Oorlog zonder vrienden door Evert Hartman

Beoordeling 7.5
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 3e klas vwo | 7689 woorden
  • 13 augustus 2006
  • 273 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.5
  • 273 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1979
Pagina's
252
Geschikt voor
onderbouw
Punten
1 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Oorlog zonder vrienden
Shadow

Dit is een ongewoon boek over de Tweede Wereldoorlog. De hoofdpersoon, de 14-jarige Arnold, is geen verzetsheld. Hij is zelfs niet tegen de Duitsers! Arnolds vader is ervan overtuigd dat hij volk en vaderland het beste dient door het nieuwe bewind te steunen. Hij is dus lid van de NSB en Arnold van de Jeugdstorm. Arnolds klasgenoten vinden dat niet zo vanzelfsprekend.…

Dit is een ongewoon boek over de Tweede Wereldoorlog. De hoofdpersoon, de 14-jarige Arnold, is geen verzetsheld. Hij is zelfs niet tegen de Duitsers! Arnolds vader is ervan overtui…

Dit is een ongewoon boek over de Tweede Wereldoorlog. De hoofdpersoon, de 14-jarige Arnold, is geen verzetsheld. Hij is zelfs niet tegen de Duitsers! Arnolds vader is ervan overtuigd dat hij volk en vaderland het beste dient door het nieuwe bewind te steunen. Hij is dus lid van de NSB en Arnold van de Jeugdstorm. Arnolds klasgenoten vinden dat niet zo vanzelfsprekend. Hij wordt voortdurend gepest en getreiterd, soms afgetuigd. Maar Arnold ziet niet in waarom hij fout zou zijn, want hij gelooft heilig in wat de partij propageert. Hij helpt Duitsers en geeft klasgenoten aan, ook al zit dat laatste hem niet lekker. Zo speelt hij de rol die zijn vader hem voorschrijft. Dan ontdekt Arnold dat het meisje op wie hij verliefd is ondergronds werk doet. En hij besluit tegen alle orders in te zwijgen. Nu komt hij helemaal alleen te staan: thuis kan hij geen open kaart spelen en zijn klasgenoten vertrouwen hem toch niet. Arnold beleeft een moeilijke en angstige tijd - zonder vrienden.

Oorlog zonder vrienden door Evert Hartman
Shadow
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Onderdeel A

De titel van het boek
‘Oorlog zonder vrienden’ is de titel van het boek.

De auteur van het boek
Evert Hartman heeft het boek geschreven.

De uitgever van het boek
Lemniscaat Rotterdam heeft het boek uitgegeven.

Het jaar van uitgave van het boek
Het boek is in 1979 uitgegeven.

De drie zelfbedachte andere titels voor het boek
De volgende drie titels heb ik zelf voor het boek bedacht:
- Landverrader?

De titel ‘Landverrader?’ mét een vraagteken, omdat de hoofdpersoon zo genoemd wordt door zijn klasgenoten en anderen. De hoofdpersoon heeft van zijn vader en van de Jeugdstorm geleerd dat hij als NSB-er het vaderland juist redt. Twee totaal verschillende benoemingen. Maar wat is hij nou..?
- Oorlogsgrens
De titel ‘Oorlogsgrens’, omdat de hoofdpersoon iets wil doen, maar wat hij niet kan omdat iets hem tegen houdt in de oorlog. Hij is namelijk verliefd op een meisje uit zijn klas. Hij wil eens met haar praten en beter met haar kennis leren maken. Maar een zogenaamde ‘grens’ houdt dat tegen, omdat ze van verschillende komaf zijn.
- Deutsche Freund
De titel ‘Deutsche Freund’, omdat de hoofdpersoon in de Tweede Wereldoorlog een NSB-er is. Als NSB-er ben je eigenlijk een vriend van de Duitsers en een vijand van de Nederlanders. De titel Duitse vriend in de Duitse taal, omdat je dan echt de indruk krijgt dat hij bij de Duitsers hoort.

Mijn mening over het boek
Ik vind ‘Oorlog zonder vrienden’ een goed jeugdboek. Toen ik het boek las, leefde ik helemaal met de hoofdpersoon mee en ik kon het boek ook niet wegleggen. Het boek is erg realistisch, want dit verhaal speelt zich af in de Tweede Wereldoorlog. Een boek dat gaat over geschiedenis en andere dingen van vroeger trekt me sowieso altijd wel aan, omdat dit me interesseert. Ook omdat het echt is gebeurd. De opbouw van het boek vond ik erg prettig. Er was een duidelijk begin en de volgorde van het verhaal was verder ook heel logisch. Ook zag je tussendoor de data van de gebeurtenissen boven de tekst staan. Zo kon je je echt inleven in het verhaal, omdat je goed wist hoelang de oorlog bijvoorbeeld al voortduurde. Het eind daarentegen was best onlogisch. Op de laatste bladzijden van het boek willen de ouders van de hoofdpersoon vluchtten naar Duitsland, omdat de Duitsers de oorlog begonnen te verliezen. Het gezin wacht op de trein die hen naar het oosten toe zal brengen. Plotseling krijgt de hoofdpersoon een onweerstaanbare gedachte in zijn hoofd, staat er in het boek. Hij zegt dat hij nog even naar de wc moet en rent weg. Hij verstopt zich en hoort de trein uiteindelijk wegrijden. Hij is dus niet naar Duitsland en zijn ouders en zus misschien wel. Je weet niet waarom hij niet mee gaat, niet of z’n ouders mee zijn, niet wat de hoofdpersoon nou gaat doen, je weet alleen dat de hoofdpersoon blijft. Er is dus een open eind. Opzich vind ik dit ook wel grappig, omdat iedereen het eind nu heel anders kan zien. Ik vind het boek heel origineel. Er zijn best veel boeken over de Tweede Wereldoorlog, maar toch is dit boek heel anders. Dit omdat de hoofdpersoon nu een NSB-er is, wat betekent dat hij eigenlijk een tegenstander van de Nederlanders is. In de meeste oorlogsboeken is dit niet het geval. Dan is de hoofdpersoon meestal een Nederlander die tegen de oorlog is en tegen de Duitsers. Ook is het eind erg onvoorspelbaar, wat het spannender maakt. De schrijfstijl van het boek boeit mij. De zinnen zijn niet heel gemakkelijk, waardoor je je aandacht er bijhoudt. Er zijn soms zelfs zinnetjes in het Duits geschreven, wat erg leuk is voor de verandering. Alles is wel goed te begrijpen. Als ik het boek een cijfer zou moeten geven, geef ik het een 8.

De reden van de keuze van het boek

Er zijn meerdere redenen van de keuze van het boek. De eerste reden is dat ik de titel van het boek zag staan op de achterkanten van boeken die ik al eerder had gelezen. ‘Oorlog zonder vrienden’ stond tussen het rijtje van ‘De Klassiekers van de Nederlandse Jeugdliteratuur’. Dit was achterop de boeken ‘Kruistocht in Spijkerbroek’ en ‘Oorlogswinter’. De tweede reden van mijn keuze is dat ik wist dat het boek over de Tweede Wereldoorlog ging. Ik vind boeken over geschiedenis namelijk altijd wel interessant. De derde keuzereden is dat andere personen dit boek erg aanraadden, namelijk vriendinnen en de lerares.

Een spannend fragment in het boek
Er waren meerdere spannende fragmenten in het boek. De hoofdpersoon maakt veel gevaarlijke dingen mee in de oorlog. Het spannendst vond ik toen de hoofdpersoon een woonboot met gestolen spullen had ontdekt. Hij chanteerde de dieven dat hij het zou verraden in ruil voor tien gulden. De hoofdpersoon krijgt dit ook en wil nog meer geld. Daarentegen wordt hij betrapt door de dieven als hij bij de woonboot is en ze binden hem vast. De dieven gaan dan op weg naar een door de hoofdpersoon vals opgegeven adres. De hoofdpersoon probeert dan de touwen waarmee hij is vastgebonden los te maken en dit lukt hem ook na een tijd. Net als hij de woonboot wil verlaten, komen de boze bedrogen dieven terug. De hoofdpersoon weet maar net te ontsnappen. De tijd hierna is hij bang dat ze hem ooit eens zullen terugpakken en dit gebeurt dan ook. De manier van schrijven, wanneer dit alles gebeurt, is met behulp van tijdvertraging gedaan, wat het erg spannend maakt.

Het thema van het boek
Eenzaamheid in oorlog is het thema van het boek. Het verhaal in het boek speelt zich af in de oorlog en de hoofdpersoon staat er bijna helemaal alleen voor.

De realiteit van het boek
Het boek is erg realistisch, want dit verhaal speelt zich af in de Tweede Wereldoorlog. De hoofdpersoon is een NSB-er en dat bestond in die tijd ook echt. De keuzes die de hoofdpersoon moet maken en de gebeurtenissen die hij mee maakt, dat hebben mensen uit de oorlog in de werkelijkheid ook beleefd. Dit soort dingen zijn echt gebeurd.

Twee zelfgeschreven gedichten over het boek
De volgende twee gedichten hebben te maken met het boek. Ik heb ze zelf geschreven. Er is dus geen vindplaats. De titels zijn ‘Vluchten’ en ‘Verrader?’.

Vluchten

Niet veilig
Niet meer vandaag
Het dringt door, heel traag

Nu is het tijd
Tijd om te gaan
Geen tijd om stil te staan

Snel weg
Weg, nu het nog kan
Waarheen zien we dan

Een zoektocht
Op reis naar vrijheid
Een weg naar blijheid

En dan, eindelijk veilig
Maar voor hoelang?
Mama, ik ben zo bang

Landverrader?

Ben ik een landverrader
Als ik anders denk?
Ben ik een landverrader
Als ik doe wat mij geleerd is?
Ben ik een landverrader
Als ik doe wat mij opgedragen wordt?
Ben ik dan een landverrader
Of een verrader van mezelf?

Onderdeel B

Vragen over de hoofdpersoon, Arnold Westervoort

Beschrijf zo uitgebreid mogelijk het uiterlijk van de hoofdpersoon.
In het boek staat heel weinig over het uiterlijk van de hoofdpersoon. Hij is veertien jaar oud. Hij heeft donkerbruine ogen. Als hij naar de Jeugdstorm gaat, draagt hij een zwart uniform. Meer is niet bekend.

Vind je de hoofdpersoon sympathiek? Leg je antwoord uit.
Ik vind de hoofdpersoon niet zeer sympathiek. Vooral in het begin niet. Hij is een voorstander van de oorlog. Hij is voor de Duitsers en tegen de Nederlanders en de koningin. Ook tegen zijn ouders en zus is hij niet altijd even aardig. Maar later verandert hij en wordt hij sympathieker, omdat hij mensen helpt en ze niet meer verraadt.

Beschrijf een belangrijke beslissing die de hoofdpersoon neemt. Zou jij in zijn situatie hetzelfde gedaan hebben? Leg je antwoord uit.
De hoofdpersoon is een NSB-er en hoort mensen die deelnemen aan het verzet aan te geven bij de Duitsers. Deze mensen worden dan opgepakt en zijn hun leven niet meer zeker. De hoofdpersoon, Arnold, ontdekt dat zijn klasgenoot Marloes ook werk doet voor de ondergrondse. Zij is het meisje waar hij zo smoorverliefd op is en hij weet niet wat hij moet doen. Hij moet haar eigenlijk aangeven, maar dan zouden ze Marloes pakken. Arnold beslist dat hij niks zegt en verraadt Marloes dus niet. In zijn situatie had ik waarschijnlijk wel het zelfde gedaan. Mensen verraad je niet en zeker niet als het je vrienden zijn of in dit geval al je er een oogje op hebt. NSB-er zijn vind ik sowieso al niks, maar in tijden van oorlog heb je soms geen keus. Angst en terreur zorgen er soms voor dat je niet anders kan. Dus ik weet dat niet zeker. Arnold zelf kon er ook weinig aan doen dat hij bij de NSB hoorde, omdat zijn vader het hem eigenlijk verplichtte. Toch hield Arnold zich niet aan de NSB-regel van het verraden. Dat moet je maar durven in een oorlog.

Verandert de hoofdpersoon in het boek? Leg je antwoord uit.
Arnold verandert wel in het boek. In het begin is hij een echte NSB-er. Hij heeft thuis en op de Jeugdstorm geleerd hoe het leven is en wat er van Nederland moet gebeuren. Hij heeft vaak ruzies met klas- en schoolgenoten, omdat deze hem pesten. Arnold snapt niet waarom zij zo’n enorme hekel hebben aan Duitsland en aan de NSB. Verder in het boek wordt hij verliefd op Marloes en zij zit in het verzet. Hij gaat inzien dat het allemaal helemaal niet zo goed is wat Duitsland doet. Hij leest over concentratiekampen en kan die gruwelijke dingen niet geloven. Meer dingen zijn oorzaken voor de verandering van Arnold. Hij is op een dag aan het schaatsen en dat raakt hij in een wak. Zijn schaats komt vast te zitten onder water en Arnold is zijn leven niet meer zeker. Maar dan komen er toevallig twee jongens van zijn school, Freek Wiersema en Alex. Zij weten dat hij NSB-er is, maar ze redden hem toch uit het steenkoude water. Arnold is ze erg dankbaar. Arnold verandert ook, omdat hij nog iemand ontmoet. Namelijk Jeroen Rainders, een jongeman die naast hem ligt in het ziekenhuis. Hij zit ook bij het verzet, maar hij is beschoten en daarom moest hij naar het ziekenhuis. Hier wordt hij in de gaten gehouden door een Duitser, want als hij beter is, wordt hij meegenomen als gevangene. De dokter en de zuster proberen hem in het ziekenhuis te houden. Arnold heeft alles in de gaten, maar verraadt ze niet. Als hij uit het ziekenhuis is, helpt hij Jeroen zelfs te ontsnappen door hem ongemerkt een revolver van zijn vader te geven in een koekjestrommel. Arnold is verandert van verrader naar helper.

Vragen over de bijfiguur, Piet Bergman, een klasgenoot van Arnold die als enige ook NSB-er is

Beschrijf zo uitgebreid mogelijk het uiterlijk van de bijfiguur.
Over het uiterlijk van de bijfiguur, Piet, wordt nauwelijks gesproken. Het enige dat vermeld wordt, is dat hij niet klein gebouwd is. Hij is namelijk een sterke jongen en hij is groter dan 1.70m, want bij die lengte mag hij bij de SS.

Vind je de bijfiguur sympathiek? Leg je antwoord uit.
Ik vind de bijfiguur niet erg sympathiek. Hij is een echte NSB-er en is daar ook erg trots op. Hij verraadt mensen en is zeker geen bangerik. Hij is goed in sport en loopt daar ook mee op te scheppen. Hij wil graag bij de SS, de Schutzstaffel. SS-leden roerden alle vijanden van de nazi’s uit en pleegden massamoorden. Dit is nou niet wat je zegt sympathiek. Hij wou net als zijn vriend Bernard Losser naar Rusland om te vechten voor Duitsland. Hij dwingt Arnold bijna om hetzelfde te doen.

Beschrijf een belangrijke beslissing die de bijfiguur neemt. Zou jij in zijn situatie hetzelfde gedaan hebben? Leg je antwoord uit.
Piet beslist zoals al eerder genoemd dat hij bij de SS wil. Hij wil strijden voor de Duitse leider tegen de Russische vijanden. Dit is erg gevaarlijk en je bent je leven ook zeker niet zeker. Hij kiest er toch voor, want hij wil zijn leven als het moet wel opofferen. Piet sneuvelt dan ook in Rusland. Deze beslissing had ik toen denk ik niet gemaakt. Hij gaf zijn leven voor Duitsland. De vijand van Nederland. Piet, als NSB-er, vond dat Duitsland juist het goede deed. Hij vocht aan hun kant. Dus hij gaf zijn leven eigenlijk voor zijn eigen volk. Als ik nu voor Nederland moest vechten, bijvoorbeeld om Nederland te verdedigen, weet ik niet of ik dat wel doe. Het is erg gevaarlijk, maar toch doe je het voor de veiligheid van je eigen land. Je kan het je niet voorstellen hoe het leven in een oorlog eruit ziet. Dus ik weet het niet zeker.

Verandert de bijfiguur in het boek? Leg je antwoord uit.
De bijfiguur Piet verandert niet. In het hele verhaal houdt hij eer aan de NSB en aan Duitsland. Hij is altijd dapper en moedig geweest om te vechten voor de Duitsers. Hij heeft zich nooit schuldig gevoelt bij verraad of geweld. Zijn korte maar hele leven heeft hij zich gehouden aan de Duitse ideologie.

De drie dagboekfragmenten vanuit de hoofdpersoon

Dagboekfragment 1
Waar in het verhaal: De dag wanneer Arnold met de NSB naar Utrecht gaat waar hun Leider Mussert komt.

Zaterdag, 20 juni 1942

Best dagboek,

Vandaag was mijn vader jarig. Ik heb hem een prachtig vulpotlood gegeven wat me vijf gulden had gekost. Hij was er erg blij mee. Vandaag was het ook eindelijk zo ver. Ik ging met de Jeugdstorm naar Utrecht om onze groter leider Mussert te zien. Mijn vader had mij de toestemming gegeven, nadat ik me weken lang had uitgesloofd. Ik had vele kwarteitjes opgeknapt, boodschappen gedaan en ik was zelfs een paar keer in mijn Jeugdstorm-uniform naar school gegaan. We gingen met de bus en het was heerlijk weer. We zongen uit volle borst en ik was blij dat ik hier met kameraden was. Toen we in Utrecht aankwamen, waren er veel mensen. Ik dacht dat ik in de belangstellende menigte Karel Rot zag, de jongen die bij Martin Jonkers was toen in de woonboot. Maar al gauw bedacht ik me dat het niet kon. Wat moest hij in Utrecht? Na een tijd mochten alle Stormers en Stormsters in rijen naar binnen. Voorop de tamboers en vlaggendragers, daarachter de trompetters en hoornblazers. Daarna de rest. We zongen met z’n allen in het stadion en toen we klaar waren, kregen we een geweldig applaus. Ik voelde me geweldig en moest denken aan wat mijn vader altijd zei. De lotsverbondenheid, de zeldzame kameraadschap en de bevoorrechten die inzagen hoe mooi dit alles was. En toen plotseling was het hele stadion stil. Daar was de Leider. Ik keek naar hem en was een beetje teleurgesteld. Ik had hem veel groter verwacht, net zoals op de foto’s. Maar hij liep veerkrachtig en vastberaden en iedereen juichte. Mussert hield een korte toespraak en na afloop strekten wij geestdriftig onze armen. Toen legde iedereen de eed af. Het was een onvergetelijk moment. Wij zongen weer en Mussert sprak weer toe, dit keer over trouw. Toen gingen we met de bus weer terug. We waren erg uitgelaten en onze kelen waren erg schor. Toen ik thuis kwam zei mijn moeder dat er een brief voor me was. Toen ik de niet ondertekende brief las, voelde ik me niet goed. Dit stond er namelijk in: ‘Jij hebt ons verraden, vuile NSB-er. Dat vergeten wij nooit. En we zullen jou dat smerige verraderswerk betaald zetten’. Ik denk dat de brief van Martin Jonkers en Karel Rot is. Mijn moeder vond het heel erg voor mij en mijn vader was vooral boos. We kwamen erachter dat de brief in Utrecht gepost is. Waarschijnlijk had ik dus wel Karel Rot gezien in de menigte…

Dagboekfragment 2
Waar in het verhaal: De dag wanneer de moeder van Arnold ernstig ziek wordt.

Donderdag, 17 december 1942

Best dagboek,

Vandaag kwam ik blijer dan anders thuis. Ik had namelijk wel een cijfer acht voor wiskunde, wat normaal gesproken niet vaak voorkomt. Toen ik thuis kwam, zag ik mijn moeder ineengedoken op een stoel bij de kachel zitten. Ze zei dat ze het hartstikke koud had, terwijl het bloedheet in de kamer was. Ze moest telkens erg hard hoesten. Ik vulde de kachel nog even voor haar bij en haalde een extra deken op. Toen ging ik aan mijn huiswerk en hoopte dat het beter zou gaan met mijn moeder. Maar na een uur, toen Rita thuis kwam, was moeder nog zieker. Haar wangen waren vuurrood en ze rilde helemaal. Haar ogen schitterden onnatuurlijk. Ze ging met hoge koorts naar bed. Toen vader thuis kwam, vroeg hij waarom er geen eten op tafel stond. We vertelden dat moeder ziek was en vader ging boven een kijkje nemen. Toen moest ik naar de dokter gaan. Na een minuut of tien kwam ik daar aan en ik kreeg een doosje en een recept mee. De dokter zou ‘s avond ook nog even langs komen. Het bleek dat mijn moeder een longontsteking heeft met hoge koorts. Mijn vader had vanavond een hele belangrijke vergadering waar hij graag bij wilde zijn. Het kon erg belangrijk zijn voor zijn sollicitatie voor burgemeester. Maar hij is thuis gebleven, omdat mijn moeder zo ernstig ziek was. Ik hoop echt dat ze snel weer beter wordt, want het ziet er niet best uit…

Dagboekfragment 3
Waar in het verhaal: De dag wanneer Arnold het illegale blaadje ‘Vrij Nederland’ vindt bij de tas van Marloes.

Donderdag, 18 maart 1943

Best dagboek,

Vandaag had ik een proefwerk Nederlands op school en iedereen was rustig bezig met de test. Ik stootte mijn etui per ongeluk op de grond en wilde hem weer oprapen. Op de grond zag ik naast Marloes’ tas een gestencild papier liggen. Ik wilde het terug geven aan Marloes, maar toen zag ik plotseling de opschift ‘Vrij Nederland’. Ik bedacht me dat dit een van de illegale blaadjes is die stiekem worden verspreid in de oorlog. Ik vroeg me af wat Marloes hiermee moest, want het was absoluut zeker dat het uit haar tas is gevallen. Ik propte het blaadje snel in mijn tas. Blijkbaar met geluid, want meneer Nijenhuis vroeg of ik aan het spieken was. Ik zei van niet, maar de klas gniffelde om een grap die over mij gemaakt werd. We werkten verder aan ons proefwerk, maar ik moest telkens aan het illegale blaadje denken. Toen ik thuis kwam, ben ik het meteen op mijn kamer gaan lezen. Er stond een oproep van de wettige Nederlandse regering in, een artikel over doktoren, onderwijs en universiteiten, een aansporing om vooral niet voor de Duitsers te gaan werken, een waarschuwing om te zwijgen, waarschuwingen voor sommige personen waaronder NSB-ers, een gedicht over achttien doden en een stukje over Duitse gruweldaden in concentratiekampen. Ik kan niet begrijpen waarom mensen deze leugens geloven en ik geloof het zelf ook zeker niet. Ik vroeg me af of ik het krantje aan mijn vader zou laten zien, maar dan zou hij meteen vragen waar ik het vandaan zou hebben en ik wilde Marloes niet verraden. Ik vroeg me af of ik het aan Marloes moest teruggeven, of stiekem in haar tas proppen als niemand het zag. De hele dag moest ik aan de concentratiekampen denken en daarom vroeg ik uiteindelijk aan mijn vader of ze bestonden. Hij zei dat ze inderdaad bestonden, maar hij noemde ze inrichtingen waar misdadigers en dat soort lieden een tijdje worden opgesloten. En hij zei dat ze ook in Nederland waren. Ik vroeg of mensen daar ook gemarteld werden. Vader vroeg hoe ik hierbij kwam en ik zei snel dat ik dat gewoon dacht. Hij zei dat mijn gedachten verkeerd waren. Vader vertelde dat er niet gemarteld werd, maar heropgevoed en gewerkt. Ik moest niet bang zijn dat ik daar ook terecht zou komen, omdat daar alleen maar ontaard, werkschuw tuig kwam. Daar werd het gespuis gescheiden van de normale mens. En de Joden zaten daar ook, vanzelfsprekend. Overal hebben Joden de mens last bezorgd, hen uitgebuit en hun gastvrijheid misbruikt. Mijn vader zei dat de Joden in de concentratiekampen eindelijk eens voor ons werkte. Het waren dus inderdaad leugens in het blaadje van Marloes. Ik kan nog steeds niet begrijpen waarom Marloes dit leest en gelooft. Moet ik dat tegen haar zeggen…?

Onderdeel D

Samenvatting

Het verhaal speelt zich af in de Tweede Wereldoorlog. De veertienjarige Arnold Westervoort en zijn ouders en zus Rita zijn lid van de NSB, de Nationale Socialistische Beweging. De vader van Arnold werkt op het gemeentehuis en moet vaak naar vergaderingen. Hij leert ook vaak bij, want hij wil burgemeester worden. Arnold wordt vaak op school gepest, omdat hij NSB-er is. Op een dag wordt Arnold door zijn klasgenoot Martin Jonkers en nog wat jongens in elkaar geslagen. De volgende dag wil Arnold met zijn gekneusde ribben niet naar school. Hij gaat dan wandelen in de stad en bij de rivier ziet hij Duitsers aan het werk. Hij helpt ze met hun schip te lossen, totdat er Engelse vliegtuigen overkomen die hen beschieten. Arnold wordt niet geraakt, maar een van de Duitsers wel. Deze man had er wel voor gezorgd dat een van de vliegtuigen neerstortte en de piloot sprong eruit. Arnold wijst de Duitsers in het bos de weg waar de piloot waarschijnlijk geland is. De volgende dag op school vindt hij een briefje waarop staat dat zijn vader Martin Jonkers heeft verraden. De boekwinkel van de Jonkers is vernield. Arnold gaat uit school kijken bij de winkel. Daar ziet hij Martin en gaat hem volgen naar een haven. Hij gaat daar een oude woonboot binnen. Wat Arnold daar ziet zijn gestolen spullen. Hij maakt een briefje waarop staat dat hij de dieven en hun spullen niet verraadt als hij tien kostbare guldens krijgt. Dit krijgt hij ook en hij wil nog meer. De volgende dag komen er Duitse controleurs op school. Iedereen moet zijn of haar tas leegmaken. Bij Arnold wordt een spotprent van Mussert, de Leider van de
NSB-ers gevonden. De Duitsers zijn er niet over te spreken, maar de tekening is niet van Arnold. Waarschijnlijk weer een pesterij van zijn klasgenoten. Als Arnold weer een dreigbriefje voor de dieven bij de woonboot wil brengen, wordt hij gepakt en opgesloten door Martin en Karel. Wanneer zij even weggaan op weg naar een door Arnold verzonnen adres, weet hij los te komen uit de touwen waarmee hij was vastgebonden. Wanneer Martin en Karel woedend terug komen, weet hij nog maar net te ontsnappen. Arnold en zijn vader gaan aangifte doen bij de politie. Wanneer ze hier mee bezig zijn, is de woonboot met alle gestolen spullen al in brand gezet door Martin en Karel. Ze worden niet opgepakt. Op een dag gaat Arnold met de Jeugdstorm naar Utrecht, waar ze hun Leider Mussert zullen zien. In de menigte van belangstellingen ziet hij Karel heel even. Thuis heeft hij een brief ontvangen. Niet ondertekend, maar hij is in Utrecht gepost. Waarschijnlijk door Karel. In de brief staat dat Arnold een vuile verrader is en dat ze hem dat nog betaald zullen zetten. Na de zomervakantie is er een nieuwe leerling in de klas, namelijk Piet Bergman. Arnold is niet meer de enige NSB-er op school, want Piet is ook lid van de Beweging. Piet is een sterke jongen en voor niemand bang. Als iemand iets negatiefs zegt of doet over de Duitsers, verraadt hij ze meteen bij zijn vader. Piet wil bij de SS en wil voor Duitsland vechten tegen de Russen. Op een dag mag hij hier ook heen. In de winter wordt de moeder van Arnold ernstig ziek. Ze heeft longontsteking en hoge koorts. Ze wordt wel weer beter. Op een winterdag gaat Anrold schaatsen. Hij raakt in een wak en zijn schaats komt onder water vast te zitten. Arnold wordt gered door Fred Wiersema en Alex die toevallig langskomen. Op een dag vindt Arnold een briefje waarin zijn vader wordt bedreigt. Zijn vader wordt angstiger en het gezin Westervoort wordt op een avond aan het schrikken gemaakt met vuurwerk. Voor de volgende zomervakantie helpt Arnold zijn vader die directeur is geworden op een distributiekantoor waar betalingsbonnen worden gemaakt en bewaard. Op een dag wordt het kantoor overvallen door mannen met revolvers. Ze nemen bonnen mee, die ze aan onderduikers willen geven die geen bonnen mogen ophalen. Arnold heeft een oogje op zijn klasgenootje Marloes ter Winkel. Hij heeft al een keer het illegale krantje ‘Vrij Nederland’ bij haar tas gevonden. Ze zit namelijk bij het verzet. Op een dag bij de rivier ziet hij Marloes fietsen in de richting van het bos. Hij volgt haar onopvallend. In het bos is de fietsband van Marloes kapot en Arnold stapt op haar af. Hij wil haar helpen, maar Marloes wil dat niet. Dan valt haar tas op de grond en er komen heel veel bonnen uitvallen. Arnold weet dat deze gestolen zijn uit het distributiekantoor en hij weet dat Marloes deze vervoert naar mensen van het verzet of onderduikers. Ze krijgen ruzie. Arnold vertelt dan tegen Marloes dat hij het illegale krantje bij haar tas had gevonden en dat hij haar niet heeft verraden. Arnold zegt ook dat het beter is dat ze die bonnen terug brengt, maar hij zal haar niet verraden. Marloes is Arnold daar erg dankbaar voor en ze geeft hem vaak een glimlachje op school. In een bepaalde tijd zijn er een paar NSB-ers vermoord. De Leider Mussert heeft daarom alle NSB-ers voor de veiligheid een pistool gegeven. De vader van Arnold is er erg blij mee. Op een dag moet Arnold even kolen halen voor zijn moeder. Dan wordt hij door Martin en Karel helemaal in elkaar geslagen. Ze gebruikten zelfs een stuk staal en een mes. Arnold belandt in het ziekenhuis. Hij heeft twee gebroken ribben, een gebroken sleutelbeen en hij is geopereerd aan zijn nieren. Arnold moet lang in het ziekenhuis blijven en op de zaalkamer ontmoet hij Jeroen Rainders die naast hem komt te liggen. De jongeman zit bij het verzet, maar is beschoten. Toen is hij in zijn achterwerk geraakt en moest naar het ziekenhuis. Bij de deur van de ziekenhuiszaal staat een Duitser op wacht, want als Jeroen beter is, wordt hij meegenomen als gevangene. De dokter en de zuster proberen Jeroen in het ziekenhuis te houden. Arnold weet dit alles, maar verraadt ze niet. Op een dag als zijn ouders weer eens op bezoek komen, nemen ze de krant mee. Daarin staat een rouwadvertentie dat Piet Bergman is gesneuveld in Rusland toen hij daar als SS-er streed. Als Arnold uit het ziekenhuis is, wil hij Jeroen helpen te ontsnappen langs de Duitser uit het ziekenhuis. Hij heeft het pistool van zijn vader hiervoor nodig die in een bureaukastje achter slot ligt. Arnold krijgt deze toch te pakken, door het bureaublad eraf te schroeven. Hij stopt het pistool in een koekjestrommel, daarboven op legt hij een papier, daarboven op legt hij koekjes. De koekjestrommel wil hij bij Jeroen in het ziekenhuis brengen. Bij de ingang van de ziekenzaal staat nog steeds een Duitser op wacht, maar hij herkent Arnold van toen hij in het ziekenhuis lag en verdenkt hem niet van hulp aan Jeroen. Arnold geeft de trommel met het pistool aan Jeroen en deze ontsnapt even later. Dit alles heeft Arnold gedaan in ruil voor dat Jeroen, als hij Marloes tegen komt bij het ondergrondse werk, alles vertelt over het goede wat Arnord gedaan had voor hem en de rest wat Arnold hem allemaal verteld heeft. In september 1944 wordt Duitsland steeds meer bedreigt. De geallieerden komen steeds dichter bij en het einde van de Duitse bezetting komt ook nabij. Veel Duitsers en NSB-ers worden bang en willen weg. Er is een speciale trein die hen weg zal brengen naar Duitsland. Ook de familie Westervoort wil wegvluchten. Als ze al een tijdje staan te wachten op de trein met de koffers, komt de trein er aan en stopt bij het station. Arnold zegt dat hij nog even naar de wc moet en rent weg. Achter het stationsgebouw verstopt hij zich in de struiken. Het duurt een eeuwigheid voordat hij de trein hoort wegrijden. (een open eind)

Onderdeel E

Recensie van jeugdliterom

Schrijver: Hartman, Evert
Titel: Oorlog zonder vrienden
Jaar van uitgave: 1979
Bron: De nieuwe linie
Publicatiedatum: 21-03-1979
Recensent: Max Verbeek
Recensietitel: Een goed verhaal over een 'foute' jongen

Dezer dagen verschijnt het eerste jeugdboek van Evert Hartman: Oorlog zonder vrienden. Het zoveelste verhaal over de tweede wereldoorlog, maar geen gewoon oorlogsboek voor de jeugd: het wijkt gelukkig op een aantal essentiële punten af van de succesformule van dit genre.
In DNL van 22-11-'78 ("Oorlogsverhalen voor de jeugd: een succesformule") wees ik op de clichéachtige opzet van veel oorlogsverhalen: de hoofdpersoon is meestal een jongen in zijn puberteit, met wie de lezers zich makkelijk kunnen en graag willen identificeren. Hij ontpopt zich meestal als een verzetsheld. Het verhaal bestrijkt bijna altijd de vijf Nederlandse oorlogsjaren, heeft een overzichtelijke structuur (van de Duitse overal, via het dieptepunt van de oorlogswinter, naar het hoogtepunt, de bevrijding). De lezer laat zich door alle spanning en sensatie van verzet en geweld meeslepen, in de veilige wetenschap vooraf dat "wij" gewonnen hebben, dat "wij" goed waren en de anderen fout. "Wij" streden voor koningin en vaderland, tegeneen gewelddadige overvaller, voor een rechtvaardige zaak. In veel oorlogsverhalen voor de jeugd misbruikt de schrijver de geschiedenis ter wille van een makkelijk leesbaar, want spannend, romantisch en ongenuanceerd verhaaltje. In dat verband besprak ik drie gunstige uitzonderingen: Oorlogswinter van Jan Terlouw, Boris van Jaap ter Haaren en De Kinderen van het achtste woud van Els Pelgrom. Hierin werd geprobeerd de werkelijkheid van de oorlog, in plaats van een geromantiseerde versie, weer te geven. Er zijn natuurlijk meer goede oorlogsverhalen voor kinderen. Bijvoorbeeld Van de hand van Gertie Evenhuis. Onder andere daarover wordt zij in het februarinummer van Bulletin uitvoerig geïnterviewd. Gerie Evenhuis: "Er zijn teveel oorlogsboeken die als avonturenromans zijn geschreven en die de werkelijkheid, die vaak helemaal niet zo spectaculair was, zeker niet voor kinderen, geweld aandoen. Als een kind na lezing van zo'n boek uitroept: was ik daar maar bij geweest! Dan zit je als schrijver fout. De meeste boeken over die tijd gaan mij teveel over de opgekrikte heldenmoed van de vechtjassen, zitten vol bolle romantiek en hebben een rokerige watergeuzentoon die funest is voor een goed oorlogsverhaal. En hoewel ik denk kinderen eerder spannende oorlogsavonturen willen lezen dan een verhaal dat stoelt op werkelijke ervaringen, vind ik dat je daar als schrijver heel voorzichtig mee moet zijn."Behartigenswaardige woorden, bedoeld als aanloop naar Oorlog zonder vrienden van Evert Hartman. Mijn eerste reactie na lezing was: een spannende verhaal, maar ik ben blij dat ik dat ik daar niet bij geweest ben! Zeker niet als hoofdrolspeler. Het is wel zoveelste, maar zeker geen overbodig oorlogsverhaal, juist omdat het tot de gunstige uitzonderingen behoort.
Een NSB-er als antiheld.
Zoals gezegd wijkt het verhaal in een aantal opzichten af van de meeste oorlogsverhalen. Het bestrijkt slechts een deel van de oorlog: van 30 april 1942 tot 5 september 1944, Dolle Dinsdag. De hoofdpersoon is Arnold Westervoort (in 1942 14 jaar), geen vaderlandslievende verzetsheld, maar zoon van een NSB-er en zelf aanvankelijk ook overtuigd lid van de Jeugdstorm. Op de HBS is hij de enige NSB-er; hij wordt voortdurend getreiterd en soms afgetuigd. Daar geeft hij zelf vaak alle aanleiding toe. Ik lees een voorpublicatie van het boek voor aan mijn leerlingen in de brugklas en de tweede klas Atheneum van College Hageveld in Heemstede. Ze vinden het een vreselijk spannend, maar ook leerzaam verhaal: een NSB-er is hier geen cleché-figuur maar een mens van vlees en bloed. Je komt eindelijk eens achter de motieven waarom iemand zich bij de NSB aansloot (de geschiedenis-leraar behandelt dat pas tegen het eindexamen!), wat voor ideeën zo'n aantrekkingskracht op NSB-ers uitoefenden, welke gevolgen het lidmaatschap van die Beweging had voor je positie temidden van de landgenoten, hoe de meerderheid op deze minderheidsgroep reageerde. Het gevoel tot een minderheid te leiden tot nog groter fanatisme, althans bij de vader van Arnold: "ze" moesten de kleine man voor de oorlog ook altijd al hebben, en nu is iedereen tegen ons. Het is een opwindend verhaal: als lezer word je heen en weer geslingerd tussen sympathie en antipathie voor Arnold, tussen de neiging je met de afkeer van zijn verraderrol. Mijn leerlingen ervaren het dan ook als een bevrijding als Evert Hartman ervoor zorgt dat Arnold op gezette tijden "in elkaar geslagen" wordt. Dan is zijn gedrag weer een tijdje te verdragen.
Een NSB-gezin in oorlogstijd.
De vader van Arnold is in dubbel opzicht een kleine man: een hardwerkend ambtenaartje op het stadhuis. Hij is humorloos, voelt zich snel bedreigd en heeft daarom sterke behoefte aan de vriendschap en bescherming van zijn kameraden ("de Germaanse lotsverbondenheid"). Via de NSB en avondstudie probeert hij zich omhoog te werken tot burgemeester. Hij vindt zichzelf een goed vaderlander, is eerlijk overtuigd van de juistheid van de overtuigd van de NSB: het anticommunisme, antisemitisme en antiparlementarisme. Hij gelooft heilig in zijn Leider, Anton (Houzee!) Mussert: "Er is maar één middel om ons vaderland te redden: onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan onze Leider!(...) Voor de oorlog was Nederland overgeleverd aan de willekeur van een stelletje op centen beluste ambtenaren. Een democratie noemen ze dat! Ministers die elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Het ene kabinet na het andere. En een parlement waar en stel slampampers niet anders doet dat ons belastinggeld opmaken met bekvechten. (...). En wat heeft die zogenaamde democratie ons gebracht? Alleen maar ellende. Vijfhonderdduizend werklozen. Armoede. Honger in tienduizenden gezinnen. Om van straatrellen en muiterij maar helemaal niet te spreken. En nu er eindelijk een krachtige leiding is..., nu je 's avonds weer rustig over straat kunt lopen zonder dat je bang hoeft te zijn om het slachtoffer te worden van misdadigers nu komt uitgerekend zo'n leraar vertellen dat barbaren de democratie om zeep hebben geholpen!"(Pa Westervoort eist van zijn zoon dat hij gezagsondermijnende leraren aangeeft.). Het enge is dat dergelijke geluiden ook nu nog te beluisteren zijn: het boek leent zich niet alleen voor een geschiedenisles, maar kan ook leiden tot een gesprek over onze huidige samenleving, of over het oorlogssamenleving, of over het NSB-en oorlogsverleden van bekende Nederlandse politici. Tegenover de fanatieke vader staat een sussende moeder, niet opgewassen tegen haar doordrammende echtgenoot. Een figuur op de achtergrond, die wel steeds meer haar twijfels laat merken, zeker als haar man stakende arbeiders verraadt, die als gevolg daarvan, op last van Rauter, geëxecuteerd worden door het Politiestandrecht. Arnolds zeventienjarige zusje is bevriend met Duitse soldaten. Zij is haar vader aanvankelijk dankbaar voor de haar gegunde vrijheid, maar staat steeds kritischer tegenover zijn fantisme. Arnold is door zijn vader duidelijk geïndoctrineerd. Ook hij vindt dat de koningin ons verraden heeft door naar Engeland te vluchten: dat is de waarheid, en de waarheid mag gezegd worden, ook al wordt hij daarom door zijn klasgenoten afgetuigd. Hij gelooft dat de Duitsers ons zijn komen helpen tegen het goddeloze bolsjewisme en het gewetenloze kapitalisme. Aanvankelijk gedraagt hij zich dan ook als een echte landverrader: hij is de Duitsers behulpzaam bij het vinden van een neergeschoten Engelse piloot, geeft klasgenoten en leraren aan en voelt zich pas op zijn gemak temidden van andere Jeugdstormers.
Boek met een open einde.
Anders dan zijn vader is hij echter niet doof en blind voor de werkelijkheid. Langzaam maar zeker kiest hij niet langer als vanzelfsprekend partij voor de Duitsers en is tegenover zijn vader steeds openlijker ongehoorzaam. Dat begint met de weigering op de verjaardag van Mussert in het uniform van de Jeugdstorm naar school te gaan. De grote ommekeer komt als hij merkt dat Marloes, de klasgenote op wie hij verliefd is, bij het verzet is. Tenslotte helpt hij zelfs een verzetsstrijder te ontsnappen. Deze ommekeer maakt hem echter nog eenzamer; enerzijds vervreemdt hij van zijn NSB-milieu, anderzijds wordt hij steeds meer gewantrouwd door zijn klasgenoten. Hij heeft inderdaad geen vrienden. De enige klasgenoot die ook NSB-er is, vindt hem niet fanatiek genoeg en verbreekt te vriendschap als Arnold niet net als hij staat te popelen van ongeduld om zich bij de Oostfrontstrijders aan te sluiten. Werkelijk tragisch wordt het voor Arnold als hij wanhopig probeert contact te krijgen met Marloes in de hoop tegenover haar zijn hart te kunnen luchten. Zij wantrouwt hem echter ook. Als het hem eindelijk lukt haar alleen te ontmoeten, ontdekt hij dat ze voor het verzet werkt. Hij bezweert haar dat hij haar niet zal verraden. Buiten zijn schuld wordt ze toch opgepakt. Als hij haar later weer ontmoet, weigert ze te geloven dat hij haar had willen waarschuwen en ze scheldt hem uit voor valse verrader. Het boek heeft een open einde: op dinsdag 5 september, Dolle Dinsdag, gaat het gerucht dat de geallieerden in een razend tempo met hun opmars naar het Noorden bezig waren om Nederland te bevrijden. Net als veel Duitsers en andere NSB-ers vlucht het gezin Westervoort in paniek naar het Oosten. Op het laatste moment besluit Arnold echter de trein en zijn ouders te verlaten: eindelijk bevrijdt hij zich van de druk van zijn opvoeding, en de lezer laat hem achter in de hoop dat hij toch nog in staat zal zijn zich tegenover Marloes te rechtvaardigen. Naast veel spanning en emotie biedt dit boek de lezer stof tot nadenken. Het is een leerzaam boek: niet alleen vergroot het je kennis van de tweede wereldoorlog (net als Jan Terlouw in Oorlogswinter voegt Evert Hartman een handige begrippenlijst aan zijn boek toe; ook verwerkt hij historisch materiaal in zijn verhaal: krantenberichten uit volk en vaderland, het Nationaal Dagblad en de Stormmeeuw, NSB-liederen en een Arnordnung/Beschikking van Rauter), maar vooral leert het boek dat iemand die "fout" was de kans moet krijgen weer "goed" te worden.

Vragen over de recensie

Wanneer is de recensie geschreven en door wie?
De recensie is geschreven door Max Verbeek op 21 maart in het jaar 1979. In het zelfde jaar wanneer het boek is uitgegeven.

Heeft het boek een keer of meerdere keren een prijs gekregen?
In de recensie wordt niks vertelt over prijzen. Maar op het boek zelf stond dat het boek is bekroond met de Europese jeugdboekenprijs voor actuele literatuur in het jaar 1979.

Wat staat er in de recensie over de personen in het boek en ben je het hier mee eens?
In de recensie wordt over de hoofdpersoon Arnold Westervoort en over de bijpersonen vader Westervoort, moeder Westervoort, zus Rita Westervoort en Marloes ter Winkel verteld. Arnold wordt omschreven als een NSB-er, als een antiheld, als geen vaderlandslievende verzetsheld die overtuigd lid van de Jeugdstorm is. Hij wordt wel eens in elkaar geslagen, maar daar geeft hij zelf vaak alle aanleiding toe staat er. Arnold bezit soms sympathie en soms antipathie. Arnold zou geïndoctrineerd zijn door zijn vader, maar later ziet hij wel de werkelijkheid onder ogen. Arnold zou erg eenzaam zijn. Hier ben ik het allemaal wel mee eens. Arnold is inderdaad tegen zijn vaderland en gedraagt zich als een NSB-er. Het gevolg hiervan is dat hij wel eens in elkaar geslagen wordt. Dat hij mensen en zijn vaderland verraadt zorgt inderdaad voor antipathie. Als hij begint te veranderen en iemand zelfs helpt te ontsnappen, zorgt dit juist voor sympathie. Arnold is ook geïndoctrineerd/ ''gehersenspoeld'' door zijn vader. Arnold is alles aangeleerd en wijsgemaakt over de juistheid van de Duitsers en de NSB. Later gaat hij zelf nadenken en verandert. Arnold is inderdaad ook erg eenzaam, als NSB-er heeft hij geen vrienden en alle leeftijdsgenoten zijn tegen hem. Eén jongen is ook NSB-er en respecteert Arnold wel. Maar deze jongen gaat strijden voor Duitsland tegen de Russen en sneuvelt hiermee ook. Als Arnold verandert en mensen juist helpt, wordt hij nog eenzamer. Hij gelooft niet meer in de NSB, maar de anderen vertrouwen hem nog steeds niet. De beschrijvingen in de recensie vind ik dus kloppend. Over vader Westervoort wordt in de recensie vertelt dat hij erg veel fanatisme bezit. Hij zou ook in dubbel opzicht een kleine man zijn. Hij is een hardwerkend ambtenaartje op het stadhuis. Er staat dat hij humorloos is, hij zich snel bedreigd voelt en dat hij daarom sterke behoefte heeft aan de vriendschap en bescherming van zijn kameraden. Via de NSB en avondstudie probeert vader Westervoort zich omhoog te werken tot burgemeester. Er wordt verteld dat hij zichzelf een goede vaderlander vindt en hij is erg overtuigd van de juistheid van de NSB. Hij gelooft heilig in zijn Leider Anton Mussert. Met de beschrijvingen van vader Westervoort ben ik het eens. Hij is zeker een ''klein mannetje'' die bescherming zoekt bij de NSB. Als er maar iets gebeurt in zijn omgeving wat niet mag, verraadt hij de mensen die erbij betrokken waren. Volgens vader Westervoort is alles wat de Duitsers en de NSB-ers doen goed. Hij laat zich ook niks anders wijs maken, hij is dus erg fanatiek in zijn denken en doen. Moeder Westervoort wordt in de recensie sussend genoemd. Ze zou niet opgewassen zijn tegen haar doordrammende echtgenoot. Er staat dat ze een figuur op de achtergrond is die wel steeds meer haar twijfels laat merken. Ik ben het met deze beschrijvingen eens. Moeder Westervoort is inderdaad niet opgewassen tegen vader Westervoort en laat zich over haar heen lopen. Als haar man steeds meer mensen verraadt, waardoor deze ook gedood worden, geeft ze haar mening wel. Ze laat nu eindelijk weten hoe ze er over denkt. In de recensie wordt ook kort over zus Rita Westervoort gesproken. Er staat dat zij bevriend is met Duitse soldaten. Rita is haar vader erg dankbaar voor de haar gegunde vrijheid. Ze wordt wel steeds kritischer tegenover zijn fantisme. Hier ben ik het mee eens. Deze gebeurtenissen worden ook in het boek verteld. Ze gaat vaak uit met Duitse soldaten en spreekt haar vader ook wel eens tegen. Over Marloes ter Winkel wordt gezegd in de recensie dat ze bij het verzet zit. Ze weet dat Arnold haar een keer niet verraden heeft, maar doordat haar vader later wordt opgepakt, denkt ze toch dat Arnold het heeft gedaan. Ze vertrouwt hem niet meer en spreekt ook niet meer met hem. Met dit alles ben ik het eens. Dit staat ook duidelijk in het boek. Ze zit inderdaad bij het verzet. Haar werk bestaat onder andere uit het vervoeren van illegale krantjes en gestolen bonnen. Ze is Arnold in het begin erg dankbaar dat hij haar niet verraadt en geeft hem daarom soms vriendelijke lachjes. Later is ze erg boos op hem, ze scheld hem uit en het vertrouwen is totaal weg. Alle beschrijvingen in de recensie vind ik kloppend. Niks is erbij verzonnen. Het is ook niet echt de mening van de recensieschrijver, maar gewoon feiten uit het boek.

Welke informatie vind je in de recensie over het taalgebruik?
In de recensie staat geen informatie over het taalgebruik. Zelf vind ik het taalgebruik goed, omdat het je aandacht erbij houdt. De zinnen zijn niet altijd gemakkelijk, waardoor je goed over de tekst nadenkt. Het gekozen taalgebruik zorgt ervoor dat je alles wel goed begrijpt.

Noteer enkele gegevens uit de recensie waar jij het mee eens bent.
Met de gegevens over de persoonsbeschrijvingen ben ik het eens. Alles wat verteld wordt over de personen is kloppend met het boek. In de recensie wordt ook gezegd dat dit boek over de Tweede Wereldoorlog heel anders is dan anderen over dit onderwerp. Hiermee ben ik het eens, omdat de hoofdpersoon eigenlijk bij de ''tegenstanders'' hoort. Hierdoor krijg je een heel ander soort verhaal. Het boek is geschreven vanuit een heel ander perspectief, dit is boeiend. Ik ben het er ook mee eens dat het boek een leerzaam boek is. De begrippenlijst achterin geven je inderdaad meer uitleg en informatie. Veel gebeurtenissen in het boek zijn echt gebeurd in de oorlog en hier leer je door het lezen meer over. Bijvoorbeeld hoe de mensen toen dachten over bepaalde dingen.

Noteer enkele gegevens uit de recensie waar jij het niet mee eens bent.
Met alle gegevens in de recensie over het bóek Oorlog zonder vrienden ben ik het eens. Ik ben het niet honderd procent eens met wat er gezegd wordt over veel andere oorlogsboeken. In de recensie staat dat deze boeken vaak cliché zijn: jongen in de puberteit, verzetsheld, alle vijf oorlogsjaren, spanning, sensatie, het goede ''wij'', romantiek en avontuur. Deze boeken zouden niet de werkelijkheid bieden. Dit is natuurlijk wel zo, want de Tweede Wereldoorlog was verschrikkelijk, geen spanning en geen avontuur. Maar als je een boek leest over deze oorlog en in je hoofd wéet je dat er vreselijke dingen zijn gebeurd in die tijd, dan roep je echt niet na lezing uit: Was ik daar maar bij geweest! Ik denk dat deze uitroep niet aan het boek ligt, maar meer aan de persoon die het doet. Natuurlijk moet een schrijver een oorlog niet beschrijven als een mooie tijd waar je bij moest zijn. Nogmaals, met alles wat er over het boek Oorlog zonder vrienden wordt verteld in de recensie ben ik het eens, omdat dit eigenlijk feiten zijn waar iedereen het wel mee eens is.

Zou jij dit boek aan een klasgenoot aanraden?
Ik raad dit boek zeker aan aan anderen. Als je van oorlogs- of geschiedenisverhalen houdt, moet je Oorlog zonder vrienden echt een keer lezen. Het is een heel origineel boek, omdat de hoofdpersoon eigenlijk bij de Duitsers hoorde in de Tweede Wereldoorlog. Het boek is erg spannend en goed begrijpbaar. Het boek is bekroond met de Europese jeugdboekenprijs voor actuele literatuur, omdat het zo'n goed boek is. Bij het lezen leef je helemaal met de hoofdpersoon mee en kan je het boek ook nauwelijks weg leggen. De boekopbouw en het taalgebruik is erg fijn, wat erg prettig leest. Het boek heeft een open eind wat een spannend effect geeft. Er zou zo een vervolg kunnen komen op het boek. Het open eind zet je nog even aan het denken en het boek is in het algemeen ook leerzaam. Een goed jeugdboek dat ik een cijfer 8 zou geven, een aanrader!

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

M.

M.

bij de samenvatting:
er is geen briefje waarop staat dat zijn vader hen heeft veraden dat zegt een leerling


15 jaar geleden

Andere verslagen van "Oorlog zonder vrienden door Evert Hartman"