Havisten uit de bovenbouw gezocht! Vul deze korte vragenlijst over jouw studiekeuze in en maak kans op een Bol.com bon t.w.v. 15 euro.

Doe mee


Gegevens



Titel: Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor.

Auteur: Renate Dorrestein

Maker van de tekeningen: Peter Vos

Uitgever: Contact

Eerste druk: januari 2006

Derde druk: februari 2006

Aantal bladzijdes: 303

Gemaakte keuze opdrachten: 8,



Inhoud



Deel II: Tekstervaring



1. Noteer, voordat je gaat lezen, de verwachting die ju nu over dit boek hebt.

Ik zocht nog een boek voor dit leesverslag van Nederlands en van een vriendin hoorde ik dat zij het boek ‘Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor’ een leuk boek vond. Op aanraden van haar ging ik het boek dus lezen. Het leek mij ook en leuk boek, nadat ik het verhaaltje op de achterkant gezelzen had. Het boek leek me wel een boek voor wat oudere mensen. Het gaat over een vrouw van vijftig die in de overgang zit. Het leek mij dus geen boek voor iemand van mijn leeftijd.



2. Noteer in één woord wat je van dit verhaal/verhalenbundel vind.

Leuk.





3. Waar gaat het verhaal , de verhalen, de dichtbundel volgens jou over? M.a.w. wat is het eigenlijke onderwerp, het thema?

Het verhaal gaat over een vrouw van vijftig jaar oud die midden in de overgang zit. Haar moeder van een jaar of tachtig krijgt een herseninfarct en houd daar een blijvend letsel aan over. Het thema zijn dus volgens mij: ‘overgang’ en ‘demente/zieke oudere’



8. Herken je zaken in het verhaal die zich ook in ons dagelijkse leven afspelen?

Ja, niet ‘echt’ in mijn dagelijkse leven, mar het komt natuurlijk wel voor. Vrouwen rond een jaar of vijftig die in de overgang zijn, is er natuurlijk altijd. En oudere mensen die een herseninfarct krijgen en daar een blijvend letsel aan over houden gebeurd natuurlijk ook vrij vaak. Met een ouder iemand die dement is geworden niet mee te maken gehad en zelf ben ik natuurlijk ook nog niet in de overgang geweest!



Deel III: Tekstbestudering



13. Fabel, geef in maximaal 15 zinnen en in chronologische volgorde het verhaal weer.

Heleen is een vrouw van vijftig jaar oud dat midden in de overgang zit. Ze heeft last van opvliegers, maakt zich overal zorgen om en denkt dat alles in haar leven tegenzit. Als op een dag haar moeder, met wie ze weinig contact heeft, een herseninfarct krijgt staat haar leven nog meer op de kop. Haar moeder heeft een blijvend letsel en is dement geworden. Ze slaat goudvissen dood op de toonbank, boetseert met haar eigen uitwerpselen en is alles vergeten. Omdat Heleen de enige is, die zichzelf kan vervoeren naar het zorgcentrum, voelt ze zich verplicht om elke dag twee uur te rijden om langs te gaan. Maar haar moeder is niet de enige zorg die ze aan haar hoofd heeft. Het huwelijk tussen haar en haar man Peter is niet even geweldig meer, zoon Storm zit alleen in Australië en ze vermoed dat dochter Lizzy verliefd is op een man van veertig, die haar ook graag mag. Vooral het laatste vind Heleen verschrikkelijk. Op de verjaardag van de desbetreffende man wordt ze zo kwaad dat ze de dipsaus naar hem toegooit. Er zit niet echt een eind aan het verhaal. Je komt er niet achter of Lizzy de man wel echt leuk vind en met de moeder van Heleen veranderd ook haast niets. Wel komt ze er toch achter dat ze maar moet accepteren dat ze ouder wordt, dat is wel iets afsluitends.



14. Genre. Tot welk soort verhaal (genre) kun je het door jou gelezen boek rekenen?

Mijn gelezen boek is een psychologische roman. Het hele boek staat vol met psychologie, het gaat over mensen en hun relaties met elkaar. Ook gaat het over hun ontwikkeling en de reacties die mensen geven op verschillende gebeurtenissen. Het gaat over een vrouw die in de overgang verkeert en bovendien een schuldgevoel heeft over haar verhouding met haar dement geworden moeder. Maar ze schrijft het boek in dagboekvorm en doet dit met de bedoeling dat het een soort Bridget Jones wordt.





15. Personages. Geef een typering van de belangrijkste personages.

Heleen is de vrouw waar het allemaal om draait in het boek (ook de ik-persoon). Het is een vrouw van een jaar of vijftig die midden in de overgang zit. Ze heeft een lieve man en twee kinderen die rond de achttien en veertien jaar oud zijn. Twee pubers dus. Ook is ze door de overgang heel onzeker over haar zelf. Vind haar man Peter haar nog wel aantrekkelijk genoeg? Is ze geen slechte moeder? Ze heeft een zorgzaam karakter. Dat komt denk ik, omdat ze toen ze klein was ‘afgestoten’ was door haar moeder. Dat kwam omdat een strijkbout per ongelijk op haar borst was gevallen en ze daarom niet meer (in moeders ogen) aantrekkelijk genoeg was. Maar toch vind Heleen dat ze elke dag naar haar moeder toe moet gaan in het zorgcentrum, omdat haar moeder verder niemand heeft die langs kan gaan, want al haar andere oude vriendinnen kunnen er niet komen. Van het steeds op en neer reizen wordt Heleen erg moe en raakt ze erg gestresst.



De moeder van Heleen, Margriet is ook een belangrijke hoofdpersoon uit dit boek. Ze is een jaar of tachtig, wou (voor de herseninfarct) altijd specialer, aparter en anders zijn dan anderen. Ze woonde in haar eigen flat (die ze later de fluit noemde) en die had ze vol gestopt met allerlei tierelantijntjes, glitterdingetjes en andere spellen die glommen. De moeder had veel vriendinnen, haar buurvrouw van flat 6B en ook allemaal anderen die ontmoette bijvoorbeeld bij de bingo. Ook had ze nog iets anders aan de bingo overgehouden: Dick, een schilpad die ze gewonnen had en genoemd had naar haar overleden man. Na het herseninfarct veranderde het hele leven van Margriet. Ze werd dement, wist niets meer, kon niets meer alleen en woonde in een zorgtehuis. Ook was haar streven naar apartheid verminderd. De moeder wou eerder altijd apart en anders zijn. Alles moest normaal en voor perfect zijn. De kleding, het eten, de omgang…



Peter is de man van Heleen. Hij is ook ongeveer een man van middelbare leeftijd en is erg lief en zorgzaam. Ook wordt hij beschreven als een knappe man, die genoeg aandacht van de dames krijgt. Heleen en Peter hebben samen een plantenbedrijf. In dit bedrijf stopt Peter veel liefde, maar toch geeft hij Heleen nooit te weinig. In deze tijd is Heleen erg gestresst en kan niets hebben. Maar toch staat hij altijd voor zijn vrouw klaar



Lizzy is de dochter van Heleen en van Peter en is ongeveer 14 jaar oud. Ze wordt als een knap meisje beschreven, met lang bruin haar. Ook houd ze heel erg veel van dieren. Al haar vrije tijd stopt ze in het asiel. Het asiel waar Arend ook werkt. Arend is een man van veertig jaar oud een Heleen vermoed dat haar dochter Lizzy verliefd op hem is en dat Arend wel in staat is om hele rare dingen met haar te gaan doen. Dat kan ze natuurlijk niet hebben en gooit uit haar woede een schaaltje dipsaus tegen hem aan en ook bijna een vissenkom (ze kan het nog net laten om niet te doen). Dit zorgt voor een flinke ruzie tussen moeder en dochter. In het boek kom je niet heel veel over Lizzy te weten, je weet alleen wat de moeder ook weet en dus ook niet of Lizzy nou wel of niet verliefd is op die Arend



Storm is de zoon van Heleen en Peter. Hij is achttien jaar oud en is nu op een fietsvakantie in het verre Australië. Heel veel wordt er ook over Storm niet verteld, alleen dat hij in Australië een vriendin heeft gevonden die Carli heet.



16. Perspectief. Welk(e) vertelstandpunt(en) word(t)(en) gehanteerd? Met welk doel? Als er sprake is van een bepaald perspectief, wie is die persoon dan? Wat voor invloed heeft dit perspectief op het verhaal volgens jou?

Het perspectief is een ik-perspectief en dat berust op de vrouw in de overgang Heleen. We leren eigenlijk alleen maar haar gedachten en emoties kennen. Over hoe ze tegen haar moeder aankijkt, tegen haar huwelijk, haar zelf (en lichaam!) en haar kinderen. Ze vertelt als een achterafvertelster, omdat in het laatste hoofdstuk (mei) duidelijk wordt dat ze haar belevenissen met betrekking tot haar moeder achteraf opschrijft in een schrift dat ze gebruikt op een cruise die ze met haar man Peter maakt. De cruise heeft hij haar aangeboden omdat ze steeds meer rare dingen doet en eigenlijk een vorm van overspannenheid vertoont. Het perspectief heeft wel een invloed op het verhaal. Je weet alleen maar hoe Heleen zich voelt en dus niet hoe (net als in het echte leven) haar omgeving zich voelt. Dat is heel apart, want je weet nu aan het eind bijvoorbeeld niet of Lizzy wel of niet verliefd op Arend was.



17. Tijd. Wat is de verteltijd/vertelde tijd? Is het chronologisch? Wanneer speelt het verhaal zich af? Zijn er flashbacks of flash-forwards?

De vertelde tijd is een half jaar. Elk ‘hoofdstuk’ is zeg maar een maand waarin vanalles gebeurd. Het begint met november en het verhaal eindigt na mei, dat is dus een half jaar.

De verteltijd weet ik niet precies meer, maar ik denk dat ik ongeveer negen uur met het lezen bezig ben geweest. Meestal las ik ’s avonds in bed nog een stuk, maar ook wel eens op een middag.

Het verhaal speelt zich in de 21e eeuw (er is sprake van euro’s). Dat betekent in ieder geval na 2002. Ik denk dat het verhaal zich in 2004 en 2005 speelt. Op internet vond ik dat de moeder van de schrijfster in het najaar van 2004 zelf getroffen werd door een herseninfarct. Daarom besloot Renate Dorrestein ook een roman over deze gebeurtenis te schrijven.

Het verhaal wordt in chronologische volgorde verteld en er zijn niet zo heel veel flashbacks, maar ze komen wel voor. Een voorbeeld is het moment waarin Heleen in haar schrift schrijft hoe ze vroeger aan de brandplek op haar borst is gekomen. Toen ze klein was had ze per ongelijk macaroni op haar nieuwste jurk gemorst, ze moest zich omkleden en van haar moeder moest ze haar mooi, maar superstrakke, blauwe rokje aan. Terwijl moeder Margriet het rokje aan het strijken was hing Heleen aan moeders arm, moeder ‘duwde’ haar weg, Heleen viel, nam de strijkbout mee en die kwam recht op haar borst terecht…



18. Ruimte. Waar speelt het verhaal zich af? Denk aan plaatsten maar ook aan het milieu van de personen.

In het verhaal worden enkele plaatsen genoemd. Heleen koopt spullen bij de drogist in Hillegom en twee keer wordt vermeld dat ze in het kleine dorpje De Zilk wonen, vlak bij Noordwijk en Noordwijkerhout. Dit ligt in Zuid-Holland, het heeft de eigenschappen van een dorp en niet van een stad.

De hoofdpersonen hebben een ‘gewoon’ milieu. Ze hebben geen geldnood, maar ze zijn ook niet extreem rijk. Heleen en Peter hebben een bollenbedrijf aan huis, daar komen dus alle inkomsten vandaan.



Een belangrijke plaats die vaak genoemd wordt is het huis van de familie over wie het verhaal gaat. Het huis van de familie waar dit over gaat is waarschijnlijk een boerderij, of een huis met een kas eraan vast. Het bedrijf is naast/in het huis gevestigd. De sfeer in huis is denk ik vrij rustig en modern, dat kan je opmaken uit het verhaal.



Nog een ander belangrijke plaats is de flat van moeder Margriet. De flat 6A staat vol met kristallen, glimmende accessoires als kandelaars, fotolijstjes en andere dingen. Het flatje staat niet daar alleen vol mee, maar ook met een oude bank en andere meubels.



19. Thema. Formuleer het thema, ondersteun je keuze d.m.v. gegevens die je ontleent aan de ruimte, tijd, personages, fabel en perspectief.

Enkele thema’s kunnen zijn: frustraties bij de overgang; kinderen in de puberteit en een demente moeder; familieproblemen; puberteit, overgang en dementheid.



26. Leg de titel van het door jou gelezen boek uit.

De titel geeft heel goed aan in welke fase van het leven de vrouwelijke hoofdpersoon zich bevindt. Ze heeft een zoon die een jaar of achttien is en inmiddels aan een seksleven toe is. Hij is in Australie verliefd geworden. De vrouw heeft een moeder die dement is geworden en aan wie ze sprookjes voor gaat lezen. Ik vind het wel een vreemde titel voor een roman, maar dat komt denk ik ook omdat het een hele lange titel is.



“Met het boek onder mijn arm liep ik terug naar beneden. Onze zoon had een vriendin en een seksleven en ik ga mijn moeder Roodkapje voorlezen. Kon het nog gekker? Jawel, want tegen de tijd dat wij over Sneeuwwitje en de Zeven Dwergen gebogen zaten, was Lizzy misschien ook net toe aan een seksleven. Toe maar, waarom niet. Het feit dat je zelf op dat terrein was uitgerangeerd (Alleen nu! Het was maar tijdelijk!), hoefde je kinderen per slot van rekening niet te verhinderen eens goed aan het experimenteren te slaan…”



27B. Schrijf een korte biografie van de schrijver.

De schrijfster van dit boek, Renate Dorrestein werd op 25 januari 1954 in Amsterdam geboren. Haar vader was advocaat en haar moeder was onderwijzeres en ze had een zus, een zusje en een broertje. Toen Renate Dorrestein al nog vrij jong was schreef ze, net als veel andere schrijvers, al veel korte verhalen en samen met Liesbeth Hendrikse begon ze in 1977 een journalistiek bureau en in 1981 wordt ze hoofdredacteur van het tijdschrift Mensen van. Maar in dat jaar gebeurde ook iets vreselijks: haar jongste zusje op 20-jarige leeftijd zelfmoord. Dit heeft een diepe inpact op Renate achtergelaten.



Tussen 1982 en 1987 schreef Renate Dorrestein bij de redactie van Opzij en ook schreef ze toen columns voor Viva, Bzzlletin en De Tijd. In 1991 schrijft ze een biografie over zichzelf 'Heden ik', waarin ze ook haar ziekte, ME, beschrijft. Daarnaast richt ze het ME-fonds op dat onderzoek naar ME stimuleert.

In 1988 schreef ze een autobiografie over het schuldgevoel dat ze had over de dood van haar zusje: 'Het perpetuum mobile van de liefde'.

Veel van haar werken kregen nominaties. Voor haar totale werk kreeg ze in 1993 een Annie Romein-prijs van het blad 'Opzij' waar ze in had gewerkt. In 1997 werd ze ook gevraagd voor het schrijven van het Boekenweekgeschenk 'Want dit is mijn lichaam'. In 2006 kwam het boek uit dat ik heb gelezen voor dit verslag: “Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor”



Deel IV: Tekstverwerking.



51. Zoek drie gedichten die bij het verhaal passen. Licht in een kort commentaar toe waarom je deze keuze hebt gemaakt. Voeg de gedichten bij je leesverslag.



Het eerste gedicht:



Lieve Moeder



Ik wou dat ik jou huid kon kruipen

Om te horen wat jij hoort en te zien wat jij ziet



Ik wou dat ik in jou huid kon kruipen

Om te voelen wat je voelt

en te begrijpen wat je precies bedoelt



Ik wou dat ik in jou huid kon kruipen

Om te weten wat het is om het niet meer te weten

En steeds weer stukjes te vergeten



Ik wou dat ik in jou huid kon kruipen

Om te weten wat het is om DEMENT te zijn.



Marjon



Dit gedicht is geschreven door een ene Marjon die haar moeder vorig jaar verloor. Die moeder was aan het dementeren. De moeder van Heleen was ook aan het dementeren en daarom vind ik dat dit gedicht bij het boek past.

Bron: http://www.animators.be/gedicht.htm



Het tweede gedicht:



Overgang



Zo opgejaagd en zo onvrij

ik steven voortdurend mijzelf voorbij

niet meer opgewassen tegen de druk van de maatschappij



zwevend in een stukje niemandsland

leg ik met de buitenwereld geen verband

ik voel mij afgezwakt, moe en opgebrand



in een licht nog zonder betekenis

voelt het net of er niets meer is

dan enkel een onbekend gemis



waar is mijn energie en kracht?

of heb ik misschien teveel verwacht

verward gepieker in de nacht



mijn lichaam vertoont kuren

van binnen woeden vuren

hoe lang gaat dit nog duren?



soms lijkt het of het nooit meer overgaat

dan voelt het als een duivelskwaad

maar toch gloort er een dageraad



van de dag dat de storm is uitgeraasd

en er enkel nog een briesje blaast

dat mijn lichaam aangenaam verbaast



in het volste vertrouwen van dat licht

schrijf ik nu dit kort gedicht

aan al mijn lotgenoten gericht



heb vertrouwen en ben niet bang

ook al duurt het nog zo lang

de rust komt na de overgang



Hilda



Dit gedicht is geschreven door een ene Hilda en heb ik gevonden op een forum voor overgangsproblemen. Dit gaat over de overgang en dit heeft zeker met het boek dat ik gelezen heb te maken.

Bron: http://www.overgangsproblemen.nl/forum/view_post.php?forum=2&topic=322



Het derde gedicht



Dement



Geen besef meer van de tijd

niet weten wie je kind'ren zijn

je raakt herinneringen kwijt

en glijdt in een diep ravijn.



Je tuimelt naar beneden

gedachten vallen uiteen

geen heden, geen verleden

mijn god, waar gaat 't heen.



Raak je jezelf kwijt

laat 't onbewust gebeuren

en niet in onwaardigheid.



Janneke Koster-Baas



Dit gedicht gaat ook over dementie en heeft dus ook met het boek te maken.

Bron: http://www.gedichten-forum.nl/toon_gedicht.php?gedicht_id=13589



55. Na het lezen van het verhaal vind ik dit boek:

Grappig maar ook voor mij moeilijk inleefbaar. Het boek is grappig omdat ik vind dat Renate Dorrestein een hele grappige manier van vertellen heeft. Ze schrijft veel tussen haakjes en het boek is heel open en het wordt gewoon leuk verteld. Het boek is wel moeilijk voor mij om in te leven. Ik zit zelf nog lang niet in de overgang en dit boek is dus eigenlijk ook niet voor iemand van mijn leeftijd. Ik zou me niet echt voor kunnen stellen hoe dat is.



56. Neem de zin over en vul aan: Ik begrijp dit verhaal:

Wel, het is een leuk, boeiend en meeslepend verhaal. Maar ik vind het wel jammer dat het een open einde is. Sommige problemen worden niet opgelost of kom je niet achter of het wel echt een probleem is. Dat vind ik wel jammer.



57. Ben je geneigd na het maken van dit leesverslag een andere mening te geven?

Nee ik ben niet geneigd om een andere mening te geven. Het is misschien heel standaard maar ik vind het gewoon een leuk boek en een ander woord kan ik er niet voor verzinnen.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.