ADVERTENTIE
Wil jij exposeren in het Rijks?

Heb jij een goed oog voor mooie beelden? Het Rijksmuseum zoekt jonge fotografen die hun talent durven laten zien. De prijzen: een tentoonstelling in het Rijksmuseum en je eerste betaalde foto-opdracht! Klik voor meer info over het thema en de wedstrijd.

Meer info

Zakelijke gegevens / titelbeschrijving

Titel: Montyn
Oorspronkelijke titel: A Lamb to Slaughter
Schrijver: Dirk Ayelt Kooiman
Eerste jaar van uitgave: 1982, Uitgeverij de Harmonie
Boektoppers 1999 Malmberg Uitgever / Den Bosch
A. Verwachting en eerste reactie

Door mijn docent (Dhr. Van Wees) kreeg ik min of meer Montyn in mijn handen gedrukt. Het boek zou erg spannend zijn, bij het lezen van het boek kwam ik erachter dat deze opvatting volkomen juist is! Zelf had ik nog totaal idee waar het boek over zou gaan (enkel dat het dus spannend was en het over de oorlog zou gaan).
Vanaf het begin sprak het verhaal mij al aan; een Amerikaanse kolonel die in een eethuisje in Vientiane (Laos) werkt en verteld over zijn oorlogservaringen. Vanaf daarna zou het alleen nog maar over oorlog gaan, van het begin (Tweede Wereldoorlog) tot en met het eind (Vietnam oorlog). Daar was ik wel blij mee, want als er één onderwerp is dat mij interesseert is oorlog, en dan met name de Tweede Wereldoorlog.


Tijdens het lezen kwam ik er tot mijn genoegen achter, dat het verhaal verteld wordt vanuit het perspectief van een totaal ander persoon dan we gewend zijn. Meestal vertelt het de verhalen van de bevrijders, verzetsstrijders of dan in elk geval mensen die tegen de Duitsers streden, niets is minder waar want dit boek gaat over een persoon die besloten heeft tot de Nationaal-Socialistische Jeugdstorm toe te treden, vechten met de Duitsers dus.
B. Beknopte samenvatting en analyse
Samenvatting (puntsgewijs)
• Het verhaal begint in Thailand waarin Jan Montyn met de oude oorlogsveteraan Ted praat, die op zijn leven terugkijkt.
• Jan is opgegroeid in Oudewater. Zijn ouders zijn erg gelovig. Zijn vader is zelfs priester bij deze orthodox-protestantse gemeente. Jan heeft een hekel aan dat geloof gekregen. Hij begrijpt bijvoorbeeld ook niet dat andere mensen over zijn moeder zeggen dat ze zal branden in de hel, en zijn vader daar niet op in gaat.
• Jan werkt bij zijn vaders’ schildersbedrijf maar Hij tekent veel, een kunstkenner zegt dat hij talent heeft en veel moet oefenen.
• Als hij vijftien is, breekt de Tweede Wereldoorlog uit


• Hij en zijn vader worden uitgescholden voor 'Moffenvrienden', omdat zijn vader als ouderling in een preek heeft gezegd dat elk door God gegeven gezag, dus ook de Duitse overheid, gehoorzaamd moet worden.
• Omdat Jan vanwege de Arbeidsdienst niet in een fabriek wil werken, wordt hij lid van de Jeugdstorm.
• Daar ontmoet hij Hein, ze gaan voor drie maanden naar een weersportkamp in Oostenrijk. Omdat het hem goed bevalt tekent hij voor een nog zwaardere vervolgopleiding van 2 maand.
• Bij de plaatselijke vrouwen zijn, vanwege een mannentekort, de jongens erg in trek Jan doet zijn eerste seksuele ervaringen op; hij wordt zelfs door drie vrouwen verkracht.
• Jan moet werken in een fabriek in Hannover, wat hij niet wilt. Daarom tekent hij samen met Hein voor de Duitse marine. Ze krijgen een opleiding in Mannheim en er zijn veel Engelse bombardementen. Er volgt een nog zwaardere opleiding in Pommeren, waar ze vooral mijnen moeten demonteren.
• Ze maken plannen om er weg te gaan. Plotseling horen ze dat ze geplaatst worden op een mijnenveger in de Oostzee. Bij een van de tochten wordt het schip getorpedeerd. Met een klein groepje overlevenden worden Jan en Hein door een mijnenveger opgepikt en naar Letland gebracht.
• Als pantsergrenadiers moeten zij aan het front in loopgraven tegen de Russen vechten.
• Er volgen negen ongelooflijk zware weken, waarin ze denken aan overlopen en psychisch kapot zijn.
• Hein raakt zwaar gewond en overlijdt; kort daarop wordt Jan geraakt aan zijn hoofd en naar een hospitaal gebracht. Hij denkt dat hij snel zal sterven, wat hem niet meer kan schelen.
• Jan wordt als gewonde getransporteerd naar Flensburg in Noord-Duitsland. Zijn schip wordt getorpedeerd, net op tijd wordt hij gered. Hij mag twee weken op verlof en besluit naar Oudewater te gaan.
• Daar voelt hij zich niet meer thuis, al gauw wordt hij weer onrustig en gaat hij terug naar Duitsland. Bij Dresden maakt hij een verschrikkelijk bombardement mee en wordt hij ingezet bij de hulptroepen.
• Het einde van de oorlog vecht Jan aan de Oder, aan het front tegen de Russen. Ook de Amerikanen naderen snel. Met slechts vier overlevenden van de tweehonderd kameraden geeft hij zich aan de Amerikanen over.
• Als krijgsgevangene hoort hij voor het eerst over de concentratiekampen en massale Jodenvervolgingen. Hij vindt het afschuwelijk.
• Met Luc, een Belgische fascist, ontsnapt Jan uit het gevangenenkamp. In Straatsburg melden ze zich bij een bureau van het Vreemdelingenlegioen. Ze tekenen voor vijf jaar en krijgen een zware opleiding in Algerije.
• Het bevalt Jan slecht en als hij, klaar voor vertrek naar Indo-China om tegen de Japanners te vechten, kennis maakt met een barmeisje, besluit hij bij haar te blijven en zich daar te verschuilen.
• Na drie weken besluit hij naar Straatsburg te gaan, meldt zich bij een militaire post en vertelt dat hij ontsnapt is uit een krijgsgevangenenkamp. Hij wordt opgesloten in Vught.
• Hij wordt berecht en krijgt een lichte straf: drie jaar met aftrek van voorarrest. Op 5 mei 1948 komt hij vrij en gaat werken in de zaak van zijn vader.
• Na twee jaar besluit hij zich te melden als UNO-soldaat om in Korea te vechten tegen de communisten. Hij raakt vrij snel gewond, knapt weer op, gaat terug naar het front en raakt dan zwaargewond: hij valt in een ravijn en kan zich niet meer bewegen.
• Lange tijd moet hij in Tokyo revalideren. Hij krijgt daarbij steun van de Japanse Yoshika. Wanneer ze zwanger wordt, trouwen ze. Het huwelijk houdt niet lang stand.
• Na zijn terugkeer in Nederland wordt Jan tot zijn verrassing in Oudewater held beschouwd.
• Hij blijft beroepsmilitair en wordt ingeschakeld bij de hulptroepen tijdens de watersnoodramp in 1953.
• Hij klimt op tot sergeant, maar het leven in de kazerne bevalt hem totaal niet. Hij heeft last van angstdromen en aanvallen van razernij en heeft voortdurend hoofdpijn. Hij drinkt te veel en is snel agressief.
• Hij organiseert orgieën voor notabelen. Als een militair een klacht indient, wordt Montyn gearresteerd.
• Na een mislukte zelfmoordpoging belandt hij in een psychiatrische inrichting, waar een arts hem aanraadt zijn levensverhaal op te schrijven. Een jaar lang schrijft hij alles van zich af en worden zijn angstdromen en aanvallen minder. Montyn is dan 32 jaar.
• Het is april 1975 en Jan Montyn is per vliegtuig vanuit Bangkok onderweg naar Amsterdam. Ondertussen denkt hij terug aan de jaren na zijn verblijf in de psychiatrische inrichting. Tot zijn verbazing had hij maar een zeer lage straf gekregen: drie weken gevangenisstraf en ontslag uit militaire dienst.
• Hij ging wonen in de Amsterdamse hoerenbuurt en was gaan schilderen. Hij was er een relatie begonnen met de joodse wees Thom, die een talent voor etsen had. Ze hadden een jaar in Marokko gewoond. Na drie jaar was de jongen vertrokken en had zelfmoord gepleegd.
• Jan was verliefd geworden op de twintigjarige Sonja, was met haar naar de Provence getrokken, waar hij vier jaar met haar had gewoond.
• Daarna was hij begonnen met het begeleiden van transporten met adoptiekinderen uit Zuid-Oost-Azië.
• Als toeschouwer maakte hij de oorlog in Vietnam mee. Montyn hervat zijn levensverhaal tegenover de Amerikaan Ted in Vientiane. Ze vertellen elkaar wat ze de laatste jaren hebben meegemaakt.
• Montyn had gewonden in Vietnam geholpen, was eenzaam in een oerwoud verdwaald en gevangengenomen door de Zuid-Vietnamese MP, die in hem een spion zag.
• Hij besloot na een vlucht met tientallen stervende adoptiekinderen voor goed te stoppen met schilderen en adoptiekinderen.
• Hij verkocht zijn bezittingen en wou in een klooster wonen.
• Maar In Amsterdam had hij de 27-jarige Indonesische Hi-en ontmoet. Ze gingen trouwen en in Frankrijk wonen. Na enige tijd was een dochter geboren, Carolynne.
Titelverklaring
De titel van het boek verwijst naar de hoofdpersoon: Jan Montyn, geboren in Oudewater in 1924. Hij is een internationaal bekende etser, zijn werk is o.a. te vinden in Rotterdam (museum Boymans-van Beuningen), Parijs (Bibliothèque Nationale) en New York (Museum of modern art).
Thema
Het belangrijkste thema is (de drang om te) overleven. Hij probeert niet alleen alles te overleven: hij overleeft ook nog eens alles. Vele bomaanslagen, beschietingen, gevangenschap: Jan overleeft het.
Motieven
Leidmotief: Jan’s idealisme: vrijheid. Vrijheid komt in het hele verhaal terug, hij is altijd opzoek naar vrijheid. Jan wil niet dat anderen over hem beslissen, hij wil zijn eigen beslissingen kunnen nemen en onafhankelijk zijn.
Andere motieven zijn:
Oorlog: Jan zit het hele verhaal in de oorlog, je ziet ook wat oorlog met iemand kan doen. Jan beleeft de oorlog steeds opnieuw en daarom vindt hij geen rust.
Angst: Jan is bang om dood te gaan. Hij heeft zoveel situaties meegemaakt waarin hij voor zijn leven heeft moeten vrezen, dat hij steeds angstig is om zijn leven te verliezen. Ook is hij heel bang om opgesloten te zitten, ‘claustrofobie’ is dus ook een motief.
Perspectief en verteller
Het verhaal is geschreven in de ik-perspectief. Hierdoor wordt je erg beïnvloed door de mening en gevoelens van de hoofdpersoon.
Ook is dit perspectief iets misleidend. Jan Montyn heeft in een psychiatrische inrichting gezeten en is dus niet helemaal goed. Hierdoor is zijn verhaal op sommige punten in twijfel te trekken.
Personages
Jan Montyn:
Jan Montyn is de hoofdpersoon uit het verhaal, hij verzet zich tegen de calvinistische opvoeding die hij van zijn ouders krijgt en gaat tijdens de tweede wereldoorlog bij de jeugdstorm. Jan heeft bruin krulletjes haar, hij is behoorlijk slank en heeft bruine ogen.
Zijn karakter veranderd in de loop van het verhaal. Eerst is Jan een vrijbuiter, heeft overal lak aan en verzet zich tegen zijn ouders. Aan het eind van het verhaal beseft hij dat het leven zo niet werkt en hij veranderd zijn leven. Zin karakter is dan ook veel ‘rustiger’ dan ervoor. Jan heeft spijt van zijn ‘foute’ leven en als zin dochter Carolynne geboren wordt zegt hij: ‘Dit is de wereld, Carolynne. We zullen ons best doen dat je het goed krijgt.’
Pim, Piet en Chiel:
Pim, Piet en Chiel zijn vrienden uit Jan’s jeugd. Je komt niet veel over ze te weten alleen dat ze ongeveer even oud zijn. Ze komen alleen in het begin van het verhaal voor en ik het begin veranderd hun karakter niet. Piet overlijdt op 12 jarige leeftijd aan polio. Pim gaat na de oorlog na de HBS en als zijn vader lid wordt van de NSB verhuizen ze naar Bergen op Zoom . Chiel gaat op een gegeven moment bij zijn vader in de antiekzaak werken en ook hij verhuisd.
Hein: Met deze vriend gaat Jan bij de Kriegsmarine. Hein’s vader is een Duitser, zijn moeder een Nederlandse. Hein is slank en lenig, iets ouder dan Jan, een hoofd groter, donker krulletjes haar en bruine iets scheefstaande ogen. Hein ontmoet halverwege ook een vrouw waarmee hij zou gaan trouwen, maar nadat ze een opdracht voor haar hadden uitgevoerd verdwijnt ze plotseling Tijdens de oorlog met Rusland overlijdt Hein.
Thom:
Thom is een Joodse jongen van 18. Jan komt hem op 36 jarige leeftijd tegen als hij in Amsterdam gaat wonen. Thom is ontsnapt uit een psychiatrische inrichting en Jan neemt hij bij zich in huis. Jan krijgt uiteindelijk een homoseksuele relatie met hem, maar die heeft niet lang geduurd omdat Thom zelfmoord pleegt.
Yoshika:
Yoshika is een Japans meisje van 17 jaar. Ze is klein en tenger, heeft ravenzwart haar en donkere ogen. Ze studeert Engels in Tokio. Jan trouwt met haar in Korea. Bij haar verwekt Jan een kind.
Sonja:
Sonja is een vrouw van 20 jaar. Ze is tenger en donker. Jan gaat als hij 40 is met haar samenwonen in de Provence. Er wordt verder niets over Sonja verteld.
Samen met haar begeleidt Jan kindertransporten vanuit Azië naar Europa en Amerika.
Hi-en:
Hi-en is een vrouw van 27 jaar. Ze studeert Spaans in Amsterdam. Jan trouwt met haar en ze krijgen samen een dochter, Carolynne.
Carolynne:
Dit is zijn dochter. Er wordt niets over haar uiterlijk of karakter verteld.
Vader van Jan:
De naam van de vader van Jan wordt niet genoemd. Hij is streng calvinistisch en zijn houding tegenover Jan veranderd in de loop van het verhaal niet. Over het uiterlijk van de vader wordt niets gezegd.
Ruimte
Alle plaatsen die Jan heeft bezocht spelen een belangrijke rol in zijn leven:
-Zijn jeugd in Oudewater.
-De weersportkampen in Oostenrijk
-De schepen van de Kriegsmarine op zee
-Het front in Korea
-Zijn diensttijd in Nederland
-Zijn tijd als schilder en etser in Amsterdam
-Zijn tijd in Zuidoost Azië in de tijd van de Vietnamoorlog
Tijd
Het boek is chronologisch geschreven.
Het verhaal speelt zich af in de jaren 40 t/m de jaren 70. Dit kun je afleiden door de Tweede Wereldoorlog, de aanmelding van Jan in 1950 bij de Kriegsmarine Er staat ook op een bladzijde dat het april ’75 is.
De verteltijd is 294 blz. Deze bladzijden zijn onderverdeeld in 6 delen. Elk deel bevat ongeveer 60 bladzijdes. In deze delen wordt ook nog een onderverdeling gemaakt door middel van hoofdstukken. Deze 24 hoofdstukken bevatten per hoofdstuk ongeveer 20 pagina’s.
De periode die verstrijkt is ongeveer 40 jaar. Jan is 15 als de oorlog begint en hij is 50 als het verhaal is afgelopen.
C. Verwerkingsopdracht
Biografie Dirk Ayelt Kooiman:
Kooimans vader was hoogleraar kerkgeschiedenis en net als in het verhaal ook streng gereformeerd. Als 'zoon van de professor' waren de verwachtingen van zijn ouders hooggespannen. In een interview met Vrij Nederland zegt hij daarover: 'Tot mijn 18e ben ik zo'n beetje bezig geweest met aan die druk van mijn milieu te onttrekken.'
Kooiman studeerde geschiedenis en filosofie in Amsterdam. De thematiek in Kooimans boeken is dan ook niet van een filosofische inslag ontbloot. In de boeken van Kooiman spelen verbeelding - werkelijkheid, vervreemding en identiteitsproblemen een grote rol. Ook kunst, literatuur en muziek staan vaak centraal.
Kooiman werd tot schrijven aangezet door de kunstschilder Wim de Haan. In 1971 debuteerde hij met de verhalenbundel Manipulaties. De grote stilte (1975) werd bekroond met de Van der Hoogtprijs 1977. Kooimans grote doorbraak kwam in 1982 met de roman Montyn, het levensverhaal van de schilder Jan Montyn die in de oorlog collaboreerde. Kooiman maakte opnamen van gesprekken met Jan Montyn en reconstrueerde zo zijn leven.
In 1974 richtte Kooiman samen met Thomas Graftdijk het literaire tijdschrift De Revisor op. Met onder meer Doeschka Meijsing, Nicolaas Matsier en Frans Kellendonk behoorde Kooiman tot de zogenaamde Revisor-groep, ook wel aangeduid als de Academisten. Ze zetten zich af tegen realistische, anekdotische literatuur.
Kooiman schreef een aantal filmscenario’s, onder andere voor 'Prettig weekend, meneer Meijer' van Orlow Seunke en 'De Dream' van Pieter Verhoeff.
Dirk Ayelt Kooiman woont en werkt in Amsterdam.
Ik herken niet of nauwelijks autobiografische elementen. Dit komt natuurlijk omdat de schrijver het verhaal over iemand anders heeft geschreven, namelijk over schilder/tekenaar/dichter Jan Montyn. Om te kunnen zien wat de overeenkomsten zijn tussen Jan Montyn en Dirk Ayelt Kooiman, zal ik ook de biografie van Montyn hier neerzetten:
Biografie Jan Montyn:
Montyn wordt in 1924 geboren in Oudewater in een gereformeerd gezin. Gedurende de tweede wereldoorlog wordt hij zonder de consequenties te overzien lid van de nationaal socialistische jeugdstorm. Hij gaat op kamp in Oostenrijk. Hij monstert hij aan bij de Kriegsmarine, waar hij een schipbreuk meemaakt die hij ternauwernood overleeft en wordt vervolgens naar het oostfront gestuurd en komt terecht in de loopgravenoorlog in Koerland. Na de tweede wereld oorlog meldt hij zich bij het vreemdelingenlegioen, waaruit hij na korte tijd ontsnapt. Terug in Nederland wordt hij als collaborateur in zijn vroegere omgeving niet meer geaccepteerd en wordt in 1950 vrijwilliger bij een Nederlandse legergroep in de Koreaanse oorlog. Terug in Nederland wordt daarmee zijn verleden in het Duitse krijgsdienst als gecompenseerd beschouwd, maar raakt in een psychologische crisis. Het uitgebreid opschrijven van wat hij meemaakte brengt hem er weer bovenop. Hij houdt zich sindsdien bezig met schilderen en raakte daarmee internationaal bekend.
Hieruit blijkt dus, dat Kooiman min of meer een biografie over Jan Montyn heeft geschreven, maar zelf nog wat spannende gebeurtenissen heeft bijgevoegd.
Het enige wat overeenkomt tussen deze twee is dat ze beide schrijver zijn en uit een streng gereformeerd milieu komen.
D. Eindoordeel en evaluatie
Eindelijk weer eens een boek waarin de ‘andere kant’ wordt belicht, of terwijl: in plaats van altijd de boeken met het perspectief van de verzetsstrijders nu één over hoe het was om voor de Duitsers te vechten. Hoe het bijvoorbeeld was om te vechten tegen de communisten aan het oostfront, hoe het was om daarvan terug te komen in je oude dorp: hoe werd je bijvoorbeeld opgevangen en op je gereageerd? Dat wordt allemaal in dit boek beschreven, aangezien ik hou van verhalen over de Tweede Wereldoorlog, en Montyn daar erg realistisch over vertelde, vond ik het een leuk boek om te lezen. Dat kwam ook door de spannende momenten en alles rondom het vechten.
Ik kan het boek zeker aan mensen aanraden, en vooral aan mensen die geïnteresseerd zijn in oorlogen gezien vanuit het perspectief van een soldaat.
Heel af en toe had ik wel de vraag of er ooit nog een eind aan het boek zou komen (294 bladzijden), maar toch had ik het boek al vrij vlot uit (±3 dagen een paar uur in de vakantie gelezen).

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.