Luister jij ooit naar podcasts? Wij doen onderzoek naar podcasts en willen graag jouw feedback op een idee van ons. Jij kunt helpen door de vragenlijst (circa 3 min) in te vullen. Ook als je nooit podcasts luistert!

 


Naar de vragenlijst


ADVERTENTIE
Red de planten! Wil jij honger de wereld uit helpen op een duurzame manier? Dat kan door bijvoorbeeld planten te laten groeien op een zilte bodem of door de banaan van uitsterven te redden. Dit en nog veel meer leer je met de bachelor Plantenwetenschappen aan de Wageningen University! Lijkt het jou wel wat om met planten de wereld te verbeteren? Kom dan naar de meeloopdag op 28 november!

Meld je aan!
1 Zakelijke gegevens
a) Hella S. Haasse
b) Oeroeg, Wolters- Noordhoff, Groningen, 1992, 111 blz. (eerste druk 1948)
c) novelle

2 Eerste reactie
a) Ik heb voor dit boek gekozen omdat ik het al ooit eens gelezen had. Toen vond ik het al een mooi boek.
b) Ik vind het een mooi en aangrijpend boek. Het valt me op hoe Oeroeg in de loop van het verhaal verandert. Dat spreekt me vooral aan.

3 Verdieping
a) Samenvatting
Het verhaal wordt verteld door de zoon van een Nederlandse administrateur die vriendschap heeft gesloten met de Indische jongen Oeroeg. Ze groeien samen op van baby tot jongeman, omdat beide moeders vriendschappelijk met elkaar omgaan en beide dezelfde tijd zwanger zijn. De jongens zijn vaak samen. Meestal zijn ze bij Oeroeg thuis omdat ze daar kunnen doen wat ze willen. Toch zijn er in de jeugdperiode al verschillen tussen de oosterling en de westerling op te merken: Oeroeg uit zijn vreugde nauwelijks en hij neemt tegenover dieren een ander standpunt in. De vader van de 'ik' juicht de omgang met de Indische jongen niet toe en doet er alles aan om ze niet met elkaar om te kunnen gaan. Een employé moet 'ik' Nederlands leren en verder onderwijzen. Op een gegeven moment gaan ze beide naar een andere lagere school. Als er gasten zijn bij de Nederlandse administrateur, wordt er een rit gemaakt naar Telaga Hedeung, het Zwarte Meer. 'Ik' mag mee naar het meer en de vader van Oeroeg, Deppoh, gaat ook mee. Maar door een ongeluk verdrinkt Deppoh. Sidris, de moeder van Oeroeg, verhuist naar een dessa hoger op de berg. Gerard Stokman, de nieuwe employé, verschijnt in het leven van Oeroeg en 'ik'. Deze avonturier neemt de jongens mee op de jacht op wilde varkens, waarbij Ali, de koelie, allerlei verhalen vertelt. Na een tijdje gaat 'ik' in Soekaboemi wonen bij Lida. Oeroeg blijft hij ontmoeten in spijbeluurtjes, Lida laat Oeroeg bij haar thuis komen en spoedig daarna verhuist hij voorgoed naar het pension. Lida is het, die Oeroeg vooruit wil helpen om zich verder te ontwikkelen; hij wordt arts. De vader van 'ik' komt na ruim een jaar weer terug: Hij had een nieuwe vrouw meegebracht. Met deze, Eugenie, kan 'ik' niet goed opschieten. Hij gaat daarom in Batavia, waar Lida en Oeroeg wonen, naar een internaat. De jongens, in hun puberteitsjaren, komen ook in aanraking met meisjes, meestal zusters van Oeroegs vrienden. De twee praten veel over meisjes, films en hun toekomst. Later komt Oeroeg ook op het internaat waar Oeroeg Abdullah Haroedin ontmoet. In Soerabaja wordt Oeroeg de zelfbewuste inlander die hij moest worden: hij bekritiseerde de gouvernementsregelingen op medisch en hygiënisch gebied. Ook Lida verhuist naar Soerabaja en schrijft aan 'ik' brieven. 'Ik' vertrekt naar holland om in Delft voor ingenieur te gaan studeren. Van Oeroeg en Lida neemt hij afscheid: de verwijdering tussen de twee vrienden is groter geworden. Als 'ik' na zijn studie voltooid te hebben, terugkeert in Indië, ontmoet hij Oeroeg bij het meer Telaga Hideung. De inlander staat voor hem met een getrokken revolver: 'Ga weg,' zei hij in het Soedanees, 'ga weg, anders schiet ik. Je hebt hier niets te maken.' 'Was het werkelijk Oeroeg? Ik weet het niet. Oeroeg zal ik nooit meer ontmoeten. Ik kende hem, zoals ik Telaga Hideung kende - een spiegelende oppervlakte. De diepte peilde ik nooit.'

b) onderzoek van de verhaaltechniek
1. Het verhaal is op en verouderde stijl geschreven. 'Al was mijn herinnering gelijk aan een van de toverplaatjes' of 'Zo komt ook Oeroeg tot me terug.' Deze uitdrukkingen gebruiken we nu niet meer.
2. Het verhaal speelt zich af in het vroegere Indië. Het verhaal duurt ongeveer 23 jaar. Het verhaal begint bij de geboorte van 'ik' en Oeroeg en het is afgelopen wanneer 'ik' 23 jaar is.
3. De hoofdfiguren uit dit boek zijn 'ik' en Oeroeg.
Dit zijn de kenmerken van 'ik': Leeftijd: 23 jaar
Woonplaats: Hij heeft bijna zijn hele leven in Indië gewoond maar hij heeft ook een aantal jaar in Nederland gewoond om te studeren.
Uiterlijk: Het is een blanke jongen.
Opleiding: Hij is naar Nederland gegaan om daar voor ingenieur te gaan studeren.
Werk: Nu, op 23-jarige leeftijd gaat hij terug naar Indië om daar het land opnieuw mee helpen op te bouwen.
Vrienden: Hij is van jongs af al bevriend met Oeroeg.
Bekenden: De employés meneer Bollinger en Gerard, Lida, Sidris.
Eigenschappen: Hij houdt van lezen en is op jeugdige leeftijd vooral met zijn school bezig.

Dit zijn de kenmerken van Oeroeg:
Leeftijd: 23 jaar
Woonplaats: Oeroeg heeft zijn hele leven in Indië gewoond. Hij heeft in verschillende plaatsen gewoond zoals Kebon Djati, Soekaboemi, Soekabaja en in Batavia.
Opleiding: Eerst heeft hij op een basisschool in Soekaboemi gezeten. Daarna gaat hij naar de NIAS om voor arts te studeren.
Gezondheid: Na de oorlog is Oeroeg heel erg vermagerd maar toen Oeroeg en 'ik' nog jong waren, was hij nog wel gezond. Werk: Nadat hij afgestudeerd is gaat hij aan het werk als arts.
Vrienden: Vroeger was hij bevriend met 'ik' maar naarmate ze ouder worden groeien ze uit elkaar. Later raakt Oeroeg bevriend met Abdullah.
Bloedverwanten: Zijn moeder Sidris, zijn vader Deppoh die in de loop van het verhaal overlijdt. Ook heeft hij een stel broers en zussen.
Eigenschappen: In zijn jongere jaren is hij een verlegen jongen maar dat verandert naarmate hij ouder wordt.
Bijzonderheden: Hij houdt veel van tekenen en heeft vaak andere belangstellingen dan 'ik'.
Belangrijke bijfiguren in dit boek:
Sidris: Moeder van Oeroeg maar houdt ook veel van 'ik'.
Deppoh: Vader van Oeroeg, sterft in het meer doordat hij vast raakte in de planten omdat hij 'ik' wilde redden.
Lida: Pension houdster. Heeft veel met Oeroeg op en wordt ook zijn pleegmoeder. Oeroeg kan in haar ogen niets verkeerd doen.
Moeder 'ik': Na de geboorte van 'ik' kan ze geen kinderen meer krijgen. Ze verlaat haar man en gaat met employé Bollinger naar Nice.
Vader 'ik': Vroeger was hij een drukke man met een drukke baan. Nadat zijn vrouw vertrokken is, gaat hij wat rustiger aan doen.

4. Beginsituatie: 'Ik' kijkt terug op zijn kindertijd. Hij denkt terug aan zijn tijd met Oeroeg, die nu zo veranderd is. Situaties met een nieuw element: Het verhaal gaat verder in de jaren dat Oeroeg en 'ik' opgroeiden en hoe ze uit elkaar groeiden.
Slotsituatie: 'Ik' gaat terug naar Indië en denkt daar Oeroeg te ontmoeten maar als hij omkijkt is de jongen verdwenen. Nooit zal hij het zeker weten of het nu Oeroeg wel of niet was.

5. Het verhaal is een ik-verhaal. Het is verteld door de zoon van een Nederlandse administrateur, de vriend van Oeroeg.
c) Op zoek naar de thematiek
1. Het thema van dit boek is: Hoe twee vrienden van verschillend ras uit elkaar groeien. Ook gaat het verhaal om: Groei naar volwassenheid.
2. Vroeger waren ze vrienden en deden alles samen maar naarmate ze ouder werden groeiden ze uit elkaar. Daarbij werden ze geholpen door de vader van de 'ik', die ervoor zorgde dat Oeroeg en 'ik' uit elkaar groeiden. De liefhebberijen van de jongens bestaan oorspronkelijk uit bijvoorbeeld het verzamelen van postzegels en sigarenbandjes. Later, in Batavia, gelden hun gesprekken vooral over de school, hun kennissen, sport, bioscoop en meisjes. Als zij later nog eens in Kebon Djatih komen, genieten zij niet meer van het landschap en zwemmen in de rivier, omdat zij nu de wereld zien 'met ogen, die niet meer in staat bleken de reële wereld als een wereld van wonderen te zien.'
3.'Ik' heeft zijn leven vast willen leggen op papier. Daarin kwam vooral Oeroeg voor als vriend die hij nu verloren heeft. Na dit alles is hij Oeroeg nog niet vergeten.
d) Plaats in de literatuurgeschiedenis
Hella S. Haasse is op 2 februari 1918 geboren in Batavia. Haar moeder was pianist, haar vader inspecteur van financiën bij het Gouvernement. Met een onderbreking van twee periodes woonde zij tot aan haar twintigste in Nederlands-Indië. Ze ging er naar de lagere school en het gymnasium en besteedde veel tijd aan lezen en toneelspelen. Het acteren bood haar de mogelijkheid van contact met anderen; in lezen vond zij troost voor het gevoel overal buiten te staan. De angst voor het isolement had alles te maken met de nonnenschool die Hella S. Haasse bezocht. Omdat zij niet katholiek was, mocht ze niet met de anderen naar de kapel, kreeg geen bidprentjes en was in veel opzichten een vreemdeling. In 1938 vertrok zij naar Nederland waar zij in Amsterdam Scandinavische talen ging studeren maar maakte die studie niet af. Ze liet zich inschrijven aan de Toneelschool. In 1943 deed ze eindexamen, maar omdat zij zich niet in wilde schrijven bij de Kultuurkamer, is van een toneelcarrière weinig terechtgekomen. Inmiddels had zij enige gedichten gepubliceerd in de tijdschriften Werk en Criterium en cabaretteksten geschreven voor onder anderen Wim Sonneveld. Naar haar huwelijk met Jan van Lelyveld (2 februari 1944) wijdt zij zich volledig aan het schrijven en vooral aan het schrijven van proza en historische romans. Het bedenken van personen, conflicten en werelden blijkt haar op het lijf geschreven. Het is haar manier om naar buiten te treden en de waarheid te onthullen. In Oeroeg heeft ze geprobeerd de indrukken van haar jeugd vast te leggen, de zintuiglijke indrukken maar ook de thematiek van vreemdeling te zijn in het land van je jeugd en de verhouding tussen Nederlanders en Indonesiërs. In haar tijd was het heel gewoon dat de blanken tot de bovenlaag behoorden en de Indonesiërs. Er was nauwelijks oog voor de identiteit en de geschiedenis van Indonesië. Op school leerden ze alles van Floris V en Michiel de Ruyter of de aardrijkskunde van Groningen en maar weinig over het land waar zij woonden. Ook bij haar thuis leefde de Indonesische kwestie niet. Haar ouders leidden een Hollands leven, het huis was op zijn Hollands ingericht en zij aten Hollandse maaltijden. Ze wilden hun kinderen niet laten 'verindischen', omdat hun toekomst toch in Nederland lag. Daarom was er veel aandacht voor intellectuele ontplooiing, voor studeren, musiceren, tekenen, lezen en toneelspelen. Het Indische leven was voor Hella Haasse eerder de natuur, het klimaat, de atmosfeer dan de mensen of de armoede van de kampongs. Dat blijkt wel uit Oeroeg, waarin zintuiglijke indrukken domineren. Met de mensen had zij meer moeite, die bleven enigszins op de achtergrond, ontoegankelijk en onbegrijpelijk. Het ontbreken van begrip voor de inlander maakt de vriendschap tussen een Indische en een Nederlandse jongen onmogelijk. De Nederlandse jongen ziet die vriendschap als iets vanzelfsprekends, voor de positie van Oeroeg heeft hij geen oog. Hella S. Haasse heeft veel geschreven waaronder onder andere Zelfportret als legkaart (1954) en Krassen op een rots (1970), romans als Cider voor arme mensen (1960) en Huurders en onderhuurders (1971) en omvangrijke historische romans. Sommige daarvan ontsproten aan haar eigen verbeelding, andere zijn gebaseerd op brieven en documentatiemateriaal van bestaande families en personen. Haar laatste proeve op dit gebied is Heren van de thee (1992), waarin de geschiedenis van de kolonialistische theeplanters is beschreven. Ofschoon Hella S. Haasse gerekend kan worden tot de belangrijkste vrouwelijke auteurs van na de oorlog, heeft de vrouwenbeweging weinig aandacht voor haar gehad. Dat heeft te maken met haar visie op vrouwen. De bewustwording van de vrouw ziet zij niet als het losmaken uit eeuwenlange onderdrukking, maar als een natuurlijke ontwikkeling die alles te maken heeft met geborgenheid in liefde. Voor een vrouw kan dat gevoel van veiligheid versterkt worden door positie als echtgenote en moeder. Het werk van Hella S. haasse is op grote schaal vertaald en onderscheiden met literaire prijzen. De belangrijkste daarvan zijn de Constantijn Huygensprijs (1981), de hoogste literaire onderscheiding in Nederland.

In de eerste druk van Oeroeg stond voorin 'Soeka Toelis'. Dat betekent 'ik houd van schrijven.' Daarmee gaf Hella S. Haasse aan hoe belangrijk schrijven voor haar was - vooral het schrijven van Oeroeg. Het heeft haar inzicht gegeven in het land van haar jeugd. De Commissie voor de Propaganda van het Boek had aan twintig Nederlandse auteurs gevraagd of ze een verhaal wilden inzenden. Het winnende verhaal zou het Boekenweekgeschenk van 1948 worden. Dat leek ook Hella Haasse wel wat en omdat ze zo vol zat van het leven in Indië, laat ze het verhaal daar spelen. Het moet een van de weinige keren zijn geweest dat Hella Haasse een boek in één ruk voltooid heeft. 'Toen ik begon, had ik nog geen idee van het plot. Maar na de eerste zin "Oeroeg was mijn vriend", volgde de rest vanzelf. Ineens kwamen al die jeugdherinneringen en vormden zich het hele verhaal. Ik had vermoedelijk ook wel de behoefte om de vriendschap tussen Oeroeg en de 'ik' te gebruiken als een symbool van een mogelijke vriendschapsrelatie tussen Nederlanders en Indonesiërs. Oeroeg is een novelle, dat wil zeggen een verhaal over één bepaalde crisis of gebeurtenis in het leven van de hoofdpersoon; in dit geval de steeds groter wordende afstand tussen de zoon van een Hollandse planter en die van een Indische ondergeschikte. Als kleine kinderen groeien ze samen op, delen ze hun speelgoed en zijn ze onafscheidelijk. De indrukwekkende betovering van de natuur, de bergen, de planten, de regen en de hitte vormen het decor waartegen dit verhaal over een Indische jeugd zich afspeelt. In kleine gebeurtenissen en situaties wordt de relatie tussen de ik en Oeroeg geschetst. Aanvankelijk heeft de Hollandse jongen nooit het gevoel een buitenstaander te zijn, integendeel. Hij voelt zich bij Oeroegs familie zelfs meer thuis dan in zijn kille ouderlijke huis. Het verhaal si geschreven in een stijl die een beetje verouderd lijkt. 'Al was mijn herinnering gelijk aan een van die toverplaatjes' of 'Zo komt ook Oeroeg tot me terug' zouden we niet meer gebruiken, maar hij past heel goed bij het mysterieuze tropische klimaat. De stilte van de uitgestrekte sawahs en de theetuinen, de honderden bloemen in alle schakeringen van rose, rood en donderoranje en de vele vlinders, het klaterende water van de bergbeken en de geheimzinnige diepten van de meren, de oerwouden met hun donkere paden en vochtig rottende geuren of het ritselen van de slangen in het gras. Hella S. Haasse laat ons zien hoe Hollandse kinderen in Nederlandsch-Oost-Indië van vroeger opgroeiden. Zo begrijp je beter waarom zoveel Nederlanders op vakantie gaan naar Indonesië. Zij willen nog eens proeven van het land van hun jeugd of dat van hun voorouders.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

G.

G.

hallo
ik wil je hartelijk bedanken voor het geen wat je van het boek oeroeg er op heb gezet! ik heb er veel aan gehad..
hartelijke groeten.

15 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

P.

P.

dank u

17 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast