Ook deze week is het nog 'seksweek' op Scholieren.com. Samen met de Sense Infolijn geven we antwoord op al jouw seksvragen.

 


Alles over seks Alles over seks


Basisverslag over Karel ende Elegast De auteur

De auteur is net zoals vele schrijvers uit de Middeleeuwen anoniem gebleven.

Titel + verklaring

De titel Karel ende Elegast slaat op de beide hoofdpersonen. Waarschijnlijk had het verhaal geen titel en werd het vernoemd naar deze twee personen.

Druk

De eerste druk was in 1982, het boekje dat ik lees is de vijfde druk uit 1992.

Genre

Het boek is een voorhoofse ridderroman. Twee andere namen voor dit genre zijn Frankische ridderromans en Karelromans. Dit omdat deze boeken allemaal over de Frankische ridderwereld gaan en in vele boeken Karel de Grote voor komt.

Perspectief

Het perspectief in dit boek is het ik-verhaal. De ikpersoon is Karel de Grote. Hier volgen twee citaten: - Ic en laetse niewers gedueren. ( regel 237, bladzijde 18)
         - Dat heb ic wel verstaen. ( regel 660, bladzijde 34)  

Tijd van handeling

Karel de Grote was heerser van het Frankische Rijk van 768 tot 814. Dit verhaal heeft waarschijnlijk niet in de laatste veertien jaar afgespeeld, want toen was Karel geen koning meer, maar keizer. ( Citaat: dit verhoorde die coninc, regel 35, bladzijde 10.)

Plaats van handeling

Het verhaal speelt zich af in de omgeving van Ingelheim aan de Rijn. De plaatsen waar ze zich bevinden zijn: het kasteel van Karel, het bos in de omgeving en in het kasteel van Karel's zwager Eggeric van Eggermonde.
Citaten: - "dat Karel slapen begonde Tengelem op de Rijn." ( Tengelem is te Ingelheim)
      Regel vier en vijf, bladzijde 11
  - "daer hi stelens soude beghinnen. Doe quam hi een wout binnen."
      Regel 194 en 195, bladzijde 16

Hoofdpersonen

Karel de Grote: hij is koning van het Frankische Rijk. Hij wil dit zelfs opgeven voor God. Want door te gaan stelen, wat een opdracht is van God, zet hij wel zijn koningsschap op spel. Hij beseft ook dat hij niet alles kan, ook al is hij zo machtig. Dit komt naar voren, doordat hij steeds God om hulp vraagt en dat hij bid of Elegast, een roofridder, hem mag helpen met het stelen. Tegenover Elegast bewijst hij ook zijn trouw, door hem weer als leenheer aan te stellen.
Citaten: - " Gods ghebot sine woerde,
                   En wil ic niet laten achter.
Ic sel dief wesen al ist lachter,
Al soudic hanghen bider kelen.
Nochtan haddic liever vele
Dat mi god name ghemeente,
Dat ic van hem houde te leene," (regel 100 tot 106, bladzijde 12 en 14)
- " Elegast bleef inder eere,
Dies dancti onsen heere.
Die coninc gaf hem eggerics wijf." ( regel 1407 tot 1409, bladzijde 62)

Elegast : hij is een door Karel de Grote verbannen leenheer. Om te overleven berooft hij alleen rijke mensen. Hier komt zijn loyaliteit tegenover de armen tot uiting. Hij is nog steeds trouw aan zijn koning, ook al is hij door hem verbannen. Met hem komt het uiteindelijk toch nog goed.
Citaten: - " In steels geenen armen man,
Die bi sijnre pine leeft.
Dat pelgrim ofte coopman heeft,
Dies laet ic hem ghebruken wel,
Mer ic en verseker niemant el." ( regel 506 A tot E, bladzijde 28)

- " Bi al dat god leven liet,
Waerdi mijn gheselle niet,
Ten bleve te nacht onghesproken
Den coninc karel, minen heere,
Die waerdich is alder eere." ( regel 999 tot 1004, bladzijde 46)

Eggeric van Eggermonde: hij is een belangrijk leenheer en is getrouwd met de zus van Karel de Grote. Hij is samen met andere leenheren van plan om de koning te vermoorden. Hij wordt hier uiteindelijk voor gestraft.
Citaten: - " Dat hi ( Eggeric) des conincs doot hadde ghesworen,
Ende die te doen waren vercoren,
Souden cortelike comen." ( regel 895 tot 897, bladzijde 42)

Samenvatting

Karel de Grote krijgt in de nacht voor hij zijn hofdag houdt een opdracht van God. Hij moest van Hem gaan stelen. Pas na de derde keer gehoorzaamt Karel. God zorgt er voor dat iedereen slaapt, zodat hij ongezien het kasteel kan verlaten.
De koning weet niet waar hij moet gaan stelen, dus rijd hij maar het bos in. Daar komt hij een zwarte ridder tegen, die hem uitdaagt voor een gevecht, omdat die ridder de wapenuitrusting van de koning wil hebben. Zo ontstaat er een gevecht, Karel die wint en dwingt de ander zijn naam te zeggen. Het blijkt Elegast te zijn, Elegast is een verbannen leenheer en is nu roofridder, omdat hij anders niet rond komt. Dan besluiten ze om samen Eggeric te bestelen. Elegast denkt dat hij met een gewone dief te doen heeft.
Elegast weet binnen te dringen, hij gaat ook naar binnen en Karel die moet op de wacht blijven staan. Elegast die kan d.m.v. een toverkruid horen wat de dieren zeggen en hoort dat ze zeggen dat de koning in de buurt is. Hij zegt dit tegen Karel, die zegt dat het onzin is en dat hij gewoon verder moet gaan met stelen.
Elegast komt ook op de kamer van Eggeric en zijn vrouw om een zadel te stelen, door het gerinkel van de bellen worden de twee bewoners wakker. Eggeric vertelt aan zijn vrouw dat hij morgen de koning, haar broer, gaat vermoorden. Elegast tovert iedereen dan in slaap en vertelt tegen Karel dat ze de koning willen vermoorden, hij weet niet dat de koning zelf voor hem staat. Karel snapt nu waarom hij moest gaan stelen en ondervindt ook de trouw van Elegast aan hem. Karel belooft dat hij de koning zal inlichten en verdwijnt dan.
De volgende dag worden de samenzweerders gevangen genomen en vind er een duel tussen Elegast en Eggeric plaats. Elegast wint en Eggeric wordt gedood.
Elegast wordt dan in eer hersteld en krijgt Karels zuster als vrouw.

Thema en motieven   

Het thema is: God heeft overal een bedoeling mee.
Verschillende motieven zijn: - De tovernarij van Elegast, daarmee kon hij dieren horen
en mensen laten slapen.
- Het gebed tot God, men bad in moeilijkheden tot Hem en vertrouwde er op dat hij hun gebed zou verhoren.
- Duels, veel onenigheden worden uitgevochten in duels.

Citaten: - " Elegast conste behendichede,
Die hi proefde ter menigher stede,
Die was minlic ende mate." ( regel 763 tot 765, bladzijde 38)

- " Doe seide die coninc van vrancrike:
God also gewearlike
Als ghi hier moghende sijt,
So moetti corten desen strijt
Ende dit lange ghevechte
Na redene ende na rechte." ( regel 1377 tot 1382, bladzijde 60)

- " Dat dede mi noot en de armoede.
Maer dat ghi een moerder sijt,
Ghi en moget ontseggen camp noch strijt" ( regel 1250 tot 1252,
bladzijde 56)

Bedoeling van de auteur

De bedoeling is om de lezer duidelijk te maken dat God met alles een bedoeling heeft. Zo laat hij de machtige Karel de Grote stelen om hem duidelijk te maken dat er een aanslag op hem wordt gepleegd.
Karel die komt daar pas later achter, die passage vind ik de kernpassage van het boek.
" Ic heb minen heer verloren.
Ic hadde toeverlaet te voren
Te comene te minen goede
Ende te verwinnen mijn armoede.
Ende was oec in goede wane,
Nu bennic, leider, des alles ane.
Mijn heer sel morgen vroe.
Ic mach u seggen hoe:
Eggeric heeft sinen doot gesworen."
Doen wiste Karel wel te voren
Dat hem god te stelen ontboot
Om te bescuden vander doot.
Hi danckes oetmoedelike
Gode van hemelrike." (regel 967 tot 980, bladzijde 46)

Hier vertelt Elegast hoe verdrietig hij is, omdat morgen zijn koning, door Eggeric, wordt vermoord. Dit zegt hij tegen Karel, terwijl hij niet weet dat hij het tegen de koning heeft. Karel die dankt God dan dat hij moest gaan stelen en dit kon horen.

Mening

Ik vind dit een mooi verhaal, met een duidelijke boodschap. Ik vind dat de schrijver zijn boodschap op een mooie manier naar voren heeft gebracht. Het is wel erg onrealistisch, met de magische elementen die er in voor komen en dat alles ook nog zo loopt als de koning wil. Ik denk dat het de mensen in de Middeleeuwen heel erg heeft aangesproken, juist door die toverkunsten van Elegast, de steeds terugkerende gebedsverhoring en dat het goede van het kwade overwint.  

Algemene verwerkingsopdrachten

A1

10 waar of niet waar vragen.

1) Koning Karel wilde Eggeric onthoofden.
2) De wachters van de koning vielen in slaap door het toverkruid.
3) De koning gehoorzaamde God pas na de derde keer.
4) De vrouw van Eggeric was het niet met haar man eens, toen hij zei dat hij de koning ging vermoorden.
5) Eggeric ontkende de beschuldiging tegen hem.
6) Elegast beroofde edelen, kooplieden en geestelijken.
7) Het duel vond plaats op de hofdag van de koning.
8) Elegast en de koning drongen het kasteel van Eggeric binnen via een raam.
9) Elegast was niet ridderlijk in het duel tegen Eggeric.
10) God heeft uiteindelijk het duel beslist.

Antwoorden

1) Niet waar, hij wilde een duel tussen Elegast en Eggeric.
2) Niet waar, God liet ze slapen.
3) Waar
4) Waar
5) Waar
6) Niet waar, de kooplieden liet hij met rust.
7) Waar
8) Niet waar, via een gat in de muur.
9) Niet waar, hij liet Eggeric weer op zijn paard plaats nemen
10) Waar

5 meerkeuze vragen

1) Wat gebruikte de koning om een gat in de muur van het kasteel van Eggeric te maken
A) breekijzer
B) ploegijzer
C) zijn zwaard
2)Waar werden Eggeric en zijn vrouw wakker van.
A) van de bellen van het zadel
B) van het maken van het gat in de muur
C) van de pratende dieren

3)Hoe noemde de koning zich tegen over Elegast
A) Adelbrecht
B) Adelgast
C) Edelbrecht

4) Wat kon Elegast met zijn toverkruid niet.
A) Mensen in slaap laten brengen
B) Dieren laten praten
C) Iemand hypnotiseren

5) Wat voor een kleur wapenuitrusting had Elegast.
A) Wit
B) Zwart
C) Metaalkleur

10 open vragen.

1) Waar slaat Eggeric zijn vrouw?
2) Waar ving Elegast dat bloed in op?
3) Wat voor speciale relatie heeft de koning met Eggeric?
4) Wat gebeurt er aan het einde van het verhaal met Elegast?
5) Toen de koning in gevecht was met Elegast, wie dacht hij dat hij voor zich had?
6) Wat steelt Elegast uit de kamer van Eggeric?
7) Waarom dood Karel zijn tegenstander in het bos niet?
8) Waarom berooft Elegast de armen niet?
9) Waarom liet Elegast de koning op wacht staan buiten het kasteel?
10) Welke stand hebben Elegast en Eggeric?

Antwoorden

1) Op haar neus.
2) In zijn handschoen.
3) Het zijn zwagers.
4) Wordt in zijn eer hersteld.
5) De duivel.
6) Het zadel van Eggeric.
7) Hij ziet in hem een goede metgezel om te gaan stelen.
8) Omdat die moeten ploeteren voor het weinige geld dat ze hebben.
9) Omdat de koning erg onhandig is.
10) Hertog.

A18

1) Gods' bijzondere weg. Want God die geeft Karel de opdracht om te gaan stelen, terwijl dit tegen God's geboden in gaat. Maar door dit gebod te 'overtreden' komt Karel erachter dat er morgen een aanslag op zijn leven plaats vind.
2) De koning die uit stelen gaat.
Deze titel heb ik gekozen, omdat koning Karel van God de opdracht krijgt om te gaan stelen. In de Middeleeuwen werd er ook een verhaal verteld dat deze titel had, waarschijnlijk is het boek Karel ende Elegast aan de hand van dat verhaal geschreven.
3) Op wie kan je nou vertrouwen.
In dit verhaal is Elegast, een dief, degene op wie de koning kan vertrouwen. Terwijl je dit eerder verwacht van zo'n belangrijke leenheer Eggeric. Uit her verhaal blijkt ook nog dat je God altijd kan vertrouwen.
4) De Winnaar.
Wie heeft er nou echt gewonnen? Op deze vraag zijn verschillende antwoorden, je kunt zeggen dat Elegast met koning Karel gewonnen, maar hadden die ook gewonnen met de hulp van God.  

A19

In dit boek zijn drie soorten dingen te vinden, waarheden, waarheden die ongeloofwaardig over komen, en dingen die niet kunnen of verzonnen zijn.

Waarheden Ongeloofelijke waarheden Verzinsels of onwaarheden
Karel de Grote Dat God altijd Karel's gebed meteen verhoort De toverkunsten van Elegast
Karel's kasteel te Ingelheim Slapende wachters in Karel's kasteel Alle personen behalve Karel de Grote

De dingen die bij waarheden staan heb ik daar neergezet, omdat Karel de Grote echt bestaan heeft en hij ook een kasteel te Ingelheim bezat. Hij was zelf ook een zeer gelovig persoon, dit komt ook in het verhaal tot uiting.
De dingen die in de tweede kolom staan zouden vele in de laatste kolom zetten, omdat ze gewoon niet in God geloven. Ik heb deze dingen in de tweede kolom gezet, omdat het niet geloofwaardig overkomt. Ik kan deze dingen ook niet snappen met mijn verstand. Wel is het zo dat je aan deze dingen begint te twijfelen, doordat de schrijver ze combineert met toverkunsten. En dat God het gebed van Karel steeds weer verhoort, terwijl je meestal wat langer moet wachten.   
Toverkunsten heb ik in de derde kolom gezet, omdat ik er niet in geloof. De personen behalve Karel de Grote zijn door de schrijver verzonnen, want je komt ze ook niet in de geschiedenis bronnen tegen.

A27

Dit verhaal is makkelijk te dateren, omdat er sprake is van een historisch bekend persoon. Karel de Grote regeerde over het Frankische Rijk van 768 tot 814. De laatste veertien jaar was hij keizer, dus die kan je ook uitschakelen. Dit verhaal speelt zich dus af tussen 768 en 800. Op Karel de Grote is ook nog een aanslag gepleegd in 785, maar omdat er niet zoveel bekend is over deze aanslag kan er ook niet gezegd worden of het enig verband heeft met dit boek.
Je kunt alleen wat zeggen van de tijd doordat de hoofdpersoon een historisch figuur is. Wel is zeker dat het verhaal niet in die tijd is geschreven, dat was pas in de dertiende eeuw. Het verhaal is afkomstig uit een volks verhaal, dus zo zijn er langzamerhand steeds meer eigentijdse dingen in geslopen. Dit boek geeft dus niet de echte werkelijkheid weer zoals die in de tijd van Karel de Grote was.
      
Bronnen

De bronnen die ik gebruikt heb zijn: het boek zelf met de vertaling en een bewerking. Dit boek is uitgegeven door Taal & Teken. Verder heb ik de encyclopedie gebruikt en een uittreksel van de site www.scholieren.com gehaald. 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.