ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
Uitgeverij de Bezige Bij
Amsterdam 1966

Samenvatting:
De geoloog Alfred Issendorf vertrekt naar Noorwegen om daar een hypothese bevestigd te krijgen. Deze hypothese is hem voorgelegd door professor Sibbelee en houdt in dat de grote ontstane gaten in Noorwegen, in werkelijkheid ontstaan zijn door meteorieten.
Alfred wil beroemd worden, vooral omdat zijn vader dat nooit geworden is. Zijn vader is gestorven bij een expeditie voor biologen. Zij moeder heeft hem opgevoed met de gedachte dat Alfred op een dag zijn vader zou rehabiliteren. Dus werd Alfred geoloog, terwijl hij eigenlijk fluitist had willen worden.
Sibbelee heeft ervoor gezorgd dat Alfred terechtkan bij professor Nummedal in Oslo. Nummedal heeft de luchtfoto’s die noodzakelijk zijn voor de expeditie van Alfred. Wanneer Alfred daar aankomt, blijkt Nummedal de foto’s niet te hebben en verwijst Alfred door naar de geologische dienst in Trondheim. Ook daar echter kunnen ze hem niet helpen.
Dus zonder luchtfoto’s gaat Alfred alsnog op expeditie met zijn vriend Arne en twee medereizigers Qvigstad en Mikkelsen.
Hij weet eigenlijk dat de tocht nu verder zinloos is, maar toch gaat hij mee. Alfred heeft moeite om de drie bij te houden, omdat hij niet getraind heeft en dus een uithoudingsvermogen van 0,0 heeft. ‘s Nachts kan Alfred niet slapen en ook dat breekt hem totaal op. Ondanks alle tegenslagen blijft Alfred doorzetten.

Op een dag ontdekt hij dat Mikkelsen de luchtfoto’s heeft waar Alfred naar op zoek was. Hij wordt erg kwaad en mag van Mikkelsen de foto’s wel bekijken. Maar Alfred kan niets ontdekken dat de hypothese van professor Sibbelee onderschrijft.
De dag na de ontdekking van de luchtfoto’s, gaan Qvigstad en Mikkelsen een andere kant op, maar Alfred vindt dit niet normaal.

Maar hij wordt met de dag pessimistischer en ziet overal een complot tegen hem. Hij denkt dat ze om hem vertrokken zijn. Alfred kijkt op tegen Arne die met weinig spullen zo meer ervaren is dan hij. Vervolgens krijgen Arne en Alfred verschil van mening over welke kant ze uitmoeten en gaan ieder hun eigen weg. Alfred ontdekt dat hij de verkeerde kant op is gegaan en gaat via een omweg over de berg Vuorje terug naar de plaats waar hij Arne voor het laatst gezien heeft. Arne blijkt van een rots gevallen te zijn en is dood.

Dan wordt op pagina 245 voor een deel de titel verklaard. Als Alfred Arne dood ziet liggen. “Maar dit is geen slapen. Dit is nooit meer slapen”.
Met pijn en moeite weet Alfred de bewoonde wereld te bereiken en neemt het besluit terug te gaan naar Nederland. Onderweg ziet hij een raar soort lichtverschijnsel en hoort hij een klap. Op zijn weg naar huis leest hij in het vliegtuig dat het een meteorietinslag kan zijn en dat een groep geologen het gaan onderzoeken.

Alfred komt tot de conclusie dat hij niet geschikt is voor het vak en geeft het op. Dan krijgt hij op het einde een cadeautje van zijn moeder dat eigenlijk voor zijn promotie bestemd was en lang geleden door zijn vader voor hem gekocht was. Alfred herkent zelfs in de eerste instantie de twee manchetknopen niet, die gemaakt zijn uit een meteoriet.

Thematiek:

Thema: volgens Hermans is de mens een nietig wezen, dat met veel pijn en moeite door het leven ploetert, maar nooit zijn doel bereikt, omdat er geen weg is om op te gaan. Deze zoektocht naar iets om je aan vast te houden is volgens mij een belangrijk thema. De wereld is een chaotisch geheel, waarin iemand orde probeert te vinden. Dus chaos is een ook een thema. Totaal onvoorbereid Alfred de excursie en alle toevallige omstandigheden brengen dit tot een grote mislukking.
Tegenover chaos staat de orde die Alfred vinden wil. Het volmaakte dat hij bereiken kan is: “meteoorkraters vinden, proefschrift schrijven, cum laude promoveren, met de vriendin van Eva trouwen, professor worden”.

Motieven:

 Mislukking en toeval: iedereen wil iets zinvols doen, maar dat mislukt bijna altijd.
Alfred ziet zichzelf ook als een mislukkeling. Het verhaal begint ook met: “de portier is een invalide”. Eigenlijk wordt daar al de toon gezet voor de rest van het verhaal. Alfred is eigenlijk ook invalide. En door allerlei toevallige omstandigheden komt zijn onkunde steeds ter sprake.

 Reizen: de trek door Noorwegen. En de Himalayaexpeditie waar zijn studievriend aan meedoet.

 Slapen: als symbool van nieuwe kracht en nieuw leven. Toen Alfred de bewoonde wereld gevonden had, sliep hij 24 uur en nam toen het besluit om er gewoon mee op te houden en zag hij eindelijk in dat alles zinloos is geweest.
“... de werkelijk zwarte nacht, waarin je slapen kunt, als je niet wordt voortgejaagd door het besef te moeten inhalen wat je overdag verzuimd hebt, te moeten goedmaken wat je hebt verknoeid.”
(Alfred)

 Onzekerheid: de twijfel aan zichzelf en de angst om alles verkeerd te doen. “Ik weet niet hoe ik helpen kan. Zo nu en dan mompel ik aanwijzingen, geef goede raad waar ik zelf niet in geloof.”

 Foto’s: alles draait om de luchtfoto’s, de hele expeditie en wanner Alfred ze bemachtigd heeft waren ze eigenlijk ook zinloos.

 Paranoia: als Alfred ontdekt dat Mikkelsen de luchtfoto’s heeft verdenkt hij Nummedal en iedereen van een complot tegen hem. Nummedal zou de foto’s gewoon achterhouden met de meteoorkraters erop.

 Wetenschap: “Wat is wetenschap? Wetenschap is de titanische poging van het menselijk intellect zich uit zijn kosmische isolement te verlossen door te begrijpen!”
(professor Nummedal)

 Goddeloosheid: Alfred gelooft niet in god, zijn zus Eva echter wel en dat komt vaak ter sprake. Van Eva heeft hij een kompas gekregen, wanneer deze niet blijkt te functioneren zegt hij het volgende: “God is een slecht kompas om op te vertrouwen. Het goedkoopste padvinderkompasje van plastic is beter”.

 Miscommunicatie: Alfred en Arne praten veel met elkaar, maar Alfred denkt dat Arne hem maar een loser vindt. Later blijkt na Arnes dood uit diens aantekeningen dat hij juist veel bewondering voor Alfred had.
De manchetknopen brengen Alfred een enorme dreun toe, maar zijn moeder en zusje hebben geen flauw benul.
Alles met Nummedal is misgelopen, omdat hij waarschijnlijk Sibbelee niet goed begrepen heeft.

 Stenen: de meteoorstenen, maar ook komen er mensen als Wittgenstein en Flintstone in voor.
Over de schrijver: W. F. Hermans

"Alle succesvolle auteurs hebben hun
publiek gevleid; niet hun slechte
humeur op hun lezers losgelaten,
zoals ik."

Willem Frederik Hermans werd op 1 september 1921 in Amsterdam geboren. Hij is tweede en laatste kind van Johan en Henrika Hermans. Hij studeerde van 1933 tot 1940 aan het Barleus gymnasium. Tussentijds, twee jaar voor zijn afstuderen wordt hij lid van de letterkundige vereniging DVS en wint de eerste prijs in een opstellenwedstrijd. Hij gaat dan tegen zijn zin op aandrang van zijn vader sociografie studeren. Hetzelfde jaar plegen zijn zus en zijn neef zelfmoord wat terug komt als thema in het boek "Ik heb altijd gelijk". Een jaar na het Barleus gymnasium stapt hij over naar de studie fysische geografie. Hij doet kandidaatsexamen en schrijft intussen gedichten en verhalen. Ook verschijnt zijn eerste roman "Conserve" in 1947.
Van 1946 tot 1948 is hij redacteur van Criterium. Twee jaar later legt hij zijn doctoraal examen af en treedt in het huwelijk. Hij wordt dan redacteur van Podium. In 1952 wordt er een proces tegen hem gevoerd vanwege zijn boek "Ik heb altijd gelijk" omdat dit kwetsend zou zijn voor Rooms-katholieken

“De katholieken! Dat is het meest schunnige, belazerde, onderkruiperige, besodemieterde deel van ons volk! Maar die naaien erop los! Die planten zich voort! Als konijnen, ratten, vlooien, luizen. Die emigreren niet! Die blijven wel zitten in Brabant en Limburg met puisten op hun wangen en rotte kiezen van het ouwels vreten!”

Hiervan wordt hij vrijgesproken.
Drie Jaar later gaat hij werken als fysisch geograaf, onder andere in Scandinavië. Dan wordt zijn zoon Rupert geboren. Weer drie jaar later wordt hij benoemd tot lector fysische geografie aan de Groningse Universiteit.
Op een gegeven moment raakt hij in conflict met zijn uitgever G. A. van Oirschot over het herdrukken van boeken en zijn honorarium. Zijn verdere werken worden nu bij de Bezige Bij gepubliceerd.

In 1963 wordt zijn roman "De donkere kamer van Damocles"(later Damokles) verfilmd onder de titel "Als twee druppels water" en drie jaar later krijgt hij de Vijverbergprijs voor zijn roman "Nooit meer slapen". Hij weigert deze prijs en laat hem overmaken aan de actie "Eten voor Afrika" en ook in 1972 weigert hij de P.C. Hooft prijs. In 1973 neemt Hermans ontslag als lector en vestigt zich als schrijver in Parijs. Vanuit Parijs schrijft hij drie jaar lang onder het pseudoniem Age Bijkaart een wekelijkse rubriek in het Parool, gebundeld onder de titel "Boze brieven van Bijkaart".
In 1977 vindt er een bekroning plaats van zijn oeuvre met de grote prijs der Nederlandse letterkunde, die aan hem wordt uitgereikt door de Belgische koning in Brussel. Een tijd later, in 1986 zijn exposities van foto's van zijn hand te zien in het Stedelijk Museum te Amsterdam. Maar een jaar later wordt hij in Amsterdam als ongewenst persoon verklaard, omdat hij de culturele boycot tegen Afrika negeerde. Dan verhuist hij naar Brussel.

In 1990 wordt Hermans benoemd tot ere doctor in de letterkunde en wijsbegeerte aan de Universiteit van Luik en drie jaar later is hij weer welkom in Amsterdam, waar hij het boekenweekgeschenk "In de mist van het schimmenrijk" presenteerde. Willem Frederik Hermans stierf op 27 april 1995 in Utrecht.

Belangrijke proza van zijn hand zijn onder andere: De tranen der Acacia's (1949), Ik heb altijd gelijk (1951), Het behouden huis (1952), De donkere kamer van Damokles (1958), Onder professoren (1975), Au pair (1989).

Hoewel er wel wat gegevens van Hermans met “Nooit meer slapen” overeenkomen is het niet autobiografisch te noemen.

Mening:
Je kunt veel zeggen over dit boek, maar volgens mij heeft dhr. Hermans nog nooit van een happy end gehoord. Ik werd er in ieder geval behoorlijk depressief van. Dat wil niet zeggen dat ik het boek vreselijk vond, integendeel, ik vond het prachtig!

Ik had niet verwacht dat ik het mooi zou vinden, omdat ik over het algemeen niets met de ‘gevestigde’ Nederlandse literatuur heb. En schrijvers die vaak over de oorlog schrijven kan ik over het algemeen ook wel schieten. Ik ben ooit begonnen in ‘De tranen der Acacia’s maar door tijdgebrek heb ik hem nooit meer verder gelezen. Toch was het toen niet onaardig, vandaar dat ik weer een boek van Hermans heb uitgekozen, maar nu met de bedoeling om het wel uit te lezen. Het begon al goed in het eerste hoofdstuk, waar Alfred bij Nummedal aankomt. Het begon ook vrij komisch en later werd het meer ironisch/tragisch. In het begin kraakt Nummedal Nederland helemaal af op een leuke manier: “Ons land is natuurlijk klein, maar de bodem is bijzonder gevarieerd.”

“(…) Moerassen, modder en klei, dat is alles wat er is! Het zal er in uw land nog op uitdraaien dat ze alle zandkorrels die er liggen een voor een gaan tellen. Dat noem ik geen geologie meer. Dat noem ik krentenwegen, boekhouden. Verfallene Wissenschaft, noem ik dat, verfallene Wissenschaft!”

Hoewel je de gebeurtenissen niet met jezelf in verband brengt, zijn ze absoluut niet ondenkbaar. En de manier waarop ze verwoord zijn, maakt ze alleen nog maar waarschijnlijker. Ik begon me echt ellendig te voelen en de hoofdpersoon voor sukkel uit te schelden. Aan de andere kant voelde ik ook veel medelijden en voelde je gewoon de pijn en de slaap. Als een schrijver dat zo kan overbrengen, is hij echt een goede schrijver.
Het boek zet je niet echt aan het denken, hoewel er diverse filosofische passages in voorkomen, maar vertelt meer een verhaal over hoop en mislukking.

De personen kwamen levensecht op mij over en werden knap beschreven. Arne Jordal vond ik sympathiek en Qvikstad en Mikkelsen konden me geen moer schelen. Dat zijn meer flat characters, die een kleine rol in het verhaal meespelen en de hoofdpersoon sterker naar voren brengen. Alfred Issendorf (de hoofdpersoon) irriteerde mij voor het grootste deel van het verhaal in hoge mate. Ik heb nog nooit zo’n achterdochtig watje gezien. Hoewel je weet dat hij het moeilijk heeft, heb ik meer het gevoel van eigen schuld en rot toch lekker op. Ik begrijp alleen niet dat hij opeens een eigen weg insloeg, terwijl hij normaal iedereen trouw achternaliep. Je kon je best goed inleven op momenten dat hij je niet irriteerde.

Het verhaal was niet bijzonder lastig om te lezen, waardoor je jammer genoeg de neiging hebt om de mooie en filosofische gedeeltes niet goed te lezen. “Al vind ik dan geen meteoorkrater, ik kan niet beweren dat ik helemaal niets vind, al heeft wat ik vind met geologie niets te maken, al is het helemaal niet onder te brengen in de wetenschappen van aarde of kosmos. In geen enkele wetenschap voorlopig. Hier is sprake van een geval door Wittgenstein beschreven, waarin de manier waarop iemand ertoe gekomen is iets te begrijpen, verdwijnt in datgene dat hij begrepen heeft. Alsof je zou zeggen: dat heb ik begrepen nadat ik sterke koffie had gedronken. Maar de koffie heeft niets te maken met wat ik begrepen heb.”
(Alfred)

Het verhaal was niet echt spannend, omdat je eigenlijk al weet dat alles gaat mislukken en je weet dat het onbegonnen werk is om überhaupt aan die expeditie te beginnen. Toch had ik niet de neiging om stukken over te slaan, omdat het mooi en meeslepend verteld werd. Verhalen met een ik-verteller spreken mij meer aan, omdat je meer meeleeft met die persoon en je het gevoel hebt dat je er ook daadwerkelijk bij bent geweest. Het verhaal had meer een gesloten eind naar mijn mening, omdat Alfred ook letterlijk vertrok uit Nederland en weer terugkwam en ook omdat het tijdperk van de geologie afgesloten is. Over het algemeen hou ik niet van gesloten eindes, maar dit einde was erg mooi en origineel. Niet origineel is het dat Alfred alles opgeeft, maar dat hij die manchetknopen van meteoriet krijgt, dat maakt het verhaal helemaal compleet en ellendig. Ik heb gelezen dat Hermans alleen schrijft als hij depressief is. Nou, volgens mij klopt dat aardig hoor.

Toch is het niet vervelend om te lezen en er zit ook best humor in. Op een gegeven moment komt Alfred een vrouw tegen die Wilma Flintstone heet. Wilma ziet Alfred wel zitten en als ze dan samen op haar kamer zitten, komt haar man thuis en bonkt op de deur en roept; “Wilma!”. “Juist op dat ogenblik klinkt een verschrikkelijke slag tegen de deur en een lage, schorre stem schreeuwt: Wilma! Wilma! Open this door! Hij bonst met voeten en vuisten op de deur, laat er dan opnieuw zijn lichaam tegenaan vallen. Fred Flinstone!”

Het taalgebruik in het boek is niet moeilijk en het is daarom ook goed te lezen. Ik heb al een paar citaten gegeven, maar de laatste zinnen in het boek vind ik het mooist: “Hier zit ik, in elke hand een manchetknoop, aan elke manchetknoop een halve meteoriet. Samen een hele. Maar geen enkel bewijs voor de hypothese die ik bewijzen moest.”

Nu voel je echt de drama en misère die op je neerdaalt en had ik dringend een psychiater nodig. Toch had ik na het lezen van dit boek geen teiltje nodig om te kotsen. Hoe zou dat komen? Het heeft alles met de schrijfstijl te maken, alles was zo erg dat het voor de lezer grappig was. Ik vond het echt een geweldig boek en kan het absoluut iedereen aanraden. Ik denk wel dat je een beetje van reisverhalen moet houden en niet al te pessimistisch van aard moet zijn, anders haal je het einde niet.
Ik heb de originele versie gelezen en later kwam ik erachter dat in de nieuwe druk wel 250 veranderingen zijn aangebracht. Ik vind het walgelijk om zoiets te doen en Hermans kan de boom in met zijn: “Een zwakke passage in een roman doet niemand plezier”. Dus ik heb zwakke passages zitten lezen! Nou mooi is dat, wat een gezeik. Ik denk dat mijn wereld vergaat. Mijn sympathie voor Hermans is gelijk onder het nulpunt gekomen. Als iets af is, dan is het af en dan moet je er met je takken vanaf blijven. Kijk, als geen hond het kocht, dan heb je het recht om te denken dat er iets mis mee is. Maar als het goed verkoopt laat dat arme boekje met rust. Ik vind dit een vorm van censuur, het is net zoiets als een man aan zijn vrouw voor haar verjaardag een dagje plastisch chirurg geeft.
Oké, waarschijnlijk merkt niemand de veranderingen, maar het zit me niet lekker en nu wil ik de nieuwere druk ook nog wel eens lezen. Als die man zo graag wil schrijven, schrijf dan maar een nieuw boek. Eerlijk is eerlijk, schrijven kan hij wel!

Gedicht:

SLAPELOZE NACHTEN
de slapeloze nachten
waren niet meer van de lucht
zoals niet verwacht maar in dit geval
moeilijk te loochenen.

van die slapeloze nachten waarin
je oogleden zo gesloten niet zijn
of je ogen staan open
naar binnen toe.

en bij zoveel onzichtbaars
als ze daar moeten ontwaren
kun je je bezwaarlijk veilig genoeg voelen
om in te sluimeren.

je wordt er stilaan doorschijnend van

*De Bezige Bij, bloemlezing poëzie, samenstelling Eddy van Vliet, Amsterdam 1994, blz.85*

Bronvermelding:

 J. A. Dautzenberg, Literatuurgeschiedenis en leesdossier, Malmberg Den Bosch 1999
 Uitgelezen: reakties op boeken, Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum, Den Haag 1990
 Topware uittreksel top-100
 www.internetcollege.nl

Titelverklaring:
De titel van deze roman verwijst naar de “eeuwige slaap” (de dood) van Arne. “Maar dit is geen slapen. Dit is nooit meer slapen.” Ook verwijst het naar de waakzaamheid van Alfred en zijn onvermogen om andere mensen te vertrouwen.
Alfred kan ook niet slapen, omdat het nooit donker wordt. Dat heeft alles te maken met de midzomernacht.

Motto:
“I do not know what I may appear to the world, but to myself I seem to have been only like a boy playing on the sea-shore, and diverting myself in now and then finding a smoother pebble or a prettier shell than ordinary, whilst the great ocean of thruth lay all undiscovered before me.”
Sir Isaac Newton

(WAARSCHUWING: VRIJE VERTALING!)
“Ik weet niet hoe de wereld op mij neerkijkt, maar mijzelf alleen zie ik als een jongetje, spelend aan de kust, mijn tijd doorkomend met het zoeken naar een nog gladder kiezelsteentje of een mooiere schelp dan gewoonlijk, terwijl de grote oceaan der waarheid onontdekt voor mij ligt.”

Het motto slaat op de gevoelens die Alfred heeft na de mislukte excursie. Hij heeft het gevoel dat hij zo slecht voorbereid naar Noorwegen toegegaan is, dat hij nooit iets had kunnen ontdekken en dat het gebied waar hij is, nog nooit door anderen ontdekt was. Hij weet niet meer wat voor een nut hij voor de wetenschap heeft.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

T.

T.

Geweldig verslag, het boek kwam voor mij nog meer tot leven. Knap die betrokkenheid en originele opvattingen. Goed geschreven! Bedankt!

2 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

J.

J.

hoi,

Erg goede samenvatting. Heb jij trouwens een mondeling hierover gehad. Ik aanstaande donderdag wel. Wat voor lastige vragen kunnen ze stellen?
bij voorbaat dank,

mvg jeroen

15 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

M.

M.

goed uittreksel! bedankt

15 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

R.

R.

echt een goede samenvatting!
thanx!!!

17 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast