Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... de coronacrisis heeft een grote impact op jongeren. Wij zijn benieuwd hoe jij ermee omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫

Doe mee


ADVERTENTIE
1500 euro winnen met je pws of sectorwerkstuk?

Check de online masterclasses van het Rijksmuseum waarin experts hun kennis en tips delen, zodat jij tot een goed onderwerp komt. En wist je dat je mee kunt doen aan de Rijksmuseum Junior Fellowship wedstrijd? Je maakt dan met jouw pws of sectorwerkstuk kans op 1500 euro en een traineeship!

1. Beschrijvingsopdracht

Titel: Kort Amerikaans

Auteur: Jan Wolkers

Uitgever: Meulenhoff, Amsterdam

Jaar: 1994, 45e druk (1e druk: 1962)



Motivatie van je boekkeuze:

Ik ben in de bibliotheek direct naar de afdeling literatuur gelopen, daar zag ik heel veel onbekende schrijvers staan. Maar er stond een lange rij van Jan Wolkers, die nam kwam me bekend voor dus het eerste het beste boek dat ik pakt was van Jan Wolkers en heette Kort Amerikaans.



Korte samenvatting van de inhoud:

Het verhaal speelt zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog. Erik Van Poelgeest is 18 jaar oud en woont op een klein kamertje ergens in Leiden, waar hij ondergedoken leeft voor de arbeidsdienst. Hij houdt erg van schilderen, daarom werkt hij bij jonkheer D'Ailleurs, waar hij lampenkappen beschildert. Er werkt ook een ondergedoken joods meisje, Elly.



Op een dag wordt zijn vriend Peter opgepakt bij een razzia, waarbij Erik zelf nog net kan ontsnappen. Erik hoopt dat zijn vriend toch uit de handen van de Duitsers is kunnen glippen en gaat kijken op de teken- en schilderacademie of hij hem daar toevallig niet kan vinden. Er is geen enkel spoor van Peter, maar Erik vindt de academie heel interessant en besluit er zich in te schrijven.

Erik heeft ook een vriendin, Ans, maar ze is roomskatholiek en de priester waar ze gaat biechten probeert Ans over te halen de relatie met Erik te verbreken. Uit woede verkracht Erik haar en wil niets meer van dat "moederskindje" weten. Uit pure eenzaamheid en wanhopigheid (omdat hij een groot litteken op zijn slaap heeft en hij denkt dat alle meisjes alleen maar op die grote vlek letten) vrijt hij dan maar met een tors van de godin Venus, dat zich op de schilderacademie bevindt. Enkele dagen later maakt hij kennis met een andere leerling van de academie, (Kees) De Spin. Hij is, net zoals de eigenaar van de academie, Van Grouw, een NSB-er.

De Spin is een zeer eigenaardige man met heel eigenaardige gedachten; zo denkt hij bijvoorbeeld dat niet de aantrekkingskracht van de aarde, maar de kleuren ervoor zorgen dat de dingen op hun plaats blijven. Hij heeft ook een hond gehad waarvan hij erg veel hield, maar die heeft hij doodgeknepen omdat die niet wou praten…

Enkele dagen later krijgt Erik te horen van zijn moeder, die met zijn vader en zijn zus in Oegstgeest leeft en hem dagelijks een pannetje eten komt brengen, dat zijn oudere broer, Frans, difterie heeft gekregen en op sterven ligt. Erik besluit hem te gaan bezoeken in het ziekenhuis en Frans sterft waar Erik bij is. Maar net voor Frans stierf, heeft hij nog zijn gebalde vuist naar Erik opgestoken, waarmee hij bedoelde dat Erik sterk moet zijn, nooit de moed op moet geven. Dit teken ontroert hem erg en hij zal dat moment dan ook nooit meer vergeten. Thuis is iedereen natuurlijk diep bedroefd dus besluit hij er weg te gaan en Elly op te zoeken. Hij vrijt een hele nacht met haar en de volgende morgen ziet hij D'Ailleurs op het toilet zitten, met zijn broek naar beneden en een prentenboek open op de bladzijde met het schilderij "de geboorte van Venus". Door dit voorval zal Erik ontslagen worden.

Erik besluit De Spin nog eens te bezoeken, maar als hij er aankomt ziet hij zijn lichaam opgehangen aan een touw, hij heeft dus zelfmoord gepleegd. Erg de kluts kwijt gaat Erik terug naar de academie. Daar treft hij Van Grouw aan, bezig enkele spullen in te pakken. Hij vertelt dat hij zal vluchten omdat de Amerikanen te dicht bij komen. Hij vraagt Erik om in de academie te komen wonen en er zorg voor te dragen. Erik aanvaardt het voorstel en stelt zelf voor aan Elly om bij hem te komen wonen. Aanvankelijk wil ze niet, maar enkele weken later, als D'Ailleurs opgepakt is, vlucht ze naar de academie om er bij Erik te komen onderduiken. 's Avonds in bed vertelt Erik haar hoe hij aan het paarsachtige litteken komt (toen hij klein was heeft hij heet lood van een theepot over zijn slaap heen gekregen) en dat het stomme litteken al zijn hele leven heeft verpest.

De daaropvolgende morgen, als Elly nog slaapt, vrijt Erik weer met de gipsen tors. Maar Elly betrapt hem, wordt verschrikkelijk kwaad en gooit van woede de tors stuk. Erik verliest alle redelijkheid en wurgt haar.



Een tijd later hoort hij buiten opeens radio's schetteren en een fanfare tussen de huizen door trekken: de oorlog is voorbij, de Amerikanen hebben de stad bevrijd.

Erik wil naar buiten gaan, maar ziet dan opeens beneden voor zijn deur drie soldaten staan. Hij denkt dat hij verraden is en dat hij alsnog opgepakt of vermoord zal worden. Hij pakt snel een antiek geweer dat in zijn buurt lag en mikt op de soldaten die naar boven komen, maar op het moment dat hij wil schieten, schiet een van de soldaten en Erik valt dood neer…



Uitgewerkte persoonlijke reactie:

Mijn eerste reactie was eigenlijk dat ik het een onbegrijpend boeiend boek vond, er gebeurden steeds onbegrijpelijke dingen, ik heb een voorbeeld uit de samenvatting hierboven schuin gedrukt. Hieronder zijn 5 verhaalaspecten uitgewerkt:



1. Onderwerp

Het onderwerp van de tekst, samengevat in een paar woorden, is eenzaamheid, dood en verderf.

Ik vind het onderwerp wel boeiend, maar als ik alleen dit onderwerp gezien had, zou ik dit boek niet gekozen hebben. Maar toch viel het boek me niet tegen, er gebeurden veel dingen die ik van tevoren niet zag aankomen. Dit maakte het boek spannend en onvoorspelbaar.

Vooraf had ik eigenlijk geen specifieke verwachtingen, wel had ik verwacht dat dit boek over Amerika ging, aan de hand van de titel. Toen ik de achterkant van het boek las bleek het echter over de Tweede Wereldoorlog te gaan.

Op de ene manier vind ik alles in het boek een beetje overdreven, zoals het geschreven is gaat het net buiten mijn belevingswereld. De manier van handelen en de manier van met elkaar omgaan vind ik niet normaal.

Ik vind wel dat er wat diepgang inzit, ik denk dat hij met de personen in het boek groepen mensen bedoeld, en ze daarmee ook waarschuwt hoe het met ze kan aflopen. Daarmee denk ik dat de schrijver het dus vrij goed heeft uitgewerkt.

"Een bepaalde visie" vind ik een beetje te ver gaan, de schrijver heeft gewoon alles opgeschreven zoals hij het beleefd heeft en daar wat bij gefantaseerd. Hij heeft denk ik wel een bepaalde visie, maar deze komt in het boek niet duidelijk naar voren.

Ik heb wel eerder boeken gelezen over WO ll maar dit ging eigenlijk alleen maar over overvallen en het verzet. In dit boek krijg je een hele andere kijk op de oorlog. Ik vond het niet beter als de andere boeken, maar ook zeker niet minder. Anders is een prima woord om aan te geven wat ik bedoel: het is niet te vergelijken.



2. Gebeurtenissen

Ik vind het belangrijk wanneer er mensen dood gaan, zoals Peter, Frans en De Spin. Deze gebeurtenissen op zich worden niet beschreven, maar dat is ook niet belangrijk. De gevolgen zijn boeiender voor de lezer: bijvoorbeeld hoe Erik hier mee om gaat.



3. Personages

De hoofdpersoon, Erik is zeker geen held. Maar hij weet zich wel door allerlei tegenslagen heen te slaan. Dit vind ik op zich wel knap, hij is nog maar 18 jaar en maakt de moeilijkste dingen mee.

Je leert hem wel vrij goed kennen, je weet aan het eind van het boek wel zo ongeveer van: hij gaat zo en zo reageren. Dit is wel belangrijk voor een boek, en dat maakt het denk ik ook boeiend.

De personages zijn wel levensecht, maar wel zwaar overdreven (zoals ik al eerder vermeld heb). Wat dat betreft betwijfel ik of er echt zulke mensen zijn als in het boek.

Ik laat me zeker niet beïnvloeden door de personages in dit boek, de personages denken totaal anders dan de mensen in de 21e eeuw.

Ik kan me aan de ene kant wel inleven in de rol van bepaalde personen. Het is oorlog, en het zijn de jaren '40. Dan reageert iedereen anders en denken de mensen ook anders. Aan de andere kant denk ik ook wel dat ik waarschijnlijk toch wat anders had gedaan als ik bijvoorbeeld Erik was.

Volgens mij is er geen een persoon echt sympathiek te noemen in het boek. Als er al een sympathiek zou zijn, is dat Ans. Zij is een braaf meisje die niks verkeerd doet.

Ik keur het gedrag van Erik niet altijd goed, maar ik kan het ook zeker niet fout keuren. Je doet dingen in oorlogstijd nou eenmaal anders dan dat je die normaal zou doen.

Voor de andere personages geldt hetzelfde als voor Eric.

Over de beslissingen van de personages kan ik zeggen dat ik ze niet altijd goedkeur: ik vind het een slechte beslissing van De Spin dat hij zich aangesloten heeft bij de NSB, alleen maar om uit zijn eenzaamheid te komen. Maar andere vind ik dan wel weer ok: ik vind het goed van Eric dat hij besloten heeft onder te duiken om zich niet te laten onderdrukken door de Duitsers.

Ik zou niet weten wat ik in bepaalde situaties gedaan zou hebben, het is, zoals ik al eerder gezegd heb, oorlogstijd, en dan handel je dingen toch anders af dan normaal denk ik.

Nee juist onvoorspelbaar, maar hoe verder je komt des te meer je kunt voorspellen. Je leert de personages steeds beter kennen. Dit vind ik juist wel prettig.



4. Opbouw

Ik vind het verhaal best wel ingewikkeld van opbouw, je valt als het ware in een keer in het verhaal. Maar hoe verder je komt, worden je meer zaken duidelijk en begrijp je de opbouw ook.

Ik vond het over het algemeen niet een heel erg spannend verhaal; er waren we een paar fragmenten die dat wel waren. Bijvoorbeeld dat Peter wordt opgepakt terwijl Eric toevallig in het postkantoor staat.

Er zitten eigenlijk weinig flashbacks in maar de terugwijzingen die erin zitten zijn wel belangrijk om te kunnen begrijpen waarom iemand zo handelt.

De opbouw van de tekst past wel bij het onderwerp, niet meer flashbacks dan nodig zijn.

In het boek zie je eigenlijk alles vanuit de ogen van Eric, dit vind ik wel een geslaagde manier want zo kom je het meeste over een persoon te weten.

Op het einde blijf je wel met een aantal vragen zitten; waarvoor gebeurde dat nou zo? Of: hoe loopt het af met die en die? Dat kom je nooit te weten, dat is wel jammer maar dat heb je wel vaker met boeken.

Het boek begon me na een stuk of 20 bladzijden te boeien. Vanaf toen begon ik door te krijgen wie iedereen was en in wat voor situatie ze zaten.



5. Taalgebruik

Over het taalgebruik kan ik kort wezen: het is allemaal makkelijk te begrijpen.

Ook de verhouding tussen dialoog en beschrijvingen vind ik prima: in de dialoog word veel duidelijk, en mocht dat niet zo zijn dan staat er altijd nog een extra beschrijving bij.

De tekst leverde ook geen problemen op met betrekking tot ingewikkelde beeldspraak, ik kon alles goed begrijpen.

Ook het taalgebruik past goed bij de personages en onderwerpen, ik zou niet weten hoe je het taalgebruik in dit boek zou kunnen veranderen.

Er zijn me eigenlijk geen bijzonderheden of eigenaardigheden opgevallen in het boek.



2. Verdiepingsopdracht



Welke verwachtingen had je voor je het boek ging lezen?

Ik had niet zoveel verwachtingen van het boek, ik had wel eens van de naam "Jan Wolkers" gehoord, en dit boek leek me wel leuk, omdat het zich in de Tweede Wereldoorlog afspeelde. Hieruit heb ik afgeleid dat er wel een aantal spannende dingen zouden gebeuren, zoals razzia's en executies enzo.



Welke verwachtingen zijn wel en welke zijn niet uitgekomen?

Ik verwachtte dat het wel spannend was, er gebeurden heel onvoorspelbare dingen, er werden mensen neergeknald en gearresteerd. Dit had ik wel verwacht, maar niet op de manier zoals het werd weergegeven in het boek. Het heeft een andere kijk op de gebeurtenissen dan de meeste andere boeken.



Beschrijf het verschil tussen fabel en sujet in het boek dat je gelezen hebt.

In Kort Amerikaans is sprake van een sujet, over het algemeen wordt het verhaal wel in chronologische volgorde verteld, maar omdat er zo nu en dan flashbacks in voorkomen mag ik niet kiezen voor een fabel.



Wat is de functie van het verschil tussen fabel en sujet dat je in het boek gelezen hebt?

Het is bedoeld om een gebeurtenis of een reactie te verduidelijken. Een voorbeeld:

Wanneer hij zich bevredigt met het gipsen beeld denkt hij terug aan vroeger, zijn vader had toen een keer gezegd dat hij meer tijd aan het beknuffelen en kietelen. van zijn verzameling padden(of kikkers) besteedde dan aan zijn broers en zussen.

Door deze terugwijzingen kun je het handelen van Erik beter begrijpen.



Wat is het effect op jou als lezer van het verschil tussen fabel en sujet in het boek dat je gelezen hebt?

Het verduidelijkt het verhaal voor mij wel, als er geen flashbacks in gestaan hadden had ik het echt onbegrijpelijk gevonden dat Erik allemaal vreemde dingen deed.



Beschrijf de volgorde van gebeurtenissen (chronologisch of niet)

Het verhaal wordt in chronologische volgorde verteld, want de gebeurtenissen volgen elkaar op in de "juiste" volgorde en je hebt bijvoorbeeld niet van die dingen als gebeurtenissen die door elkaar heen lopen. Eerst het oppakken van Peter, vervolgens het hele proces van onderduiken en de ontmoetingen met D'Ailleurs,De Spin en met Elly. Dan de tragische dood van Erik.



Wordt het verhaal continu of niet-continu verteld? Geef voorbeelden uit de tekst waaruit dat blijkt.

Het verhaal wordt niet-continu verteld, maar fragmentarisch met tijdsprongen. Een voorbeeldje: op een gegeven moment is Eric aan fietsen door de stad. Op de volgende bladzijde is hij ineens bij meneer D'Ailleurs.



Wijs de belangrijkste flashbacks, terugwijzingen en vooruitwijzingen in de tekst aan.

Er zitten diverse flashbacks in. Eentje (die ik hierboven ook gebruikt heb)is bijvoorbeeld: Wanneer hij zich bevredigt met het gipsen beeld denkt hij terug aan vroeger, zijn vader had toen een keer gezegd dat hij meer tijd aan het beknuffelen en kietelen enz. van zijn verzameling padden(of kikkers) besteedde dan aan zijn broers en zussen.

In het boek kon ik geen terug- of vooruitwijzingen vinden.



Wat is de functie en wat is het effect op jou als lezer van de belangrijkste flashbacks?

De flashbacks voegden eigenlijk helemaal niks toe aan het verhaal, dus deze stukjes hadden er wat mij betreft uitgelaten mogen worden



Hoe is de verhouding tussen de vertelde tijd en de verteltijd?

De verteltijd van het boek is 174 pagina's. De vertelde tijd is ongeveer een half jaar tijdens de tweede wereldoorlog (van september 1944 tot de bevrijding in mei 1945). Dit kun je letterlijk uit het boek halen maar je kunt het natuurlijk ook zien aan het verloop van de oorlog in het verhaal.



In welke historische tijd speelt het verhaal? Geef passages uit de tekst waaruit dat blijkt.

Dat is natuurlijk de Tweede Wereldoorlog, er wordt voortdurend over gesproken, er komen Duitsers in voor, er worden mensen opgepakt en ook doodgeschoten.



Geef een karakterisering van de belangrijkste personages.

Erik van Poelgeest: Hij is de achttien jarige hoofdpersoon van dit boek. Hij heeft de leeftijd om in dienst te gaan, maar is ondergedoken op een zolderkamertje in Leiden. Hij werkt in een atelier waar hij zeegevechten op lampenkappen schildert. Erik wordt op bevrijdingsdag doodgeschoten.



De Spin: De Spin is een leerling van de schildersacademie van Van Grouw waar Erik ook zit. Hij is een NSB-er. Vroeger had De Spin een hond, maar die heeft hij vermoord omdat die hond niet praatte en dus zijn isolement niet kon doorbreken. Aan het eind van het verhaal heeft hij zelfmoord gepleegd. Hij was erg eenzaam.



Elly: Elly is een joodse onderduikster. Ze werkt op hetzelfde atelier als Erik. Ze is een beetje de ‘slet’ in dit verhaal. Ze doet het met Erik en met de baas waar ze in het begin van het verhaal bij woont (jonkheer D’Allieurs). Op het eind van het verhaal gaat ze bij Erik wonen en wordt door hem vermoord.



D’Allieurs: Hij is een jonkheer en de beheerder van het schildersatelier waar Elly onderduikt en werkt met Erik (het schilderen van lampenkappen). Hij is een vreemde man, en hij gebruikt Elly om seks mee te hebben. Hij is eenzaam en zijn relatie met zijn vrouw is ook niets maak ik op uit het boek. Ook al word daar niet veel over gezegd.



Bijpersonen:



Van Grouw: Van Grouw heeft een atelier. Hij is een NSB-er, en bij D-Day vlucht hij weg. Hij geeft de academie aan Erik. Erik moet er op passen. Uit de brief die Erik aan De Spin moest geven toen Van Grouw wegging, bleek dat Van Grouw en De Spin vrienden van elkaar waren.



Ans: Het vriendinnetje van Erik wat alleen in het begin van het boek voorkomt. Ze is streng katholiek, en wil daarom niet met Erik naar bed. Als Erik haar verkracht, is het definitief uit tussen hen.



Moeder v. Erik: Zij is een zorgzame vrouw die Erik elke dag trouw een pannetje met eten brengt. Als Frans dood gaat aan difterie, gaat ze kapot. Ze heeft het er heel erg moeilijk mee.



Vader v. Erik: De vader van Erik is een sterke man. Hij is 55 jaar. Maar hij voelt zich machteloos als zijn zoon, Frans, dood gaat.



Frans: In het begin van het verhaal hoor je niks over hem, het is de broer van Erik en hij is 22 jaar. Frans ging onderduiken bij een gezin waar toen difterie uitbrak, dat is een erge ziekte waarbij je in je eigen slijm stikt. Frans sterft als alleen Erik erbij is. Frans heeft veel invloed op de karakterontwikkeling van Erik.



Beschrijf de relaties tussen de belangrijkste personages.

Eric heeft een relatie met Ans, en later hij doet het ondertussen ook met Elly. D'Ailleurs doet het tegelijkertijd ook weer met Elly, als Eric weg is.



Beschrijf de rollen die de hoofdpersonen spelen.

Erik is een karakter in dit boek omdat er veel details over hem gegeven worden, en je weet wat hij denkt. Erik is de hoofdpersoon en in dit boek een karakter. In dit verhaal is sprake van karakterontwikkeling omdat je ziet hoe Erik verandert. Hij wordt naarmate het verhaal verder gaar steeds depressiever, en raakt steeds meer in een isolement dit eigenlijk tot de dood er op volgt (van hem maar indirect ook van Elly). Hij kan de dood van zijn broer en kort daarop die van De Spin moeilijk verwerken en dat zorgt er ook weer voor dat hij meer geïsoleerd raakt.

De Spin is een duidelijk voorbeeld van een type. Je komt weinig van hem te weten. Hij vertegenwoordigd denk ik als type een groep mensen die men als ‘gek’ verklaard. Hij is een vreemde, zonderlinge, eenzame figuur. Maar op zich is hij ook heel interessant. Hij is erg mysterieus.

Elly is ook een type. Zij vertegenwoordigd volgens mij ‘de domme blondjes’. Toevallig is ze ook blond. Je komt op zich niet veel over haar te weten. Je weet eigenlijk alleen maar van haar wat Erik ook weet. En dat is bij alle typen in dit boek.

Je weet er alleen over wat Erik weet.

D’Allieurs is ook een type. Volgens mij vertegenwoordigd hij ‘de vieze-eenzame-oude mannen’. Hij komt in ieder geval zo over. Ook bij dit type kom je alleen te weten over hem wat Erik weet.



Beschrijf of de hoofdpersoon zijn doel bereikt. Waarom wel/niet?

Hij wil een succesvolle jongen zijn, hij baalt heel erg van het litteken op zijn voorhoofd. Hij probeert de Duitsers te ontvluchten door onder te duiken, zodat hij niet naar Duitsland hoeft om te werken. Op bevrijdingsdag wordt hij alsnog neergeschoten, Van Grouw heeft hem verraden… Ik denk dus dat hij zijn doel niet bereikt heeft, hij was ondergedoken om zo de oorlog te overleven.



Geef beargumenteerd aan of de belangrijkste personages karakters zijn of typen.

Erik is een karakter in dit boek omdat er veel details over hem gegeven worden, en je weet wat hij denkt. Erik is de hoofdpersoon en in dit boek een karakter. In dit verhaal is sprake van karakterontwikkeling omdat je ziet hoe Erik verandert. Hij wordt naarmate het verhaal verder gaar steeds depressiever, en raakt steeds meer in een isolement dit eigenlijk tot de dood er op volgt (van hem maar indirect ook van Elly). Hij kan de dood van zijn broer en kort daarop die van De Spin moeilijk verwerken en dat zorgt er ook weer voor dat hij meer geïsoleerd raakt.

De Spin is een duidelijk voorbeeld van een type. Je komt weinig van hem te weten. Hij vertegenwoordigd denk ik als type een groep mensen die men als ‘gek’ verklaard. Hij is een vreemde, zonderlinge, eenzame figuur. Maar op zich is hij ook heel interessant. Hij is erg mysterieus.

Elly is ook een type. Zij vertegenwoordigd volgens mij ‘de domme blondjes’. Toevallig is ze ook blond. Je komt op zich niet veel over haar te weten. Je weet eigenlijk alleen maar van haar wat Erik ook weet. En dat is bij alle typen in dit boek.

Je weet er alleen over wat Erik weet.

D’Allieurs is ook een type. Volgens mij vertegenwoordigd hij ‘de vieze-eenzame-oude mannen’. Hij komt in ieder geval zo over. Ook bij dit type kom je alleen te weten over hem wat Erik weet.



Beschrijf het wereldbeeld van de belangrijkste personages.

Erik kijkt heel neutraal op de wereld, hij verzet zich niet voor de Duitsers maar werkt ze ook niet mee. Hij bepaalt zijn eigen normen en waarden en daar heeft hij geen andere mensen bij nodig.

De Spin is een in zich zelf gekeerde man, heeft geen echt kijk op de wereld. Hij heeft zich wel aangesloten bij de NSB, waarschijnlijk om dat hij probeerde uit zijn isolement te komen.

Elly is meer een levensgenieter, ze is joods en dus is er altijd gevaar om gepakt te worden. Ze geniet daarom van elke dag dat ze leeft. Natuurlijk heeft ze een gruwelijke afkeer van alles wat met Duitsland te maken heeft.

Van D'Ailleurs' wereldbeeld kom je eigenlijk niets te weten. Ik zou niet weten wat je van hem moest opschrijven…



Beschrijf in hoe verre de personages herkenbaar zijn en jij je met de personages kunt identificeren.

De personages in het boek zijn natuurlijk wel afspiegelingen van de werkelijkheid, maar ik vind alles toch wel wat overdreven overkomen. Ik kan me eigenlijk met geen een personage identificeren, maar als ik echt zou moeten kiezen zou ik toch Eric aanwijzen. Hij heeft wel een aantal eigenschappen die ik ook wel bij mezelf tegenkom.



3. Evaluatie



Wat is je beargumenteerde eindoordeel over het boek?

Ik vond het echt leuk om te lezen. Je kon Erik zo heel mooi bestuderen enzo, en dat vind ik wel leuk. Weten hoe iemand denkt etc. Het boek 'Kort Amerikaans' vond ik vooral interessant omdat het over de Tweede Wereldoorlog ging en over de dood en de aftakeling van een persoon.



Is je eerste, aanvankelijke mening na de verdiepingsopdracht veranderd of niet? Wat is er veranderd in je oordeel?

Ja, nu ik alles van de personages nog een keer op een rijtje zet kan ik me meer indenken waarom ze gehandeld hebben op de manier dat zei dat deden. Van tevoren snapte ik vaak niet waarom ze juist dat deden.



Ben je tevreden/ontevreden over het uitvoeren van de beschrijving? Waarom?

Ja, het was veel werk maar ik vind dat alles nu wel mooi op een rijtje staat.



Ben je tevreden/ontevreden over het uitvoeren van de verdiepingsopdracht? Waarom?

Ook dit was weer veel werk, maar ik ben tevreden over wat ik heb uitgevoerd. Wel vond ik dat sommige vragen meerdere keren gesteld werden, maar dan net weer ietsje anders dan daarvoor.



Was het lezen van dit boek een lastige klus of viel het mee? Waarom?

Nee, het lezen zelf was niet moeilijk.



Beschrijf wat je moeilijk, verwarrend of onduidelijk vond aan het boek.

Het begin was wat onduidelijk, als er een inleiding had gestaan

met daarin de belangrijkste personen en hun leefomgeving was het allemaal wat duidelijker geweest.



Hoe verliep het uitwerken van de verdiepingsopdracht? Vond je het een lastige, moeilijke klus, of viel het mee?

Het was op zich niet heel erg moeilijk, maar het koste wel heel veel tijd.



Beschrijf wat je moeilijk, verwarrend of onduidelijk vond aan de verdieping.

Ik vond het moeilijk om dingen als fabel en sujet na te gaan in het boek. Tijdens het lezen let je meer op de inhoud van de tekst dan op de samenstelling en de vormgeving/opbouw.



Had je het idee tijdens het werken aan deze opdracht voor je leesdossier, dat je de benodigde vaardigheden en kennis in voldoende mate bezat? Wat beheerste je nog niet goed?

Ik denk dat ik de benodigde vaardigheden wel zo ongeveer voldoende bezat, alleen had ik problemen met de fabel en het sujet.



Wat ga je volgende keer anders doen? Waarom?

Ik ga het volgende boek lezen met deze vragen in mijn

achterhoofd. Dan kan ik de vragen waarschijnlijk beter en sneller beantwoorden. Voor de rest ben ik tevreden.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.