Over de vos Reinaert door Onbekend

Beoordeling 7.5
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas vwo | 2007 woorden
  • 28 augustus 2006
  • 16 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.5
  • 16 keer beoordeeld

Boek
Vertaald als
Van den vos Reynaerde
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
1300
Pagina's
320
Geschikt voor
bovenbouw vwo
Punten
3 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Over de vos Reinaert
Shadow

Het Middelnederlandse Reinaert-verhaal werd naar alle waarschijnlijkheid rond 1180 geschreven. Uit deze tijd is echter geen handschrift bewaard gebleven; de oudste overgeleverde tekstgedeelten zijn te vinden in enkele handschriftfragmenten ui de 13e eeuw. De volledige versie van het verhaal is aan ons overgeleverd in twee handschriften van rond 1400.

Dierenverhalen…

Het Middelnederlandse Reinaert-verhaal werd naar alle waarschijnlijkheid rond 1180 geschreven. Uit deze tijd is echter geen handschrift bewaard gebleven; de oudste overgeleverde te…

Het Middelnederlandse Reinaert-verhaal werd naar alle waarschijnlijkheid rond 1180 geschreven. Uit deze tijd is echter geen handschrift bewaard gebleven; de oudste overgeleverde tekstgedeelten zijn te vinden in enkele handschriftfragmenten ui de 13e eeuw. De volledige versie van het verhaal is aan ons overgeleverd in twee handschriften van rond 1400.

Dierenverhalen en sprookjes met dieren in de hoofdrol waren al vroeg in de Middeleeuwen erg geliefd. De oudste op schrift gestelde dierenverhalen zijn in het Latijn geschreven, maar uit de twaalfde eeuw zijn ook een aantal Franse dierendichten bekend die later werden verzameld in de Roman de Renart. De inhoudt van deze Franse verhalen, Li Plaid, is in grote lijnen gelijk aan de eerste helft van onze Reinaert. Het tweede deel wijkt echter af van het Franse voorbeeld. De Middelnederlandse voortzetting heeft een - psychologisch beschouwd - sterkere voortzetting.

Over de vos Reinaert door  Onbekend
Shadow
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Van den Vos Reynaerde

Voorwoord
Dit verhaal is waarschijnlijk aan het einde van de 12e eeuw geschreven, maar het verhaal uit die tijd is niet teruggevonden. Men vond fragmenten van het verhaal uit de 13e eeuw de zogenaamde ‘Darmstadtse fragmenten’ en de volledige versie die men nu kent zijn het ‘Comburgse handschrift’ (uit ± 1400) en het en het ‘Dyckse handschrift’ (uit ± 1350) . Dat laatste handschrift werd pas in 1907 ontdekt.

Dit verhaal is waarschijnlijk geschreven door twee Vlamingen (Arnout en Willem, die aan het begin van het verhaal worden genoemd), maar het is niet met zekerheid te zeggen.


Samenvatting
Koning Nobel (leeuw) hield een hofdag waar alle dieren naar toekwamen, behalve de vos Reynaert. Reynaert had veel dieren namelijk vreselijke dingen aangedaan en hij wilde niet dat ze hem daarmee gingen confronteren. Op het hof klaagden alle dieren over de dingen die Reynaert hen had aangedaan. Alleen Grimbeert verdedigde zijn oom nog een beetje. In die ruzie kwamen Cantecleer de haan en vier van zijn kinderen aangelopen. Hij had zijn dode dochter op een baar met zich meegedragen. Hij vertelde dat Reynaert vier van zijn kinderen had opgegeten. Hier was de koning en zo boos op, dat hij wilde dat Reynaert naar het hof zou komen opdat hij kon worden bestraft en dat de waarheid boven zou komen over zijn misdaden. Hij stuurde Bruun, de sterke beer op Maupertuus af, Reynaert’s slot. Toen Bruun daar aankwam en Reynaert gebood naar het hof te komen, bood Reynaert hem zoveel honing aan als hij maar wilde. Ze gingen diezelfde dag nog naar de tuin van Lamfroit, een dorpeling. In zijn tuin stond een opengespalkte eik en Reynaert zei dat Bruun in die eik veel honing zou vinden. Nadat Bruun in de opengespalkte eik was gekropen haalde Reynaert de wiggen eruit, zodat Bruun met zijn neus vastzat in de eik. Lamfroit zag Bruun op een gegeven moment en bestormde hem met een hele menigte uit het dorp om hem te mishandelen. Bruun trok zich los uit de boom waarbij hij vel van zijn neus scheurde en een oor verloor en omdat hij in zijn schrik een paar vrouwen uit het dorp in het water had geduwd kon hij ontsnappen, omdat iedereen afgeleid was. Nadat hij elders was bijgekomen, hij was namelijk gevlucht door mee te drijven in de stroom van de rivier, ging hij terug naar het hof om Reynaert’s streken te vertellen. De koning stuurde als antwoord hierop Tibeert, de wijze kater naar Reynaert om hem alsnog te gebieden naar het hof te komen. Maar ook Tibeert liep in Reynaert’s streken, want Reynaert verleidde hem om muizen te vangen in de schuur van de pastoor. Want daar zouden er zoveel zitten. Maar Reynaert had in die schuur eerder een haan gestolen door een gat in de muur te maken en hij wist dat de pastoor een val had gezet voor dat gat om de dief te pakken. Dus zo liep de kat in de val en werd mishandeld door de familie van de pastoor. Een oog van Tibeert werd ingestoken, maar hij wist te ontsnappen door de pastoor in zijn ballen te krabben. Ook Tibeert ging terug naar het hof en vertelde over Reynaert’s streken. Hierop ging Grimbeert, de das naar Reynaert om hem te gebieden naar het hof te komen. Reynaert ging mee, nadat hij had gebiecht. In de biecht vertelde hij ongeveer de waarheid, alleen was er soms een doekje om gewonden. Toen hij bij het hof was aangekomen wilde Reynaert dat de koning gelijk een galg voor de vos klaarmaakte. En terwijl Tibeert, Izengrijn en Bruun de galg maakten, wilde Reynaert al zijn daden opbiechten. In zijn biecht vertelde hij op een gegeven moment, nadat hij ook wat waarheden had opgebiecht, over dat zijn vader ooit een schat had gevonden. Daarmee wilde zijn vader, Bruun koning laten worden, door alle verwanten van de koning te kleineren met al zijn zilver en goud als ze zich tegen het plan verzetten. Bij het complot waren Tibeert, Grimbeert en Izengrijn ook betrokken. Reynaert zei dat hij dit verhaal van de vrouw van Grimbeert had gehoord, die het weer van Grimbeert had gehoord. Om dit te stoppen had Reynaert die schat van zijn vader gestolen. Dus op deze manier had hij ‘zogenaamd’ het leven van de koning gered. Hierna wilden de koning en koningin weten waar de schat lag, maar dit vertelde Reynaert alleen op voorwaarde dat hem alles werd vergeven dat hij misdreven had (en dat zijn leven werd gespaard). Eerst wilde de koning hier niet op ingaan, maar zijn vrouw haalde hem toch over. Zo deed hij hen geloven waar de schat begraven lag, maar de koning wilde dat Reynaert mee ging op tocht naar de schat. Hier kwam Reynaert onderuit door te zeggen dat hij op pelgrimstocht ging voor vergiffenis. Toen Tiercelijn aan Tibeert, Izengrijn en Bruun (raaf) kwam vertellen dat ze werden bestraft, bleef Tibeert angstig achter. Bruun en Izengrijn gingen echter naar de koning waar ze Reynaert weer beschuldigden. Daarop werd de koning zo boos dat ze werden vastgebonden. Reynaert liet een pelgrimstas maken uit het rugvel van Bruun en schoenen uit het vel van de poten van Izengrijn en zijn Izengrijn’s Hersinte. De volgende dag liet Reynaert zich uitzwaaien voor hij op pelgrimstocht ging. Alleen Belijn de ram en Cuwaert de haas mochten nog een stukje langer met hem meelopen naar zijn slot (hij nam nog even afscheid van zijn gezin). Bij het slot liet hij Cuwaert nog mee naar binnen om zijn gezin bij te staan bij Reynaert’s afscheid. Maar binnen beet Reynaert de haas dood en at zijn gezin Cuwaert op. Toen ging hij naar buiten waar Belijn nog stond en gaf hem een brief die de ram alleen maar kon vervoeren in de pelgrimstas, waar Reynaert stiekem ook de kop van de haas had gestopt. Reynaert adviseerde hem om niet in de tas te kijken en om de koning te zeggen dat Belijn de brief zelf had geschreven. Terwijl Belijn de brief bracht vluchtten Reynaert en zijn gezin weg. Toen de koning de inhoud van de tas bekeek werd hij woedend. Hij had ineens door dat Reynaert hem met dat verhaal van de schat voor de gek had gehouden. Hij liet Bruun en Izengrijn vrij en ze kregen Belijn en al zijn familieleden als eten (de koning had namelijk niet begrepen dat Belijn ook voor de gek was gehouden). En ze gingen allemaal achter Reynaert aan.

Kenmerken van die tijd
Dit boek is geschreven in de Middeleeuwen, een tijd waarin religie in Europa een grote rol speelde. Men was eigenlijk het hele leven toen bezig om als men zou sterven op de goede plek te komen, de Hemel en dus niet de Hel. In het boek zijn religie en God ook erg belangrijk. Wat ook heel duidelijk zichtbaar is in het boek is wat voor een misbruik er werd gemaakt van religie.

Bijv. als Bruun in het boek in zijn schrik een paar vrouwen in het water duwt waaronder de vrouw van de pastoor. Zegt de pastoor tegen zijn dorpelingen;
“Kijk parochianen, daar drijft vrouwe Julocke (vrouw van pastoor) met haar garenklossen en spinrokken. Toe vooruit, helpe wie helpen kan! Ik schenk degene die haar redt een jaar lang volledige vergiffenis en een volle aflaat voor alle zonden.”
Allemaal lieten ze de arme stakker Bruun voor dood liggen en gingen met touwen en haken naar de plaats die de pastoor aanwees.


En in het boek komt ook naar voren dat de pastoor zich niet aan zijn celibaat houdt, hij heeft namelijk kinderen en hij bedrijft nog dagelijks de liefde met zijn vrouw. Dit komt naar voren nadat Tibeert een van zijn geslachtsorganen er af heeft gekrabt:
Toen Tibeert in de gaten had dat dit zijn einde zou worden, raapte hij al zijn moed bijeen, zoals de pastoor tot zijn schande zou merken. Met zijn klauwen en tanden zette hij het hem betaald. Hij sprong de pastoor tussen zijn benen en greep het naadloze beursje waar men het klokkenspel mee luidt. Het geval viel op de grond. Zijn vrouw was ontroostbaar. Ze zwoer bij zoel van haar vader dat ze al het collectegeld van een jaar er voor over had als de pastoor deze pijn en deze schande niet overkomen was.
Ze zei: “De vervloekte duivel moet er een hand in hebben gehad dat die strik werd uitgezet. Kijk toch, mijn lieve Martinet, daar ligt het huwelijksgereedschap van je vader. Van nu af aan zal ik altijd onder dit jammerlijke verlies gebukt gaan. Want al zouden zijn wonden genezen, met zijn liefdesspel is het gebeurd.”


In de Middeleeuwen was er sprake van een standenmaatschappij waarin men drie standen kon onderscheiden; (1) De geestelijkheid, de stand die het meeste te zeggen had, omdat religie het belangrijkste was (2) De adel, die daarna het meeste te zeggen had en (3) De armsten, zoals boeren.

In het verhaal zie je die standen duidelijk ook terugkomen en word getoond dat alle standen niet perfect waren. Er is duidelijk kritiek aanwezig.

1. De geestelijkheid, waar de pastoor onder valt gedraagt zich niet perfect. De pastoor maakt misbruikt van zijn positie zodat hij er zelf beter van wordt. Aflaten weggeven voor het redden van zijn vrouw (zie bovenstaande citaten). En houdt zich niet aan het celibaat, want hij bedrijft liefde met zijn vrouw en heeft enige kinderen.

2. De adel, die gedraagt zich laf, hebzuchtig, egoïstisch, dom en omkoopbaar. In het verhaal vallen de koning, koningin, Tibeert, Bruun en Izengrijn daaronder. Als Bruun en daarna Tibeert naar Reynaert gaan om hem te gebieden naar het hof te komen dan laten ze zich door Reynaert gelijk omkopen met eten en zijn ze te dom om zijn streken in te zien. Als echter Grimbeert een lagere man naar Reynaert wordt hij niet omgekocht en komt Reynaert eindelijk. Ook aan het eind van het verhaal wanneer Reynaert zijn ‘biecht’ houdt met dat verhaal over de schat, haalt de koningin de koning over om Reynaert te laten vertellen waar de schat ligt in ruil voor vergiffenis van Reynaert’s daden. Dus de koning laat zich overhalen en de koningin is hebzuchtig.

3. De arme stand (waaronder boeren), wordt in het boek vertegenwoordigd door alle andere dieren zoals Cuwaert, Belijn en de dorpelingen. De dorpelingen komen wreed en dom over wanneer ze met allerlei wapens Bruun hevig mishandelen en hem daarna domweg laten ontsnappen wanneer ze met het redden van de vrouwen uit het water bezig zijn. Ook heb ik uit bronnen (wikipedia- Van den vos Reynaerde) dat de namen van enige vrouwen uit het dorp verwijzingen waren naar een zondige levensstijl. Julocke, de naam van de vrouw van de pastoor, ‘Jij lok ik,’ klinkt erg als de naam van een prostituee. Evenals, Ogherne, ‘o graag,’ de naam van een andere dorpeling. ‘Vuilemaerte’ schijnt een verwijzing te zijn naar een vrouw waarmee je makkelijk mee zou kunnen verkeren.

Waarom moeten we dit lezen?
We moeten dit verhaal lezen, omdat het ons een realistisch beeld geeft van de Middeleeuwse maatschappij. Ook al lezen we wel in geschiedenisboeken over die Middeleeuwen met de standenmaatschappij, aflaten etc. etc en denken we wel een beeld te hebben over die tijd. Dat is niet hetzelfde, want in een verhaal is het als het ware alsof je er naar kijkt. En het verhaal is ook erg goed in elkaar gestoken. De dieren symboliseren standen en laten duidelijk bepaalde eigenschappen zien. Reynaert heeft ook een wonderlijke rol in het verhaal. Hij is een schurk, maar ook een observator, iemand die mensen toetst op welke keuzes ze nemen (bijv. loopt Bruun in de val door voor honing te kiezen). Iemand die duidelijk naar voren brengt hoe de dieren echt zijn.

Thematiek
In het verhaal komt allereerst het thema ‘kritiek op de maatschappij’ naar voren. Door de vele metaforen en gebeurtenissen wordt de kritiek van de schrijvers op de maatschappij die (vind ik) ook redelijk realistisch is naar voren gebracht. Ook kun je zeggen dat een thema in het boek hebzucht is. Iedereen wordt zo geleid door zijn hebzucht in het verhaal waardoor men

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Over de vos Reinaert door Onbekend"