Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
1500 euro winnen met je pws of sectorwerkstuk?

Check de online masterclasses van het Rijksmuseum waarin experts hun kennis en tips delen, zodat jij tot een goed onderwerp komt. En wist je dat je mee kunt doen aan de Rijksmuseum Junior Fellowship wedstrijd? Je maakt dan met jouw pws of sectorwerkstuk kans op 1500 euro en een traineeship!

Laatste Zomernacht: De excursie van de eerstejaars studenten biologie loopt en einde. Er heerst een aparte sfeer, omdat iedereen zich bemoeit met de relatie van Ingeborg en George. Dit boek zou je kunnen karakteriseren als een variant van de geschiedenis van Romeo en Julia. Relatie tussen Ingeborg en George (blz. 5/16/17/25/26/40/78/ t/m 83) De poëzie dat er vaak in terug keert van Nijhoff: (blz. 22/60/61/65/79). George de hoofdpersoon is een beterweter, snel chagrijnig, maar van de andere kant is hij ook behulpzaam. Hij kan ook zeuren en volgens Marijke is hij gewoonweg bot. (blz.39). Het eigenlijke motieven in dit boek zijn Ingeborg en George (relatie), Vuurbuiken, Pont, en Nijhoff. Het boek draait om het niet kunnen vergeten van een oude liefde, maar deze ook niet terug willen. En opnieuw verliefd worden, maar die liefde verge-lijken met de vorige persoon. (BM)





II. Inhoud en vorm



1) Spanningsopbouw

Climax: opklimmende reeks, opklimming in kracht van op elkaar volgende uitdrukkingen of van de stem; hoogtepunt.



Blz. 5: Je weet alleen de naam van Anton en het andere personage alleen als ik–persoon. Je weet pas op blz. 22 dat zijn naam George is.

Blz 6 Je weet dat Anton vuurbuiken zoekt, Op blz. 33 heeft hij er gevangen en op blz 38 weet je dan dat het toch geen vuurbuiken zijn maar gewone padjes.

Blz. 5: relatie tussen George en Ingeborg is gedaan maar je weet geen reden en het duurt tot blz. 79 tot je weet wat er precies gebeurd is om die 2 uit elkaar te halen.

Blz 9: George en Anton zien een beweging, blz. 11 roept iemand, en op blz. 12 weet je dan dat het Jakob is.

Op blz.19 begint George te vertellen hoe Ingeborg en hij elkaar ontmoet en leren kennen had-den.dan vertelt hij weer over wat er gebeurt in het bos en dan begint hij weer over hetzelfde.

Op blz 21 komt iemand van de andere zijde van het pont. Op blz 22 weet je dat het Marijke is.



Op blz 29 vindt Jakob een vlinder en pas op p 30 weet je welke vlinder het is.

Op blz 32 vertelt George over Marijke die zijn rug insmeerde met zonnebrandolie, dat hij dat heel seksueel ervaren had en dan kom je te weten dat hij eigenlijk verliefd is op haar .(35)

Op p 48 komt Ingeborg binnen op de kamer van Anton waar alleen George nog is en op p 49 houden ze een wedstrijd met de padjes. Dan opeens aan het einde van blz. 51 wordt de deur opnieuw geopend en dan op blz. 52 weet je dat het Pieter is. En slaat hij George zonder reden.



2) Botanische begrippen

- Wilde Bloemen en planten



Kamperfoelie: ook wel haagkers, het plantengeslacht Lonicera (n. Adam Lonitz [gelatiniseerd tot Lonicerus], 16de-eeuws medicus te Marburg) uit de Kamperfoeliefamilie. Er zijn ca. 180 soorten, die voorkomen op het noordelijk halfrond, in de Andes en (heel weinig) in tropisch Azië.



Pijlkruid: de plantensoort Sagittaria sagittifolia uit de Waterweegbreefamilie. Deze in Noord-Amerika, Europa en Azië voorkomende plant wordt ook in Nederland en België algemeen aangetroffen in voedselrijk zoet water.



Zwanebloem: de plantensoort Butomus umbellatus uit de Zwanebloemfamilie. Het is de enige soort van het geslacht Butomus (v. Gr. bous = rund, tomos = snede; wegens de scherpgerande bladen). De plant is inheems in de gematigde gebieden van Europa, o.a. in Nederland (aldaar beschermd) en België, en in Azië. Deze 90–150 cm hoge waterplant heeft een wortelstok waarop de lancetvormige, op doorsnede driehoekige bladen staan.



Welriekende Nachtoris: naam die voorkomt in twee geslachten uit de Orchideeënfamilie. De welriekende nachtorchis (P. bifolia) komt ook in Nederland (vrij zeldzaam en aldaar beschermd) en

België in het wild voor: in rietland, vochtig loofbos en vochtige weiden en heiden. Het bloemdek is wit (juni, juli), de bloemen zijn zeer welriekend en worden o.a. gekenmerkt door de gave lip en de draadvormige spoor.



Kranswieren: Het geslacht Chara (v. Gr. charis = bekoorlijkheid) van de Groenwieren, klasse Charophyceae, met ca. 120 soorten over de gehele aarde in zoet (zelden brak) water verspreid. Zij zijn gevoelig voor hoge fosfaatgehalten in het water. In Nederland en België komt een 15-tal soorten voor.



Bron:

- Dieren



Vuurbuik: Vuursalamanders danken hun naam aan het gif dat door de vergrote gifklieren aan de zijkanten van hun kop wordt uitgescheiden, wanneer ze worden aangevallen door een roofdier of ruw worden behandeld. Het gif van de salamander heeft een vieze smaak.



Bosrietzanger: de vogelsoort Acrocephalus palustris, is 12,5 cm groot, heeft een sterk gevari-eerde en melodieuze zang, met veel nabootsingen, die wel wat lijkt op die van de spotvogel.



Avondroodpijlstaart: Pijlstaartvlinders of Pijlstaarten, de familie Sphingidae van de Vlinders. De rups van de olifantsvlinder of het avondrood (Deilephila elpenor) draagt drie paar oog-vlekken op het voorste deel van het abdomen. Bij verstoring trekt hij kop en borststuk in het abdomen en zet hij het gedeelte met de oogvlekken op.



Doodshoofdvlinder: De doodshoofdvlinder (Acherontia atropos) is een trekker die ieder jaar uit het mediterrane gebied naar Noordwest-Europa komt. De zeer grote doodshoofd-vlinder, zo genoemd naar de tekening op het borststuk, komt in onze streken jaarlijks in gering aantal uit Noord-Afrika aanvliegen en legt dan eieren op aardappelplanten. De reus-achtige rupsen kunnen zich hier nog wel verpoppen, maar de poppen overleven de winter niet. De doodshoofdvlinder verontrust bijen door pogingen in bijenkasten door te dringen.



Leeuwerik: de familie Alaudidae van de Zangvogels, met ca. 75 soorten, die vrijwel alle voorkomen in Afrika en Eurazië (in Amerika slechts één soort en in het Australische gebied slechts twee soorten). Het zijn vogels van open terreinen. Ze onderscheiden zich van de ande-re zangvogels doordat de achterkant van het loopbeen afgerond en geschubd is.



Bron:

3) Verklaring van de titel

Het is de laatste (zomer)nacht van de excursie.

Het is de laatste (zomer)nacht dat George de kans heeft om Ingeborg terug te winnen.



III. Stijl

Perspectief

Het is een ik-figuur, gezien vanuit de ogen van George. Soms wordt er wel iets verteld door de andere personen maar dat staat dan tussen aanhalingstekens.



Lyrisch: dichtsoort waarin de dichter zijn persoonlijke aandoeningen en stemmingen uitdrukt

Op blz. 6 verwijst hij naar een strofe van een Duitse dichteres: “Unke Kauert in Sumpf”.

Hij verwijst bvb. Op blz 23 naar de dichteres Nijhoff, die Awater geschreven heeft. Dan terug op blz. 60 wordt een gedicht van Nijhoff geciteerd: ‘Haar Laatste Brief’

Verwijt me niet dat ik lichtzinnig was…



Citatenboek

Of werk ze alleen maar veranderd, verdreven door een krachtiger, sprekender geur die van mijn gehele lichaam bezit leek te nemen zoals de tinteling van een orgasme op het hoogtepunt van de paring? ( p14)

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.