Ruimte:
Het verhaal speelt zich af in Ingelheim en in Eggermonde. In Ingelheim bevindt zich het kasteel van Koning Karel, in Eggermonde het kasteel van Eggeric. Ingelheim is nu nog terug te vinden op de kaart en ligt in wat we nu als Duitsland kennen. Eggermonde is niet terug te vinden op de kaart, maar moet in de buurt van Ingelheim zijn geweest aangezien Karel en Elegast zich in het tijdsbestek van één nacht van de ene locatie naar de andere verplaatsen.
Het verhaal speelt zich vooral in het bos en in het kasteel af.

Tijd:
Karel ende Elegast is een middeleeuws verhaal en zoals al eerder gezegd, werden verhalen vooral voorgedragen en niet gelezen. De eerste versies die gevonden zijn stammen uit de vijftiende eeuw maar het is denkbaar dat het verhaal daarvoor in het orale circuit al bekend was. In deze context moet het verhaal dan ook geplaatst worden.
Koning Karel leefde van 742 tot 814, en het is onbekend of het verhaal tijdens zijn leven al werd verteld of dat het na zijn dood pas is ontstaan. De eerste druk van dit boek was in 1982. Onduidelijk is ook in hoeverre het verhaal op historische feiten berust. Het verhaal begint dan wel met een "fraeye historie ende al waer", maar er gebeuren ook veel onrealistische dingen. De vraag of de middeleeuwer dit verhaal als 'waar' beschouwde is natuurlijk lastig te achterhalen. Waar wij tegenwoordig kijken naar historisch controleerbare gebeurtenissen, was voor de middeleeuwer de morele waarheid meer van belang, toch is dit boek een non-fictie boek. In dit verhaal is er geen gebruik gemaakt van flashbacks of flashforwards en er zit een chronologische volgorde in. Alles gebeurt in 1 nacht. Het verhaal begint aan het begin dus ab ovo.
In het boek komt wel een beetje tijdvertraging voor want het hele verhaal speelt zich af in 1 nacht. Je leest ook heel lang over hoe Karel door het bos rijdt en aan het bidden is voor Elegast.

Personages:
Koning Karel de Grote:
Koning Karel is een grote vorst, hij is machtig, rijk en uitgerust met de beste wapens en mooie kleding. Hij kan goed vechten, hij is dapper, ridderlijk en streng gelovig.
Hij heeft spijt van zijn straffen tegenover Elegast dus hij kan vergevingsgezind zijn. Karel blijkt geen goede inbreker te zijn.

Elegast:
Elegast is een voormalig leenman van Koning Karel maar is verbannen uit zijn rijk, vanwege diefstal. Elegast is trouw aan zijn leenheer, een uitstekende vechter, vingervlug, erg ridderlijk, zeer gelovig en dapper. Elegast steelt van de rijken maar laat de armen met rust.

Eggeric van Eggermonde:
Eggeric is niet trouw aan zijn leenheer en zwager Koning Karel. Hij heeft plannen om de koning te vermoorden. Hij is uit op macht, onbetrouwbaar en onrespectvol tegenover zijn vrouw.

Thema:
Het thema van het verhaal is trouw. Elegast blijft Karel trouw ondanks dat hij hem ten onrechte heeft verbannen, Elegast wordt hiervoor goed beloond. Hierbij blijft de leenman trouw aan zijn leenheer. Eggeric van Egghermonde bleef de koning (zijn leenheer) niet trouw en wordt hiervoor gestraft. De trouw aan god komt ook vaak in het boek naar voren. Denk maar aan het begin waarin Karel uiteindelijk doet wat God hem opdraagt al vindt hij het een schande voor zichzelf.

Motieven:
Verraad, machtsverhoudingen, loyaliteit en het geloof in god.

Perspectief:
De verteller is een alwetende verteller; hij weet namelijk van de dubbelrol van Karel, maar beschikt ook over de informatie die Elegast hoort in de slaapkamer van Eggeric. Veel van zijn informatie deelt hij met de lezer, waardoor je als lezer een groot deel van het verhaal doorziet.
Hij schrijft het wel in de hij/zij vorm.

Lectuur/ literatuur/ Canon.
Dit boek hoort zeker bij literatuur omdat het al heel oud is en het men tot het denken aan zet.
Wat is goed en wat niet? Om deze reden vind ik dat het ook bij de Canon hoort.
Men moet dit boek ooit gelezen hebben.

Spanning:
In dit boek wordt er niet gebruik gemaakt van een cliffhanger, wel beantwoord de schrijver een onbeantwoorde vraag pas veel later in het boek, waardoor hij de spanning goed opbouwt.
“Elegast verteld dan het hele verhaal en HIER wordt het Karel allemaal duidelijk. Dit is dus de reden dat hij moest gaan stelen. [de schrijver wist toen ook al goed spanning op te wekken door een onbeantwoorde vraag pas veel later te beantwoorden].”

Samenvatting:
Koning Karel ligt ’s avonds in bed in zijn Kasteel wanneer hij via een engel een boodschap van God krijgt: “Ga uit stelen of je verliest je leven.” Karel gaat hier niet op in omdat hij denkt dat hij misschien wel misleid wordt. Maar wanneer de engel driemaal aan hem is verschenen met dezelfde boodschap, besluit hij er toch naar te handelen. Hij trekt erop uit en wanneer hij in het donkere woud loopt denkt hij aan Elegast, een vazal die hij uit zijn land heeft verbannen. Op dat moment komt hij een compleet in het zwart geklede ridder tegen die zich niet kenbaar wil maken. Ze raken in een gevecht dat Karel wint en waarna de ridder zich bekend maakt als Elegast. Elegast is door omstandigheden gedwongen om dief te worden en Karel ziet hier zijn kans. Hij stelt zich voor als Adelbrecht, ook dief van beroep. Hij stelt voor om koning Karel – zichzelf – te gaan bestelen. Elegast ziet dit niet zitten omdat hij, ondanks zijn verbanning, nog steeds trouw is aan zijn koning. In plaats daarvan stelt hij voor om Eggeric, de kwaadaardige zwager van Karel, te bestelen. Ze gaan op weg naar het kasteel van Eggeric en onderweg vindt Adelbrecht (Karel dus) een ploegschaar. Hij stelt voor om deze mee te nemen om te gebruiken tijdens het inbreken, maar daarop begint Elegast te lachen; om in te kunnen breken heb je niks aan een ploegschaar.
Eenmaal aangekomen bij het kasteel van Eggeric gaat Elegast als eerst naar binnen. Binnen wordt hij gewaarschuwd door een haan, die zegt hem dat koning Karel in de buurt is. Hij kan deze haan verstaan door magische kruiden. Elegast keert hierna weer naar buiten en wil niet langer inbreken bij Eggeric. Adelbrecht haalt hem over om de operatie toch door te zetten. Elegast brengt alle bewoners van het kasteel in een diepe slaap met behulp van een toverspreuk. Alle sloten worden geopend en de buit wordt naar buiten gebracht. Karel vindt het zo wel mooi geweest en wil weer naar huis gaan, maar Elegast wil nog een heel kostbaar zadel stelen en gaat dus weer naar binnen. Dit zadel bevindt zich in de slaapkamer van Eggeric en door de geluiden die Elegast per ongeluk maakt wordt Eggeric wakker. Hij maakt zijn vrouw wakker maar die verzekert hem ervan dat er niets aan de hand is. Ze vraagt haar man wat hij van plan is en hij vertelt eerlijk dat hij zijn zwager, koning Karel, wil doden. Zij wordt hier woedend om, Karel is ten slotte haar broer. Eggeric smoort deze woede in de kiem door zijn vrouw een klap in haar gezicht te verkopen.
Ondertussen ligt Elegast onder het bed en hoort dit gesprek. Hij vangt het bloed van de bloedneus van de vrouw in zijn handschoen en keert terug naar buiten. Hij vertelt Adelbrecht over het plan van Eggeric en laat het bloed op zijn handschoen zien. Hij wil direct actie ondernemen en Eggeric om het leven brengen. Karel beseft waarom God hem de opdracht heeft gegeven om te gaan stelen. Hij stelt voor dat Elegast naar koning Karel gaat om hem te waarschuwen, maar dit wil Elegast niet omdat hij verbannen is. Adelbrecht biedt vervolgens aan om zelf de koning te gaan waarschuwen en Karel vertrekt dus weer naar zijn eigen kasteel.
De volgende dag wordt er hof gehouden en koning Karel geeft de verraders een warm ontvangst. Vervolgens beschuldigt hij ze van het samenzweren tegen hem, wat zij natuurlijk ontkennen. Koning Karel laat Elegast aan zijn hof verschijnen die met het bloed aan zijn handschoen kan tonen dat Eggeric schuldig is. Uiteindelijk wordt besloten dat Eggeric gedood zal worden door Elegast. Hij wordt weer in ere hersteld en trouwt met de weduwe van Eggeric, Karels zus.

Het boekverslag gaat verder na deze boodschap.

Verder lezen

Samenvatting:
Koning Karel ligt ’s avonds in bed in zijn Kasteel wanneer hij via een engel een boodschap van God krijgt: “Ga uit stelen of je verliest je leven.” Karel gaat hier niet op in omdat hij denkt dat hij misschien wel misleid wordt. Maar wanneer de engel driemaal aan hem is verschenen met dezelfde boodschap, besluit hij er toch naar te handelen. Hij trekt erop uit en wanneer hij in het donkere woud loopt denkt hij aan Elegast, een vazal die hij uit zijn land heeft verbannen. Op dat moment komt hij een compleet in het zwart geklede ridder tegen die zich niet kenbaar wil maken. Ze raken in een gevecht dat Karel wint en waarna de ridder zich bekend maakt als Elegast. Elegast is door omstandigheden gedwongen om dief te worden en Karel ziet hier zijn kans. Hij stelt zich voor als Adelbrecht, ook dief van beroep. Hij stelt voor om koning Karel – zichzelf – te gaan bestelen. Elegast ziet dit niet zitten omdat hij, ondanks zijn verbanning, nog steeds trouw is aan zijn koning. In plaats daarvan stelt hij voor om Eggeric, de kwaadaardige zwager van Karel, te bestelen. Ze gaan op weg naar het kasteel van Eggeric en onderweg vindt Adelbrecht (Karel dus) een ploegschaar. Hij stelt voor om deze mee te nemen om te gebruiken tijdens het inbreken, maar daarop begint Elegast te lachen; om in te kunnen breken heb je niks aan een ploegschaar.
Eenmaal aangekomen bij het kasteel van Eggeric gaat Elegast als eerst naar binnen. Binnen wordt hij gewaarschuwd door een haan, die zegt hem dat koning Karel in de buurt is. Hij kan deze haan verstaan door magische kruiden. Elegast keert hierna weer naar buiten en wil niet langer inbreken bij Eggeric. Adelbrecht haalt hem over om de operatie toch door te zetten. Elegast brengt alle bewoners van het kasteel in een diepe slaap met behulp van een toverspreuk. Alle sloten worden geopend en de buit wordt naar buiten gebracht. Karel vindt het zo wel mooi geweest en wil weer naar huis gaan, maar Elegast wil nog een heel kostbaar zadel stelen en gaat dus weer naar binnen. Dit zadel bevindt zich in de slaapkamer van Eggeric en door de geluiden die Elegast per ongeluk maakt wordt Eggeric wakker. Hij maakt zijn vrouw wakker maar die verzekert hem ervan dat er niets aan de hand is. Ze vraagt haar man wat hij van plan is en hij vertelt eerlijk dat hij zijn zwager, koning Karel, wil doden. Zij wordt hier woedend om, Karel is ten slotte haar broer. Eggeric smoort deze woede in de kiem door zijn vrouw een klap in haar gezicht te verkopen.
Ondertussen ligt Elegast onder het bed en hoort dit gesprek. Hij vangt het bloed van de bloedneus van de vrouw in zijn handschoen en keert terug naar buiten. Hij vertelt Adelbrecht over het plan van Eggeric en laat het bloed op zijn handschoen zien. Hij wil direct actie ondernemen en Eggeric om het leven brengen. Karel beseft waarom God hem de opdracht heeft gegeven om te gaan stelen. Hij stelt voor dat Elegast naar koning Karel gaat om hem te waarschuwen, maar dit wil Elegast niet omdat hij verbannen is. Adelbrecht biedt vervolgens aan om zelf de koning te gaan waarschuwen en Karel vertrekt dus weer naar zijn eigen kasteel.
De volgende dag wordt er hof gehouden en koning Karel geeft de verraders een warm ontvangst. Vervolgens beschuldigt hij ze van het samenzweren tegen hem, wat zij natuurlijk ontkennen. Koning Karel laat Elegast aan zijn hof verschijnen die met het bloed aan zijn handschoen kan tonen dat Eggeric schuldig is. Uiteindelijk wordt besloten dat Eggeric gedood zal worden door Elegast. Hij wordt weer in ere hersteld en trouwt met de weduwe van Eggeric, Karels zus.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.