoonsontwikkeling is met name sprake bij Tonia, Carl en Per.

Tijd:
Het verhaal speelt zich af tussen 1973 en 2001.

Ruimte:
Het verhaal begint in Estland, waar onder invloeden van het Oostblok de mensen nog grauw zijn. Als Tonia het aanbod van haar baas krijgt om een weekend naar Zweden te gaan, merkt ze dat er nog zoveel meer is. Ze reist op de destijds hyper moderne Estonia naar Zweden.
Op de Estonia is de wereld opeens anders, rijkdom en plezier voeren er de boventoon.
Aangekomen in Zweden merkt ze hoe opgesloten ze eigenlijk is in Estland. Het luxe, vrije westen bevalt haar wel.
Aan het weekend kwam een einde en Tonia had het uitstekend naar haar zin (zie “Thema”)
Weer aangekomen in Estland weet ze een ding zeker: Daar wil ze niet blijven.
Nadat haar baas haar beticht van diefstal besluit ze om nogmaals naar Zweden te gaan, en daar te gaan wonen.
Je ziet heel erg duidelijk het contrast tussen het grauwe, kille Oostblok, en het rijke, luxe, vrije Westen.

Verband titel en inhoud:
Er is een heel duidelijk verband tussen de titel en de inhoud. In het hele boek staat de ramp met de Estonia centraal, en die gebeurde tijdens de overtocht van Tonia en haar kinderen van Estland naar Zweden.

Informatie over de schrijver:
Nico de Beer (Tilburg, 1958) is naast schrijver ook begenadigd docent Engels en Nederlands.
Naast “Overtocht naar Zweden” heeft hij ook de roman “Zwaluwen” geschreven. Tevens is hij bezig met het boek “Renate S” en het boek ”de geketenden”.

Korte beschrijving hoofdpersonen:
Carl
Carl is een rustige student die eigenlijk nooit serieuze relaties heeft gehad. Tot het moment dat hij Tonia ontmoet en smoor verliefd op haar word.
Ze krijgen een relatie, trouwen, en hebben een gelukkig huwelijk.
Tot op het moment dat Tonia en zijn kinderen omkomen bij de ramp op de Estonia (zie Fabel)
Toen stortte (zeer begrijpelijk) zijn wereld helemaal in, en is hij nooit meer de oude geworden.

Tonia
Tonia is een mooie vrouw die opgroeit in het (voormalig) Oostblok, namelijk in Estland.
Daar leidt ze een grauw bestaan met weinig uitzicht op betere tijden.
Tijdens een soort vakantiereisje dat ze van haar baas cadeau krijgt ontmoet ze op de veerboot “Estonia” de Zweedse leraar Carl. Via een hele omweg (zie weer de Fabel) trouwen ze, en hebben ze een heel gelukkig huwelijk. Totdat Tonia omkomt tijdens de tragische ramp op de Estonia.

Eigen mening over het boek:
Ik moet beginnen met te vertellen dat ik voordat ik dit boek las, nog nooit over de Estonia had gehoord. Maar door middel van dit verhaal heb ik wel inzicht gekregen wát er precies is gebeurd, en ik werd daardoor zo nieuwsgierig dat ik ook op internet naar de Estoniaramp heb gezocht, en daarbij wel wat meer te weten ben gekomen.
Maar terug naar het boek, zoals ik al zei werd ik er zo in opgenomen dat ik meer wilde weten. Dat betekent dus dat het lekker las, en ook zoals de schrijver zelf al zegt: het persoonlijk leed ook naar boven haalt.
Het was in ieder geval een meeslepend verhaal, dat van het begin tot het eind geboeid heeft.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Overtocht naar Zweden door Nico de Beer"