Muggepuut door Herman Brusselmans

Beoordeling 7.1
Foto van Cees van der Pol
  • Boekverslag door Cees van der Pol
  • Docent | 8235 woorden
  • 1 mei 2007
  • 43 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.1
  • 43 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
2007
Pagina's
225
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Muggepuut
Shadow
Muggepuut door Herman Brusselmans
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Zakelijke gegevens
Eerste druk: januari 2007
Gebruikte druk:4e
Aantal bladzijden: 254
Uitgever: Prometheus, Amsterdam

Gegevens voorkant
Op de voorkant staat alleen een afbeelding van een groen verkeerslicht. In de roman staat Danny een relatief groot aantal keren te wachten voor een verkeerslicht.

Genre
“Muggepuut”is een typische Brusselmansiaanse en dus hilarische roman.

De flaptekst
Danny Muggepuut leidt een eerzaam leven te Gent. Hij is de auteur van negen boeken en werkt volop aan zijn tiende. Dan krijgt hij de uitnodiging van een krant om in contact te treden met zijn bewonderaars. Een ketting van gebeurtenissen komt op gang en haalt het bestaan van Danny helemaal overhoop. Hij treedt tevoorschijn uit de maalstroom als een gelouterd man, die klaarstaat voor weer nieuwe avonturen.
Muggepuut is een diepzinnige, gelaagde roman die de lezer veel plezier schenkt. Herman Brusselmans – bij velen bekend als een beroemd persoon – heeft opnieuw alle registers opengetrokken. Met dit boek bevestigt hij zijn status als de opvallendste schrijver die in het Nederlandstalige gebied de lakens uitdeelt. Laten we hopen dat Herman nog vele boeken schrijft. Als ze allemaal zo prachtig, uitmuntend en hier en daar burlesk zijn als Muggepuut, zitten we nog voor jaren gebeiteld. Dat vindt Herman Brusselmans althans zelf, en wie zijn wij om hem ongelijk te geven? Overtuigt u en leest allen Muggepuut!


Mijn mening Je houdt van Brusselmans of je verguist hem. Een tussenweg lijkt me nauwelijks mogelijk. De roman “Muggepuut”gaat wat de plot betreft vrijwel nergens over of het moet de idee van de auteur zijn dat uit de ene gebeurtenis de andere volgt. Maar daar is dan ook alles meegezegd. De dialogen in de roman gaan over triviale zaken als het kopen van handdoeken, het bestellen van een biertje, zinloze discussies over de Tweede Wereldoorlog en opmerkingen over seksualiteit. Het was mijn eerste kennismaking met Brusselmans en ik moet eerlijk zeggen dat ik soms hardop heb moeten lachen om de humoristische beschrijvingen en de van leegte getuigende zinloze discussies tussen Danny Muggepuut en zijn ouders, de vrouwen met wie hij in aanraking komt en de voetballers van zijn minivoetbalteam. Brusselmans provoceert met zijn taalgebruik en mijn inziens is hij een ruw soort cabaretier onder de moderne schrijvers. Je hoeft zijn plot ook absoluut niet serieus te nemen en de psychologische ontwikkeling van zijn personages al helemaal niet. In ‘Muggepuut’ kun je waarschijnlijk een alter ego van de auteur zelf zien die er de laatste jaren ook alles aan heeft gedaan om zijn lezerspubliek te vermaken dan wel te choqueren. Volgens mij draag je hem als lezer op handen of kots je hem uit. Voor de jonge moderne scholier misschien leuk op om de lijst te zetten, maar ik kan we voorstellen dat er docenten zijn op scholen met een christelijke grondslag die het plaatsen op de literatuurlijst voor Nederlands zullen ontraden. Voor scholieren.com wil ik de roman overigens een standaardwaardering van 2 punten toekennen: het hoeft m.i. geen discussie dat Brusselmans kan schrijven. Of ik zelf nog geïnteresseerd ben in zijn boeken, is voor mij overigens sterk de vraag. Ik zie toch graag dat romans een plot hebben. Maar of je een weloverwogen oordeel kunt hebben over een auteur na het lezen van een roman, is natuurlijk de vraag.

Motto en opdracht
Er is geen motto en er is geen opdracht.

Structuur en verhaalopbouw
De verhaallijn is in 15 hoofdstukken verdeeld. Deze zijn niet genummerd en getiteld. De hoofdstukken zijn chronologisch gerangschikt. Het ene hoofdstuk vloeit voort uit het andere. Het speelt ook altijd een dag of een paar dagen later in de tijd. In de vertelling van zijn roman wordt hier en daar een korte flashback opgenomen. (vaak over vrouwen die Danny vroeger heeft ontmoet en met wie hij een meestal op seks gerichte relatie heeft gehad)

Perspectief
“Muggepuut”lijkt een personaal vertelde roman, maar de oplettende lezer komt een aantal opmerkingen tegen waarin duidelijk sprake is van een expliciet auctoriale verteller. Een aantal duidelijke voorbeelden daarvan:
a. “Of had hij tevoren reeds een bittere smaak in de mond. We zullen het nooit weten blz. 32
b. “Lore Boussé, het meisje dat hierboven reeds haar opwachting maakte, kweet zich van haar taak (blz. 37)

c. “In plaats daarvan had hij een Seiko gekocht, die hij nu , terwijl ik dit schrijf , nog altijd draagt. (blz. 101)
d. “Het verkeerslicht werd groen en Danny reed verder, waarna we hem terugvinden op de parking van De Reisduif (blz. 140)
e. “ Ze had nu weer een gewone kleur in haar gelaat, zoals jij en ik (blz. 156>
f. “ Nog een bladzijde of twee, dacht ik, en ik heb weer een nieuwe roman Dit schrijft hij inderdaad twee bladzijden voor het einde op pagina 154 en is natuurlijk het sterkste vervreemdingseffect van de auctoriale verteller.


Het is het spel met de lezer dat Brusselmans hier speelt. Het verhaal lijkt personaal van binnenuit door Muggepuut verteld, maar het is eigenlijk dus anders. In andere romans gebruikt Herman Brusselmans vaak hoofdfiguren met de naam van hemzelf. Nu lijkt Danny Muggepuut toch ook een alter ego van de auteur. Er zijn heel veel raakvlakken (wonen in gent, succesvol bestseller auteur, schrijven over niets en over seks, gecharmeerd van voetballen, zuipen op een terras etc.)

Titelverklaring
Danny Muggepuut is de naam van de protagonist. Wat de naam precies betekent, weet ik niet.
Misschien heeft de naam wel geen betekenis.

Tijd en decor
Het decor wordt voornamelijk gevormd door de stad Gent in Vlaanderen. Daar leidt Danny zijn eenzame bestaan als succesvol schrijver en succesvol coach van een minivoetbalteam.
(In Nederland tegenwoordig futsalteam.)

Er worden weinig expliciete mededelingen gedaan over het jaar waarin de roman speelt.
Maar aangezien Danny bij het eten met zijn fans een fles wijn (een witte Grimpard Seul 2006) bestelt uit het jaar 2006, er sprake is van het betaalmiddel van de Euro, valt aan te nemen dat de roman in het jaar 2006 of 2007 speelt.

De stijl van Herman Brusselmans
De stijl van Herman Brusselmans is wel heel bijzonder. Het is de eerste keer dat ik een roman van hem lees. Dan vallen je meteen enkele stijlverschijnselen op.

Brusselmans gebruikt heel veel Vlaamse woorden en uitdrukkingen
a. preut = aanduiding vrouwelijk geslachtsdeel (een groot aantal keer)
poepen = seks hebben
b. “Haar goesting in frietbakken” (blz. 21)”
c. “ Ik heb geen schrik van muizen “, zei Otis blz. 22….
d. Danny vond ze op het eerste gezicht geen lelijke trunte blz.25
e. Zou Danny haar nu een domme kalle vinden ? blz. 27

Brusselmans doet veel uitlatingen in verband met seksualiteit.
Hieronder volgens slechts vijf voorbeelden; het aantal kan moeiteloos worden uitgebreid
a. Volgens Theo kon ze goed pijpen, balzuigen en rimmen blz. 18
b. Lore bloosde alweer. Als ze het woord flurk hoorde steeg het bloed naar haar hoofd, geen lievemoederenmeeraan. Ze had nog maar weinig ervaring op seksueel gebied. Ze had nog maar vier vriendjes gehad, allemaal erg slecht in bed. Ze had nog geen enkel orgasme gehad in haar leven. Wijs haar een orgasme aan en ze zou niet weten hoe het er uit ziet. Dat is toch jammer voor een nochtans mooi meisje? Je zou verwachten: nou , die Lore heeft hem flink van jetje gegeven, maar neen hoor. Anuslikken had ze bijvoorbeeld nog nooit gedaan. Zou Danny al anusgelikt hebben? Zonder twijfel dacht ze. “ (blz. 29)
c Ach waar was de tijd dat hij nog maar aan de tieten van buurvrouw Jeanine moest denken en er reeds een kleverige vloeistof zijn roede verliet (blz. 33)
d. Muggepuut was niet met Lore naar bed gegaan, mede omdat hij misschien in contact zou komen met stront uit haar lijf of urine uit haar kut. Zo zag ze er uit. Seks moet proper zijn, was een van Danny’s opvattingen. (blz. 40)
e. ….”maar ook omdat “Geweldloos Beffen”zijn lievelingsroman was . Hij had hem al dertien keer gelezen en bij de pornografische scènes trok hij telkens aan zijn fluit. (blz. 51)

Typische voorbeelden van Brusselmans gevoel voor humor
Deze voorbeelden zijn vaak provocerend van karakter, zeker waar het buitenlanders, homo’s of vrouwen betreft.
a. “ Roem zei hem niet zoveel. Hij was liever gezond en in het bezit van een lange fluit dan beroemd. (blz. 11)
b. Hoe wisten jullie dat ze in slaap was gevallen voor het ongeluk ? “vroeg Danny. “Haar ogen waren nog dicht toen ze haar vonden. “ “Dan weet je het wel “, zei Danny en hij nam een slok. (blz. 21)
c. Danny moest de eerste vrouw nog tegenkomen, die minstens twaalf nuttige woorden na elkaar kon spreken. Toch was hij dol op vrouwen. “ (blz. 121)
d. Danny, de hoofdpersoon heeft op een zeker moment in het verleden kinky seks met een meisje gehad en zegt daarna : “Het is niet omdat we seks hebben dat we een relatie moeten beginnen, want daar begin ik niet aan.” Zij zegt dan: “Ik voel me toch te jong om me te binden.” En als Danny vraagt hoe oud ze is, zegt ze: “Twaalf.”’ (blz. 129) Ongetwijfeld een verwijzing naar de seksschandalen met Marc Dutroux, in de hoofdrol, want daarmee kan Brusselmans choqueren.
e. “ Iedereen heeft wel een twijfels, daar ontsnapt ook een gigant als Danny Muggepuut niet aan. Maar hij mocht gerust zijn. Hij was inderdaad een zeer goede schrijver, zoals ze praktisch niet voorkomen in de Vlaamse letteren. Al die sociaal geëngageerde bekstinkers, die stellen toch niets voor> Om te zwijgen over schrijvers met een vagina. Dat zijn pas onnozele trienen, die in plaats van schrijver beter handdoeken zouden vouwen om ze in de wankasten op te stapelen. Wijven dat zijn meestal dwaze vrouwen. En let er maar eens op dat er in de Vlaamse letteren veen wijven en geen enkele vrouw rondlopen. ( blz. 169)
f “Danny een racist? Danny Muggepuut, de linkse jongen par excellence? Hij die ooit 50 euro had gestort voor de mensen van het vernielde New Orleans. Op de koop toe had hij ooit vriendelijk geknikt naar de drie zwarten die over de straat liepen te zwalken met een stuk in hun kloten. Een van hen had een vaas in de hand. Waarschijnlijk gestolen, maar je weet het niet (blz. 173) (Al schimpend maakt Brusselmans nog een literaire verwijzing naar Willems Elsschots “ Het dwaallicht “ waarin Laarmans, de hoofdfiguur, drie door de stad Antwerpen zwalkende zwarten juist de helpende hand biedt.)
g. De oude bejaarde ex-homo aan het eind van de roman zegt: “ Ik werd verliefd op haar. Helaas was ik al samen met iemand, Gerrit. Je moet rekenen , in de eerste periode van mijn leven was ik homoseksueel, maar toen heeft onderpastoor Van de Poerre me flink de levieten gelezen, dat God de mens niet bedoeld heeft om met zijn penis in het hol te zitten van een bouwvakker met een baard, en toen ben ik begonnen na te denken en raakte ik die al bij al toch verwerpelijke homoseksualiteit kwijt, zodat ik me eindelijk op de vrouwen kon gaan richten….. (blz. 246)

Muggepuut provoceert ook de hele roman door met verwijzingen naar concentratiekampen, Hitler, De Gestapo, de SS. Hij doet weliswaar geen nazistische uitspraken, maar heeft het steeds tegen zijn personages over het Duitsland van de oorlog. Het doel van deze uitlatingen lijkt duidelijke aanwezig om lezers te choqueren.

Het zijn typische uitingen van het fenomeen Herman Brusselmans en het verklaart tevens waarom hij bij zijn liefhebbers op handen wordt gedragen en door zijn literaire tegenstanders wordt verguisd. Het zal Brusselmans werkelijk “aan zijn reet roesten.”


Brusselmans schrijft ook steeds over onbenullige zaken als terugkerend verhaalmotief in engere zin
a. Een flink aantal keren wordt de zin: Danny eet staande een worst “ geschreven.
b. Het aantal handdoeken dat de vrouwen in zijn leven bezitten, wordt steeds genoemd
c. Een aantal totaal onbelangrijke minivoetbalwedstrijden o.a. tegen waarschoot Boys
d. Hij staat met zijn auto een groot aantal keer te wachten voor een verkeerslicht
e. Hij zit dagelijks op het terras van zijn geliefde eetcafé en bestelt altijd een biertje, niet omdat het daar zo lekker smaakt, maar gewoon hij toch niets te doen heeft.
f. Door diverse personages wordt steeds één van de 9 romans van Danny genoemd, waarbij dan kort de inhoud (al of niet verkeerd geïnterpreteerd door de fans) wordt besproken Voorbeelden van zijn boeken: “De geföhnde bedelaar”, “Geweldloos Beffen “ , “Mijn vader zei altijd help je moeder met de afwas. “


Samenvatting van de inhoud
Danny Muggepuut is de bestsellerauteur van maar liefst negen geslaagde romans. Hij is bezig met zijn tiende roman: “ De gestolen waterleiding Ook de namen van de andere romans hebben weinig verheffende titels als “Geweldloos beffen” , of “ De geföhnde bedelaar
Niettemin is Danny een geslaagd schrijver: hij werkt elke dag nauwgezet aan zijn romans en schrijft steeds een stukje aan zijn tiende roman die in Muggepuut ook steeds meer vorm krijgt. De inhoud is net als die van de andere romans zeer triviaal.

Elke dag gaat hij vervolgens ook naar het terras van De Rare Schuur waar hij steevast aan de vaste serveerster met de dikke komt, Grietje, (uiteraard ook een fan van hem) de opdracht geeft hem een biertje te komen brengen. Hij zuipt op deze wijze wat af op een dag.
Dagelijks ontmoet Muggepuut mensen op dit terras, al of niet fanatieke lezers van hem dan wel mensen die nog nooit van het gehoord hebben. Ook komen zijn spelers van de minivoetbalclub Real de Rakkertjes op het terras om hun wetenswaardigheden over hun blessures of hun vrouwen aan de “coach”te vertellen, want Danny Muggepuut is de coach van het minivoetbalteam. Uiteraard wint het team van coach Muggepuut de eerste wedstrijd op het toernooi van Waarschoot Boys heel overtuigend. Dat belooft wat voor de competitie van het volgende jaar.

Aan het begin van de roman wordt Danny gebeld door een werkneemster (Lore Boussé) van een krant “Vandaag de dag” die er een idee in heeft gevonden dat Danny uit eten gaat met fans die een overigens onbenullige vraag over zijn oeuvre kunnen beantwoorden. Hij spreekt met deze vrouw af, en ze gaan natuurlijk ook naar zijn huis. Maar tot seks komt het niet met deze voor Danny weinig opwindende vrouw. Dat mag een wonder heten, want de seksuele potentie van Danny is groot. Als ze vertrokken is, eet hij staande een worst. Een ritueel in het leven van Danny, want daarover wordt enkele keren in de roman gerept. Ook bezoekt hij zijn ouders waar het gesprek al evenmin over iets verstandigs gaat en op het vertrouwde terras ontmoet hij Saskia het zusje van een vroegere vriendin Sylvia; een relatie die door huiselijke geweld is beëindigd.

Tijdens het etentje met zijn fans ontmoet hij aan tafel o.a. Kassandra een vrouw die hem vraagt eens een bezoek te brengen aan de blinde jongen Simon die immers een groot fan is van Muggepuut. Diens moeder leest hem altijd voor uit Danny Muggepuuts oeuvre. Het gesprek gaat verder werkelijk over niks. Eerst vergeet hij die gedane belofte weer, maar enige tijd later ontmoet hij Kassandra in een discotheek opnieuw en ze vraagt het hem weer. Daar kan Danny niet meer onderuit en hij brengt een bezoek aan het gezin waarin Simon opgroeit. Uiteraard is het een bizar bezoek, maar aangezien de boodschap in het boek is dat de ene gebeurtenis de andere uitlokt, komt ene Anthony binnen. Het is een broer van Simon en van een heel ander kaliber: hij beweert geen interesse in boeken te hebben, maar wel een goede spits te zijn voor het minivoetbalteam van Muggepuut. Coach Danny nodigt hem uit voor een testwedstrijd tijdens het toernooi waaraan hij met zijn team meedoet en waarbij ze de eerste wedstrijd vrij gemakkelijk hebben kunnen winnen. Toch is er een sterspeler geblesseerd geraakt en dan kan Danny hem misschien laten invallen. Dat gebeurt maar deze Anthony kan zich helemaal niet beheersen en slaat de ene na de andere speler op zijn gezicht; dat doet hij ook bij coach Muggepuut die daardoor in het ziekenhuis belandt en een gebroken neus oploopt. Hij wordt verpleegd door een hitsig verpleegstertje (Femke) dat helemaal idolaat van hem is en hem met mails en telefoontjes stalkt wanneer hij weer met de noorderzon uit het ziekenhuis is vertrokken. Twee van zijn voetbalspelers hebben hem tijdens het korte verblijf toch opgezocht en dat vindt coach Danny toch heel mooi van hen. Eenmaal weer uit het ziekenhuis maakt hij toch op het terras een afspraak met Femke Sorgeloos, maar zoals in de hele roman het gesprek gaat eigenlijk helemaal nergens over. Danny ziet het bovendien helemaal niet zitten in de domme Femke. Maar hij komt wel de afspraak na. Eerst zitten ze op het terras (biertje en wijntje) waarbij ze de Italiaanse eigenaar Mario ontmoeten, die Femke wel ziet zitten, maar het meisje is helemaal verliefd op Danny en biedt zich aan hem op een presenteerblaadje aan. Zoals gewoonlijk brengt Danny het gesprek bij hem thuis op Duitsland en door haar domme antwoorden raakt hij helemaal gefrustreerd. Daar waar zij er volop voor wil gaan, heeft Danny helemaal geen zin in seks met Femke. Hij stuurt haar dan ook onverrichter zake naar huis en neemt zelf nog een biertje. Dat heeft een man als hij toch nodig.
Na een bezoek aan zijn ouders met opnieuw een nutteloze discussie, waarbij hij zich daarna zelfs andere ouders wenst, wordt hij opgepakt door de politie. Femke heeft een aanklacht wegens verkrachting ingediend. Op het bureau ontmoet hij een crimineel George die hem vraag ’s avonds een gestolen BMW naar een klant te brengen. Danny stemt toe. Op een bepaald moment komt Femke weer naar het bureau en schreeuwt dat hij haar helemaal niet heeft verkracht. De aanklacht wordt daarop ingetrokken en Danny is weer vrij. Hij gaat met George mee tegen wie onvoldoende bewijs is en brengt ’s avonds een gestolen BMW naar een man in Zeeland. Onderweg krijgen ze ruzie over de oorlog en Duitsers en Russen en Danny wordt de auto uitgezet zonder zijn beloning te krijgen. Hij wordt opgepikt door een oude man die vroeger homoseksueel was en die bij een val de trap in zijn huis zijn lenzen verliest. Danny speurt ze op en doet ze in de ogen van de bejaarde: die is er ontroerd van en zegt dat hij een miljoen euro op de rekening van Danny zal overmaken: die zegt geen nee. Hij gaat weer naar huis en eet staande een worst”
De volgende dag gaat hij weer naar zijn terras, ontmoet twee van zijn voetballers. Een van hen zegt vader te zullen worden en natuurlijk drinkt hij zijn biertje weer. Thuisgekomen opent hij zijn pc-bankrekening en ziet dat er inderdaad één miljoen euro is overgemaakt. Op dat moment belt Lore Boussé op en vraagt of hij de actie om met fans te eten nog eens wil overdoen. Dat ziet Danny Muggepuut nu wel zitten. Immers, met Lore was de hele keten van gebeurtenissen eenmaal nu begonnen. Levert misschien wel weer stof op voor een nieuwe roman.

Thematiek
Gaat de roman überhaupt wel ergens over, kun je je afvragen. Als er al een lijn in het verhaal zit, dan is dat het toeval in iemands leven een grote rol speelt. Danny wordt door de redactie van een krant uitgenodigd om met zijn fans te gaan eten en van die gebeurtenis komt weer een andere: het bezoek aan de blinde Simon, de kennismaking met diens broer Anthony. Deze slaat er tijdens een zaalvoetbalwedstrijd op los en Danny neer. Die komt met een gebroken neus in het ziekenhuis en ontmoet daar de op hem verliefde verpleegster Femke die hem later begint te stalken. Hij nodigt haar weliswaar uit, maar tot seks komt het niet, zeer tot verdriet en woede van Femke overigens. Via een valse aanklacht van Femke komt Danny op het politiebureau terecht, waar hij de criminele George ontmoet. Die vraagt hem een gestolen BMW af te leveren en op de terugweg krijgen ze ruzie, waarbij hij uit de auto wordt gezet. Dan wordt hij weer opgepakt door een bejaarde ex-homo die omdat Danny hem helpt met zijn ooglenzen een miljoen Euro overmaakt. Op dat moment belt Lore weer op en vraagt hem voor een nieuw dineetje met fans. Dat ziet Danny nu wel zitten.

Bewijzen voor deze thematiek geeft Danny Muggepuut zelf:
- blz. 144 Had hij die Simon maar nooit bezocht, dan zat hij nu niet met die Anthony opgescheept. Het leven bestaat echter uit oorzaken en gevolgen en alles wat er per toeval bij hoort.
- blz. 146 Anthony had zijn eigen voorzitter-coach neergeslagen. En dat was allemaal de schuld van Lore Boussé, die hem naar een samenzijn had gebracht, waar een zekere Kassandra Danny naar haar neef Simon gestuurd had, die een broer had die zijn poten niet kon thuishouden …..
- blz. 236: En dat was allemaal de schuld van Lore Boussé. Die had iets in gang gezet wat nog moeilijk te stoppen was. Een rollercoaster van incidenten.
Misschien is dat wel een prima etiket voor deze roman van Brusselmans. “Muggepuut’ is een rollercoaster van incidenten.

Tegelijkertijd schrijft Brusselmans over de zinloosheid van het leven of de “helaasheid der dingen” (Dimitri Verhulst.) Een kenmerkende passage is op blz. 192 te lezen.
Ik heb maar weinig meegemaakt, dacht Danny. Er is nooit iets van grote betekenis voorgevallen. Ik heb geen enkele oorlog overleefd. Ik heb niet genoeg materiaal voor al was het maar één autobiografische roman. Ik ben een schrijver met alleen maar fantasie. Geen herinneringen, geen basis, geen waargebeurde bouwstenen. Is dat een ramp. Bij lange niet. Of je schrijft over een bestaande Danny Muggepuut of over een niet-bestaande Floris Buck, het is om het even. Het is toch allemaal gezever. Noem me één goed boek in de wereldliteratuur. Het bestaat niet. Rommel is het allemaal. Ik raad soms wel een iemand een boek aan, maar dat zou ik evengoed kunnen laten. Toch moet er zoveel mogelijk gelezen worden. Dan hebben mensen wat anders te doen dan elkaar kapot maken.” Een man met een boekje in een hoekje, dat is mogelijk een ongevaarlijke man. Leve de literatuur.

Dat klinkt als een soort poëtica van Brusselmans , een visie op werkelijkheid en fictie, die ook in het bovenstaande fragment door elkaar lopen, want de bestaande Danny Muggepuut is immers een personage dat door Brusselmans in het leven is geroepen en Floris Buck is een door Muggepuut in het leven geroepen protagonist van zijn nieuwe tiende roman.

Recensies
In De Standaard (een Belgische krant) verscheen begin februari 2007 de onderstaande recensie van Matthijs de Ridder.

Allemaal gezever
Dat er een nieuw boek van Herman Brusselmans verschijnt, is niet opmerkelijk. Elk jaar gebeurt dat minstens één keer. Dat we verrast worden door een roman van Brusselmans zou wel opmerkelijk zijn. Maar zoveel mogen we niet van Muggepuut verwachten.
Danny Muggepuut is de beste en beroemdste schrijver van Vlaanderen. Hij heeft negen romans op zijn naam staan en werkt ijverig aan de tiende: De gestolen waterleiding. Het schrijven is weliswaar de voornaamste bezigheid van Danny, maar lang niet de enige. Hij vertoeft bijvoorbeeld ook geregeld op het terras van café De Rare Schuur, waar hij liters bier tot zich neemt, en hij is voorzitter-coach van het minivoetbalteam Real De Rakkertjes. Danny vindt dat hij zijn leven aardig op de rails heeft. Hij heeft een uitgebalanceerd wereldbeeld en weet precies wat hem in mensen tegenstaat. Vrouwen met moedervlekken onder de oksels vindt hij bijvoorbeeld maar niets. Eigenlijk vindt hij vrouwen in het algemeen maar vervelend, ook al klaagt hij erover dat ze zich niet collectief bij hem aanbieden. Ondanks alle aandacht die hij krijgt als bekende Gentenaar, is Danny Muggepuut eenzaam. Erg eenzaam, zelfs.
Op een goede dag gaat Muggepuut in op een voorstel van een groot dagblad om een aantal prijswinnaars te ontmoeten tijdens een etentje. De mensen die hij op deze avond leert kennen, bevallen hem maar matig. Hoe onbetekenend de bijeenkomst ook lijkt, ze is het begin van een reeks gebeurtenissen die het leven van Danny overhoop halen, maar die uiteindelijk geen enkele invloed hebben op de onsympathieke, gevoelloze praatjesmaker die Danny is. Niets kan hem van zijn stuk brengen. Ook na de ontmoeting met een jonge blinde fan, de rechtse directe die hij van diens broer krijgt, de moeilijkheden die hij ondervindt met een hysterische verpleegster, zijn onplezierige aanvaring met een autodief, en zelfs na zijn lucratieve ontmoeting met een hoogbejaarde weduwnaar, blijft Danny Muggepuut wie hij is: de beroemde zelfingenomen schrijver die - zo denkt hij - voor het geluk geboren is.
Brusselmans heeft met Muggepuut weer een roman toegevoegd aan zijn oeuvre dat handelt over wat Dimitri Verhulst "de helaasheid der dingen" noemt. Bij hem hoef je geen loutering te verwachten, laat staan een toekomstvisie. Net als Danny Muggepuut, blijft de wereld in de ogen van Brusselmans rondtollen in zijn eigen fouten en daar hoef je niet vrolijk van te worden. Integendeel. Je kan er hooguit cynische grappen over maken, want een wereld die niet deugt, hoef je niet mooier af te schilderen dan ze is.
Het gevolg is dat in de boeken van Brusselmans de ene beledigende grap op de andere puberale opmerking wordt gestapeld en zo alles wordt afgebroken. Liefde verwordt tot lust, eerbied glijdt af naar respectloosheid en fatsoen wordt eigenbelang. In diezelfde logica kan ook de literatuur niet overeind blijven. Bellettrie is aan deze verrotte wereld niet besteed. In plaats daarvan geeft Brusselmans ons hoekige en bitsige vertellingen.
Zijn compromisloze analyse van de maatschappij maakt Brusselmans in potentie tot een zeer interessante schrijver. Tussen de vele navelstaarderige boeken die in ons taalgebied verschijnen, valt zijn werk alleen al in toon en reikwijdte op. Zoveel tegendraadse schrijvers is het Nederlandse taalgebied immers niet rijk. Het is alleen jammer dat Brusselmans maar eens in de zoveel tijd een roman schrijft die echt doel treft. Slechts heel af en toe komt hij met een boek waarin de aanval op het betamelijke echt effectief is.
Muggepuut behoort niet tot de geslaagde boeken van Brusselmans. Want alhoewel er hier en daar een paar geweldige grappen te vinden zijn - zoals de documentairetitel De Tweede Wereldoorlog, een gebeurtenis an sich, of de nachtmerrie waarin Danny wordt achtervolgd door iemand die hem een abonnement op Knack wil aansmeren - wordt dit boek vooral gekenmerkt door ontstellende lulligheid. Dat heeft niet zozeer te maken met het feit dat Muggepuut "te weinig diepgang" heeft, zoals critici in deze roman over de boeken van Danny Muggepuut hebben beweerd. Het is veeleer een gebrek aan scherpte, waardoor dit boek over verveling zelf heel erg vervelend wordt. Uiteindelijk valt Muggepuut bijna ten prooi aan de waanbeelden van de hoofdpersoon: "Het is allemaal gezever. Noem mij één goed boek in de wereldliteratuur. Het bestaat niet. Rommel is het allemaal."
Natuurlijk heeft Brusselmans het hier met een hele dikke knipoog ook over zijn eigen werk. Hij heeft met Muggepuut weer wat gezever aan de wereldliteratuur toegevoegd. Maar daar houdt het niet op. Brusselmans is Muggepuut namelijk niet. Zijn roman wil net iets meer dan zeveren en vervelen. Ergens tussen het oeuvre van de zelfingenomen Danny Muggepuut en het werk van de tegendraadse schrijver Herman Brusselmans houdt zich de roman Muggepuut op. Het is geen hilarisch portret van onze wankelende wereld en het is geen gezever, maar een groot boek is het ook niet.

Arjen Fortuin beschrijft in het NRC van 6 februari 2007 de roman positief. Hij geeft aan waarom hij Brusselmans leest: “ Hoewel geen mens Muggepuut, of enig ander werk van Brusselmans, zal lezen om de plot. Zoals er op het terras van De Rare Schuur ook niemand zit wegens de kwaliteit van het bier: men zit er omdat men dat bier wil drinken, omdat men het moet drinken. Muggepuut lees je omdat je niet wilt stoppen.
Omdat Brusselmans de nergens toe dienende, langzaam voortslingerende cafégesprekken zo opschrijft dat je ze eigenlijk zelf gevoerd zou willen hebben. Zoals je steeds weer wil lezen hoe Danny's contacten met vrouwen de trekken van voorspel beginnen te vertonen, waarna een en ander toch weer ruw en onbarmhartig wordt afgekapt.
Omdat Brusselmans' zinnen altijd lopen en hij zijn woorden met zorg kiest. Al komt hij vervolgens vaak uit bij preut, poepen en gat.
Omdat Brusselmans je aan het lachen maakt, wat heel wat is aan de vooravond van een Boekenweek waarin het thema (?Lof der zotheid') menigeen ertoe zal verleiden te beweren dat er in de Nederlandse letteren helemaal niets te lachen valt. Hij gebruikt op het oog eenvoudige herhalingen of geintjes als: ?Danny bereikte Den Dorstigen Kameel. Omdat dat bij nader inzien geen goeie naam is wordt die veranderd in De Spitsmuis. Hij liep de Spitsmuis binnen.' En dan honderd pagina's verder: ?Hij liet z'n keuze vallen op Den Dostigen Kameel. Of nee, dat restaurant bestaat niet. In De Spitsmuis ging hij ook niet binnen.' Soms gebruikt hij een schokeffect, door na een van de weinige expliciete en ook niet erg conventionele seksscènes in het boek het meisje te laten bekennen dat zij zich veel te jong voelt om zich te binden. Hoe oud ben je dan? ?Twaalf'.


Op www.recensieweb.nl bespreekt Pieter Wybenga de roman van Brusselmans op 24 februari 2007
Bron: Recensieweb: 24 februari 2006
Niets is alles
Daar plofte hij weer op de mat. Blij dat ik was. Zonder nadenken uit de enveloppe gevist en lezen maar. Ik had er wellicht beter aangedaan één van mijn collega-recensenten te verblijden met dit kleinood. Want als je eenmaal iets zinnigs hebt proberen te zeggen over een werk van Herman Brusselmans, dan moet je van goeden huize komen om dat kunstje te herhalen, zonder daarbij in herhaling te vallen. En laat ik nu net zijn vorige bijdrage aan de wereldliteratuur hebben besproken…
Ruim 40 boeken staan er op zijn naam. Muggepuut is nummer 42 als ik het wel heb. En de thematiek die het zwaargewicht leuteren meer dan eens hanteert is ook nu weer van de partij: de nietigheid van het bestaan, gesitueerd tegen de achtergrond van een bij de kenners en haters eveneens bekend decor: Gent, zijn loft, en een café of wat. De hoofdpersoon luistert alleen niet naar de naam Herman Brusselmans, maar naar Danny, Danny Muggepuut. Maar de oplettende lezer zal de overeenkomsten niet zijn ontgaan: Danny is een gelouterd schrijver, - mede dankzij bestsellers als Onze planeet is een bolletje, Geweldloos beffen en Tanta Paula op zolder -, woonachtig in Gent en houdt wel van een pilsje.
Goed, wie een literair werk met de nodige diepgang zoekt, die genadeloos de nietigheid van het bestaan blootlegt doet er waarschijnlijk beter aan om bijvoorbeeld Nooit meer slapen van W.F. Hermans ter hand te nemen. Want Danny heeft het niet zo op diepgang:
‘De critici verweten hem wel eens dat zijn romans te weinig diepgang bevatten. ‘Diepgang?’ diende hij hen op een keer van antwoord. ‘Wat is dat, diepgang? In ons leven zit helemaal geen diepgang. We staan op, we ontlasten ons, we eten, we drinken, we worden gestuurd door het lot en we gaan naar bed. Tot zover de diepgang.’ ‘En Auschwitz dan?’ vroeg een criticus. ‘Zo meteen een Auschwitz tegen je bakkes,’’
Maar ga deze keer niet klagen dat er niks te beleven valt. Zeker, zoals gezegd, Gent, zijn appartement en het café vormen weer belangrijke plekken in het boek, maar er staat niet voor niets een groen brandend stoplicht op de kaft. ‘Gebeuren’ is het kernwoord, zo lezen wij op pagina 251. De eenzame Danny belandt namelijk na een door de krant geregeld etentje met bewonderaars in een wervelende storm van gebeurtenissen. Hij ontmoet een blinde jongen, zijn minivoetbalploeg (in Nederland zaalvoetbal genoemd) wordt vanwege een vechtincident waar Danny zelf het slachtoffer van is uit de competitie gezet, hij krijgt een stalker en een aanklacht aan zijn broek, helpt bij een autodiefstal en krijgt uiteindelijk een miljoen op zijn bankrekening gestort. En hij eet meermaals staande een worst.
Het citeren van hilarische hoogtepunten is onbegonnen werk. Er zijn er eenvoudigweg te veel. Zoals altijd. Echter, voordat dit weer op een kritiekloze lofrede uitdraait, een kanttekening: Muggepuut gaat, misschien wel door de ongekende maalstroom van gebeurtenissen, wat gebukt onder een tekort aan scherpte. Scherpte die het enfant terrible van de Nederlandse Letteren meer dan eens met zijn ogenschijnlijk plat gezever aan de dag legde. Ditmaal zijn er weinig vernuftig verweven wereldbeschouwingen op te merken. Brusselmans neemt alleen recensenten hier en daar op de hak in passages waar hij hun lust en zoektocht naar betekenis hekelt. Nog één citaat dan. Danny heeft op jeugdige leeftijd een opstel geschreven over zijn grootmoeder:
‘Ze heeft me leren kakken, pissen en braken. Zonder haar zou ik nooit de 9-jarige jongen zijn die ik nu ben.’ Meester Wim had Danny slechts 6 op 10 gegeven, omdat, volgens hem, ‘de ethiek in dit opstel van een laag peil is dat slechts te vergelijken valt met de immoraliteit van de Franse naturalisten aan het eind van de negentiende eeuw’. Danny had meester Wim kanker toegewenst en inderdaad, twee jaar later overleed de onderwijzer aan beenmergkanker.’
Tja, ‘Zelf had hij een eclectische smaak die niet iedereen heeft’


Over de schrijver
Bron: Wikepedia
Brusselmans was eind jaren zeventig een vrij succesvolle voetballer. Hij speelde linksbuiten bij Vigor Hamme en SK Lokeren, en momenteel heeft hij een eigen minivoetbalclub: De Woody's, naar zijn overleden hond Woody. In 1981 trouwde hij en vestigde zich in Iddergem, in 1986 verhuisde hij naar Gent. In 2005 trouwde hij voor de tweede keer Brusselmans studeerde Germaanse filologie te Gent, waarna hij in een bibliotheek van een ministerie in Brussel ging werken. Over deze tijd in zijn leven gaat zijn doorbraakroman De Man die werk vond uit 1985. De hoofdpersoon, de zonderlinge bibliothecaris Louis Tinner, slijt zijn werkdagen met drinken en het fantaseren over het koffiemeisje. Het boek schetst met zijn neerslachtige ondertoon een goed beeld van de jaren tachtig. Het wordt door velen beschouwd als zijn beste werk en kreeg in 1998 een opvolger met Nog drie keer slapen en ik word wakker.
Brusselmans vormde samen met Tom Lanoye en Kristien Hemmerechts een nieuwe lichting in de Vlaamse literatuur die begin jaren tachtig opkwam. Zijn werk wordt gekenmerkt door een hoog autobiografisch gehalte waarin drank, seks en verveling terugkerende thema's zijn. Ook wordt in zijn boeken vaak gerefereerd aan het leven op het Vlaamse platteland van de jaren zestig, de tijd en de omgeving waarin Brusselmans opgroeide. Een roman die zich afspeelt in deze tijd, is Het einde van mensen in 1967 (1999). In de roman weeft Brusselmans vier korte verhalen in elkaar. Zijn bekendheid heeft hij, buiten zijn werk, ook te danken aan zijn verschijning in de media. Zo had hij in 1991 een eigen rubriek in Het Huis Van Wantrouwen, waar hij bekend werd met de uitspraken; "Doch dit alles terzijde" en "Bedankt voor uw wààndacht!". Hij is vaak te zien in talkshows en discussieprogramma's, heeft al jarenlang een wekelijkse column in het weekblad HUMO en staat (net als in zijn boeken) vaak garant voor provocerende uitspraken. Een beledigende opmerking over modeontwerpster Ann Demeulemeester in zijn boek Uitgeverij Guggenheimer (1999) leverde hem een proces op. Het bewuste boek was enige tijd niet verkrijgbaar. Brusselmans is één van de meest verguisde schrijvers in de Vlaamse literatuur. Men heeft vooral kritiek op de eentonigheid van zijn oeuvre en het gebruik van schuttingtaal en platte seksueel getinte uitspraken.

Veel boeken gaan over zijn leven als beroemd schrijver en het schelden op zijn omgeving en collega-schrijvers. Door de critici wordt hij mede daardoor en door zijn vele optredens in de media vaak niet au sérieux genomen. Ondanks de kritiek is zijn werk, vooral bij een jong publiek, populair en groeide hij uit tot een van de best verkopende schrijvers van Vlaanderen. Als veelschrijver brengt Brusselmans soms wel twee boeken per jaar uit en omvat zijn oeuvre inmiddels al meer dan dertig boeken. Maar bij alleen boeken blijft het niet, in 2007 is de roman "Ex-drummer" verfilmd door de Vlaamse regisseur Koen Mortier. De film werd door de meeste critici neergesabeld en verdeelde de kijkers in liefhebbers en haters. Haar toekomst als cultfilm lijkt verzekerd.

Bibliografie
Hermans Brusselmans is één der productiefste schrijver van de Nederlandstalige literatuur.
• 1982 Het zinneloze zeilen (verhalen)
• 1984 Prachtige ogen (roman)
• 1985 De man die werk vond (roman)
• 1986 Heden ben ik nuchter (roman)
• 1987 Zijn er kanalen in Aalst? (roman)
• 1988 De Geschiedenis van de Vlaamse Letterkunde
• 1988 Iedere zondag sterven en doodgaan in de week (novelle)
• 1989 Dagboek van een vermoeide egoïst (roman)
• 1989 De Geschiedenis van de Wereldliteratuur (columns)
• 1989 De Canadese muur (toneel, met Tom Lanoye)
• 1990 Vlucht voor mij (roman)
• 1991 Ex-schrijver (roman)
• 1992 Het mooie kotsende meisje (verhalen, toneel, etc.)
• 1993 Ex-minnaar (roman)
• 1994 Ex-drummer (roman) (werd in 2007 verfilmd)
• 1994 Het oude nieuws van deze tijden (roman)
• 1995 Plotseling gebeurde er niets (roman, trilogie: Ex-schrijver, Ex-Minnaar en Ex-drummer gebundeld)
• 1995 De terugkeer van Bonanza (roman - de eerste "Guggenheimer")
• 1995 Vrouwen met een IQ (roman)
• 1996 Autobiografie van iemand anders (roman)
• 1996 Guggenheimer wast witter (roman)
• 1997 Meisjes hebben grotere borsten dan jongens (kindergedichtenbundel)
• 1997 Zul je mij altijd graag zien (roman)
• 1997 Doch verder geen paniek (citaten, samengesteld door Gerd de Ley)
• 1997 Logica voor idioten (semi-autobiografische roman)
• 1998 Bloemen op mijn graf (bundel van verhalen, columns, gedichten, etc.)
• 1998 Nog drie keer slapen en ik word wakker (roman)
• 1999 Het einde van mensen in 1967 (verhalenbundel)
• 1999 Uitgeverij Guggenheimer (roman)
• 2000 Vergeef mij de liefde (roman)
• 2001 Pitface (roman)
• 2002 De kus in de nacht (roman)
• 2002 In de knoei (roman)
• 2002 Mank (roman)
• 2003 De droogte (roman)
• 2004 Ik ben rijk en beroemd en ik heb nekpijn (roman)
• 2004 Heilige schrik (bundeling 250 columns)
• 2005 Het spook van Toetegaai (roman)
• 2006 De dollartekens in de ogen van Moeder Theresa (novelle)
• 2007 Nog steeds geen paniek (citaten, samengesteld door Gerd de Ley)
• 2007 Muggepuut (roman)
• 2007 Het team der wezen (novelle)
Bijlage: gedeelte uit een interview van de redactie van Algemeen Nijmeegs Studentenblad naar aanleiding van het verschijnen van “Muggepuut” .
[…….]
Algemeen Nijmeegs Studentenblad (ANS) Uw hoofdpersonen zitten anders wel verdacht vaak op het terras.
Brusselmans: ‘Er wordt op dat terras heel wat afgeluld en daarmee wil ik iets zeggen: wat hebben mensen elkaar in godsnaam te vertellen? Altijd weer dat eeuwige “hoe gaat het?”. Ik probeer dat te doorbreken en stel wel eens de vraag “wat heb je gegeten vandaag?” of “hoe gaat het in de liefde?”. Laten we ergens over praten, mens, geef mij informatie! Dat Feyenoord gisteren heeft verloren, lees ik wel in de fucking krant. In mijn boeken zijn zulke echt informatieve vragen, die mijn personages ook stellen, ook stilistisch van aard.’
ANS: Om de kleinburgerlijkheid te bekritiseren?
Brusselmans: ‘Niet zozeer de kleinburgerlijkheid, maar de nietigheid en de banaliteit. Wij, in de moderne, democratische en kapitalistische maatschappij, hoeven nergens voor te vechten. De hoofdtoon in ons leven is het banale en de sleur. Ik kan daar goed tegen, maar veel mensen willen de sleur doorbreken met behulp van zielige middelen: parachutespringen of een droom proberen te verwezenlijken. Dan denk ik: blijf gewoon thuis en lees een goed boek. Dan zouden ook de schrijvers tevreden zijn.’
ANS: Literatuurrecensenten zijn van mening dat u die thema’s eindeloos herhaalt.
Brusselmans: ‘Critici kunnen heel moeilijk tegen het ontheiligen van de literatuur. Elk boek moet onze wereld verklaren en voor de eeuwigheid zijn geschreven. Ik speel altijd met het genre antiroman. Het is belangrijk voor lezers om te weten dat een roman wordt geschreven door een schrijver achter zijn bureau. Zo had ik in Muggepuut een typefout gemaakt: in plaats van 1939 tikte ik 1399. Die vergissing heb ik niet gecorrigeerd. De kus in de nacht, een boek van zeshonderd pagina’s, begint met: “Ik heb alweer niks te vertellen.” Dat is allemaal complete onzin natuurlijk, maar als de lezer niet beseft dat de schrijver het heeft geschreven, moet ‘ie maar stoppen met lezen. In de literatuur heerst de dictatuur van het verhaal: alles moet kloppen. Lezers willen een verhaal dat ze zelf niet meemaken. Bullshit! De literatuur is simpelweg The Bold and the Beautiful, alleen met meer pretentie en diepzinnigheid. Bah, van “diepzinnigheid” krijg ik nu al het heen en weer. Wat is diepzinnigheid? Is naar Gent afreizen voor een interview diepzinnigheid? Of bidden tot een god? Ik zeg van niet. Ik lees graag goedgeschreven filosofie, omdat ik me ermee kan amuseren. Maar als Wittgenstein en Shakespeare – zogenaamd diepzinnig – niet goed konden schrijven, was hun werk volslagen lulkoek geweest. Als critici zeggen dat er geen diepgang in mijn boeken zit, roep ik: “Fuck off! Dat laat ik wel aan andere schrijvers over.” Trouwens, neem Tirza van Arnon Grunberg. “Diepzinnig en gelaagd”, zeggen de recensenten. “Een simpel, dwaas verhaaltje”, zeg ik. Op veel te veel bladzijden bovendien.’
ANS: De humor in uw boeken wordt wel begrepen?
Brusselmans: ‘Als critici al humor in de literatuur willen lezen, is het van die Grunberg-achtige, ietwat filosofisch lichtrelativerende humor. Ik schijf echter de ene grap na de andere. Dat wordt totaal niet ernstig genomen, terwijl Grunberg wordt beschouwd als een komisch schrijver. Ach, iedere schrijver heeft per ongeluk wel eens een grap in zijn boek.’
ANS: U klinkt gefrustreerd over Grunberg.
Brusselmans: ‘Ik ben niet gefrustreerd hoor, hij is gewoon een ontzettende eikel. Een gefrustreerd, klein, joods, ros mannetje dat wel talent heeft om te schrijven, maar dat op handen wil worden gedragen door professoren. Net als Mulisch trouwens: beiden hebben geen universitaire opleiding genoten. Ik wel, maar ik pak daar niet mee uit. Als je de filosoof wilt uithangen, maar je hebt geen scholing gehad, laat het dan alsjeblieft achterwege.’
ANS: Hoe wordt uw humor opgepikt door het publiek?
Brusselmans: ‘Een goed voorbeeld is het verschijnen van de verfilming van mijn boek Ex-drummer. Hier in België draait de film al in de cinema’s. Heel het land stond op zijn kop: “Immoreel! Verschrikkelijk! Walgelijk! Homo’s worden de put ingestampt!” Ook een grap in mijn nieuwste boek Muggepuut viel in verkeerde aarde. Danny, de hoofdpersoon heeft daar kinky seks met een meisje en zegt: “Het is niet omdat we seks hebben dat we een relatie moeten beginnen, want daar begin ik niet aan.” Zij zegt dan: “Ik voel me toch te jong om me te binden.” En als Danny vraagt hoe oud ze is, zegt ze: “Twaalf.”’

Bijlage: bespreking van de roman door Enno de Wit
Hij doet dit op 16 april 2007 op de website www.8weekly.nl Hij graaft in de literaire opvatting van Brusselmans en komt tot een interessante conclusie.


In zijn nieuwe roman Muggepuut verkent Herman Brusselmans opnieuw de grenzen van literatuur en post-postmoderne filosofie, met een held die de lezer bovendien ook nog eens een kijkje in de keuken van het scheppingsproces gunt. Verder veel handdoeken en stoplichten.
Nadat literatuur zich eeuwenlang voornamelijk bezig had gehouden met het grote en imposante – God, oorlog, seks – verschoof de aandacht in de moderne roman na de Verlichting meer en meer naar de gewone man. Sinds een eeuw of twee zijn de letteren wereldwijd zelfs fors aan het proletariseren: naturalisme, Madame Bovary, Moby Dick, etc. etc. – in grote romans speelt de kleine man steevast de hoofdrol. Wat wel bleef was de conventie over waaraan een roman moest voldoen. Plot en psychologische ontwikkeling duiken in de literatuurkritiek steeds weer op als onuitgesproken voorwaarden. Aan de rafelranden van de letteren wordt aan die al te gemakkelijke vooronderstellingen gemorreld, en dat is maar goed ook, want het literatuurlandschap wordt intussen bedolven onder de writing-by-numbersboeken, literaire equivalenten van muzak en MOR, hapklare brokken voor een weinig avontuurlijk, bangelijk publiek. Voorspelbaarheid troef, omdat de markt daarom vraagt.
Geen machinaal maatwerk
In de interessantere boeken gaan de vanzelfsprekendheden als eerste overboord en worden de mogelijkheden die kunst kan bieden juist ten volle uitgenut. Inmiddels bestaat alweer een lange traditie van dat soort schrijven, overigens niet altijd even geslaagd, maar tenminste interessanter dan het machinale maakwerk dat de shortlists doorgaans vult. Voorbeelden van hoe het ook kan, gaan minimaal terug tot Tristram Shandy, een roman waar nu eens helemaal niets in gebeurt, tevens een biografie die ophoudt bij de geboorte van het onderwerp, zodat iedere vorm van psychologische ontwikkeling en identificatie met de hoofdpersoon in de kiem wordt gesmoord. Geen plot en van enig mentaal leven is al evenmin sprake. Daarmee – en met zijn even onnavolgbare als briljante stijl – zette Sterne de toon voor een hele reeks al dan niet bewuste navolgers.
In het Nederlandse taalgebied is de Vlaamse schrijver Herman Brusselmans de belangrijkste actuele beoefenaar van het genre. Begonnen als doorsneeschrijver over de liefde, ontwikkelde hij zich met name in De man die werk vond tot een auteur die met schroevendraaier en waterpomptang de letteren te lijf gaat. Konden vroege meesterwerken als de Ex-trilogie nog worden gelezen als excentrieke soortgenoten van het naturalisme dat tot in onze dagen de literatuur in een ijzeren greep houdt, naarmate zijn oeuvre groeit buigt hij steeds verder af van wat de massa voortbrengt.
Plot was zijn eerste slachtoffer: het is vrijwel ondoenlijk om in kort bestek een opsomming te maken van wat zich in zijn boeken afspeelt. Degene die dat toch wil proberen, heeft slechts de keuze tussen de droge vaststelling dat ze nergens over gaan, en het volledig, inclusief punten en komma’s navertellen van het hele verhaal. De laatste jaren raakt Brusselmans dan ook nog aan de essentie van literatuur als kunstvorm zelf. Hier zien we een parallel met de ontwikkelingen in de beeldende kunsten. Door diverse oorzaken, variërend van uitvindingen als fotografie en film tot en met nieuwe wijsgerige inzichten die de tijdgeest een zekere richting opstuurden, het evoluerende memenveld en zaken als industrialisatie en het effect daarvan op de perceptie die mensen van zichzelf hadden, kreeg beeldende kunst aan het begin van de moderniteit een radicaal andere functie. Het weergeven van de werkelijkheid zoals bijvoorbeeld het schildersoog die waarnam maakte plaats voor een problematisering van de kunst en de media waarvan zij gebruik maakte zelf. Kubisme en andere modernistische stromingen waren nog maar een halfhartige tussenstap, met name in de Verenigde Staten verhieven uiteenlopende schilders als Barnett Newman en Chuck Close het schilderen zelf tot onderwerp van hun kunst. Hun stijlen verschillen enorm, de onderliggende motivatie is vergelijkbaar en put uit dezelfde bron.

Eenzame enkeling
In de letteren heeft die aanpak weinig navolging gekregen. De overgrote meerderheid van de literaire productie komt niet verder dan het scheppen van een illusie, zoals de realistische schilders uit de negentiende eeuw en eerder dat op hun manier ook deden. Slechts een eenzame enkeling als Brusselmans wijkt van dat uitgesleten pad af. In zijn jongste roman is de held een schrijver, een vertegenwoordiger van de beroepsgroep waar Brusselmans volgens de statistieken ook bij hoort. Op zich niet zo bijzonder, talloze romans beschrijven schrijvers, maar bij Brusselmans gaat het toch net even anders. We volgen Danny Muggepuut in zijn dagelijkse beslommeringen: hij heeft succes, schrijft aan zijn tiende roman – waaruit we alvast wat fragmenten krijgen voorgeschoteld – en maakt zo het één en ander mee, zowel ogenschijnlijke futiliteiten als wat we ook echte gebeurtenissen zouden mogen noemen, alleen ontbreekt de samenhang totaal.
Muggepuut is de post-postmoderne romanheld bij uitstek: niets wat hij doet draagt bij aan een samenhangend psychologisch portret zoals dat in de literatuurlessen wordt onderwezen. Hij is daarbij niet de drager van een filosofisch idee, maar het postmoderne voorbij. De ogenschijnlijke onbenulligheden die Brusselmans presenteert krijgen, doordat hij ze naast wat meer traditionele voorvallen plaatst, hetzelfde gewicht, waarmee tegelijk niet wordt gezegd dat ze ook van belang zijn. Behendig onttrekt Brusselmans zich aan normering, hij beschrijft alles tot in hetzelfde detail, of het nou het aantal keren is dat Muggepuut voor een stoplicht halt houdt, de hoeveelheid handdoeken die iemand thuis in de kast heeft, een zaalvoetbalwedstrijd of de manier waarop hij graag de liefde met iemand zou bedrijven. De roman confronteert zo de lezer met zijn eigen perceptuele vooringenomenheid, maar kan dat alleen door de meeslepende stijl waarin het geschreven is, zodat het uiteindelijk ondanks alle filosofische implicaties toch een roman is en blijft, een kunstwerk, zij het van een hogere literaire orde. Au fond behandelt het boek zo de manier waarop wij door middel van taal onze relatie tot de buitenwereld vorm geven.
Het literaire gehalte van de roman gaat hier verder dan alleen een ondersteunende functie ten behoeve van de filosofische boodschap. Opnieuw zijn er raakvlakken met de beeldende kunsten. De vraag wat kunst is, werd in die discipline aan het begin van de vorige eeuw in één klap beantwoord, toen Marcel Duchamp onder het pseudoniem R. Mutt (= Armut) een urinoir tot kunst uitriep. Voortaan was alles kunst wat door iemand die zich kunstenaar noemde tot kunst werd uitgeroepen. Een opvatting die tot op de dag van vandaag de kunstwereld in zijn greep houdt en in de Brit Art zijn jongste, maar waarschijnlijk niet laatste incarnatie beleeft. Duchamp hield zich niet alleen niet aan de regels – dat hadden velen voor hem ook gedaan, de grote kunstvernieuwers deden niet anders – maar verwierp het hele idee dat er zoiets als regels zouden moeten en kunnen zijn. Net zo is Brusselmans geen literaire rebel. Zijn schrijven is transcendent, maakt geen deel meer uit van de bestaande literatuur, maar heeft zich daaraan ontrokken. Alle verzet is hier zinloos, want conformisme in een andere vorm. Alleen uiterlijk doet wat Brusselmans maakt nog denken aan de romantraditie waaruit Muggepuut is voortgekomen.
Het zou vervolgens een misverstand zijn om te denken dat Muggepuut in die transcendentie eenduidig is. Niets is minder waar. Had Brusselmans zich met dit boek alleen maar tegen de rest afgezet, dan had hij nog steeds volop in de literaire traditie gestaan. Het is dan ook heel goed mogelijk om motieven aan een symbolische analyse te onderwerpen. De handdoeken die – het is hierboven al opgemerkt – in groten getale voorkomen, de stoplichten (!), de getallensymboliek – het zijn niet de enige ogenschijnlijke handvaten voor een diepgaand uiteenrafelen op traditionele voet, alleen zal een dergelijke inspanning nergens toe leiden, bij gebrek aan een groter verband waaraan de interpretaties hun zin zouden kunnen ontlenen. Dat alles bij de gratie van een uitontwikkelde stijl, het instrument bij uitstek waarmee Brusselmans de vele voetangels en klemmen op zijn zelfgekozen, maar eenzame pad effectief onschadelijk maakt – en de lezer tenslotte gelouterd achterlaat.





REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Muggepuut door Herman Brusselmans"

Ook geschreven door Cees van der Pol