A) Het boek heet: Kortsluiting (Getipt door de Nederlandse Kinderjury + de jonge jury 1997)
De auteur is: Lieneke Dijkzeul
Het jaar van verschijning is: 1996
De uitgeverij is: Lemniscaat

B) De Inhoud
Wie is de hoofdpersoon en verandert hij in de loop van het verhaal?
De hoofdpersoon in dit verhaal is Daniël Bax. Hij is dun, klein voor z’n 14 jaar, heeft haflang donker haar dat ongelijk geknipt is, heeft een smal gezicht, met een kinderlijk korte bovenlip en uitstekende jukbeenderen. Zijn oogharen zijn lang, donker en krullend. Hij is erg kwetsbaar, opvliegerig en is agressief.
Hij vertrouwd niemand aan het begin van het verhaal, maar naarmate het verhaal vordert begint hij vertrouwen in Marja, Jesse en Pim te krijgen. Marieke vertrouwt hij nog niet omdat zij hem niet aardig vindt en dat ook duidelijk laat blijken.

Wat is het probleem van de hoofdpersoon en op welke manier wordt het opgelost?
Daniël denkt dat niemand van hem houdt en voelt zich erg in de steek gelaten door z’n moeder (zijn moeder drinkt en is verslaafd). Aan het eind van het verhaal realiseert Daniël zich dat Marja, Jesse, Pim en Marieke wel om hem geven en dat hij het verleden achter zich moet laten en door moet gaan met z’n nieuwe leven bij Marja, Jesse, Pim en Marieke. Dit is het hoofdprobleem.
Daniël heeft nog veel meer problemen zoals: het gaat niet goed op school, hij heeft veel ruzie met Marieke, hij heeft snel ruzie op school enz.

De andere personen in het boek zijn:

Marieke:
Ze is 14 jaar oud. Ze speelt heel graag gitaar.
Ze is heel bang dat ze haar vader en moeder kwijt zal raken (omdat Daniël bij haar in huis komt wonen) of dat ze meer van Daniël gaan houden dan van haar. Dat is heel goed merkbaar aan de manier waarop ze op Daniël reageert. Ze is nieuwsgierig maar ook bezitterig.

Pim:
Hij is de zoon van Marja en Jesse en het broertje van Marieke. Hij is 9 jaar en hoogbegaafd en is heel leergierig. Hij weet meer dan Daniël. Hij is een jongen die geeft om alles en iedereen.
Hij geeft zelf zijn geluksknikker aan Daniël als hij de eerste dag naar school gaat.

Jesse:
Hij is de vader van Pim en Marieke. Hij wil Daniël een kans geven om opnieuw te beginnen.

Marja:
Zij is de moeder van Pim en Marieke. Ze wil, net als Jesse, Daniël ook (net als Jesse) graag een kans geven om opnieuw te beginnen. Ze doet er ook alles aan om aardig maar wel redelijk te blijven tegenover Daniël. Ze is heel aardig en erg zorgzaam.

Rosy of Rozekke:
Zij is de echte moeder van Daniël en verslaafd aan drank en drugs. Ze speelt niet echt in het boek; alleen haar naam word vaak genoemd. Daniël schrijft brieven aan haar en stopt ze in een envelop omdat hij ze niet kan versturen. Die brieven die hij aan haar schrijft, in dat verhaal is zij zijn ‘perfecte’ moeder.

Floor:
Ze is een vriendin van Daniëlle en mist een stukje van haar voortanden, omdat ze als kind van de commode is gevallen. Ze spreekt de ‘s’ als een ‘f’ uit.

Daniëlle:
Zij botste tegen Daniël op in de gang en wees hem de weg door school. Ze is een vriendin van Floor.

Grad:
Een oude zestigjarige homofiele man die Daniël tegen kwam en hem een baantje aanbood om wat bij te verdienen. Hij is altijd alleen en vindt gezelschap wel gezellig. Hij vindt: voor wat hoort wat.

Mick:
De ex-vriend van Daniëls moeder. Hij runt een café. Hij is erg verrast als hij Daniël weer ziet. Hij had hem eerst niet eens herkend.

Gert Bovenkamp:
Dat is de conciërge van de school. Iedereen heeft de pest aan hem. Hij vindt het leuk om leerlingen in de pauze papiertjes te laten prikken. Hij was eerst een militair.

Job Swaanswijk:
Hij is de rector van de school. Een aardige man. Hij heeft medelijden met Daniël.

Juffrouw Dil:
Dat is de mentor van 1C. In die klas zit ook Daniël.
Ze geeft ook wiskunde.

Richard:
Dat is een vriend van Daniël. Hij is ook bevriend met Rob en Dennis. Hij rookt ook.

Dennis:
Ook een vriend van Daniël. Hij is dik, rookt en steelt. Hij hangt altijd ergens rond.

Rob:
Ook een vriend van hem en rookt ook. Marieke vindt hun alledrie maar macho’s.

En Lorre:
De kat van Jesse en Marja

Wat zijn de verhoudingen tussen de personen?
Jesse en Marja zijn de ouders van Marieke en Pim. Daniël is hun pleeg- zoon en broer. Rob, Dennis, Richard, Floor, Daniëlle en Daniël zijn vrienden. De rest is ‘gewoon’ bevriend met hen of ze mogen hem juist niet (zoals Gert Bovenkamp). Ook Grad mag Daniël niet omdat hij homo is.

De manier waarop je de personen leert kennen:
Daniël leer je goed van binnen kennen. Hij denkt veel over zijn gevoelens en schrijft daarvan ook veel aan zijn moeder Rozy (in die brieven is zij de perfecte moeder). Hij kan ze alleen niet versturen. Hij weet niet waar ze woont.
Jesse leer je kennen als een zorgzame vader die alles overheeft voor iedereen. Hij wil Daniël graag een nieuw huis geven en een nieuw leven laten beginnen. Marja is hetzelfde en maakt hem dingen duidelijk maar ze wordt niet boos. Ze is dan ook erg bezorgd als Daniël weg is.
Pim leer je niet goed kennen maar je merkt wel dat hij van zijn ouders heeft mee gekregen dat hij om iedereen geeft. Hij geeft zijn geluksknikker zelfs aan Daniël.
Marieke lijkt een “bitch” aan het begin van het verhaal. Ze heeft sowieso iets tegen hem omdat ze bijbelnamen haat en Daniël een bijbel naam is. Later in het verhaal kom je erachter dat ze ook heel bezorgd kan zijn. Als hij weg is, gaat zij op zoek naar hem omdat zij hem eigenlijk heeft weggejaagd.
De rest van de personen ken je eigenlijk alleen van de buitenkant.

In het verhaal is niet duidelijk in welke tijd het speelt maar ik denk rond deze tijd, want ze hebben computers en dat soort dingen; die problemen zie je ook vaak nu in deze tijd.
Het verhaal speelt zich hoofdzakelijk op school en thuis af.
In het boek duurt het verhaal ongeveer een half jaar.
In het boek staat eigenlijk niks vermeld over de tijd en hoelang het zich afspeelt. Daarom heb ik maar een beetje gegokt.

In het verhaal zijn ook flashbacks. Maar de meeste gebeurtenissen gebeuren op volgorde. Daarom is het verhaal goed te begrijpen. Als hij flashbacks krijgt heeft dat tot gevolg dat hij beter gaat nadenken en steeds meer de realiteit aan ziet.

De bedoeling van het verhaal is waarschijnlijk om te laten zien hoe het is als een jongen of meisje in tehuizen en pleeggezinnen moet zitten omdat haar of zijn moeder verslaafd is. Hoe alleen je dan bent en dat je altijd voor je zelf moet opkomen en voor jezelf moet zorgen.

De verhaalsoort is vriendschap, realiteit en ook wel psychologie.

De samenvatting:

Daniël Bax woont in een kindertehuis. Zijn moeder is verslaafd aan drank en kan hem dus niet opvoeden. Hij is al in verschillende pleeggezinnen opgenomen maar het lukte hem niet zich aan te passen aan de omstandigheden en hij vond zijn pleegouders vaak ook niet aardig. Na het zoveelste pleeggezin komt Daniël bij Jesse en Marja terecht. Hij is 14 jaar oud. Jesse en Marja hebben al 2 kinderen. Pim is 9 jaar oud en lijkt hoogbegaafd. Hij weet op z’n negenjarige leeftijd al meer dan Daniël, terwijl Daniël al 14 is. Marieke is het andere kind. Ze is 14 en haatte Daniël al sinds Jesse en Marja haar vertelde dat ze Daniël zouden adopteren en dat hij dan de zolderkamer zou krijgen. Dat is ook de reden dat Marieke hem haat. Zij had de zolderkamer graag willen hebben en eigenlijk hadden ze haar ook de zolderkamer beloofd!
Op zijn kamer schrijft Daniël brieven aan z’n moeder die hij waarschijnlijk nooit zal versturen omdat hij niet weet waar zijn moeder is. In de brieven, die een soort dagboek voor hem zijn, schrijft hij dingen waar hij met niemand over kan praten.
In zijn jeugd is Daniël vrijwel nooit naar school geweest, omdat zijn moeder toch niet op hem lette. Daarom wordt hij nu in de brugklas geplaatst van het Erasmus college. Hij vindt het erg moeilijk op school en begrijpt niks van de stof. Al snel krijgt Daniël ruzie met zijn lerares. Omdat hij de klas wordt uitgestuurd denkt hij dat hij van school af is getrapt. Daarom gaat hij zwerven op straat omdat hij denkt dat Marja dan boos wordt.
Een paar dagen later gaat hij weer naar school. De conciërge wil hem spreken. Omdat Daniël een tijdje niet naar school was geweest werd hij geschorst. Als hij dan daarna weer op school komt krijgt hij ruzie met Gert Bovenkamp en moet hij 2 pauzes het schoolplein vegen, maar als Daniël bezig is worden het aantal pauzes dat hij moet vegen steeds meer. Als de conciërge Daniël dan ook nog eens Danny (zo noemde zijn moeder Daniël altijd) noemt en hem in z’n nek pakt is voor Daniël de maat vol. Hij slaat wild om zich heen om los te komen, maar niks helpt. Uiteindelijk buigt Daniël z’n hoofd naar voren en bijt de conciërge, in de rug van z’n hand, zo hard, dat Daniël het bloed in z’n mond proeft. De conciërge schreeuwt het uit van de pijn. Daniël rent zo snel mogelijk naar huis. Omdat hij alles thuis vertelt mag hij een paar dagen later weer naar school. Zodra hij de klas binnenkomt wordt hij als een held ontvangen. Hij krijgt een eretitel en wordt voor het brugklasvoetbalelftal gevraagd.
Als Daniël op een dag thuiskomt ziet hij Marieke op z’n kamer in de brieven aan z’n moeder snuffelen. Hij wordt zo kwaad dat hij naar Marieke’s kamer rent en haar gitaar kapot slaat op de rand van haar bed. Daarna rent hij weer naar boven, pakt de spullen waarmee hij is gekomen, laat zijn nieuwe kleren achter en vertrekt. Marja en Jesse zijn heel kwaad op Marieke en gaan Daniël zoeken. Marieke voelt zich erg schuldig en gaat mee helpen om Daniël te zoeken. Ze vinden hem niet.
Als Marieke naar school gaat, ziet ze op de vuilnisbelt waar ze altijd langs komt een caravan staan. Daniël had daarover verteld. Ze loopt er naartoe en gaat naar binnen. Daar ziet ze Daniëls kleren liggen. Ook ziet ze een stuk karton en een pen. Ze pakt de pen en het stuk karton en schrijft op het karton; “ kom als je blieft terug, Daniël !”
Als Daniël terugkomt in de caravan ziet hij het karton. Hij pakt z’n spullen en loopt weg.
Daniël besluit te voet (hij heeft weinig geld) z’n moeder te zoeken. Na een tijdje lopen komt hij in een dorpje waar hij Grad tegenkomt. Die biedt Daniël werk aan om wat geld bij te verdienen. Daniël helpt Grad voor een middag. Als hij klaar is nodigt Grad hem uit om te blijven eten. Daniël heeft honger en gaat dus op Grad’s uitnodiging in. Grad biedt Daniël ook nog aan om te blijven slapen, maar als Grad steeds aan zijn voorhoofd komt krijgt Daniël door had Grad een homo is. Van homo’s moet hij niks hebben. Die avond slaapt Daniël in een schuur even buiten het dorp.
Als de twee vrouwen die in het huis naast de schuur wonen met de auto vertrekken klimt Daniël door het zolderraampje van het huis naar binnen. Eenmaal binnen gaat hij naar beneden en pakt wat te eten. Hij neemt ook wat eten mee naar de zolder, waar hij van plan is de nacht door te brengen. De tijd die Daniël in het huis doorbrengt wordt langer, want de dag nadat hij naar binnen was geklommen gaan de vrouwen niet weg. De dag dat hij opgesloten zat op de zolder was op een zondag. Maandag gaan de vrouwen wel weer weg. Daniël klimt zo snel mogelijk het huis weer uit en gaat verder met z’n reis.

Hij komt terecht in de stad waar hij vroeger met z’n moeder en haar vriend woonde. Die vriend had toen een café. Daniël besluit om naar dat café te gaan. Als hij daar komt ziet hij de vriend, die Mick heet, achter de bar staan. Mick vertelt hem dat z’n moeder naar het buitenland is verhuisd en dat hij geen idee heeft waar ze woont.
Daniël ziet in dat hij het verleden los moet laten en belt naar Marja en Jesse. Marja neemt de telefoon op en is dolgelukkig dat alles goed is met Daniël. Daniël vraagt of hij weer naar huis mag komen. Dat mag.

C) Mijn Mening
1) Ik vind het verhaal spannend want het is erg onvoorspelbaar. Daniël doet steeds andere dingen dan je verwacht. Het verhaal is ook werkelijk omdat je tegenwoordig zulke kinderen steeds meer ziet (wat niet hoort). En het zou je zelf kunnen overkomen.
Het is een makkelijk verhaal omdat er geen lange zinnen in staan en moeilijke woorden. Het is ook een gevoelig verhaal want alle emoties worden goed uitgelegd. Deze soorten verhalen vind ik meestal het mooist omdat ik me graag helemaal inleef in een boek.

2) Ik kies de situatie dat Daniël voor het eerst bij Marja en Jesse naar binnen gaat en Marieke hem stom aankijkt omdat ze hem niet mag. Hij heeft een bijbelse naam en Marieke is bang dat het gezin uit elkaar groeit.
Ik vind het een zielige situatie voor Daniël omdat Marieke hem meteen niet mag terwijl ze hem niet eens kent (eigenlijk is ze dan zelf zielig). Ik vind namelijk dat je de personen eerst moet kennen voordat je ze beoordeelt. Later doet ze wat aardiger tegen hem lijkt het, en dat denkt Daniël ook maar als ze dan Marieke in zijn brieven ziet lezen…
Je mag toch iemand niet omdat hij alleen een bijbelse naam heeft? Ze denkt eigenlijk dus gewoon alleen aan zichzelf!

D) informatie over de auteur

Lieneke Dijkzeul werd op 7 maart 1950 in Sneek geboren. Nu woont ze in Culemborg.
Bij het opgroeien van haar eerste dochter kreeg ze zin om te gaan schrijven. Haar eerste verhalen werden in bladen als Okki, Taptoe, Bobo en Donald Duck gepubliceerd. Daarna begon ze met het schrijven van kinderboeken. De boeken van Lieneke Dijkzeul zijn meestal realistisch en spannend.
Lieneke schrijft vooral boeken met problemen over een gezin zoals: financiële problemen, ruzies, echtscheidingen enz.
Haar hoofdpersonen hebben herkenbare problemen; ze zijn vaak eenzaam, er zijn thuis problemen en ze zijn op zoek naar contact en vriendschap. Door de avonturen die ze beleven vinden ze die vriendschap ook. Muziek en bejaarden spelen vaak een belangrijke rol. Naast boeken voor kinderen vanaf een jaar of 9 schreef Lieneke Dijkzeul een heleboel boeken voor beginnende lezers.

De boeken van Lieneke zijn vaak een detective- of een speurders verhaal. Daardoor blijven ze spannend en wil je als lezer graag doorlezen, omdat je de afloop van het verhaal wilt weten. De boeken gaan over veel verschillende onderwerpen maar toch komen er steeds bepaalde dingen terug. Zo speelt in al haar verhalen vriendschap een belangrijke rol. Soms zijn dat gewone vriendschappen maar soms ook hele speciale.
Eenzaamheid is ook een van de thema’s van Lieneke.
De reden waarom eenzaamheid steeds weer als thema in haar boeken opduikt, is dat Lieneke zegt dat ieder mens in zijn leven ooit op een bepaalde manier met eenzaamheid te maken krijgt. Dat heeft voor iedereen andere gevolgen.

Lieneke had als kleuter maar één wens: leren lezen, want dan hoefde je je nooit te vervelen. Toen ze kon lezen besloot ze dat ze later of een slagwerkster (een drummer in het vrouwelijk) of schrijfster wilde worden. Het laatste leek haar ook het gemakkelijkste. Je schreef gewoon op wat je dacht en voelde. In die periode schreef ze veel opstellen en hield uitgebreide dagboeken bij.
Maar ze kreeg werk als psychologisch assistente en secretaresse. En nu drumt ze nog steeds.
In 1988 begon ze met het publiceren van een aantal korte verhalen in jeugdbladen. Hou je taai! Was haar eerste boek.

Andere boeken die Lieneke Dijkzeul heeft geschreven:
1990 – Hou je taai!
1991 – De tweede viool Getipt door de Nederlandse Kinderjury 1992
1993 – Een muis met klauwen Getipt door de Nederlandse Kinderjury 1994
1994 – Een bezem in het fietsenrekVertaald in het Duits
1996 – Kortsluiting Getipt door de Nederlandse Kinderjury 1997
en door de Jonge Jury 1997
1997 – Bevroren tijd
2001 – Eiland in de wind

Lieneke heeft nog vele meer boeken geschreven maar dit zijn de bekendste.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

B.

B.

he ik heb een vraag: heb je toevallig ook achtergrondinformatie voor me van Lieneke Dijkzeul?
en het verslag is perfect!
groeten bastiaan

15 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast