Kort Amerikaans door Jan Wolkers

Beoordeling 7.7
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas vwo | 3367 woorden
  • 20 augustus 2006
  • 332 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.7
  • 332 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1962
Pagina's
171
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's
Verfilmd als

Boekcover Kort Amerikaans
Shadow

Een 19-jarige jongen is geobsedeerd door een litteken, dat hij in zijn jeugd door onachtzaamheid van zijn ouders heeft opgelopen. Het protestant-christelijke milieu waaruit hij afkomstig is, heeft een zwaar stempel op hem gedrukt, waarvan hij tevergeefs probeert los te komen. In het laatste jaar van de Duitse bezetting is hij weg van huis en doet wanhopige pogingen to…

Een 19-jarige jongen is geobsedeerd door een litteken, dat hij in zijn jeugd door onachtzaamheid van zijn ouders heeft opgelopen. Het protestant-christelijke milieu waaruit hij afk…

Een 19-jarige jongen is geobsedeerd door een litteken, dat hij in zijn jeugd door onachtzaamheid van zijn ouders heeft opgelopen. Het protestant-christelijke milieu waaruit hij afkomstig is, heeft een zwaar stempel op hem gedrukt, waarvan hij tevergeefs probeert los te komen. In het laatste jaar van de Duitse bezetting is hij weg van huis en doet wanhopige pogingen tot menselijk contact, hetgeen slechts resulteert in nog grotere eenzaamheid. Meesterlijke roman in een directe stijl, waarin Wolkers (1925-2007) op navrante en zeer eerlijke manier de onuitwisbare invloeden van het milieu beschrijft. 

Kort Amerikaans door Jan Wolkers
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Titelbeschrijving

Jan Wolkers, Kort Amerikaans
Uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam
1ste druk: oktober 1962
Gelezen druk: 40ste druk mei 1979

Samenvatting

De achttienjarige Erik van Poelgeest is in september 1944 ondergedoken voor de arbeidsdienst en woont op een zolderkamertje. Met zijn vriend Peter loopt hij in de Breestraat in Leiden. Ze bekijken een gewaagde bioscoopreclame. Erik gaat een postkantoor binnen en ontkomt zo aan een razzia, waarbij Peter wordt opgepakt.Als hij op weg naar zijn kamertje voorbij een teken- en schilderacademie loopt, besluit hij zich aan te melden als leerling. De kunstschilder Van Grouw neemt hem aan, hij zal er 's middags en 's avonds werken. 's Morgens werkt Erik op een soort atelier waar hij voor zijn patroon, jonkheer d'Ailleurs, lampenkappen beschildert met zeventiende-eeuwse zeeslagen. Behalve Erik werkt daar een blond joods meisje, de twintigjarige Elly. Zij is ondergedoken en woont bij de familie d'Ailleurs. De zestigjarige jonkheer vrijt stiekem met haar, als zijn vrouw slaapt en heeft ook op het atelier lichamelijk contact met haar, als Erik er niet is. Elly accepteert de toenadering omdat ze zich eenzaam voelt. De eerste tijd bemoeit Erik zich niet met haar, maar later geeft hij haar wat meer aandacht.
Als Erik de eerste keer de tekenacademie bezoekt om er te werken, is er niemand aanwezig en kan hij ongestoord het gebouw verkennen. Hij ontdekt een stilleven van De Spin, naast Erik de enige leerling van de academie, en ziet op de linkerslaap van de schedel een paarsbruine vlek.Dadelijk moet hij aan het grote litteken denken dat zich op zijn eigen linkerslaap bevindt.Daardoor heeft hij nerveuze spanningen en is hij veel gepest door vriendjes, broers en zusters:'Vooral als mijn haar pas geknipt was en het gedeelte van het litteken bloot kwam dat eronder verborgen was, zag je het erg. Kort Amerikaans model, godverdomme. En dat om een paar dubbeltjes uit te sparen.' Daarom haat hij zijn vader. Erik schrikt van de vlek op het stilleven: 'Ik verkeer in gevaar (...). De man die dit geschilderd heeft moet van mijn komst op de hoogte zijn geweest.'Als hij verder kijkt, ziet hij in een kast een antiek geweer. Hij gaat ermee voor de spiegel staan en fantaseert dat hij als een held bejubeld wordt. In een bergruimte op zolder ontdekt hij een gipsen tors van een Griekse Venus (de godin van de schoonheid en de liefde). Hij neemt haar als geliefde en bevredigt zich met haar: 'Ik hoef niet langer alleen te zijn (...). Eindelijk heb ik een vrouw gevonden voor wie ik mijn hoofd niet af hoef te wenden uit angst dat ze mijn geschonden gelaat zal zien (...).'Door het sleutelgat bekijkt Erik het atelier van Van Grouw. Deze betrapt hem, maar is zeer vriendelijk. Hij is gekleed in het officiersuniform van de W.A. en is net als De Spin lid van de N.S.B.

Erik haalt Ans, zijn rooms-katholieke vriendinnetje, op en neemt haar mee naar zijn kamertje. Uit de boekhandel waar zij werkt, pikt hij een boek over animisme mee. Omdat ze bang is Erik kwaad te maken, laat ze zich tot geslachtsgemeenschap verleiden. Al gauw daarna heeft ze er spijt van en biecht ze alles aan de pastoor. Deze verbiedt haar verdere omgang. Als ze dit de volgende keer aan Erik zegt, is hij woedend. 'Wat een trut is het eigenlijk dacht Erik. En ze is nog rooms ook. Maar ze laat zich tongzoenen door de pastoor, dat wel.' Erik zegt haar dat ze het om het litteken uitmaakt.
Op de academie maakt Erik kennis met De Spin, een vijfenveertigjarige, zonderlinge vrijgezel, die bij zijn doofstomme moeder in een klein huisje woont. Zijn kamer hangt vol flesjes aan touwtjes, die met elkaar verbonden zijn en niet beroerd mogen worden. Hij heeft een eigenaardige theorie over de zwaartekracht, samenhangend met het kleurenspel.
Elke dag komt Eriks moeder met de tram uit Oegstgeest om in een pannetje warm eten te brengen. Zo krijgt hij te horen hoe het met het ouderlijk gezin gaat. Op een dag vertelt ze hem bedroefd dat zijn broer Frans difterie heeft. Frans zit bij de ondergrondse, heeft meegedaan aan een overval op een distributiekantoor, is tijdens het onderduiken bij een gezin met difterie besmet geraakt en ligt in het academisch ziekenhuis. Aan De Spin vraagt Erik informatie over de ziekte. Deze praat met hem over de dood: 'Aan alle ziekten is iets te doen. Aan alle ziekten, behalve aan één: de ergste, de dood. Dat is een ziekte waar we allemaal door aangetast zijn, maar niemand loopt ermee naar de dokter. In iedere zaadcel zit een klein skeletje dat je bij een vrouw naar binnen schuift. Dat groeit en groeit en als het geboren wordt is de moeder nog blij ook. Ze hebben niet door dat ze met een doodgeboren kind zitten (...).' Wat later hoort Erik dat De Spin zijn hond vermoord heeft, omdat hij niet wilde praten. Later, als Erik weg is, pleegt De Spin zelfmoord: hij hangt zich op in het midden van zijn atelier. Erik bezoekt zijn broer in het ziekenhuis en is er, kijkend achter het glas, getuige van hoe hij sterft: met zijn gebalde rechtervuist omhoog geheven naar Erik. 'Hij heeft daarmee willen zeggen: "Wees sterk, hou je goed, met mij is alles in orde," denkt Erik.' Tijdens de begrafenis merkt Erik dat zijn streng calvinistische vader probeert de dood van zijn zoon te aanvaarden: 'Hij heeft tegen de verpleegster gezegd, dat hij naar de Here Jezus ging.' Erik denkt echter atheïstisch: 'Mijn ongeloof in God is mijn enige houvast aan hem.'
In het huis van d'Ailleurs bezoekt Erik Elly en brengt een nacht bij haar door. Tevergeefs laat Elly d'Ailleurs, die met haar wil slapen, aan de deur kloppen. Voordat Erik 's morgens het huis verlaat, gaat hij naar het toilet en trekt de deur open: 'In de seconde dat de deur open was zag hij d'Ailleurs zitten. Zijn pyjamabroek hing op zijn voeten, op zijn schoot lag een groot boek, opengeslagen. D'Ailleurs keek hem aan met ogen bol van onbegrip (...).' Het einde van de oorlog is in zicht, de geallieerden naderen. De Grouw is ondergedoken en heeft Erik het beheer van de academie overgedragen. In de kasten vindt Erik voor maanden eten. Hij vraagt Elly om bij hem op de academie te komen wonen. Ze weigert eerst, maar als d'Ailleurs is opgepakt en zij bij twee oude dames is ondergedoken en vlucht, zoekt ze hem toch op. Eriks behoefte aan een (levende) vrouw is echter verdwenen: hij bevredigt zich met de tors: 'Ze heeft te lang gewacht. Ik kan er misschien niet meer aan wennen om met een levend wezen om te gaan. (...) Maar het was misschien toch zo gegaan, want het zit diep in me. Er is niets aan te doen. Zodra ik iemand gevonden heb die iets voor me betekent gaat die dood. De Spin is ook dood.'Erik weigert Elly lichamelijk contact. Dan betrapt Elly hem tijdens een nacht, als hij zich weer met de tors bevredigt. Verontwaardigd en woedend gooit ze de tors aan stukken. 'Je bent een lafaard. Je bent bang voor het leven. (...) Die vlek op je kop is niet zo erg, maar je hebt een vlek hier, in je kop. Dààr ben je rot!' Erik knijpt daarop haar keel dicht.
Op de dag van de bevrijding luiden de klokken. Drie mannen in blauwe overalls verschijnen met een geweer: ze willen de academie, bekend als fascistenplaats, zuiveren. Erik denkt dat ze een spelletje spelen en loopt hen met een geweer tegemoet. 'Hij liep snel en stootte het geweer naar voren. Hij werd zich niet bewust, dat nu hij werkelijk bedreigd werd, hij zijn gezicht niet afwendde. Door de verbrijzelde ruit keek hij de man, die in elkaar dook en hem vanuit zijn heup volschoot met lood, recht in het gezicht.'

Analyse

Vertelsituatie
In ‘Kort Amerikaans’ is er sprake van een personele vertelsituatie. De hoofdpersoon wordt aangegeven met “hij”. Deze “hij” is dus Eric van Poelgeest. Je neemt het verhaal waar door de ogen van Eric, maar dan dus wel in de hijvorm. Je merkt bij het lezen niet dat er een verteller in het verhaal is.

Door dit perspectief kom je alleen achter de gedachten en gevoelens van de hoofdpersoon en niet achter het innerlijk van andere personen in het verhaal. Je weet alleen wat de andere personen doen of zeggen, omdat de hoofdpersoon hen ziet en hoort.
Het effect van deze vertelsituatie is dat ik nieuwsgierig wordt. Je ziet alles via Eric en je weet dus niet waarom de andere personen bepaalde dingen zeggen of bepaalde dingen doen; je weet hun beweegredenen niet. Dit zorgt ervoor dat je verder wilt lezen in het boek.

Spanning en Open plekken
Bij het boek ontstaat bij mij een open plek bij de titel: ‘Kort Amerikaans’. Ik wist namelijk nog niet wat ermee bedoeld werd. Een andere open plek ontstaat als Eric naar de zolder gaat.
Dan wordt er namelijk informatie achtergehouden. Er staat daar een kleine houten hut met een hangslot erop. Toen ik dat las kwamen er bij mij deze vragen op: Wat is daar? Waarom zit er een hangslot op de deur?
Ook ontstaan er bij mij vragen als Eric naar het huis van de Spin gaat en er een laken voor het raam gespannen is. Dan is het ook nog eens muisstil in huis en hoort Eric iets druppelen. Dan komen er vragen in mij op als: Waarom hangt er een laken voor het raam? Wil hij iets verbergen? Waarom is het zo stil? Wat druppelt er?
Door deze open plekken ontstaat er op sommige plaatsen spanning. Ik bleef dan ook echt in het verhaal zitten. Maar toch was het antwoord dat ik vond op de vraag wat er in die kleine hut was een beetje teleurstellend, want er was eigenlijk helemaal niets.
Het boek heeft een open einde. Het eindigt namelijk met het moment dat Leiden bevrijd wordt en een paar mannen naar de academie komen om te kijken of daar nog iemand zit. Eric pakt dan het geweer en stoot dat dor het raam en kijkt een van de mannen lachend aan. Dan ontstaan er bij mij nog wel enige vragen, namelijk: Zal Eric iemand doodschieten? Zal hijzelf doodgeschoten worden?

Tijd
‘Kort Amerikaans’ wordt in chronologische volgorde verteld. Af en toe komen er een paar herinneringen van Eric door het verhaal, maar dat zijn geen echte flashbacks. Je vindt in dit boek wel een vooruitwijzing. Bijvoorbeeld wanneer Eric naar het huis van de Spin gaat en er een laken voor het raam hangt. Het is heel stil in zijn huis en dan ineens hoort Eric druppels vallen. Op dat moment wist ik dat er iets gebeurd moest zijn; het schepte bij mij verwachtingen.
Het verhaal is continu, want er worden geen grote stukken tijd overgeslagen. Als je aan een volgend hoofdstuk begint, merk je wel dat het al een beetje verder is in de tijd. Maar dit is meestal maar een paar uur of een dag. Verder wordt er ook geen tijdsverdichting gebruikt.
De tijd die in het verhaal wordt beschreven is ongeveer een half jaar, namelijk van september 1944 tot de bevrijding in mei 1945. De verteltijd van dit boek is 196 bladzijden. De vertelde tijd is dus groter dan de verteltijd.

Ruimte
Het verhaal speelt zich voor het grootste gedeelte af in Leiden, namelijk op straat, zijn kamertje, de academie en bij d’Ailleurs. De ruimtes worden redelijk uitgebreid beschreven, vooral het leerlingenatelier op de schildersacademie.
De functie van de ruimtebeschrijvingen is om een sfeer op te roepen. Dat is ook zo wanneer Eric met de Spin mee gaat naar het huis van de Spin en ze boven komen in zijn kamer. De kamer wordt zo beschreven alsof het er een beetje griezelig uitziet en ook begint het op dat moment buiten te onweren. Dat geeft er helemaal een beetje griezelige sfeer aan.
De ruimtebeschrijvingen hebben ook nog een andere functie. De meeste kamers die beschreven worden zijn klein: de zolderkamer, de zolder op de academie, de kamer van de Spin. Dit is dan weer in relatie met de thematiek, namelijk dat Eric geïsoleerd is; hij is eenzaam. Ook kun je de academie, waar Eric later woont, koppelen aan het leven van Eric. De academie is namelijk stoffig, onverzorgd en ongeordend; dat slaat ook allemaal op zijn leven.

Personages
De hoofdpersoon in ‘Kort Amerikaans’ is Eric van Poelgeest. Hij is een round character en je leert zijn karakter in het verhaal goed kennen. Hij is 18 jaar en zit ondergedoken in Leiden om aan de arbeidsdienst te ontsnappen. Dat onderduiken stelt alleen niet zo heel veel voor.
Hij ziet er een beetje onverzorgd uit, omdat hij zijn haar lang heeft laten groeien. Dit doet hij echter om zijn litteken te verbergen. Hij zit namelijk erg met zijn litteken dat op zijn linkerslaap zit en hij al van jongs af aan heeft.
Hij maakt ook een ontwikkeling door in het verhaal; hij wordt namelijk steeds eenzamer en steeds meer op zichzelf.
De andere personen in het boek zijn flatcharacters en zal ik hieronder kort beschrijven:
o Peter; hij wordt opgepakt bij een razzia, als Eric postzegels koopt.
o Vader van Poelgeest; 55 jaar en nog steeds heel sterk.
o Moeder van Poelgeest; zij is heel zorgzaam en komt elke dag met de tram een pannetje eten brengen voor Eric.
o Bettie; oudste zus van Eric.
o Frans; broer van Eric, die op 22-jarige leeftijd sterft aan difterie.
o Van Grouw; de baas op de schildersacademie. Hij is een NSB’er en vlucht op een bepaald moment uit de academie, omdat de geallieerden dichterbij komen. Eric wordt dan de baas van de academie.
o Paul d’Ailleurs; baas van Eric. Eric schildert lampenkappen bij hem in het lampenkapatelier. Het is een beetje norse man van ongeveer 60 jaar. Hij probeert steeds Elly te verleiden en ook probeert hij steeds Eric en Elly te betrappen op het vrijen in het atelier.
o Ans; 17-jarige vriendin van Eric. Zij is een erg gelovig meisje dat nog echt een moederskindje is. Zij wordt door Eric verkracht waarna de relatie met hem over is.
o Elly; 20- jarig blond joods meisje, dat ondergedoken zit bij d’Ailleurs. Ze krijgt op een gegeven moment een relatie met Eric en trekt bij hem in op de schildersacademie. Zij wordt gewurgd door Eric, omdat ze hem verwijt dat hij bang is voor het leven.
o Kees de Spin; een man die ook schildert op de academie. Het is een eenzame man die nog bij zijn moeder woont. Hij heeft een aantal vreemde theorieën en heeft zijn hond vermoord omdat deze niet kon praten. Hij is net als van Grouw een NSB’er. Op een gegeven moment hangt hij zichzelf op.

Structuur
Het boek bestaat uit 21 genummerde hoofdstukken en deze hoofdstukken zijn allemaal vanuit hetzelfde perspectief geschreven. In het boek is er een duidelijke samenhang van gebeurtenissen. In bijna elk hoofdstuk gaat er wel iemand dood of verdwijnt er iemand (zoals Peter). Ook is er maar 1 verhaallijn, waardoor je niet verward wordt door andere gebeurtenissen.
Het verhaal begint middenin de gebeurtenissen. Eric en Peter lopen over straat en kijken naar een affiche bij de bioscoop. Eric is op dat moment al ondergedoken voor de arbeidsdienst en je weet nog helemaal niets over hem en de andere personen. Het boek is dus in medias res.
Het boek begint dus dat Eric en Peter op straat staan, maar het boek eindigt ermee dat Eric beschoten wordt op de schildersacademie. Het boek heeft hierdoor dus geen cyclische opbouw.

Thematiek en Motieven
Het thema in ‘Kort Amerikaans’ is eenzaamheid en isolement. Dat toont ook weer een verband met de titel. Vroeger moest hij namelijk om geld uit te sparen zijn haar laten knippen in een bepaald kort model, namelijk het zogenaamde kort Amerikaanse kapsel. Als zij haar weer zo heel kort was geknipt was zijn litteken weer heel goed zichtbaar. Hij werd gepest met zijn litteken en heeft hierdoor helemaal geen vrienden. Zo raakt hij steeds verder in isolement.
Het litteken is dus de oorzaak van zijn isolement.
De verhaallaag: Het is middenin de Tweede Wereldoorlog. Een 18-jarige jongen zit ondergedoken in Leiden voor de arbeidsdienst. Hij werkt als schilder van lampenkappen en schildert op een schildersacademie. Om hem heen gaan er een aantal mensen dood en hij probeert aan de eenzaamheid te ontkomen. Als Leiden wordt bevrijd, wordt hij neergeschoten.
De betekenislaag: Overal om Eric heen gaan er mensen dood; Frans, de Spin, Elly. Hij probeert te ontkomen aan de dood, maar dit lukt hem niet, want hij wordt neergeschoten met de bevrijding. Niemand kan dus aan de dood ontkomen.

Motto: “There is no trap so deadly as the trap you set for yourself”.Dit is een citaat van Raymond Chandler. Dat was een Amerikaans schrijver van detectives en misdaadromans.
Het citaat is zeker op Eric van toepassing. Hij heeft zijn dood aan zijn eigen schuld te wijten, want de val waar hij uiteindelijk inloopt, is door zichzelf uitgezet.

Motieven:
Het literaire motief in ‘Kort Amerikaans’ is de dood. Door het hele verhaal heen gaan er mensen dood aan wie Eric zich hechtte. Hij voert de hele tijd een strijd tegen de dood, maar daar kan hij niet aan ontkomen. Dit loopt als een leidraad door het boek.

Het verhaalmotief in het boek is zijn isolement. Steeds keert weer terug hoe erg hij vereenzaamd is. Dat merk je ook, wanneer Elly bij hem intrekt; hij weet niet of hij nog wel met een levende vrouw kan samenleven, omdat hij zo lang alleen is geweest. Zo zie je hoe hij helemaal in zichzelf keert.
Er zijn een aantal leidmotieven te vinden in het boek. Ik zal ze hieronder noemen en er een korte verklaring bij geven:
Het litteken; het litteken dat hij al heeft sinds hij een baby was staat symbool voor zijn eenzaamheid. Hij is door zijn litteken jarenlang gepest en was hierdoor heel eenzaam. Ook steeds als hij iemand die nieuw is voor hem ontmoet, denkt hij gelijk dat ze hem afstotelijk vinden door zijn litteken, waardoor hij steeds verder vereenzaamd.
Het waterpaard op de postzegel; het waterpaard wordt in het boek als symbool voor de dood gebruikt. Terwijl hij de postzegels koopt wordt zijn beste vriend opgepakt bij een razzia. Daarna gaan er nog meer mensen dood aan wie Eric gehecht was, namelijk Frans, de Spin, Elly. Ook zegt van Grouw, als de postzegels uit Eric zijn tekenmap vallen, dat het waterpaard een Germaans symbool is en dat het vreemde wezen vroeger de mensen hun dood scheen aan te zeggen.
Godsdienst; Eric is van huis uit streng gelovig opgevoed, namelijk gereformeerd. Nu hij echter op zichzelf woont, heeft hij het geloof laten varen. Toch zoekt hij het geloof op via andere wegen, namelijk via de liefde. Ans is rooms-katholiek en Elly is van geloof Joods.
Ook vraagt zijn vader steeds aan hem ‘hoe het nu tussen hem en God zit’. Het geloof keert ook weer terug bij de dood van zijn broer. Hij zegt tegen zijn ouders dat hij gezien heeft dat Frans met de Bijbel in zijn handen gestorven is, terwijl dat helemaal niet zo geweest is.
Ook worden er een aantal bijbelcitaten of bijbelse verwijzingen genoemd, bijvoorbeeld:
- ‘Als je ooit nog eens een vrouw krijgt mag ze wel Jobs geduld en Salomo`s wijsheid hebben.’
- ‘Als Christus onbevlekt ontvangen is, is Maria bij zijn geboorte door hem ontmaagd’.
Seksualiteit; Eric probeert om zijn eenzaamheid te verdrijven met seks. Hij heeft dus geen seks uit liefde. Want door van het seksuele te genieten kan men de vergankelijkheid ervaren. Eric is bang voor de vergankelijkheid en geniet er dus niet van.
Hij verkracht zijn vriendin Ans (bij gebrek aan beter) en gaat ook met Elly naar bed. In het atelier doet hij het met een torso (!). Dit geeft ook weer aan dat hij bang is voor levende dingen, want het torso heeft tenminste geen commentaar op hem. Het kan immers niet praten.
Pannetje met eten; Het pannetje met eten beeldt gebondenheid uit, die Eric nog heeft met zijn ouders. Ook beeldt het uit, dat ondanks Eric op eigen benen staat, zijn moeder hem nog niet wil laten gaan.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

You saved my life !

11 jaar geleden

L.

L.

Je hebt me leven gered, morgen nederlands mondeling geen tijd om het boek nog te lezen.

11 jaar geleden

K.

K.

Heel mooi allemaal maar Erik schrijf je in dit verhaal met een ''c'', niet met een ''k''.

10 jaar geleden

J.

J.

Koekje, je bedoeling is goed, maar je zegt dat het een C moet en niet met een K, terwijl je het zelf ook met een K doet en volgens mij ook bedoelt dat het met een K moet, want in dit boekverslag staat het met een C en daar lever je commentaar op.

9 jaar geleden

C.

C.

nu kan ik verslag maken

9 jaar geleden

I.

I.

Je bent een held!

8 jaar geleden

P.

P.

Eric wordt in het boek inderdaad geschreven met een C

6 jaar geleden

Andere verslagen van "Kort Amerikaans door Jan Wolkers"