Nog drie keer slapen en ik word wakker door Herman Brusselmans

Beoordeling 6.5
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas vwo | 2490 woorden
  • 9 augustus 2006
  • 23 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.5
  • 23 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1998
Pagina's
295
Oorspronkelijke taal
Nederlands

Boekcover Nog drie keer slapen en ik word wakker
Shadow
Nog drie keer slapen en ik word wakker door Herman Brusselmans
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Auteur: Herman Brusselmans
Titel: Nog drie keer slapen en ik word wakker
Druk: vierde druk
Uitgever: uitgeverij prometheus in samenwerking met pockethuis, Amsterdam en Utrecht, 2006.
Jaar van eerste druk: 1998
Aantal pagina’s: 295
Indeling: het boek is ingedeeld in vier delen.
Motto: nog drie keer slapen en ik word wakker. Dit ‘citaat’ van Jezus gebruikt hij meerdere malen in het boek.

Samenvatting
‘Nog drie keer slapen en ik word wakker’ gaat over een veertigjarige tweedehands-boekwinkel-houder die zich dag en nacht verveelt. Zijn stemmingen wisselen constant, onafhankelijk van wat er gebeurt. Tegen zijn klanten is hij op het ene moment heel aardig, en op het andere jaagt hij hen de stuipen op het lijf. Dit doet hij niet alleen door precíes te zeggen wat hij denkt, maar ook door complete onzin te vertellen. Vaak heeft hij het over ‘Beluzië’, een verzonnen land, en David Beckham, die behalve voetballer volgens Tinner ook een negentiende-eeuwse seriemoordenaar en de uitgever van de bolle gevel is.

Als er iets is waar Louis bang voor is, is het liefde, die hem bedreigt in de persoon van de drieëntwintigjarige, prachtige Zoë, een meisje van haar tijd en, tot Louis' verbijstering, ook steeds meer van de zijne.
‘Ik hou van jou’, zei Zoë. Hij verliet de slaapkamer, met mede name van zijn kleren en ging zich wassen in de badkamer. Hij trok zijn kleren aan. ´M´n tanden poets ik niet,´zei hij in zichzelf, ´de smaak van kut en die van bier gaan goed samen.´ Hij liep naar de woonkamer, stak een sigaret op, en haalde een pils uit de koelkast. Hij dronk en mompelde:´Ik ben zo nuchter als een pasgeboren kind.´ Hij ging in z’n fauteuil zitten, en nam de plastic zak te voorschijn. De cadeautjes bestonden uit een slof sigaretten, een asbak met het opschrift SEE FLORIDA, FEEL FLORIDA, FUCK FLORIDA en een klein waterskietje dat een balpen bleek te zijn. Louis voelde een rilling door zijn gehele lijf, en hij kon niet anders dan ze interpreteren als een flits van vertedering. Toen hij later naast het slapende lichaam van de nog steeds naar seks geurende Zoë kroop had hij een aanvechting om haar op de kruin te kussen en haar te bekijken zoals een glimlachende, nagenietende minnaar zou doen. ´Alles op zijn tijd,´ mompelde hij in zichzelf, ´niks forceren. Niet vergeten dat ik geen man ben van deze wereld.´

Van de buitenwereld houdt Tinner niet, want het liefst blijft hij zich binnen vervelen. Verandering is er niet en de ‘hoeveelheid’ vrijheid die je hebt, dat verzint de mens zelf, zegt Tinner.
‘Ook een andere vrouw, die zegt dat het gebruik van een zeker haarproduct je leven kan veranderen. Men gaat er immers van uit dat een leven veranderd moet worden, is dat niet door een haarproduct, dan wel door een nieuwe relatie, een nieuwe auto, nieuwe kleren, nieuwe ervaringen, een andere kijk op de wereld of het aanbidden van een stelletje nieuwe goden, al dan niet met een hoedje op of met een baard. Ikzelf, ik wil niks veranderd zien. Ik zie dan ook nergens verandering. De ondeugdzaamheid van het blijvende is mijn troost. Ik ben een geëngageerde, anarchistische conservator van het onveranderlijke. Daardoor ben ik een gevaar voor onze maatschappij. Niet dat ik het niet besef. Ik besef het wel degelijk, maar het laat me koud. Ik zie licht maar het is zo’n donker licht dat ik het niet zie. Ik zit hier in een kleine kamer die een grotere kamer had kunnen zijn indien sommige muren op een andere plaats hadden gestaan. Daar staan ze níet, dus wat is het probleem? Als ik met een mes mijn keel doorsnijd bloed ik alleen omdat de wand van een ader en mijn huid het bloed niet meer tegenhouden, en ik bloed níet omdat ik zelfmoord had willen plegen. Als ik door een bos wandel doe ik dat omdat er bomen zijn. Alles is vastgelegd door wat het is en iedere verandering is een schijnverandering en bestaat dus niet.’
‘Als mijn vrijheid me wordt afgenomen, creëer ik een andere. Om het even in welke omstandigheden, al was het in een onderaardse cel van twee bij twee. De ene vrijheid is niet minder of meer waard dan de andere. De meeste mensen denken van wel. Zo willen ze een steeds grotere vrijheid, alsof de vrijheid valt te meten of af te wegen. Dat valt ze niet, ze is er, of ze is er niet. Ongeacht de mate waarin ze wordt gebruikt of misbruikt. Want, moet je rekenen en dat doen de meeste mensen niet: de vrijheid is in wezen een puur theoretisch verzinsel.’
Over het algemeen gebeuren er niet veel bijzonderheden in het boek. Aan het eind vertelt Zoë echter dat ze zwanger is. In het begin werd Tinner gek en dook de kroeg in onder het mom van:´het nieuws verwerken´. Hij was bang zijn vrijheid te verliezen, maar uiteindelijk besefte hij dat er totaal geen verandering hoefde te zijn.

Na heel veel kroegen te hebben bezocht komt hij thuis:
´Hij ging zitten in zijn eigen fauteuil, klikte het blik open, nam een slok en stak een sigaret op. M´n eigen bier, m´n eigen huis, m´n eigen rust, dacht hij. Ik ben dronken, maar niet zo dronken als ik had kunnen voorspelen… Moet ik Zoë niet wakker maken? Welk recht heeft ze om te slapen? Moeten we niet ´praten´? Over mij, over haar. Over ons kind, over de toekomst, over wat geweest is en zal komen= Nee, jongen, wat is de zin van praten= Er wordt niks opgelost, met praten evenmin als met zwijgen. De tijd loopt door, soms zoals het van hem verwacht kan worden, soms met rare sprongen die je niet kan verklaren. De tijd houdt geen rekeningn met de verbruikers ervan. De tijd is zoals God, hij bestaat niet maar hij heeft alle macht in handen. Ik ben de stad in te gaan om nieuws te verwerken. Het nieuws is geen neiuwes meer en mijn tocht door de stad heeft niks geopenbaard, niks verklaard, niks opgelost. Het was zomaar een tocht door de stad. Ik ben in zeven of acht cafés geweest, heb gedronken, gekeken en niks gezien. Ik heb woorden verspild, gelukkig niet veel en ik heb geld verspild, gelukkig ook niet veel. Ik ben een boekhandelaar, ik ben veertig jaar, ik ben een gevaar dat vanaf heden wordt uitgeschakeld door het te negeren. Ik ben een ex-paranoïde gewetensbezwaarde die zit te wachten op zijn nieuwe achtervolgers. Maar die zullen niet komen. Omdat ik de oude achtervolgers heb afgeschud zijn de nieuwe mijn spoor bijster, voor ze aan de achtervolging hebben kunnen beginnen. Verandert mijn leven hierdoor? Nee, nee, nee. Het blijft hetzelfde, omdat ik dat wil.´

Thema
Sprake van een echt thema is er eigenlijk niet, omdat er ook nauwelijks sprake is van een echte verhaallijn. Het gaat gewoon over een wereldvreemde man die alles en iedereen door zijn gedrag van zich vandaan houdt.

Titelverklaring
´Nog drie keer slapen en ik word wakker´ staat voor een uitspraak van Jezus, die Tinner ooit in zijn ´lievelingsboek, neveneffecten van de Renaissance´ gelezen. Aangezien hij dit als onzin beschouwt, vindt hij dat mensen het recht hebben om onzin te vertellen, aangezien Jezus dat ook heeft gedaan. Verder geeft hij Rosine, een vriendin van Zoë die Louis stalkt, ook de raad om drie keer te gaan slapen.

Analyse
Nog drie keer slapen en ik word wakker is erg realistisch, in alle opzichten. Een boekwinkelier die zich stierlijk verveelt. Ook qua tijd loopt het verhaal realistisch, wat soms wel voor wat verveling zorgt, bij de lezer. Het kan waar gebeurd zijn, al is het karakter van de hoofdpersoon erg abnormaal.
Louis Tinner:
Een wereldvreemde botte man die alles en iedereen verafschuwt en zich alsmaar verveelt. Hij vult zijn dag met het drinken van Jupiler-bier, het roken van sigaretten en alsmaar nadenken. De buitenwereld haat hij, net als de mensen die daar rondlopen. Hij is wel gelukkig op zijn manier, met Zoë. Liefde kent hij niet, of denkt hij niet te kennen. Maar in de loop van het verhaal geeft hij wel steeds meer toe aan zijn geluk met Zoë. Daarom vind ik het wel een round-character, omdat het een ongelooflijk bot en liefde-vreemd mens is. Verder is het gewoon een barbaars type.
Zoë:
Dit is de vriendin van Tinner en gespecialiseerd in de ´coltrui´. Ze doet een mode-opleiding en aan het eind van het boek slaagt ze hier ook voor en vindt ze een baan. Ze is vrolijk en houdt innig van Louis, ook al schrikt hij haar soms af door zijn botte gedrag. Ze wil hem niet veranderen, maar neemt hem zoals hij is. Het is een mooie, jonge vrouw. Dankzij Tinner is ze gebroken met haar ouders, aangezien hij vluchtte terwijl ze uit eten zouden gaan. Dit is een flat-character, omdat haar karakter niet echt verandert in het verhaal. Ze is wel heel erg belangrijk voor de ontwikkeling die Louis Tinner doormaakt.
Verder heb je nog Dino, de schoenmaker die in het pand naast boekwinkel Tinner zit. Hij komt elke middag, om te ontsnappen voor zijn vrouw, wat biertjes drinken bij Louis. Op een gegeven moment leent hij geld, en dat gebeurt steeds vaker. Louis hoeft niet te weten waarvoor hij het nodig heeft, als hij het maar terug krijgt. Op een dag blijkt Dino zijn vrouw doodgeschoten te hebben met het pistool dat hij betaald heeft met Tinners geld. Tinner werd nog opgepakt wegens medeplichtigheid, maar praatte zich er uiteraard uit.

Perspectief
Het boek heeft een auctoriaal perspectief, in verhalende vorm.. Maar de gedachten van Tinner worden wel in de ik-vorm geschreven. En aangezien het grootste deel van het boek bestaat uit Tinners gedachten, kan er ook worden gezegd dat het een personaal perspectief is.

Ruimte en tijd
In het boek wordt er een bepaalde sfeer gecreëerd. Ik denk aan een rokerig klein winkeltje met stoffige boeken en een rommelig bureau. Als ik aan Tinner denk, denk ik overigens ook aan een vies ventje dat stinkt naar de rook en vet haar heeft.
Het is een chronologische tijdsvolgorde en er is geen sprake van discontinu. Het boek leeft van dag tot dag.

Beoordeling
Ik vond het geen vervelend boek, al sloeg de verveling van Tinner af en toe wel over op mij. In het begin vond ik alles grappig wat hij zei en was ik in eerste instantie al verrukt bij het idee dat hij een boekenzaak heeft maar niet van boeken houdt. Later verveelde zijn gedachten me wel een beetje. Wat ik knap vind in het schrijfwerk van Brusselmans, is dat hij de situaties zo levensecht heeft neergezet. En daarmee doel ik op de momenten wanneer Tinner ´zomaar´ iets onzinnigs uitkraamt tegen z’n klanten, dat het ook echt overkomt alsof hij het zo even snel verzint. Dat vind ik erg goed overgebracht. Ook al is het meeste gebrabbel van Tinner de grootste onzin, hij heeft wel diepzinnige, goede uitspraken, waarvan ik er in de samenvatting een paar heb geciteerd.
Wat ik fijn vond in dit boek is dat het niet zo een standaard literair boek is. Met standaard literair bedoel ik dat het wel boeit, maar dat je toch het gevoel hebt dat je het verplicht moet lezen. Het is niet mijn lievelingsboek, maar ik vond het leuk om te lezen.

Herman Brusselmans
Herman Frans Martha Brusselmans wordt geboren op 9 oktober 1957 te Hamme, België. Hij groeit op tot een vrij succesvol voetballer bij de plaatselijke trots Vigor Hamme. Een voetbalcarrière lonkt, topclub SK Lokeren lijft hem in, maar links-buiten Brusselmans ziet geen heil in een profvoetballerbestaan. Hij relativeert te veel, denkt te veel na en beseft dat dat geen goede eigenschap voor een voetballer is.

Hij besluit Germaanse filologie (met Engels als hoofdvak en Nederlandse literatuur als bijvak) te studeren aan de Rijksuniversiteit van Gent. Herman loopt de kantjes eraf, zit vaker in het café dan in de collegebanken en neemt al snel een baantje aan in een bibliotheek, om precies te zijn de ontspanningsbibliotheek van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening te Brussel. Na zijn huwelijk in 1981 vestigde hij zich in Iddergem, later (in 1986) betrok hij een flat in een van de 'hipste' buurten van Gent. Tegenwoordig woont hij aan de overkant van de straat samen met Tania en Woody.
Tussen de boeken zittend, raakt hij zelf ook aan het schrijven. Als onderwerp kiest hij zichzelf, maar hij weet het autobiografische gelukkig wel te larderen met de nodige humor. Hoofdthema is 'een existentiële, verlammende huiver voor eenzaamheid, geweld en dood' (Ed van Eeden in Kritisch Literatuur Lexicon). In een interview met Corine Koole in Het Parool merkte Brusselmans op: 'Ik beschouw mezelf als een professioneel uitdrager van een negatieve levenshouding.' In zijn romans, interviews en recensies neemt hij een provocerende zelfbewuste houding aan en geeft hij onomwonden zijn mening. Vooral voor J.D. Salinger en Gerard Reve heeft hij grote bewondering. Het relativeren, wat bij voetbal uit den boze was, bleek hier goed van pas te komen.
Zijn debuut verschijnt in 1982: een verhalenbundel met de fraaie titel: 'Het zinneloze zeilen'. Herman krijgt de smaak te pakken en blijft schrijven en schrijven. Het ene boek volgt het andere op, een roman volgt op een novelle, en tussendoor schrijft hij ook nog korte verhalen, toneelstukken en essays. Zijn tweede boek, "Prachtige ogen", krijgt in 1984 de Yang-prijs toegekend. Samen met Tom Lanoye schreef hij het toneelstuk De Canadese muur. Alle romans en verhalen kennen een hoge autobiografische graad. 'De man die werk vond' bijvoorbeeld handelt over zijn baantje als bibliothecaris. Verder spelen in tal van zijn boeken zijn eerste twee vrouwen (Phoebe en Gloria) een belangrijke rol. Ook schrijft hij tal van columns (o.a. voor 'Humo' en 'Esquire') en recensies (prachtig gebundeld in het hilarische 'De geschiedenis van de Vlaamse letterkunde').


Tevens mag hij regelmatig zijn vaak ongezouten mening etaleren op de (Vlaamse) televisie, rijdt hij graag rond op zijn motor, houdt van vrouwelijk schoon, is kettingroker en heeft sinds 17 december 1993 de drank afgezworen. Naast beroepsschrijver is hij drummer in een rockgroep, The Smiling Disease en ondanks een rol in de hitfilms "Camping Cosmo"(1996) en "La vie sexuelle des Belges 1950-78"(1994) is naar een acteercarriere is nooit actief gestreefd.

De meeste literatuurcriticasters zijn niet echt te spreken over het werk van Herman, het publiek des te meer. Een van de oorzaken daarvoor is dat Brusselmans het niet geringe vermogen heeft om zo'n twee a drie boeken per jaar te schrijven, en in de huidige literatuurkringen kan dat natuurlijk niet: een boek, daar doe je drie jaar over, zo niet gewoon je hele leven. "Ik ga niet van de daken schreeuwen dat ik niet wakker lig van de kritiek op mijn boeken", zegt Brusselmans daar zelf over. "Maar het getuigt van weinig kracht als je na 25 boeken, waarvan de laatste tien bij voorbaat worden afgekraakt, nog wakker te liggen van kritiek. Dan heb je geen prettig leven."

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.