Eerste persoonlijke reactie:

Ik ging naar de bieb en daar typte ik wat boeken en schrijvers in. Ik verzamelde wat boeken en koos er toen 2 uit doe me wel leuk leken. Oeroeg was daar 1 van. Het onderwerp sprak me wel aan, en ik vind het leuk om over andere landen of culturen te lezen en over vriendschappen. Vandaar dit boek.
Ik vind het een mooi boek. Het is goed geschreven en het geeft een goed beeld van hoe het in Nederlands Indiё was. Ik kon me goed inleven in de ik-persoon.

Samenvatting:

Het verhaal wordt vertelt door de ik-persoon. Hij is een Nederlandse jongen maar geboren in Indiё. Zijn vader is administrateur van de onderneming Kebon Djati. Zijn moeder en Sidris, Oeroegs moeder, zijn tegelijk zwanger en trekken veel met elkaar op. Oeroegs vader, Deppoh is een mandroe, hij werkt op de theeplantage.
De ik-persoon en Oeroeg groeien samen op en onlangs de verschillen tussen de Oosterling en de Westerling zijn ze elkaars beste vriend. Ze doen alles samen en zijn onafscheidelijk. De ik-persoon krijgt thuis niet veel liefde. Zijn vader is vaak weg en zijn moeder bemoeid zich niet veel met hem. Zijn vader wil liever niet dat hij met Oeroeg omgaat. Hij vindt dat de ik-persoon er te veel Indisch van wordt en de Nederlandse taal verleerd. Vanaf nu krijgt de ik-persoon thuis les van mijnheer Bollinger in Nederlands en wordt hij klaargemaakt om naar de lagere school te gaan.
Oeroeg kijkt altijd zwijgend toe naar deze lessen.
Op een avond gaat de ik-persoon samen met zijn ouders, mijnheer Bollinger, Deppoh en een aantal vrienden naar Telaga Hideung, het zwarte meer. Ze varen op een vlot en plotseling breekt het vlot in tweeën. De ik-persoon valt in het water.
Als hij wakker wordt hoort hij dat Deppoh hem heeft proberen te redden maar daarbij zelf verdronken is. De ik-persoon heeft een schuldgevoel. Oeroeg heeft nu geen vader meer en zijn familie gaat verhuizen, daarom komt hij als huisjongen bij de ik-persoon inwonen. Oeroeg gaat nu samen met de ik-persoon naar school in Soekaboemi. De vader van de ik-persoon betaalt Oeroegs school. Na een tijdje gaan de ouders van de ik-persoon scheiden. Moeder gaat op reis, met mijnheer Bollinger, en hij blijft alleen achter met zijn vader. Gerard wordt de nieuwe employé. Oeroeg en de ik-persoon vinden Gerard een interessante jongen en gaan soms ook met hem mee op tochten het oerwoud in. Als de ik-persoon bijna 11 is krijgt zijn vader verlof en gaat reizen. Hij vindt dat de ik-persoon naar Holland moet maar dat wil hij niet. Voor zijn verjaardag nodigt hij op verzoek van zijn vader 2 Hollandse jongens van school uit. Aan de manier waarop zij met Oeroeg omgaan ziet hij voor het eerst hoe anderen tegen een desajongen aankijken, als een ondergeschikte. Hij vindt het maar raar en vraagt zich af waarom. De vader van de ik-persoon besluit dat hij in Indiё blijft en bij Lida gaat wonen. Lida komt uit Holland en heeft een klein pensionnetje. Oeroeg blijft op de onderneming. De ik-persoon en Oeroeg spijbelen vaak om bij elkaar te kunnen zijn. Nu maken zijn kennis met andere jongens en het leven op straat. Omdat Lida altijd al erg op Oeroeg gesteld was en hij op de onderneming niet goed wordt verzorgd komt ook Oeroeg bij Lida wonen.
Lida hoort dat het goed gaat met Oeroeg op school en stelt voor om hem naar de MULO te doen, zodat hij later arts kan worden. De vader van de ik-persoon ziet hier niks in en Lida besluit het dan maar zelf te vergoeden.
Na een jaar komt vader weer terug. Hij heeft een nieuwe vrouw meegenomen, Eugenie. De zomervakantie brengt de ik-persoon op de onderneming door. In september verhuizen Lida en Oeroeg naar Batavia, waar Lida een pension heeft overgenomen. Oeroeg gaat naar de MULO en de ik-persoon naar het HBS en gaat wonen in een internaat.

De jongens komen in de puberteit. Oeroeg verandert en zet zich ertegen af dat hij een desajongen is, hij doet zich voor als halfbloed. Hij krijgt nieuwe vrienden en betrekt de ik-persoon daarbij. Oeroeg lijkt in die tijd volwassener terwijl de ik persoon nog puberteitsproblemen heeft. Ze ontmoeten meisjes en bij een van hen, Poppie, leren zij dansen. Zondags zijn ze vaak met zijn tweeën en maken ze lange wandelingen. Dan praten ze over school, sport, meisjes en heel soms over hun toekomst. De ik-persoon wil ingenieur worden en Oeroeg arts.
Na een voorval met een paar meisjes van het pension besluit Lida dat Oeroeg naar hetzelfde internaat als de ik-persoon gaat. Hier voelt Oeroeg zich niet thuis. Hij is de enige inlander hier en dat wil hij juist niet zijn. Vanaf nu groeien de ik-persoon en Oeroeg langzaam uit elkaar. Oeroeg ziet de ik-persoon als ‘een van de Europeanen’ en krijgt een nieuwe vriend, Abdullah. Oeroeg trekt steeds meer naar Abdullah toe en gaat minder met de ik-persoon om.
In de vakanties gaat de ik-persoon naar Kebon Djati en naar Telaga Hideung, maar daar voelt hij zich niet meer thuis, het is erg verandert en zonder Oeroeg is het niet compleet.
Na de MULO gaat Oeroeg naar de artsenschool in Soerabaja en de ik-persoon hoort alleen nog iets over hem via Lida. Lida is nog steeds heel betrokken bij Oeroegs vorderingen. Oeroeg is heel betrokken geworden bij de inlanders en heeft veel kritiek op hoe er met hen omgegaan wordt, vooral op medisch gebied, dit blijkt uit brieven die Lida de ik persoon laat lezen. Lida vertrekt ook naar Soerabaja.
De ik-persoon bespreekt zijn toekomstplannen met zijn vader en besluit naar Delft te gaan om daar voor ingenieur te studeren. Hij gaat eerst nog afscheid nemen van Oeroeg en Lida. Zij wonen nu bij Abdullah en zijn familie. Tijdens dit afscheid merkt de ik-persoon dat hij een buitenstaander is. Hij merkt een soort vijandigheid, zelfs van Lida. Hij krijgt een stortvloed van beschuldigingen en verwijten over zich heen.
De volgende dag vertrekt hij naar Europa en gaat studeren in Delft. Maar er komt oorlog en hij stopt met zijn studie. Na de oorlog maakt hij zijn studie af en solliciteert in Indiё. Onlangs de oorlog en de politionele actie verlangt hij terug naar zijn geboorteland en hij is benieuwd naar Oeroeg. Daar heeft hij niks meer van gehoord. Wel hoort hij dat zijn vader dood is.
Hij gaat naar Indiё en zoekt naar Oeroeg maar kan hem niet vinden. Hij komt vlak bij zijn oude woonplaats en gaat mee met een patrouille naar Kebon Djati. Hij gaat naar het meer en ineens staat er een inlander achter hem. Hij herkent Oeroeg hierin maar er is niets van de oude Oeroeg over. De inlander staat voor hem met een getrokken revolver: 'Ga weg,' zei hij in het Soedanees, 'ga weg, anders schiet ik. Je hebt hier niets te maken.' Is het werkelijk Oeroeg? De ik-persoon weet het niet, hij is zelfs het vermogen verloren om hem te herkennen. ‘Ik kende hem, zoals ik Telaga Hideung kende - een spiegelende oppervlakte. De diepte peilde ik nooit.' Is het te laat? De tijd zal het leren.
Onderzoek naar de verhaaltechniek:

Schrijfstijl:
Het verhaal is een terugblik. De ik-persoon vertelt over hoe hij terugkijkt op zijn leven in Indiё. Veel mensen vinden het heel ouderwets geschreven maar dat vind ik wel meevallen, al is het boek in 1948 geschreven. De zinsopbouw is soms ene beetje vreemd maar ik kon het makkelijk volgen. Er komen maar heel weinig dialogen in het boek voor, en als ze er zijn, zijn ze erg kort. Er worden vooral veel gebeurtenissen beschreven en iets minder gevoelens.
Het boek bevat geen hoofdstukken. Een nieuw stukje wordt aangegeven met een witregel.

De ruimte:
Het verhaal speelt zich af in Nederlands-Indie. In het begin kwamen ze niet verder dan hun eigen woongebied, op de onderneming Kebon Djati en in de kampong bij Oeroegs ouders. Ook in het oerwoud kwamen ze veel.
Later gingen ze ook naar de lagere school in Soekaboemi en de school en het internaat in Batavia. Oeroeg en Lida gingen naar Soerabaja verhuizen, daar is de ik-persoon ook eens geweest. Doordat ze in het begin alleen elkaar hadden om te spelen is de vriendschap toen heel sterk geworden. Later gaan ze naar school, dan komen ze andere mensen tegen en beleven ze alle nieuwe indrukken op hun eigen manier. Als ze in de puberteit komen merken ze pas echt de verschillen tussen de culturen en daar hebben de scholen een grote invloed op gehad. De ik-persoon is ook nog in Europa geweest, onder andere om te studeren in Delft. Het meer Telaga Hideung heeft ook veel invloed gehad. Hier hadden zij eerst veel fantasieën over en Oeroegs vader is hier overleden. Ook kwamen ze elkaar hier aan het eind van het boek weer tegen. De ruimte en het landschap hebben dus veel emotionele waarde.
Een voorbeeld:
P99:”Ik hoorde de wind ruisen in de bamboebosjes bij de desawoningen, en het geklater van stroompjes tussen het groen. Een wolk van vlinders dwarrelde als altijd boven de tambleangstruiken. Het leek me ongerijmd dat Oeroeg er niet bij was. Het kwam me voor dat het zintuiglijke waarnemen van deze bergwereld mij niet mogelijk was zonder de tegenwoordigheid van Oeroeg.”
Hier mist hij Oeroeg, het landschap is niet compleet zonder hem.

De tijd:
Het verhaal is chronologisch geschreven.
Het is een terugblik, eigenlijk is het een grote flashback. In het begin en het eind is er een klein stukje van hoe de ik-persoon er nu over denkt, dat is in de tegenwoordige tijd geschreven. De rest is in de verleden tijd geschreven.
Er wordt ongeveer 25 jaar vertelt, vanaf de geboorte van de ik-persoon totdat hij weer teruggaat naar Indiё, hij is dan ongeveer 25.
In 1948 kwam het boek uit. Ik denk dat de ik-persoon ongeveer in 1920-1925 geboren werd. Vlak voor de oorlog gaat hij naar Europa en studeren in Delft. Na de oorlog gaat hij terug, dat is ongeveer in 1947.
Het verhaal wordt het begin heel uitgebreid beschreven. Later wordt dat wat minder en worden er een aantal tijdsprongetjes gemaakt. Vooral als hij naar europa gaat, gaat de tijd heel snel. Daar wordt bijna niks over geschreven, alleen dat hij daar was.
Een voorbeeld:
P.114:''De ontmoeting met Eugenie in Den Haag, haar heftige en hysterische afwijzing van het land vol gruwelen daarginds, konden mijn vreugde om terug te gaan niet dempen. Mijn aankomst in Batavia viel ongeveer samen met het uitbreken.....''
Het ene moment is hij nog in Den Haag en het volgende moment al in Batavia, over de reis wordt helemaal niet geschreven.
Het boek heeft een open einde. Dat is goed gedaan vind ik, hierdoor blijf je langer over het boek nadenken.

De verhaalfiguren:
De hoofdpersonen van het boek zijn de ik-persoon en Oeroeg.

-De ik-persoon:
De ik-persoon is een blanke jongen. Zijn ouders komen uit Nederland maar hij is geboren in Indiё. Hij is de zoon van een Hollandse administrateur in Indiё. Daar woont hij een tijd. Er zijn maar weinig kenmerken van hem bekend.
Hij vertelt over zijn jeugd in Indie en zijn speciale band met zijn vriend Oeroeg. Oeroeg staat in zijn leven gebrand, zonder uitzondering verschijnt het beeld van Oeroeg in hem, wanneer hij denkt aan zijn kindertijd.
Voorbeeld:
P.5: “Zo komt ook Oeroeg tot me terug, wanneer ik me verdiep in het verleden. Al mag de entourage verschillend zijn, al naarmate de periode die ik me voor de geest roep korter of langer geleden is, als tijd zie ik Oeroeg,…” .
Qua uiterlijk wordt de ik-persoon niet erg uitgebreid beschreven, behalve soms in vergelijking met andere personages in het boek. Er wordt verteld dat hij langer is dan Oeroeg en hij heeft sproeten.
Voorbeeld:
P.9:”Ik was langer, maar Oeroeg scheen volwassener……Wel ergerde ik mij aan mijn sproeten, en aan mijn rood worden en vervellen in te schelle zon, en ik benijdde Oeroeg om zijn egale donkere kleur, slechts hier en daar ontsierd door roze vlekken.”
De ik-persoon vertelt ook over zijn puberteitsproblemen, die Oeroeg tot zijn grote ergernis niet had.
Voorbeeld:
P.82:”Van de puberteitsproblemen waarmee ik worstelde, was bij hem niets te merken, Ik voelde mij, bij hem vergeleken, groen en onnozel.”
Hij vertelde dat hij een minderwaardigheidscomplex had en dat dat waarschijnlijk ook kwam door zijn beperkte vrijheid toen hij op het internaat zat.
Voorbeeld:
P.83:”Misschien ook was mijn beperkte bewegingsvrijheid oorzaak van dit minderwaardigheidscomplex. Oeroeg kon ’s avonds doen wat hij wilde, terwijl ik, behalve bij hoge uitzondering, na negen uur zelden toestemming kreeg om de stad in te gaan.”
Hij is bedroefd wanneer zijn vriendschap met Oeroeg verwatert en Oeroeg een heel ander mens wordt. Wanneer zij elkaar na jaren ontmoeten richt Oeroeg een pistool op hem. Het laat hem koud of hij hem neerschiet of niet. Dit laat zien dat hij niet veel heeft om voor te leven.
Voorbeeld:
P.117:”Het liet mij werkelijk onverschillig of hij me neer zou schieten of niet. De uitdrukking van zijn gezicht veranderde niet, maar zijn wijsvinger ontspande zich rondom de trekker van de revolver.”
De relatie tussen Oeroeg en de ik-persoon is heel sterk in hun kinderjaren. Ze doen alles samen, ondanks hun cultuurverschillen. In het begin merkt de ik-persoon geen verschil tussen ras en rang, later wel. Hij vindt dat niet leuk om te merken maar het maakt Oeroeg zo te zien niet zoveel uit. De ik-persoon is vrij naïef, hij denkt dat het allemaal niet zoveel uitmaakt en dat niks hun vriendschap kan breken. Oeroeg dacht over veel dingen anders dan hij.
Voorbeeld:
P.11:”Oeroeg was niet wreed, hem ontbrak alleen het gevoel, dat een westerling vaak een dier doet sparen een eerbiedigen uit halfbewust verwantschapsbesef.”
De ik-persoon is soms jaloers op Oeroeg, bijvoorbeeld op het feit dat Lida hem alles geeft en om het feit dat Oeroeg veel meer vrijheid heeft dan hij zelf. Op een gegeven moment verwatert het contact tussen de twee vrienden. Oeroeg houdt er andere denkbeelden op na, en weigert geld van de Nederlandse overheid aan te nemen. Hij haalt fel uit naar de Nederlandse mensen in Indiё, de blanken in het algemeen. Oeroeg is veranderd en een laatste discussie zorgde ervoor dat hun vriendschap over is.
Voorbeeld:
P. 110:”Maar op de een of andere wijze scheen ik buitengesloten. In de aangrenzende kamer hoorde ik Oeroeg en Abdullah gedempt praten. De scheiding tussen hun wereld en de mijne was volkomen.”
Ook al wordt niet direct beschreven hoe hij is, toch kan je uit zijn ervaringen en zijn manier van denken over anderen toch goed een beeld van hem scheppen. Ook zie je een ontwikkeling in hem, van klein jongetje in een natuurlijke omgeving die de hele wereld nog moet ontdekken tot een man die belangrijke keuzes maakt.
-Oeroeg:
Hij was de oudste zoon van de mandoer Deppoh.
Over hem wordt vanuit de ik-persoon geschreven, je komt niet veel gevoelens van
hem te weten omdat er nooit vanuit hem wordt gekeken.
Over zijn uiterlijk schrijft de ik-persoon een aantal dingen:
p.9:”Ik was langer, maar Oeroeg scheen volwassener, met zijn gespierd mager lichaam. De lijn die van zijn schouderbladen neerliep tot naar zijn smalle, opzij wat afgeplatte heupen, had al dezelfde nonchalante soepelheid die waar te nemen viel bij de opgeschoten knapen en jonge mannen, werkend op fabrieksterrein en sawa's. Met zijn lenige tenen kromgetrokken, balanceerde hij ineengedoken op stenen en boomtakken, zekerder van zijn houding dan ik, en sneller reagerend bij verlies van evenwicht.”
Nog een voorbeeld:
P.66:”Oeroegs fijne bouw, zijn grote ogen, waarvan de pupillen als inktspiegels dreven op het blauwige oogwit, en die scherp omlijnd waren als de ogen van een wajangpop, met zijn brede, maar goedgevormde mond en zijn hele houding, een mengeling van ironische terughoudendheid en verlegenheid..” Oeroeg was een rustige jongen, sprak niet veel. Oeroeg kan moeilijk tegen veel regels en probeerde in het internaat indruk maken.
Hij wordt verwend door Lida, die hem een goede opleiding en een goed leven wil geven. Hij gaat de ik-persoon steeds minder respecteren. Hij wordt onverschilliger tegenover hem, en keert zich uiteindelijk tegen hem, en alle blanken.
P.108:”Ik luisterde zwijgend naar de stortvloed van beschuldigingen en verwijten, die Oeroeg en Abdullah, nu pas werkelijk in vuur en vlam, richtten tegen het gouvernement, tegen de Nederlanders, tegen de blanken in het algemeen.”
Er worden veel uiterlijke en innerlijke kenmerken van Oeroeg beschreven. Hij ondergaat een uitermate extreme verandering in dit verhaal. Hij groeit op, krijgt als ‘mindere’ toch de kans om te studeren. In zijn puberteit doet hij zich voor als halfbloed maar later heeft hij daar juist weer een afkeer tegen. Oeroeg is erg gesloten, zelfs voor de ik-persoon.

-Bijpersonen:
• De vader van de ik- persoon: een strenge hard werkende man, die weinig contact heeft met zijn zoon.
• De moeder van de ‘ik’- persoon: Zei is ziekelijk en verveelt zich. Na een affaire met meneer Bollinger scheidt zij van haar man. Zij vertrekt naar Europa en woont daarna in Nice.
• Eugenie: de tweede vrouw van de vader van de ‘ik’- persoon. Zij regelt het hele huis. Als er kinderen komen moet de ‘ik’- persoon het huis uit, naar Lida.
• Deppoh: vader van Oeroeg, mandoer op de onderneming. Tijdens het bezoek aan het meer merkt de ‘ik’- persoon dat Deppoh het uitgelaten gedrag van de Europese gasten afkeurt.
• Sidris: moeder van Oeroeg, verzorgt een groot gezin waar ook een opa en een nichtje bij horen. Ze woont in steeds slechtere omstandigheden en heeft ook steeds minder contact met Oeroeg. Ze accepteert dit als onoverkomelijk.
•Gerard: Hij is de vervanger van Bollinger, onder de employees is hij een zonderling. Hij houdt van Indiё en van alleen zijn. Hij jaagt veel en heeft een bijzondere aantrekkingskracht op de jongens. Hij is het met Johan eens dat Oeroeg niets anders is dan de Europese jongens.
•Lida: In het begin is ze een echte Hollandse huisvrouw. Ze hecht zich aan Oeroeg omdat ze bang is voor eenzaamheid. Ze bemoedert hem ook graag. Ze gaat mee met Oeroeg naar Soerabaja, en 'verindischt' helemaal.

Het Perspectief:
Het perspectief is de ik-vertelsituatie. De schrijfster kruipt in de huid van de hoofdpersoon. Hierdoor wordt het boek wel subjectief, je komt niet veel over gevoelens van anderen te weten. Wat ik wel opvallend vond aan dit boek is dat de ik- persoon ook steeds ‘ik’ blijft. Nergens wordt een naam genoemd van de hoofdpersoon. Dit vind ik wel leuk gedaan, omdat het dan nog persoonlijker wordt als lezer.
Op zoek naar de thematiek:
Het thema van het boek is vriendschap tussen twee jongens uit verschillende culturen.
Dit wordt onmogelijk gemaakt vooral doordat ze uit twee verschillende culturen komen. In Indiё waren de Nederlanders aan de macht en de inlanders werden door hen gezien als ‘minder’. Daar gingen de inlanders zich tegen verzetten. Ze verzetten zich tegen alle Nederlanders, zeker nadat Japan was gekomen.
De ik-persoon vraagt zich in het begin al af waarom hij Oeroeg, zijn beste vriend, is kwijtgeraakt. Deze vraag loopt als een rode draad door het verhaal. Hij kan er voor een deel antwoord op geven maar er blijven nog veel dingen onduidelijk. Hij heeft het verhaal vastgelegd om het voor hemzelf wat duidelijker te krijgen denk ik.

Er zijn een aantal motieven duidelijk in dit verhaal:

- Racisme en discriminatie
Dit motief is bijna niet over het hoofd te zien. Alle Javanen worden hier als minder beschouwd, de ik- persoon mag in het begin wel naar school, Oeroeg nog niet. De ik- persoons vader heeft liever ook niet dat de ‘ik’- persoon met Oeroeg omgaat, omdat hij vindt dat Oeroeg niet genoeg zijn zoon is.
- Identiteitscrisis
Dit motief heeft ook wel te maken met het racisme en de discriminatie. De ik-persoon voelt zich een Indiër maar daar wordt hij later gezien als een buitenstaander, een vijand.
-Vriendschap
Een ander motief uit dit verhaal is vriendschap. In dit verhaal zie je hoe hecht een vriendschap kan zijn, maar toch kan eindigen. De ik-persoon is meer gehecht aan Oeroeg dan aan zijn ouders, die hem een beetje aan zijn lot overlaten. Zijn vriendschap met Oeroeg wordt in het begin niet echt gewaardeerd door zijn vader, maar de ik-persoon is erg gehecht aan Oeroeg en gaat toch met hem om. P.56:“ Mijn vader onderbrak me met een ongeduldige beweging. 'Oeroeg, Oeroeg,' zei hij, 'altijd Oeroeg. Je zult eens zonder Oeroeg moeten. Die vriendschap duurt me al lang genoeg. Ga je nooit om met jongens uit je klas?”
In dit verhaal zie je hoe een goede vriendschap langzaam kan eindigen. De twee jongens gaan ieder hun eigen weg maar de één verandert in zoveel opzichten, dat de vriendschap samen niet meer kan bestaan.
- Relatie en communicatieproblemen
In dit boek worden relaties tussen mensen beschreven, die niet goed standhouden omdat ze elkaar nooit echt goed begrijpen. Het duidelijkste voorbeeld hiervan is natuurlijk Oeroeg, die de ik-persoon nooit goed heeft kunnen begrijpen. Dan ook de relatie van de ouders van de ik- persoon die kapot loopt doordat er geen goed contact tussen hen bestond; allebei waren ze niet echt bezig met de opvoeding van hun zoon en ze leefden hun eigen leventje.

De titel is Oeroeg. Dit is logisch, over hem gaat immers het hele boek.

Plaats in de literatuurgeschiedenis:
Hella S. Haasse wordt op 2 februari 1918 in Batavia geboren. Als ze twee is gaat de familie met verlof naar Nederland. Ze krijgt een broertje en ze gaan weer terug naar Indie, naar Soerabaja. Ze gaat hier naar school en krijgt les van nonnen. In 1924 wordt haar moeder ziek en gaan ze met de familie naar Europa.
In 1928 is haar moeder herstelt en gaan ze weer naar Indie. Hier gaat ze naar het Lyceum. Daar wordt haar liefde voor de Nederlandse literatuur gestimuleerd.
Na haar eindexamen in 1938 gaat ze naar Nederland om hier Scandinavische Talen en Letteren te studeren.
De rest van haar gezin zou ook naar Nederland komen maar door de oorlog lukte dit niet. Pas in 1946 kunnen ze komen.
Hella is intussen getrouwd en doet de toneelschool. Die maakt ze af en gaat voorstellingen spelen. Ze krijgt 3 dochters waarvan de eerste overlijd. In 1981 verhuist ze naar Frankrijk.
Ze ontvangt een aantal prijzen voor haar boeken.
In 1990 keren ze terug naar Nederland.
Het boek Oeroeg werd in 1948 uitgegeven als boekenweekgeschenk. In het najaar van 1993 wordt de verfilming van Oeroeg uitgebracht, onder regie van Hans Hylkema.
In de tijd dat het boek verscheen speelde de onafhankelijkheidsoorlog erg in Nederland. Het verhaal stond symbool voor het onbegrip tussen Nederland en het Indonesische volk, dat toen was begonnen aan een onafhankelijkheidsoorlog. Hella Haasse komt zelf uit de streek waar het boek over gaat. Dat was alleen ver voor de oorlog maar ze zal dus ook een beetje over haar eigen ervaringen hebben geschreven.
Volgens Hella Haasse zelf schrijft zij haar boeken om inzicht te krijgen in de mens en in de werkelijkheid. Hella Haasse wil er achterkomen waarom mensen zijn zoals ze zijn, zich gedragen zoals ze zich gedragen. Een belangrijk thema in haar werk is dan ook de zoektocht -vaak in het verleden- door de hoofdpersoon naar die samenhang in de gebeurtenissen, naar het wezen van zichzelf of van personen die hij kent door het verleden te onderzoeken. Steeds blijkt er dan een verband te bestaan tussen zaken en gebeurtenissen die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken leken te hebben. De boeken van Hella Haasse hebben vaak als thema de conflicten tussen politieke ambities en verlangen naar liefde. Oeroeg is dus erg typerend voor de schrijver.

Beoordelen:
Ik vind Oeroeg een interessant en mooi boek.
Het geeft een goed beeld van hoe het was in die tijd in Indië.
Ik vind dat het op een goede en duidelijke manier geschreven is. Ik kon het makkelijk volgen en me goed inleven in de mensen en de sfeer.
Het onderwerp vind ik interessant en het is op een goede manier uitgewerkt. De schrijfster geeft met Oeroeg een duidelijk beeld van de vriendschap tussen twee jongens uit verschillende culturen, wat in dit geval stukloopt.
Het verschil tussen culturen en de problemen die dat met zich meebrengt spelen nog steeds een rol in onze samenleving. Vooral in landen als Nederland, waar veel verschillende culturen dicht op elkaar leven. Daarom blijft het boek interessant om te lezen.

Het mooiste en aangrijpendste stuk vind ik toch wel het eind. Hij gaat terug naar Indië en komt Oeroeg tegen. Die bedreigd hem en is helemaal veranderd door de oorlog en zijn ambities om te vechten voor een goed bestaan van de inlanders.
De ik-persoon komt er nu echt achter hoe weinig hij begreep van zijn geboorteland en van zijn vriend.
Ik vind het jammer dat je zo weinig te weten komt over Oeroegs gevoelens. Nu zie je alles alleen vanaf de kant van de ik-persoon en wordt Oeroeg niet goed begrepen. Het zou leuk zijn om het boek ook vanuit Oeroegs kant te lezen. Wat mij ook opviel was dat er heel weinig dialogen in het boek voorkwamen. Hierdoor leken de personen vrij stil en terughoudend.
Het thema vind ik boeiend. Ik vind het leuk om boeken te lezen over andere culturen en over vriendschap. Dat is één van de redenen waarom ik dit boek heb gekozen.
Hoewel het boek meer dan 50 jaar geleden geschreven is vond ik het taalgebruik vrij makkelijk. Er worden bijna geen moeilijke woorden gebruikt en ook de lengte van de zinnen is goed. De zinsbouw was soms wel een beetje vreemd en het taalgebruik vond ik een beetje deftig. Er worden veel Indische woorden gebruikt, wat het boek een extra tintje geeft. Aan de context kon ik meestal wel afleiden wat zo’n Indisch woord betekent.
Een aanrader vind ik het zeker. Je moet er wel van houden maar als je graag leest over verschillende culturen zou ik dit boek lezen. Het is ook handig voor je boekverslag, want het boek is niet zo dik.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Louisa

Louisa

Bedankt heel handig!

6 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

H.

H.

Geweldig verslag

6 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

Sinterklaas

Sinterklaas

bedank wie het ook heeft gemaakt ik heb morgen boekbespreking :)

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

Henk

Henk

Kerel wat een onzin over de interpunctie gezeik, het verslag is toch prima.

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

K.

K.

redelijk verslag, alleen zonde dat er best veel interpunctiefouten in zitten...

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

M.

M.

Super goed verslag maar er zal minder met de ik-persoon moeten vertelt worden. tip voor de volgende keer.

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast