Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... de coronacrisis heeft een grote impact op jongeren. Wij zijn benieuwd hoe jij ermee omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫

Doe mee


ADVERTENTIE
1500 euro winnen met je pws of sectorwerkstuk?

Check de online masterclasses van het Rijksmuseum waarin experts hun kennis en tips delen, zodat jij tot een goed onderwerp komt. En wist je dat je mee kunt doen aan de Rijksmuseum Junior Fellowship wedstrijd? Je maakt dan met jouw pws of sectorwerkstuk kans op 1500 euro en een traineeship!

Titel: Komt een vrouw bij de dokter

Auteur: Kluun

Plaats van uitgave: Amsterdam

Jaar van eerste uitgave: 2003

Druk: Drieëndertigste druk

Jaar van gelezen druk: oktober 2006.



Persoonlijke reactie

Dit is echt een héél mooi boek! Kluun heeft alles zo mooi beschreven! In tegenstelling tot sommige andere boeken kon ik me in deze hoofdpersoon wel inleven en dat leest altijd al wat makkelijker. Als het dan ook nog eens een verhaal is wat je boeit, dan is ’t nog mooier. Het is een heel mooi, ontroerend boek. Het boek raakte mij echt. Maar het is ook weer niet een boek dat alleen maar ontroerend is. Kluun heeft alle gebeurtenissen goed beschreven, en de humor blijft er steeds in.



Open plekken

Het boek begint met dat de hoofdpersoon (Stijn) en Carmen het in het ziekenhuis zijn en een afspraak hebben met “Mw. Dr. W.H.F Scheltema”. Als je net in het boek begint te lezen dan weet je nog niet waarom ze in het ziekenhuis zijn en waarom ze een afspraak hebben met die vrouw. Een paar regels later wordt deze open plek ingevuld.





Open plek:

“Dit keer moeten we op de eerste verdieping zijn, kamer 105 staat er op de afspraakkaart van Carmen. De gang waar we moeten zijn zit vol met mensen. Net als we ons daartussen willen nestelen, wijst een oude man – met overduidelijk een toupet op – met zijn wandelstok naar de deur. “U moet zich eerst binnen melden.” We knikken en lopen onwennig kamer 105 in. Mw. Dr. W.H.F Scheltema, internist staat er op het bordje naast de deur.”

Invulling:

“Ook een ziekenhuis heeft zijn eigen rangorde. Wij zijn hier duidelijk nieuw, wij zijn de toeristen van de wachtkamer, wij horen er niet bij. Maar de kanker in Carmens borst denkt daar heel anders over.”



Verdere open plekken in het boek worden direct ingevuld door kaders die in het boek staan. Deze open plekken hebben niet direct een functie in het verhaal. Het zijn namen van (ex-)vriendinnen, vrienden, bedrijven, andere gebouwen, cafés en andere uitgaansgelegenheden.



Voorbeeld 1:

“Om kwart over negen gaat de bel en staat Frenk voor de deur. Ik val om van verbazing omdat Frenk op zijn vrije dagen de dag voor twaalven niet als begonnen beschouwt.“

In het kader staat dan:



“Frenk is lui, egocentrisch, een snob en mijn beste vriend. In tegenstelling tot Thomas weet Frenk alles van mij. We werken de hele dag samen. Hij weet hoe ik denk, wat ik op mijn brood lust, hij weet dat ik bij BBDvW&R/Bernilvy niet alleen met Sharon, maar ook met Lies, Cindy en Dianne heb geneukt, dat ik, toen Carmen en ik nog niet zo lang wat hadden, het nog regelmatig met Maud deed en – omdat hij in de loop der jaren vele hotelkamers en appartementen met mij heeft gedeeld – wat voor geluid ik maak als ik klaarkom. …”



Voorbeeld 2:

“Daar praten we een halfuurtje over Bernilvy en Merk in Uitvoering en kijken naar de jonge strakke meisjes waarmee Palladium bezaaid is en dan gaan we naar het jachtterrein waar we ons als vette dertigers beter thuis voelen: de Bastille.”

Kader:

Geef mij nu de nacht, ik geef je de morgen terug, klinkt het buiten al. In La Bastille beseft men dat niets zo belangrijk in het leven is als regelmaat, en daarom draait men er minimaal eenmaal per kwartier iets van André Hazes. De clientèle bestaat vooral uit tweederondevrouwen (30-40, gescheiden, herkenbaar aan zware investeringen in cosmetica en zonnebank teneinde er nog iets van te maken.) Hoge scoringskans.”



Structuur

De structuur van dit boek is chronologisch. Er komen geen tot heel weinig flashbacks in voor en zeker geen flashforwards. Het is dus gewoon van voor naar achter verteld.



Personages

Hoofdpersonen: Stijn en Carmen

Stijn: Hij is een dertiger die alles goed voor elkaar lijkt te hebben in zijn leven. Getrouwd met een mooie vrouw (Carmen) en vader van zijn ‘zonnetje’, Luna. Hij heeft een eigen bedrijfje en woont in Amsterdam. Hij heeft veel vrienden en gaat met hen op “Stijns Vrijdagse Stapavond” uit. Zijn leven wordt heel anders wanneer blijkt dat Carmen borstkanker heeft. Maar de persoon ‘Stijn’ veranderd daar niet door. Hij zegt monofoob te zijn (wat inhoudt dat hij niet monogaam kan zijn en vaak vreemdgaat) en dat blijft tijdens de ziekte van Carmen zo. Hij blijft een persoon dat alles zo zonnig mogelijk ziet, en zich erg laat ergens zorgen over maakt. Zijn doel in dit verhaal is Carmens ziekte (zelf) te overleven en er voor Carmen te zijn tot haar dood. Om dat doel te bereiken doet hij zoveel mogelijk leuke dingen met Carmen (en Luna), hij gaat dus vaak vreemd (heeft op het gegeven moment zelfs een affaire), en door af en toe flink te schelden. (“kankerkanker!” aldus Stijn).



Carmen: Zij is een vrouw die netzo als Stijn goed in het leven staat. Ze is al een aantal jaar getrouwd met Stijn en ze heeft een gelukkig leven met veel vriendinnen en natuurlijk haar dochter Luna. Ze houdt van winkelen, is een goede vriendin en helpt anderen als ze kan. Ze accepteert mensen snel en zo accepteert ze ook dat Stijn vreemdging, ze kon ‘t hem vergeven. Ook is ze bescheiden, als Stijn ergens naartoe wilde gaan en haar vroeg of het wel ging met haar, dan liet ze Stijn gaan, ook al voelde ze zich hondsberoerd. Dan belde ze later nog op om te vragen of Stijn terugkwam omdat het toch niet ging. Haar doel in het boek is om haar ziekte te overleven en anderen er niet lastig mee te vallen. En om anderen alsnog te kunnen helpen als ze haar nodig hebben. Dit doel probeert ze te bereiken door zoveel mogelijk leuke dingen te doen en met de dag te leven, te genieten van elk moment.



Samenvatting

Dit boek gaat over Carmen en Stijn. Een jong en hip pasgetrouwd stelletje, samen hebben ze een dochtertje, Luna (1 jaar). Ze zijn heel gelukkig. Beiden hebben ze een eigen bedrijf, ze leven zonder geldproblemen in het bruisende Amsterdam en ze hebben leuke vrienden. Maar dan neemt hun leven een onverwachte wending. Bij Carmen wordt borstkanker geconstateerd. Twee jaar geleden is Carmen ook voor een onderzoek bij de dokter geweest, naar aanleiding van pijn haar borst, evenals deze keer. Daar werd ze toen doorverwezen naar het ziekenhuis, waar uiteindelijk werd verklaard dat het vals alarm was en alles in orde was. Nu blijkt dus na een half jaar dat Carmen door die fatale fout wel kanker heeft, en nu zelfs al een grote tumor. Dit nieuws komt als een grote schok, het is niet te bevatten. Voor Carmen en Stijn begint een leven vol ziekenhuisbezoeken, onderzoeken en chemokuren.



Voordat Carmen kanker kreeg, leefden ze gelukkig. Maar ook toen verliep het leven toch niet zo perfect als het leek. Stijn zegt namelijk een “monofoob” te zijn. Dat wil zeggen dat hij niet monogaam kan zijn. Hoe gelukkig hij ook is met zijn huidige vrouw, hij heeft altijd een onbedwingbare drang om vreemd te gaan. Dat doet hij dan ook wekelijks. Met collega’s, vriendinnen (ook bevriend met Carmen) en met allerlei onbekende dames die hij tijdens het uitgaan ontmoet. Hij houdt veel van uitgaan. Hij gaat wel elke keer weer mee met Carmen naar de ontelbare ziekenhuisbezoeken. Thuis is hij lief voor haar, hij verzorgt haar goed. Maar het is voor hem ondenkbaar om zijn wekelijkse uitgaansavond op vrijdag te schrappen. Die avond (inclusief al z’n scharrels) heeft hij gewoon nodig om het allemaal te kunnen blijven volhouden.



Met Carmen gaat het steeds slechter, ze stopt op een gegeven moment ook met werken. Ze vindt het heel fijn dat Stijn zo goed voor haar zorgt, maar heeft een dubbel gevoel in verband met het feit dat hij altijd te laat komt en haar dan in onzekerheid laat, alleen in bed. Ze weet wel dat hij vreemdgaat, hij heeft het haar aan het begin van hun relatie eens verteld. Ze hebben er daarna niet meer over gepraat, met het gevolg dat ze niet weet hoe erg het eigenlijk is, hoeveel andere vrouwen het daadwerkelijk zijn. Diep vanbinnen heeft ze natuurlijk haar twijfels en vermoedens, maar ze lijkt het niet te willen weten.



Als Stijn een keer met carnaval in Breda is, met vrienden, is hij heel blij als hij Roos ziet. Hij vindt haar supermooi, en heeft haar al eerder ontmoet in Breda met carnaval. Maar tot zijn grote teleurstelling is ze nooit eerder op zijn versierpogingen ingegaan omdat hij getrouwd is. Deze keer is het anders. In Breda gebeurt er niets, maar als ze later in Amsterdam een afspraakje maken heeft hij wel ‘beet’. Deze afspraak leidt tot meerdere, en die afspraakjes leiden tot een heuse verhouding. Dat is nieuw voor Stijn, zo ver is het nooit gekomen met zijn scharrels. Hij houd echt van Roos, hij heeft haar nodig, hij verlangt ieder ogenblik naar haar. Ze krijgen een hectische affaire, hij maakt elk vrij moment op de dag vrij voor haar en rijdt naar haar toe, ze sms’en en bellen (waarna hij nauwkeurig elke keer het nummer verwijdert).



Ondertussen heeft Carmen al haar borst moeten laten amputeren en ze is kaal, het blijft bergafwaarts gaan. Soms heeft ze goede momenten, maar ze word erg snel moe en begint eng mager te worden. De kanker heeft zich nu ook uitgezaaid in andere organen. Tussen Stijn en jaar gaat het niet erg goed, ze hebben geen seks meer, daar heeft Carmen geen zin in (veel te moe/ziek) en Stijn vind haar niet echt meer aantrekkelijk, nu die gekke lege platte plek er zit in plaats van de twee mooie borsten die ze eerst had. Door de verhouding met Roos komt Stijn nog veel vaker te laat en het is voor Carmen erg moeilijk. Stijn heeft het op vakantie (in Club Med) opgebiecht, dat hij zo ontzettend veel vreemdgaat, maar hij kan haar niet over Roos vertellen.



Er gaat ruim een jaar voorbij voor ze het moment bereiken dat het zo slecht gaat met Carmen dat ze het opgeeft. Ze geeft aan over de mogelijkheid tot euthanasie te willen beschikken. Het is een emotioneel besluit, maar het staat vast, ze stelt vast dat ze op het moment dat zij het wil, kan beslissen een leven te maken aan haar leiden. Het is ook een opluchting, voor Stijn, haar moeder en hun vrienden, want hoe cru dat ook lijkt, het is voor hen allen erg zwaar geweest. Om Carmen telkens maar weer zien overgeven, haar te zien pijnlijden, haar te zien ijlen door de massa’s morfine die ze slikt, haar uitwerpselen op te ruimen en haar te wassen. Carmen heeft er vrede mee, dat de dood er aan komt. Nu dit vaststaat, begint Carmen weer op te bloeien. Want Stijn en zij doen allemaal leuke dingen, drinken en eten, alles “voor het laatst”. Carmen gaat roken en ze gaan samen op vakantie naar Barcelona. Ze zijn gelukkig samen, en met Luna. Ze beginnen Luna er ook op voor te bereiden dat mama er binnenkort niet meer zal zijn, dat is wel moeilijk. Carmen schrijft een dagboek voor haar, voor later en Stijn maakt samen met de anderen een homevideo. Ze hebben ondertussen een au pair uit Tsjechië in huis die de werkzaamheden in huis overneemt. Dan geven ze een “afscheidsfeest”. Al hun vrienden komen om de beurt langs om afscheid te nemen van Carmen, ieder doet dat op zijn manier. Iedereen heeft het er moeilijk mee en ondanks dat het een zware tijd is ‘geweest’ voor iedereen is het nu ook erg mooi hoeveel liefde er is. Stijn maakt een kamer mooi, de kamer waar Carmen opgebaard zal worden.



Ondertussen heeft Stijn al een keer de relatie met Roos beëindigd, maar hij kon toch echt niet zonder haar. Stijn is ook bij een vrouw geweest, Nora, om te praten over zijn problemen. Nora is een alternatief geneester. Dit heeft hem enorm geholpen, Nora heeft hem heel wat duidelijkheid verschaft. Nu Carmen bijna doodgaat, heeft hij zijn verhouding even stilgezet, Roos en hij zien elkaar niet, maar sms’en alleen nog. Stijn en Carmen zijn hechter dan ooit, ze zijn zielsgelukkig (naar omstandigheden), ze genieten van het laatste beetje leven dat Carmen nog heeft te leven. Ze maken lol samen.

Alle vrienden hebben al afscheid genomen van Carmen maar wonderbaarlijk genoeg lijkt het juist beter te gaan met haar, ze bloeit op van al de liefde die ze krijgt. Hun meest hechte vrienden logeren nu ook bij hen. Maar uiteindelijk is toch het moment daar, het gaat weer slechter met haar en dan pleegt ze het allesbeslissende telefoontje en maakt een afspraak met de dokter die bij haar euthanasie zal gaan plegen. Weer komen alle vrienden afscheid nemen, en de hechte vriendenclub is er nog steeds. Nu het zo ver is, begint Stijn bang te worden. Hij heeft nog nooit iemand zien sterven, laat staan zijn vrouw. Maar ze kunnen er niet omheen. De dokter komt, en Carmen drinkt voor het laatst: het dodelijke drankje. Het duurt relatief lang voor Carmen echt de wereld verlaat, ze krijgt nog een extra spuit, die er definitief een einde aan zal maken. Na haar laatste woorden: “Nee hoor, ik ben er nog!” ademt Carmen haar laatste adem uit en sterft ze een vredige, maar langzame en pijnloze dood na al het leed waar ze mee te kampen had door de kanker waar ze aan leed.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.