ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
Zakelijke gegevens.
Auteur: Willem die Maedock maakte.
Titel: ‘Van den Vos Reynaerde’ in: Neemt hier exempel an, Het Spectrum, Utrecht, 1975, 144 blz.
( eerste druk van deze bundel was in 1968)
* De gegevens van het oorspronkelijke verhaal en de vertaling zijn niet te achterhalen.
Genre: fabel.

Eerste reactie.
We moesten op school ook een boek voor 1800 lezen, waar dit verhaal bij stond. Het leek me een leuk verhaal omdat de dieren eigenlijk mensen voorstellen. Het is ook gebleken dat het leuk is om te lezen. In de inleiding verteld men dat de schrijver eigenlijk de normale mensenwereld van zijn tijd weer wil geven, maar dat hij dat, om niemand te kwetsen, in de vorm van een dierenrijk doet. Je ziet dan goed hoe de schrijver tegen het leven van zijn tijd aan kijkt, dat is heel leuk. Het Oudnederlands was vaak wel moeilijk te lezen. Maar ik had er ook een vertaling bij, en dat las een stuk makkelijker. Ik vond het heel leuk om te lezen hoe Reynaert elke keer weer een ander te grazen nam. Het is voor mij trouwens verwonderend hoe een schrijver een sympathie kan wekken voor een crimineel als Reynaert.

Samenvatting.
Het verhaal begint met een hofdag voor de dieren. Koning Nobel leidt deze hofdag. Alle dieren zijn gekomen, behalve Reynaert de Vos. Het dier waar alle andere bewoners van het bos wel wat over te klagen hebben. Grimbaert de Das, Reynaert’s neef, is de enige die hem af en toe verdedigd. Isengrijn de wolf dringt er op aan om Reynaert ter dood te veroordelen. Grimbaert de Das houdt dan een vurig pleidooi voor zijn oom. Isengrijn zou ook niet zo een brave zijn, en bovendien is Reynaert kluizenaar geworden, draagt hij een boetekleed en raakt hij geen vlees meer aan. Op dat moment komt er een rouwstoet aan, met de dode kip Coppe, Reynaert zou ook al 10 van haar broertjes en zusjes op hebben gegeten. Koning Nobel is woedend, en besluit Reynaert te dagvaarden. Hij stuurde Bruun de Beer naar Reynaert toe met de boodschap dat hij gedagvaard zou worden. Reynaert neemt Bruun dan in de maling. Hij zegt dat hij graag mee had willen gaan, maar dat hij niet kan. Hij heeft te veel honing gegeten en daar is hij ziek van. Hij maakt Bruun wijs dat er in een spleet van een oude eik honing zit. Die spleet is echter gemaakt door de timmerman Lamfroit. Als
Bruun zijn gulzige kop er tussen steekt, trekt Reynaert de wiggen weg, waardoor Bruun vast komt te zitten. De dorpelingen takelen hem vreselijk toe. Toch weet Bruun te ontsnappen, en gaat verslag uitbrengen aan de koning. De volgende die naar Reynaert wordt gestuurd is Tibeert de Kater. Hij was uitgekozen omdat het zo een slimme kat zou zijn. Toch slaagt Reynaert er in om ook Tibeert in de maling te nemen. Hij maakt Tibeert wijs dat er in de schuur van de priester vette muizen zitten. Reynaert weet echter dat daar een strik is gezet, omdat hij daar zelf altijd kippen steelde. Tibeert gaat de schuur in en raakt ernstig gewond. Maar toch weet hij te ontsnappen. Als laatste wordt Grimbaert naar Reynaert toegestuurd. Grimbaert was Reynaert’s neef, dus nu zou hij geen valse streken uithalen.
Reynaert gaat nu mee, en neemt afscheid van zijn vrouw en kinderen. Onderweg toont Reynaert berouw aan Grimbaert en biecht hij al zijn misdaden op. Bij Koning Nobel aangekomen, zegt Reynaert dat er geen trouwere onderdaan is dan hijzelf. Toch wordt hij tot de strop veroordeeld. De doodsvijanden van Reynaert (Isengrijn, Bruun en Tibeert) maken de galg klaar voor gebruik. Reynaert maakt de koning en zijn vrouw dan wijs dat Bruun, Isengrijn en Tibeert een staatsgreep willen plegen. Hen plan zou bekostigd worden door een schat ( van koning Hermelike) die was gevonden door Reynaert’s vader. Reynaert beweerde dat hij die schat had gestolen en ergens anders begraven had. De koning was in de schat wel erg geïnteresseerd. Koning Nobel geloofde zijn verhaal, en schold zijn schuld kwijt. Reynaert maakt de koning dan wijs dat hij op boetetocht moet om van te pauselijke ban verlost te worden. Hij krijgt van de koning dan zelfs de huiden van enkele vooraanstaande dieren als schoenen en als reistas. De ram Belijn en de haas Cuwaert gaan met Reynaert mee tot aan zijn eigen kasteel. Reynaert lokt daar Cuwaert mee naar binnen, en die eet hij met zijn familie op. Hij geeft zijn pelgrimstas dan aan Belijn. In de tas zit het hoofd van Cuwaert. Maar hij zegt tegen Belijn dat er een afscheidsbrief in zit voor de koning. Belijn zou tegen de koning moeten zeggen dat hij Reynaert geholpen heeft met het schrijven van de brief. Als de koning merkt dat hij weer bedrogen is, schreeuwt hij het uit. Hij laat de gevangenen vrij. Reynaert en zijn familie verklaart hij vogelvrij. Maar Reynaert is hem allang gevlogen.

De schrijfstijl
Het verhaal is geschreven in dichtvorm. In de Middeleeuwen waren er veel mensen die niet konden lezen. Verhalen werden daarom op pleinen verteld. Als het dan in dichtvorm was het makkelijker te onthouden. De taal is een Vlaams dialect. ( Vlaams uit de Middeleeuwen).
In zijn verhaal gebruikt de schrijver veel dubbele betekenissen. Zo heet de wolvin die door Reynaert verkracht is, Hersint, wat ook wel ‘ze heeft er wel zin in’ betekent. De naam van Cuwaert de haas betekent ook wel ‘lafaard’, wat ook wel zeer toepasselijk in het verhaal is. Buiten de dieren hebben ook sommige mensen een naam met een dubbele betekenis. Ludolf met de kromme vingers is een zoon van Ogerne, wat ook wel ‘O, graag’ betekent. Er is dan ook een grote kans dat Ludolf uit overspel geboren is. Ook omdat zijn vader Huigen ( = Hugo) heet. Deze naam heeft in de Middeleeuwen de betekenis van de bedrogen echtgenoot.
Woordspeling is dus iets wat de schrijver veel gebruikt. De klacht van Isengrijn die hij tegen Reynaert indient is onder andere dat Reynaert zijn vrouw verkracht zou hebben. Hij zegt dan:’dat hij mijn wijf hevet verhoerd’. Het middeleeuwse verhoeren kan verkrachten betekenen, maar heeft ook de betekenis van ‘inwilligen’. Daardoor zou je je kunnen afvragen of niet Reynaert Isengrijn’s vrouw heeft verkracht, maar dat hij juist zou zijn ingegaan op de toenadering die Hersint zocht. Nog een voorbeeld is dat wanneer Reynaert zijn zonden opbiecht aan zijn neef Grimbeert, hij zegt: ‘Ik had het liever nog voor de boeg dan dat ik het achter de rug had’. Wat Grimbeert vervolgens zo opvat dat zijn neef, wanneer hij het over zou mogen doen, zijn leven zou beteren. Als je echter wat langer nadenkt, snap je dat hij ook kan bedoelen dat hij het nog wel is over zou willen doen, maar dan wel op precies dezelfde wijze. In de laatste 9 regels geeft de schrijver, ook in een woordspeling, zijn naam. Als je naar elke eerste letter kijkt bij de laatste negen regels, staat er ‘bi Willeme’: door Willem. Niet in elke vertaling is dat te lezen. Wel in de vertalingen die het meest op de oorspronkelijke versie lijken.

Ruimte
Het verhaal speelt zich af in Het Land van Waas (Oost-Vlaanderen), tussen Gent en Hulsterlo. Volgens Jan de wilde zou het verhaal zich hebben afgespeeld in het oude plaatsje Destelbergen. Dit plaatsje lag vlakbij Gent, en lag op een plek waar de Schelde vroeger een bocht maakte. Verder wordt het plaatsje Kriekeputte genoemd, een bron die in de buurt van Hulsterlo ligt. Dat is de plek waar Reynaert de zogenaamde schat van zijn vader zou hebben verstopt.De ruimte waar iets afspeelt wordt aangepast aan de personages die er leven. Koning Nobel woont zo in een kasteel, dat pas natuurlijk uitstekend bij een koning. Reynaert woont in een burcht, die aangepast is aan de dieren. Zo kunnen de beer Bruun en de Ram Belijn er niet in. Terwijl Cuwaert de Haas, een veel kleiner dier, wel naar binnen kan.
De plaats waar Reynaert woont, is ook in overeenstemming met zijn slechte imago. Hij woont in een donker bos in een wilde streek. Nog een leuk iets wat opvalt, is, dat Reynaert over kromme paden loopt. Hij is dus van het rechte pad afgedwaald.
Het verhaal is niet chronologisch. Er komen namelijk een aantal flashbacks in voor. Bijvoorbeeld wanneer Reynaert zijn zonden opbiecht aan zijn neef Grimbaert de das. Hij vertelt dan welke zonde hij allemaal in zijn hele leven heeft gedaan. Het gaan dus over het verleden. Ook is er een flashback wanneer Reynaert aan het hof tegen de koning verteld over het plan van zijn vader, Grimbaert, Bruun en Tibeert om de koning van de troon te storen. Maar ook hoe hij, Reynaert, dat sluwe plan had kunnen voorkomen. Ook dit was in het verleden gebeurd en is dus een flashback. Ook zijn er een aantal kleine flash-forwards. Een voorbeeld daarvan is wanneer er staat: ‘ Het moment is nabij gekomen waarop hij (Bruun) ernstig in de problemen zou komen’. De schrijver maakt hier dus al bekend dat het Bruun, in de toekomst, slecht zal vergaan. Hij zegt alleen nog niet hoe, dat verteld hij pas wanneer hij er bij zijn verhaal aan toe is. Het verhaal telt ongeveer 3470 versregels. De vertelde tijd is ongeveer een week. Op zich loopt de tijd van het verhaal niet gelijk met de tijd van het lezen. Maar het kan ook niet dat er zoveel gebeurd in ongeveer één dag.

Verhaalfiguren
De hoofdpersoon van het verhaal is natuurlijk Reynaert. De vos is sluw, zelfverzekerd, vindingrijk en heeft geen geweten. Ondanks al deze eigenschappen weet de schrijver het zo te brengen dat je een sympathie krijgt voor de sluwe vos. Hij maakt op een slimme wijze gebruik van de hebzucht, gulzigheid en vraatzucht van zijn tegenstanders.

Bijpersonen:
Bruun, de vraatzuchtige beer die Reynaert voor de eerst keer voor het hof daagt. Door zijn vraatzucht trapt hij in het plan van Reynaert en raakt hierdoor ernstig verminkt.
Tibeert, de gulzige kater die Reynaert voor de tweede maal voor het hof gaat dagen. Door zijn gulzigheid trapt ook hij in een list van Reynaert en wordt ook Tibeert ernstig verminkt.
Grimbaert de das, de neef van Reynaert. Hij is het enige dier in het bos dat nog voor Reynaert pleit. Niet omdat hij zulke goede vrienden is, maar om de naam van zijn familie hoog te houden. Grimbaert is degene die voet bij stuk houdt dat Reynaert drie keer gedagvaard moet worden. Als Reynaert vogelvrij zou worden verklaard zou namelijk niet alleen hij, maar ook heel zijn familie in slecht aanzien bij de koning staan. Grimbaert is degene die Reynaert voor de derde keer dagvaardt.
Belijn de hebzuchtige ram. Belijn gaat met Reynaert mee als hij op bedevaartsreis gaat. Hij is degene die de zak, met als inhoud de kop van Cuwaert, aan de koning geeft. Hij prijst zich zelf extra door te zeggen dat hij meegeholpen heeft aan de inhoud. Dat komt hem duur te staan. Als de koning de tas opent is hij woedend en wordt Belijn vogelvrij verklaard. Belijn is ook degen die de geestelijkheid vertegenwoordigd in het verhaal. Aan het hof is hij hofkapelaan.
Ysengrijn, de wolf dient talloze klachten in tegen Reynaert. Onder andere dat Reynaert zijn vrouw verkracht zou hebben. Reynaert zou ook zijn kinderen onder gepist hebben, waardoor er twee blind zouden zijn geworden. Hij eist dat Reynaert ter dood wordt veroordeeld.
Koning Nobel, de leeuw. Het is een zwakke en karakterloze koning. Hij probeert het hele verhaal door zijn aanzien hoog te houden. Hij maakt echter de een na de andere fout. De koning trapt door zijn gulzigheid in de list van Reynaert. Hij laat hem vrij met het idee dat hij een schat zou krijgen ( meer geld is meer eer). Het is echter een schat die helemaal niet bestaat.
Minder belangrijke personages uit het verhaal zijn:
Hermeline, de vrouw van Reynaert; Herswint, de vrouw van Ysengrijn; Canticleer, de haan; Coppe, de gedode kip; Firapeel, de luipaard. Hij stelt voor Bruun en Typeert weer in ere te herstellen. Ook stelt hij voor Belijn vogelvrij te laten verklaren; Cortoy, die klaagt dat zijn gestolen goed van hem gestolen is.
De meeste personages zijn dieren. Er komen echter ook mensen in voor. De pastoor, zijn vrouw Julocke en zijn zoon Martinet. De pastoor is getrouwd, wat eigenlijk niet mag als pastoor. Hij bekommert zich op een gegeven moment alleen om zijn vrouw Julocke. Bovendien belooft hij degen die zijn vrouw redt, dat hij een jaar straffeloos mag zondigen. Hier wordt dus met de geestelijkheid van die tijd gespot. Ook komen er een aantal dorpelingen in het verhaal voor. Er wordt heel min over de dorpelingen gesproken. Alles zou lelijk en krom aan hen zijn. Een aantal voorbeelden daarvan zijn: Ludmoer met de lange neus, Ludolf met de kromme vingers en kleine Hugo met de kromme benen.

Situaties
De meeste situaties in het boek zijn grappig. Het verhaal begint met de hofdag. Iedereen klaagt hier over de streken van Reynaert. Reynaert wordt voor het hof gedaagd om zichzelf daar te verdedigen. In het verhaal zelf komen dan veel situaties voor waar Reynaert zijn vijanden een streek levert. In de slotsituatie voert Reynaert een list uit om zijn eigen leven te redden. Zijn list slaagt, en hiermee weet hij al zijn vijanden nog een poets te bakken.

De vertelwijze
De schrijver weet wat er komt en het verhaal is dus auctoriaal. De schrijver spreekt het boek ook regelmatig aan met zinnen als ‘ nu hoert, hoe ic hier beghinne’ ( regel 40 ).
Hij geeft af en toe commentaar op wat er gebeurd. Ook wijst hij soms vooruit op wat er komt. ( flash-forwards).

De thematiek
Het thema is kritiek op de maatschappij. Het kwaad laten zien dat in de wereld leeft.
In het verhaal wordt kritiek gegeven op de maatschappij, op de geestelijkheid, op het rechtssysteem en op het gezag van de koning. De maatschappij is vol van omkoping, schijnheiligheid en gulzigheid.
Als eerste de geestelijkheid. De geestelijkheid wordt bespot door middel van de pastoor met al zijn fouten in de schijnwerpers te zetten. Door het hebben van een vrouw doet de pastoor al iets wat niet mag, verder bekommert hij zich alleen om zijn eigen vrouw, niet om anderen, en zegt hij ook nog is een keer dat degene die zijn vrouw red een jaar straffeloos mag zondigen. Ook wordt met Belijn de geestelijkheid bespot. Uit eigenbelang wil hij zo veel mogelijk eer en lof binnenhalen. Waar hij later zelf de dupe van wordt.
Ten tweede het rechtssysteem. Als Grimbaert er niet op aangedrongen had dat Reynaert drie keer gedagvaard moest worden, zou dat niet gebeurd zijn. Terwijl het in de wet staat. Reynaert zou dan gewoon vogelvrij verklaard geworden zijn, terwijl er geen eerlijke procedure aan vooraf was gegaan.
Als laatste het gezag van koning Nobel. Het enige waar de koning zich om bekommert is zijn goede naam. Hij gelooft de list die Reynaert verteld wanneer hij ter dood veroordeeld wordt. Hierna liet hij zelfs zijn eigen bondgenoten toetakelen. Wanneer hij erachter komt dat het een list was, laat hij zich weer overhalen om Belijn te straffen. Ook is het een schande voor de koning dat hij zich eigenlijk laat overhalen door Reynaert, omdat hij dan een schat zou krijgen. Hebzucht speelt ook bij de koning hier een grote rol.
Met het karakter van de dieren zelf wordt ook gespot. Neem Bruin, een vijand van Reynaert, die Reynaert bereidt is te helpen wanneer hij hem verteld waar hij de honing vandaan heeft. Hij pleegt verraad tegenover zijn vrienden. Tibeert doet hetzelfde. Hij belooft aan Reynaert dat hij zijn beste vriend zal zijn, als hij hem al die muizen kan bezorgen. Zij worden als gevolg van vraatzucht en hebzucht afgeranseld.
De titel is de naam van de hoofdpersoon. Hij is de persoon die al de dingen die in de maatschappij niet kloppen zichtbaar maakt. Door zijn streken zie je bijvoorbeeld de hebzucht van sommige mensen. Het is dus niet zo dat de titel echt een link heeft met het werkelijke thema, maar het heeft wel een link met de persoon die ervoor zorgt dat het thema duidelijk is.

Plaats in de literatuurgeschiedenis.

Over de schrijver en de tijd warneer het boek is geschreven is weinig bekend. Van de schrijver weten we dus alleen dat hij waarschijnlijk Willem heette. Omdat er aan het einde ‘bi Willeme’staat. En ergens aan het begin van het boek ‘Willem die Madoc maakte’.
Men verwacht dat het in of rond de Middeleeuwen is geschreven. Er zijn enkele aanwijzingen, vooral de overeenkomsten met andere schrijvers uit die tijd. Zo verwees bijna elke schrijver in zijn boek naar een vorig verhaal (Willem die Madoc maakte). De mensen moesten dan denken van, dat was goed, dus zal het nu ook wel goed zijn. De schrijver Jacob van Maerlant maakte ook in een van zijn verhalen een opmerking over ‘Willem’. Hij leefde in de 13e eeuw, dus is het verhaal over Reynaert eerder geschreven. Maar omdat het vaak herschreven of vertaald werd is het niet duidelijk te achterhalen wanneer de eerste versie verschenen is.
Op zich kunnen we toch wel stellen dat het in de late Middeleeuwen was. De schrijver mocht toen namelijk niet openlijk zeggen van hoe men over iets dacht. Men stopte dat dan bijvoorbeeld maar in een fabel. Zij vermeden dan namen, en konden niet voor hun boek vervolgd worden. Toch konden ze op deze manier hen gevoelens kwijt.

Beoordeling.

Ik heb dit boek met heel veel plezier gelezen. Het is een boek waar je dikwijls om moet lachen om de vindingrijkheid waarmee het boek is geschreven. Hoe de schrijver het voor elkaar krijgt dat je een sympathie vormt voor de grootste misdadiger ooit, verbaasde me heel erg en steeds weer. Soms vond ik het ook wel weer zielig voor zijn slachtoffers, die zo ernstig werden toegetakeld door Reynaert. Neem Bruun, wanneer hij met zijn lijf tussen een gespleten boomstam komt te zitten en wordt toegetakeld door de dorpsbewoners, heb ik toch wel wat medelijden. Aan de andere kant is het natuurlijk ook weer zijn eigen gulzigheid die hem in deze toestand brengt. Doordat de slachtoffers van Reynaert zo dom, gulzig en inhalig zijn houd je die sympathie voor Reynaert. Natuurlijk komt dit ook omdat je weet dat het een fantasie verhaal is. Als zoiets op het nieuws zou komen, het dus om echte mensen gaat, zou je geen sympathie voelen voor de dader.
Willem weet ook op een leuke manier de lezer geboeid te houden. Er zitten voortdurend originele grappen in het verhaal. Het boek blijft heel de tijd door boeiend, omdat er voortdurend iets gebeurt.
Over het hele boek is ook goed nagedacht. De dubbelzinnige betekenissen spreken mij ook erg aan. Een voorbeeld daarvan is dat Reynaert Bruun in een val laat lopen zodat hij met zijn kop tussen een gespleten boom komt. Niemand zal dan kunnen bewijzen dat hij de dader is. Bruun zou, omdat hij zo gulzig was, tussen een boomspleet gekomen zijn, omdat hij toch dood zou gaan, kon hij het niet doorvertellen. Bruun ging immers niet dood, omdat Julocke in het water viel. De pastoor liet Bruin gaan om zijn vrouw te redden, wat weer een schande was voor de geestelijkheid. Zo loopt alles mooi in elkaar over.
De schrijver schreef het verhaal duidelijk om kritiek te leveren op de maatschappij in die tijd. Omdat dat blijkbaar niet zomaar kon, schreef hij een dierenepos. Mensen hoefden zich dan niet aangevallen te voelen. Het zou immers allemaal ‘onzin’ zijn. Het was een verzonnen verhaal, fantasie, en het hoefde dus niet op de maatschappij worden toegepast. In het boek zet Willem wel duidelijk de mensen waarop hij kritiek heeft, voor schut. Onder andere de geestelijkheid is daar een voorbeeld van. De hun omgang met de aflaat en alle andere regels van de kerk. Hij had echter niet alleen kritiek op de kerk, ook de koning met zijn gezag, en de rechtspraak krijgen veel kritiek te verduren.
Hij legt in zijn boek vooral de nadruk op alle negatieve eigenschappen van een mens zoals hebzucht, egoïsme en oneerlijkheid. Hij brengt dit allemaal op een manier dat je direct duidelijk is wat hij ermee wil zeggen. Je moet dan wel de tijd nemen om het boek goed te lezen. Anders ben je geneigd om over dingen heen te lezen. Maar bijvoorbeeld Bruuns’s hebzucht is iets wat heel erg naar voren komt.
Het verhaal is natuurlijk puur fictie, maar toch geeft het de werkelijke maatschappij van die tijd weer.
Het werkelijkheidsgehalte is niet hoog omdat de rollen gespeeld worden door dieren. Maar die dieren hebben wel weer menselijke eigenschappen. Zo is het dus een geheel fictief verhaal, maar als je naar het thema kijkt, zit er een stuk werkelijkheid in.
Een stukje fictie in het verhaal zelf is bijvoorbeeld dat Bruun het, nadat hij zo toegetakeld is door de mensen, het overleef. In het echt zou hij het nooit overleefd kunnen hebben. Want wanneer hij niet direct door zijn verwondingen ( oog eruit, vel eraf, botten gebroken) doodgebloed zijn, zou hij wel dood gegaan zijn aan bijvoorbeeld infecties, zeker in die tijd.
De problemen die in het boek aan de orde komen, zijn problemen die ook bij ons kunnen voorkomen. Zoiets verhoogt het realiteitsgehalte. Maar juist omdat deze verhalen wel allemaal fantasie zijn, is het leuker. Als het geen fictie zou zijn, kon je ook geen sympathie krijgen voor Reynaert, wat nu wel het geval is. Als je weet dat wat je leest allemaal echt zou zijn gebeurd, krijg je zeker geen sympathie voor een dergelijk iemand.
De opbouw van het verhaal is boeiend door zijn dubbelzinnigheid. Zoals ik al zei, moet je het boek dan wel goed, of zelfs een tweede keer, lezen. Je ziet dan dat achter elke gebeurtenis of uitspraak iets anders zit. Je moet dus zogenaamd ‘de witte letters’ lezen. Tekst en betekenissen die er niet staan opgeschreven, moet jij er zien uit te halen. Dit maakt het juist heel leuk, omdat iedereen zo weer wat anders uit zijn boek haalt.
De bedoeling van het boek is waarschijnlijk dat Willem wil laten zien wat er allemaal niet deugt aan de maatschappij waarin hij leeft. Hij geeft kritiek op alles wat hem dwars zit. Waarschijnlijk is het zijn bedoeling om de mensen van die tijd wakker te schudden. Dit is jammer genoeg niet gelukt, want zijn boek kwam in die tijd op een lijst met verboden boeken terecht. De kerk en de overheid waren blijkbaar bang dat het volk in opstand zou komen. Het is Willem echter wel gelukt een hele leuke en mooi dierenepos te schrijven, welke nu in ieder geval veel wordt gelezen. Ook dat zal misschien een doel van hem geweest zijn. Het is een boek waar heel veel mensen plezier aan zullen beleven, of hebben beleefd. Van die mensen ben ik één. Ik vind het boek echt een aanrader. Het is een boek wat je gewoon gelezen moet hebben.

Bronvermelding

• Willem die Maedock maakte, ‘Van den Vos Reynaerde’ in: Neemt hier exempel an, Het Spectrum, Utrecht, 1975, 144 blz.


Extra opdracht bij boekverslag.

Ik heb gekozen voor opdracht 3. Je moet daar een persoon uit het boek omschrijven door middel van een aantal persoonlijkheidskenmerken. Je moet dan een cijfer tussen de één en de tien geven om een korte karakterschets te schrijven. Als persoon nemen we Reynaert, omdat toch de persoon is die het meest voor komt in het verhaal, en waar je dus het meest van af weet.
Als eerste kijken we naar het kenmerk: ‘werkt hard’. Dit is bij Reynaert absoluut niet van toepassing. Al het voedsel en dergelijke wat hij heeft, heeft hij te pakken gekregen door te stelen. Bijvoorbeeld al de kuikentjes die hij heeft opgegeten. En ook Coppe zelf. Nou moet hij daar natuurlijk ook moeite voor doen, dus we geven hem een 4.
Eerlijk is de vos natuurlijk al helemaal niet. Iedereen wie hij voor de gek kan houden, houdt hij voor de gek. Als hij er zelf maar zonder kleerscheuren vanaf komt. Dat zie je als hij zelfs zijn eigen vader en neef verraadt, om zelf uit de problemen te komen. Op dit punt verdient Reynaert dus niet eens een 4. Voor eerlijkheid scoort hij niet hoger dan een één.
Zelfverzekerd is de Vos zeker wel. Hij gaat er telkens vanuit dat het allemaal wel goed komt, door zijn eigen ‘slimme’ listen. Voor zijn zelfzekerheid krijgt hij een 9.
Tactisch is de Vos wél en niet. Hij is wel tactisch in het afhandelen van problemen. Voor elke dat hij in de problemen zit, verzint hij wel een oplossing of list waar een ander wel weer intrapt. Aan de andere kant, op het sociale vlak, is de Vos dus weer niet tactisch. Vrienden maak je zo natuurlijk niet. Zijn sluwe tactische kant heeft in het verhaal de overhand. Hij houdt iedereen voor de gek, en daarmee maak je natuurlijk geen vrienden. Maar we moeten kijken naar wat hij wel is, en niet naar wat hij niet is, dus we geven hem een 7.
Het gevoel voor humor van Reynaert is een beetje dubbel. Het is meer een stukje sarcasme wat hij in zich heeft. De situaties erom heen, maakt iets vaak wel grappig. Neem Bruun de beer. Hij was zo gulzig dat hij gelijk die boom in dook voor de honing. Zo ontstaat een grappige situatie. Hij is echter niet zo grappig omdat Reynaert die list heeft bedacht, maar omdat Bruun zich door zijn eigen gulzigheid in de nesten heeft gewerkt. Verder komen er niet heel veel dialogen in het boek voor, waardoor je Reynaert’s gevoel ook niet echt zou kunnen merken. We geven hem een 6 voor zijn gevoel voor humor, al is het wel een stuk sarcasme.
Creatief is de vos zeker. Met al zijn streken moet je natuurlijk ook wel een beetje creatief zijn, wil je elke keer er weer iemand in laten lopen. Met Bruun was het een heel andere soort list dat hoe Belijn aan het einde in de maling wordt genomen. Dat is iets wat het boek heel erg leuk maakt. Elke keer neemt hij weer iemand in de maling, waarvan je zou zeggen dat het op ten duur toch saai zou moeten worden. Maar elke keer op een andere manier, waardoor het niet saai is. Voor zijn creativiteit verdient hij dus wel een 9.
Ook op het zelfstandig vlak verdient de vos zeker een 8. Hij is van niemand afhankelijk. Wanneer alle bewoners van de streek iets te klagen hebben, gaan ze direct naar de koning. Dat recht hebben ze, en daar maken ze gebruik van. Reynaert niet. Die vraagt niet om voedsel wanneer hij honger heeft, hij steelt het wel. En zo is eigenlijk heel zijn leven. Zonder zijn vrouw en kinderen zou hij ook gerust kunnen leven. Hij zorgt wel goed voor ze, maar hij is niet afhankelijk van hen.
Het verantwoordelijkheidsgevoel bij de vos is niet zo sterkt aanwezig. Hij steelt alles immers maar, wat ook voor zijn vrouw en kinderen nare gevolgen zou kunnen hebben. Op een gegeven moment gaat hij ook op pelgrimsreis, zegt hij, en hij gaat dan ook gewoon heel gemakkelijk weg. Op zich is alleen het feit dat hij overal maar steelt en moord al genoeg om te zeggen dat zijn verantwoordelijkheidsgevoel niet echt aanwezig is. Hij zou dan immers ook het beste willen voor zijn naaste. En dat zie je nu niet echt terug. We geven hem een 3.
Origineel is de vos dus ook. Eigenlijk om een beetje dezelfde reden als bij het creatief zijn. Elke keer verzint hij weer een andere list. Natuurlijk is dat uit eigenbelang. Want zijn ‘slachtoffers’ zouden als hij elke keer hetzelfde zou doen er natuurlijk ook niet meer intrappen. Dit maakt het boek een beetje variërend. Ook voor zijn originaliteit krijgt hij een 9.
Sociaal is de vos dus niet zo. Hoewel, als je sommige stukken in het verhaal leest, zou je aan die bewering gaan twijfelen. Hij kan namelijk heel sociaal overkomen. Als je kijkt aan het eind van het verhaal, wanneer hij de kop van Cuwaert in een zak meegeeft aan Belijn. Hij zegt dan dat Belijn tegen de koning moet zeggen dat hij geholpen heeft, en dat hij dan alle eer zou krijgen. Hij lijkt dan heel sociaal, maar als Belijn, en de koning, er dan achterkomen wat er werkelijk aan de hand is, is dat gevoel opeens weg. De enige persoon waar hij het hele verhaal door wel aardig tegen is, is zijn neef, Grimbaert. Die zal Reynaert dus waarschijnlijk heel anders zien dan de rest van de bewoners van het gebied. Voor het sociaal zijn komt Reynaert niet boven de 4.
Reynaert is een persoon die niet zo sympathiek over zou komen als alles in andere situaties was gebeurd. Daardoor krijg je ook een sympathie voor hem. Hij wijst iedereen met bepaalde verkeerde eigenschappen op zijn neus. Hij doet dat op een manier die natuurlijk niet eerlijk is, maar in dit geval vaak wel lachwekkend. Dat komt natuurlijk ook omdat alles maar een fantasie wereld is waar het in geschreven is. Ging zoiets alleen over mensen, zou je er waarschijnlijk al heel anders tegenaan hebben gekeken.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

H.

H.

HOI, WETEN JULLIE VOOR MIJ MISSCHIEN OOK WAT VOOR SOORT GEDICHT DIT IS?
een dierdicht, een fabel, een ridderroman of een sproke?
Bedankt en suc6!

2 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast