Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
Open Dag = online ontdekken en ontmoeten

Bezoek onze Online Open Dag dit jaar vanaf je bank! Ontdek bijzondere verhalen van onze studenten en docenten. Stel je vragen. Én luister naar onze gezellige radioshow! Klaar voor een toekomst als student in het hbo? 

Meld je dan nu aan!

Titel: Kort Amerikaans

Auteur: Jan Wolkers

Uitgever: Meulenhoff, Amsterdam

Jaar: 1963, 4e druk

1962, 1e druk





Samenvatting:



Het verhaal speelt zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog. Erik Van Poelgeest is 18 jaar oud en woont op een klein kamertje ergens in Leiden, waar hij ondergedoken leeft voor de arbeidsdienst. Hij houdt erg van schilderen, daarom werkt hij bij jonkheer D'Ailleurs, waar hij lampenkappen beschildert. Er werkt ook een ondergedoken joods meisje, Elly.

Op een dag wordt zijn vriend Peter opgepakt bij een razzia, waarbij Erik zelf nog net kan ontsnappen. Erik hoopt dat zijn vriend toch uit de handen van de Duitsers is kunnen glippen en gaat kijken op de teken- en schilderacademie of hij hem daar toevallig niet kan vinden. Er is geen enkel spoor van Peter, maar Erik vindt de academie heel interessant en besluit er zich in te schrijven.





Erik heeft ook een vriendin, Ans, maar ze is roomskatholiek en de priester waar ze gaat biechten probeert Ans over te halen de relatie met Erik te verbreken. Uit woede verkracht Erik haar en wil niets meer van dat "moederskindje" weten. Uit pure eenzaamheid en wanhopigheid (omdat hij een groot litteken op zijn slaap heeft en hij denkt dat alle meisjes alleen maar op die grote vlek letten) vrijt hij dan maar met een tors van de godin Venus, dat zich op de schilderacademie bevindt. Enkele dagen later maakt hij kennis met een andere leerling van de academie, (Kees) De Spin. Hij is, net zoals de eigenaar van de academie, Van Grouw, een NSB-er.

De Spin is een zeer eigenaardige man met heel eigenaardige gedachten; zo denkt hij bijvoorbeeld dat niet de aantrekkingskracht van de aarde, maar de kleuren ervoor zorgen dat de dingen op hun plaats blijven. Hij heeft ook een hond gehad waarvan hij erg veel hield, maar die heeft hij doodgeknepen omdat die niet wou praten…

Enkele dagen later krijgt Erik te horen van zijn moeder, die met zijn vader en zijn zus in Oegstgeest leeft en hem dagelijks een pannetje eten komt brengen, dat zijn oudere broer, Frans, difterie heeft gekregen en op sterven ligt. Erik besluit hem te gaan bezoeken in het ziekenhuis en Frans sterft waar Erik bij is. Maar net voor Frans stierf, heeft hij nog zijn gebalde vuist naar Erik opgestoken, waarmee hij bedoelde dat Erik sterk moet zijn, nooit de moed op moet geven. Dit teken ontroert hem erg en hij zal dat moment dan ook nooit meer vergeten. Thuis is iedereen natuurlijk diep bedroefd dus besluit hij er weg te gaan en Elly op te zoeken. Hij vrijt een hele nacht met haar en de volgende morgen ziet hij D'Ailleurs op het toilet zitten, met zijn broek naar beneden en een prentenboek open op de bladzijde met het schilderij "de geboorte van Venus". Door dit voorval zal Erik ontslagen worden.

Erik besluit De Spin nog eens te bezoeken, maar als hij er aankomt ziet hij zijn lichaam opgehangen aan een touw, hij heeft dus zelfmoord gepleegd. Erg de kluts kwijt gaat Erik terug naar de academie. Daar treft hij Van Grouw aan, bezig enkele spullen in te pakken. Hij vertelt dat hij zal vluchten omdat de Amerikanen te dicht bij komen. Hij vraagt Erik om in de academie te komen wonen en er zorg voor te dragen. Erik aanvaardt het voorstel en stelt zelf voor aan Elly om bij hem te komen wonen. Aanvankelijk wil ze niet, maar enkele weken later, als D'Ailleurs opgepakt is, vlucht ze naar de academie om er bij Erik te komen onderduiken. 's Avonds in bed vertelt Erik haar hoe hij aan het paarsachtige litteken komt (toen hij klein was heeft hij heet lood van een theepot over zijn slaap heen gekregen) en dat het stomme litteken al zijn hele leven heeft verpest.

De daaropvolgende morgen, als Elly nog slaapt, vrijt Erik weer met de gipsen tors. Maar Elly betrapt hem, wordt verschrikkelijk kwaad en gooit van woede de tors stuk. Erik verliest alle redelijkheid en wurgt haar.

Een tijd later hoort hij buiten opeens radio's schetteren en een fanfare tussen de huizen door trekken: de oorlog is voorbij, de Amerikanen hebben de stad bevrijd.

Erik wil naar buiten gaan, maar ziet dan opeens beneden voor zijn deur drie soldaten staan. Hij denkt dat hij verraden is en dat hij alsnog opgepakt of vermoord zal worden. Hij pakt snel een antiek geweer dat in zijn buurt lag en mikt op de soldaten die naar boven komen, maar op het moment dat hij wil schieten, schiet een van de soldaten en Erik valt dood neer.





Hoofdfiguren:



Erik van Poelgeest: Hij is de achttien jarige hoofdpersoon van dit boek. Hij heeft de leeftijd om in dienst te gaan, maar is ondergedoken op een zolderkamertje in Leiden. Hij werkt in een atelier waar hij zeegevechten op lampenkappen schildert. Erik wordt op bevrijdingsdag doodgeschoten.





Erik is een karakter in dit boek omdat er veel details over hem gegeven worden, en je weet wat hij denkt. Erik is de hoofdpersoon en in dit boek een karakter. In dit verhaal is sprake van karakterontwikkeling omdat je ziet hoe Erik verandert. Hij wordt naarmate het verhaal verder gaar steeds depressiever, en raakt steeds meer in een isolement dit eigenlijk tot de dood er op volgt(van hem maar indirect ook van Elly). Hij kan de dood van zijn broer en kort daarop die van De Spin moeilijk verwerken en dat zorgt er ook weer voor dat hij meer geïsoleerd raakt.



De Spin: De Spin is een leerling van de schildersacademie van Van Grouw waar Erik ook zit. Hij is een NSB-er. Vroeger had De Spin een hond, maar die heeft hij vermoord omdat die hond niet praatte en dus zijn isolement niet kon doorbreken. Aan het eind van het verhaal heeft hij zelfmoord gepleegd. Hij was erg eenzaam.



De Spin is een duidelijk voorbeeld van een type. Je komt weinig van hem te weten. Hij vertegenwoordigd denk ik als type een groep mensen die men als ‘gek’ verklaard. Hij is een vreemde, zonderlinge, eenzame figuur. Maar op zich is hij ook heel interessant. Hij is erg mysterieus.



Elly: Elly is een joodse onderduikster. Ze werkt op hetzelfde atelier als Erik. Ze is een beetje de ‘slet’ in dit verhaal. Ze doet het met Erik en met de baas waar ze in het begin van het verhaal bij woont (jonkheer D’Allieurs). Op het eind van het verhaal gaat ze bij Erik wonen en wordt door hem vermoord.



Elly is ook een type. Zij vertegenwoordigd volgens mij ‘de domme blondjes’. Toevallig is ze ook blond. Je komt op zich niet veel over haar te weten. Je weet eigenlijk alleen maar van haar wat Erik ook weet. En dat is bij alle typen in dit boek. Je weet er alleen over wat Erik weet.



D’Allieurs: Hij is een jonkheer en de beheerder van het schildersatelier waar Elly onderduikt en werkt met Erik (het schilderen van lampenkappen). Hij is een vreemde man, en hij gebruikt Elly om seks mee te hebben. Hij is eenzaam en zijn relatie met zijn vrouw is ook niets maak ik op uit het boek. Ook al word daar niet veel over gezegd.



D’Allieurs is ook een type. Volgens mij vertegenwoordigd hij ‘de vieze-eenzame-oude mannen’. Hij komt in ieder geval zo over. Ook bij dit type kom je alleen te weten over hem wat Erik weet.





Bijfiguren



Van Grouw: Van Grouw heeft een atelier. Hij is een NSB-er, en bij D-Day vlucht hij weg. Hij geeft de academie aan Erik. Erik moet er op passen. Uit de brief die Erik aan De Spin moest geven toen Van Grouw wegging, bleek dat Van Grouw en De Spin vrienden van elkaar waren.



Ans: Het vriendinnetje van Erik wat alleen in het begin van het boek voorkomt. Ze is streng katholiek, en wil daarom niet met Erik naar bed. Als Erik haar verkracht, is het definitief uit tussen hen.



Moeder v. Erik: Zij is een zorgzame vrouw die Erik elke dag trouw een pannetje met eten brengt. Als Frans dood gaat aan difterie, gaat ze kapot. Ze heeft het er heel erg moeilijk mee.



Vader v. Erik: De vader van Erik is een sterke man. Hij is 55 jaar. Maar hij voelt zich machteloos als zijn zoon, Frans, dood gaat.



Frans: In het begin van het verhaal hoor je niks over hem, het is de broer van Erik en hij is 22 jaar. Frans ging onderduiken bij een gezin waar toen difterie uitbrak, dat is een erge ziekte waarbij je in je eigen slijm stikt. Frans sterft als alleen Erik erbij is. Frans heeft veel invloed op de karakterontwikkeling van Erik.





Plaats en tijd



Het verhaal wordt in chronologische volgorde verteld, want de gebeurtenissen volgen elkaar op in de "juiste" volgorde en je hebt bijvoorbeeld niet van die dingen als gebeurtenissen die door elkaar heen lopen. Maar er zitten diverse flashbacks in. Eentje die ik me kan herinneren is bijvoorbeeld: Wanneer hij zich bevredigt met het gipsen beeld denkt hij terug aan vroeger, zijn vader had toen een keer gezegd dat hij meer tijd aan het beknuffelen en kietelen enz. van zijn verzameling padden(of kikkers) besteedde dan aan zijn broers en zussen.

De verteltijd van het boek is 185 pagina's. De vertelde tijd is ongeveer een half jaar tijdens de tweede wereldoorlog (van september 1944 tot de bevrijding in mei 1945). Dit kun je letterlijk uit het boek halen maar je kunt het natuurlijk ook zien aan het verloop van de oorlog in het verhaal.

Het verhaal speelt zich voor het grootste gedeelte af in Leiden, maar ook in Oegstgeest

(waar Erik's ouders wonen). Volgens mij is er in het boek vooral sprake van ruimtes die bij personen horen; het atelier van De Spin past bijvoorbeeld helemaal bij hem. Het is ook vaak zo dat Erik personages alleen steeds maar in dezelfde ruimte(s) tegen komt.





Vormaspecten van het verhaal



De schrijfstijl is heel apart. Dingen worden vaak heel precies beschreven(vaak objecten, zoals de gipsen tors), en ze worden ook vaak vergeleken met andere zaken waardoor je je het iets beter kunt voorstellen. Voor de rest: veel korte zinnen, openhartige of grove/harde taal. Voorbeelden van openhartige taal, aparte schrijfstijl en precieze beschrijvingen kun je goed zien aan de gedeeltes wanneer mensen seks met elkaar hebben(soms wel twee of drie bladzijden= vertraging).

Voor de rest is het verhaal toch behoorlijk rechttoe/rechtaan verteld. Het verhaal is chronologisch, maar wel met flashbacks. Afentoe denkt Erik aan vroeger.





Autobiografisch?



Als je zijn verleden vergelijkt met het verhaal van de hoofdpersoon uit het boek zijn er veel overeenkomsten. Bijvoorbeeld: Eriks broer, Frans, sterft in het verhaal in 1944 aan difterie. Hetzelfde geldt voor de broer van Jan Wolkers, Gerrit, die stierf ook in 1944 aan difterie. Erik dook in 1943 onder in Leiden, datzelfde deed ook Jan Wolkers. Ook heeft Jan Wolkers een litteken op zijn slaap; net als Erik.

Je kunt dus zeggen dat hij een stukje van zijn eigen leven in het boek heeft verwerkt.

Het boek is dus gedeeltelijk autobiografisch. De rest is er bij verzonnen.





Genre



Dit boek is een psychologische roman. Het hele verhaal is gebaseerd op psychologische problemen, namelijk het complex dat Erik heeft omtrent zijn litteken.

Volgens mij kan je dit verhaal als literatuur beschouwen omdat het toch wel goed in elkaar zit: het leven van de hoofdpersoon wordt heel gedetailleerd beschreven, zijn gevoelens worden goed en mooi beschreven en de thema's "de dood" en "eenzaamheid" zijn toch zeer moeilijke, volwassene thema's denk ik.





Eigen mening



Ik heb eerst het boek ‘De geluiden van de eerste dag” van A. Koolhaas gelezen. Omdat ik geen zin had om dat boek te lezen, heb ik een boek van Jan Wolkers gelezen. Het boek van A. Koolhaas begreep ik niet helemaal, het was een vaag boek vond ik.

Toen begon ik aan het boek van Jan Wolkers en dat heb ik in 2 delen gelezen, ik vond het echt leuk om te lezen. Je kon Erik zo heel mooi bestuderen enzo, en dat vind ik wel leuk. Weten hoe iemand denkt etc.

Ook heb ik 'Turks fruit' van Jan Wolkers gelezen, en die vond ik ook heel erg goed.

Het boek 'Kort Amerikaans' vond ik vooral interessant omdat het over de tweede wereldoorlog ging en over de dood en de aftakeling van een persoon.

Ik heb het boek in mijn kast staan, en het is een heel oud boek, maar toch ben ik blij dat ik het gelezen heb. De buitenkant was niet echt aantrekkelijk, maar de binnenkant was een mooi stuk werk.




REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

P.

P.

Goed werk! Bedankt ik heb er veel aan gehad!

19 jaar geleden

V.

V.

heej kim!

bedankt voor je verslag, ik vond hem erg goed bruikbaar en had er eigenlijk geen commentaar op,
1 vraagje...wat had je voor punt?

nou ja, groetjes Vincent

19 jaar geleden

L.

L.

merci,
nu moet ik zelf niets meer doen. groeten lenny

19 jaar geleden