Reacties op de examens, het laatste examennieuws, je voorlopige cijfer berekenen en de antwoorden.

 


Alles over de eindexamens Alles over het CSE


1. Gegevens over het boek.

Auteur : Els Beerten
Titel : Lopen voor je leven
Uitgever : Querido
Jaar uitgave : 2003
Genre : Probleemboek

2. Gegevens over de schrijver.

a. Andere boeken van Els Beerten
1987 - Scènes, jeugdroman
1987 - Twee kastelen, kinderboek
1988 - Een buik om in te kruipen, kinderboek
1989 - Een schat onder de vlag, kinderboek
1989 - Teranga, welkom, kinderboek
1989 - Mijn hoofd zit te vol
1990 - Mijn tweede solo
1992 - Wat een stomme meester
1993 - Kattestrontjes
1993 - Simon, jeugdroman
1994 - Voorbij de blauwe lucht, jeugdroman
1995 - Zoveel te zien, zoveel te horen, kinderboek
1998 - In het donker is het veilig, jeugdroman

Een aantal onderwerpen van door Els Beerten geschreven boeken:
Scènes - waarin ze vertelt over leerlingen van een toneelschool
In het donker is het veilig - gaat over ruziënde ouders en de grote gevolgen die dat heeft voor de kinderen. De twee broertjes voelen zich erg onveilig en kruipen weg in een kast. Daar maken ze hun eigen wereldje.
Simon - over een eenzame jongen die vriendschap sluit met de veel stoerdere Peter.
Haar boeken gaan in het algemeen over verhalen waarin de nadruk ligt op de ontwikkeling van de personages.

Prijzen:
- Kinder- en jeugdjuryprijs Limburg 1991(Mijn tweede solo)
- De gouden zoen 2004 (Lopen voor je leven)

Verfilming:
- Els Beerten heeft geen boeken die verfilmd zijn

b. Els Beerten persoonlijk.
Geboren: 27 maart 1959 te Hasselt (België)
Opleiding: studeerde Germaanse taal- en letterkunde(Leuven) en volgde daarna nog twee jaar de Toneelschool in Maastricht.
Werk: Werkt als lerares Nederlands en Engels aan een middelbare school in Aarschot.
Thuis: Getrouwd en heeft 3 kinderen.
Eerste Boek: Scènes (1987)
Bijzonderheden: Schreef samen met haar dochter “Zoveel te zien, zoveel te horen” (1995)

3. Gebeurtenissen

Het is 16 september 1977. Noor, een erg in zichzelf gekeerde en lieve meid, is achttien jaar en gaat de marathon lopen. Iedereen vindt achttien veel te jong om de marathon te lopen, maar Noor is koppig, een doorzetter en vooral een oertalent, zo snel als de wind. Ze zal 42,195 kilometer moeten lopen.
Wanneer Noor begint te rennen, schieten er flashbacks uit haar leven door haar hoofd. Tijden waarin ze nog kleiner was: toen ze voor het eerst ging rennen en ‘ontdekt’ werd. Toen Rosie haar allerliefste vriendin was en ze met diens broer Mattia wilde trouwen. Toen Rosie en zijzelf met Linda speelden, hun zwaarlijvige, maar toch aardige vriendin. Toen dat tragische ongeluk gebeurde, dat Noors leven sindsdien volledig op haar kop heeft gezet.
Als Noor steeds dichter bij de finish komt, krijgt ze het moeilijk. De leuke en soms minder leuke flashbacks uit haar leven lijken op een gegeven moment allemaal naar één punt toe te leiden: het tragische ongeluk met Linda. In de flashback van het ongeluk wordt beschreven hoe Noor en Rosie op een middag in hun boomhut elkaar aan het zoenen zijn, omdat zij willen ontdekken hoe dat nou echt gaat en voelt. Niemand mag het weten, maar Linda betrapt hen. De voorwaarde van Linda dat ze niets zal vertellen, is dat ze Linda’s spelletje moeten spelen: flauwvallen (bij ‘flauwvallen’ moest het ene kind het andere kind heel hard en lang zijn/haar middel vastpakken, totdat diegene flauwviel.) De meiden proberen het eerst met Rosie en vervolgens met Noor, maar het lukt bij beiden niet om echt flauw te vallen. Als Linda aan de beurt komt, lukt het echter wel. Ze valt écht flauw, maar door haar zwaarlijvigheid lukt het Noor niet om Linda op te vangen! Daardoor komt Linda met haar nek op een boomstam terecht, waarna er iets ernstig knakt en Linda komt te overlijden…
Terwijl Noor rent, komt dit verschrikkelijke trauma weer bovendrijven, maar ze gaat door en door: ze loopt voor haar oude trainer, Rosie, haar vriend Victor, haar ouders, maar vooral voor Linda. Ze loopt voor haar leven!

4. Persoonlijke beleving.

Ik vond het verhaal ontroerend, want Noor (de hoofdpersoon) beleefde zoveel dingen dat je echt met haar meeging leven, want hoe zij zich voelde dat gun je gewoon niemand.

Ik kon het meest met Noor meeleven. Toen ik het boek las herkende ik haar karakter, in mijn eigen karakter. Ik doe zelf ook veel van sport, als ik sport vergeet ik even alle nare dingen in mijn leven dat heeft Noor ook, daarom bleef ik ook doorlezen in het boek. Het is ook heel knap dat je als meisje van 18 jaar de marathon loopt, omdat je je daar toe gedwongen voelt door wat in je verleden is gebeurt.

5. Ruimte.

a. Plaatsen in het verhaal
De plaats waar het verhaal zich afspeelt is niet heel erg belangrijk het gaat meer over de gevoelens van de personages.

b. Weersomstandigheden in het verhaal
De weersomstandigheden zijn niet van belang, het gaat meer over de gevoelens en gebeurtenissen.

c. Doel beschrijving ruimte
Iets over het karakter van de personages duidelijk te maken.

6. Tijd

a. Begin en eind
Het verhaal begint bij het punt dat ze zich in wil schrijven voor de marathon, het verhaal eindigt bij de finish van de marathon.

b. Tijdlijn
Het verhaal wordt niet chronologisch verteld. Als Noor de marathon loopt denkt ze steeds terug aan gebeurtenissen in haar verleden.
Citaat blz. 93:
Het jaar dat ik tien was geworden. De hut werd het centrum van de wereld. In de hut waren we hoog boven de grond, viel het licht anders, was het bos met zijn geuren en geluiden zowel binnen als buiten.

c. Flashbacks
Er komen een heleboel flashbacks voor, maar die zitten ook niet op chronologische volgorde. Als Noor de marathon loopt denkt ze steeds terug aan gebeurtenissen in haar verleden, waarvoor ze eigenlijk de marathon loopt. Zie maar bij het citaat
van antwoord b.

d. Beschrijving details
Sommige gedeelten van het verhaal worden heel uitgebreid verteld, zoals bijvoorbeeld de dood van Linda, die wordt in elk detail verteld.

e. Doel van de tijd
Het doel van de tijd in dit verhaal is spanning op te wekken, want ze wachten heel lang voor dat ze de reden vertellen waarom Linda dood is gegaan en waarom Noor de marathon loopt.

7. Perspectief

Het boek is geschreven in het “ik-perspectief”.
In het boek wordt de spanning gecreëerd door de blijvende vraag wat er gebeurd is met Linda, die ineens weg is, en later kom je te weten dat ze dood is. Wat is er gebeurd, waar lopen Noor en Rosie van weg?

8. Verteller.

De flashbacks worden verteld door een vertellende ik. De verteller is een personage, ze kan vooruitlopen op de feiten omdat ze de afloop kent. Ze vertelt over gebeurtenissen die al voorbij zijn.
De marathon die ze loopt, wordt verteld door een belevend ik; de ik-verteller speelt in het verhaal een actieve rol, ze kent de afloop niet.
Het verhaal zit vol met flashbacks, dus op het moment dat ze een flashback aan het vertellen is vertelt ze achteraf, maar wanneer ze over de marathon vertelt is het wat er op dat moment gebeurt.

In het boek “Lopen voor je leven” is er sprake van een verborgen verteller, want er staat niet bij het begin van een hoofdstuk ik ga jullie vertellen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

L.

L.

In het boekverslag staat dat bij het flauwvallen, ze het eerst met Rosie proberen, en dan met Noor. Maar in mijn boek kon ik toch echt niet vinden dat ze dat eerst met Rosie gaan proberen. Volgens mij beginnen ze bij Noor, en lukt dat niet, en gaan ze zo door met Linda, voor wie het fataal is.

12 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

L.

L.

linda viel toch op een boomwortel toen ze dood ging toch niet op een boomstam?

12 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

J.

J.

ik heb van mijn lerares te horen dat het geen probleemboek is maar een psygische jeugdroman

11 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast