Uitgever:

Malmberg 1996



Inhoud:

Rutger: hij is de hoofdpersoon van het verhaal. Hij werd gepest op school, maar dat is over, omdat hij in bescherming wordt genomen door twee jongens, Niek en Kars, maar wel tegen betaling. Dit kan hij op een gegeven moment niet meer betalen als zijn vaders bedrijf failliet gaat en dan beginnen de problemen voor hem.

Kars: hij is één van de jongens die Rutger in bescherming neemt, maar als Rutger het niet meer kan betalen, heeft hij de grootste problemen met hem. Hij is een jongen die graag even een sigaret rookt en een biertje meepakt.

Niek: hij is de andere jongen die Rutger in bescherming neemt, maar hij zal hem minder kwaad doen dan Kars, want Niek is een beetje een meeloper met Kars. Hij is, net zo als Kars, een jongen die ook graag even een sigaret rookt en een biertje meepakt.



Baron van der Putte tot Sluyswijck: hij is een baron die elke week 500,- naar ene meneer Woudstra moet brengen. Rutger volgde hem een tijdje en een keer toen de baron 500,- kwam ophalen bij de bank volgde Rutger hem en zei dat de baron het geld aan hem moest geven. Daardoor kreeg de baron ‘s nachts een lichte hartaanval. Omdat de baron in WO II een keuze moest maken of hij zijn butler zijn onderduik plaats verraden of zijn kinderen terug en vrouw, want zijn butler en gezin was Joods en zijn vrouw en kinderen ook. Toen heeft hij er voor gekozen om zijn butler zijn schuilplaats te verraden en toen kreeg hij bericht dat zijn kinderen al waren vergast en dat één kind, bij toeval, van zijn oude butler het overleefd had. Zijn vrouw kon niet met dat kind leven en heeft vijf jaar voor het beroven van Rutger zelfmoord gepleegd.

Meneer Woudstra: hij is de man die elke week 500,- van de baron eist, omdat hij anders tegen de barons “zoon” zou zeggen dat hij dat helemaal niet was.



Samenvatting:

Het is gymles. Rutger vindt de gymles nooit zo leuk, omdat vroeger bij hem de broek naar beneden is getrokken onder de gymles en iedereen kon dat zien. Nu moeten ze met de ringen slingeren. Rutger wil het niet doen en wordt er uit gestuurd. Rutger probeert om Kars en Niek te betalen te stelen bij de leraar. Dat lukt wel, maar de deuren zitten op slot en Rutger kan niet snel naar school dus hij legt het maar weer terug.

‘s Middags zit hij in een snackbar en komen Kars en Niek eraan en die willen van hem patat. Dat betaalt hij en als de patat klaar is lopen Kars en Niek weer de snackbar uit. Als Rutger naar buiten kijkt ziet hij een oude man bij de geldautomaat flink wat briefjes uit de automaat halen.

Rutger komt nou iedere week bij de geldautomaat en de oude man ook en de oude man haalt steeds hetzelfde bedrag uit de automaat. Kars en Niek hebben Rutger een week geleden verteld dat hij hun 250,- moet betalen. Als hij dat niet doet dan wordt hij in elkaar geslagen en doen Kars en Niek iets met zijn zusje. Rutger achtervolgd de oude man een keer en ziet hem een oud huis in gaan.

De volgende keer dat Rutger de oude man ziet besluit hij hem te beroven. Hij volgt hem door een steegje en gooit hem neer iets verderop. Eerst moet de oude man lachen, maar dan gebeurt er iets en de man begint heel raar te doen. Rutger heeft het geld! Er zit maar liefst 500,- in de envelop.



Sinds het bedrijf van Rutger zijn vader failliet is gegaan is er steeds onenigheid thuis. Op een nacht stoot de vader zich heel hard en komt hij in het ziekenhuis en als Rutger, zijn moeder en zijn zusje in de wachtkamer zitten ziet Rutger de baron binnengedragen worden. De baron had ‘s nachts een lichte hartaanval gehad. De baron zou gelukkig niet overlijden. Rutger zou later nog naar de baron gaan en dat zou hij nog vaker doen en een keer toen Rutger er was vroeg de baron of hij voor hem een brief wou posten bij ene Woudstra. Rutger wou dat wel, maar toen hij er was en de brief had gepost ging hij ook naar binnen, omdat hij het zijne van wou weten. Toen Rutger binnen was zag hij Woudstra uit zijn huisje komen en hij had een roze brief bij zich die hij naar de baron zou brengen. Vlak voor de lift viel de brief uit zijn zak en Woudstra zelf had niks door en Rutger pakte de brief op en begon te lezen. Er stond in dat de baron op moest schieten met het geld, want de baron had nog maar één dag en Woudstra had het liever een paar dagen van te voren. Er stond ook in dat Woudstra het tegen de baron zijn “zoon” zou zeggen. Rutger nam de brief mee naar de baron en de baron vroeg of Rutger de brief gelezen had en toen zei hij nee.

Toen Rutger uit het ziekenhuis was kwamen Kars en Niek op hem af en vroegen of hij het geld al had. Rutger zei nee en toen werden Kars en Niek een beetje boos, omdat het nog niet hoefde, maar ze zouden het wel handig vinden en toen zeiden Kars en Niek dat Rutger even moest meekomen en toen wilden ze hem slaan, maar Rutger was te snel en mepte Niek een blauw oog. Dit pikte Kars niet en sloeg hem er twee.

Een paar dagen later zei Rutger tegen de baron dat hij het wel had gelezen en dat hij ook wist wat er gebeurt was. De baron was niet kwaad, maar kon Rutger niet meer goed in de ogen kijken. De baron vroeg of Rutger nog een paar keer de envelop wou bezorgen bij Woudstra, want hij wou geen problemen, want zijn zoon kwam met oud jaar, uit Amerika, bij de baron thuis. Rutger deed het en daar was de baron wel blij mee. Toen de baron uit het ziekenhuis kwam was zijn zoon er al en op een dag vroeg de zoon van de baron of Rutger even wou meekomen. Jacob, zo heette de zoon, wist alles al vertelde hij. Daar schrok Rutger even van. Toen ze thuis kwamen wou de baron alles verteleen, maar toen zei Jacob dat hij alles al wist en dat hij dat al bijna zijn hele leven wist en hij had er geen moeite mee zei hij. Toen het oudjaar was gingen de ouders van Rutger, Rutger en zijn zusje naar de baron oudjaar vieren en toen het twaalf uur was, was er een vreugdevuur bij de gracht en toen er een auto aan kwam duwden de jongens hem per ongeluk in het water. Rutger dook het water in had wel moeite, maar redde de bestuurder. Rutger was onderkoeld en lag in het ziekenhuis. Toen Rutger op school kwam was iedereen helemaal door het dolle heem behalve Erik en een vriendje, want dat waren de andere pestkoppen, maar iedereen pakte hen terug. Kars en Niek mochten niet meer op de school komen en zo liep alles toch nog goed af voor Rutger.



Mening

Ik vond het boek leuk en wel spannend, omdat er wel grappige dingen in gebeurden, maar er gebeurde ook spannende dingen en daarom was het boek heel afwisselend.

Het mooiste stuk uit het boek vond ik het stuk dat Rutger de bestuurder van de gezonken auto red, omdat dan echt spanning vrijkomt.



Verhoudingen:

Rutger - Kars: slecht.

Rutger - Niek: slecht.

Rutger – Baron: in de loop van het verhaal steeds beter.

Rutger – Woudstra: ze hebben geen woorden gewisseld, maar Rutger denkt slecht over hem.



Kars – Rutger: slecht.

Kars - Niek: goed.

Kars - Baron: kennen elkaar niet.

Kars – Woudstra: kennen elkaar niet.



Niek – Rutger: slecht.

Niek – Kars: goed.

Niek – Baron: kennen elkaar niet.

Niek – Woudstra: kennen elkaar niet.



Baron – Rutger: goed.

Baron – Kars: kennen elkaar niet.

Baron – Niek: kennen elkaar niet.

Baron – Woudstra: slecht.



Woudstra – Rutger: ze hebben geen woorden gewisseld, maar aan het eind van het verhaal wordt Woudstra veel duidelijk.

Woudstra – Kars: kennen elkaar niet.

Woudstra – Niek: kennen elkaar niet.

Woudstra – Baron: slecht.



Waar het verhaal speelt:

Het verhaal speelt zich af in Leiden, maar er wordt niet aangegeven in welke tijd precies. Je kunt er ook niet precies uithalen hoe veel tijd er zit tussen begin en eind.



Volgorde van gebeurtenissen:

Het verhaal loopt redelijk snel achter elkaar door, maar er zijn wel een paar terugblikken, bijv. als er wordt gepraat over de baron zijn gezin of over de tijd van Rutger op de basisschool.



Mogelijke bedoelingen van de schrijfster:

De schrijfster heeft dit boek waarschijnlijk geschreven om te laten zien dat zulke dingen echt kunnen gebeuren en haar doel zwl dan waarschijnlijk geweest zijn dat kinderen zich niet laten pesten en ook niet laten inpakken door grotere kinderen.



Verhaalsoort:

Het is een jeugdboek voor kinderen van onze leeftijd en het is een soms spannend en vlot boek waarin het thema pesten veel naar voren komt.



Over de schrijfster:

Gonneke Huizing schrijft pas sinds enkele jaren. Mes op de keel is haar eerste boek en is in 1996 uitgekomen. Het boek kwam in de

Top-5 van de Jonge Jury. Ze is geboren op 11 april 1960 in Groningen. Ze studeerde Nederlandse Taal en Letterkunde en geeft sinds 1985 Nederlands op het Wessel Gansfortcollege, dat is een middelbare school in Groningen. Ze heeft twee geadopteerde dochters. Vroeger kwam ze haast niet aan schrijven toe, omdat haar werk en haar gezin veel tijd kostte. Nu maakt ze tijd voor schrijven. Waarschijnlijk zullen er nog veel boeken van haar uitkomen.



Wat voor soort boeken schrijft ze en waar gaan ze over?:

Ze schrijft vooral boeken voor onze leeftijd en daarin heeft de hoofdpersoon vaak een groot probleem.



Mening van boekbesprekers:

Over de mening van boekbesprekers is niks bekend of heb ik niks kunnen vinden, want Gonneke Huizing is een nog niet zo’n lang schrijvende en bekende schrijfster.



Andere boeken van Gonneke Huizing:

Belofte maakt schuld, uitgegeven in 1998.

Ze heeft nog maar twee boeken geschreven, omdat ze nog maar ca. vier jaar schrijft.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

W.

W.

Heey! thnx voor je boekverslag!(k had hem zelf vig jaar al gemaakt maar me Ex vroeg aan me of ik hem nog had en k had niet alles en nu dus wel!)



Dus nog bedankt!

16 jaar geleden