Loverboy door René Appel

Beoordeling 7.1
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 6e klas vwo | 2777 woorden
  • 4 juli 2007
  • 154 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.1
  • 154 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
2005
Pagina's
297
Geschikt voor
bovenbouw vmbo/havo/vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's
Prijzen
Gouden Strop (2005 Genomineerd)

Boekcover Loverboy
Shadow
Loverboy door René Appel
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Titel: Loverboy
Auteur: René Appel
Jaar van eerste druk: 2005

Indeling: Het boek telt 297 bladzijden, die verdeeld zijn over 22 hoofdstukken zonder naam. In de hoofdstukken is het boek, wat de hoofdpersoon (Yoka) zelf aan het schrijven is, schuin gedrukt. Bijna elk hoofdstuk begint met een krantenartikel wat Yoka in de krant heeft gevonden. Het boek is chronologisch opgebouwd met af en toe een flashback.

Motto:
“Wanneer je iets niet kunt zeggen, dan weet je dat het de waarheid is”, Tim Parks, De Bestemming (Arbeiderspers 2001)

wanneer dingen verzwegen worden, bijvoorbeeld in een relatie, dan is er meestal iets aan de hand. In deze thriller is dat de overspelige relatie van Hans met een counselor van een school. Zijn vrouw krijgt een vermoeden en dat leidt tot een bizarre moord..

Samenvatting:
In Loverboy speelt schrijfster Yoka Kamphuys de hoofdrol. Yoka schrijft misdaadromans over privé detective Anouk Akkerman. Haar huwelijk loopt niet erg lekker. Haar man Hans is journalist voor een krant en moet wel erg vaak weg voor zijn werk. Yoka begint te vermoeden dat Hans een verhouding heeft. Ze kruipt daarom in de huid van Anouk en gaat op onderzoek uit. Tot haar grote ontzetting kloppen haar vermoedens, Hans gaat inderdaad vreemd. Hij is door zijn werk in contact geraakt met een counselor op een vmbo-school, Eefje Dekker, en krijgen kort daarna een seksuele relatie.
Om de pijn en het verraad beter aan te kunnen, transformeert Yoka steeds verder in haar alter ego Anouk. Dit gaat zelfs zo ver dat ze uiteindelijk een pistool aanschaft, de sleutels van Eefjes huis weet te bemachtigen en ze kopieert.
Hans komt vlak daarna met een smoes op de proppen dat hij van het weekend een congres op Papendal over onderwijsproblemen moet bijwonen voor de krant. De smoes is nogal doorzichtig. Hij is namelijk van plan het weekend door te brengen bij Eefje. Intussen krijgt Yoka ook nog bericht dat haar uitgeverij gaat fuseren en dat misdaadromans niet de eerste voorliefde van de nieuwe eigenaar zijn. Hierdoor krijgt ze helemaal het gevoel dat ze niet meer gewild is.
Yoka neemt hierdoor initiatief en gaat (met het pistool en de sleutels) op weg naar Eefje. Eenmaal in het huis maakt ze perongeluk nogal wat lawaai, en wordt Hans (die daar dus logeert) door Eefje er op uit gestuurd om te gaan kijken wat er aan de hand is. Yoka doet wat Anouk zou doen en schiet 2 keer.

De volgende dag wordt ze door een rechercheur gebeld, die haar vertelt dat haar man Hans is doodgeschoten.
Yoka heeft dus de verkeerde neergeschoten. Ze heeft hierdoor tijd nodig om alles te verwerken, en kan ook niet verder met haar roman. Tamar (een collega van hans) die graag de misdaad wil oplossen, komt enkele keren met haar praten.
Ondertussen blijkt Eefje zwanger te zijn van Hans. Ze vertelt dit dan ook aan Yoka, die gek genoeg niet boos wordt. Het kind dat zij altijd wilde van Hans zit nu alleen in de buik van zijn minnares. Als de baby geboren is, gaat Yoka zelfs langs en wordt ze uiteindelijk ook de oppas.
Yoka vindt, in alle vrije tijd die zij nu heeft, met opruimen een afscheidscadeautje van Tamar aan Hans (het blijkt dat die 2 ook een verhouding hebben gehad) Yoka weet inmiddels toch een eind aan haar roman te breien: in het verhaal doodt Anouk haar eigen vriend Gino. Tamar, die Yoka’s manuscripten altijd leest voordat ze naar de uitgever gaan, herkent in het einde van het verhaal de situatie. Ze weet nu dat Yoka het gedaan heeft en doet aangifte bij de politie. Als de politie bij haar Yoka’s huis aankomt. Vinden ze Yoka’s brief aan Robert (de man van Tamar) over de verhouding van Tamar en Hans. Yoka wil op dat moment bij Hans zijn en opent op zolder een raam naar de dakgoot.
“Ze keek achterom, nog niemand te zien. Hans riep haar. Hij had haar nodig en zij hem.” “Yoka, niet doen!” (slotzin) Waarschijnlijk springt Yoka de dood tegemoet. Ze zal niet meer weten hoe het met de hoofdfiguren van haar misdaadroman afloopt.

Titelverklaring:
Een loverboy is een moderne variant op de pooier. Een jonge, goed uitziende man zorgt er voor dat jonge meisjes (nog vaak tieners) verliefd op hem worden. De loverboy vertelt daarna in de schulden te zitten en laat het meisje voor hem werken als hoertje. Zo komen de meisjes in de prostitutie terecht. In de roman komt de term van loverboy nauwelijks voor, maar toch kan de titel van de roman eenvoudig worden verklaard.
1. In de roman die Yoka schrijft gaat het inderdaad over de hierboven genoemde loverboyconstructie: Kadir die Shana op hem verliefd laat worden, waardoor ze van huis wegloopt en in de prostitutie komt.
2. De andere verklaring is de aanduiding voor Hans in het hoofdverhaal : zijn minnares Eefje noemt hem op een bepaald moment loverboy. Hij is bovendien nog de loverboy geweest van Tamar, zijn collega. Door het loverboymotief krijgt de roman zijn verhaal. De moord op Hans zou niet gepleegd zijn als hij geen verhouding zou hebben gehad.
3. Een mogelijke derde loverboy is nog de spiegelfiguur van Hans in het verhaal van Yoka. Gino is de lover van Anouk en ook hij wordt neergeschoten.

Personages:
Yoka Kamphuys: 34 jaar oude schrijfster. Treurige vrouw, voelt zich erg eenzaam in haar wereldje als schrijfster, en al helemaal wanneer ze erachter komt dat Hans (haar man) vreemdgaat. Ze was heel afhankelijk van Hans, en hield erg veel van hem. Heeft ook een grote kinderwens. Naarmate het verhaal vordert wordt zij sterker qua persoonlijkheid, ze leert voor zichzelf opkomen en wordt wat brutaler(komt vooral voort uit woede)

Hans: Is de man van Yoka, een best wel goed uitziende man. Hij is verslaggever/journalist. Doet heel afstandelijk tegen zijn vrouw, hij is haar een beetje zat (ze zeurt te veel), en gaat zijn bevrediging/voldoening halen bij een andere vrouw. Dit doet hij bij Eefje dekkers. Je komt verder niet vee

Eefje Dekkers: Een mooie onafhankelijke vrouw. Aan het begin van het verhaal geeft zij niks om de gevoelens van Yoka (de vrouw die zij nog nooit ontmoet heeft) zij wil gewoon het liefst bij Hans zijn ze wordt ook een beetje aanhankelijk. In de loop van de relatie wanneer Hans vermoordt wordt en zij weet dat ze in verwachting is van hem. Veranderen haar gevoelens en gedachten hierover en neemt zij toch de stap om Yoka te ontmoeten.

Tamar: Is een collega van Hans. Zij heeft in een vroeger verleden ook een relatie gehad met Hans. Zij geeft dus ook veel om hem. Wanneer hij wordt vermoordt wil zij er dan ook alles aan doen om achter de moordenaar te komen.

Robert: man van Tamar
Tiba & Onno: Beste vrienden van Eefje. Tiba keurt Eefjes relatie met Hans af.

Genre:
Het boek wordt aangeduid met de term psychologische thriller. Literaire thriller zou in feite ook kunnen. Daarmee kan het boek worden geplaatst in een rijtje romans van Saskia Noort, Simone van der Vlugt, Jef Geeraerts en Nicci French.

Onderwerp:
De relatie tussen 2 mensen? Hans is heel afstandelijk tegen zijn vrouw Yoka, terwijl zij juist nog heel veel om hem geeft. Hans gaat vreemd en Yoka komt hierachter. Het boek geeft eigenlijk een beschrijving van hun relatie.
Thema: Het thema is simpel en heel bekend: man gaat vreemd, vrouw komt erachter en dit lijdt weer tot wraak en ellende. Het thema is dus overspel.

Motieven:
werkelijkheid en fantasie: In het tweede deel van de roman gaan werkelijkheid en fictie steeds meer door elkaar lopen. Het wordt een soort spiegelverhaal waarin de hoofdfiguur Anouk een afsplitsing is van Yoka. Ze vraagt zich telkens af wat Anouk in zo’n situatie zou doen; omgekeerd schaft ze een pistool aan om te weten hoe het voelt als je een pistool in je hand hebt.
Jaloezie: De jaloezie van Yoka omdat eefje een kind krijgt van haar man Hans.
het onderwijs en kinderen: de beide verhaaldraden in het boek spelen zich af in het decor van een vmbo-school met probleemleerlingen. En het kinderloos zijn van Yoka.

Perspectief:
In het eerste verhaal (de gewone thriller) is het perspectief dat van de alwetende verteller. We kijken in de hoofden mee van vooral Yoka, Hans, Eefje, Tamar. Ze worden van binnenuit en van buitenaf beschreven. In het gefantaseerde verhaal vertelt de hoofdpersoon Anouk Akkerman in de ikvorm. Het lijkt erop alsof Anouk een literaire afsplitsing is van Yoka. Zo kan je je beter inleven in Yoka. Yoka die leest het verhaal van Anouk eigenlijk ook zo in de ikvorm en ontwikkeld zich als ‘een Anouk’.

Ruimte:
Het decor waar de roman zich afspeelt is Amsterdam. Daarvoor zijn een aantal gemakkelijk te herkennen straatnamen aan te wijzen. (Damrak)
Het is een normaal milieu, met hele gewone mensen. Een schrijfster en een journalist die samenwonen,
De sfeer is een beetje een bekende sfeer. De personen kunnen je vrienden, buren of familieleden zijn. Hele gewone mensen. Verder ‘proef’ je telkens weer opnieuw de gevoelens waar Yoka, de hoofdpersoon, mee te maken krijgen: liefde, enorme haat, obsessies, jaloezie. De personen en gevoelens gaan leven doordat het zo’n herkenbaar thema is.

Tijd:
Loverboy is een heel actueel boek. De gebeurtenissen spelen zich af in 2004 en wellicht ook nog voor een deel in 2005. De moord van Theo van Gogh (2 november 2004) komt in de roman voor. Ook andere bekende moordaanslagen uit de actualiteit worden genoemd, zoals de ex-militair die zijn hele schoonfamilie in Roermond heeft uitgemoord en de moord op Endstra in Amsterdam.
Vertelde tijd: 297 bladzijden
Vertel tijd: ruim een jaar (merk je aan de krantenartikelen aan het begin van elk hoofdstuk)

Stroming:
‘Er is een hele nieuwe stroming ontstaan, misschien wel meer dan een nieuwe stroming. De Nederlandse misdaadliteratuur is nu dynamischer dan ooit tevoren’. Zegt Charles den Tex in een interview op www.crimezone.nl. Onder deze stroming vallen volgens hem onder andere: Appie Baantjer, Saskia Noort, Simone van der Vlugt, Tomass Ross en René Appel.

Beoordeling:
Praktische argumenten
Er is een doorlopende, goed te volgen misdaadlijn. Af en toe wat lastig doordat het een verhaal in een verhaal is (het Droste-effect) Verder zijn er geen moeilijke literaire of symbolische vraagstukken op te lossen. Het gaat om de misdaad en de achtergronden/motieven daarvan. Om de beschrijving dus eigenlijk van de gevoelens van Yoka en de ontwikkeling van haar emoties. Allereerst om haar jaloezie en om haar wens van een beetje respect. Ze haat de vrouw die zij niet kent maar die er wel verantwoordelijk voor is dat haar man langzaam maar zeker een vreemde voor haar wordt. Door René Appel worden al deze elementen zeer goed beschreven en gebruikt hij ze op een hele subtiele manier eigenlijk, om voor mijn gevoel, de spanning in het verhaal te versterken. Bij Yoka bereiken haar emoties zo’n beetje het eindpunt en vlucht ze weg in de wereld van haar boek. Waardoor ze uiteindelijk haar man vermoordt.
Hij weet in dit boek heel goed mijn sympathie op te wekken voor de moordenaar. Dit komt niet alleen doordat het herkenbare karakters zijn, maar ook door de herkenbaarheid van de beroepen die de hoofdpersonen uitoefenen, de alledaagse dingen die ze doen en de omgeving waarin ze zich bewegen. Het komt daardoor dichtbij. Het gaat over mensen die bij je in de straat zouden kunnen wonen. Geen harde criminelen, maar personages die, door toeval of het noodlot, ontregeld raken en rare dingen gaan doen. Of mensen die zichzelf steeds verder in de nesten werken.

René Appel weet ook de inhoud van de twee verhalen naadloos op elkaar aan te laten sluiten. Daarnaast is hij er er goed in geslaagd om twee auteurs aan het woord te laten: René Appel en Yoka Kamphuys.

Emotionele argumenten
In het algemeen vinden de kwaliteitskranten een misdaadroman behoren tot de mindere soort literatuur. Vaak worden de romans kort besproken in rubriekjes als: “net verschenen of thrillers”. Omdat er vaak niet zoveel diepgang in zit, en er geen gebruik wordt gemaakt van zogenaamde ‘romantechnieken’. Maar dat doet René Appel wel degelijk in dit boek loverboy. Door bijvoorbeeld te citeren uit de krant en het in de roman te verwerken. Dit zorgt er voor mij voor dat je gelijk in het boek zit, doordat je bepaalde dingen herkent uit de actualiteit .
Ook stopt hij een aantal romanfragmenten die door een personage in zijn boek zijn geschreven in zijn verhaal. Aan de ene kant heb je zo de problemen van Yoka Kamphuys (het personage uit zijn boek), die keihard geconfronteerd wordt met de realiteit van het leven, en aan de andere kant het fictieve verhaal van Anouk Akkerman, de privé-detective uit Yoka’s romans. Op sommige momenten gaan de twee delen elkaar zelfs overlappen, waardoor ik aan het begin even in verwarring raakte maar hoe verder ik las hoe meer de stukjes op zijn plaats vielen.
Ik vond het dan ook best wel een leuk boek om te lezen. Boeken met een beetje spanning spreken mij sowieso altijd wel aan. Aan het begin vond ik dus wat lastig te volgen doordat er eigenlijk 2 verhaallijnen door elkaar lopen maar naarmate je verder in het boek komt, wordt dit vanzelf duidelijker.
Het einde vond ik wel wat voorspelbaar, maar maakt het boek niet minder leuk.

Informatie over de auteur:
Rene Appel werd geboren in 1945 in Hoogkarspel, een dorpje tussen Hoorn en Enkhuizen. Hij bezocht de Rijks HBS te Enkhuizen, waar hij in 1962 het diploma HBS-B behaalde. Na een korte, maar teleurstellende studie Scheikunde van een half jaar, schreef hij zich in voor de universitaire studie Nederlands MO. Het diploma Nederlands MO-B behaalde hij in 1967. Tijdens de studie Nederlands ontwikkelde hij - zoals veel collega studenten - een voorzichtige ambitie om te gaan schrijven, maar hij publiceerde nooit iets. Na een korte militaire carriere van 2½ maand, voortijdig afgesloten wegens gebleken psychische instabiliteit, werd hij leraar Nederlands op de Gemeentelijke Scholengemeenschap te Hilversum.
In 1969 pakte hij zijn studie Nederlands weer op, waarbij hij zich ging specialiseren op de Nederlandse taalkunde, vooral omdat - naar eigen zeggen - al z'n vrienden zich al met letterkunde bezighielden. In 1970 hield hij op met lesgeven en werd kandidaat-assistent bij de Faculteit der Letteren, aanvankelijk bij Nederlandse Taalkunde, later bij Algemene Taalwetenschap. In 1972 studeerde hij af bij Algemene taalwetenschap, waar hij zich voornamelijk met de onderdelen taalverwerving en sociolinguistiek bezighield. Hij werd wetenschappelijk medewerker bij de vakgroep Ontwikkelingspsychologie van de Universiteit Utrecht. In de loop van de jaren zeventig ging hij zich binnen zijn universitaire werk vooral richten op de tweedetaalverwerving van allochtonen en het Nederlandse taalonderwijs voor deze groep.
Begin jaren zeventig leidde de ambitie om te gaan schrijven ook tot daadwerkelijke productie. Hij schreef korte verhalen in onder meer studentenweekblad Propria Cures (was ook een tijdje aspirant-redacteur), Hollands Maandblad en Maatstaf. Daarnaast publiceerde hij enkele gedichten in Hollands Maandblad. In deze periode was hij ook enige tijd freelance voetbalverslaggever bij de Volkskrant. Met name door persoonlijke omstandigheden stopte de (korte) stroom aan eigen creatief werk. Vanaf 1976 was hij wel recensent voor misdaadliteratuur van NRC-Handelsblad, een functie die hij tot 1986 uitoefende.
Wat betreft zijn academische activiteiten het volgende. In 1980 keerde hij terug naar de vakgroep Algemene Taalwetenschap van de Universiteit van Amsterdam. In 1984 promoveerde hij daar cum laude op Immigrant children learning Dutch; sociolinguistic and psycholinguistic aspects of second language acquisition. Mede op basis van dat proefschrift ontwikkelde hij zich steeds meer tot een (landelijk erkend) deskundige op het gebied van taal en minderheden. Hij heeft dan ook verschillende publicaties op zijn naam staan over dit en aanpalende onderwerpen, vaak geschreven in samenwerking met collega's, zoals het boek Nederlands als tweede taal in het basisonderwijs (met Folkert Kuiken en Anne Vermeer) en Bilingualism and language contact (met Pieter Muysken). Van 1994 tot 2003 was Rene Appel bijzonder hoogleraar 'Verwerving en didactiek van het Nederlands als tweede taal' namens de Gemeente Amsterdam. Sinds 2003 werkt hij als schrijver.
Rond 1985 werd de ambitie om zelf fictie te gaan schrijven weer groter, met name omdat het bespreken van boeken van anderen op den duur weinig bevredigend was. Daar kwam bij dat Rene Appel als recensent had kennis gemaakt met psychologische thrillers van auteurs als Patricia Highsmith en Ruth Rendell, die hem mede inspireerden tot het schrijven van een misdaadroman. Dat werd Handicap, dat in 1987 verscheen (zie verder de bibliografie op deze site, ook voor vertalingen, nominaties voor prijzen e.d.). Na een flinke serie boeken voor volwassenen verscheen in 1999 zijn eerste (spannende) kinderboek, Complot voor de leeftijdsgroep 10+. In 1997 schreef hij het scenario voor de korte tv-film Betaalde liefde, uitgezonden door de IKON. Rene Appel is getrouwd en heeft twee kinderen. Hij woont in Amsterdam.

Enkele bekende romans van Appel
- Tweestrijd (1998)
- De echtbreker (2000)
- Zinloos geweld (2001)
- Noodzakelijk kwaad (2002)
- Doorgeschoten ( 2003)
- Misbruik wordt gestraft (2004)

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

Ze haalt Verteltijd en verteldetijd door elkaar. verteltijd is de tijd die nodig is om het hardop voor te lezen en vertelde tijd is de tijd hoeland het in beslag neemt het verhaal zelf.

14 jaar geleden

D.

D.

eigenlijk niet Jochem, want de verteltijd is t aantal blz.. en de vertelde tijd is de tijd hoelang het verhaal in het boek duurt

10 jaar geleden

J.

J.

neehoor, ze heeft het correct gedaan. de vertelde tijd is de tijd die nodig is om het verhaal te vertellen (bijv. 3 jaar) en de vertel tijd is de tijd die nodig is om een verhaal te vertellen en die geven we aan in bladzijden.

8 jaar geleden

J.

J.

Yoka is niet 34 jaar, maar 38 jaar.

8 jaar geleden

Andere verslagen van "Loverboy door René Appel"