Van den vos Reynaerde - Willem die Madocke maecte

 

Bibliografische gegevens

Originele werk

Titel: Van den vos Reynaerde

Taal: Middelnederlands

Jaar van uitgave: 13e eeuw

Auteur: Willem die Madocke Maecte

Pagina’s: ruim 3400 versregels

Genre: satire op de standenmaatschappij

Gebruikte werk

Titel: Reinaert de vos

Taal: de Middelnederlandse taal en de Nederlandse vertaling

Jaar van uitgave: 1999

Uitgeverij: Amsterdam University Press, Amsterdam

Auteur: Hubert Slings

Pagina’s: 104

Titelverklaring

De verklaring van de titel kan ook inzicht geven in de motieven van het verhaal, maar in het geval van dit boek is het lastig. Doordat dit verhaal meer dan zevenhonderd jaar oud is en er dus geen interviews met de schrijver en dergelijke beschikbaar zijn kunnen wij de reden achter deze specifieke titel alleen aan speculatie over laten. Met de simpele titel als “Reinaert de vos” zal er weinig speculatie over mogelijk zijn, waarschijnlijk is de meest voor de hand liggende reden ook de enige ware reden achter de titel, namelijk dat dit boek gaat over Reinaert, de sluwe vos die iedereen misleidt. De benoeming van het hoofdpersonage is de verklaring achter de titel.

Verteltijd

Het verhaal over Reinaert de vos is geschreven in de 13e eeuw, dit is hetzelfde tijdperk als waarin dit verhaal zich afspeelt, omdat deze dierenepos een satire was op de standenmaatschappij, het verhaal wordt op een chronologische volgorde verteld en zal zich ongeveer in een week hebben afgespeeld. Vanaf het begin van de hofdag tot een paar nachten en dagen daarna als Reinaert met zijn vrouw gevlucht is voor de koning.

Personages

In de samenstelling van Hubert Slings wordt het verhaal van Reinaert de vos vertaald weergegeven en daarnaast worden kanttekeningen gegeven. Aan de hand van het verhaal zelf, die kanttekeningen en de ontwikkeling van personages in het verhaal worden hieronder de belangrijkste karakters weergegeven.

 

Reinaert de vos: Reinaert is de hoofdpersoon in het verhaal, Reinaert is een sluwe, zelfverzekerde en gewetenloze, maar vindingrijke vos. Ondanks zijn toch wel onaangename eigenschappen en karakter ontvangt hij sympathie en waardering van de lezer. Reinaert maakt gebruik/misbruik van de ondeugden van zijn tegenspelers: door in te spelen op hebzucht voor voedsel (Bruun de beer, Tibeert de kater), naar status (Belijn de ram) en naar geld (Nobel de leeuw).

 

Bruun de beer: Bruun is de beer die Reinaert als eerste voor het gerecht moet proberen te dagen. Alleen de beer wordt door zijn zwakte en hebzucht voor voedsel ‘Een vreemde, onbekende spijs’ (Reinaert de vos, vers 558) in de val gelokt, raakt hierdoor ernstig gewond en faalt zijn opdracht. Reinaert heeft zijn ondeugd tegen hem gekeerd. Bruun is niet slim, maar wel erg sterk en trouw aan de koning.

 

Isengrijn de wolf: Isengrijn de wolf dient ontelbaar veel klachten in tegen Reinaert. De vos zou zijn vrouw verkracht hebben, zijn kinderen mishandelt en de spot met hem hebben gedreven. Isengrijn is schijnheilig en een van de grootste rivalen van Reinaert. Hij zoekt elke mogelijkheid voor wraak tegen het leed dat hem aangedaan is.

 

Grimbeert de Das: Grimbeert is de neef van Reinaert, hij wordt voorgesteld als ‘Reinaerts broeders zoon’ (Slings, Reinaert de vos, 1999 (Blz. 17)) De das is de enige die voor Reinaert opkomt. Dit betekent niet dat Grimbeert het eens is met wat de vos doet, maar ze zijn familie, en in de feodale samenleving die aanwezig is in het verhaal is familie heel belangrijk.

 

Koning Nobel de Leeuw: Nobel is een zwak en karakterloos personage, hij is alleen uit op het redden en verhogen van zijn aanzien na de mislukte hofdag. Hij maakt de ene na de andere fout en laat de hofdag vol drama’s alleen maar meer mislukken. Ook hij wordt misleid door Reinaert en door zijn hebzucht naar geld.

 

Tibeert de Kater: Tibeert is de kater die na Bruun als tweede gezant Reinaert voor het gerecht moet proberen te dagen. Net zoals Bruun de beer wordt Tibeert door zijn vraatzuchtigheid (voor muizen) in de val gelokt. Ook hij wordt flink toegetakeld en slaagt er niet in Reinaert voor het hof te krijgen. Tibeert is het tegenovergestelde van Bruun, namelijk niet sterk, maar wel slim.

 

Belijn de Ram: Belijn gaat met Reinaert mee als hij zogenaamd op bedevaart is. Belijn is ook degene die de tas met het hoofd van de haas, Cuwaert, naar de koning moet brengen. Zonder te weten wat er in de tas zit moet hij meedelen dat hij heeft geholpen bij de samenstelling van de inhoud, zodat hij extra lof zal krijgen. Bij het zien van de inhoud door koning Nobel worden Reinaert en Belijn beiden vogelvrij verklaard. Belijn wordt in de val gelokt door zijn hebzucht naar status.

Korte inhoud / samenvatting Van den vos Reynaerde

Op Pinksterdag laat koning Nobel (de leeuw) zijn hofdag bijeenroepen. Iedereen komt, behalve Reinaert: hij heeft te veel misdaan. Iedereen heeft zich over hem te beklagen, met uitzondering van Grimbeert, de das. Isengrijn, de wolf, vertelt dat zijn vrouw Hersint is verkracht, dat zijn kinderen zijn mishandeld en dat twee ervan blind zijn gemaakt. Het hondje Cortois klaagt in het Frans: Reinaert heeft hem een worst ontstolen. Tibeert, de kater, zegt dat deze klacht verjaard is en dat Cortois de worst van hem gestolen had. Pancer, de bever, vertelt dat Reinaert aan Cuwaert, de haas, het credo zou leren en dat hij hem kapelaan zou maken. Als Pancer niet tussenbeide was gekomen, had Reinaert de haas de kop afgebeten. Grimbeert pleit voor z'n oom. Reinaert heeft veel te klagen over Isengrijn, die hem bedrogen heeft en die Reinaerts vrouw, Hermeline, slecht heeft behandeld. Sinds de koningsvrede is Reinaert kluizenaar en vegetariër. Hij leeft voor de liefdadigheid en doet aan zelfkastijding.

Dan wordt de dode kip Coppe op een baar aangedragen. De haan Cantecleer beschuldigt Reinaert van moord op z'n dochter; elf van Cantecleers kinderen zijn het slachtoffer geworden van Reinaerts vraatzucht. De koning stelt voor eerst Coppe te begraven en daarna Reinaert te dagen. De middeleeuwse rechtspraak eiste dat iemand driemaal zou worden ingedaagd; verscheen hij dan nog niet voor het gerecht, dan werd hij vogelvrijverklaard. Reinaert wordt achtereenvolgens ingedaagd door Bruun (de beer), Tibeert en Grimbeert. Als Bruun aan Reinaerts slot Maupertuus komt, zegt Reinaert ziek te zijn geworden van de honing. Op Bruuns uitdrukkelijke verzoek begeven ze zich naar de vindplaats: de tuin van Lamfroit, de timmerman. De honing bevindt zich in de spleet van een eik die opengehouden wordt door twee wiggen. Bruun steekt de kop en voorpoten in de spleet, Reinaert trekt de wiggen weg en Bruun zit gevangen. Reinaert beschimpt hem en vertrekt. Lamfroit roept de hulp in van z'n dorpsgenoten en Bruun krijgt een flinke aframmeling. Hij rukt zich los, springt in de rivier en komt uitgeput aan de oever. Reinaert bespot hem en in ellendige toestand komt hij aan het hof. Tibeert zal het nu proberen. Reinaert biedt hem muizen aan, die in de schuur van de pastoor zijn. Tibeert raakt in een strik en begint te schreeuwen. Hij wordt afgeranseld en verliest een oog; de pastoor weet hij echter een ernstige verwonding toe te brengen. Grimbeert biedt aan om voor de derde en laatste maal Reinaert in te dagen. Reinaert gaat inderdaad met hem mee en biecht hem z'n zonden. Grimbeert geeft hem veertig stokslagen en de vos belooft beterschap. Aan het hof wordt Reinaert aangeklaagd en veroordeeld tot de galg. Bruun, Isengrijn en Tibeert worden belast met de executie en gaan de galg oprichten. Intussen legt Reinaert een openbare biecht af, opdat andere na zijn dood niet van zijn misdaden zullen worden beschuldigd. Deze biecht draait uit op een beschuldiging van Tibeert, Grimbeert en Isengrijn, die het plan hadden de koning te vermoorden en Bruun koning te maken. Dit was mogelijk door een schat, die in het bezit was van Reinaerts vader. Doordat Reinaert de schat gestolen heeft, is de aanslag echter mislukt. De koning wil de schat hebben en is bereid de vos het leven te schenken. Reinaert vertelt dat de schat zich bij de Kriekeput bevindt. Hij kan de koning daarheen echter niet begeleiden, omdat hij al drie jaar in de ban is; hij zal een boetetocht ondernemen naar Rome en Palestina. Isengrijn en Bruun worden gevangengenomen en een deel van Bruuns huid dient Reinaert tot pelgrimstas. De volgende dag vertrekt de vos, vergezeld door Cuwaert en de hofkapelaan Belijn, de ram. Ze komen te Maupertuus en Cuwaert gaat mee naar binnen. Reinaert bijt hem dood en stopt z'n kop in de pelgrimstas. Belijn mag deze 'brief' aan de koning brengen en zeggen dat hij geholpen heeft hem te schrijven. Reinaert verhuist met z'n gezin naar de wildernis. Als de koning merkt dat de brief in werkelijkheid de kop van de haas is, is hij zeer vertoornd. Firapeel, het luipaard, gaat de onschuldige gevangenen, nl. Bruun en Isengrijn, bevrijden en zij verzoenen zich weer met de koning. Het is nu duidelijk dat Reinaert allen weer grandioos heeft beetgenomen.

 

Perspectief / stijl

Van den vos Reynaerde is een Middeleeuws verhaal. Bijna alle verhalen in de Middeleeuwen zijn geschreven op rijm, oftewel in versvorm. Ze waren bedoeld om naar te luisteren en om over te dragen. Ook de taal die in die tijd werd gesproken verschilt nogal wat van het Nederlands dat wij spreken. Het Middelnederlands, zoals het genoemd wordt, klinkt soms wat bekend in de oren maar veel andere woorden zijn niet zo gemakkelijk te herkennen.  Het lijkt in sommige gevallen op het Frans, Duits of Engels.

 

De opbouw en schrijfstijl van het originele verhaal uit de 13e eeuw: Het is vooral de manier waarop Willem vertelt, die zijn verhaal zo sterk maakt. Willem houdt het tempo strak. Zijn taal is helder, ritmisch en muzikaal, zijn verzen vlot en dartel. Ze vervelen niet. Zelfs als hij een stoplap gebruikt om een rijm te forceren, (iets waaraan hij zich in vergelijking met zijn tijdgenoten bijzonder weinig bezondigt) klinkt dat niet geforceerd. Zijn woordkeus is subtiel en humoristisch. Hij trekt alle taalregisters open. Het moet een plezier zijn geweest dit verhaal te horen voordragen door één van die beroepsvertellers, die naar Middeleeuwse gewoonte de tekst hadden gememoriseerd, om er dan mee van kasteel naar kasteel te trekken.

 

De opbouw en schrijfstijl van de samenstelling uit 1999: Dit boek telt tien hoofdstukken. De oneven hoofdstukken bevatten steeds een volgend gedeelte van het verhaal over Reinaert de vos, vergezeld van begeleidend commentaar. Omdat het Middelnederlandse verhaal met zijn ruim 3400 versregels de beperkte mogelijkheden van dit schoolboekje ruim overschrijdt, zijn bepaalde stukken weggelaten en in plaats daarvan samengevat. Circa 1400 verzen zijn in tekst en vertaling afgedrukt. Met behulp van verbindende en samenvattende teksten is de verhaallijn toch zoveel als mogelijk intact gelaten. In de even hoofdstukken wordt nader ingegaan op enkele achtergronden van het verhaal.

De opbouw en schrijfstijl van de samenstelling uit 1999: Dit boek telt tien hoofdstukken. De oneven hoofdstukken bevatten steeds een volgend gedeelte van het verhaal over Reinaert de vos, vergezeld van begeleidend commentaar. Omdat het Middelnederlandse verhaal met zijn ruim 3400 versregels de beperkte mogelijkheden van dit schoolboekje ruim overschrijdt, zijn bepaalde stukken weggelaten en in plaats daarvan samengevat. Circa 1400 verzen zijn in tekst en vertaling afgedrukt. Met behulp van verbindende en samenvattende teksten is de verhaallijn toch zoveel als mogelijk intact gelaten. In de even hoofdstukken wordt nader ingegaan op enkele achtergronden van het verhaal.

De schrijfstijl van dit boek is eenvoudig, objectief en redelijk informeel.

 

Thema / motieven

Verhalen, waarin dieren sprekend opgevoerd worden, hebben wel altijd bestaan. Ze dagtekenen van toen er mensen waren, die de dieren begonnen te observeren, want uit observatie van de dierenwereld door het mensenoog en door de mensengeest zijn de dierenverhalen geboren. Bij alle volkeren en in alle literaturen vinden we ze vertegenwoordigd. (…) Een overzicht daarvan biedt ook de West-Europese literatuur in de Middeleeuwen, waarin dat genre een weelderige bloei heeft gekend. Daar is vooreerst de fabel met sterk didactische inslag: bespiegelende geesten gebruikten ze om uit de handel en wandel der daarin optredende dieren passende zedelesjes af te leiden. Daarnaast leeft het sprookje, dat, hoezeer ook wegens het verhaaltje met de fabel verwant, toch meer vrucht van de verbeelding dan van de bespiegeling is. De dieren worden er als handelende personen met menselijke trekken in uitgebeeld en de dichter beleeft zijn genoegen aan het verhaal zelf zonder dat hij zich gedrongen voelt het met didactische trekken te doorweven. Hoger dan fabel en sprookje staat het dierenepos, dat uitsluitend eigen is aan de West-Europese literatuur der Middeleeuwen. De naam ‘dierenepos’ danken we aan Grimm, die het eerst een uitvoerige studie maakte van het genre. Door het kiezen van deze benaming wenste de Duitse geleerde blijkbaar de uitvoerige verhalende gedichten, waarin dieren als hoofdpersonages fungeren, te plaatsen naast de ernstige ridderromans, ja de eerste zelfs als een soort van heroïcomische tegenhanger van de laatste te beschouwen.

 

Er is in dit boek sprake van satirische verwijzingen naar de standenmaatschappij. De adel en de geestelijkheid worden stevig aangepakt. Maar ook de derde stand wordt bespot. De pastoor, die, tegen de kerkelijke regel van het celibaat in, getrouwd blijkt te zijn (en nog wel met een vrouw met een naam die iets al ‘Jouw lok ik” zal betekenen), gaat hier zijn boekje ver te buiten. Ten eerste bekommert hij zich alleen maar om zijn eigen vrouw en niet om vier andere vrouwen die in het water terecht zijn gekomen. Bovendien belooft hij degene die Julocke zal redden jaar en dag straffeloos zondigen; Willem heeft kennelijk geen hoge pet op van de wijze waarop de lagere geestelijkheid omspringt met de aflaat.

“Nu toe, die haar helpen mag! Ik geve hem jaar ende dag vol pardoen ende aflaat van are zonderlijker daad.” (Versregel 1266-1268)

(Slings, Reinaert de vos, 1999)

 

Conclusie

Reinaert de vos, een boek met als thema het bespotten van de standenmaatschappij. De satire op de geestelijkheid, de adel en op de derde stand zijn duidelijk aanwezig. De vos was in de middeleeuwen een niet graag gezien dier. Hij gold als een roofdier, dat veel schade kon aanrichten. Als kippendief kon hij op het platteland honger en zelfs voedseltekort betekenen. De auteur staat bijzonder onsympathiek tegenover Reynaert. Zo beweert hij dat Hi hadde te hove so vele mesdaen, dat hire niet dorste gaan. Die hem beschuldich kent, ontsiet! (Hij had zoveel misdaan jegens het Hof, dat hij er niet naartoe durfde te gaan. Wie zich schuldig weet ontziet het zich.) Bovendien noemt de auteur Reynaert den fellen metten grijsen baerde (een felle kerel met een grijze baard). Fel had in de middeleeuwen een tegenovergestelde betekenis van hoofs. Het is een zeer negatief geladen woord, dat wordt gelinkt aan andere woorden in de tekst (dorper, scalc, ...). Al deze aantijgingen zijn ironisch gebruikt, want een van de conventies van de middeleeuwse roman was dat het hoofdpersonage lovend werd omschreven, met verwijzingen naar vroegere heldendaden als in het oog springende kwaliteiten. Hier doet de auteur dit ook, maar met het tegenovergestelde effect. De vos was tevens een drager van hondsdolheid en werd gezien als de verpersoonlijking van de duivel. Hij hield zich voor dood, zodat het lijkt alsof hij een lijk is. Daardoor kwamen vogels op hem af en als ze zeer dichtbij waren at hij ze op. Kortom, de vos was een doortrapt, boosaardig, onheilspellend dier.

 

Dit verhaal heeft een behoorlijke invloed gehad op de hedendaagse samenleving, het is een van de weinige verhalen in de Nederlandse literatuur die buitenlandse literatuur beïnvloed heeft. Het Reynaert-verhaal is een van de weinige stukken in de Nederlandse literatuur die buitenlandse literatuur beïnvloed heeft. Geoffrey Chaucer gebruikte materiaal van het bekende Vlaamse verhaal in zijn Canterbury Tales, met name het verhaal van Cantecleer de Haan en Reynaert. In 1485 vertaalde William Caxton het hele verhaal naar The Historie of Reynart the Foxe. Tybalt uit William Shakespeare’s Romeo en Julia is genoemd naar Tybeert de Kater. Goethe schreef ook over de geslepen vos in zijn fabel Reineke Fuchs. Het werk werd rond 1200 ook vertaald naar het Latijn, onder de titel "Reynardus Vulpes" door Balduinus Iuvenis. Op zijn beurt heeft Dr. R.B.C. Huygens deze Latijnse vertaling terugvertaald naar het Nederlands (1967).

 

In conclusie, het zevenhonderd jaar oude verhaal heeft op verscheidene manieren indirect (door de dieren; antropomorfisme) kritiek gegeven op de standenmaatschappij. Daarnaast heeft het veel recentere werken en verhalen beïnvloed. Door personages over te nemen en het beeld van de sluwe vos te gebruiken geldt dit Nederlandse verhaal in zekere zin tot de wereldliteratuur.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.