Onze vrienden van Markteffect doen hun jaarlijkse Scholierenonderzoek. Geef jouw mening over het onderwijs en maak kans op JBL headphones of Bol.com-bonnen van 15 euro.

 

Doe mee


ADVERTENTIE
1500 euro winnen met je PWS of Sectorwerkstuk?

Heeft jouw PWS of Sectorwerkstuk een link met het Rijksmuseum? Stuur je werkstuk dan vanaf december in voor de Junior Fellowship profielwerkstukwedstrijd van het Rijksmuseum. En maak kans op € 1500 en een traineeship! 

Auteur Hella S. Haasse

Titel Oeroeg

Verschenen in 1993 (31e druk)

Eerste druk 1948

Uitgave Querido Amsterdam



Ruimte speelt in het boek "Oeroeg" een belangrijke rol. De ruimte bepaald voor een groot deel de sfeer in het boek en is gedetailleerd beschreven. Het is niet alleen maar de achtergrond van de gebeurtenissen maar doet vaak actief mee. De ruimte weerspiegelt de emoties van de hoofdpersoon, de verteller.



Plaatsing





Het verhaal speelt zich voor het grootste gedeelte af in het voormalige Nederlands Indië. Alleen aan het einde wordt er even naar Nederland uitgeweken. Het boek gaat over de relatie tussen een Nederlandse jongen en Oeroeg, een inlandse jongen. Over het begrip en onbegrip tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Alleen al omdat het boek over de cultuurverschillen tussen twee landen gaat en over de rol van de Nederlanders in Nederlands Indië is de ruimte belangrijk. Dit had zich nergens anders af kunnen spelen dan hier.



Het verhaal speelt zich op een aantal plaatsen af. Het verhaal speelt zich af in de plaatsen Soekaboemi, Batavia en Soerabaja en op de onderneming Kebon Djati. Het speelt zich af in Indië, waar de ouders van de verteller een onderneming beheren in Kebon Djati, diep in het bergland van Preanger. De meeste van deze plaatsen spelen echter geen grote rol in het verhaal. Het enige dat belangrijk is aan Soekaboemi, Batavia en Soerabaja is dat wanneer de verteller daar is, hij niet bij de theeplantage is, niet bij Telaga Hideung.



Telaga Hideung



Vooral het landschap rond de theeplantage speelt een belangrijke rol. In het bijzonder het meer Telaga Hideung. Steeds weer komt dit meer terug in het verhaal. In het begin van het boek zijn de verteller en Oeroeg nog kleine jongens. Telaga Hideung is dan een legendarische plaats van boze geesten en zielen van gestorvenen. De verteller heeft het meer nog niet gezien en heeft er samen met zijn vriendje Oeroeg een eigen voorstelling van gemaakt.



"Ons voorstellingsvermogen schilderde het ons af als een inktzwarte watervlakte, waar

monsters en spoken hoogtij vierden" (pag. 21)



De jongens denken dat de plaats weergeeft hoe de bewoners ervan zijn (de boze geesten). Dan gaat de verteller met zijn ouders en een paar vrienden van zijn ouders naar het meer toe. Dit "vervult hem met trots en opwinding" (pag. 22), daaruit blijkt wel hoe belangrijk deze plaats nu al voor de verteller is. De omgeving waar de groep doorheen komt tijdens de tocht naar het meer wordt uitvoerig beschreven. Deze geeft de gevoelens van de verteller weer die het uitstapje steeds geheimzinniger en spannender begint te vinden.



"De nachthemel was metaalblauw, vol sterren. De maan stond hoger en had haar rode gloed



verloren. De wind ritselde in gras en bamboebosjes ter weerszijden van de weg, die zich in

grote bochten langs de berghelling omhoogwond. (…) Naarmate wij verder reden werd ook

het geklater van neerstortend water duidelijk hoorbaar. (…) In de verte schemerde een lichte

vlek. Toen we dichterbij kwamen, zag ik dat het de maneschijn was, die door de open plekken

tussen het loof van de bomen omlaagstroomde, tot lichtzuilen gebundeld." (pag. 23 t/m 26)



Dit is slechts een klein stukje van de tocht, maar de opbouw is ook zo al te zien. Wanneer de wandeling begint is de natuur mooi en een beetje geheimzinnig. Het laat zien hoe verwachtingsvol de verteller is. Dan wordt het opgebouwd, steeds wilder en ondoorgaanbaarder. Steeds mysterieuzer. Dit gaat gelijk op met de gevoelens van de verteller die de tocht steeds spannender vindt en op een gegeven moment echt eng gaat vinden. Als ze bij het meer aan zijn gekomen valt het eerst erg tegen. Het ziet er eigenlijk maar erg gewoon uit. Een gewone plas water, geen mythologisch meer. Maar dan krijgt de fantasie van de verteller weer de overhand en hij vindt het toch erg indrukwekkend. Hij kan zich goed voorstellen dat boze geesten zich verborgen houden in de planten rond het meer. Dan hoort hij van Deppoh, de vader van Oeroeg, iets wat de plek nog bedreigender maakt. "Waterplanten, ze vangen een mens en houden hem vast, zodat hij verdrinkt"(pag. 29). Kort daarna kan de groep de verteller niet meer vinden. Deppoh is bang dat hij in het water is gesprongen en gaat ook het water in om hem te zoeken. Al snel blijkt er niets aan de hand te zijn met de verteller maar Deppoh komt niet meer terug. De waterplanten hebben hem inderdaad gevangen. Tot nu toe is het meer de plek van het kwaad. Een plek met boze geesten en de plek waar de vader van Oeroeg verdronk. Bovendien is deze plaats nu verbonden met een schuldgevoel van de verteller, hij voelt zich verantwoordelijk voor de dood van Deppoh.



De verteller komt nu een lange tijd niet meer naar Telaga Hideung. Niet perse omdat hij bang is geworden van de plek, maar vooral om praktische redenen, hij is verhuist voor zijn studie. Later komt hij nog eens terug naar de theeplantage. Hij gaat dan ook naar het meer. Hoewel de verteller niet meer in geesten gelooft vindt hij de plek nog steeds huiveringwekkend.



"Ik wist geen naam, geen definitie voor deze angst, voor het gevoel van beklemming dat me

beving, wanneer ik naar de groenzwarte wateroppervlakte staarde. (…) en eenmaal meende

ik in de diepte een roodachtige reflex te zien, als van bijna zwart bloed."(pag. 101)



Het feit dat het meer de verteller aan bloed doet denken laat zien dat hij nog steeds erg bezig is met de dood van Deppoh. Telaga Hideung is nog altijd een onheilsplek. Dit zal niet veranderen. Helemaal aan het einde van het boek komt de verteller er nog een laatste maal, maar hij is niet meer welkom.



Niet meer welkom



De verteller gaat op een gegeven moment naar Nederland om daar te studeren. Na een tijdje verlangt hij toch weer ontzettend terug naar het land waar hij altijd heeft gewoond en dat hij als zijn thuisland ziet. Hij gaat daarom weer terug naar Indië. Alles blijkt veranderd te zijn. Alle mensen die hij kende en als zijn vrienden beschouwde zijn onherkenbaar geworden. De verteller gaat op zoek naar Oeroeg. Oeroeg houdt zich tegenwoordig bezig met politiek en bij de terugkomst beschouwt hij de verteller als een vijand. Nu beseft de verteller dat hij Oeroeg eigenlijk nooit goed begrepen heeft. Hij is een vreemde geworden in zijn eigen geboorteland.

Het blijft niet alleen bij de mensen die eens zijn vrienden waren, ook de omgeving die de verteller altijd als zijn eigen omgeving heeft beschouwd, het gebied waar hij is geboren en opgegroeid, is drastisch veranderd.



"Het landschap dat zich bij de kromming van de weg voor mij uitstrekte, kende ik

zelfs niet uit angstdromen. De zwartgeblakerde heuvelkammen waren spookachtig

naakt. De truck reed omhoog langs de weg als tussen de ribben van een geweldig

kadaver"(pag. 117)



Het droombeeld dat de verteller had van Indië wordt hiermee helemaal stukgeslagen. Hij had het land altijd als vanzelfsprekend beschouwt, als zijn thuisland, en de mensen die er woonden hoorden daar als vanzelfsprekend bij. Nu blijkt dat hij de inlanders toch nooit echt heeft begrepen en hij niet meer thuishoort in Indië. Zelfs het landschap probeert hem zo snel mogelijk weer het land uit te werken.



Alles in het landschap is veranderd behalve Telaga Hideung. Dit maakt het meer juist nog angstaanjagender dan het altijd al was. De verteller associeert het meer nog steeds met bloed en ziet het als een "rijk van wreedheid"(pag. 121). Hier blijkt dat zelfs zijn beste vriend, Oeroeg, zich tegen de verteller heeft gekeerd. Oeroeg ziet hem nu als vijand. Hoe angstaanjagend Oeroeg nu is voor de verteller blijkt uit de volgende vergelijking



"Zijn ogen waren zwartglanzend als de waterspiegel van Telaga Hideung, en even

weinig van zins prijs te geven wat in de diepte verborgen lag." (pag. 120)



De verteller zegt dat de ogen van Oeroeg als Telaga Hideung zijn, hij geeft er geen uitleg bij. Hieruit blijkt dat deze plaats bepaalde gevoelens oproept, van angst en geheimzinnigheid. Het meer is nu een symbool geworden voor de ondoorgrondelijkheid van Oeroeg en het Indonesische Nationalisme.



Volwassen worden



Behalve het thema van het rassenverschil is er ook nog een ander gegeven in dit verhaal belangrijk: 'de groei naar volwassenheid'. Bij de eerste tocht naar Telaga Hideung begrijpt de verteller niets van het uitbundige plezier van de volwassenen; zijn gedachten zijn geheel bij de wonderlijke verhalen die over het Zwarte Meer ronde doen. Hier is hij nog een kind dat in zijn eigen gedachtenwereldje leeft. Later wordt het steeds duidelijker dat hij langzaam volwassen wordt. Dit blijkt vooral uit het stuk in het boek waar Oeroeg en de verteller in de rivier gaan zwemmen. Deze rivier was met haar bruisende, klaterende water altijd onvoorwaardelijk gekoppeld aan spelletjes. Nu hebben beide jongens geen oog meer voor de kleine dingetjes die de rivier altijd zo bijzonder hadden gemaakt. Ze zijn er te oud voor geworden. Te oud om wonderen te zien in een rivier.



"Het verschil was dat wij het zwemmen, de rivier, het flonkeren van de stroom, met

andere ogen zagen, met ogen die niet meer in staat bleken de reële wereld als een

wereld van wonderen te zien. (…) Wij waren geen kinderen meer."(pag. 76 en p 77)



De functie van ruimte



Ruimte speelt in "Oeroeg" een belangrijke rol. De ruimte weerspiegelt de gevoelens van de hoofdpersoon, de verteller. Vooral het meer Telaga Hideung speelt een grote rol in het verhaal. Dit meer beeld in het begin de fantasiewereld van een klein jongetje uit. Een wereld met geesten en sprookjes waar de verteller op avontuur uit kan gaan. Dan wordt deze plek een wat lugubere plaats, door de dood van Oeroegs vader. Vanaf dit moment wordt het meer ook de plek die de onzekerheid van de verteller symboliseert, de angstdroom van de verteller. Aan het einde van het boek beseft de verteller eindelijk dat hij nooit echt thuis heeft gehoord in zijn eigen land en het meer blijkt voor de totale afwijzing te zorgen. Het is nu een symbool geworden voor de ondoorgrondelijkheid van Oeroeg en het Indonesische Nationalisme.



Bronvermelding



1. Haasse H. S. (1993), Oeroeg, Amsterdam, Querido.

2. Gerritsma C. (2000), Gratis lezen, uittreksels van 20 literaire boekenweekgeschenken, Arnhem, Ellessy.

3. Boef A. H., Lexicon van literaire werken 13, februari 1992.

4. Internet: zoekresultaten van +oeroeg +haasse op www.lycos.com.

5. Internet: www.schrijversnet.nl

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.