Opwaaiende zomerjurken door Oek de Jong

Beoordeling 7.6
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • Klas onbekend | 2641 woorden
  • 15 augustus 2006
  • 6 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.6
  • 6 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1979
Pagina's
286
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
3 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Opwaaiende zomerjurken
Shadow
In Opwaaiende zomerjurken wordt in drie episoden de groei naar volwassenheid van Edo Mesch beschreven. Het kind met zijn moeder, in de eeuwigdurende zomer op het platteland van de jaren vijftig. De puber, op een van de Zeeuwse eilanden, in een wurgende driehoek met een tante en een oom, zich vastklampend aan het beeld van een filosofisch systeem dat de werel…
In Opwaaiende zomerjurken wordt in drie episoden de groei naar volwassenheid van Edo Mesch beschreven. Het kind met zijn moeder, in de eeuwigdurende zomer op het plattela…
In Opwaaiende zomerjurken wordt in drie episoden de groei naar volwassenheid van Edo Mesch beschreven. Het kind met zijn moeder, in de eeuwigdurende zomer op het platteland van de jaren vijftig. De puber, op een van de Zeeuwse eilanden, in een wurgende driehoek met een tante en een oom, zich vastklampend aan het beeld van een filosofisch systeem dat de wereld doorgrondelijke met maken. De adolescent in een web van erotische verhoudingen, in Rome en Amsterdam en op het water van de Friese meren. 
Opwaaiende zomerjurken door Oek de Jong
Shadow
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Literatuuropdracht 2: Opwaaiende zomerjurken, Oek de Jong

A auteur en werk
Oek (Oebele Klaas Anne) de Jong werd op 4 oktober 1952 te Breda geboren en bracht zijn eerste zeven levensjaren door in Dokkum. Toen hij zeven jaar was, verhuisde het gezin naar Goes. Daar ging hij naar de lagere school en werd daar al heel jong een briljante leerling op het gymnasium in Goes. Tijdens zijn gymnasiumtijd schreef hij al met enige regelmaat verhalen en op zijn negentiende besloot hij schrijver te worden. Zijn vader toonde al vroeg een grote belangstelling voor zijn zoons talenten. Oek gaat als achttienjarige kunstgeschiedenis en filosofie studeren aan de Vrije Universiteit, maar na zijn kandidaatsexamen stapt hij over naar de Stedelijke Universiteit van Amsterdam. Het verliezen van vele sociale contacten uit zijn eerste studiejaren beleeft hij als een duidelijke bevrijding. Hij wijdt zich nu geheel aan het schrijversvak. Oek groeide op in een calvinistisch milieu, hetgeen hem , naar eigen zeggen, beïnvloed heeft in zijn zoeken naar een alomvattend, rationeel systeem. In mei 1975 werd voor het eerst een van zijn verhalen gepubliceerd, het tijdschrift Hollands Maandblad accepteerde De onbeweeglijke Tze en het jaar daarna volgden nog twee verhalen in hetzelfde blad. Met deze verhalen won hij in 1976 meteen de Reina Prinsen Geerligprijs voor ongepubliceerd talent. Oek de Jong debuteerde in 1977 met de verhalenbundel De Hemelvaart van Massimo, dat in de pers onmiddellijk werd herkend als een belofte. Twee jaar later publiceerde hij de roman Opwaaiende zomerjurken, een ontwikkelingsroman in drie delen. Sindsdien, nog voor zijn dertigste, mag hij zich de schrijver noemen van een onbetwistbare klassieker van de naoorlogse literatuur. Voor Opwaaiende zomerjurken ontving Oek de Jong in 1980 de F. Bordewijkprijs. Het duurde tot 1985 voor de opvolger Cirkel in het gras verscheen en ook deze roman werd door de recensenten met zeer veel enthousiasme ontvangen. Vrij algemeen klonk in beide gevallen in de besprekingen de mening door dat De Jong een indrukwekkend en rijk boek had geschreven, zowel wat betreft de thematiek als wat betreft de meer ambachtelijke kanten van het schrijverschap (stijl, structuur, enz.). Dan na acht jaar, 1993, verschijnt De Inktvis. De Jong heeft altijd al belangstelling getoond voor levensbeschouwelijke vragen, met een hang naar het mystieke, en hij heeft daar in die jaren kennelijk een doorbraak in beleefd. In 1997 verscheen Een man die in de toekomst springt, een verzameling essays en reisverhalen waarvoor hij de Busken Huetprijs kreeg. Oek de Jong was redacteur van het literair tijdschrift Revisor en doceerde aan de universiteiten van Leiden en Berlijn. Zijn werk is in verschillende landen vertaald. Nu, na bijna tien jaar, is er de derde roman van Oek de Jong, Hokwerda’s kind, een roman waarin literatuur en mystiek elkaar de hand reiken. Oek schrijft vooral verhalen, romans, novellen en essays.

B personages en plaats/tijd
Edo Mesch: Edo is een zeer intelligente jongen, die communicatieproblemen heeft. Deze worden onder andere veroorzaakt door zijn luie oog, waarvoor hij zich zeer schaamt. Het contact met zijn leeftijdsgenootjes verloopt stroef, waardoor hij erg naar zijn moeder toetrekt. Zij is de enige die hem uit zijn angstaanvallen kan halen, als hij weer bang is om verlaten te worden. Als de wereld hem weer eens te veel wordt, trekt hij zich terug in het labyrint of gebruikt hij zijn schuilnaam Oskar Vanille, die zijn vader hem heeft gegeven. Hij wordt regelrecht verliefd op zijn moeder als hij haar een keer naakt gezien heeft. Dit zogenaamde moedercomplex blijft hij zijn hele leven bezitten. In de puberteit krijgt hij het steeds moeilijker met zijn eigen gedrag en reageert dit op zijn moeder af door zich nog dwarser en irritanter te gedragen. . Hij probeert zijn problemen op te lossen door een systeem op te stellen dat een einde moet maken aan de chaos in zijn hoofd en zijn irrationele gevoelens. Na een tijdje gaat hij een langere relatie aan, die echter stukloopt door zijn bindingsangst. De schaamte over zichzelf heeft ondertussen steeds grotere vormen aangenomen, waardoor hij overgaat tot zelfdestructie. Na nog een aantal omzwervingen komt hij uiteindelijk in zijn absolute dieptepunt in het Friese veengebied aan. Hier vindt een strijd plaats tussen zijn wil en angst tot leven. De wil overwint en dit zal hem waarschijnlijk evenwichtiger en minder egocentrisch maken.

Edo heeft een heel sterke band met zijn Moeder. Toen hij jong was, was zij de enige die zijn angstaanvallen kon bedaren
Mevrouw Koelman is zijn buurvrouw in zijn ouderlijk huis. Zij ‘leunt’ veel op hem; ze zoekt bij hem gezelschap en warmte. Hij raakt onder de indruk van haar en wordt zelfs een beetje verliefd.
De Zoon is de zoon van de buurvrouw en een tijdlang Edo’s grote idool. Hij bewondert hem om zijn afstandelijkheid en schijnbare onverschilligheid.
Edo’s moeder: Een vrouw die altijd hoofdpijn heeft en vaak rookt. Ze staat altijd klaar voor Edo, ook al treitert deze haar voortdurend. Alleen zij kan Edo’s onzekerheid wegnemen en ze moet elke keer als ze ergens heen gaat beloven dat ze terugkomt.
Simone is zijn tante en wordt de nieuwe vrouw in zijn leven. Zij houdt hem op afstand, maar ziet wel veel in hem. Hij weet niet wat hij met deze situatie aanmoet, wat hem heel onzeker maakt. Uiteindelijk wordt het niets door een reeks misverstanden en volgt een afscheid.
Herman is de man van Simone, met wie Edo het niet zo goed kan vinden. Hij ergert zich mateloos aan zijn ooms arrogantie en is in zijn hart erg jaloers op hem.
Nina is zijn vriendin, met wie hij het acht jaar uithoudt. Zij houdt zielsveel veel van hem, maar hij beantwoordt deze liefde niet echt. Op een ‘romantische’ bootreis botst het vaak door Edo’s afstandelijk gedrag. Als Nina erachter komt dat hij een andere vrouw op de bootreis heeft ontmoet, ontstaat er een knallende ruzie, waarna Nina Edo verlaat.

Marta is de vrouw door wie Nina en Edo uit elkaar gaan. Edo bereikt met haar het gevoel van complete overeenstemming, dat elke keer dat zij elkaar zien afneemt. De relatie bloedt eigenlijk een beetje dood.
Mario is een charmante jongeman, die Edo ontmoet heeft in Rome. Zij voelen zich op een speciale manier verbonden door hun idealisering van de eigen moeder. Samen beginnen zij met het schrijven van een ‘encyclopedie van geluk’.

Tijd en Ruimte
Het verhaal speelt zich af in het nabije verleden. Het begint in de jaren vijftig. Deel twee speelt zich zo’n acht tot negen jaar later af, aangezien Edo daar acht tot negen jaar ouder is. In de overgang van deel twee naar deel drie wordt er weer een sprong in de tijd gemaakt van een zelfde periode. Het boek eindigt dan ook zo rond de jaren zeventig, misschien eind jaren zestig misschien.
Het tijdsverloop geeft het verhaal een beetje spannend karakter. De vele flashbacks maken het verhaal wel verwarrend, maar maken het verhaal zeker niet saai.
De verteltijd is 271 bladzijden.
In het leven van de achtjarige Edo speelt de tegenstelling tussen open en besloten ruimten een grote rol. In besloten ruimten (zijn kamer, de omheinde achtertuin, zijn speelgoedlabyrint) voelt hij zich veilig.
In deel twee bevindt Edo zich op het eiland waar de Waaijmans wonen. Hij trekt zich veel terug op zijn kamer, maar vindt ook tijd voor uitstapjes in de omgeving (w.o. het zweefvliegveld).
In het derde deel komt een zeer groot aantal locaties voor, die (met uitzondering van het merengebied bij Erenwolt) meer als speelruimte dan als belangenruimte functioneren. De belangrijkste zijn Egypte, het passagiersschip Espresso Cagliari, Venetie, Milaan, Rome, Amsterdam en Erenwolt (bij het Buitenst Verlaat).

C handelingsverloop/ thema’s / titel
Deel 1 begint op de eerste dag van de zomervakantie. De vader van Edo Mesch vertrekt voor een herhalingsoefening, en zijn broer en zus gaan naar hun tante en oom. Edo blijft alleen thuis met zijn moeder. Hij heeft problemen met omgaan met andere personen, wat hem angstig en beschaamd maakt. Om zijn luie oog te activeren moet hij een pleister over zijn goede oog, waarop hij door zijn omgangsprobleem dan ook heel dwars en agressief op reageert. Als hij van zijn buurvrouw een klep en een zonnebril krijgt, durft hij zich weer in de tuin te vertonen. Als de wereld hem weer eens te veel wordt, trekt hij zich terug in zijn labyrint of gebruikt zijn schuilnaam Oskar Vanille. Hij kijkt erg op tegen de zoon van de buurvrouw, die later debiel blijkt te zijn. Als hij deze jongen weer eens gade slaat vanaf het dak, ervaart hij voor het eerst het gevoel van onbeweeglijkheid (een gevoel van rust en zelfs geluk). Dit gevoel maakt het hem mogelijk zich ook buiten de beslotenheid van zijn ouderlijk huis te wagen. Zo gaat hij op een dag eropuit met zijn moeder, de buurvrouw en haar zoon. Tijdens het fietstochtje ervaart hij een gelukzalig gevoel van lichtheid en luchtigheid, waarin hij bij alles hoort. Dit gevoel wordt veroorzaakt door de opwaaiende zomerjurken van zijn moeder en de buurvrouw, maar blijft niet lang. Een van de laatste dagen van de vakantie heeft hij eindelijk genoeg moed om er alleen op uit te trekken. Op het strand kost het hem grote moeite om zich bij zijn vrienden aan te sluiten. Midden in een gezellige waterstoeipartij gaat hij ervandoor, omdat zijn oude angst hem weer overvalt. Thuis aangekomen blijkt zijn moeder er niet te zijn, waarna hij in paniek naar de buurvrouw vlucht. Die vertelt hem dat zijn moeder haar eigen zoon naar het gesticht brengt en heus wel terugkomt. Dat laatste gelooft Edo niet echt, en hij ‘bombardeert’ haar tot zijn nieuwe moeder.
In Deel 2 is Edo aangekomen in de puberteit. Hij maakt zijn moeder gek met dwars en treiterig gedrag, omdat hij met zichzelf in toenemende mate geen raad weet. Hij neemt zich voor om een ‘allesomvattend systeem’ op te zetten om zijn onrust te bedwingen. In de zomervakantie is hij aan de beurt om bij tante Simone en oom Herman te logeren. Thuis zijn ze opgelucht dat hij gaat.
Met oom Herman wil het vanaf het eerste moment al niet zo klikken, Edo vindt hem veel te zelfingenomen. Voor zijn tante vat hij wel warme gevoelens op, die al gauw omslaan in een hevige verliefdheid. Om zijn onrust te bedaren trekt hij eropuit om het eiland te verkennen, nu eens systematisch dan weer chaotisch. Op een van deze wandelingen ontmoet hij een vage bekende van een vroegere vakantie. Met deze Kramer maakt hij enkele zweefvluchten, die een zeer kalmerende werking op hem hebben. Kramer stelt hem voor om een deel van zijn vrije tijd te gaan kelneren. Dit aanbod aanvaart Edo gretig, omdat er systeem in zit, en hem daardoor kan afleiden van zijn tante. Ondertussen blijkt steeds duidelijker hoe slecht de verhouding tussen Simone en Herman is. Edo ontdekt dat Simone een minnaar heeft, waardoor hij zich meer ontspannen voelt in haar gezelschap. Zodra Simone haar minnaar heeft gedumpt, zoekt ze haar heil bij Edo. Simone houdt hem erg op afstand, waardoor hij gek wordt van onzekerheid. Door misverstanden tussen de twee komt er uiteindelijk niets van een relatie. Op een morgen kan hij er niet meer tegen, vertelt zijn oom over Simones overspeligheid en slaat hem de bril van het hoofd. Even later rent hij naar het strand om Simone te straffen, maar hij laat zich wederom inpalmen door haar. Als ze naakt in zee zwemmen, probeert Edo bij haar binnen te gaan. Hierop duwt zij hem gruwend van zich af en gaat ervandoor, hem verscheurd achterlatend. Bij het huis teruggekeerd verwondt hij zichzelf, pakt zijn koffers en verdwijnt zonder iets van de gebeurtenissen te begrijpen.
Deel drie begint op een cruiseschip dat van Egypte richting Italië vaart. Edo is aan boord samen met zijn vriendin Nina, met wie hij al zes jaar een relatie heeft. Een purser biedt hen een tweepersoonshut aan, maar Edo weigert zeer beslist. Nina is hierdoor erg verontwaardigd, en ook teleurgesteld. Edo wil zich verzoenen met Nina, maar er blijft een koele sfeer hangen tussen de twee. Tijdens een dansavond ontmoet Edo Marta, een alleenstaande moeder met twee kinderen. In gezelschap van elkaar ervaren zij een gevoel van volledige overeenstemming en al gauw ontstaat er erotisch contact. Edo voelt zich hoe langer hoe meer verwijderd van Nina en ontloopt haar zoveel mogelijk. Hij wordt gekweld door herinneringen en zijn schuldgevoelens ten opzichte van Nina. Hij besluit de tweepersoonshut alsnog te huren, maar het blijkt al te laat. Op het station in Milaan barst uiteindelijk de bom; Edo voegt Nina toe dat hij niet meer verder wil in de relatie. Nina verlaat hem zwaar verontwaardigd en wijt de breuk aan zijn omgang met Marta. Edo reist naar Rome om te genieten van de vrijheid en cultuur. Hij wordt echter al snel overvallen door eenzaamheid, waaraan hij probeert te ontsnappen door te schrijven. Tijdens een theatervoorstelling ontmoet hij Mario. Deze heeft ook een innige band met zijn moeder en heeft grootse plannen om een ‘encyclopedie van het geluk’ te gaan schrijven. Niet lang na deze eerste ontmoeting met Mario neemt Edo contact op met Nina, en tijdens dat telefoongesprek realiseert hij zich dat hij haar echt kwijt is. De volgende dag krijgt hij darmkrampen van de schaamte, die verdwijnen nadat hij zijn schaamte heeft uitgeschreeuwd. In de weken na zijn terugkomst in Amsterdam ziet hij alleen Marta sporadisch, maar het gevoel van overeenstemming vervaagt bij elke ontmoeting meer. Hij slijt zijn dagen wederom met bespiegelingen over onder andere de tegenstelling tussen verstand en gevoel. Een dag heeft hij afgesproken met zijn moeder, voor een soort emotioneel afscheid en afrekening. Bij Marta voelt hij zich die avond niet op zijn gemak, waarop hij de straat opvlucht. Hij gaat op zoek naar de wortels van zijn geestelijke ontwikkeling. Tijdens een roekeloze zeiltocht valt hij in het water, waar hij zich in eerste instantie in wil verdrinken. Tenslotte wint zijn levenswil het toch van zijn angst voor het leven.

Thema en motieven
De hoofdpersoon, Edo Mesch, is een eenzelvige jongen die om zijn emoties de baas te blijven de wereld in een systeem tracht te vangen; zijn streven naar onbeweeglijkheid leidt tot zelfkwellingen waaraan hij bijna ten onder gaat.
Enkele motieven die ik in het verhaal aanwezig zijn:
- Orde - Chaos
- Onrust- Rust
- Schaamte
- Zelfdestructie

Titelverklaring
De titel van het boek, Opwaaiende zomerjurken, verwoordt het streven van de hoofdpersoon naar een volmaakt evenwicht. Wanneer hij achter op de fiets van zijn moeder haar jurk om zijn benen voelt fladderen, vervult dit hem met een gelukzalig gevoel. Het lijkt alsof hij vliegt en voor het eerst heeft hij het gevoel dat hij midden in het leven kan staan zonder daar psychisch en emotioneel van in de war te raken.
Het boek is in drie delen opgedeeld, die alledrie een titel hebben. Deel een, Oskar Vanille, slaat op de fantasiewereld waarin hij zich in zijn jeugd veilig voelde, waarin hij in staat was zijn eigen ideaalbeeld te zijn. Deel twee is getiteld "het systeem". Om zijn gedachten te ordenen en antwoord te vinden op de vraag wie hij is wil Edo een symmetrisch, geordend systeem construeren. Deel drie, Scherm der reflexie, staat symbool voor de 'schermen' die Edo tussen zichzelf en de buitenwereld heeft geconstrueerd, waarmee hij zijn gevoelens afsluit voor de omgeving. Als schrijver kan hij zijn eigen leven beschrijven vanaf een denkbeeldige afstand. Het schrijven kan gezien worden als een verwerkingsproces.

Evaluatie
Ik vond het niet zo een interessant boek. Er werd teveel in details beschreven waardoor het saai is om te lezen. Het verhaal is wel mooi. Maar soms moeilijk te volgen. Het boek is ook moeilijk te lezen door de steeds wisselende standpunten van de lezer tot de hoofdpersoon, waardoor je steeds moet 'overschakelen'; de ene keer ben je de persoon zelf, de andere keer wordt alleen maar verteld wat er met hem gebeurt . Ook was het in langere dialogen soms onduidelijk wie wat zei, doordat dit niet aangegeven wordt.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Opwaaiende zomerjurken door Oek de Jong"