Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

Minnares van de duivel door Naima El Bezaz

Beoordeling 8.1
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 6e klas vwo | 3619 woorden
  • 4 maart 2003
  • 176 keer beoordeeld
  • Cijfer 8.1
  • 176 keer beoordeeld

Eerste uitgave
2002
Pagina's
128
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Onderwerpen

Boekcover Minnares van de duivel
Shadow
Minnares van de duivel door Naima El Bezaz
Shadow
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
A Zakelijke gegevens
Naam auteur: Naima El Bezaz
Titel boek: Minnares van de duivel
Naam uitgever: Uitgeverij Contact
Plaats uitgave: Amsterdam/Antwerpen
Jaartal: 2002
Druk: 1e druk

B Korte motivatie van boekkeuze
Ik had al eerder een boek gelezen van dezelfde schrijfster. Toen ik dat boek wilde lenen zag ik dat El Bezaz nog een boek had geschreven, Minnares van de duivel. Ik heb dit boek toen ook geleend en heb het in één keer uitgelezen.

C Bespreking verhaalaspecten
Fictie en werkelijkheid:

De verhalen in dit boek zijn fictief. Deze roman gaat over mystiek in de Arabische wereld, in alle verhalen staan de djins (= geesten) en de seherra (= beoefenaarster van de zwarte magie) Lalla Rebha centraal.

Spanning en open plekken:
Alle zeven verhalen draaien om zwarte magie en alles wat ermee samengaat. Dit veroorzaakt spanning in de verhalen.
Door enkele, bovennatuurlijke gebeurtenissen te vertellen, wekt de schrijfster spanning op. Voorbeelden: sprookjesachtige figuren (heks, geesten), geheimzinnige locaties te kiezen (kerkhof, afgelegen en onbewoonde woningen), geheimen pas later te onthullen (afkomst Lalla Rebha).

De andere vrouw: open einde, Aysha: gesloten einde, Allahs beschermeling: open einde,
De slang: open einde (het verhaal), gesloten einde (het verhaal in het verhaal), Iblies en de oude vrouw: gesloten einde, De dochter van de djinn: gesloten einde, Minnares van de duivel: open einde: totaal: open einde

Personages:
De personages in alle zeven verhalen zijn vlak getypeerd. Er is vaak sprake van stereotypen (vrouwen onderdanig en gevoelig, mannen oppermachtig en bruut) en van heftige gevoelens (angst, wellust, passie, hebzucht, jaloezie, schijnheiligheid, wraak).
De djinns liggen op de loer om de mensen te straffen voor hun fouten. Zo wordt Sabir gestraft voor zijn bruutheid en overspel ('De andere vrouw'). Imran voor zijn hebzucht, Boehreib voor zijn vermetelheid en Mohammed voor zijn blinde liefde ('Aysha'); Abdullah voor het verwaarlozen van zijn moeder, Ghita voor het doden van haar vrucht ('De slang'); Lalla Rebha wordt beproefd vanwege haar ijdelheid ('Iblies en de oude vrouw').

De hoofdpersoon in dit boek is de seherra Lalla Rebha, zij komt in bijna alle verhalen voor. Ze is oud en gerimpeld, heeft een scherpe haakneus, is kwaadaardig en woont in een afgelegen huisje in een geheimzinnige omgeving. Ze heeft al dertig jaar een vaste djinn, Farzi, met wie ze kan communiceren en die haar helpt met het aanwenden van bovennatuurlijke krachten. Als ze gekrenkt wordt in haar ijdelheid (Iblies doet voorkomen alsof er een nog betere seherra zou zijn), deinst ze niet voor moord terug om te bewijzen dat ze de beste is ('Iblies en de oude vrouw'). Tegen het vaste tarief van zeshonderd dirham zorgt deze handlangster van de djinns ervoor dat overspel wordt bestraft of juist beloond. Ze vindt mensen die bij haar komen voor hulp, vaak onnozel. Vrouwen die bij haar komen om zich te laten vastketenen aan hun man, begrijpt ze niet. Zelf heeft ze toen ze jong was die fout gemaakt: haar man, een zakenman, bleek een vrouwenjager, die in elk land waar hij zakendeed, wel een of twee vrouwen had (p. 123). Farzi had ervoor gezorgd dat hij van de zestiende verdieping was gevallen. Ze had toen besloten dat geen man ooit nog macht over haar zou hebben. In het verhaal 'De dochter van de djinn' onthult Farzi dat hij haar vader is en Louisa haar moeder.

Opbouw/structuur:
Het boek is een verhalenbundel en is onderverdeeld in zeven aparte verhalen, die samen één geheel vormen.
Het verhaal begint “media res” (De andere vrouw). Het geheel is een greep uit de gebeurtenissen van Lalla Rebha´s leven.
De meeste verhalen worden chronologisch verteld, zoals past bij, sprookjesachtige verhalen. Er zijn een paar uitzonderingen. In het eerste verhaal zijn flashbacks: de verkrachting van Nourlaila en de geboorte van de tweeling. Het slotverhaal bevat een lange flashback naar de tijd dat Lalla Rebha tien jaar was. Het verhaal 'De slang' is een raamvertelling: het begint en eindigt op de souk in Achadour, het middengedeelte is het verhaal van sidi Karawin. Ook 'De dochter van de djinn' is een raamvertelling: het verhaal van de djinn Farza vormt een verhaal-in-een-verhaal.

Tijd:
Je zou denken dat de verhalen enkele eeuwen geleden plaatsvonden, vanwege de traditionele kledij, primitieve levenswijze van Lalla Rebha enz. Maar de historische tijd is waarschijnlijk de tijd waarin wij leven, de koffiehuizen en bier wijzen zijn hier een bewijs van.
De tijdsduur is erg onduidelijk, waarschijnlijk beslaat het wel enkele weken of maanden.
Het verhaal bevat enkele flashbacks:
- De andere vrouw -> de verkrachting van Nourlaila, de geboorte van de tweeling
- Minnares van de duivel -> de jeugd van Lalla Rebha

Thema, motieven en motto:
Thema: roman over mystiek in de Arabische wereld.
Motto: aan alle verhalen gaan motto's vooraf, teksten uit de koran. Ze gaan over: geloof, beheersen van passies (1); het scheppen van de djinns (2); het zoeken naar God en het zich keren tegen de duivel (3); de vraag of godvruchtigen en bozen gelijkgesteld moeten worden (4); Gods vloek over Iblies (5); de straf voor een ontuchtige vrouw (6); mensen die zich keren tot een djinn, vermeerderen hun zonden (7).
Motieven:
- Zwarte magie
- Paranormale verschijnselen (openzwaaiende deuren, water dat brandt, kaarsen doven vanzelf
- Onderworpenheid van de vrouw. In het eerste verhaal accepteert Nourlaila vrijwel alles van haar man: verkrachting, bruutheid, drankzucht en openlijk overspel.
- Uithuwelijken. Nourlaila wordt door haar vader als kind al uitgehuwelijkt aan diens beste vriend. Haar wordt vanzelfsprekend niets gevraagd, zij heeft maar te accepteren.
- Maagdencultus. Een vrouw hoort als maagd te trouwen en de man moet als bewijs daarvan na de huwelijksnacht aan zijn familie een met bloed besmeurde doek laten zien. Omdat vrouwen niet altijd maagd zijn als ze trouwen, wordt soms gebruik gemaakt van een truc. Sabir snijdt in het eerste verhaal met een mes in het dijbeen van zijn echtgenote om te bewijzen dat ze nog maagd is.
- Familie-eer. Door het tonen van het maagdenbloed is de eer van de familie gered (eerste verhaal). In 'De dochter van de djinn' doodt een vader zijn dochter om de familie-eer te redden.
- Schande. Nourlaila is wanhopig als haar man echt verliefd wordt op een andere vrouw: ze kan door hem verstoten worden en tot haar schande gedoemd zijn naar haar ouders terug te keren. In 'De dochter van de djinn' doodt een vader zijn dochter, omdat ze schande over de familie heeft gebracht.

Vertelsituatie/perspectief:
Er is sprake van een auctoriale verteller.

Ruimte:
Alle verhalen zijn in Marokko gesitueerd. Er worden plaatsnamen genoemd (Achadour, Fès, Marrakech) Enkele keren is de ruimte verbonden met spanning: het afgelegen houten huisje van Lalla Rebha aan de rand van een kerkhof (p. 20); een geheimzinnige, door djinns bewoonde villa (p. 35); een graf dat geopend moet worden en een slang blijkt te bevatten (p. 71).

D Leeservaring
Ik vond het boek erg leuk om te lezen. Het is heel anders dan haar vorige boek, De weg naar het noorden. Dit boek is heel mystiek en sprookjesachtig, dat vond ik wel apart.
Natuurlijk zijn niet alle gebeurtenissen in het verhaal geloofwaardig, maar dat maakt het juist leuk om te lezen.

E Verwerkingsopdracht
Op een klein plateau, aan de helling van de heuvel van de Charf, niet ver van Tanger, woonde Moulay Chakir en Rekia, zijn vrouw, die de wijk hadden genomen voor de overheersers door wie zij zich uitgebuit voelden. Samen met hun drie broers en schoonzusters, en enkele anderen, hadden zij op het plateau acht gebrekkige huisjes gebouwd. Hun bezit bestond uit niet meer dan een ezel en een paar geiten en ze leefden van de karige gewassen die zich op de dorre helling in leven wisten te houden. Ze hadden ook een dochter, Louisa. Een meisje van zestien, met een lichaam rank en soepel als een antilope en een gezicht als een engel. In haar ogen lag de belofte van de Arabische nacht, haar pupillen zwart als het water van de Middellandse Zee, met een glans als van de maan die uit de donkere diepten opstijgt. Met stijgende verbazing luisterde Lalla Rebha naar het relaas van Farzi, die steeds meer in vervoering leek te raken. Ze wilde hem onderbreken, maar zijn ogen stonden afwezig, alsof hij zelf naar het verleden was teruggekeerd. Lalla Rebha zweeg.

Op het platteland in de buurt van Almelo woonden Jan de Kaasboer met zijn vrouw Sabrina. Werkloze Jan werd ontslagen door zijn vrekkige baas. Met het beetje geld dat hij bij elkaar had kunnen sparen liet hij, samen met hun drie broers en schoonzusters, kleine boerderijtjes bouwen. Hun bezit bestond uit een paar geiten, varkens, kippen, twee koeien en een hond. Ze leefden van de karige gewassen die zich in het dorre grond in leven wisten te houden. Jan en Sabrina hadden ook een dochter, Linda. Een meisje van zestien, met een lichaam rank en soepel als een antilope en een gezicht als een engel. Ogen zo blauw als de zee, met een glinstering vol warmte als van een ondergaande zon. Met stijgende verbazing luisterde Jomanda naar het relaas van Sjon, die steeds meer in vervoering leek te raken. Ze wilde hem onderbreken, maar zijn ogen stonden afwezig, alsof hij zelf naar het verleden was teruggekeerd. Jomanda zweeg.

F Evaluatie
Het boek is zeker aan te raden aan mensen die van sprookjes en mystiek houden.
Ik heb voor deze verwerkingsopdracht gekozen omdat in de verhalen het land en cultuur sterk naar voren komt. Het leek mij wel passend om deze naar de Nederlandse cultuur te veranderen. Ik heb het originele gedeelte van het verhaal erbij gezet, zodat het makkelijk te vergelijken is.

G Samenvatting
De andere vrouw (p. 9-26)
De vijftienjarige Nourilaila is uitgehuwelijkt aan Sabir, de beste vriend van haar vader. Tijdens de huwelijksnacht ligt ze geduldig in bed, totdat haar man met haar zal vrijen. Buiten de deur staat de ongeduldige familie te wachten, totdat het bebloede laken trots getoond wordt. Van een ontmaagding kan echter geen sprake meer zijn: een jaar eerder heeft Sabir haar bruut verkracht. Sabir kerft met een mes in haar dijbeen. De familie is blij met haar snerpende gil en het bloed.
Een jaar later baart Nourilaila een tweeling. Ze wil absoluut geen kinderen meer en slikt de pil. Sabir gaat veelvuldig vreemd en Nourilaila vereenzaamt. Ze verdraagt de vernederingen van haar man, totdat hij verliefd wordt op Nadia en haar positie bedreigd wordt: ze is bang dat Sabir haar zal wegsturen, zodat zij tot haar schande terug moet naar haar ouders.
In haar wanhoop zoekt ze haar toevlucht tot Lalla Rebha, een beroemde, oude, wijze vrouw. Die geeft haar een couscousmengsel, dat ze haar man moet geven. Het gerecht mist zijn uitwerking niet: Sabir wordt een willoze echtgenoot, die niet meer taalt naar Nadia.

Aysha (p. 27-50)
Mohammed zit met zijn vriend Imran op een terras in Achadour. Plotseling zien ze een prachtige vrouw voorbijlopen, gekleed in een vuurrode djellaba. Mohammed kan zich niet beheersen en loopt haar achterna. Imran volgt hem met tegenzin. Ze kunnen de vrouw nauwelijks bijhouden. Plotseling verdwijnt ze in een steegje en is spoorloos.
's Nachts wordt Mohammed wakker door een stem die zijn naam fluistert en hem oproept mee te gaan. Zijn deur zwaait open; hij ruikt een sterke rozengeur. Hij wordt geleid naar een begraafplaats, waar hij iets roods ziet en een man en vrouw die iets begraven. Doodsbang gaat hij terug naar huis. Met bonkende hoofdpijn wordt hij wakker.
De volgende dag zit hij weer met zijn vriend in een koffiehuis. Plotseling ruikt Mohammed de bekende rozengeur. Hij volgt die geur en komt terecht bij een oude villa, waar niemand in durft, omdat er djinns wonen. De deur zwaait vanzelf open en Mohammed gaat naar binnen. Imran moet buiten blijven wachten. Mohammed ontmoet er de vrouw in het rood en vrijt met haar. Ze zegt dat ze Aysha heet. Na de vrijpartij zakt hij in een diepe slaap. Met Imran gaat hij terug naar huis.
Mohammed blijkt over een haar van Aysha te beschikken. Volgens Imran is zij een djinn. Hij heeft een idee: als je over een haar van een djinn, haar naam en een talisman beschikt, kun je de macht over een djinn krijgen. Imran denkt zo schatrijk te kunnen worden.
Ze bezoeken Boehreib, een befaamd korangeleerde. Die waarschuwt hen zich niet met Aysha in te laten: ze is een Ifrit, een gevreesd soort djinn, die zich tegen alle gelovigen heeft gekeerd. Imran wil doorzetten en Boehreib geeft toe. Hij roept de geest van Aysha op. Imran beveelt haar goud te halen en inderdaad komt ze aanzetten met een kist vol sieraden. Imran wil echter nog meer.
De vader van Aysha neemt wraak voor zijn hebzucht en doodt Imran. Boehreib wordt gedood met een pin dwars door zijn hart. Mohammed sterft in de armen van Aysha.
De moeder van Mohammed krijgt van de politie te horen dat haar zoon aan een hartaanval is gestorven, nadat hij zijn vriend en Boehreib had vermoord. Ze kan het niet geloven, ze denkt dat de demonen bezit van zijn geest hebben genomen.

Allahs beschermeling (p. 51-65)
Achadour, 1962. De jonge Abdullah en zijn vrouw arriveren met de bus in hun nieuwe woonplaats, waar hij gaat werken als koranleraar.
De djinn Farzi heeft van Iblies, de opperdjinn, opdracht gekregen de godvruchtige Abdullah op het slechte pad te brengen. Iblies is boos omdat Abdullah strikt volgens de wetten van Allah leeft en nog geen zonde heeft begaan. Farzi bezoekt daarom Lalla Rebha. Zij moet een kruidenmengsel maken dat Abdullah tot overspel moet aanzetten.
Het komt inderdaad bijna zover. Maar net als Abdullah wil vrijen met een jonge leerlinge, verschijnt een geest in de gedaante van zijn vrouw en vlucht hij ontdaan weg. (Later blijkt deze geest een Marid te zijn, een concurrerende geest, die boos is dat Farzi, een Ifrit, een opdracht van de opperdjinn mag vervullen.) Abdullah doet van alles om voor zijn intentie tot overspel te boeten.
Farzi beseft dat hij gefaald heeft. Hij doet nog een poging. Hij kruipt in de geest van een jongen en steekt de woning van Abdullah in brand. Weer verschijnt een geest aan Abdullah, die hem waarschuwt met zijn vrouw te vluchten. Ze ontsnappen aan de vlammenzee. Trillend van woede kijkt Farzi toe. Even later is hij bijna verlamd van angst: hij ziet Iblies (in de gedaante van een lange man in een zwarte djelleba) spottend naar hem kijken.
De slang (p. 66-77)
Op de souk (markt) van Achadour is het woensdag drukker dan normaal: dan komt Sidi Karawin, de beroemde verhalenverteller.
Karawin vertelt over Mehdi Basir, een man van begin veertig, die het van plattelandsjongen had geschopt tot hoogleraar in de natuurwetenschappen in Fès. Zijn moeder Ghita, een weduwe, had hij door zijn carrièredrang verwaarloosd. Op zestigjarige leeftijd overlijdt ze plotseling. Mehdi komt over voor de begrafenis. Hij voelt wroeging en vreest de toorn van Allah.
Na de begrafenis mist hij zijn beurs. Hij laat het graf van zijn moeder openen, omdat hij vermoedt dat de beurs daar in gevallen is. Tot zijn ontzetting kruipt er een slang uit de buik van zijn moeder, die sissend zegt haar geest in zijn greep te houden. Bekomen van de schrik beveelt Mehdi de slang zijn moeder los te laten. De slang zegt waarom hij dat niet zal doen. Hij zegt dat in zijn moeders buik eens Mehdi's broertje zat. Ghita haatte en vervloekte het en deed er alles aan om de vrucht kwijt te raken. Dit lukte haar, maar de slang wachtte zijn tijd af om zich te kunnen wreken.
Mehdi zegt er alles voor over te hebben om de geest van zijn moeder te bevrijden. De slang eist zijn 'grootste schat' en Mehdi accepteert het aanbod.
De volgende ochtend weet Mehdi niet meer wie en waar hij is. Hij wordt een bedelaar, door iedereen gemeden en krijgt de bijnaam 'de Achterlijke'.

Iblies en de oude vrouw (p. 78-95)
Iblies, de opperdjinn, gaat in de gedaante van een knappe man op bezoek bij Lalla Rebha. Hij doet voorkomen dat er een nog betere seherra (beoefenaarster van zwarte magie) is: Sarah, een jonge, joodse vrouw uit Fès. Lalla Rebha reageert verontwaardigd. Om zich te bewijzen geeft Iblies haar een opdracht: de vaste liefdesband tussen imam Achmed Hamou en zijn vrouw Fatna verbreken. Achmed heeft zijn vrouw niet verstoten, ondanks dat ze geen kinderen kan baren. Iblies stelt als voorwaarde dat ze niet de hulp van haar vaste djinn, Farza, mag inroepen.
Lalla Rebha gaat aan de slag. Ze speelt de echtgenotes tegen elkaar uit. Tegen Fatna zegt ze dat haar man haar ontrouw is en wil verstoten, maar dat zij Fatna wil helpen: om precies half drie 's nachts zal ze met een schaar een pluk haar van zijn baard moeten knippen en die de volgende dag aan haar overhandigen. Tegen Achmed vertelt Lalla Rebha dat zijn vrouw haar vannacht om half drie met een schaar wil vermoorden, omdat ze tot waanzin is gedreven bij de gedachte dat hij haar om haar kinderloosheid wil verstoten.
Om precies halfdrie probeert Fatna een stukje van de baard van haar man af te knippen. Achmed denkt dat ze hem wil vermoorden, springt overeind en stoot haar ruw van zich af. Ze valt, de schaar doorboort haar hals en ze sterft. Achmed vlucht jammerend de straat op. Iblies zoekt Lalla Rebha op en prijst haar: ze is de beste seherra in de wijde omtrek.

De dochter van de djinn (p. 96-110)
De djinn Farzi komt op bezoek bij Lalla Rebha en vertelt haar, omdat het haar verjaardag is, een verhaal.
Moulay Chakir en zijn vrouw Rekia zijn met hun zestienjarige dochter Louisa en enkele familieleden voor de Franse bezetters gevlucht naar een klein plateau nabij Tanger. Louisa is een schoonheid. Zonder dat ze hem kan zien, wordt Louisa elke dag bij het water halen uit een verre put gadegeslagen door een djinn, die verliefd op haar is. Op een nacht vrijt ze met hem. Ze raakt zwanger, maar haar maagdenvlies blijkt nog intact. De djinn helpt bij de bevalling. Er wordt een meisje geboren. De volgende morgen blijkt de baby verdwenen. Moulay raakt in paniek als hij eraan denkt dat anderen zullen weten van de schande die zijn dochter over de familie heeft gebracht. Hij doodt zijn dochter met een mes en vlucht met zijn vrouw om ergens anders opnieuw te beginnen.
Lalla Rebha vraagt Farzi wat dit verhaal met haar verjaardag heeft te maken. Dan onthult Farzi dat Louisa haar moeder was en hij dus haar vader. Daarom heeft hij haar altijd bijgestaan.
Minnares van de duivel (p. 111-125)
Lalla Rebha groeide op bij pleegouders. Toen ze tien jaar was, nam de djinn Farzi bezit van haar geest. Een geraadpleegde imam weet hem met veel moeite uit te drijven.
Farzi neemt haar daarna mee naar een begraafplaats om haar te laten luisteren naar het geweeklaag van de nieuwe doden, degenen die net begraven zijn. Zij krijgen binnen een etmaal nadat ze begraven zijn, bezoek van een engel. Die heeft de taak ze te ondervragen over hun zonden. Als ze vrij zijn van zonden, worden ze met rust gelaten; zo niet, dan worden ze op allerlei manieren gestraft.
Sindsdien is Farzi haar vaste djinn. Hij zorgt ervoor dat haar ontrouwe echtgenoot, een goed uitziende industrieel, van de zestiende verdieping valt. Al snel wordt ze een fenomeen: door iedereen geconsulteerd, maar ook gevreesd als de minnares van de duivel.

G Informatie over de schrijfster
Korte levensbeschrijving:
Naima El Bezaz werd in 1974 geboren in Meknes, in Marokko. Ze was anderhalf toen haar vader alleen naar Nederland ging, met het doel slechts een paar jaar te blijven. Toen Naima vier was, trok de rest van het gezin ook naar Nederland. Na een wat moeizame beginperiode ontdekte ze het plezier van lezen. Daarnaast begon ze zelf verhalen te bedenken, niet over zichzelf of over Marokko, maar fantasieverhalen. Toen op de middelbare school een leraar vroeg wat ze wilde worden, antwoordde ze zelfbewust: 'schrijver of journalist'. De leraar reageerde schamper, omdat ze de Nederlandse taal nog niet volledig beheerste. Volgens El Bezaz ging ze zich door die reactie met nog meer volharding wijden aan het lezen en schrijven.

Boeken:
Zij studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit te Leiden en is nu werkzaam als jurist en consultant. Zij debuteerde in 1995 met De weg naar het noorden en kreeg daarvoor de IBBY-prijs. Sindsdien schreef zij een groot aantal verhalen in diverse kranten, tijdschriften en bloemlezingen.
De verhalen in haar tweede boek Minnares van de duivel (2002) spelen alle in Marokko en ontberen het nadrukkelijk maatschappelijk engagement van haar debuut. Hoewel er vele typisch Marokkaanse zeden en gewoonten in voorkomen (zie de paragraaf 'Thematiek'), gaat het in de verhalen meer om de metafysica en zwarte kunst.

Recensies:
Thomas van den Bergh (Elsevier , 6 april 2002) merkt op dat stijl en constructie, twee kwaliteiten die doorgaans de literaire waarde van een boek bepalen, hier 'opvallend afwezig' zijn. Dat gemis is volgens Van den Bergh niet erg: de schrijfster baseert zich nu eenmaal expliciet op verhalenvertellers. De wonderbaarlijkste gebeurtenissen worden met 'een haast kinderlijke naïviteit' beschreven, waardoor ook een sceptische lezer toch wordt meegesleept.
Elma Drayer (Trouw , 30 maart 2002) vindt het eerste verhaal het beste. 'Op dreef is El Bezaz als ze Duizend-en-één-nacht verbindt met personages van vlees en bloed.' De vertellingen die deze combinatie missen, zijn volgens Drayer sprookjes, 'onderhoudend voor de liefhebber, maar nogal eentonig voor wie niet opgewonden raakt van zwarte magie'.
Agnes Andeweg (Vrij Nederland , 18 mei 2002) vergelijkt dit werk met Ik dacht aan kokosnoot , het literaire debuut van de Koerdisch-Nederlandse schrijver Ibrahim Selman. Andeweg vindt dat de schrijfster de verwachtingen na haar debuut absoluut niet heeft waargemaakt. Alles in de verhalen ligt er nogal dik bovenop, de verhalen zijn vlak, de personages flets en de korte zinnetjes 'zo bedroevend alledaags dat ze geen enkele indruk achterlaten'. Andeweg vindt de absurdistische roman van Selman aanmerkelijk beter.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

E.

E.

BEDAAAAAAAAAANKT :D

11 jaar geleden

F.

F.

spannend .. !! :) =D

8 jaar geleden

Andere verslagen van "Minnares van de duivel door Naima El Bezaz"