Meester Jaap gaat nooit verloren door Jacques Vriens

Beoordeling 6.8
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • Redactie | 2151 woorden
  • 21 maart 2007
  • 75 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.8
  • 75 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1998
Pagina's
45
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Prijzen
Kinderjury 10-12jaar (1999 Genomineerd)

Boekcover Meester Jaap gaat nooit verloren
Shadow
Meester Jaap gaat nooit verloren door Jacques Vriens
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Auteur
Jacques Vriens

Titel
Meester Jaap gaat nooit verloren

Eerste druk, uitgever
1998, Van Holkema & Warendorf

Aantal bladzijdes, leestijd
45 bladzijdes, 30 minuten

Eventueel motto
Net als bij de meeste andere kinder- en prentenboeken heeft dit boek geen motto.

Titelverklaring
Hoofdpersoon van de Meester Jaap boeken is Meester Jaap zelf, een schoolmeester van groep zeven. Het boek gaat over alle aparte dingen die er in zijn klas voorvallen. Het gedeelte ‘gaat nooit verloren’ in de titel slaat op een lied dat de kinderen uit de klas van Meester Jaap gezongen hebben.

Samenvatting
Om zijn leerlingen te motiveren zich netjes te gedragen, niet te treuzelen of het dictee extra goed te maken, deelt Meester Jaap soms spekjes uit. In zijn bureaulade heeft hij een hele zak liggen die hij op de meest rare momenten uitdeelt. Helaas voor de leerlingen is het niet altijd feest, en wordt Meester Jaap af en toe ook boos. Zoals toen Teun en Johan voor de zoveelste keer aan het vechten waren. Meester Jaap weet niet wat hij moet doen, wanneer hij zich realiseert dat “sinds Teun bij ons in de groep zit, het iedere keer knokken is.” In plaats van geschiedenisles te geven, begint Meester Jaap een kringgesprek over dat praten meer op kan lossen dan vechten. Dit gesprek linkt hij uiteindelijk toch nog aan de geschiedenis: “In de oertijd konden de mensen nog niet echt goed praten met elkaar. Ze maakten woeste geluiden, maar wij kunnen gewoon met elkaar praten.”

Meester Jaap is wel vaker uit zijn slof geschoten, zoals toen het al een hele les onrustig was in de klas, en niemand wilde vertellen wat er aan de hand was. Uiteindelijk wordt Meester Jaap woest, omdat hij voelt dat de leerlingen om hem lachen. Hier schrikken de kinderen zo van, dat Teun opbiecht, wat er al de hele tijd aan de hand is: “Je gulp, die staat al de hele tijd open. We zien je onderbroek. Een blauwe.”

Gelukkig valt er naast deze wat minder leuke dingen, ook nog genoeg te lachen in de klas.
Bijvoorbeeld toen er grote hilariteit ontstaan was door het liedje ‘de zak van Sinterklaas’. Meester Jaap voelde zich toen genoodzaakt seksuele voorlichting te geven, maar deed dat op een dusdanige manier dat het serieuze onderwerp grappig behandeld werd. Een ander leuk moment uit de klas was toen Mirjam voor haar spreekbeurt een kip mee naar school nam. Toen de kip behoorlijk aan het kakelen was, mocht ze even vrij lopen. Dit zorgde echter voor een enorme chaos, toen de kip rond ging fladderen en op rekenschriften ging poepen. In de ontstane chaos, verstopt Dora de kip zich onder een kast. Ze kwam pas weer tevoorschijn toen ze een ei gelegd had.

Wanneer er iets minder leuks gebeurd in de klas, wordt dat altijd goed opgelost door de meester. Toen de kleine Ellen opeens in tranen uitbarstte in de klas, omdat haar ouders gingen scheiden, loste Meester Jaap dit prima op. Door er pas open over te gaan praten, toen Ellen aangaf hier klaar voor te zijn, steunde hij het kleine meisje volledig. Uiteindelijk heeft de klas besloten om een club op te richtingen, voor kinderen van gescheiden ouders. “de SAS, Schijt Aan Scheiden.” Hierna moest de hele klas lachen, en zelfs Ellen schaterde het uit.
En toen iedereen in de klas elkaar kleine cadeautjes gaf met Valentijnsdag, maar sommige kinderen niks kregen, kwam Meester Jaap met een oplossing. “Als de kinderen ’s middags op weer op school komen, ligt er bij alle kinderen een pakje op tafel. Er zit een spekkie in en voor iedereen een persoonlijk berichtje. Meester Jaap heeft voor alle kinderen iets aardigs bedacht.”
Door telkens met een rare oplossing te komen, realiseert de klas zich beter met wat voor stoms ze bezig zijn, en zo lost Jaap dus ludiek alle problemen in de klas op.

Ook serieuze schoolzaken, zoals rekenen, legt Meester Jaap op een aparte manier uit. Wanneer de rekenles in het teken van percentages staat, doet Meester Jaap voor hoe het is als hij zich ‘honderd procent’ voelt en laat hij zien hoe het is om je maar ‘vijftig procent’ te voelen. Dan onderschept Meester Jaap tijdens het maken van de oefensommen een briefje waarop het volgende staat. “Lieve Ibrahim, ik ben voor negentig procent op jou en voor vijftig procent op Halil. Afzender, Brechje.” In plaats van boos te worden dat er briefjes geschreven worden tijdens de les, lijkt Meester Jaap juist tevreden: “Volgens mij hebben jullie deze sommen goed gesnapt!”


Hoofdpersonen
Hoofdpersoon in het boek is Meester Jaap, de leraar van groep zeven. Hij is volgens zijn leerlingen een echte meester, maar af en toe ook wel een beetje gek. Op zijn eigen karakteristieke wijze zorgt hij voor de meeste komische situaties in de klas, maar zorgt hij er ook voor dat er orde in de klas is. Wanneer er kinderen buiten de boot dreigen te vallen, komt hij voor ze op, waardoor ze weer in de groep opgenomen worden. Door middel van het uitdelen van spekjes worden de kinderen beloond, en wanneer Meester Jaap in de klas buldert, hebben de kinderen maar al te goed door dat ze weer eens te ver zijn gegaan. Over het algemeen zorgt Meester Jaap voor een uitstekende sfeer in de klas, door openhartig te zijn en de kinderen stuk voor stuk te respecteren en het gevoel te geven dat ze ertoe doen.
Meester Jaap komt in het boek over als een man van een jaar of 50 met een sikje en een bril. In het hoofdstuk ‘Meester Jaap doet ruig’ wordt hem door de leerlingen verweten dat hij immer geblokte bloesjes draagt, en nooit eens een keertje ruig doet. Na de middagpauze komt hij echter totaal anders de klas binnen. “In de deuropening staat een woeste figuur. Hij heeft een leren jack aan en allemaal kettingen om zijn nek. Een zonnebril op en soldatenkistjes aan zijn voeten.” Zo is Meester Jaap ook, hij kan behoorlijk de spot met zichzelf drijven. Een voorbeeld waar dit ook uit blijkt, is het moment dat hij zich aan zijn leerlingen in het zwembad moet vertonen. “Hij ziet er vreselijk tegenop om zich in zijn zwembroek te vertonen. Zijn lijf is nog hartstikke wit en over de rand van zijn zwembroek bolt een klein buikje.” De leerlingen typeren hem vervolgens perfect wanneer Meester Jaap stoer probeert te doen en zijn buik intrekt, zijn armen opzij heft als een echte bodybuilder en heupwiegend naar het zwembad loopt: “Echt weer iets voor hem, zegt Tijs dan, hij ziet eruit als een melkfles met een buikje, maar dat kan hem niks schelen. Hij blijft gewoon… eeh… meester Jaap!”.

Bijpersonen
De zevende-groepers uit het verhaal zijn naast Meester Jaap de belangrijkste ‘persoon’. De kinderen samen vertegenwoordigen de groep aan wie Meester Jaap ogenschijnlijk met zeer veel plezier lesgeeft. Het is een diverse groep, gezien het feit dat de kinderen allemaal een andere achtergrond of afkomst hebben. Zo zit er onder andere een Turkse en een Marokkaanse jongen in de klas. Er zit ook een aantal gangmakers in de klas, die niet alleen voor gezelligheid maar soms ook voor gedoe zorgen wanneer ze het weer eens op iemand anders gemunt hebben. Gelukkig zijn er genoeg anderen die een rechtvaardigheidsgevoel hebben, waarmee ze voor vrede in de klas zorgen.
Tezamen zorgen ze voor een gezellige boel, ondanks de kleine strubbelingen die sommige kinderen teweeg brengen.
Aan het eind van het schooljaar is op Ellen na, iedereen over naar groep 8 en moeten ze afscheid nemen van Meester Jaap.

Tijd
In het verhaal verstrijkt precies één schooljaar. Het eerste hoofdstuk beschrijft de eerste schooldag, en het laatste hoofdstuk gaat over de laatste schooldag van het jaar. De losse hoofdstukken bespreken ieder een moment van of een hele schooldag. Die losse hoofdstukken en verhalen zijn dus als het ware momenten uit het schooljaar van Meester Jaap en zijn klas.
Qua plaats in de geschiedenis is het boek niet moeilijk te plaatsen, het speelt zich namelijk in de huidige moderne tijd af. In principe zou het zich ook 30 jaar geleden af hebben kunnen spelen, omdat er in deze tijdsspan weinig veranderd is op school. Het speelt zich echter wel al in de tijd af dat de structuur op basisscholen minder strikt was. De kinderen bij Meester Jaap in de klas zijn namelijk vrij los en er lijkt geen sprake van te zijn dat Meester Jaap duidelijk de meerdere is, er wordt niet met dusdanig veel respect met hem omgegaan, als vroeger in het schoolsysteem wel gebeurde.

Structuur
Het verhaal is logisch opgebouwd: het boek bestaat uit veel korte hoofdstukjes, elk van twee pagina’s, inclusief de illustraties behorende bij het hoofdstuk. Alle hoofdstukken bij elkaar tonen als het ware de hoogtepunten uit het schooljaar. De gebeurtenissen staan allen in chronologische volgorde beschreven, waardoor het overzicht gemakkelijk te behouden is.
De hoofdstukken zijn ook herkenbaar van naam: elke hoofdstuktitel begint met “Meester Jaap” en dan komt er achter te staan waar hij voor actie uithaalt in het hoofdstuk.

Ruimte
Het verhaal speelt zich in zijn geheel op de basisschool af en voornamelijk in het lokaal van Meester Jaap, waar groep 7 les heeft. Hier gebeuren de meest grappige en rare dingen, maar ook de minder leuke gebeurtenissen vinden hier plaats. De opstelling van de klas is iedere dag aan verandering onderhevig. Bij het kringgesprek waar de dag mee begint en eindigt, staan alle tafels aan de kant en de stoelen in een kring, en wanneer er gewerkt moet worden, staan de tafeltjes in groepjes van vier personen. Verder mag de lezer er vanuit gaan dat het een ‘normaal’ klaslokaal is. Er worden weinig beschrijvingen gegeven van hoe het lokaal verder ingericht is, dat wordt aan de fantasie van de lezer overgelaten. Wel is er van de illustraties het één en ander af te lezen, waardoor er toch een beeld van het lokaal gevormd kan worden. Omdat het daarnaast een herkenbare ruimte is waar het verhaal zich afspeelt, zal het niet moeilijk zijn voor kinderen om zich een beeld van het lokaal te vormen. Het doet er in principe ook niet toe hoe het lokaal er precies uitziet.

Thema
Er is niet echt sprake van een overkoepelend thema in het boek. Het verhaal is niet geschreven om belerend te zijn, om kinderen echt een wijze les te leren. Wel blijkt uit het verhaal dat naar school gaan veel leuker is, als de klas één groep vormt en er dus sprake van harmonie is. Op deze manier kan iedereen zichzelf zijn en is er samen aan opdrachten te werken. Op een grappige wijze zorgt Meester Jaap voor deze rust en samenhang binnen zijn klas.

Taalgebruik
Het taalgebruik in ‘Meester Jaap’ is verre van moeilijk te noemen. Wel is het zo dat het taalgebruik prima aansluit op het leesniveau van het beoogde lezerspubliek. In het boek staat vermeld dat het boek behoort tot ‘AVI-niveau 7’, wat de gevorderde lezer inhoudt. Het is echter overduidelijk nog een kinderboek, wat blijkt uit zowel het onderwerp als het taalgebruik. Er is gebruik gemaakt van korte zinnen en makkelijke woorden, om zodoende ingewikkelde zinsconstructies te vermijden. Voor kinderen op de basisschool is het dus absoluut een toegankelijk boek.

Perspectief
Het verhaal wordt verteld door een verteller die buiten het verhaal lijkt te staan. Het perspectief is namelijk de hij/zij-vorm. Hiermee wordt bedoeld dat er geen sprake is van een ikpersoon in het verhaal, iemand vanuit wiens ogen het verhaal beleefd wordt. De gebeurtenissen in het boek worden beschreven door iemand die als het ware van buitenaf op het geheel neerkijkt. Zodoende is het een beschrijvend perspectief.

Plaats in de literatuurgeschiedenis
Het boek beschrijft een schoolsituatie van zo’n jaar of tien geleden, en behoort dus tot de huidige tijd. Het is overduidelijk een modern verhaal, waarin geen zaken voorkomen die tegenwoordig niet plaats kunnen vinden.

Relatie tekst-auteur
Auteur van het verhaal is Jacques Vriens. Deze man is zelf allereerst docent geweest, alvorens hij schrijver werd. Hierdoor is het dus mogelijk dat hij zijn eigen ervaringen in zijn verhalen verwerkt. Hoewel veel verhalen zijn gebaseerd op ervaringen van Jacques Vriens in de tijd dat hij meester was, is het geen boek dat alleen op waarheid berust is. De fantasie van meneer Vriens heeft zeker ook een grote rol gespeeld bij het tot stand komen van het verhaal.

Eigen mening
Het verhaal van Meester Jaap is enorm grappig, omdat hij de meest vreemde dingen beleeft gedurende het schooljaar. Ik raad het kinderen op de basisschool dan ook zeker aan om te lezen. Het verhaal is erg herkenbaar, en door de vele illustraties (van Annet Schaap) erg leuk om te lezen en door te bladeren. Voor kinderen rond de acht tot tien jaar is het boek zeker de moeite waard. Er zijn in ieder geval drie boeken over Meester Jaap geschreven: ‘Meester Jaap’, ‘Meester Jaap doet het weer” en nu dus “Meester Jaap gaat nooit verloren”. De liefhebber van dit verhaal, kan dus nog even doorlezen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

P.

P.

Hoi ik heb van de tekst genoten.

9 jaar geleden