ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis

Leesverslag #7

 

Boekgegevens

Titel: Nooit meer slapen

Auteur: Willem Frederik Hermans

Jaar eerste druk: 1966

Aantal bladzijdes: 318

Auteur

Willem Frederik Hermans (Amsterdam, 1 september 1921 – Utrecht, 27 april 1995) was een Nederlands schrijver van romans, novellen, verhalen, poëzie, toneelstukken en scenario's, evenals van essays, kritieken en polemieken. Daarnaast was hij actief als fotograaf en maker van surrealistische collages. Hermans behaalde cum laude de graad van doctor in de Wis- en Natuurkunde (1955, fysische geografie). Hij weigerde de P.C. Hooft-prijs (1971), maar accepteerde wel de Prijs der Nederlandse Letteren (1977), die hij uit handen van de Belgische koning Boudewijn ontving. Hermans wordt met Gerard Reve en Harry Mulisch gerekend tot De Grote Drie, de drie belangrijkste naoorlogse Nederlandse auteurs.

Als leerling van het Barlaeus-gymnasium werkte Hermans mee aan de schoolkrant. Onder de bezetting schreef hij zowel korte verhalen als romans. De verzetsroman De tranen der acacia's verscheen als feuilleton in het tijdschrift Criterium (1946) en werd bij verschijning als boek (1949) op grote schaal en overwegend gunstig besproken, waarbij het unieke talent van de jonge auteur werd erkend. Een bescheiden reistoelage won Hermans in 1950 voor de klassiek geworden oorlogsnovelle Het behouden huis (1952). De voorpublicatie van Ik heb altijd gelijk (roman, 1952) veroorzaakte een proces over belediging van het katholieke volksdeel. Paranoia (novellen, 1953) en Een landingspoging op Newfoundland en andere verhalen (novellen, 1957) bevestigden Hermans' reputatie in literaire kring. Vond de experimentele vertelling De God Denkbaar Denkbaar De God (1956) een beperkt publiek, nationale erkenning verwierf Hermans met De donkere kamer van Damokles (roman, 1958), bij verschijning door vele critici als een meesterwerk begroet.

Daarna concentreerde Hermans zich meer op zijn wetenschappelijke werk en schreef onder meer het boek Erosie (1960). Het bijwonen van twee wetenschappelijke bijeenkomsten, in Noord-Scandinavië (1960 en 1961) vond een literaire neerslag in Nooit meer slapen (roman, 1966), dat als zijn beste werk wordt beschouwd. Als polemist paarde hij een scherpe argumentatie aan een groot gevoel voor humor en sarcasme: de populariteit van Mandarijnen op zwavelzuur (strijdschrift, 1964) overleefde de kwesties die erin aan de kaak werden gesteld. Enkele essays uit deze jaren getuigden van Hermans' blijvende interesse voor de filosoof Ludwig Wittgenstein. In de Weinreb-affaire (1969-1976) ontmaskerde Hermans de naamgever als een collaborateur wiens rehabilitatie voorkomen diende te worden; het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie beslechtte de kwestie met een voor Weinreb vernietigend rapport. Ook verscheen Hermans' laatste oorlogsroman, Herinneringen van een engelbewaarder (1971).

Hermans' functioneren aan de Universiteit Groningen werd onderwerp van een onderzoek dat hem vrijpleitte van plichtsverzuim; toch nam hij in 1973 ontslag en vestigde zich te Parijs. De emigratie viel samen met een afname van de kritische waardering: het vervolg op De God Denkbaar, Het Evangelie van O. Dapper Dapper (1973), en Onder professoren (roman, 1975) knakten zijn faam. De volgende jaren vroegen critici zich hardop af of Hermans zijn vroegere niveau nog wel kon halen en verweten hem herhaling, gemakzucht en het vallen voor de verleiding op een makkelijke manier veel geld te verdienen. Ook de weinig genuanceerde standpunten uit Hermans' dagbladstukken konden niet op algemene waardering rekenen, culminerend in de ophef rond zijn officieel bezoek aan Zuid-Afrika ondanks de culturele boycot tegen het apartheidsregime. Aan het einde van de jaren tachtig nam de waardering weer toe: Een heilige van de horlogerie (roman, 1987) werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs 1988. Au pair (1989) is Hermans' laatste omvangrijke roman en zijn enige die in Parijs speelt. In 1991 vestigde Hermans zich in Brussel. Het Boekenweekgeschenk In de mist van het schimmenrijk (1993) is een omwerking van een nooit gepubliceerd manuscript uit - en over - de oorlog. Ten tijde van zijn overlijden legde Hermans de laatste hand aan de korte roman Ruisend gruis (1995), die aansluit bij het surrealisme van Moedwil en misverstand (1948).

Motivatie

Nooit meer slapen had ik zien staan op de lezen voor de lijst site. Het leek mij wel een leuk boek. Het was van een goed niveau en nadat ik wat over het boek had gelezen, ben ik het gaan lezen. Voor boek 3 en 4 had ik boeken gelezen van Harry Mulisch en het leek me leuk om ook boeken te lezen van Willem Frederik Hermans.

Samenvatting

Alfred Issendorf is een 25-jarige student geologie die een expeditie naar Noors Lapland (Finnmarken) onderneemt voor zijn promotieonderzoek. Doel van het onderzoek en zijn voettocht is om de hypothese van zijn promotor, professor Sibbelee, te bewijzen, die inhoudt dat de ronde gaten die ter plekke overal in de bodem te vinden zijn, veroorzaakt zijn door meteorietinslagen. De persoonlijke motivatie van Alfred zelf ligt in het verlangen met een ontdekking zijn overleden vader, een bioloog, te overtreffen.

Alfred bezoekt de 84-jarige professor Ørnulf Nummedal van het geologisch instituut te Oslo omdat luchtfoto's van het gebied dat hij gaat onderzoeken voor hem klaar zouden liggen. Hoewel Alfred bij hem is aanbevolen door zijn promotor Sibbelee, weet Nummedal, die Alfred in het Duits te woord staat, nergens van. Bovendien herinnert Nummedal zich de dertig jaar jongere Sibbelee vooral als iemand die het lang geleden met hem oneens was. Nummedal wijst erop dat Nederland voor geologisch onderzoek te klein is, waarop Alfred tegenwerpt dat de bodem gevarieerd is. 'Dat verbeeldt men zich bij u, omdat er op iedere vierkante meter een geoloog staat met een microscoop.' Nummedal meent dat in Nederland nog eens alle zandkorrels geteld zullen worden, maar dat is geen wetenschap meer: 'Wetenschap is de titanische poging van het menselijk intellect zich uit zijn kosmische isolement te verlossen door te begrijpen!' De luchtfoto's zouden bij de geologische dienst in Trondheim zijn. Wel neemt de vrijwel blinde professor Alfred mee op excursie langs lokale geologische verschijnselen, en ook moet hij absoluut de Noorse specialiteit gravlaks proeven. De geologische verschijnselen hebben niets met zijn onderzoek te maken en de gravlaks is helaas uitverkocht. Alfred verneemt van Nummedal, die zich laat ontvallen niet te begrijpen wat Nederlanders met hun kleigrond in de geologie te zoeken hebben, dat Sibbelee in zijn jonge jaren heeft geprobeerd een theorie van Nummedal te ontkrachten.

Bij de geologische dienst blijkt men midden in een verhuizing naar een gloednieuw pand. Er moeten wel ergens luchtfoto's opgeslagen liggen, maar iedereen is druk met de verhuizing, en niemand zou kunnen zeggen welke luchtfoto's waar te vinden zijn. Zijn mededeling door professor Nummedal gestuurd te zijn maakt geen indruk: Nummedal is een oude man die niet meer serieus wordt genomen. Alfred reist zonder luchtfoto's door naar het expeditiegebied.

Daar voegt hij zich bij zijn drie Noorse expeditiegenoten, eveneens promovendi, van wie hij er een, Arne Jordal, al kent van een eerdere expeditie. Deze zoon van een rijke vader legt zichzelf materiële beperkingen op. Qvigstadt en Mikkelsen zijn oudere, goed uitgeruste en zelfbewuste figuren. De expeditie is een lange voettocht over de Laplandse toendra, een heide- en moerasachtig gebied met grote hoogteverschillen. Alfred merkt dat hij zijn collega's nauwelijks kan bijhouden door gebrek aan training, en de altijd aanwezige muggen houden hem uit de slaap. Zonder luchtfoto's kan hij de gaten die hij moet onderzoeken niet eens vinden. Als Arne van zijn onderzoeksonderwerp hoort, schrikt hij: dat is die idiote hypothese waar Sibbelee al twintig jaar de risee van de geologie mee is. Nu voelt Alfred zich totaal belachelijk.

Wanneer Mikkelsen de luchtfoto’s in zijn bezit blijkt te hebben, wakkert deze constatering niet alleen Alfreds gevoelens van onzekerheid aan, maar ook diens achterdocht. Hij vraagt zich af of Nummedal zijn onderzoek soms met opzet probeert te dwarsbomen. Mikkelsen laat hem de luchtfoto's zien, en daarop ziet Alfred meteen dat er voor meteorietinslagen geen enkele aanwijzing te vinden is. Hij kan het wel opgeven. Hij realiseert zich dat geoloog-worden hem eigenlijk helemaal niet interesseert: het is niet zijn eigen droom, maar die van zijn moeder, die hij verafschuwt.

Het gezelschap splitst zich en Alfred gaat alleen met Arne verder. Na onenigheid over de te volgen richting raakt hij Arne kwijt. Als ook zijn kompas in een rotsspleet valt, weet Alfred niet waar hij is of naartoe moet om Arne terug te vinden. Dan merkt hij dat het hem toch lukt zijn weg te vinden, vooruit te komen en in leven te blijven, door vis te vangen en rauw op te eten. Zijn zelfvertrouwen keert terug. Later vindt hij Arne inderdaad, maar die blijkt verongelukt. Kennelijk uitgegleden, heeft hij in een ravijn de dood gevonden.

Alfred gaat te voet terug naar de bewoonde wereld, waar hij totaal uitgeput aankomt, om Arnes lichaam te laten ophalen. Terug in de bus ziet hij een lichtflits en hoort een harde klap. Het is de inslag van een meteoriet, maar hij heeft er geen enkele belangstelling voor. Wanneer Alfred thuis is heeft zijn moeder een verrassing voor hem: een stel manchetknopen, gemaakt uit een doorgesneden meteoriet, een cadeau dat Alfreds vader hem voor zijn zevende verjaardag had willen geven.

Verhaaltechnieken

Personages

Alfred Issendorf

Alfred is 25 jaar en studeert geologie. Voor zijn proefschrift gaat hij proberen een hypothese te bewijzen die Sibbelee heeft gesteld. De hypothese is erg omstreden en wordt door veel professoren niet serieus genomen. Alfred woont in Nederland met zijn moeder en zijn zusje, zijn vader is overleden toen hij zeven was. Hij was ook onderzoeker en stierf door in de bergen in een spleet te vallen. Een paar weken later werd hij tot professor benoemd. Alfred heeft het gevoel dat hij het werk van zijn vader af moet maken.

Sibbelee

De professor van Alfred die met zijn stelling volledig in gaat tegen Nummedal. In het verleden is hij ook al eens tegen Nummedal in gegaan.

Nummedal

Professor van Arne en Mikkelsen. Hij is bijna volledig blind en snapt eerst niet waar Alfred het over heeft dan zegt hij de foto's niet te hebben en stuurt Alfred door.

De vader

De vader van Alfred was onderzoeker, maar is omgekomen tijdens een expeditie. Hij wilde zijn zoon een meteoriet voor zijn zevende verjaardag geven omdat Alfred daar om zeurde.

Arne

Een jonge Noor die in hetzelfde gebied op onderzoek uitgaat als Alfred. Ze kennen elkaar van een ander onderzoek en reizen samen. Arne loopt er nogal armoedig bij hoewel zijn vader erg rijk is. Arne vindt mislukken met goede middelen echter een enger idee dan mislukken met een slechte uitrusting en weigert daarom nieuwe spullen.

Structuur en samenhang

Het boek heeft 47 hoofdstukken. Het verhaal is chronologisch verteld, hoewel er soms tussen de hoofdstukken een tijdsprong zit.

Tijdsverloop

Het verhaal is geschreven in de tegenwoordige tijd. Het verhaal is chronologisch en Alfred heeft soms herinneringen aan vroeger. Er zijn soms tijdsprongen tussen de hoofdstukken. De verteltijd is 299 bladzijden. De vertelde tijd is een paar weken.

Thematiek, titel- en mottoverklaring

Thematiek: Desillusie

Het thema van 'Nooit meer slapen' is desillusie. De hele missie van Alfred mislukt, dit begint al wanneer hij de luchtfoto's niet weet te bemachtigen. Alfred hoopt iets groots te bereiken op deze tocht door onherbergzaam gebied, maar alles blijkt hem tegen te zitten. Uiteindelijk komt hij terug in Nederland zonder onderzoeksresultaten en eindigt het verhaal ongeveer hoe het begint. Alleen is hij nu beroofd van zijn illusie iets groots te volbrengen.

Titelverklaring

De titel Nooit meer slapen komt op verschillende manieren in het verhaal terug. Alfred heeft erg veel moeite met het slapen in het hoge Noorden. De zon gaat in de zomerdagen niet onder en hij wordt gekweld door muggen en steekvliegen. Maar het moment van nooit meer slapen zit pas later in het boek. Wanneer Alfred Arne vindt, lijkt deze eigenlijk net in slaap, maar dan realiseert Alfred zich dat Arne dood is, iets wat hij nooit meer slapen noemt.

Mottoverklaring

Het motto slaat op de gevoelens die Alfred heeft na de mislukte excursie. Hij heeft het gevoel dat hij zo slecht voorbereid naar Noorwegen toegegaan is, dat hij nooit iets had kunnen ontdekken en dat het gebied waar hij is, nog nooit door anderen ontdekt was. Hij weet niet meer wat voor een nut hij voor de wetenschap heeft.

Ruimte

Er spelen verschillende ruimtes een rol in het verhaal:

- De tent van Arne

- Het ruige landschap van Noorwegen

- Hotelkamer

- Vliegtuig

- Ouderlijk huis

- Bus

- Instituut van Nummedal

- Geologische dienst

 

Perspectief

Het is geschreven vanuit een ik-perspectief, waardoor we soms uitstapjes maken in de gedachten van Alfred.

Verdiepingsopdracht

Als verdiepingsopdracht bekijk ik een recensie over het boek en bespreek die. Ik geef aan waar ik mee eens ben en waar ik het niet mee eens ben. De recensie komt uit 1966.

Recensie 1966

Schrijver: Hermans, Willem Frederik

Titel: Nooit meer slapen

Jaar van uitgave: 1966

Bron: Algemeen Dagblad

Publicatiedatum: 18-03-1966

Recensent: Anton Deering

Recensietitel: Nooit meer slapen niet om van wakker te liggen

Taal: Nederlands

Link: http://literom.knipselkranten.nl/literom/IndexJs?46770   

 

Eindelijk, zeven jaar na het grote succes van zijn oorlogsroman "De donkere kamer van Damocles", verschijnt vandaag als Literaire Reuzenpocket bij de Bezige Bij te Amsterdam weer een nieuwe roman van Willem Frederik Hermans, die hij de titel "Nooit meer slapen" meegaf. Ondanks het verzoek van de uitgever aan alle recensenten het boek niet eerder dan vandaag te bespreken, kwam de auteur zelf enkele weken geleden al voor de televisie om in een interview over de inhoud en de bedoelingen van zijn verhaal te vertellen. En vorige week herhaalde hij datzelfde met een van de weekbladen, dat zelfs verder ging en tegen het uitdrukkelijk verzoek van de uitgever in al een waardering neerschreef. * In het nieuws Dat alles zal wel horen bij "reclame-maken" voor een roman, waarop zowel lezers als critici al jarenlang hebben gewacht. Want al heeft de 44-jarige auteur, die in het dagelijks leven als geoloog aan de universiteit van Groningen wetenschappelijk werk verricht, wel gezorgd dat zijn naam in de literatuur niet vergeten werd, een roman is er in de afgelopen zeven jaar niet uit zijn handen gekomen. Na "De donkere kamer van Damocles" dat een meesterwerk is, kwam Hermans eerst in het nieuws, toen dat boek met evenveel succes door Fons Rademakers verfilmd werd tot "Als twee druppels water". Daarna waren er de ruzies van zijn eerste uitgever Van Oorschot en de definitieve publikatie van zijn gevreesde "Mandarijnen op zwavelzuur", waarin hij gevestigde literaire reputaties vernielt. Terwijl de boekenmarkt in de laatste jaren veroverd werd door de stunt van Ik-Jan Cremer, zweeg Willem Frederik, evenals trouwens een Mulisch, een Nooteboom en anderen, die blijkbaar beseffen niet tegen het brutale geschreeuw op te kunnen. Van 1962 tot 1965 verrichtte hij zijn wetenschappelijk werk en schreef hij zijn nieuwe roman, die duidelijk door dat werk is geïnspireerd. * Expeditie "Nooit meer slapen" is namelijk het journaal van een 25-jarige Nederlandse student in de geologie, die met drie Noorse collega's een wetenschappelijke expeditie onderneemt in Finnmarken, het onherbergzame noorden van Noorwegen. De jonge Alfred Issendorf wordt door twee dingen tot zijn expeditie gedreven: Ten eerste is er de opdracht van zijn hoogleraar, die hem in zijn proefschrift wil laten bewijzen dat de zogenaamde doodijsgaten in werkelijkheid meteoorkrakers zouden zijn. Maar grotere drijfveer is het voor de jonge geoloog zich te wreken op de dood van zijn vader, die als jong bioloog tijdens een wetenschappelijke expeditie verongelukte. De roman begint als een toeristisch reisverhaal in Oslo, waar Alfred tevergeefs bij een oude blinde professor de noodzakelijke luchtfoto's tracht te krijgen. Via Trondheim komt hij dan in het noordelijke Alta. Van daaruit begint hij met zijn Noorse vrienden de avontuurlijke expeditie. Dat eerste deel is boeiend door de manier, waarop Hermans in vluchtige ontmoetingen mensen en steden door een enkel detail raak eb met humor karakteriseert. Tegelijkertijd voert hij de lezer binnen in het milieu van Alfred door flitsende beelden van diens moeder, de "beroemde" essayiste, die "dertig boeken per maand bespreekt zonder er ooit één te lezen" en van zijn zusje Eva, die hij dom noemt, omdat ze in een God en een hiernamaals gelooft. Het verhaal komt echter pas op gang in de schildering van de barre tocht, waarin armoe, honger en pijn geleden wordt terwille van de verhoopte opzienbare ontdekking. * Mislukking Twee van de Noorse vrienden gaan hun eigen weg als Alfred door een fout van zijn kompas ook zijn vriend Arne in de steek laat is de mislukking van de expeditie een feit. Alfred vindt zijn vriend pas terug, doodgevallen in een ravijn. Zelf keert hij terug naar de bewoonde wereld. Zonder de meteorieten, die hij als bewijs mee terug had willen brengen. En de ironie van het lot wil, dat zijn moeder hem twee gouden manchetknopen ten geschenke geeft, waarin de twee helften zijn gezet van de meteoriet die Alfreds vader kort voor zijn dood voor zijn zoontje had gekocht. * Spanning Na "De donkere kamer van Damocles" schijnt "Nooit meer slapen" een terugval. Het verhaal is minder boeiend dan de geschiedenis van Osewoudt. Hermans laat zich ook te vaak gaan in theoretiseren en filosoferen, zonder dat er aanwijsbare noodzaak voor die uitweidingen is. De ontmoeting van de vreemdsoortige Amerikaanse juffrouw aan het slot van het boek is beslist irriterend door het kwasi diepzinnig gesprek over seksualiteit. Daartegenover staat echter de prachtige beschrijving van de moeizame expeditie. De auteur, die zelf dit gebied heeft bezocht, is kennelijk op bekend terrein en zijn verhaal krijgt daarbij dezelfde spanning als de geschiedenissen van de grote ontdekkingsreizigers als Amundsen en Scott. Uit de bladzijden blijkt ook de bedoeling van de roman: laten voelen hoe groot de geestelijke en lichamelijke inspanning is, voordat schijnbaar onbelangrijke wetenschappelijke resultaten kunnen worden geboekt. * Teleurstelling "Nooit meer slapen" zal voor veel bewonderaars van Hermans toch een teleurstelling worden. Want de spanning van de eigenlijke geschiedenis wordt storend verbroken door bladzijden vervelende betweterij, die meer aan de Hermans van de op zwavelzuur gezette mandarijnen dan aan de schrijver van "De donkere kamer van Damocles" doet denken.

Wat ik opmaak uit de recensie is dat Anton Deering het boek zwaar vindt tegenvallen. Ik heb zelf nooit “De donkere kamer van Damocles” gelezen maar heb er wel van gehoord. Meerdere mensen in mijn omgeving zeiden dat het inderdaad een heel goed boek is. Maar de manier waarop de boeken worden vergeleken staat mij niet aan. Dat kan ook een kwestie van smaak zijn. Ik vond het wel leuk dat er zoveel theoretische dingen in het boek werden besproken. Het gedeelte met de Amerikaanse juffrouw was niet het beste stuk van het boek. Je merken aan hoe het boek geschreven is dat de schrijver een soortgelijke expeditie heeft gemaakt. Dat maakt het verhaal toch wat geloofwaardiger.

Dat van 1962 tot 1965 geen boeken zijn verschenen van Hermans hoeft geen invloed te hebben op de kwaliteit van het boek. Hij heeft deze jaren gebruikt voor wetenschappelijk werk waaruit hij inspiratie haalt voor “Nooit meer slapen”.

Ik was niet teleurgesteld in “Nooit meer slapen” integendeel ik vond het een heel leuk boek. De meeste boeken hebben een balans tussen positieve en negatieve gebeurtenissen maar bij dit boek was dat niet zo. Alles wat er in het boek gebeurd is negatief, op de manchetknopen met meteorieten na. Maar doordat het juist op deze manier is geschreven is het een geweldig boek. Een keertje wat anders is ook fijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Evaluatie

Ik vond nooit meer slapen een leuk boek om te lezen. De meeste boeken zijn wat optimistischer maar dat betekent niet dat je het boek meteen moet wegleggen. Ja, het heeft inderdaad een hele andere sfeer dan de meeste boeken maar dat maakt het nu juist zo’n mooi boek. Er zijn veel tegenslagen; Alfred valt, Mikkelsen blijkt de luchtkaarten te hebben en Arne glijdt uit en valt dood. De manier waarop Alfred met al deze tegenslagen omgaat, is zeer interessant. De meeste mensen zouden nadat ze gevallen zouden zijn, terug zijn gegaan maar Alfred ging door. Wanneer hij er achter komt dat Mikkelsen al die tijd al de luchtkaarten had, wordt Alfred in zijn gedachte wel boos maar in werkelijkheid doet hij niets en loopt hij gewoon terug naar Arne. Menigeen zou Mikkelsen meteen de kop in hebben geslagen maar dat doet Alfred niet. Wellicht heeft hij op dat punt in het boek al geaccepteerd dat sommige dingen gewoon niet voor hem zijn weggelegd. Mooie fragmenten zijn bijvoorbeeld: (p. 200: Terwijl ik daarmee bezig ben, valt mijn oog op Mikkelsen. Hij ligt op zijn buik voor hun tent en kijkt… hij kijkt door een stereoscoop. Hij heeft een stuk plastic op de grond gelegd en daarop liggen foto’s die hij met twee tegelijk door zijn stereoscoop bestudeert. Wat zijn dat voor foto’s? In de zwarte randen lijken witte punaises afgedrukt, maar dat zijn de meegefotografeerde klok en hoogtemeter. Luchtfoto’s!) en (p.201: Ik haat Mikkelsen op dit ogenblik zo ontzettend, dat ik bijna geen adem kan halen. Ik bedenk dat ik aan een monsterlijke samenzwering ten prooi gevallen ben.)

Normaal zou ik er moeite meehebben om me in Alfred te verplaatsen maar op het moment waarop ik dit schrijf begrijp ik hem volledig. Alles gaat mis maar gewoon doorgaan is de beste oplossing. Alfred is op een gegeven moment de verkeerde kant op gelopen en komt daar dus achter. Arne had de richting wel goed en hij niet. Hij gaat terug (wat ook niet al te soepel verloopt) en hij vindt Arne. Helaas was Arne uitgegleden en dood gevallen. Alfred beslist om het notitieboekje van Arne mee te nemen en later een helikopter naar het gebied te sturen zodat het lijk van Arne kan worden opgepikt. Ook in deze situatie gaat Alfred door met wat hij moet doen. (p. 274: Hij ligt achterover, één been gekromd, het andere gestrekt. Duidelijk zie ik de gladgesleten zool van zijn laars, die bovendien is opengescheurd. Zijn achterhoofd ligt tegen een steen. Iets dat op gele pudding lijkt, besmeurt de steen. Het zit vol vliegen van een soort dat ik hier nog niet eerder heb gezien, grote, blauwe. Blauw als de wijzers van een pendule.)

Het perspectief en de schrijfstijl van het boek zijn toepasselijk op het onderwerp. Door het ik-perspectief weet je wat er omgaat in het hoofd van Alfred. Dit is een belangrijk onderdeel van het verhaal omdat Alfred op deze tocht is gegaan om zijn vader op te volgen en het wel te overleven. De schrijfstijl is exact. Daarmee bedoel ik dat het geen nutteloze dingen beschrijft. Dit kan komen doordat Alfred hierin geoefend is (vanwege zijn vak).

Waarom de schrijver voor dit einde heeft gekozen was, denk ik, vanwege de ironie. Alfred gaat in een afgelegen gebied met voor hem eigenlijk wildvreemde op expeditie om meteorieten te vinden. Hij heeft zich helemaal in het onderwerp verdiept en weet er dus alles vanaf. Helaas vindt hij geen meteorieten in het gebied en gaat dus met lege handen terug naar huis. Eenmaal thuis heeft zijn moeder een cadeautje voor hem manchetknopen, gemaakt van meteorieten. Zijn vader had meteorieten voor hem gekocht maar overleed voordat hij ze aan Alfred kon geven. Zijn moeder had ze voor hem bewaard want het was een cadeau van haar man, niet van haarzelf. Al die tijd dat Alfred bezig was om meteorieten te vinden, lagen ze gewoon in zijn huis. Zelfs toen hij ze in handen had wist hij niet dat het meteorieten waren. Als hij ze in zijn handen heeft en niet herkent, hoe had hij ze dan ooit willen herkennen terwijl ze tussen modder en bladeren op de grond moeten liggen? (p. 317: - Weet je wat het is? Ik bekijk de knopen nauwkeurig. Zulke sierstenen heb ik nog nooit gezien. Ze zijn opvallend zwaar. Als ik mij niet vergis, moeten de knopen eenmaal een geheel gevormd hebben dat in tweeën is gezaagd. – Een expert als jij moet het direct zien! zegt Eva. – Het lijkt wel een stukje erts, mompel ik, geërgerd dat ik ook dit alweer niet precies weet. Een stukje erts, denk ik, in tweeën gezaagd. Kijk, ze passen op elkaar. De zaagvlakken zijn hooggepolijst en glanzen als staal. Ik laat kijken dat de twee knopen op elkaar passen.) In het begin van het boek heeft Alfred afgesproken met Arne. Helaas hij herkent hij weer niet wat hij wel zou moeten herkennen. (p. 84: De man zwaait nog steeds met zijn hoed. Hij is Arne niet. Hij houdt op met zwaaien. Naast hem staan een vrouw en drie kinderen. De vrouw draagt een lange broek en hoge laarzen, de kinderen ook.)

Waarom de schrijver voor dit einde heeft gekozen was, denk ik, vanwege de ironie. Alfred gaat in een afgelegen gebied met voor hem eigenlijk wildvreemde op expeditie om meteorieten te vinden. Hij heeft zich helemaal in het onderwerp verdiept en weet er dus alles vanaf. Helaas vindt hij geen meteorieten in het gebied en gaat dus met lege handen terug naar huis. Eenmaal thuis heeft zijn moeder een cadeautje voor hem manchetknopen, gemaakt van meteorieten. Zijn vader had meteorieten voor hem gekocht maar overleed voordat hij ze aan Alfred kon geven. Zijn moeder had ze voor hem bewaard want het was een cadeau van haar man, niet van haarzelf. Al die tijd dat Alfred bezig was om meteorieten te vinden, lagen ze gewoon in zijn huis. Zelfs toen hij ze in handen had wist hij niet dat het meteorieten waren. Als hij ze in zijn handen heeft en niet herkent, hoe had hij ze dan ooit willen herkennen terwijl ze tussen modder en bladeren op de grond moeten liggen? (p. 317: - Weet je wat het is? Ik bekijk de knopen nauwkeurig. Zulke sierstenen heb ik nog nooit gezien. Ze zijn opvallend zwaar. Als ik mij niet vergis, moeten de knopen eenmaal een geheel gevormd hebben dat in tweeën is gezaagd. – Een expert als jij moet het direct zien! zegt Eva. – Het lijkt wel een stukje erts, mompel ik, geërgerd dat ik ook dit alweer niet precies weet. Een stukje erts, denk ik, in tweeën gezaagd. Kijk, ze passen op elkaar. De zaagvlakken zijn hooggepolijst en glanzen als staal. Ik laat kijken dat de twee knopen op elkaar passen.) In het begin van het boek heeft Alfred afgesproken met Arne. Helaas hij herkent hij weer niet wat hij wel zou moeten herkennen. (p. 84: De man zwaait nog steeds met zijn hoed. Hij is Arne niet. Hij houdt op met zwaaien. Naast hem staan een vrouw en drie kinderen. De vrouw draagt een lange broek en hoge laarzen, de kinderen ook.)

Dit boek heeft denk ik wel mijn kijk op de wereld verbreed. Dingen gaan niet altijd perfect maar dat hoeft je er niet van te weerhouden om dingen te doen. In het boek gaat er van alles mis maar het verhaal stopt niet na een tegenslag, het gaat door. Net zoals in het echte leven heeft het geen zin om bij de pakken neer te gaan zitten. Alfred heeft zo veel tegen slagen in het boek maar hij gaat ook gewoon door.

p.205: -Arne, zeg ik, je weet wat ik je verteld heb, toen je mij vroeg of ik geen luchtfoto’s had. –Heb ik je dat gevraagd? –Ja, dat heb je mij gevraagd. Die luchtfoto’s die nergens waren te vinden. Het hele instituut doorzocht in Trondheim, met direktør Oftedahl. –Oftedahl? Ik herinner me er niets van. De directeur heette Hvalbiff, zei je? Zo’n naam bestaat niet eens. Kan niet in het Noors. –ja, Hvalbiff. Maar Hvalbiff was er niet. –jammer, zegt Qvigstad, een man om in te bijten. –Ach zo, zeg ik toonloos. De heer Qvigstad is een humoristische kannibaal. Maar die naam klonk zo. –Hvalbiff betekent walvissenvlees, zegt Arne.

Dit citaat uit het boek vond ik een van de leukste. Als je dit stukje leest dan begrijp je waarom Alfred het zo moeilijk heeft. Hij gaat op expeditie in een land waarvan hij de taal niet eens beheerst. Hij komt aan bij Nummedal die een verband heeft met Sibbelee. Dit verband blijkt niet zo goed te zijn als Alfred dacht en hij komt er later in het boek achter dat dit verband alles veel moeilijker voor hem heeft gemaakt. De luchtfoto’s kreeg hij hierdoor bijvoorbeeld niet. Deze stukken waren naar mijn mening de wat mooiere stukken.

Bronnen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Nooit_meer_slapen_(roman)

http://www.scholieren.com/boek/383/nooit-meer-slapen/zekerwetengoed

 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.