Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
Open Dag = online ontdekken en ontmoeten

Bezoek onze Online Open Dag dit jaar vanaf je bank! Ontdek bijzondere verhalen van onze studenten en docenten. Stel je vragen. Én luister naar onze gezellige radioshow! Klaar voor een toekomst als student in het hbo? 

Meld je dan nu aan!



Feitelijke gegevens over het boek

Verschijningsdatum 1e druk: maart 2005

Gebruikte druk: 5e

Aantal bladzijden:

Uitgeverij: Meulenhoff-Manteau



Genre

`Los `is een psychologische roman over de wenselijkheid van een soepele euthanasieregeling, de verschillen tussen groepen burgers in een wereldstad en een weerbarstige liefde voor een vrouw van een culturele minderheid.



De flaptekst

Los is een indringende roman waarin de tegenstrijdigheden van het moderne leven tegen het licht worden gehouden. Tom Naegels heeft een hoogstpersoonlijk boek geschreven over weerbarstige liefde en broze overtuigingen.

De grootvader van Tom Naegels pleegt langzaam zelfmoord in het ziekenhuis. De dokters laten hem begaan. Tegelijkertijd heeft Tom een relatie met een Pakistaanse vrouw, en verslaat hij als journalist rellen in Borgerhout. De drie gebeurtenissen doen hem beseffen dat hij zich verbonden heeft gevoeld met mensen met wie hij niets gemeen heeft en aan wie hij niets te vertellen heeft. Hij merkt dat hij steeds minder van zijn stadsgenoten begrijpt. Kijkend naar zijn bittere, racistische, tierende grootvader, ooit een warme socialist, ziet hij dat hij dezelfde kiemen in zich draagt.

Los won de Gerard Walschap Literatuurprijs in 2006, en was genomineerd voor de Libris literatuurprijs. Op dit moment wordt de roman verfilmd door Jan Verheyen. 'Los, de film' zal te zien zijn in 2008.


Samenvatting van de inhoud

Bompa van Tom (Belgische liefkozing voor Opa) ligt in het ziekenhuis. Hij is ongeneeslijk ziek, en wordt verpleegd tegen zijn zin in. Hij heeft kanker, maar is bovendien bijna blind en doof. Hij heeft de wens te kennen gegeven euthanasie te ondergaan , maar de in 2002 aangenomen nieuwe Belgische wet met betrekking tot euthanasie geeft niet de criteria die voor Bompa gelden. In hoofdstuk 10 beschrijft Naegels de wet. De doktoren zeggen dat Bompa niet voldoen aan de door de wet gestelde eisen. Opa Bob was vroeger een echte socialist die er niet voor terugdeinsde om te staken voor hoger loom en voor de zwakkeren op te komen. Maar door allerlei nare ervaringen met het partijbestuur van de socialisten was hij steeds rechtser geworden en nu aan het einde van zijn leven is hij aanhanger van het Vlaams Blok (een ultra rechtse partij in België) Hij scheldt op alles wat buitenlands is.





Intussen is Tom Naegels aan het scheiden van zijn vrouw. Hij heeft een nieuwe liefde Nadia, een Pakistaanse die hij opgesnorkeld heeft bij een inburgeringcursus. Zijn Bompa was toen nogal te keer gegaan tegen al die immigranten die er te weinig aan deden om te integreren. Hij had zich geschaamd voor zijn opa en die weggebracht en later was hij teruggegaan en had hij Nadia ontmoet. In de beschrijvingen van enkele ontmoetingen blijkt hoe groot het verschil is tussen haar en Tom. Zij houdt van slapsticks op de televisie, hij van ingewikkelder films. Ook de taal is af en toe een handicap en dan kan ze niet begrijpen wat er voor leuks is aan een opmerking die hij maakt (bijvoorbeeld in het verslag dat hij haar doet van de afscheid nemende band “The Strangers “ die hun act opsierden met flauwe grappen over allochtonen) In een discussie over een film laat Nadia weten dat ze niets weet van de Holocaust en dat kan Tom zich niet voorstellen: hij ergert zich daar dood aan. Aan de andere kant was hij in één klap gecharmeerd geraakt van Nadia toen ze voor een opdracht van de inburgeringcursus een café van het Vlaams Blok was binnengelopen en door middel van onbenullige en onschuldige vragen toch de rechtse rakkers die daar zaten te drinken, voor zich had gewonnen.



Het derde motief dat steeds door de roman speelt, zijn de multiculturele aspecten van de Belgische samenleving. Hij neemt die ironisch en soms zelfs cynisch op de korrel en hij spaart de gedragingen en uitingen van allochtonen zeker ook niet. Soms gaan ze om helemaal niets de straat op, vernielen onnodig dingen en hij is ook boos na de rassenrellen die uitbreken wanneer er in Antwerpen een Marokkaanse jongen wordt neergeschoten. Hij heeft als journalist wel enige ingangen in de Marokkaanse gemeenschap en de leden daarvan zijn van mening dat de media het nieuws over de Marokkanen verkeerd brengen. Hij moet van zijn chef een rapportage maken over de rellen en hij wil het commentaar van de Romaboys (Vlaams Blok) hebben. Hij schrikt nog niet eens van de uitingen van de echte volksjongens, die zijn zelfs nog genuanceerd door hun grappen heen, maar wel van een keurig nette man die op een heel zachte manier de verschrikkelijkste dingen over Marokkanen zegt.



Met opa gaat het steeds slechter: nu hij geen gelegenheid krijgt van de artsen om te sterven, heeft hij besloten om niet meer te eten. Tom brengt een bezoek aan zijn opa met zijn vrouw Saskia ( de familie mag nog niets van de scheiding weten) Hij zoekt naar “famous last words” maar hij slaagt er niet in. Het zijn obligate en lullige woorden voor een schrijver.

In de laatste hoofdstukken blijkt dat Bompa is overleden. De verteller bezoekt met Nadia zijn Bomma. Die begint tekenen van dementie te vertonen. Zo ziet ze niet dat Nadia Saskia niet is. Die voelt zich daardoor beledigd en na het bezoek komt het tot een scheiding tussen Nadia en Tom. De verschillen door hun afkomst zijn gewoon te groot.



Titelverklaring

Op de achterkant van het boek staat een uitwerking van het begrip “Los”

“Los van de liefde en de wereld; Los van alles en iedereen.”



Dat lijkt op te gaan voor de hoofdfiguur in de roman. Hij is los van de liefde , zowel van zijn vrouw Saskia als van Nadia, de Pakistaanse. Verder wil hij zich onafhankelijk opstellen ten aanzien van de gebeurtenissen in Antwerpen. Hij wil houden van de echte Vlaming maar ook van de allochtoon. Alleen soms gedragen die zich zo vreemd en macho-achtig dat hij zich ook daarvan los wil maken.

Hij komt bovendien ook los van zijn opa die zelf ook weer losgeraakt is van het socialisme en eigenlijk van “god los “ is , wanneer hij zich op hoge leeftijd bekeerd tot het rechts-extremisme van het Vlaams Blok. Hij wil ook “los van deze wereld”, omdat hij nadat hij door bestraling incontinent is geworden, niet “gepamperd” wil worden en eigenlijk euthanasie wil krijgen. Dat mag niet van de doktoren en dan besluit hij zichzelf “los te maken” van deze wereld door in hongerstaking te gaan. De titel “Los”kan dus op heel wat manieren uitgelegd worden.





Opdracht

Naegels draagt zijn roman op aan zijn beide in 2002 overleden grootvaders.



Structuur

Het verhaal wordt verteld in 40 hoofdstukken. De meeste van die hoofdstukken zijn klein (enkele pagina’s) en dat zorgt voor veel vaart in het verhaal. Het verhaal speelt in 2002, maar in enkele hoofdstukken maakt de verteller een stapje terug (naar de levensgeschiedenis van zijn Bompa Bob, naar de gelukkig karen van het huwelijk tussen Bompa en Bomma, naar de inburgeringcursus waar hij Nadia leert kennen, maar een demonstratie op school toen de verteller nog maar 16 jaar was. Die hoofdstukken doorbreken dus de chronologische volgorde. Verder speelt het verhaal zich binnen enkele maanden af in het jaar 2002.



Perspectief

Er is een ik-verteller in deze roman.( die is ongeveer 27/28 jaar) Dat is Tom Naegels, een journalist van een groot dagblad in Antwerpen. Hij vertelt in de o.t.t., maar hij geeft ook achteraf commentaar op de gebeurtenissen die hij beschrijft. Bijvoorbeeld dat hij een stuk moet schrijven over de rassenopstand in Antwerpen, maar hij vermeldt meteen dat het stuk later nooit is gepubliceerd.



Motto

Er is geen motto.



De tijdlagen van het verhaal

Het jaar waarin het hoofdverhaal zich afspeelt, is gemakkelijk af te leiden uit de gegevens van het boek. Bompa is 89 jaar als hij op sterven ligt en euthanasie wil ondergaan. Over zijn verleden wordt verteld dat hij 5 jaar is in het jaar 1918. Dat betekent dat hij in 1913 geboren is en dat houdt in dat het verhaal in 2002 speelt. Naegels maakt er ook een actuele geschiedenis van. Het boek houdt namelijk het midden tussen fictie en non-fictie.



Het decor van de handeling

De ruimte van het verhaal is Antwerpen en meer specifiek de wijk Borgerhout. Daar is Tom Naegels zelf opgegroeid. Die ruimte is van belang, omdat daar de multiculturele samenleving het best kan worden beschreven (bijv. de rassenrellen in die week na een aanslag op een Marokkaanse jongen) Borgerhout is een bijzondere wijk, vindt de verteller.



Uitgewerkte thematiek

Er zijn vier uitgewerkte thema’s in deze kleine roman.

- De multiculturele samenleving in een grote stad

Wie de samenvatting hierboven heeft gelezen, merkt dat een groot deel van het boek over de multiculturele samenleving in Antwerpen gaat. Nagels doet daarvan als journalist en Schrijver verslag. Hij staat echt tussen beide partijen in. Hij heeft liefde voor zijn eigen volk, de onvervalste Vlaming en dan nog het liefst het volks type, de lezers van zijn krant. Die kunnen soms op hel rake manieren zeggen wat er in de stad en in de wijk Borgerhout gebeurt. Zij kunnen vaak zien wat de verschillen in de praktijk van alledag opleveren. Daar schrijft hij dan ironisch over. Hij is minder gecharmeerd van de wat “bekaktere” mensen die bij het Vlaams Blok horen en veel minder hard met woorden maar wel vileiner wat de inhoud betreft over de Marokkanen spreken. Dat zie je goed terug in het stuk dat hij moet schrijven voor de krant over de rellen na de aanslag op een Marokkaanse jongen. Hij bezoekt dan ook een café van aanhangers van het Vlaams Blok. Maar door de ironische manier waarop hij over de situatie schrijft, moet je toch wel bedenken dat hij wel degelijk gevoel heeft voor de Marokkanen, mits ze zich “gewoon” gedragen. Hij heeft wel de pest aan het machocultuurtje ( “Je moeder is een hoer.”)



- De relatie van de verteller met zijn geliefde uit Pakistan

Het is algemeen bekend dat je ineens verliefd kan worden op een ander, zeker wanneer je relatie op dat moment minder goed verloopt. Bij de verhouding tussen Tom en Saskia komt een verwijdering en op dat moment ontmoet Tom Nadia, de Pakistaanse , tijdens een inburgeringcursus. Hij is al direct van haar gecharmeerd en hij moet enkele opdrachten met haar vervullen. Op het moment dat zij in het hol van de leeuw tegenover de jongens van het Vlaams Blok zit en een aantal onschuldige vragen toch beantwoord weet te krijgen , wordt hij op slag verliefd op haar. Dar duurt enkele maanden, maar dan blijkt dat ze door hun verschil in cultuur teveel van elkaar verschillen: de taal is een eerste handicap: ze begrijpt niet goed wat de woorden betekenen, maar ook de humor die erachter steekt, wordt niet goed opgepakt. Bovendien is haar belangstelling voor al te triviale zaken (slapstickfilms) een doorn in het oog van Naegels. Hij ergert zich aan het feit dat ze niet weet wat de Holocaust is. Daarnaast houdt ze er opvattingen op na die bijvoorbeeld over Afrikanen gaan, die niet stroken met de ideeën van Tom. Op den duur wordt dat fataal voor hun relatie. Wanneer ze een afspraak hebben met Bomma die niet in de gaten heeft dat Nadia niet Saskia is, maakt Nadia er een einde aan. Tom berust erin. “ Hij laat haar gaan, omdat ze de verkeerde kaarsen koopt.”



- De doodswens van zijn grootvader

Een derde belangrijk motief betreft de euthanasiewens van Opa Bob. Hij is al doof en blind en wanneer hij kanker krijgt en bestraald moet worden, blijkt dat hij incontinent is. Hij wil geen luier aan en geen slang in zijn piemel. Hij vraagt om euthanasie: hij is 89 jaar en in 2002 is net een nieuwe euthanasiewet door Koning Albert ondertekend. Naegels neemt de wet in hoofdstuk 10 van zijn roman op om te laten zien dat de criteria die voor euthanasie in België gelden, niet opgaan voor de situatie met Bompa. Dat is treurig. Naegels wil voor een verder gaande mogelijkheid bij euthanasie: wie bepaalt of je een einde aan je leven mag maken en wat ondraaglijk lijden is? De doktoren werken niet mee en dan neemt Bompa het heft in eigen handen: hij besluit tot een hongerstaking over te gaan. Zover moet het eigenlijk niet komen, vindt Naegels. Opa Bob krijgt nu toch een mensonwaardig einde.



- De desillusie

Opa Bob heeft zijn leven lang de socialist uitgehangen: naar het voorbeeld van zijn grote socialistische idool Camiel Huysmans heeft hij de strijd tegen het kapitalisme aangebonden. Hij heeft menige staking voorbereid en hij heeft op de barricaden gestaan. Zulke partijiconen worden soms later op een zijspoor gezet. Dat overkomt Bompa ook. Het wordt dan toch voor Naegels een desillusie dat die man naarmate hij ouder wordt steeds meer de rechtse kant van het Vlaams Blok heeft gekozen. Opa denkt niet langer genuanceerd over de medemens. Hij vindt dat allochtonen hun handen uit de mouwen moeten steken en hij steekt die mening tijdens de inburgeringavonden niet onder stoelen of banken. Hij doet dan op een manier waarvoor Tom zich schaamt. Ook in dat opzicht vindt hij het jammer dat Bompa’s leven zo moet eindigen.



Beoordeling scholieren.com

“Los” is voor scholieren een aantrekkelijke roman om te lezen. De thematiek van het boek is erg actueel. Ook in Nederland zijn er problemen met de multiculturele samenleving. Nagels vertelt over de situatie in Antwerpen 2002. Het Vlaams Blok en de PVV in Nederland hebben nogal wat kritiek op de houding van allochtonen. Die actuele problematiek beschrijft Naegels in een boek dat doet denken aan een verhaal tussen fictie en non-fictie. Niet voor niets heet de hoofdpersoon in dit boek ook nog eens Tom Naegels en dan krijg je de klassieke vraag of het werk autobiografisch is en het boek dus meer de kant op gaat van non-fictie. Hieronder wordt een interview met de schrijver opgenomen (Uit: De Standaard) waarbij die vragen aan de orde komen.



Naegels weet de vier motieven die in het verhaal een rol spelen bovendien op een magistrale manier met elkaar te verbinden, Vooral de bladzijden waarop hij zijn mening geeft over het multiculturele aspect in de roman zijn met veel ironie en cynisme geschreven. Hij geeft dan tussen haakjes het verschil aan met wat hij denkt en met wat hij zegt. Dat maakt de roman tot een aantrekkelijk nummer op de lijst voor scholieren van havo en vwo.

De amusementswaarde is hoog en de literaire waarde is m.i. 3 punten. Je kunt hem inderdaad aan vrienden en kennissen (maar ook aan scholieren aanbevelen) zoals in een van de recensies hieronder is aangegeven.



Recensies

In “De Tijd” beoordeelt Jeroen Overstijns deze roman.

Voor boeken als 'Los' halen heren met rolkraag op vernissages wel eens de term 'relevant' van stal alsmede hun instemmende bewondering, zelfs zonder het boek gelezen te hebben. 'Los' is dan ook een heel concreet antwoord op de vraag hoe het met onze hedendaagse conditie gesteld is. Al staat achter dat antwoord een nieuw vraagteken. De cover vermeldt wel het label 'roman' maar 'Los' is evenzeer een non-fictieboek. Het claimt de werkelijkheid en heeft daar alle recht op, eenvoudigweg omdat Tom Naegels er een uitstekend boek mee gemaakt heeft.[….]

'Los' is een boek waarmee zichtbaar wordt dat het maatschappelijke debat rond de multiculturele samenleving in Vlaanderen de laatste jaren een nieuwe wending heeft genomen. De progressieve demonisering van het Vlaams Belang tegen de achtergrond van het nazisme (banden tussen nazie-ideeën en het zeventigpuntenprogramma, recent nog het vroegere bezoek van Koen Dillen aan Leon Degrelle) was objectief gezien wellicht bijzonder terecht, maar het heeft op geen enkel moment geleid tot een beter begrip van het fenomeen. Het heeft progressief Vlaanderen enkel in staat gesteld zichzelf te feliciteren met zijn eigen progressiviteit. 'Los' staat voor een andere manier om ermee om te gaan. Het zoekt naar begrip voor veel standpunten en verpersoonlijkt vooral politieke motieven tot hun subjectieve emotionele laag. Op een of andere manier klinkt dat als rechtvaardig, al is de nuance er ook de achilleshiel van.



Tom Naegels heeft in ieder geval de credibiliteit om zo een thema vast te pakken. Hij heeft jarenlang gewerkt als regionaal journalist voor Het Laatste Nieuws in Antwerpen ('reportages maken over de zot van de dag', heet het in 'Los'), woont in Borgerhout en kent dus de problemen een beetje. Natuurlijk kan je Tom Naegels verwijten dat zijn relativering van goed en fout een impliciete goedkeuring is voor de ideeën van het Vlaams Belang, maar zo kan je elke nuance in het debat fnuiken. Naegels heeft door zijn individualisering van een maatschappelijk thema in heel herkenbare verhalen en door ook zijn eigen gevoel te laten spelen, een uitstekende vorm gevonden om in een heel persoonlijk boek acute maatschappelijke breuklijnen te tonen op een manier dat het je als lezer raakt. Faction is een zelden beoefend genre in deze contreien. Tom Naegels doet het minstens even goed als Chris De Stoop, Frank Westerman en Filip Rogiers (deze laatste trouwens over hetzelfde thema). 'Los' is, nu vooruit dan - de rolkragen hebben gelijk, inderdaad een 'relevant' boek.




Ook in De Standaard is de roman “Los”positief besproken.

De verwachtingen waren hooggespannen voor Tom Naegels' nieuwe roman. Los is meer een 'best of' dan een nieuw boek, maar dan wel een 'best of' die zijn naam waard is. Het is een van die zeldzame romans die je zonder aarzelen aan iedereen in je vriendenkring en familie kunt aanbevelen. DE nieuwe roman van Tom Naegels dook eind 2004 al op in de eindejaarslijstjes van bekende mediamensen: dáár zaten zij nu eens op te wachten. Zijn columns in De Standaard lieten het beste vermoeden: als de auteur in dat genre zo sterk geworden was, dan moest hij in staat zijn om zijn drie vorige boeken (zeer wisselend ontvangen) te doen vergeten.



Naegels heeft geen overbodige risico's genomen: als zijn vierde roman presenteert hij eenvoudigweg het beste uit zijn columns en uit vorig werk, fijn geslepen, nog beter verwoord dan anders en thematisch hechter vervlochten dan je in het begin denkt.



Wie geregeld Naegels' columns leest, zal veel echo's daarvan horen in Los . Wie bovendien Naegels' tweede roman las (maar die groep mensen is niet erg groot), herkent in Toms bompa uit Los meteen het personage Henri Constandt uit Meester Kader Los is een vlekkeloze prestatie, een aaneenschakeling van hoogtepunten. [….]LOS is een fantastisch grappige roman. Voor een deel gaat dit boek zelfs over humor, over hoe ironie ons scheidt van de allochtonen. Toch is niet alles in dit boek ironie. Neem volgende zinnen: ,,Komen [Vlaamse moslims] ooit op straat voor meer werk, beter onderwijs, minder racisme? Betogen ze ooit voor zichzelf? Nooit gezien. Maar als het gaat om solidariteit met de Palestijnen, dán staan ze met honderden hun kop eraf te schreeuwen: 'Bush! Sharon! Assassin!!' Alsof de eerste socialisten nooit betoogd hadden voor de achturendag of betaalde vakantie, maar wél tegen de uitbuiting van spoorwegarbeiders in pakweg Angola. Internationalisme, oké, maar alleen internationalisme?''



Twee vaststellingen. Eén: een uitdrukking als ,,je kop eraf schreeuwen'' is niet te rijmen met een afstandelijk-ironische kijk. Los is niet alleen maar om te lachen. Daarvoor is Naegels' analyse te hard, daarvoor is zijn cynisme te juist, daarvoor is de realiteit momenteel iets te ernstig. En twee: deze roman bulkt zodanig van de spitante meningen, scherpe observaties en hilarische scènes dat het moeilijk is om niet te blíjven citeren.



Dat maakt van Los een van die heel zeldzame romans die je zonder aarzelen aan iedereen in je vriendenkring en familie kunt aanbevelen.


In Trouw heeft Rob Schouten het boek besproken. In feite gaat het in dit realistische boek om twee liefdes, die voor de vreemdeling en die voor de eigen volkse Vlaming, die op het eerste gezicht slecht vallen te rijmen, maar in de ietwat timide intellectueel die Naegels is, toch samenkomen. Daarmee brengt hij op aardige wijze het dilemma in kaart: hoe kun je het nieuwe begrijpen zonder het oude te verraden.

Oplossingen voor wat ook in Vlaanderen kennelijk dagelijkse kost is geworden, het probleem veilig en waardig te leven, draagt Naegels niet aan, maar hij beschrijft het allemaal ingeleefd en van twee kanten. Sympathiek, dat is geloof ik het woord voor dit boek.




Over de schrijver en zijn eerder gepubliceerde werk

Bron: website auteur

Tom Naegels (1975) schreef zijn eerste verhaal toen hij negen was. Riolen van Bagdad werd een met de hand geschreven en zelfgeïllustreerd verhaal over een negenjarige Irakese jongen met een onmogelijke naam, die in Bagdad in een rioolput valt, en in de onderaardse gewelven allerlei draken en waterslangen treft. Het verhaal eindigt hoopvol: de jongen wordt koning van de riolen van Bagdad.

Na een tiental vergelijkbare verhalen, debuteerde Naegels in 1997 met de verhalenbundel Het heelal in! (Manteau) Hij studeerde toen taalkunde aan de universiteit Antwerpen. Omdat hij vage plannen had om wetenschapper te worden, vertrok hij naar Londen om zich aan het University College London verder te specialiseren in de taalkunde. Tijdens zijn verblijf daar schreef hij zijn eerste roman, Meester Kader (Manteau). Hij zag er ook in dat wetenschap niets voor hem was.

In 1999 begon Naegels te werken als journalist bij De Nieuwe Gazet, de Antwerpse editie van Het Laatste Nieuws. Het eerste jaar coördineerde hij de cultuurpagina, daarna werd hij algemene reportageschrijver, gespecialiseerd in de langere, leuk geschreven, tong-in-wang reportage. “Ik ben de chef zotten-van-de-dag van de redactie. Alle weirdo’s met een project mag ik opbellen, interviewen, doen geloven dat we het echt belangwekkend vinden wat ze doen, en nee, dat we hen niet belachelijk zullen maken.” (Uit Los.) Twee jaar lang schreef Naegels de wekelijkse Zoo-krant. Maar hij volgde ook de Antwerpse politiek en samenleving, met een bijzondere interesse in multiculturele thema’s.

2003 betekende een keerpunt. Naegels nam afscheid van de journalistiek, en werd voltijds schrijver. Dat betekende dat hij veel boeken in opdracht schreef (op twee jaar tijd schreef hij tien opdrachtboeken), maar ook dat hij veel meer tijd kon wijden aan een nieuwe roman die, meer dan zijn vorige, dicht op zijn eigen huid zal zitten. Een roman over de dood van zijn grootvader, zijn relatie met een asielzoekster, zijn ervaringen als stadsjournalist.

Nog een keerpunt: op 27 februari 2003 verscheen Tom Naegels’ eerste column in De Standaard. Spijkerschrift verschijnt nog steeds elke week op zaterdag. Jaren eerder was Naegels kortstondig columnist voor Gazet van Antwerpen, Teek en De Morgen.

In maart 2005 verscheen de roman Los (Meulenhoff Manteau), waarin alle thema’s uit Naegels’ eerdere werk op een heldere, beklijvende en zeer persoonlijke wijze uitgewerkt worden. Los is het verhaal van Naegels’ grootvader. Hij ligt in het ziekenhuis om te revalideren van een chemokuur, die hem incontinent gemaakt heeft. Omdat hij het niet ziet zitten om de laatste jaren van zijn leven in een rusthuis door te brengen, in een rolstoel, met een pamper aan, vraagt hij om euthanasie. Wanneer die hem niet toegestaan wordt, stopt hij met eten en drinken. Tegen de achtergrond van die aftakeling ontwikkelt zich een verhaal over hoe gewone mensen omgaan met een veranderde en veranderende stad. Naegels vertelt over hoe zijn grootvader van idealistische socialist een bittere racist werd. Hij vertelt over zijn schrik, toen hij zelf, zestienjarige voorzitter van het Anti Macho Comité, zijn eerste allochtonen ontmoette. Hij vertelt hoe zijn oom Herman overspannen raakte door de vier tepels van Hassan. Hij vertelt over zijn eigen moeilijke relatie met de Pakistaanse asielzoekster Nadia, over zijn contacten met de Favoriete Romaboys in volkscafé Roma, en over zijn vertwijfeling als hij een korte opstoot van ‘etnische rellen’ in Borgerhout moet verslaan.

De Standaard schreef: “Los is een vlekkeloze prestatie, een aaneenschakeling van hoogtepunten. Het is een van die zeldzame romans die je zonder aarzelen aan iedereen in je vriendenkring en familie kunt aanbevelen.” Los won de Gerard Walschap literatuurprijs en was genomineerd voor de Libris literatuurprijs. De verfilming, geregisseerd door Jan Verheyen, lokte honderdduizend bezoekers naar de zalen.

Tom Naegels woont met zijn vrouw en zoon in Berchem, Antwerpen.

Andere romans

Beleg (2009)



Bijlage : Interview over “Los”in De Standaard

Tom Naegels vanaf het multiculturele front

In zijn columns becommentarieert schrijver Tom Naegels het wel en wee van de multiculturele samenleving in Antwerpen, 'Vlaanderens meest gesegregeerde stad'. Zelfs is hij ook niet zonder kleerscheuren uit de strijd gekomen, zo blijkt uit zijn nieuwste roman. ,,Mijn moeder een hoer? Beledigd worden en blijven glimlachen, dat is pas samenleven in respect.''

RECHT vanuit het hart van Antwerpen komt tot ons Los, de nieuwe roman van de De Standaard -columnist Tom Naegels - een boek over verbondenheid en verlies in de vaak verguisde multiculturele samenleving. Omdat het allemaal zoveel pijn doet, mag er ook gelachen worden. Dat gaat zo: ,,We rijden over de Turnhoutsebaan Borgerhout binnen. Ons hart gaat sneller kloppen. Borgerhout! Tot in Nederland weten ze wat dat betekent: somberheid, tastbare angst, vuil, dagelijkse relletjes tussen oude, verbitterde Vlamingen die hun gezellige gemeente hebben zien verkrotten, en de gespierde, jonge, balorige Noord-Afrikanen die in de krotten wonen. De wieg van het Vlaamse Blok! En daar rijden wij nu binnen!''



Naegels (29) is geboren en getogen in Borgerhout. Dat blijkt goed voor zijn prestige op feestjes. ,,Kinderen van Borgerhout hebben een street credibility waar die van Ice-T bij verbleekt'', schrijft hij. ,,Hoed u voor Tom Naegels en zijn posse .''



,,Dat is ironie, hé. Borgerhout staat wijd en zijd bekend als een symbool van de multiculturele samenleving die op springen staat, maar die reputatie is flink overroepen. Als buitenlandse televisieploegen er neerstrijken, zijn ze meestal nogal teleurgesteld: is dit nu Borgerokko ? En dan gaan ze krampachtig op zoek naar beelden en quotes die het getto-imago andermaal bevestigen. Terwijl veel van de incidenten die de media halen, niet eens in Borgerhout spelen, maar in aangrenzende achterstandswijken zoals de Seefhoek, Stuivenberg of de Dam. Maar ja, buitenstaanders zijn meestal zwaar onder de indruk als ze horen dat ik uit Borgerhout kom. De reactie is altijd dezelfde: half bewondering, half schrik.''



En vervolgens doe je er zelf nog een schepje bovenop. Pronken dat het een dagelijks gevecht om te overleven is. Dat je de taal van de straat moet kennen om in Borgerhout respect af te dwingen: ,,Maar zodra je hun respect hebt, dan ben je één van hen. Een makak uit het getto. De Vlaamse Eminem.''



,,Voor alle duidelijkheid: ik ben allesbehalve een held van het getto. Ik kom uit Borgerhout buiten de ring, een heel rustige, blanke buurt. Het getto heb ik pas als journalist leren kennen, want de meeste Antwerpenaars komen er nooit. En naar school ging ik op het Atheneum op de Mechelsesteenweg, de eliteschool waar Paul Jambers indertijd zijn geruchtmakende Millet-reportage draaide. Daar zaten zo goed als geen Marokkanen, in tegenstelling tot het Atheneum op de Rooseveltplaats, waar alle ethnieën van de wereld verzamelen. Op mijn school heb ik nooit één allochtoon in de klas gehad. Maar van de weeromstuit waren we zeer begaan met diversiteit, antiracisme en de multiculturele samenleving. Toen ik zestien was, stapte ik voor het eerst mee in een 'Hand in Hand'-betoging en we hadden zelfs officieel vrij gekregen van de school. Toen heb ik van dichtbij mijn eerste Marokkanen meegemaakt.''



En dat viel flink tegen.



,,Ik zag groepjes jongens die in de rand van de betoging keet schopten. Schaduwboksen, schijnkarate: typisch haantjesgedrag. En daar heb ik een hekel aan. Op school had ik zelfs een comité tegen machotypes opgericht. De genollen noemden we die. Ik was helemaal gewonnen voor de antiracistische zaak. En dat die jonge Marokkanen eersteklas genollen bleken, was een zware afknapper.''



Je komt uit een vrijzinnige, rode familie, hogere middenklasse.

,,Mijn moeder is schooldirectrice. En dan bots je op zo'n groepje jonge Marokkaanse haantjes die je bij wijze van kennismaking een beetje zitten te sarren. Je kent dat wel: 'Je moeder is een hoer.' Je kunt dan heel kwaad worden en dan wordt het knokken. Maar als je het geplaag met de glimlach doorstaat, ben je goedgekeurd. Het is zoals een leraar die voor het eerst voor een nieuwe klas staat: die wordt ook getest.''



,,Beledigd worden en blijven lachen, dat is pas samenleven in respect'', schrijf je niet zonder zelfspot. Maar niet iedereen heeft daar uiteraard zin in.

,,Ik begrijp dat. Het is niet omdat je antiracist bent, dat je contacten met allochtonen vanzelf gesmeerd lopen. Het blijft een grote cultuurschok. Net zoals voor de maoïstische studenten die in de jaren zestig naar de fabriek trokken. Een hoogopgeleide middenklasser wordt niet in één klap arbeider. Voor de linkse progressieven van mijn generatie waren de allochtonen de nieuwe 'verworpenen der aarde'. We wilden daarmee graag solidair zijn, maar niemand kende ze. En toen we hen een beetje leerden kennen, bleek dat er een hele wereld tussen hen lag.''



Je boek laat zien hoe goede bedoelingen hopeloos in het honderd lopen. Een ontmoeting met Russische asielzoekers eindigt in een felle ruzie tussen Tsjetsjenen en Russen.

,,Of er was die keer dat ik mijn opa naar een inburgeringscursus meenam. Opa was een socialist van de oude stempel die uiteindelijk verbitterd eindigde met te stemmen voor het Vlaams Blok. Hij begon daar met een preek dat je moet strijden voor je rechten. Keer dus allemaal terug naar je eigen land, zei hij tegen die asielzoekers, en vecht tot het daar even goed wordt als bij ons in België. Maar verwacht in geen geval dat je het hier allemaal cadeau krijgt. Ik wist niet waar ik moest kruipen. Opa was in de laatste jaren van zijn leven een echte ambrasmaker (lacht) .''



Het grootste debacle is je relatie met de Pakistaanse Nadia, die je op zo'n inburgeringscursus leert kennen. Jullie botsen om de haverklap. Nadia haalt bijvoorbeeld fel uit naar de Afrikanen die eindeloos palaveren en helemaal niets doen om vooruit te komen in het leven. Dat maakt jou als strijdend antiracist heel boos, want moeten 'de verworpenen der aarde' niet allemaal solidair zijn? Nadia heeft ook nog nooit gehoord over de holocaust.

,,Dat gaat dan nog om ernstige zaken, maar de meeste wrijvingen waren veel banaler. Ik herinner me hoe we een keer samen met vrienden naar het Eurosongfestival zaten te kijken en zij sloeg de bal totaal mis: zij nam het ernstig, terwijl dat voor ons uitlachtelevisie was. Gaandeweg begin je te beseffen hoe exclusief je eigen wereldje is. Links-progressieven mogen dan prat gaan op hun open geest, ook wij hebben onze codes en het zijn er niet weinig: hoe je je moet kleden, welke kranten je leest, welke muziek je goed vindt, om welke grappen je lacht en om welke niet.



Nadia begreep daar niets van, want ze was pas een jaar in België, en uiteindelijk is daar onze relatie over gestruikeld. Niet omdat we van mening verschilden over de scheiding van kerk en staat of de rol van vrouw, zoals Bart Somers meent, maar omdat ze Mickey Mouse niet kende . Het ging er niet om dat ze moslima was, met een Vlaamse Marina was de vervreemding allicht net zo groot geweest. Iedereen praat over sociale verbondenheid, maar uiteindelijk hebben mensen veel minder gemeen dan je als twintigjarige denkt. We leven allemaal op een eilandje, binnen een beperkte kring gelijkgezinden.''



Het antiracisme heeft soms veel weg van een godsdienst. Het racisme is een erfzonde die elke mens in zichzelf moet bestrijden. Dat valt niet mee. Als jij op televisie de opstootjes van Borgerhout na de moord op Mohammed Achrak ziet, ga je uit je dak. ,,Ik ben boos op alles en iedereen'', schrijf je. ,,Op mannen. Op machoculturen. Op volkeren uit het zuiden. Op jongens met te veel testosteron. Op moslims. Op Arabieren, het moeilijkste volk van deze tijd.''



,,Stomme makakken, zat ik te roepen. Terwijl ik hen net zo goed rotzakken had kunnen noemen. Het is me opgevallen hoe journalisten onder elkaar zonder probleem het jargon van de straat overnemen: bruin mannen voor allochtonen, zwartologen of makakkologen voor integratiewerkers. Ik dus ook. Toen ik de relletjes op tv zag, was ik meteen mijn hele cursus Racisme, Etniciteit en Intercultureel Samenleven vergeten. En mijn collega's waren blijkbaar net zo kwaad. Want de volgende dagen las je in de kranten alleen maar over de vernielingen op de Turnhoutsebaan.



Vier bladzijden, terwijl er godbetert zes winkelruiten waren ingegooid. En de moord op Achrak werd in een paar paragraafjes afgedaan. Ik ben toen ter plekke mijn geloof in de journalistiek kwijtgeraakt. In één klap werd de kloof tussen autochtonen en allochtonen driemaal zo groot: kijk hoeveel een doodgeschoten Marokkaan waard is. En de schandelijke taferelen die daarna in het parlement volgden. Abou Jahjah was niemand minder dan de Satan en de minister van Binnenlandse Zaken riep onder groot applaus: 'Als we geen wet hebben om de Arabisch-Europese Liga te verbieden, dan maken we er wel één.' Het was pure hysterie.''



In terugblik lijkt de hele heisa wel een eeuw geleden. Van Abou Jahjah, de Malcolm X van Antwerpen, is nauwelijks nog iets vernomen. En de tijdgeest lijkt volledig omgeslagen. De antiracisten zijn niet meer sexy. Nieuw Rechts beheerst nu de debatten: weg met het politiekcorrecte denken, de multiculturele samenleving is failliet.

,,Natuurlijk is de integratie mislukt. Je moet blind zijn om dat niet te zien. Kijk naar het aantal allochtonen zonder diploma en zonder baan: dat daalt niet, dat neemt nog toe. Maar dat is niet de schuld van het model van de multiculturele samenleving. Als je Nieuw Rechts vandaag bezig hoort, lijkt het wel of Tom Lanoye de voorbije tien jaar minister van Binnenlandse Zaken is geweest. Heb ik iets gemist? Multiculturele ideeën waren misschien populair in de media en de kunsten, maar in het politieke beleid waren ze nooit van tel. Daar ging het de hele tijd over 'monocultuur' en 'aanpassing aan onze waarden'. De waardestaat van Nieuw Rechts is allesbehalve nieuw, het is opgewarmde koek.''



Intussen bepalen ze toch maar de politieke agenda met thema's als de hoofddoeken, gedwongen huwelijken, homo's in de islam, een rem op familieherenigingen, enzovoort

. ,,De hoofddoek is een domme symbooldiscussie, maar gedwongen huwelijken en homodiscriminatie binnen de islam zijn heel belangrijke problemen. Maak daar werk van, denk ik dan, keur wetten goed. Maar gebruik die thema's niet om keer op keer de allochtonen met de schuld van het falende integratiebeleid op te zadelen, want zo kruipen ze alleen meer in hun schulp. Homo's in de islam en gedwongen huwelijken mogen zeker geen afleidingsmanoeuvre worden om niets meer te doen aan de fundamentele problemen van discriminatie: onderwijs, werk en huisvesting. Deze week bleek nog dat de helft van de Brusselse allochtonen bij het zoeken naar een baan met racisme te maken heeft. Een schokkend cijfer, want alle integratie begint met een baan.''



Daar zijn de multiculti's weer met hun politiekcorrect beleid dat al tien jaar bewijst dat het niets uithaalt, hoor ik Nieuw Rechts al roepen.

,,Dat is het probleem vandaag. Wie nog durft te beginnen over quota op de arbeidsmarkt, krijgt meteen de halve wereld tegen zich: en de gedwongen huwelijken dan? En de vrouwenbesnijdenissen? Voor alle duidelijkheid: ik ben tegen vrouwenbesnijdenis. Maar er is zoveel meer aan de hand. Waarom zijn de integratieproblemen in België nog altijd zo groot? Omdat er nooit een doortastend beleid is gevoerd dat de achterstelling van allochtonen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt aanpakt.



Maar dat wil Nieuw Rechts niet meer horen. Ze kiezen voluit voor het normen- en waardedebat: onze cultuur is superieur. Daarmee scoor je makkelijker bij de publieke opinie en het kost beduidend minder moeite en geld. Wij, Vlamingen, hoeven niets meer te doen. We kunnen er ons toe beperken de allochtonen de les te lezen: heb nu eindelijk eens een beetje respect voor jullie vrouwen.''



,,De voorbije jaren zijn we er in het integratiedebat handig in geslaagd alle schuld door te schuiven naar de allochtonen. In de politiekcorrecte tijd waren de allochtonen achtergesteld, maar je mocht niet met hen lachen. Vandaag hebben we het vrije waardedebat en de allochtonen zijn nog altijd achtergesteld, maar er is vooruitgang: wij mogen nu tenminste met hen lachen. Leve de vrije meningsuiting!''



De kreet van de dag luidt: weg met de integratie-industrie, allochtonen moeten zich individueel emanciperen. ,

,En voor een stuk ben ik het daarmee eens. Te veel gepamper leidt tot welvaartslethargie, mensen hebben prikkels nodig. Het volstaat niet op je kont te zitten wachten tot je als minderheid erkenning krijgt, intussen onafgebroken klagend hoe fel je wel achtergesteld wordt. Maar anderzijds mogen we ons ook niet blindstaren op die kleine groep allochtonen die op hun eentje een succes worden. Niet iedereen is Hafid Bouazza en ik vrees dat de meeste allochtonen sociaal niet weerbaar genoeg zijn om het te kunnen maken zonder enige collectieve ondersteuning. Mensen zijn ook groepsdieren, ze hebben verbondenheid nodig. Dat was waarom Nadia me uiteindelijk verliet. ,,Voor een nieuwkomer is er al zoveel vreemds in dit land'', zei ze. ,,Zeker bij mijn lief moet ik me kunnen thuis voelen.'' Multiculturalisten kicken op diversiteit, het vreemde, maar dat is allicht alleen een luxueuze afwijking. We spelen toerist in eigen land. Maar als de problemen komen, wil je terug naar huis.''



“Los” lijkt een typisch quarterlife crisis -boek: wat schiet er van onze overtuigingen en ambities over na de eerste confrontatie met de werkelijkheid? Niet zo heel veel, lijkt het.

,,Ik dacht dat de quarterlife crisis ging over hoe je tussen je 25 en je 30 je eerste grote liefde kwijtraakt (lacht) . Ik zie het overal rond me gebeuren en ik ben er zelf niet aan ontsnapt. Maar het klopt dat dit boek een beetje een levensbestek bij de nadering van dertig is. Ik ben mijn naïeve geloof in het heil van de multiculturele samenleving kwijtgeraakt, maar ik blijf een overtuigd antiracist. En ik ben na vijf jaar uit de journalistiek gestapt om weer echt te kunnen schrijven. Los is daarvan het resultaat. Tegelijk heb ik nog altijd een perskaart en blijf ik actief als columnist, omdat ik vind dat literatuur alleen interessant is als ze de vinger op de pols van de tijd houdt.''



,,Voel ik mij na mijn uittreding vrijer? Zeker wel. Al was het vooral keihard werken. Ik heb het voorbije jaar zomaar even acht boeken geschreven, meestal als ghostwriter: Witse, Aspe, Hoe?Zo! Het is het probleem van elke beginnende zelfstandige: je durft niet nee te zeggen, want er moet brood op de plank. Dit jaar kan ik het dus een beetje rustiger aan doen.''



De pakkendste passages in je boek gaan over de dood van bompa Bob. Hij is zo goed als doof en blind en na een bestraling wegens blaaskanker ook nog eens incontinent. Bompa wil sterven, maar de dokters weigeren hem euthanasie.

,,Het was een hele schok. Van huize uit zijn wij militante vrijzinnigen. Waardig sterven was van oudsher een geloofspunt en thuis werd er dan ook gejuicht toen dat eindelijk in een wet verankerd werd. Maar die wet slaat alleen op ondraaglijke fysieke pijn bij terminale patiënten. Ondraaglijk psychisch lijden is een veel moeilijker zaak. Bompa lag in een vrijzinnig ziekenhuis met vrijzinnige artsen, maar zelfs die vonden dat hij geen recht op euthanasie had. Depressie, doodswens, het gevoel tot in je ziel gekrenkt te zijn, door de aftakeling je eigen identiteit niet meer te kunnen beleven: dat maakt iedereen mee, vonden ze. En dus bleef Bompa geen andere keuze dan zichzelf dood te hongeren. En wij, zijn familie, moesten machteloos toekijken. Voor mij was het extra pijnlijk, want ik had hem altijd, ondanks zijn verzuring, als een voorbeeld gezien. De strijdende socialist: een man met een zaak. Dat wilde ik ook zijn.''



Heb je nooit overwogen het recht in eigen hand te nemen? Via het internet kun je aan zelfmoordpillen komen.

(geschokt) ,,Mijn eigen opa vergiftigen? Nee, daar heb ik nooit aan gedacht. Al voel je je bij zo'n sterfbed wel voor lul staan. Je zoekt naar betekenisvolle laatste woorden. En wat zei ik? 'Als ik u niet meer zie, stel het goed, he.' Het moet met grote voorsprong de lulligste afscheidsboodschap ooit zijn geweest. Van een schrijver mocht je toch iets beters verwachten.''








REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

B.

B.

nice

9 jaar geleden

T.

T.

Ik vindt dit een heel mooi boek , de film vindt ik net iets minder....

9 jaar geleden

M.

M.

kvind wa mega goe boek..
egt kapot lache xD
goeien auteur ;)

9 jaar geleden

A.

A.

Ik vond het een prachtig boek. ik snap alleen niet waarom mijn nederlands lerares hem bleef afkraken, ze zei dat het geen leuk boek was en dat ik beter een andere kon lezen. Blij dat ik niet heb geluisterd :)

8 jaar geleden

B.

B.

Wie is de omslagillustrator?

6 jaar geleden