ADVERTENTIE
Open Avond = ontdekken of jij hier past Leren is keuzes maken. Continu blijven zoeken, twijfelen, vallen en opstaan. Dát leren, dat leer je bij Hogeschool Inholland. Tijdens onze Open Avond op woensdag 30 oktober staan onze studenten en docenten klaar om al je vragen te beantwoorden. Kom langs en ontdek of jij hier past.

Meer info!
Titelbeschrijving
Hella Haasse, Oeroeg, Grote Lijsters 2000/3, Wolters-Noordhoff, Groningen, 2000

A. Beschrijving

1. Eerste persoonlijke reactie


Toen ik begon met lezen van Oeroeg, besefte ik meteen dat het een flashback was. Dat het hele boek één flashback was, wist ik toen nog niet. Eenmaal aan het lezen begon ik het wel een interessant verhaal te vinden, ik vond het alleen wel vanaf het begin al irritant dat alles erg uitgebreid beschreven werd, er waren veel vertragingen. Maar dat komt misschien doordat de verteller zijn jeugdherinneringen vertelt, en een kind ervaart de dingen om zich heen natuurlijk anders dan een volwassene. Gelukkig vond ik het boek wel geloofwaardig en realistisch, want als een boek dat niet is, vind ik het al snel moeilijk om me te concentreren. Gelukkig was dat bij Oeroeg niet het geval, vooral op het eind wilde ik wel weten hoe het nou eigenlijk afliep met de ikpersoon, en dan blijf je vanzelf doorlezen.
Het enige nadeel van Oeroeg vond ik dat het taalgebruik best moeilijk was. Er werden veel Indische woorden gebruikt en dat maakte het verhaal niet duidelijker. Tevens vond ik het ook jammer dat het verhaal een open einde had; was het nou wel Oeroeg of niet, die voor de ikpersoon stond met een revolver op hem gericht? Verder vond ik het wel een leuk boek.

2. Samenvatting van de inhoud

Het verhaal gaat over de vriendschap tussen de ikpersoon en Oeroeg. De ikpersoon is een zoon van een Nederlandse planters familie die een onderneming beheerden in Kebon Djati diep in het bergland van de Preanger. Oeroeg is een echte inlandse jongen, zoon van Sidris en Deppoh die als mandoer werkte bij de onderneming. De jongens zijn ongeveer even oud en omdat de ikpersoon enig kind blijft trekt hij dagelijks veel met Oeroeg op. Het verhaal is een lange terugblik op dit samenzijn. Bij alles waar de ikpersoon aan moet denken in zijn jeugd komt automatisch het beeld van Oeroeg boven. Ze waren onafscheidelijk. De ikpersoon is kind aan huis bij Oeroeg's familie. De ikpersoon heeft weinig contacten met zijn ouders. Zijn moeder is ziekelijk en zijn vader is vaak weg. Het is zijn vader een doorn in het oog dat de ikpersoon zo slecht Nederlands spreekt. Er komt een medewerker van de onderneming, meneer Bollinger, om hem beter Nederlands te leren. Oeroeg wordt hier van buitengesloten, maar hij mag wel staan te luisteren. Oeroeg blijkt hier al erg leergierig. Tijdens een bezoek van gasten uit Batavia wordt er besloten om 's avonds een bezoek te brengen naar Telaga Hideung, het Zwarte Meer, een meer waar over geheimzinnige verhalen de ronde doen. De ikpersoon mag mee en ook Deppoh is een van de begeleiders. Men gebruikt een oud vlot om over het meer te varen. De groep is echter veel te wild, waardoor er een stuk van het vlot afbreekt. De ikpersoon valt eraf en in een poging om hem te redden verdrinkt Deppoh, die verstrikt raakt in de vele waterplanten. Door dat Oeroeg's vader bij deze gebeurtenis overleden is, mag ook Oeroeg mee naar de lagere school in Soekaboemi, waar de jongens elke ochtend met de trein naar toe gaan, een trein met een echte stoomlok en met wagons zonder glas. In het begin van de middag komen ze dan weer terug. De herinneringen van de ikpersoon gaan in op de vele kleuren groen, geuren en het geklater van het water van de bergbeekjes. Omdat Oeroeg's moeder in een dienstwoning woonde, moet zij verhuizen, wat een behoorlijke achteruitgang betekent. De familie accepteert dit als normaal. Oeroeg's school bezoek maakt dat andere inlanders opmerkingen tegen hem gaan maken. Na de scheiding van de ouders van de ikpersoon komt hij bij Lida in Soekaboemi wonen, die voor hem zorgt. Als deze hoort van Oeroeg en wat die voor hem betekent mag die ook bij haar komen. Lida is ongehuwd en beheert een pension. Oeroeg's vorderingen vallen haar op en zij vindt dat hij verder moet leren. Als de ikpersoon naar de HBS in Batavia gaat komt hij daar in een internaat. Lida verkoopt haar pension en begint een nieuw in Batavia. Zij betaalt de kosten voor de MULO van Oeroeg. Zij hoopt dat hij later arts zal worden. In Batavia groeien de jongens een beetje uit elkaar. Oeroeg krijgt een paar andere vrienden erbij, waardoor het op school minder met hem gaat. Op voorspraak van Lida mag hij ook op het internaat komen, waardoor er meer controle op hem is. Op het internaat zitten voornamelijk kinderen van Europese ouders en een enkele zoon van een inlandse regent. Oeroeg past hier niet tussen. Op de MULO heeft hij minder problemen: daar zitten vooral halfbloeden. Alleen de ikpersoon gaat op voet van gelijkheid met Oeroeg om. Na de MULO gaat Oeroeg inderdaad voor arts leren in Soerabaja, aanvankelijk met een beurs, maar later weer op kosten van Lida. In Soerabaja krijgt Oeroeg politieke interesses, waardoor hij zich keert tegen de Europese overheersing en het dom houden van de man in de dessa. Als de ikpersoon hem daar een keer opzoekt krijgt hij alle argumenten over zich heen. Zelf heeft hij daar nog nooit over nagedacht. Oeroeg, die nooit erg aardig voor Lida was geweest en altijd alle zorgen van haar voor hem maar voor gewoon had aangenomen, blijkt nu trots te zijn op haar: ze werkt in een inlands ziekenhuis als verpleegster en leert Javaans. De ikpersoon gaat voor zijn ingenieursopleiding naar Delft, waar hij tijdens de tweede wereldoorlog studeert. Na zijn studie neemt hij een baan in zijn geboorteland en gaat terug. Dit gaat samen met het begin van de politionele acties, omdat er opstanden waren uitgebroken. Tijdens een bezoek aan zijn geboortestreek komen alle herinneringen weer boven. Ook gaat hij weer naar dat geheimzinnige meer Telaga Hideung. Opeens staat er een inlandse strijder voor hem, waarin hij Oeroeg meent te herkennen. Het enige wat deze tot hem zegt is: “Ga weg, je hebt hier niets te zoeken!”. Oeroeg verdwijnt en de ikpersoon blijft met lege handen achter. Hij komt tot de conclusie dat Oeroeg net is als het meer: “Ik kende hem als een spiegelende oppervlakte. De diepte peilde ik nooit.”
Bron: http://www.blijswijk.com

3. Relatie werk en schrijver

Volgens Hella Haasse zelf schrijft zij haar boeken om inzicht te krijgen in de mens en in de werkelijkheid. Hella Haasse wil er achterkomen waarom mensen zijn zoals ze zijn, zich gedragen zoals ze zich gedragen. Ze vraagt zich af wat het 'plan' is dat aan het menselijk gedrag en aan de schijnbaar onsamenhangende verschijnselen van de werkelijkheid om ons heen ten grondslag ligt. Een belangrijk thema in haar werk is dan ook de zoektocht -vaak in het verleden- door de hoofdpersoon naar die samenhang in de gebeurtenissen, naar het wezen van zichzelf of van personen die hij kent door het verleden te onderzoeken. Steeds blijkt er dan een verband te bestaan tussen zaken en gebeurtenissen die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken leken te hebben. De boeken van Hella Haasse hebben vaak als thema de conflicten tussen politieke ambtities en verlangen naar liefde.

Het verhaal is een terugblik van de ikpersoon op zijn jeugdvriendschap met de Indische jongen Oeroeg in zijn geboorteland Indonesië. De ikpersoon was 18 jaar lang boezemvriend in Indië van de inlandse jongen Oeroeg. Hij kijkt later terug op zijn jeugd en de avonturen met Oeroeg, die al sinds jaren niet langer zijn vriend is. Hij komt tot de ontdekking dat in de kiem reeds de onoverbrugbare verschillen tussen hen tweeën aanwezig waren, zonder dat de ikpersoon zich dat bewust was in zijn jeugd. De jarenlange vriendschap tussen hem en Oeroeg bleek helemaal niet zo vanzelfsprekend als de ikpersoon in die tijd had aangenomen. De vriendschap spat definitief uiteen als de politieke ambities van Oeroeg een wig tussen de twee drijven, doordat Oeroeg vrijheidsstrijder werd, opstond tegen het blanke Nederlandse gezag. In de ogen van Oeroeg was de ikpersoon niet langer de vriend aan wie hij zoveel te danken had, maar niet veel meer dan een representant van het gehate blanke gezag. De laatste keer dat ze elkaar zien dreigt Oeroeg de ikpersoon dood te schieten als hij Indonesië niet verlaat. Het feit dat ze vrienden waren telt niet voor Oeroeg, behalve dan dat hij misschien alleen daarom de ikpersoon in leven liet.

Uiteindelijk komt de ikpersoon in Oeroeg er dus achter dat hij Oeroeg en diens land nooit echt begrepen heeft, wat derhalve een totaal ander licht werpt op hun vriendschap. De ikpersoon had slechts 'een spiegelend oppervlakte' van Oeroeg gekend. 'De diepte peilde ik nooit.' Aldus erkent hij op het einde van de novelle. En zo is het ook met zijn geboorteland. Hij heeft Indië nooit echt begrepen, al meende hij dat het zijn vaderland was. Hij verliest niet alleen zijn vriend, maar ook zijn vaderland. En "Dat alles gaat gepaard met een schuldgevoel bij de ikpersoon. Hij verwijt zich slechts in een decor geleefd te hebben van uiterlijkheden en nooit te zijn doorgedrongen in wat de inlandse bevolking echt bezighield." (Herman Pelgrom, "Hella Haasse", in Taal en Literatuur, Website van de sectie Nederlands van het Assink, www.blijswijk.com) De bewustwording hiervan is belangrijk voor een kind tussen twee culturen die de ikpersoon is. De tijd zal leren of hij deze wetenschap een plaats kan geven in zijn leven.

B. Verdieping 1 Open plekken en Spanning

1. Open plekken


-De eerste open plek is meteen in het begin: “Oeroeg was mijn vriend”. De vragen die deze zin oproepen zijn: waarom nu niet meer? Is hij dood? Hebben ze ruzie gehad?

-Op de eerste pagina vertelt de ik-figuur dat Oeroeg heel belangrijk voor hem was. Hij moet een erg bijzondere rol voor hem gespeeld hebben in zijn jeugd, en doet dat nog in zijn gedachten. De open vraag is dus: wie is Oeroeg.

-Een andere open plek is die op pagina 16: “Ik schoof een slip van mijn moeders japon opzij, en ontdekte bij die gelegenheid, dat zij de hand van mijnheer Bollinger vasthield.” De vragen die deze zin oproepen zijn: wat voor een relatie hebben mijnheer Bollinger en de moeder van de ikpersoon met elkaar? Is dit geheim?

-De zin: “Dagenlang liet de oude djaït de naald van de naaimachine op en neer dansen door nieuwe stoffen, terwijl mijn moeder nerveus door het huis dwaalde, slechts van tijd tot tijd op een stoel neervallend om brieven te verscheuren of een spel patience te leggen.” (Pag. 26) roept ook enige vragen op. Van wie zijn de brieven? Waarom verscheurt ze ze?

-Een andere belangrijke open plek in het boek is de vraag aan het einde van het verhaal, of de inlander die de ikpersoon ontmoet bij het Telaga Hideung Oeroeg is of niet.

2. Ingevulde en niet ingevulde open plekken

-De open plek bij de zin: “Oeroeg was mijn vriend” is ingevuld omdat het boek antwoord geeft op deze vraag.

-De vraag wie Oeroeg nu eigenlijk was wordt slechts ten dele ingevuld, want de ikpersoon moet tenslotte erkennen dat Oeroeg uiteindelijk een gesloten boek voor hem is gebleven, ook al heeft hij zich zo ingespannen om Oeroeg weer in zijn herinneringen naar boven te roepen. "zijn onherroepelijk, onbegrijpelijk anders-zijn, dat geheim van geest en bloed, dat voor kind en knaap nog geen problemen opwierp, maar dat nu des te kwellender schijnt." (Pag. 5)

-De vraag wat voor een relatie mijnheer Bollinger en de moeder van de ikpersoon hebben is niet ingevuld, ze worden in de rest van het boek niet of nauwelijks samen beschreven. Op een gegeven moment gaat moeder weg en verhuist mijnheer Bollinger naar Europa, waarschijnlijk is hun eventuele relatie vanaf dat moment afgelopen.

-Ook op de open plek over de verscheurde brieven wordt verder niet ingegaan.

- Een verdere niet ingevulde open plek is de vraag hoe het nu precies met zijn ouders vergaat. Halverwege het boek verdwijnen ze uit zicht en je hoort er niets meer van.

3. Spanning door manipulatietechnieken

a. vooruitwijzing

In de eerste alinea tref je meteen de eerste vooruitwijzing aan: de ikpersoon wijst vooruit naar het einde van de vriendschap tussen hem en Oeroeg.
Verder komen er in het boek niet zo veel vooruitwijzingen voor, behalve een paar kleine:
-blz. 42: “Lida was een vrouw die gen omwegen kende. Zij had, wat Oeroeg en ik in later jaren de groene-zeepmentaliteit plachten te noemen – geen fantasie.” Hierin wijst de ikpersoon vooruit op een woord dat hij en Oeroeg jaren later gebruikten voor het denken van Lida.
-blz. 43: “Oeroeg was van een harmonische, gespierde slankheid, in tegenstelling tot mijn wat lompe, nog niet uitgegroeide ledematen. Het zag ernaar uit dat ik, zoals later ook het geval bleek, lang zou worden.”

b. vertraging
Op momenten die de schrijfster belangrijk vindt, beschrijft zij de gebeurtenissen en uitgebreid, tot aan de letterlijke weergave van dialoog en gedachte. De eerste pagina's van het boek schetsen in grote lijnen de vroegste jaren van kleuterschool en de jaren daarna.
Maar op bepaalde momenten vertraagt Hella Haasse en wordt ze preciezer. De verteltijd wordt bijna gelijk aan de vertelde tijd.

Voorbeelden van die vertragingen:
-In het begin van het boek tref je de eerste vertraging aan (Pag. 6+7). Hier wordt de idyllische omgeving van Indië beschreven en het vredige spelen van de twee kleine jongetjes. Zelfs dan al is het verschil tussen de afkomst van de ikpersoon en Oeroeg al te onderscheiden: "vanillesiroop in gekleurde glazen -rood voor mij, groen voor Oeroeg."

-De volgende vertraging vindt plaats onderaan pag. 7 tot bovenaan pag. 8. Hella Haasse besteedt zeer veel woorden aan een zeer precieze beschrijving van de verschillen in lichaamsbouw tussen de ikpersoon en Oeroeg.

-Op pag. 10 en 11 volgt weer zo'n vertragingsactie: de precieze beschrijving van een maaltijd: Hella Haasse beschrijft hoe de blanken apart eten van de bruinen. Hoe de djongos zwijgend als een slaaf de blanken bedient. Dan volgt weer een van de weinige dialogen die aangeeft dat het hier een vertraging betreft. Vader misprijst de omgang van de ik-figuur met Oeroeg: "De jongen hoort niet in de kampong, het is de pest voor hem. Hij spreekt geen fatsoenlijk woord Hollands. Hoor je dat niet? Hij wordt je reinste katjang. Waarom houd je hem niet thuis?" (pag. 11) Moeder antwoordt: "Er zijn hier geen andere kinderen. Hij is altijd alleen."

c. uitstel
Komt niet opvallend voor.

d. overschakeling op een andere verhaallijn
Niet van toepassing

e. tijdsprong
De grootste sprong in de tijd is die tussen ongeveer 1938 en 1948. In die tien jaar is de ikpersoon in Nederland. Na de oorlog komt hij terug als bouwkundig ingenieur, op eigen verzoek, en wordt ingezet bij de politionele acties. Slechts in een paar zinnen schetst Hella Haasse de tussenliggende jaren: zijn studie te Delft, zijn oorlogsjaren, de dood van zijn vader, het feit dat Lida en Oeroeg niets van zich lieten horen.
Op pagina's 6 en 7 beschrijft Hella Haasse de geboorte en de eerste maanden van de beide jongens, dan volgt een kleine sprong in de tijd: “Twee jaren na mijn geboorte had mijn moeder een miskraam en daarna bleef zij onvruchtbaar.”
Op pag. 11 is de ikpersoon (en Oeroeg dus ook) plotseling 6 jaar en moet hij naar school.
Een opvallend tijdsprong ook op pag.20. De ikpersoon valt in het water. Hij komt bij in zijn bed. De vader van Oeroeg (Deppoh) die hem had willen redden was zelf verdronken.

4. Spanningsbogen

a. korte spanningsbogen

Een relatief korte spanningsboog is de vraag, als de ikpersoon in Indië terugkeert, of hij Oeroeg zal vinden.
Die vraag wordt ingevuld op het einde van het verhaal. Hij ontmoet Oeroeg (hij is het vermoedelijk wel) bij het Telaga Hideung.

b. langere spanningsbogen
De langste spanningsboog in het verhaal hangt samen met de open vraag die de eerste alinea van het boek veroorzaakt: waarom verliest de ikpersoon zijn vriend Oeroeg. Als het boek uit is, krijg je daar wel antwoord op.
Op pag. 12 vraag de ikpersoon aan zijn moeder of Oeroeg ook naar de lagere school in Soekoebami mag Moeder antwoordt: "Wees niet zo dom. Oeroeg is immers een inlandse jongen." . De vraag die bij de lezer wordt opgeroepen is, of Oeroeg nu wel of niet naar school mag. Op pag. 22 is deze langere spanningsboog afgelopen. Waarschijnlijk door het schuldgevoel t.a.v. de dood van Deppoh die de ikpersoon. wilde redden, mag Oeroeg ook naar de lagere school en vader betaalt zijn opleiding.
Een zelfde soort spanningsboog begint op pag. 36 als de ikpersoon. aan zijn vader vraagt of Oeroeg ook bij Lida mag wonen. (Vader doet de ikpersoon. bij haar in de kost als hij een wereldreis gaat maken.) Dat mag eerst niet, maar op pag.41 neemt Lida het besluit om Oeroeg bij haar in huis te nemen.
Een andere langere spanningsboog begint op pag. 16, als moeder wel iets in meneer Bollinger blijkt te zien. De spanning wordt langzaam opgebouwd tot op pag. 27 blijkt dat ze weggaat en met Bollinger naar Europa verhuist.

C. Verdieping 2 Leeservaring

Thematiek

Op de eerste bladzijde geeft Hella Haasse aan waar het vooral om gaat: de ikpersoon is de belangrijkste persoon uit zijn jeugd kwijtgeraakt en probeert in zijn herinnering terug te gaan naar het verleden en antwoord te krijgen op de kwellende vraag naar het waarom. Het hoofdthema is: wie was Oeroeg en waarom heeft hij de ik persoon in de steek gelaten. Behalve dit hoofdthema zijn er sub-thema’s te onderscheiden.

-vriendschap
In het boek wordt beschreven hoe twee vrienden op een bepaalde wijze uit elkaar groeiden. Hun vriendschap ging kapot doordat de politieke ambities van Oeroeg in de weg stonden.

-discriminatie
Het boek bevat talloze voorbeelden van de gedachte dat Nederlanders een superieur ras zijn, in vergelijking tot de Javanen, met name door de vader en de moeder van de ikpersoon. Alle Javanen worden als knecht beschouwd. De ikpersoon krijgt les, Oeroeg niet, want hij is maar een Javaan. De vader is tegen de omgang met Oeroeg, want wie met pek omgaat (de mensen uit de kampong) raakt ermee besmet. Als Deppoh, Oeroegs vader, verdrinkt bij een poging om de ikpersoon te redden, moet zijn weduwe (Sidris) met haar kinderschaar het huisje op het terrein van de vader van de ikpersoon verlaten! Geen sprake van medelij of schuldgevoel bij de vader. Later -vooral door toedoen van het gezeur van de ikpersoon - betaalt vader als een soort genoegdoening de schoolkosten voor Oeroeg. De ikpersoon gaat naar de HBS, Oeroeg naar de Indische Middelbare school.
De ikpersoon is in wezen niet anders dan zijn vader. De andere Javanen behandelt hij in wezen net zo. Pag. 25: “Het kwam nooit in mij op te twijfelen aan een volkomen gelijkheid in rechten, waar het Oeroeg en mijzelf betrof. Hoewel ik me -zij het misschien half doorleefd- wel ten opzichte van de huisjongen, de baboe en Danoeh, de tuinman, bewust was van een verschil in ras en rang." Alleen Oeroeg ziet hij niet meer als een Javaan. Alleen Gerard Stokman, de avontuurlijke nieuwe employee van vader, heeft daar andere opvattingen over, maar hij wordt door de Nederlanders als “een zonderling beschouwd, omdat hij niet van drinken en bridgen hield en weinig voelde voor de wekelijkse uitstapjes naar de soos in Soekaboemi." (pag.34)

-communicatieproblemen
In het boek wordt duidelijk dat de ikpersoon een aantal communicatieproblemen heeft. Dat heeft hij met Oeroeg, want hij komt er nooit achter wie Oeroeg nou eigenlijk was en wat hij dacht, maar hij heeft dat ook met zijn moeder, bijvoorbeeld op blz. 27: “De tranen en omhelzingen van mijn moeder, die nooit bijzonder gul met genegenheidsblijken was geweest, brachten mij dusdanig uit mijn evenwicht, dat ik zelf wanhopig huilde toen de auto wegreed.”
Het communicatieprobleem komt ook tussen de ikpersoon en zijn vader, dat blijkt als zijn vader bij zijn terugkeer opeens een nieuwe vrouw meeneemt, waarmee hij getrouwd is in Singapore. Ook blijkt het uit een stukje op pagina 34: “Met mijn vader had ik, zo mogelijk, nog minder contact dan tevoren. Hij werkte lang op de fabriek en kwam pas laat in de middag thuis. Meestal zag ik hem alleen aan tafel. Hij at vlug, gewoonlijk zonder een woord te spreken. Zijn gedachten waren ergens anders, bij zijn werk, bij dingen waar ik mij geen voorstelling van kon maken. Ik wist niets van hem, noch van wat in hem omging.”

Gebeurtenissen

Het boek beschrijft in een flashback de jeugd van de ikpersoon en Oeroeg, hun gezamenlijke opgroeien in Indië en het uit elkaar groeien.
Het boek gaat over een periode die belangrijk is voor de Nederlandse geschiedenis: de jaren voor de oorlog laten het oude koloniale Indië zien, met de blanke Europese minderheid die de autochtone bevolking overheerst en discrimineert. De Japanse bezetting helpt een einde te maken aan de onderhorigheid van Indië, de bevolking komt in opstand; vergeefs probeert Nederland de kolonie te redden d.m.v. de zgn. 'politionele acties'.

Personages

Het is interessant te lezen hoe Hella Haasse al laat zien hoe groot de verschillen tussen de blanke ikpersoon en de Javaan Oeroeg van meet af aan zijn. Voorbeelden van die verschillen: Als 6-jarige heeft Oeroeg al een veel volwassenen lichaam dan de ikpersoon. Oeroeg is bruin, heeft minder last van de zon, de ikpersoon is blond, sproeten en een verbrande huid. Oeroeg is wreder t.o.v. dieren. Hij vertroetelt ze niet, zoals de ikpersoon dat het liefste doet, maar laat ze tegen elkaar vechten en doodt ze.

Oeroeg laat zijn gevoelens nooit blijken, de ikpersoon is veel opener. Daarentegen kan Oeroeg zich totaal overgeven aan een spel (bijvoorbeeld het nabootsten van de jacht of het geluid van vliegtuigen), terwijl de ikpersoon dat niet kan. De ikpersoon ontwikkelt zich tot een lezer, een Hollandse realist, terwijl Oeroeg artistieker is: hij tekent. Zijn passie voor de Indonesische onafhankelijkheid sleept hem helemaal mee. Hij gaat zelfs zover, dat hij de 18 jaar durende boezemvriendschap botweg aan de kant schuift omdat die niet meer past in zijn visie op de Nederlandse overheersers: de ikpersoon is een van zijn vijanden geworden.

Oeroeg vertoont de interessantste ontwikkeling: als jongetje groeit hij samen op met de ikpersoon, maar blijft wel typisch inlands. Hij verstaat Nederlands uitstekend, kan het lezen en spreken, maar weigert dat over het algemeen. Pag. 34: "..maar werd door een soort schaamte weerhouden om zich in die taal uit te drukken." De ikpersoon is eigenlijk degene die zich aanpast, en Soedanees spreekt, tot ergernis van zijn vader.
Als Oeroeg eveneens naar de middelbare school gaat volgt een periode waarin Oeroeg zijn Indische afkomst probeert te verloochenen en zoveel mogelijk op een Nederlander te lijken. Hij draag geen topi meer, bijvoorbeeld. Dat duurt maar een paar jaar. Oeroeg ontdekt dat het als inlander onmogelijk is om dezelfde status en kansen te krijgen als zijn blanke vriend. Dan ontmoet hij Abdullah, een moslim als hij zelf, en via hem komt hij in contact met de onafhankelijkheidsbeweging. Hij verindischt weer totaal, zijn topi staat weer op zijn hoofd. Hij is indischer dan ooit, hoewel hij de oude Indische cultuur ten dele afwijst: pag. 70: "Laten ze ons fabrieken geven en oorlogsschepen en moderne klinieken en scholen, en zeggenschap over onze eigen zaken."

De vader van de ikpersoon is de nuchtere, hardwerkende Nederlander. Hij denkt totaal koloniaal: de inlanders zijn minder en dom. Oeroeg kan hooguit klerk worden volgens de bestaande verhoudingen. Hoewel hij minstens zo intelligent is als de ikpersoon, wil de vader dat niet zien, of kan hij dat niet zien.

Opmerkelijk is, dat de vader totaal geen contact heeft met zijn zoon. Hij gaat zelfs op wereldreis en laat zijn zoon achter in de handen van een hospita, Lida. Pag. 34: "Ik wist niets van hem, noch van wat er in hem omging. " Pag. 35: "het gemak om met kinderen om te gaan, was mijn vader ten enenmale vreemd. Zo leefden wij naast elkaar, als wezens die verschillende talen spraken."

Bouw

De tekst bestaat uit drie delen; in de eerste alinea is nog heden (proloog), daarna is het een grote flashback: de jeugd van de ikpersoon tot aan 1938; het bezoek aan Indonesië in 1948. In de laatste alinea is het weer heden. De flashback is geheel chronologisch.

D. Evaluatie.

Personages:

Ik kon me goed inleven in de personages, ze werden dan ook erg precies beschreven. Ik bewonderde Oeroeg in het begin om zijn zorgeloosheid, maar op het eind vond ik hem te naïef. Ik zou nooit zo’n goede vriend aan de kant zetten. Ik vond dat ook een beetje onvoorspelbaar, maar dat maakte het wel interessant. De enige personages die ik sympathiek vond waren de ikpersoon, maar vooral Gerard Stokman, vooral om zijn mening over gelijkheid
Ik vind Oeroeg geen held, maar wel een jongen die volhoudt na alles wat er is gebeurd. Na de dood van zijn vader, raakt hij als het ware ook zijn moeder kwijt, omdat Oeroeg bij de ikpersoon komt te wonen. Hierdoor ziet hij zijn moeder nauwelijks en is hij van haar vervreemd.

Bouw:
Ik vond de bouw niet ingewikkeld, het was makkelijk te begrijpen. Dit laatste kwam waarschijnlijk doordat het verhaal langzaam op gang komt. Ik vond de bouw van het verhaal goed passen bij het thema, want om te ontdekken wie Oeroeg nu eigenlijk was, moest de ikpersoon wel in het verleden kijken.
Ik vind het verhaal niet spannend. Wel een spannend stukje vind ik wanneer ze naar het Zwarte Meer gaan. Je weet niet wat je te wachten staat, dat maakt het stukje spannend. Het verhaal zie je door de ogen van de ikpersoon. Ik vind het erg mooi dat je het verhaal door de ogen van hem ziet, het geeft je een gevoel dat je er zelf ook bent.

Onderwerp:
Ik denk dat er niet één onderwerp was in dit verhaal, maar zelfs twee. Als eerste de vriendschap tussen Oeroeg en de ikpersoon en daarnaast ook het verschil tussen de blanke en de bruine, oorspronkelijke bewoners.
Ik vind beide erg boeiende en interessante onderwerpen. Een vriendschap tussen twee totaal verschillende jongens is erg bijzonder, omdat ze allebei een andere achtergrond hebben.

Gebeurtenissen:
Een erg belangrijke gebeurtenis in het boek vind ik de dood van de vader van Oeroeg. Hierdoor verandert het leven van Oeroeg, omdat zijn familie nu geen geld heeft om van te leven. Door een schuldgevoel mag Oeroeg bij de familie van de ikpersoon blijven. Erg bijzonder, want als deze gebeurtenis niet had plaatsgevonden was het misschien wel heel anders met Oeroeg afgelopen. Elke gebeurtenis in het boek heeft ook weer een eigen begrip. Hiermee bedoel ik dat de ene gebeurtenis juist spannend is en de andere erg ontroerend. Voorbeelden hiervan zijn: de dood van Oeroeg`s vader, deze gebeurtenis is erg ontroerend, maar tegelijkertijd ook erg spannend en schokkend. Een ongeloofwaardige gebeurtenis is dat een inlandse jongen zo bevriend kan raken met een Nederlandse jongen van een rijke vader.
Volgens mij ligt de nadruk meer op de gedachten en gevoelens van de personages dan op de gebeurtenissen, omdat het boek eigenlijk helemaal gaat hoe de ikpersoon erachter komt wie Oeroeg is (althans; een poging waagt tot).
De gebeurtenis die het meeste indruk op mij maakte was de confrontatie tussen de ikpersoon en (waarschijnlijk) Oeroeg. Ik had het niet verwacht, en vroeg me af wat er verder gebeurde. Was het Oeroeg of niet?

Taalgebruik:
Ik vind het taalgebruik in het boek best moeilijk, dit komt misschien omdat het verhaal zich in Indië afspeelt. Er komen vaak Indische termen in voor, maar die worden soms door het zinsverband duidelijk gemaakt. Gelukkig maakte het taalgebruik het verhaal niet ingewikkeld.

Recensie

G.K, De nieuwe Eeuw, 13 maart, 1948

G.K. is van mening dat:

-de auteur er niet in is geslaagd om de kloof tussen de oosterse en westerse mens weer te geven.

Aleid Truijens, Diepzee, jaargang 3 (1985), nr. 3

Aleid is van mening dat:

-Oeroeg een prachtig boek is, omdat het een goed beeld geeft van een cultuur- en machtskloof tussen de hautaine Nederlanders en de ploeterende bevolking.

Ik ben het niet eens met G.K. en wel met Aleid Truijens, omdat ik vind dat Hella Haasse er juist wel in is geslaagd de kloof tussen 2 soorten mensen weer te geven. Je merkt aan allerlei dingen in het boek; bijvoorbeeld als Oeroeg en de ikpersoon samen ranja dronken: de ikpersoon krijgt rode en Oeroeg groene ranja. En ook als de ikpersoon les krijgt: Oeroeg mag er niet bij zijn, en hij gaat ook niet naar school, zoals de ikpersoon. Uiteindelijk gaat Oeroeg ook wel naar school, omdat de vader van de ikpersoon zich schuldig voelt, maar toch gaat hij naar een ‘mindere’ school dan de ikpersoon. En zo zijn er nog veel meer voorbeelden van hoe Hella Haasse duidelijk het machtsverschil aangeeft tussen de blanken en de oorspronkelijke bewoners van het land. En volgens mij denkt Aleid er ook zo over, in tegenstelling tot G.K.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

@iemand... ooit van plagiaat plegen gehoord..?

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

I.

I.

@es.. nogal he, maar het is ook hetzelfde boek... miss daardoor

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

M.

M.

Erg goede verwerkimgsopdracht, ik heb erg veel gehad aan de analyse met spanningsbogen etc. Goed werk, hartelijk dank

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

E.

E.

Deze samenvatting is precies hetzelfde als die andere 2 verslag =S lekker handig..

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

C.

C.

Heel goed boekverslag! Ik heb er veel info uit kunnen halen. Thx! xx

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast