Kees de jongen (beeldroman) door Theo Thijssen

Beoordeling 7.3
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas havo | 2389 woorden
  • 8 december 2006
  • 47 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.3
  • 47 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1923
Pagina's
352
Geschikt voor
bovenbouw vmbo/havo/vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Kees de jongen (beeldroman)
Shadow

'Dit is het beste wat ik ooit gemaakt heb.' - Dick Matena

Kees de Jongen behoort tot de weinige eversellers van de Nederlandse literatuur. Na de honderdduizenden verkochte exemplaren en de verfilming enkele jaren geleden is er eigenlijk niemand meer die Kees niet in zijn hart heeft geloten.

Voor Dick Matena was het een lang gekoesterde wens om het boek o…

'Dit is het beste wat ik ooit gemaakt heb.' - Dick Matena

Kees de Jongen behoort tot de weinige eversellers van de Nederlandse literatuur. Na de honderdduizenden verkoch…

'Dit is het beste wat ik ooit gemaakt heb.' - Dick Matena

Kees de Jongen behoort tot de weinige eversellers van de Nederlandse literatuur. Na de honderdduizenden verkochte exemplaren en de verfilming enkele jaren geleden is er eigenlijk niemand meer die Kees niet in zijn hart heeft geloten.

Voor Dick Matena was het een lang gekoesterde wens om het boek om te werken tot een beeldroman. Het resultaat is zonder twijfel ook in zijn omvangrijke oeuvre een hoogtepunt. Zeldzaam mooi heeft Matena zowel Kees als Amsterdam tot leven gewekt in heldere sfeerbeelden en aangrijpende ensceneringen.

Net als bijvoorbeeld Reves De Avonden en Kaas en Dwaallicht van Elsschot bevat ook Kees de Jongen de integrale tekst van de roman.

Dick Matena ontving in 1986 de Nederlandse Stripschapsprijs en in 2003 de Vlaamse Staatsprijs voor het beeldverhaal, de hoogste onderscheidingen die er op zijn vakgebied te verdienen zijn.

Kees de jongen (beeldroman) door Theo Thijssen
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Titel: Kees de jongen
Auteur: Theo Thijssen
Druk: 4e druk
Jaar van eerste uitgave: 2002
Eerste druk: 1923
Aantal bladzijden: 352 bladzijden
Uitgeverij: Athenaeum - Polak & Van Gennep

Samenvatting:
De hoofdpersoon in dit boek is (zoals voor de hand ligt) Kees Bakels, een gewone 12 jaar oude jongen die leeft in het Amsterdam van rond 1890. Kees is de zoon van een schoenmaker in de Jordaan. Hij heeft een jongere zus, Truus en een jonger broertje, Tom.
Kees heeft volgens eigen zeggen toen hij klein was veel ‘stomme streken’ uitgehaald. Maar nu is dat verleden tijd. Overdag en ’s avonds zit hij op school. Ook moet Kees zijn tijd regelmatig verdelen tussen allerlei karweitjes, zoals het oppassen op zijn jongere zusje Truus en zijn broertje Tom, en het spelen met zijn eigen vrienden.

Als hij op de Dam het standbeeld van de Hollandse Maagd ziet, en daarbij al die nietsnutten die hun tijd zitten te verdoen met ‘straatslijperij,’ wordt hij aangesproken door een heer die hem in het Frans de weg vraagt. Kees komt helaas niet verder dan ‘Ja ouie,’ en de heer wordt door een van de straatslijpers de weg gewezen. Dan stelt hij zich voor dat hij een vereniging zou oprichten van flinke jongens die Frans geleerd hebben, zodat ze vreemdelingen in hun eigen taal de weg kunnen wijzen.
Van een vriendje dat op gymnastiek zit, heeft hij een hele speciale manier van lopen geleerd waarmee je je veel sneller kunt verplaatsen. Het eerste gebruik vindt plaats op weg naar het zwembad, dus deze pas krijgt de naam ‘zwembadpas.’
Dan komt er een nieuw meisje bij Kees in de klas: Rosa Overbeek. Ze is duidelijk anders dan de andere meisjes, dat heeft Kees al gauw gezien.
Kees krijgt een wambuis van zijn grootouders, maar hij vindt het een lelijk ding. Zijn moeder koopt een mooi pak voor hem. Kees probeert indruk te maken op Rosa. Hij koopt een grote postzegel voor weinig geld, waar hij heel blij mee is. Ook heeft hij gemerkt dat Rosa speciaal op hem let. Op school worden prijzen uitgedeeld, en Kees heeft er ook een. Hij kiest voor een schaakspel, en fantaseert erover dat iedereen er erg jaloers op is. Als Rosa Kees dan een opschepper noemt, vindt hij haar opeens erg stom.
Op een dag wordt hij tijdens de gymles door de buurvrouw van school gehaald omdat zijn vader plotseling ziek is geworden. Kees moet medicijnen voor hem gaan halen. Op den duur mag hij ook belangrijke opdrachten voor zijn vader gaan doen, zoals de aflossing van de schuld maandelijks bij een kantoor brengen.
Als het op een avond doodstil in huis is, wordt Kees bang dat zijn ouders dood zijn. Hij irriteert zich aan Truus en Tom die alleen maar lol aan het maken waren. Als hij gaat kijken, blijkt dat ze alleen maar met de buren stonden te praten.
Wanneer Rosa een tijd lang niet op school komt, blijkt hoeveel hij aan haar denkt, want hij fantaseert dat hij haar namens de hele klas een briefje mag bezorgen.

Als hij weer ‘een verre boodschap’ heeft moeten doen, hoort hij uit een deftig huis aan de Vondelstraat muziek klinken. Als hij merkt dat de dames hem hebben gezien, blijft hij extra lang naar de muziek luisteren; misschien wordt hij wel binnengevraagd, en zo ontdekt als viool-talent.
Nog steeds kan Kees zijn gedachten niet van Rosa Overbeek afhouden. Misschien gaat ze wel dood! Dan mag Kees een krans voor haar leggen op het kerkhof.
Ondertussen gaat het met de schoenwinkel van Kees’ vader steeds slechter: er komen te weinig klanten. Er wordt, om wat extra bij te verdienen een juffrouw op kamers genomen, genaamd Juffrouw Dubois. Tot overmaat van ramp gaat het met vader ook steeds verder achteruit, totdat hij uiteindelijk aan tuberculose overlijdt. De winkel wordt verkocht en moeder, Kees, Truus en Tom verhuizen naar een nog kleinere woning. De juffrouw verhuist ook met hen mee.
Met Sinterklaas kunnen er geen andere cadeautjes af dan wat tweedehands spullen die toch al gekocht waren. Langzaamaan doet de armoede zich overal voelen, zoals hij op een ochtend steenkool moet halen omdat ze niet eens meer genoeg hadden voor ‘s avonds. Moeder moet er een agentschap in thee bijnemen, terwijl ze 's avonds wat naaiwerk verricht.
De armoede laat steeds diepere sporen achter. Kees voelt dat hij zijn moeder in de deze moeilijke tijden moet bijstaan en hij neemt, een paar maanden voordat hij zijn school zou afmaken, op eigen initiatief een baantje als jongste bediende bij de firma waar zijn moeder werkt om zo wat bij te verdienen. Moeder is het er eerst niet mee eens en gelooft hem niet, maar legt zich er tenslotte bij neer. Als Kees beseft dat hij nu echt van school af moet, voelt hij zich erg weemoedig en eenzaam. Hij stort zijn hart uit bij Rosa, die hem zoent en haar arm om hem heen slaat. Hij kijkt haar na totdat ze uit het zicht is verdwenen en loopt dan versuft naar huis. Maar onder het lopen hoort hij 'blijde, schallende' muziek klinken, en voelt hij zich als een overwinnaar, een jongen, 'die alles zou kunnen, nu hij eenmaal begonnen was'.

Titelverklaring:
Het boek draagt de titel ‘Kees de jongen.’ Kees is de hoofdpersoon van het boek.
Hij is iemand die erg veel fantaseert, maar zijn fantasie uiteindelijk weet om te zetten naar realiteit.

Thema:
Het thema van het boek is dat Kees Bakels een moeilijke jeugd beleeft doordat zijn ouders erg arm zijn, en zijn vader op jonge leeftijd sterft. In het boek lees je hoe Kees zich door deze problemen heen worstelt, en ook nog eens een opmerkelijk persoon probeert te zijn.

Motto:
Het boek heeft geen motto.

Motieven:
- Als eerste is fantasie een zeer belangrijk en duidelijk motief. Kees fantaseert heel veel. Hij fantaseerde bijvoorbeeld steeds maar weer dat hij iets heel goed kon, zou worden opgemerkt en dan heel beroemd en vereerd zou worden.
- Het tweede motief hoort eigenlijk bij het eerste, en dat is dat Kees’ fantasie nooit uitkwam. De realiteit is precies omgekeerd. Hij werd afgewezen, niet opgemerkt of hij kon iets niet goed.
Dit motief wordt gebruikt om een gebeurtenis op het eind verrassender te maken, namelijk dat Kees verkering krijgt met een meisje uit zijn klas waar hij het hele boek door verliefd op is.
- Nog een ander motief is dat Kees vaak iets graag wil hebben, maar het nooit krijgt. Dit omdat zijn ouders erg arm zijn. Zijn ouders lagen dan ook vaak overhoop met hun ouders, Kees’ grootouders, en dat ging altijd over geldzaken.

Vertelsituatie:
Dit boek is geschreven in de vorm van een personaal verhaal (hij / zij-verhaal).
De lezer kent alleen de gedachten en meningen van Kees, en van geen enkel ander persoon uit het boek.

Voorbeelden:
- Als kleine jongen haalde Kees verscheidene stomme streken uit. Sommige herinnerde hij zich niet eens meer. (Blz. 9)
- Toen hij thuiskwam, lag zijn vader te bed. Hij schrok ervan en hij deed net of-ie ’t niet zag en liep door naar de keuken. (Blz. 133)

Dit boek is zoals u in bovenstaande voorbeelden kunt lezen, in de verleden tijd geschreven.

Tijd:
Dit boek speelt zich af aan het begin van de vorige eeuw.
Het verhaal begint in 1912, Kees is dan 12 jaar oud en in het boek staat dat hij in het jaar 1900 is geboren. Het verhaal eindigt in het voorjaar van 1913, wanneer Kees van school gaat om te gaan werken.
De vertelde tijd is dus ongeveer een jaar.

Ruimte:
Het verhaal speelt zich af in Amsterdam. Kees woont daar met zijn ouders, broertje en zusje. Ze wonen in een vrij groot huis. Voor in het huis is de schoenenwinkel van Kees’ ouders. Op een gegeven moment komt mevrouw Dubois bij hen inwonen.
Al gauw nadat Kees’ vader overleden is, verhuizen ze. Ze komen op de eerste verdieping van een klein huisje te zitten.

Andere belangrijke plaatsen zijn:
- De school van Kees Bakels;
- Het huis van Kees’ opa en oma;
- Het huis van Kees’ oom en tante.

Hoofdpersoon:
Kees Bakels:
Kees is een jongen van twaalf jaar oud. Hij is de zoon van twee arme mensen. Verder heeft hij een zusje, Truus en een broertje, Tom. Kees heeft een grote fantasie en loopt veel te dagdromen. Kees wil altijd goed voor de dag komen. Daarom hecht hij veel waarde aan zijn kleding. Op school is hij één van de oudsten, hij kan ook erg goed leren. Daardoor voelt hij zich ook meer dan zijn klasgenoten. Vaak helpt hij zijn ouders met allerlei klusjes. Kees is ook erg emotioneel en huilt vaak, ook al wil hij dat niet.

Bijpersonen:
Moeder Bakels:
Zij zorgt voor de huishouding. Tevens let ze op de winkel als haar man ziek is. Ze kunnen maar net rondkomen van het inkomen van haar man. Kees’ moeder heeft een goed karakter, ze is erg aardig, en geeft veel om haar man en kinderen. Ze heeft doorzettingsvermogen want na de dood van haar man blijft ze niet bij de pakken neerzitten, maar gaat gelijk weer aan de slag. Met haar ouders kan ze het minder goed vinden.

Vader Bakels:
Zijn voornaam is Jan. Hij is een harde werker. Hij is ook erg aardig, en geeft veel om zijn oudste zoon Kees. Hij is goedmoedig, en geeft snel toe als zijn kinderen ergens om vragen. Al gauw wordt hij ziek, af en toe knapt hij wel weer iets op, maar uiteindelijk sterft hij toch.

Rosa Overbeek:
Rosa is een klasgenootje van Kees, en dus net als Kees, twaalf jaar. Ze heeft lange, blonde haren. Ze is een stil, verlegen meisje. Haar ouders zijn ontzettend rijk, waardoor ze zich net als Kees verheven boven de rest van de klas gedraagt. Kees is verliefd op Rosa. Eerst lijkt het dat Rosa zijn liefde niet beantwoordt, maar als Kees’ vader sterft heeft Rosa veel medelijden met hem en ontfermt ze zich over hem, waardoor alles toch nog goed komt.

Taalgebruik:
Het taalgebruik is niet moeilijk, maar wel een beetje ouderwets. Er komen veel citaten in het boek voor, die op plat-Amsterdamse manier geschreven zijn. Een voorbeeld hiervan is dat ze met ‘de schel’ de bel bedoelen. Dit past echter uitstekend bij de sfeer van het boek. Ook heeft de schrijver veel woordcombinaties met ‘-ie’ gebruikt, voorbeelden ‘ had-ie, gaf-ie, begon-ie.’ Toch was dat niet erg irritant om te lezen.

Biografische gegevens van de auteur:
Theo (Theodorus Johannes) Thijssen werd op 16 juni 1879 geboren in Amsterdam. Hij was de oudste van zes kinderen van Samuel Jan Thijssen en Alida Fieggen. Het gezin woonde in de Jordaan, waar Thijssen senior, die schoenmaker was, een winkel en werkplaats had. In 1888 verhuisde het gezin naar de Runstraat, maar toen Samuel Thijssen, geveld door tuberculose, gedwongen was zijn werk te staken, vestigde men zich in de Frans Halsstraat. Daar begon Thijssens moeder een ‘koude koekenbakkerij’ annex brooddepot. Toen Theo Tijssen elf jaar was, overleed zijn vader. De jonge Theo Thijssen was op de lagere school een uitstekende leerling. Op advies van zijn onderwijzer stemde zijn moeder erin toe dat hij verder studeerde aan de Leerschool. In 1894 ging Thijssen op kamers wonen in Haarlem, waar hij de Rijkskweekschool voor Onderwijzers bezocht. Als student was hij op vele gebieden actief. Zo was hij onder meer initiatiefnemer en hoofdredacteur van het blad ‘Baknieuws.’ Samen met zijn vriend Piet Pol maakte hij van dit schoolblad een periodiek dat op kweekscholen door het hele land gelezen werd.
Na in 1898 zijn onderwijzersdiploma te hebben gehaald, keerde Thijssen terug naar Amsterdam. Hij kreeg een tijdelijke baan op een school aan de Plantage Muldergracht. Na zijn militaire dienst, maart tot november 1899, kreeg hij een vaste aanstelling aan de school, waarna hij in 1905 benoemd werd aan een volksschool.
Een jaar later trouwde hij met Maria Zeegerman. Zij overleed in oktober 1908, enkele maanden na de geboorte van hun zoon Theo. In 1909 hertrouwde hij met Geertje Dade met wie hij nog drie kinderen kreeg.
Vanwege de dreigende oorlog werd Thijssen in 1914 gemobiliseerd en verbleef hij bijna een jaar op het fort aan de Drechtdijk in Uithoorn. Na zijn terugkeer werd hij redacteur van ‘De Bode,’ het blad van de Bond van Nederlandse Onderwijzers. In 1921 werd hij tevens redacteur van het ouderblad ‘School en Huis.’ Het werk als onderwijzer gaf hij toen op, waardoor hij ook meer tijd kreeg voor het schrijven.
In 1933 nam Thijssen als onderwijsspecialist van de S.D.A.P. zitting in de Tweede Kamer. Daarnaast werd hij in 1935, met voorkeurstemmen, gekozen in de gemeenteraad van Amsterdam. Onverminderd bleef hij tot 1939 actief voor de Bond van Nederlandse Onderwijzers. In mei 1940 kwam een eind aan zijn politieke werk en kreeg het schrijven weer voorrang. In februari 1941, na de Februaristaking, werd hij, samen met zijn zoons Theo en Henk, gearresteerd door de Duitsers. Thijssen werd vastgehouden tot 9 april en was sterk vermagerd toen hij werd vrijgelaten. In de jaren die volgden kreeg hij te maken met geldgebrek, omdat er vanaf september 1941 geen schadeloosstelling werd uitgekeerd aan kamerleden die ten gevolge van de bezetting hun parlementaire werk niet meer konden doen.
Toen hij op 19 december 1943 terugkeerde van een bezoek aan het ziekenhuis waar zijn dochter lag, liep hij een acute longontsteking op. Een dag later kreeg hij een hersenbloeding en verloor hij het bewustzijn. Theo Thijssen overleed op 23 december 1943 en werd begraven op de nieuwe Oosterbegraafplaats.

Overzicht van de werken van de auteur:
1908 Barend Wels (roman)
1909 Jongensdagen (kinderboek)
1911 Taal en schoolmeester (essays)
1912-1913 Sommenboek voor de volksschool (schoolboek)
1913 Cijfers (schoolboek)
1913-1915 Cijferboek voor de volksschool (schoolboek, geschreven samen met J. Soederhuyzen)
1918-1919 Taallessen voor de volksschool (schoolboek)
1919 Nieuwe blinde kaart van Nederland
1923 Kees de jongen (roman)
1925 School-land: de roman van een klas (roman)
1926 De gelukkige klas (roman)
1927 Het grijze kind (roman)
1929 Egeltje: een bundel vrolijk proza (verhalen)
1929 De examen-idioot of de kinderexamens van 1928 (pamflet)
1930 De fatale gaping (pamflet)
1932 Het taaie ongerief (roman)
1935 Een bonte bundel (schetsen en verslagen)
1939 Kees de jongen & Het grijze kind (roman)
1941 Barend Wels & School-land & De gelukkige klas (roman)
1941 In de ochtend van het leven: jeugdherinneringen
1970 Meneer-zèlf komt een uurtje en andere verhalen
1983 Egeltje: een bundel vrolijk proza (verhalen)
1993 Verzameld Werk, deel I (Barend Wels, Jongensdagen, Kees de jongen)
1995 De Oer-Kees
1995 Verzameld Werk, deel II (School-land, De gelukkige klas, Het grijze kind)
1996 Verzameld Werk, deel III (Egeltje, Het taaie ongerief, Een bonte bundel)
1999 Verzameld Werk, deel IV (In de ochtend van het leven: verhalen, gedicten, colums).

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Kees de jongen (beeldroman) door Theo Thijssen"