Zit je in de 3e of 4e van het vmbo? Vul dan deze vragenlijst in. Kost je een paar minuutjes en je verdient 2 euro. Alvast bedankt!!

 


Meedoen


ADVERTENTIE
Hey doe jij dit jaar eindexamen? Volg dan @eindexamens op Instagram. Wij bereiden je vanaf nu al voor op die gevreesde weken in mei. Met tips, nieuws, info over studiekeuze en natuurlijk enorm veel mentale steun van ons en je lotgenoten!

Volg @eindexamens
1. Bibliografische gegevens.
Auteur: Hella S. Haasse
Titel: Oeroeg
Plaats van uitgave: Amsterdam
Eerste uitgave: 1948
Druk: 31ste
Jaar van uitgave: 1993
Uitgeverij: Querido

2. Samenvatting.
De ik-figuur (zijn naam komen we niet te weten) is geboren in Indonesië, maar zijn ouders zijn Nederlands. Hij speelt veel samen met de Indonesische Oeroeg. Het liefst spelen ze op de kampong bij het huis van Oeroeg. De vader van de ik-figuur vindt dat zijn zoon door zijn vriendschap met Oeroeg te weinig Nederlands praat. Ieder Nederlands woord wordt afgewisseld met een Soendanees woord. Vader en moeder besluiten dat de ik-figuur tot aan het schooljaar (hij is namelijk al zes jaar) enkele uren per dag privé-les krijgt om zijn Nederlandse taal op te krikken. Oeroeg is erg nieuwsgierig naar de lessen en volgt ze dan ook via een open raam. De lessen van meneer Bollinger hebben resultaat, maar zelfs jaren later heeft de ik-figuur nog een Soendanees accent. De vader van de ik-figuur heeft liever dat zijn zoon niet meer op de kampong speelt. Oeroeg moet maar bij hun huis op Kebon Djati komen spelen. De ik-figuur speelt liever niet thuis, maar Oeroeg vindt het prima.
Er worden voorbereidingen getroffen voor het eerste schooljaar van de ik-figuur. Hij krijgt nieuwe kleren en schoenen. Van zijn vader krijgt hij een echte schooltas. De ik-figuur reist vanaf nu iedere dag met de trein naar zijn school in Soekaboemi. Hij is wel teleurgesteld dat Oeroeg niet naar dezelfde school als die van hem gaat. De moeder van de ik-figuur verklaart dat dat logisch is, want Oeroeg is immers een inlandse jongen.

Op een dag krijgen Oeroegs ouders visite. De bezoekers, waaronder meneer Bollinger, dineren bij het gezin. Later wordt voorgesteld om een rit te maken naar Telaga Hideung (= het Zwarte Meer). De ik-figuur wordt enthousiast. Hij kent het Zwarte Meer alleen van spannende verhalen, waarin gesproken wordt over monsters en spoken. Bij wijze van uitzondering mag de ik-figuur mee. Onderweg worden Deppoh en de tuinman Danoeh met de auto opgepikt. Bij aankomst is de ik-figuur enigszins teleurgesteld. Het meer is niet zo eng als hij verwacht had. De heren nemen hun badkleding mee naar een bamboehuisje aan het water. De ik-figuur en de dames klimmen op een vlot, terwijl de heren zich in het bamboehuisje omkleden. Na een korte zwempartij klimmen de mannen ook op het vlot. De heren spelen haasje-over en willen jonassen. Door de wilde bewegingen van de volwassenen, scheurt het vlot en valt de ik-figuur in het donkere water…

De ik-figuur ontwaakt in zijn bed. Hij denkt dat hij alles gedroomd heeft, maar niets is minder waar. Na de val van het vlot is de ik-figuur bewusteloos te water geraakt. Deppoh is bij de reddingsactie om de ik-figuur te vinden, overleden . De ik-figuur voelt zich schuldig dat de vader van zijn beste vriend is gestorven om hèm te redden. Korte tijd later verhuist de familie van Oeroeg. Ze gaan bij een familielid inwonen in een desa op de berg. Oeroeg gaat bij zijn achterneef, een huisjongen van de familie van de ik-figuur, inwonen. De ik-figuur en Oeroeg reizen nu samen met de trein naar Soekaboemi. Ze gaan nog wel naar verschillende scholen. De vader van de ik-figuur betaalt de schoolopleiding van Oeroeg.

Als de ik-figuur in de vierde klas van de lagere school zit, gaat zijn moeder weg. Volgens vader moet ze voor onbepaalde tijd op reis. Pas later beseft de ik-figuur de ware reden van haar vertrek. Ze gaat ervandoor met meneer Bollinger. Meneer Bollinger wordt vervangen door Gerard Stokman. De jongens kunnen goed met Gerard opschieten. Hij neemt hen regelmatig mee op expedities. Oeroeg en de ik-figuur bewonderen de jachthut in de bergen, die Gerard helemaal gerestaureerd heeft. Regelmatig neemt hij de jongens mee voor een varkensjacht. Daarbij worden ze begeleid door de koeli Ali.

De ik-figuur kan slecht met zijn vader overweg. Ze leven als vreemden naast elkaar. Vader begrijpt niet dat zijn zoon ontdekkingsreiziger wil worden. Een paar dagen voor zijn elfde verjaardag, praat vader met zijn zoon. Hij heeft enkele maanden verlof en wil gaan reizen. Vader denkt erover zijn zoon naar Nederland te sturen, zodat die naar de kostschool kan. De ik-figuur herinnert zich de verhalen van Gerard over Nederland en wil bij Oeroeg blijven. Na enkele woordenwisselingen wordt besloten dat de ik-figuur tot aan zijn toelatingsexamen voor de HBS in Indië kan blijven. De ik-figuur wordt in een huis in Soekaboemi ondergebracht. Hij wordt verzorgd door een voormalige Nederlandse verpleegster, genaamd Lida. De ik-figuur beseft dat zijn vader op deze manier probeert hem bij Oeroeg weg te houden. Hij is verbitterd en wil zo weinig mogelijk met zijn vader te maken hebben. De ik-figuur en Oeroeg spijbelen veel om bij elkaar te kunnen zijn. Na een paar maanden verhuist Oeroeg eveneens naar het pension van Lida. Oeroeg krijgt het schooladvies om naar de MULO of AMS te gaan. De vader van de ik-figuur denkt dat Oeroeg weinig beroepskansen heeft en weigert dan ook voor zijn opleiding te betalen. Lida raakt meer en meer op Oeroeg gesteld en besluit hem te helpen. Ze vertelt hem over het beroep van arts en Oeroeg is zeer enthousiast.

Na een jaar keert de vader van de ik-figuur terug. Hij is inmiddels getrouwd met Eugenie. Vader beslist dat de ik-figuur de zomervakantie moet doorbrengen op Kebon Djati. Oeroeg blijft in Soekaboemi. De ik-figuur heeft een hekel aan zijn stiefmoeder. Hij verafschuwt haar autoritaire gedrag ten opzichte van het personeel. Regelmatig ontsnapt hij om Oeroeg op te zoeken. Lida heeft inmiddels een pension in Batavia overgenomen en in september trekken zij en Oeroeg daar naartoe. Oeroeg gaat naar de MULO en de ik-figuur gaat in Batavia naar de HBS. De ik-figuur komt in een internaat terecht. Regelmatig brengt hij een bezoek aan het pension van Lida. Oeroeg krijgt meer en meer kenmerken van een Europese jongen. Hij wil nauwelijks nog herinnerd worden aan zijn verleden en praat alleen nog maar Nederlands.

De puberteit brengt de ik-figuur in verwarring. Hij heeft, in tegenstelling tot Oeroeg, problemen om met meisjes om te gaan. Oeroeg en de ik-figuur praten over de toekomst. De ik-figuur wil ingenieur worden. Oeroeg wil naar de Nederlands-Indische Artsenschool in Soerabaja. Hij droomt ervan om naar Amerika te gaan, want daar wordt een mens niet beoordeeld op zijn ras en afkomst. Lida heeft intussen grote moeite met de opvoeding van Oeroeg. Ze zorgt ervoor dat hij opgenomen wordt in het internaat van de HBS, waar de ik-figuur ook woont. Oeroeg heeft grote problemen met de afwijzingen van de ‘Europese’ jongens. Hij voelt zich anders. In deze periode ontstaat een verwijdering tussen Oeroeg en de ik-figuur. Oeroeg bouwt een vriendschap op met een jongen van Arabische afkomst (Abdullah), die eveneens naar de NIAS gaat.

Een bezoek van de ik-figuur aan Kebon Djati loopt uit op een teleurstelling. Gerard is met verlof en moeder schrijft de ik-figuur waarbij ze doet alsof hij nog een kleine jongen is. De ik-figuur voelt zich zelfs een vreemde in het huis van Sidris (de moeder van Oeroeg). De volgende dag keert hij weer terug naar Batavia. Oeroeg studeert aan de NIAS en woont met Abdullah bij familie. Lida raakt meer en meer teleurgesteld in haar pensionverblijf en verlangt ernaar bij Oeroeg te zijn. Na enkele maanden verkoopt ze haar pension en verhuist ze naar Soerabaja. De ik-figuur heeft dan alleen nog maar via brieven contact met hen.

De ik-figuur slaagt op zeventienjarige leeftijd voor zijn eindexamen en bespreekt de toekomst met zijn vader. Hij wil graag ingenieur worden en gaat nog datzelfde jaar naar Delft om te studeren. Voor zijn vertrek gaat hij naar Soerabaja om afscheid te nemen van Oeroeg en Lida. De ik-figuur merkt dat nu alles anders is. De vertrouwelijkheid is er niet meer en het bezoek eindigt met een felle discussie over de Nederlandse onderdrukking.

Tijdens en na de beëindiging van zijn studie, denkt de ik-figuur veel na over het lot van Oeroeg, Lida, zijn vader en het gezin. Na de capitulatie van Japan hoort de ik-figuur dat zijn vader overleden is. Ondanks alle inspanningen kan hij geen contact krijgen met Oeroeg en Lida. De ik-figuur verlangt naar zijn geboorteland Indië. Hij solliciteert naar een betrekking en reist af naar Batavia. Tijdens een patrouille reist hij mee richting Kebon Djati. De thuiskomst is teleurstellend. De onderneming van zijn vader is volledig verwaarloosd en verwilderd. Het landschap geeft een spookachtige indruk. Alleen de bergen en het meer zijn nog hetzelfde gebleven. Plotseling hoort de ik-figuur een geluid naast zich. Hij draait zich om en kijkt recht in de ogen van Oeroeg. Oeroeg draagt een wapen en dreigt de ik-figuur neer te schieten. De ik-figuur beseft dat een gesprek niet mogelijk is. Als hij even omkijkt, is Oeroeg plotseling weer verdwenen. Later twijfelt de ik-figuur of het Oeroeg wel was.

http://www.scholieren.com

3. Personages.
Ikpersoon: Er zijn maar weinig kenmerken van hem bekend. Hij is de zoon van een administrateur op onderneming Kebon Djati. Hij vertelt over zijn jeugd in Indië en zijn speciale band met zijn vriend Oeroeg die hij koestert. Oeroeg staat in zijn leven gebrand, zonder uitzondering verschijnt het beeld van Oeroeg in hem, wanneer hij denkt aan zijn kindertijd. p.5: “Zó komt ook Oeroeg tot me terug, wannee rik me verdiep in het verleden. Al mag de entourage verschillend zijn, al naarmate de periode die ik me voor de geest roep korter of langer geleden is, als tijd zie ik Oeroeg,…” . Qua uiterlijk wordt de ikpersoon niet erg uitgebreid beschreven, behalve soms in vergelijking met andere personages in het boek. Er wordt verteld dat hij langer is dan Oeroeg en hij heeft sproeten en zijn huid. P.9:”Ik was langer, maar Oeroeg scheen volwassener……Wel ergerde ik mij aan mijn sproeten, en aan mijn roodworden en vervellen in te schelle zon, en ik benijdde Oeroeg om zijn egale donkere kleur, slechts hier en daar ontsierd door roze vlekken.” De ikpersoon vertelt ook over zijn pubertijdsproblemen, die Oeroeg tot zijn grote ergernis niet had. P.82:”Van de pubertijdsproblemen waarmee ik worstelde, was bij hem niets te merken, Ik voelde mij, bij hem vergeleken, groen en onnozel.” Hij vertelde dat hij een minderwaardigheidscomplex had en dat dat waarschijnlijk ook kwam door zijn beperkte vrijheid toen hij op het internaat zat. P.83:”Misschien ook was mijn beperkte bewegingsvrijheid oorzaak van dit minderwaardigheidscomplex. Oeroeg kon ’s avonds doen wat hij wilde, terwijl ik, behalve bij hoge uitzondering, na negen uur zelden toestemming kreeg om de stad in te gaan.” Hij is bedroefd wanneer zijn vriendschap met Oeroeg verwatert en Oeroeg een heel ander mens wordt. Wanneer zij elkaar na jaren ontmoeten richt Oeroeg een pistool op hem. Het laat hem koud of hij hem neerschiet of niet. Dit laat zien dat hij niet veel heeft om voor te leven. P.117:”Het liet mij werkelijk onverschillig of hij me nee zou schieten of niet. De uitdrukking van zijn gezicht veranderde niet, maar zijn wijsvinger ontspande zich rondom de trekker van de revolver.” De relatie tussen Oeroeg en de ikpersoon is heel sterk, vooral in hun kinderjaren. Ze doen alles samen, ondanks hun cultuurverschillen. P.11:”oeroeg was niet wreed, hem ontbrak alleen het gevoel, dat een westerling vaak een dier doet sparen een eerbiedigen uit halfbewust verwantschapsbesef.” De ikpersoon is soms jaloers op Oeroeg, bijvoorbeeld op het feit dat Lida hem alles geeft en om het feit dat Oeroeg veel meer vrijheid heeft dan hij zelf. Op een gegeven moment verwatert het contact tussen de twee vrienden. Oeroeg houdt er andere denkbeelden op na, en weigert geld van de Nederlandse overheid aan te nemen. Hij haalt fel uit naar de Nederlandse regering, tegen de bevolking en de blanken in het algemeen. Oeroeg was veranderd en deze laatste discussie zorgde ervoor dat hun vriendschap over was. P. 110:”Maar op de een of andere wijze scheen ik buitengesloten. In de aangrenzende kamer hoorde ik Oeroeg en Abdullah gedempt praten. De scheiding tussen hun wereld en de mijne was volkomen.” De ikpersoon is een round character. Ook al wordt niet direct beschreven hoe hij is, toch kan je uit zijn ervaringen en zijn manier van denken over anderen toch goed een beeld van hem scheppen. Ook zie je een ontwikkeling in hem, van klein jongetje in een natuurlijke omgeving die uiteindelijk terug naar Nederland gaat om te studeren.

Oeroeg: Hij was de oudste zoon van de mandoer. De ikpersoon beschrijft veel uiterlijke kenmerken van zijn vriend Oeroeg. p.9:”Ik was langer, maar Oeroeg scheen volwassener, met zijn gespierd mager lichaam. De lijn die van zijn schouderbladen neerliep tot naar zijn smalle, opzij wat afgeplatte heupen, had al dezelfde nonchalante soepelheid die waar te nemen viel bij de opgeschoten knapen en jonge mannen, werkend op fabrieksterrein en sawa's. Met zijn lenige tenen kromgetrokken, balanceerde hij ineengedoken op stenen en boomtakken, zekerder van zijn houding dan ik, en sneller reagerend bij verlies van evenwicht.” Oeroeg was een verlegen jongen, vooral in zijn kinderjaren. P.66:”Oeroegs fijne bouw, zijn grote ogen, waarvan de pupillen als inktspeigels dreven op het blauwige oogwit, en die scherp omlijnd waren als de ogen van een wajangpop, met zijn brede, maar goedgevormde mond en zijn hele houding, een mengeling van ironische terughoudendheid en verlegenheid..” Oeroeg was een rustige jongen, sprak niet veel. Oeroeg kan moeilijk tegen veel regels en probeerde in het internaat indruk maken. P.92:”Tot aan het einde van zijn MULO-tijd bleef Oeroeg op het internaat. Eerst was hij beledigd en gekwetst omdat hij aan banden gelegd werd. De strakke regelmaat van onze dagindeling bevielen hem allerminst. Hij was brutaal en ongezeglijk, overtrad de bepalingen betreffende de uitgaansuren, en sloot zich af, ook voor mij.” Hij wordt verwend door Lida, die haar ‘weeskind’ een goede opleiding en een goed leven wil geven. Hierdoor gaat hij de ikpersoon steeds minder respecteren. Hij wordt onverschilliger tegenover hem, en keert zich uiteindelijk tegen hem, en alle blanken. P.93:”Het was eerder een soort van onverschilligheid, een gebrek aan belangstelling.” P.108:”Ik luisterde zwijgend naar de stortvloed van beschuldigingen en verwijten, die Oeroeg en Abdullah, nu pas werkelijk in vuur en vlam, richtten tegen het gouvernement, tegen de Nederlanders, tegen de blanken in het algemeen.” Oeroeg is een round character, en worden veel uiterlijke en innerlijke kenmerken van hem beschreven. Hij ondergaat een uitermate extreme verandering in dit verhaal. Hij groeit op, krijgt als ‘mindere’ toch de kans om te studeren en richt zich tenslotte helemaal tegen de Nederlandse maatschappij. Ook richt hij zich tegen de ikpersoon, waarom hij dat precies doet is niet helemaal duidelijk in het verhaal.

4. Tijd.

Het verhaal dat de ikpersoon vertelt is chronologisch, de gebeurtenissen worden weergegeven in de volgorde waarin ze in de tijd plaatsvonden.
p.114:''De ontmoeting met Eugenie in Den Haag, haar heftige en hysterische afwijzing van het land vol gruwelen daarginds, konden mijn vreugde om terug te gaan niet dempen. Mijn aankomst in Batavia viel ongeveer samen met het uitbreken.....''
Je merkt dat hij het ene moment met Eugenie praat en het andere moment is hij opeens in Batavia. De reis er naar toe wordt niet beschreven, omdat dat onbelangrijker is dan de andere gebeurtenissen. De vertelsnelheid verschilt dus ook.
Eigenlijk bestaat het hele boek uit één grote flashback, want de ikpersoon vertelt alle gebeurtenissen uit zijn jeugd, en daar gaat het hele boek over. Er zijn geen vooruitwijzingen in het verhaal.
De verteltijd is korter dan de vertelde tijd, het verhaal beschrijft zeker niet meer dan 30 jaar, en het boek bestaat uit 119 pagina's.
Historische tijd: Wanneer het verhaal zich afspeelt valt niet duidelijk te zeggen, maar waarschijnlijk in jaren ‘40, omdat de ouders van de ikpersoon op een gegeven moment terugkeren naar Nederland, iets wat veel Nederlanders na 1945 deden, toen Indonesië voor onafhankelijk streefde. De ik-figuur is gaan studeren in Delft, dus waarschijnlijk is hij dan zo rond de 20/25. Dan valt op te maken dat uitgaande dat de ikpersoon na de oorlog nog een keer terugkeert naar Indië, dus zeg maar 1950, dus ongeveer 30 jaar.
Het verhaal begint vanaf het prille begin, wordt verteld vanaf dat Oeroeg en de ikpersoon geboren worden, dus het verhaal wordt verteld in ab ovo.

5. Ruimte.
Fysische ruimte.
p.74:”De schemerige grotten bleken niet anders te zijn dan schaduwplekken onder het laag neerhangende loof aan de oever, het jachtgebied van rotsplateaus en onoverbrugbare stroomversnellingen alleen een smalle bergrivier, kabbelend door haar bedding van grind en grotere steenbrokken.” Dit is het punt waarop de ikpersoon en Oeroeg volwassen denken te zijn. De magie van de omgeving en fantasie die ze als kind hierbij hadden verdween, en op dit moment kwamen zij daarachter.

Psychische ruimte.
p.13/14:”In de regentijd, als de tuin in een moeras en de paden in bergbeken herschapen waren, zaten we op de stoep van de achtergalerij, met onze tenen reikend naar de mist van druppels, die het van het afdak omlaagstortende water opwierp. De stralen uit de afvroergoten langs het dak plensden met een eentonig mineurgeluid in de slokan en de put, kikkers kwaakten heel de dag lang, en behalve dit was er niets anders te horen onder de lage loodgrijze wolken, die de bergtoppen voor ons verborgen. In deze tijd was mijn vader ook vaker thuis.” Hier beschrijft hij zijn gelukkige tijd met Oeroeg, toen hij nog een kind was. In deze periode is hij gelukkig ( ook omdat hij zijn vader vaker zag )
p.26:”Het duizendstemmen gonzen van insekten en de kreten van nachtdieren in het oerwoud schenen een onderdeel te zijn van de indrukwekkende stilte. Boven de bergtoppen fonkelden de sterren met ijskoud licht. Ik staarde naar de zwarte oever aan de overkant van het meer, waar het gebladerte de wateroppervlakte raakte. Zonder moeite kon ik me voorstellen dat daar de boze geesten zich verscholen hielden, gereed tot de aanval.” Hier gaat de ikpersoon naar een meer, met zijn vader moeder, Deppoh en nog wat andere volwassenen. Het bamboehuisje stortte in en de ikpersoon zat vast. Deppoh overlijdt in een poging de ikpersoon te redden. Van tevoren wordt de ruimte beschreven, een beetje mysterieus en angstaanjagend, alsof er iets verschrikkelijks gaat gebeuren.

Zintuigelijke ruimte.
p.97:”Ik hoorde de wind ruisen in de bamboebosjes bij de desawoningen, en het geklater van stroompjes tussen het groen. Een wolk van vlinders dwarrelde als altijd boven de tambleangstruiken. Het leek me ongerijmd dat Oeroeg er niet bij was. Het kwam me voor dat het zintuiglijke waarnemen van deze bergwereld mij niet mogelijk was zonder de tegenwoordigheid van Oeroeg.” Hier voelt hij zich anders, incompleet omdat zijn vriend Oeroeg er niet bij is. Het landschap was niet compleet zonder Oeroeg.

6. Motieven.

Cultuur.
Een van de motieven uit dit verhaal is cultuur. De twee vrienden groeien uit elkaar door het verschil in cultuur. Toen ze klein waren accepteerden zij dit allebei, en schaamden zich ook niet een ‘ander’ vriendje te hebben, ook al was bijvoorbeeld de vader van de ikpersoon het er niet echt mee eens dat zijn zoon zoveel speelde met een ‘inlander’. P.94:”Kleding noch houding konden hem maken tot wat hij schijnen wilde: een van ons. Waarschijnlijk was het ook in deze tijd dat de verwijdering tussen Oeroeg en mijn begon te ontstaan.” Op een gegeven moment keert Oeroeg zich tegen zijn vriend, en ziet hem als vijand waartegen hij behoort te vechten P.107:”Zij wilden de kaarten openleggen voor een tegenstander. Ik was voor hen op dat ogenblik het symbool, de personificatie van iets waartegen zij zich met inzet van hun hele persoonlijkheid gekeerd hadden.” Aan het eind van het verhaal is Oeroeg’s haat jegens blanken zo groot dat hij zelfs zijn pistool tot de ikpersoon richt, wanneer hij weer terug gaat naar de plek waar hij is opgegroeid. P.118:”Hij dacht niet meer aan mij, iedere spier van zijn lichaam spande zich tot verweer, tot vlucht. Hij stond, half van mij afgewend, in overleg met zichzelf. De pezen van zijn nek en zijn magere schouderbladen waren zichtbaar door de scheuren in zijn hemd”….”Ga weg, anders schiet ik. Je hebt hier niets te maken.” Dit is een verhaalmotief

Vriendschap.
Het andere motief uit dit verhaal is vriendschap. In dit verhaal zie je hoe hecht een vriendschap kan zijn, zeker vanuit de ikpersoon gezien is dit zeker het geval. Hij is meer gehecht aan Oeroeg dan aan zijn ouders, die hem ook eigenlijk een beetje aan zijn lot overlaten. Zijn vader is streng, en de ikpersoon brengt weinig tijd met hem door. P.41:”voor de eerste maal van mijn leven zag ik in hem iets anders dan alleen de gezaghebber, de strenge rechter, de absolute heerser over mijn kinderbestaan.” Zijn vriendschap met Oeroeg wordt in het begin niet echt gewaardeerd door zijn vader, maar de ikpersoon blijft met hem afspreken. P.56:“ Mijn vader onderbrak me met een ongeduldige beweging. 'Oeroeg, Oeroeg,' zei hij, 'altijd Oeroeg. Je zult ééns zonder Oeroeg moeten. Die vriendschap duurt me al lang genoeg. Ga je nooit om met jongens uit je klas?”In dit verhaal zie je ook hoe een goede vriendschap zomaar kan eindigen. De twee jongens gaan ieder hun eigen weg maar de één verandert in zoveel opzichten, dat de vriendschap samen niet meer kan bestaan. Dit is een verhaalmotief.

Thema.
Cultuurverschillen die voor veranderingen zorgen in de vriendschap. Door allerlei aspecten wordt de hechte band die de ikpersoon en Oeroeg met elkaar hebben steeds minder. Door de cultuurverschillen tussen beide jongens heeft Oeroeg iets ontwikkeld waardoor hij zich tegen blanken is gaan richten. Misschien heeft hij zijn ontevredenheid altijd opgekropt, en is het er ineens uitgekomen door middel van extreme denkbeelden zoals hij die aan het eind van het verhaal bezat. Ondanks de goede vriendschap wist de ikpersoon Oeroeg niet goed te doorgronden. En doordat hij een inlandse was heeft hij toen hij gescheiden van de ikpersoon leefde, verkeerde denkbeelden kunnen ontwikkelen die uiteindelijk hun vriendschap om zeep heeft geholpen. P. 119:”Het is overbodig toe te geven dat ik hem niet begreep. Ik kende hem, zoals ik Telaga Hindeung kende/een spiegelende oppervlakte. De diepte peilde ik nooit. Is het te laat? Ben ik voorgoed een vreemde in het lang van mijn geboorte, op de grond vanwaar ik niet verplant wil zijn? De tijd zal het leren.” Hier zie je ook dat de ikpersoon niet meer thuishoort waar hij opgegroeid is.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

A.

A.

"Op een dag krijgen Oeroegs ouders visite. De bezoekers, waaronder meneer Bollinger, dineren bij het gezin."
De groep die op bezoek komt, komen bij de ouders van de ik-figuur thuis, niet bij Oeroeg.

4 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

A.

A.

en waar is de titelverklaring...?

7 jaar geleden

Antwoorden

N.

N.

Kan je dat echt zelf niet bedenken? >.<

5 jaar geleden

gast

gast

L.

L.

Echt een van de betere samenvattingen tot nu toe van het boek Oeroeg!

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

T.

T.

Aaight, spange verslag deze seeeeh

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast