Motto / opdracht:
-

Jaar van eerste uitgave:
1948

Uitgeverij:
Querido, Amsterdam, 31ste druk, 1993

Tekstbeleving
Ik vond Oeroeg een mooi boek om te lezen. Ik vind het knap van Hella Haase dat zij in staat is geweest een boek te schrijven in 1948 dat nog steeds weet te boeien, en dat nog steeds veel gelezen wordt. Dat zegt denk ik wel iets over het boek. Het einde vind ik erg mooi aan dit boek. Het geeft een goed beeld dat de vriendschap compleet ten einde is gekomen, terwijl zij in het begin niet zonder elkaar kunnen. Het boek geeft dan ook een goed beeld hoe de situatie in die tijd was in Indië. Veel mensen hebben denk vriendschappen kapot zien lopen door de oorlog tussen Nederland en Indië. Vooral dat het boek zo'n goed beeld geeft van de situatie in die tijd vind ik het een mooi boek.
In het boek ligt de nadruk meer op de gedachten en gevoelens, dan op de gebeurtenissen. Het is belangrijker wat de personen voelen en denken. Doordat alles duidelijk beschreven wordt, gaan de personen echt voor je leven en voel je echt mee met Oeroeg, maar vooral ook met de ik-figuur. Doordat er sprake is van een ik-figuur beleef je alles uit de ogen van die persoon en kun je je goed inleven.
Toch, doordat de gevoelens en gedachten zo uitvoerig beschreven worden, is het op sommige stukken wat langdradig.

Samenvatting
Dit verhaal wordt verteld door de ik-persoon, de zoon van een Nederlandse administrateur. Hij heeft vriendschap gesloten met een Indische jonhen: Oeroeg. Zij groeien samen op, omdat de moeders vriendschappelijk met elkaar omgaan. De Hollandse moeder heeft verder geen contact met andere vrouwen en rasgenoten. Deze vrouw en de mandoersvrouw Sidris zijn tegelijk zwanger.
Terwijl de jongens samen optrekken, spelen en ravotten zijn er toch al verschillen tussen ‘ik’ en Oeroeg. Oeroeg laat zijn vreugde nauwelijks merken en hij neemt over dieren ook een ander standpunt in. Bij Oeroeg thuis genieten ze wel vaker van hun Fantasiespelletjes met z’n tweeen. De vader van ‘ik’ vindt het vervelend dat zijn zoon met een Indische jongen omgaat. Hij vindt dat Oeroeg niet in de kampong thuishoort. “Oeroeg spreekt geen duidelijke taal en wordt je reinste katjang.”
Een employé moet de ‘ik’ Nederlands leren en verder onderwijzen. Oeroeg ziet de lessen zwijgend aan. Na een tijdje moest ‘ik’ maar de lagere school in de stad. Hij gaat daar iedere dag met de trein naartoe. Als er gasten zijn bij de Nederlandse administrateur gaan ze een rit maken naar de Telega Hideung, het Zwarte Meer. In de fantasiespelen van Oeroeg en ‘ik’ speelt dit Zwarte Meer altijd een grote rol. Dat kwam door de geheimzinnige verhalen die erover verteld werden. ‘Ik’ mag wel mee naar het meer, maar Oeroeg moet (vanzelfsprekend) thuis blijven. Zijn vader Deppoh moet mee om de weg te wijzen en het vlot te bomen (samen met Danoeh, de tuinman). Het wilde spel van de Nederlanders op het oude bamboevlot eindigt ongelukkig: een gedeelte ervan breekt af. ‘Ik’ probeert Deppoh te redden, maar doordat Deppoh in de waterplanten vastraakt, verdrinkt hij.
Sidris blijft daardoor alleen achter en ze verhuist naar een dessa hoger op de berg. Als Oeroeg later naar de Hollands-Indische school te Soekaboemi mag, komt hij weer beneden wonen. De vader van ‘ik’ betaalt de schoolopleiding. Oeroeg en ‘ik’ reizen samen iedere dag heen en weer. Oeroeg wordt al een persoonlijkheidje in de dessa. ‘Ik’ voelt ten aanzien van Oeroeg nog geen verschil in ras en rang. De moeder van ‘ik’ heeft een verhouding met Bollinger, de employé en huisonderwijzer, en zij gaan voor onbepaalde tijd op reis. Gerard Stokman, de nieuwe employé, verschijnt in het leven van ‘ik’ en Oeroeg. Deze avonturier neemt hen mee op de jacht naar wilde varkens. Ali, de koelie, vertelt allerlei verhalen hierbij. Op een avond vertelt de vader van ‘ik’ hem, dat hij op reis gaat. ‘Ik’ moet nu in Holland verder studeren op een kostschool. Hierdoor lijkt het onvermijdelijk dat ‘ik’ en Oeroeg gescheiden worden. Maar er komt uitstel. Op de verjaardag van ‘ik’ heeft zijn vader Oeroeg niet uitgenodigd. Voor het eerst wordt ‘ik’ zich ervan bewust dat Oeroeg in de ogen van anderen een inlander is. De eerste tekenen van verwijdering, zonder dat ‘ik’ dat eigenlijk wil, blijken nu. Met Gerard bepraat ‘ik’ zijn probleem.
Enige tijd later komt ‘ik’ in Soekaboemi wonen bij Lida, een vrouw van onbestemde leeftijd. Oeroeg blijft hij ontmoeten tijdens de spijbeluurtjes met Jules en Adi. Lida laat Oeroeg weer thuiskomen en al snel verhuist hij voorgoed naar het pension. Lida is het die Oeroeg vooruit wil helpen om zich te ontwikkelen. Daardoor wordt Oeroeg arts. De vader van ‘ik’ komt na een jaar weer terug, maar nu samen met een nieuwe vrouw.
Met Eugenie kan ‘ik’ niet zo goed opschieten. ‘Ik’ gaat op de HBS (internaat) in Batavia, waar Lida en Oeroeg al wonen. ‘Ik’ gaat hen daar regelmatig bezoeken.
De jongens komen in hun puberteit ook regelmatig met meisjes in aanraking. Meestal zusjes van Oeroegs vrienden. Bij het meisje Poppie thuis leren ze dansen. De twee vrienden praten veel over meisjes, over films en over hun toekomst. Nadat Lida heeft gemerkt da Oeroeg de kamerverhuursters regelmatig bezoekt, komt hij ook op het internaat Doordat Oeroeg veel met Abdullah Haroedin omgaat, een jongen uit Arabie, die ook naar de NIAS zal gaan, in Soerabaja, ontstaat er verwijdering in hun vriendschap.
Oeroeg schrijft weinig in zijn verblijf daar, maar met zijn studie gaat het erg goed. In Soerabaja wordt Oeroeg de zelfbewuste inlander die hij moest worden: “hij bekritiseert de gouvernementsregering op medisch en hygiënisch gebied.”
Ook Lida verhuist naar Soerabaja en schrijft brieven naar ‘ik’. ‘Ik’ vertrekt naar Holland om in Delft voor ingenieur te gaan studeren. Van Oeroeg en Lida moet hij afscheid nemen. De verwijdering tussen de twee vrienden is groter: “Ik heb veel contact met gelijkgezinden. Er is veel te doen”, zegt Oeroeg.
‘Ik’ begrijpt hem niet, maar later in de ontmoeting wordt alles hem veel duidelijker als Oeroeg hem antwoord: “Ik heb jullie hulp niet nodig. Ik ga niet bij het Nederlandse Gouvernement.”
Als ‘ik’, na zijn studie te hebben afgemaakt, terugkeert in Indie, is de nationalistische geest vele sterker: de politionele actie breekt uit. Bij het meer Telaga Hideung ontmoet ‘ik’ Oeroeg. Oeroeg staat voor hem met getrokken revolver en roept in het Soedanees dat ‘ik’ weg moet gaan. Deze strijd is hard, meedogenloos en onpersoonlijk. “Was het werkelijk Oeroeg? Ik weet het niet. Oeroeg zal ik nooit meer ontmoeten. Ik kende hem zoals ik Telaga Hideung kende, een spiegelende oppervlakte, de diepte peilde ik nooit.”

Verhaalanalyse

Titel: Oeroeg
In dit boek is een van de hoofdpersonen Oeroeg, een Indische jongen die bevriend is met de ik-figuur.

Ondertitel / motto: --

Genre:
We hebben ook hier weer te maken met een psychologische roman. Dit omdat we heel goed meemaken hoe de vriendschap tussen de ik-figuur en Oeroeg in elkaar steekt. Het is goed te merken dat vooral Oeroeg erg veranderd qua karakter. Namelijk dat hij eerst vrij onderdanig is in het begin, maar later, als hij studeert zich steeds meer keert tegen het Nederlandse regime in Indië en het Nederlands denkgoed. Dit laat hij ook merken tegenover de ik-figuur. Langzaam aan verwatert de vriendschap, en komt er een einde aan als een vrijheidsstrijder de ik-figuur de doorgang weigert, en de ik-figuur in hem Oeroeg herkent. Oeroeg is compleet veranderd.

Thema:
Het gaat vooral om de vriendschap tussen twee jongens uit verschillende culturen, die hierdoor geen stand houdt.

Motieven:
-de invloed van de buitenwereld op de vriendschap tussen twee jongens.
-de verschillen tussen twee culturen en de bijkomende problemen in die tijd.
-de puberteit.

Idee en wereldbeeld:
Het boek is geschreven in de tijd dat Indonesië naar onafhankelijkheid streefde, namelijk na de Tweede Wereldoorlog. Daarom zal de schrijver een beeld hebben willen geven van het gewone leven in die tijd en hoe mensen reageerden op de cultuurverschillen.

Structuur, samenhang en spanning:
Het verhaal begint met een soort inleiding, waarna het probleem duidelijk wordt, namelijk de vriendschap tussen een Nederlandse en een Indische jongen. Pas aan het einde wordt duidelijk dat de vriendschap echt over is en dat de verwijdering tussen de twee jongens te groot is. Er is niet echt sprake van een soort spanning vond ik, hoewel je soms wel nieuwsgierig bent en graag weten wil hoe het nu afloopt met de vriendschap tussen ‘ik’ en Oeroeg.

Personages:
De twee hoofdpersonen in dit verhaal zijn Oeroeg en ‘ik’. Zij worden beide redelijk volledig beschreven en hebben meerdere karaktertrekken, ze hebben diepgang en ontplooien zich.

Hoofdpersonage ‘ik’:
De hoofdpersoon is ‘ik’. Maar er zijn maar weinig kenmerken van hem bekend. Hij is de zoon van een administrateur op onderneming Kebon Djati.
Het is veel interessanter en verstandiger om dieper in te gaan op de personage van Oeroeg. Het hele boek draait om hem. Hij wordt beschreven door de ik-figuur.

'Oeroeg was mijn vriend. Als ik terugdenk aan mijn kindertijd en mijn jongensjaren, verschijnt zonder uitzondering het beeld van Oeroeg in mij, als was mijn herinnering...' (blz. 5 r.1-4)

Oeroeg was dus een grote vriend van de ik-figuur. Ze zijn beide op de onderneming geboren Ze waren onafscheidelijk.
Oeroeg was de oudste zoon van de mandoer.

Ik was langer, maar Oeroeg scheen volwassener, met zijn gespierd mager lichaam. De lijn die van zijn schouderbladen neerliep tot naar zijn smalle, opzij wat afgeplatte heupen, had al dezelfde nonchalante soepelheid die waar te nemen viel bij de opgeschoten knapen en jonge mannen, werkend op fabrieksterrein en sawa's. Met zijn lenige tenen kromgetrokken, balanceerde hij ineengedoken op stenen en boomtakken, zekerder van zijn houding dan ik, en sneller reagerend bij verlies van evenwicht. (blz.10 r.17-blz.11 r.2)

Dit stuk geeft goed aan hoe Oeroeg eruit ziet.

Hij accepteert het leven zoals het hem wordt aangeboden. Door zijn opleiding komt hij tussen de klassen van de Europeanen en de gewone dessa werker (theeplukker) te staan. In Soerabaja merkt hij dat ook de Javaan invloed moet kunnen uitoefenen. Alle vriendschap ten opzichte van anderen wordt hieraan ondergeschikt: hij is minder vriendelijk tegenover de ik-figuur en wordt meer trots op Lida.

Bijfiguren:
-De vader van ‘ik’: Hij laat duidelijk merken dat hij tegen de vriendschap tussen ‘ik’ en Oeroeg is. Hij is altijd druk met zijn werk bezig en heeft weinig tijd voor zijn zoon.
-moeder van ‘ik’: Zij heeft ‘ik’ goed opgevoed en is altijd met Sidris omgegaan, maar heeft ‘ik’ in de steek gelaten door er met een ander vandoor te gaan, namelijk. Bollinger.
-Bollinger: Hij heeft ‘ik’ lesgegeven toen hij jong was en is daarna een relatie met zijn moeder begonnen en weggegaan.
-Deppoh: De vader van Oeroeg. Hij kende het bos en de omgeving van Telega Hideung goed, maar is door een ongeluk daar verdronken.
-Sidris: Zij stond altijd klaar voor haar zoon Oeroeg en zijn vriend, maar doordat Oeroeg ging studeren zijn ze uit elkaar gegroeid en is zij met haar andere kinderen alleen achter gebleven.
-Gerard Stockman: Hij ging met de jongens jagen en bij hem konden ze altijd terecht met hun problemen, wat zij bij hun ouders niet konden.
-Lida: De jongens kwamen in haar pension wonen en zij hielp hen met hun problemen.

Tijd:
Wanneer het verhaal zich afspeelt valt niet duidelijk te zeggen, maar waarschijnlijk in de jaren 40, omdat de ouders van de ik-figuur op een gegeven moment terugkeren naar Nederland, iets wat veel Nederlanders na 1945 deden, toen Indonesië voor onafhankelijk streefde.
De ik-figuur is gaan studeren in Delft, dus waarschijnlijk is hij dan zo rond de 20/25. Dan valt op te maken dat uitgaande dat de ik-figuur na de oorlog nog een keer terugkeert naar Indië, dus zeg maar 1947, de tijd loopt van zeg maar 1920 tot 1947, dus ongeveer 25/27 jaar.
Het boek is chronologisch. Er komen wel wat flashbacks in voor, maar in het algeheel kan worden gesteld dat het verhaal dus chronologisch is.

Perspectief en vertelsituatie:
Er is in dit boek sprake van een ik-verteller, je beleeft het hele boek vanuit zijn perspectief.

Ruimte:
In de plaatsen, in Nederlands-Indie, Soekaboemi, Batavia en Soerabaja en op de onderneming Kebon Djati. Doordat de ruimte topografisch nauwkeurig verteld wordt, krijg je het idee dat alles echt gebeurd is en dat je en beschrijving leest van wat er zich daar afspeelde. Belangrijke ruimtes zijn het huis van ‘ik’, het Zwarte Meer (Telega Hideung) en Lida’s huis.

Taalgebruik en stijl:
De taal in het boek was makkelijk te begrijpen. Het verhaal bestaat uit weinig dialoog, waardoor ik soms moeite had om me te blijven concentreren op het verhaal, je dwaalt vrij vlug af. Dit komt ook door de stijl van de schrijfster, deze trok me niet zo aan, omdar er erg veel beschrijvingen van ruimtes voorkwamen.

Interpretatie:
De schrijfster geeft met haar boek een duidelijk beeld van de vriendschap tussen twee jongens uit verschillende culturen, die door deze verschillen duidelijk uit elkaar groeien. Ik denk daarom dat ze heeft willen laten zien hoe het leven in die tijd was, hoe de ‘gewone’ mensen leefden en hoe de situatie was als je opgroeide en te maken had met deze cultuurverschillen.
Ik denk trouwens dat het probleem nog steeds bestaat, omdat cultuurverschillen nog steeds voor problemen zorgen. Geen relaties mogen hebben met iemand van een andere cultuur, omdat je ouders dat zeggen bijvoorbeeld. Dat speelt nog steeds. Er zijn ook nog steeds vooroordelen ten opzichte van andere culturen. Dat was duidelijk ook het geval in het verhaal als je bijvoorbeeld naar de vader van ‘ik’ kijkt. De twee jongens om wie het gaat in de vriendschap trekken zich in eerste instantie niets aan van hun omgeving, ze zijn zich er nauwelijks van bewust dat de verschillen er zijn. Pas op latere leeftijd ontstaan de problemen.
Net als in de werkelijkheid is het zo dat ouders het op jonge leeftijd allemaal heel onschuldig vinden, maar op het moment dat ze ouder worden (de puberteit) ontstaan deze problemen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Kut anne

Kut anne

Beter dan de andere samenvattingen...

1 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

kanker

kanker

@Klaas: dat boeit echt niemand het is ook totaal irrelevant.

1 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

H.

H.

Hé Piet, beetje matig dat je matig met dubbel 'a' schrijft.
Lellie

6 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

A.

A.

mooie samenvatting, dankje!

16 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

K.

K.

Gaaf boekverslag/ uittreksel!

17 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

H.

H.

hallo Vera vraagje wat voor resultaat heb je gekregen vvor dit verslag?

17 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

P.

P.

vind het een beetje maatig

17 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

A.

A.

ik vind het een goed verslag en heb er veel aan gehad dus ik wou ff zeggen bedankt dat je al dat werk voor mij hebt gedaan. nou bedankt

17 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

Olaf

Olaf

ik vind dat je het erg goed gedaan hebt hoor!!

xxx
wouter

18 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

F.

F.

Ik vindt het geweldig dat je het zo uitgebreid hebt gedaan. Ik heb er veel aan en ik hoop dat mijn docent er niets van merkt. Maar in ieder geval bedankt.
Doei!

18 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

G.

G.

Echt een goede samenvatting. Ik had een vraagje, waar zit je op school??

18 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast