Inhoud
Het boek gaat over Kasper die, net zoals Orpheus, zijn geliefde gaat terug zoeken in de onderwereld. Het begint bij zijn weg naar de stad waar hij op zijn hoede is voor allerlei gevaren. Eens in de stad aangekomen ontmoet hij Jonathan, de kastelein van ‘het Palinghuis’ en zijn dochter Heleen. Hij mag tijdelijk logeren in een boot dat Jonathan gekocht heeft. Tijdens zijn verblijf wandelt hij verschillende keren door de stad zonder doel, zo komt hij terecht in een circus waar hij een tijger tam krijgt door op zijn mondharmonica te spelen. Ook bezoekt hij een museum waar hij toevallig Alix, een vroegere minnares, tegen het lijf loopt. Zij biedt zich terug aan, maar hij weigert, zij ondergaat dan een metamorfose.
Na een tijdje wordt hij een vaste klant van ‘het palinghuis’ en zo ontmoet hij Molenaar, die beweert een journalist te zijn. Hij heeft ook verschillende gesprekken met havenarbeiders over politiek. Later ontmoet Kasper Benedictus, een alchimist (1 van de weinigen die nog bestaan) terwijl hij zich in de Stedelijke Bibliotheek verwarmde. Hij weet meer over Kasper zijn toestand, maar kan niet alles uitleggen, dat moet Kasper zelf ondervinden. Heleen laat inmiddels haar oog op Kasper vallen en waarschuwt hem dat Molenaar helemaal geen journalist is, doordat hij geen merkteken van de pers op zijn auto heeft, maar in plaats daarvan de staf van Hermes (teken van een dokter). Zo ‘ontmaskert’ Kasper hem en Molenaar blijkt een oude vriend van hem te zijn.
Tijdens één van zijn dooltochten door de stad, verwarmt hij zich in een kapelletje waar 3 oude vrouwen zitten te breien. Aan de overkant bevindt zich het kerkhof. Kasper wil er eens een kijkje gaan nemen, maar het kerkhof gaat juist sluiten. De nachtwaker, Simon, nodigt hem uit voor iets te drinken. Hij is net zoals Kasper iemand die in de 2 werelden leeft. Hij neemt Kasper mee naar een plaats op het kerkhof en beveelt hem om iets te spelen op zijn mondharmonica. Zo krijgt Kasper een hele stoet mensen te zien, die hij vroeger allemaal gekend heeft. De dag erna, terwijl hij aan het rondwandelen was, wou hij een Deense dog helpen die mishandeld werd. Hij belde aan en kwam terecht op een verkleed feestje. Hij zag eruit als een zwerver en men nam aan dat hij van de Dierenbescherming was. De mensen drongen aan nog even te blijven en dat deed Kasper dan ook, er was een verrassingsnummer voorzien. Terwijl hij van zijn champagne dronk, dook er ineens een stripteaseuse op. Kasper voelde zich plots niet goed worden en was diep geschokt, want het bleek zijn geliefde te zijn. Vervolgens werd Kasper gevraagd een orgel in de kapel van de pastoor te herstellen, hij probeerde zijn gedachten wat te verzetten en nam het karweitje aan. Wanneer hij aan het werk is, krijgt hij bezoek van Alix, die nogal nederig overkomt. Tijdens hun gesprek komt Heleen even kijken en het draait uit op een discussie tussen haar en Alix. Voordat Alix vertrok, gaf zij Kasper een briefje met een adres op.
De dag erna zocht Kasper het adres op en kwam uit bij zijn geliefde. Zij was bang en wou niet meegaan met hem. Zij legt uit dat ze helemaal niet dood is en dat Kasper uit een gesticht ontsnapt is. Hij was vroeger een beroemd concertpianist en zij keek op naar hem. Ze begonnen een verhouding en Kasper verafgode haar, maar na een tijdje werd ze het beu. Ze bedroog hem met een ander, Kasper had hun op heterdaad betrapt en heeft haar gewurgd. Zij was enkel bewusteloos en haar minnaar heeft toen het ziekenhuis verwittigt. Zo hebben ze Kasper, die wenend op de hoek van het bed lag, meegenomen en opgesloten. Kasper bleef er toch van overtuigd dat zij dood was en hij haar kwam verlossen uit schuldgevoelens en liefde. Zij zag dat het echte verhaal niet tot hem doordrong en leidde hem om de tuin door te zeggen dat hij voorop moest lopen en zij ging volgen. Kasper was overgelukkig en deed wat zij zei. Op straat was er een optocht voor de werkstaking, Kasper vermengde zich met de menigte, hij was er immers zeker van dat zijn geliefde hem ging volgen. De betogers werden op een bepaalde plaats tegengehouden. Kasper bedacht dat hij nu misschien op zijn mondharmonica kon spelen. Hij had immers een gave en kon iedereen tevreden stellen. Maar deze keer baatte het niet en verschillende betogers trachtten hem nog tegen te houden, maar Kasper wandelde trots door en werd ter plekke neergeschoten.
Titelverklaring
De Goden moeten hun getal hebben is een uitdrukking die gebruikt wordt als een reactie op een ietwat vreemde figuur. In dit boek wordt deze uitdrukking enkele malen gebruikt als reactie op Kasper, de zonderlinge \'held\' van dit verhaal. Kasper in de onderwereld, de andere titel van het boek, slaat op de hoofdpersoon die denkt dat hij in de onderwereld is.
Genre
Magisch realisme
Personen
Kasper: De hoofdpersoon. Een oud concertpianist die na de ‘dood’ van zijn vriendin naar een gekkenhuis is gebracht. Hij is op zoek naar zijn geliefde in de onderwereld. Hij denkt dat hij haar vermoord heeft, maar dit is niet zo. De onderwereld waar hij heen gaat is eigenlijk Antwerpen. Hij kan met zijn mondharmonica mensen en dieren kalmeren.
‘Euridike’: De vroegere vriendin van Kasper. Euridike is niet haar echte naam, maar zo noemt Kasper haar. Haar echte naam wordt niet genoemd. Vroeger, toen ze nog een relatie had met Kasper, ging ze vreemd. Kasper kwam hier achter en probeerde haar te vermoorden, maar ze bleef leven. In de huidige tijd werkt ze als stripper.
Jonathan: De eigenaar van café ‘Het Palinghuis’. Hij laat Kasper overnachten in een oud bootje van hem. Het Palinghuis wordt de basis van Kasper in de onderwereld, waar hij altijd terug komt.
Heleen: De dochter van Jonathan. Ze probeert Kasper altijd te helpen en brengt hem eten. Ze is erg brutaal en ook sterk. Ze waarschuwt Kasper als ze gevaar ziet, zoals bij Alix en Moolenaar. Ze lijkt gevoelens voor Kasper te hebben.
Moolenaar: Een man die Kasper benadert. Hij zegt dat hij een journalist is, maar Heleen kwam er achter dat hij dat niet is. Hij heeft namelijk op zijn auto geen P van pers, maar een staf van Hermes. Moolenaar zelf zegt dat hij een oude vriend van Kasper is, maar vermoedelijk is hij een van de dokters uit het gekkenhuis die op zoek is naar Kasper.
Alix: Een oude minnares van Kasper. Hij kende haar nog van school, maar ze kregen pas iets toen haar man op zakenreis was. Kasper ontmoet haar weer in het museum, waar ze hem weer probeert in te palmen. Als hij haar afwijst veranderd ze in een monster (al ziet alleen Kasper dit). Later komt ze hem weer opzoeken om hem het adres van Euridike te geven.
Benedictus: Een alchemist die Kasper tegenkomt. Hij verteld Kasper over de twee werelden waar iemand in kan zit (de wereld van de levenden en die van de doden).
3 oude vrouwen: Zij zitten in een bloemenwinkel bij het kerkhof. Hoewel ze niet zo belangrijk lijken, zijn ze een verwijzing naar de mythe van Orpheus en Eurydike (zie ‘vergelijking met de mythe’)
Simon: De nachtwaker bij het kerkhof. Hij neemt Kasper mee naar het kerkhof en laat hem op zijn mondharmonica spelen, waarna de geesten van al zijn overleden kennissen en familie langskomen. Simon is ook iemand die in 2 werelden leeft, net als Kasper en Benedictus.
Loebas: De hond die Kasper vindt. Hij is ondervoed, dus neemt Kasper hem mee. Dit mag, omdat de eigenaars denken dat hij van de dierenbescherming is. Loebas beschermt Kasper tegen Alix.
Pastoor: Geeft Kasper de opdracht om zijn orgel te repareren. Verder heeft hij geen grote rol.
Persoonlijke beoordeling
Ik vond het boek niet echt geweldig, maar ook niet zo erg. Het begin is saai, maar als je eenmaal door hoofdstuk 1 bent wordt het verhaal een stuk interessanter. Omdat ik de mythe van Orpheus en Eurydike ken is het makkelijk om dingen uit de mythe te herkennen, maar als je de mythe niet kent zal je het boek maar raar vinden.
Motieven
Mozart is een motief. Telkens komt die klassieke muziek weer terug, om Kasper te herinneren aan zij verleden als concertpianist.
De mondharmonica is ook een motief, Kasper gebruikt hem heel vaak.
Vertellen
Het verhaal wordt uit het oogpunt van Kasper verteld, maar niet als ik-persoon.
Spanning
De spanning in het verhaal zit hem vooral in ‘wat gebeurt er hierna?’. Soms vindt Kasper iets wat hem dichter naar zijn doel leidt, soms iets wat hem van zijn pad af leidt.
Vergelijking met de mythe
Kasper in de onderwereld is gebaseerd op de mythe van Orpheus en Eurydike. De personages uit het boek zijn te vergelijken met die uit de mythe:
Kasper: Orpheus
‘Euridike’: Eurydike
Jonathan: Charon
Heleen: Amor
Moolenaar: Hermes
Alix: Waanzinvrouw
Kinderen: Furiën
3 oude vrouwen: Cerberus
Simon: Hades
Loebas: Cerberus
Kasper (Orpheus) daalt af naar Antwerpen (De onderwereld) om zijn verloren liefde terug te halen. Zodra hij de onderwereld betreed komt hij bij een café. De eigenaar Jonathan laat hem in zijn boot slapen. Dit is een verwijzing naar Charon, omdat hij ook voor de onderwereld is met een boot waarmee mensen naar de onderwereld kunnen. Zijn dochter Heleen probeert Kasper te beschermen, daarom is zij Amor, de beschermgodin van Kasper. De journalist Moolenaar is Hermes, omdat hij een dokter is en het teken van Hermes op zijn auto staat. Alix, de vroegere minnares van Kasper, is een waanzinvrouw. Dit is omdat Kasper, net als Orpheus, de liefde van alle andere vrouwen afwijst na de dood van Eurydike. Alix kan hier niet tegen en probeert Kasper daarom het leven zuur te maken. Ook veranderd ze in een monster (alleen Kasper ziet dit), wat een metamorfose is. Dit is een verwijzing naar het boek Metamorphosen, waar de mythe van Orpheus en Eurydice in staat. Kasper komt buiten een hoop kinderen tegen die hem aanvallen met sneeuwballen en stukken ijs. Deze kinderen stellen furiën voor, boze geesten uit de onderwereld die de levenden in hun domein niet erg op prijs stellen. Als Kasper dan eindelijk naar de echte onderwereld, het kerkhof, gaat moet hij eerst langs de 3 oude vrouwen. Elke vrouw is een kop van de driekoppige hond Cerberus. Nadat Kasper hun gepasseerd is komt hij bij het kerkhof. Daar is Simon, die Hades moet voorstellen. Hij laat Kasper alle geesten in de onderwereld zien, maar Euridike zit er niet bij. Kasper komt later in een andere onderwereld, het feestje. Hier is Cerberus de hond Loebas. Logisch, want het is ook een hond. Hier vindt hij Euridike wel. Uiteindelijk komt hij bij haar appartement langs. Ze vertelt hem dat hij gek is, maar hij wil het niet geloven. Vervolgens zorgt Euridike er met een list voor dat Kasper weggaat: Ze vertelt hem dat hij alvast moet gaan en zij achter hem aankomt, maar hij mag niet omkijken. Dit is natuurlijk net als in de mythe. Kasper gaat, maar Euridike blijft natuurlijk lekker thuis. In tegenstelling tot de mythe kijkt Orpheus niet om, maar sterft zelf onderweg.
REACTIES
1 seconde geleden