Karakter door Ferdinand Bordewijk

Beoordeling 6.7
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas vwo | 3369 woorden
  • 1 december 2006
  • 9 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.7
  • 9 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Methode
Eerste uitgave
1938
Pagina's
248
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
3 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's
Verfilmd als

Boekcover Karakter
Shadow

Katadreuffe is bezeten van het verlangen advocaat te worden. Als zoon van een arme ongehuwde moeder in het vooroorlogse Rotterdam zet hij alles op alles om zijn doel te bereiken. De machtige deurwaarder Dreverhaven, zijn vader, werkt hem in alle opzichten tegen. Waarom? Twee onbuigzame karakters in een strijd die tot het uiterste lijkt te gaan - zelfde de liefde wordt…

Katadreuffe is bezeten van het verlangen advocaat te worden. Als zoon van een arme ongehuwde moeder in het vooroorlogse Rotterdam zet hij alles op alles om zijn doel te bereiken. D…

Katadreuffe is bezeten van het verlangen advocaat te worden. Als zoon van een arme ongehuwde moeder in het vooroorlogse Rotterdam zet hij alles op alles om zijn doel te bereiken. De machtige deurwaarder Dreverhaven, zijn vader, werkt hem in alle opzichten tegen. Waarom? Twee onbuigzame karakters in een strijd die tot het uiterste lijkt te gaan - zelfde de liefde wordt eraan opgeofferd. 

Karakter geldt als het meestwerk van de advocaat/schrijver F. Bordewijk (1884-1965). Het boek heeft ruim vijfenzestig jaar na verschijnen nog steeds iets aan kracht en leesbaarheid ingeboet.

Karakter door Ferdinand Bordewijk
Shadow
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Titel: Karakter
Auteur: Ferdinand Bordewijk
Plaats van uitgave: Amsterdam
Jaar van uitgave: 1998

Motivatie van mijn boekkeuze:
Ik had in mijn boek van het vak Nederlands een fragment uit dit boek gelezen, hierdoor werd ik benieuwd naar de context van dit fragment en de afloop van het verhaal.
Daarnaast leek het me interessant om eens een boek te lezen dat veel eerder was geschreven dan de boeken die ik tot nu toe heb gelezen.
Ik las overal dat dit boek zonder meer tot de klassiekers van de Nederlandse literatuur behoorde, en ik wilde weten of ik het met deze ‘eretitel’ eens was, voor zover ik dat kan beoordelen, en dat kun je natuurlijk nooit weten zonder het boek gelezen te hebben.


Korte beschrijving van de inhoud van het boek
Jacob Willem is de onwettige zoon van deurwaarder A.B. Dreverhaven en Juffrouw Katadreuffe (ook wel Joba genoemd). Zodra bleek dat Joba in verwachting was, bood Dreverhaven aan met haar te trouwen, maar zij weigerde dit en vetrok meteen. Ze weigerde ook steeds het geld dat hij opstuurde. Juffrouw Katadreuffe verdient geld met handwerken, maar zij en haar zoon hebben het niet breed. Ze wonen in arme wijkjes in Rotterdam. Jacob Willem kan daarom na zijn lagere school geen vak leren. Wel heeft hij interesse in boeken en hij leert zich dingen bij uit een oud Duits lexicon, dat maar compleet is tot de letter T. Er komt een huurder bij hen in huis wonen: Jan Maan. Deze wordt Jacobs vriend, maar raakt ondertussen steeds meer overtuigd van de ideeën van het communisme.

Als Jacob Willem ouder is, leent hij geld bij de Maatschappij voor Volkscrediet, om een sigarenzaakje over te nemen. Echter al snel gaat het niet goed met het zaakje en gaat hij failliet. Hij wordt bij zijn curator, de advocaat de Gankelaar, geroepen. Daar hoort hij dat zijn faillissement wordt opgeheven. De Gankelaar ziet wel iets in hem en zorgt dat hij een baantje krijgt als kantoorklerk. Katadreuffe kan in huis komen wonen bij de conciërge. Hij leert zichzelf typen en stenograferen.

Maar net als hij alles een beetje op orde heeft, wordt zijn faillissement opnieuw aangevraagd. Het bleek dat de eigenaar van de Maatschappij voor Volkscrediet zijn vader is, en de jonge Katadreuffe gaat bij hem langs in de hoop hem op andere gedachten te brengen. Hij krijgt meer salaris van Stroomkoning, de baas van het kantoor. Zijn schulden worden langzaam afbetaald. Katadreuffe leent echter weer geld bij zijn vader, om zijn staatsexamen te kunnen halen en daarna rechten te studeren.

Rentenstein, de chef-de-bureau, blijk op een gegeven moment te hebben gefraudeerd met de kas van het bureau en hij wordt ontslagen. Katadreuffe mag zijn plaats innemen. Opnieuw doet Dreverhaven een poging om Katadreuffe failliet te verklaren, deze keer lukt dat niet. Als Jacob slaagt voor zijn staatsexamen wordt er op het kantoor een feestje gegeven. Vlak na dit feestje neemt Lorna Te George, de secretaresse ven Stroomkoning, ontslag omdat zij een oogje op Katadreuffe heeft en hier niet mee om kan gaan. Later, nadat Katadreuffe ook zijn rechtenstudie heeft afgerond, komt hij Lorna samen met zijn moeder tegen, wanneer zij merkt dat Lorna en Jacob elkaar leuk vonden, verklaart ze Jacob voor gek dat hij haar heeft laten gaan.
Ondanks de beginnende economische crisis (het verhaal speelt in de jaren ’30) krijgt hij van stroomkoning een baan als medewerker, dus als advocaat. Hierdoor verdient hij meer en dus kan hij zijn schuld snel afbetalen.


Zodra zijn hele schuld is afbetaald, zoekt Katadreuffe zijn vader op om hem te zeggen dat hij Dreverhaven niet meer als zijn vader erkent, omdat deze Jacob altijd heeft tegengewerkt. Dreverhaven antwoordt met een lach: ‘of méégewerkt...’
Uiteindelijk beseft Katadreuffe dat er in zijn leven maar vier belangrijke personen zijn: Lorna (die eigenlijk al uit zijn leven is), zijn moeder (die hij binnenkort zal verliezen aan TBC), zijn vader en Jan Maan. Hij realiseert zich hoe eenzaam hij eigenlijk is geweest.

Eerste persoonlijke reactie:
Ik was op zich wel geboeid door de tekst, het was geen ‘worsteling om het uit te krijgen’ maar het onderwerp en de gebeurtenissen spraken me niet direct aan, het staat vrij ver van me af. Hierdoor was het voor mij ook niet herkenbaar, en mede hierdoor ben ik niet echt aan het denken gezet door de tekst. Ik vond het verhaal op zich goed te volgen, de stukken tekst sloten goed op elkaar aan. Wat het lezen natuurlijk wel lastiger maakte, is dat je alle gebeurtenissen moet proberen goed in de tijd waaruit het verhaal komt te plaatsen, je in te leven in ‘het Rotterdam van toen’, maar juist hierdoor heb ik het idee dat ik wel wat geleerd heb door het lezen van het boek.

Uitgebreide persoonlijke reactie:
- Het onderwerp van de tekst is denk ik de strijd tussen een vader en zijn zoon, de zoon wil advocaat worden en hogerop komen op de maatschappelijke ladder, de vader werkt hem hierin tegen door hem steeds weer de financiële middelen te ontnemen. P.117: “Maar Katadreuffe moest nog iets zeggen: ‘Weet je waar ik achter gekomen ben? Die Maatschappij voor Volkskrediet die me toen die driehonderd pop leende, dat is vader. Het is godbetert je eigen vader die je failliet maakt, tot tweemaal toe.’”
- Het onderwerp interesseert me niet zo heel erg, ik hoef me niet zo nodig te verdiepen in de relatie tussen vaders en zoons.
- Ik had verwacht dat de strijd tussen de twee koppige mannen zou zijn ontstaan vanuit een ‘gewone’ gezinssituatie, maar in het verhaal zien zij elkaar de eerste jaren van Jacobs leven helemaal niet, en later blijkt dat hij hem af en toe op zijn werk wel eens gezien heeft, zonder te weten dat het zijn vader was. P.107: “Heel zijn aandacht was gekluisterd door de man die daar zat. Hij had hem vaak gezien en nooit goed opgenomen. Hij herkende de hoed en de jas meer dan de gelaatstrekken. Nu zag hij als door een vergrootglas verduidelijkt, want in het hoge schemerende vertrek zat de man in fel licht.”
- Het onderwerp ligt niet echt in mijn belevingswereld, natuurlijk denkt iedereen wel eens na over familieverhoudingen, maar in mijn geval niet speciaal tussen vader en zoon, en zeker niet over hoe dat iemands carrière of maatschappelijke positie kan beïnvloeden. In deze tijd is het stijgen op de maatschappelijke ladder ook een minder groot punt, omdat onze samenleving veel minder een ‘standenmaatschappij’ is in vergelijking met vroeger: de verschillen tussen de sociale klassen zijn veel minder groot.
- Ik vind dat de schrijver het onderwerp goed heeft uitgewerkt, zowel in de dialogen tussen de twee personages als in de gedachten van de personages komt de langdurige strijd tussen vader en zoon vaak en duidelijk naar voren. P. 109: “Zijn benen trilden, zijn handen steunden op het blad van de lessenaar, maar niettemin trilden zijn polsen zichtbaar, en ook zijn stem had hij niet meer onder controle. ‘betalen?… het is een eeuwige schande wat u me aandoet, geld geven op afzettersvoorwaarden, dan maar failliet, en dan, als ik net even voor mijn toekomst kan gaan werken, opnieuw failliet… Hoe is het godsterwereld mogelijk dat een vader een zoon zoiets wil aandoen! Ze hebben me voor u gewaarschuwd, de Gankelaar zei: “je bent gek als je gaat, je krijgt toch niets gedaan…” Ik heb het niet willen geloven, want ik dacht: de Gankelaar weet niet dat het mijn vader is… maar een onmens bent u, al bent u honderdmaal mijn vader, nee, juist omdat u mijn vader bent.’”

Belangrijke gebeurtenissen:
Belangrijke gebeurtenissen vind ik onder andere de momenten dat Jacob geld gaat lenen, omdat dit hem in contact brengt met zijn vader. bijvoorbeeld waar hij voor het eerst geld leent om zelfstandiger te worden, p.23: ”Hij wilde om te beginnen vrij man zijn. Er was in den haag een sigarenzaakje over te nemen voor 300 gulden, 100 voor de klanten en 200 voor de inventaris, Jan Maan had het weer van kennissen. Katadreuffe kocht de zaak met voorschot van een woekerbankje, de Maatschappij voor Volkscrediet, dat minuscule advertentietjes in de kranten plaatste.” Ook een belangrijke gebeurtenis is wanneer hij zijn baantje krijgt bij het advocatenkantoor, omdat hierdoor zijn ambitie sterk wordt aangewakkerd, en omdat hij daar juffrouw Te George ontmoet, die later erg belangrijk voor hem wordt. P. 50: “De Gankelaar was iemand van impulsen. Hij wilde nu ineens, op dit ogenblik, Katadreuffe aan zich binden. Hij had de dwaze vrees dat de jongen hem nu nog kon ontglippen, dat hij die middag misschien iets anders zou hebben gevonden. Zo’n kerel moest overal slagen. Hij zag zelf het dwaze in van die gedachtegang en kon toch niet wachten, -en hij nam de hoorn. Maar nadat hij een paar seconden had gesproken legde hij de hoorn weer op de haak, zijn zin middenin afbrekend. ‘meneer Stroomkoning vindt het al goed.’ ‘meneer is makkelijk in die dingen.’ ‘Ja, en nu zullen we zijn salaris maar bepalen. Wat dacht je van zestig gulden?’ En hij deed Katadreuffe weer binnenkomen.”

Balans:
Ik vind dat de balans tussen de rol van de gedachten van de personages in het verhaal en de rol van de gebeurtenissen in het verhaal erg goed is. er zit voldoende schot in het verhaal door de beschrijving van de gebeurtenissen,en je komt voldoende te weten over de personages door de beschrijving van hun gedachten. Hierbij helpt het wel dat het verhaal wordt verteld vanuit een alwetende verteller, je ziet dus meer dan de gedachten van de hoofdpersoon, bijv. p.119: “De Gankelaar en hij waren geen naturen om te harmoniëren, dat voelden ze wederkerig, reeds bij dit eerste onderhoud. Wat maakt die man zich druk over een bediende, dacht Wever. Failliet is failliet. Met ingehouden misprijzen keek hij naar confrère, om wiens neus het met de zomer merkbaar sproette. Hij ried in hem zo een soort voornaam lanterfanter. Je bent een benepen plichtezel, dacht de Gankelaar. Maar hij bood hem toch een sigaret.”

Verband:
Er is wel een logisch verband tussen de gebeurtenissen, hij gaat failliet omdat hij geld leende, hierdoor komt hij in contact met het advocatenkantoor, waar hij een baantje krijgt, dit stimuleert hem en stelt hem beter in staat om verder te komen, etc.

Geloofwaardigheid:
De meeste gebeurtenissen vind ik wel waarschijnlijk en daardoor ook wel geloofwaardig, maar er zijn twee dingen in het verhaal die ik minder logisch vind. De eerst is het feit dat het advocatenkantoor zonder veel achtergrondinformatie te hebben een klant aanneemt als bediende. Jan Maan denkt daar blijkbaar hetzelfde over, p. 41: “Hij dacht even na. ‘Het is als je het goed bekijkt eigenlijk een reuzebof dat je juist daar geslaagd bent. Ik zou zo gezegd hebben dat je misschien overal een baantje kon krijgen behalve juist daar waar ze wisten dat je failliet was. Hoe je het hebt klaargespeeld begrijp ik eigenlijk nóg niet. Een baantje bij je curator! Een allemachtig brutale zet was het zeker.” Het tweede dat ik niet begrijp, is waarom Dreverhaven juist zijn zoon zo tegen wil werken, en of hij echt denkt dat hij Jacob daarmee helpt.

Spanning:
De gebeurtenissen hebben me tot een klein stukje voor het eind weten te boeien, omdat ik graag wilde weten of Jacob zijn doel, waarvoor hij alles opzij had gezet, zou bereiken: werd het alles of niets?

Informatie over de hoofdpersonen:
Ik vind Jacob in zekere zin wel een held, omdat hij ondanks dat hij een jongen uit het volk is en ondanks dat zijn vader hem tegenwerkt, zijn doel weet te bereiken.
De mindere kant hieraan is dat Katadreuffe door zijn blinde ambitie andere dingen die belangrijk zijn voor een mens uit het oog verliest, bijvoorbeeld een sociaal leven: hij heeft maar een vriend en geen vriendinnetjes, in tegenstelling tot Jan Maan. Een ander voorbeeld is dat hij zijn gezondheid op het spel zet om het staatsexamen te halen. P.186: “Hij dacht nu ook meermalen over verhuizen, maar oordeelde het tenslotte voorzichtiger het plan daartoe eerst na zijn examen uit te voeren. Hij besefte in het geheel niet dat hij uitsluitend leefde op zijn zenuwen, dat hij, zelfs hij met zijn kwaliteiten, de boog te strak kon spannen, en dit aanhoudend deed. Want de leerstof werd al moeilijker, al omvangrijker, zijn ontzaglijke concentratie benadeelde dit tweede leerjaar zijn gezondheid aanzienlijk.”
Over het algemeen genomen keur ik het gedrag van de hoofdpersoon niet af, omdat hij alles opgeeft voor zijn ambitie voelt hij zich aan het eind van het verhaal ondanks het bereiken van zijn doel erg eenzaam, hij heeft het uiteindelijk dus niet al te slim bekeken, maar behalve dat dit iemands eigen keus is en ook zeker zou moeten zijn, doet hij er verder niemand bewust kwaad mee.
Er is niet echt een personage waar ik me echt mee kon identificeren, zeker niet met de hoofdpersoon, zijn blinde ambitie en alles overdekkende trots zeggen me weinig. In meneer Stroomkoning herkende ik dan meer, hij is loyaal maar toch terughoudend en rustig. P.114: “Je kunt blijven, dat spreekt. Daar zal mijn kantoor niet van op de fles gaan, dat ik een failliete bediende heb, en ik stel het op prijs dat je me van tevoren hebt ingelicht… Nu maken we nog deze afspraak: als je faillissement is uitgesproken, en de curator heeft een bedrag vastgesteld dat ik van je salaris moet inhouden, dan stellen we daarna je salaris op honderd gulden, en jij zelf kunt je dan wat beter bewegen. Afgesproken?
De meeste personages uit het boek vind ik niet alleen maar sympathiek of juist niet, ze hebben van allebei een beetje. Bijvoorbeeld de Gankelaar, hij is aardig voor Katadreuffe en probeert hem verder te helpen, maar tegelijk is hij ook heel erg lui. P. 78: “Werkelijke genegenheid voelde Katadreuffe bij al zijn natuurlijke koelheid voor de Gankelaar, de man die pretendeerde dat hij hem had ‘ontdekt’ en bezig was hem te blijven ontdekken. De Gankelaar had één grote fout die Katadreuffe hem ondanks zijn eigen werklust vergoelijkte omdat zij de Gankelaar betrof: hij was bepaald lui. Hij deed van allen verreweg het minste, hij werkte niet langzaam maar bij horten, en daartussen rookte hij pijpen, droomde weg of zat te bespiegelen tegen Katadreuffe.”

Opbouw:
Ik vind het verhaal niet zo ingewikkeld van opbouw, de gebeurtenissen volgen elkaar niet te snel en vaak ook in chronologische volgorde op. Het verhaal is onderverdeeld in hoofdstukken die niet te lang zijn, wat ik bij sommige andere boeken vervelend vind, en zijn voorzien van ‘tussentitels’, ook dit komt ten goede aan de duidelijkheid.
Er zitten niet veel flashbacks in het verhaal, dit vind ik wel prettig omdat je bij een flashback altijd even om moet schakelen naar de andere tijd. Het belangrijkste waarom ik het goed vind dat er niet teveel flashbacks in zitten, is dat de gebeurtenissen geen verdere uitleg nodig hebben in de vorm van flashbacks, die vrij vaak voor dit doel gebruikt worden.
Ik vind een opbouw met weinig flashbacks in dit geval prima bij het onderwerp passen, omdat Katadreuffe met zijn grote toekomstplannen meer iemand is die vóóruit kijkt, en niet naar het verleden.
Je ziet de gebeurtenissen in het verhaal door de ogen van meerdere personen, en het is handig dat je hierdoor ook de gedachten van meerdere personen ziet, omdat veel personages in het boek langs niet alles zeggen, of op een andere manier uiten, wat er in hen omgaat. Ik denk daarom dat ik het verhaal minder goed had begrepen als de schrijver van het boek een ander vertelperspectief had gekozen.
Ik bleef aan het slot van het boek niet echt met veel vragen zitten, behalve dat je niet zeker weet of hij uiteindelijk zo’n goede advocaat wordt als zijn doel was, maar ik denk eigenlijk dat je daar op zich wel van uit mag gaan, aangezien hij nog steeds vastbesloten is en hij alvast een beetje aanzien heeft verworven onder andere advocaten, zoals de jonge Countryside van het engelse kantoor C.,C.&C. p.267: “Het speet hem dat de Gankelaar weg was, met die had hij zo prettig kunnen opschieten, de andere twee medewerkers trokken hem niet aan. Maar hij stortte zich op Katadreuffe, hij had hem plotseling ontdekt.”

Verhouding tussen beschrijving en dialoog:
De verhouding tussen beschrijving en dialoog was op zich wel goed, maar als de schrijver de dialogen iets meer ruimte had gegeven, hoefde hij waarschijnlijk iets minder aandacht te besteden aan het beschrijven van de gedachten (en misschien ook van de gebeurtenissen en situaties), omdat die dan door verbale uitingen van de personages al duidelijker waren geweest.

Taalgebruik:
Het taalgebruik op zichzelf was niet zo moeilijk, de schrijver gebruikt geen zinnen met vreemde constructies of eindeloze bijzinnen, en er kwamen niet al te veel moeilijke woorden in voor, hij is gelukkig zuinig geweest met juridische termen.
Wat natuurlijk te merken is, en wat het ook iets moeilijker maakt om te lezen, is dat het boek uit een andere tijd komt, en dat is ook aan het taalgebruik vaak te merken, zij het in kleine dingen. Maar na een tijdje gelezen te hebben leverde dit al wat minder problemen op.
Ik heb geen grote problemen gehad met bijvoorbeeld ingewikkelde beeldspraak, als het er al inzat heb ik het over het hoofd gezien… Vaak vond ik de gebruikte beeldspraak juist wel leuk, en soms bij het boek passen. Een voorbeeld, waarvan ik vind dat het mooi weergeeft hoe belangrijk Lorna voor Katadreuffe is, en dat hij zijn gevoel liever voor zichzelf houdt, staat op
pagina 286: ”Maar de diamant van het onderhoud met Lorna te George borg hij weg, want wat de edelstenen van het zielenleven betreft is elk mens een vrek; hij bekijkt ze eenzaam in de bankkluis van zijn hart, bij het licht van zijn herinnering.”

Thema:
Ik vind het moeilijk om mijn vinger te leggen op het precieze thema van dit boek. Als ik toch een poging moet wagen: ik denk dat het in ‘Karakter’ uiteindelijk allemaal draait om trots:
De trots van de Joba, waardoor zij niet met Dreverhaven trouwt: p. 12: “Het briefje bevatte een datum en drie woorden: ‘Wanneer trouwen we?’ het was niet ondertekend. Het schift was zwart, lapidair, cyclopisch. Ze verscheurde het tot snippers.” … “De twaalfde keer schreef ze er dwars doorheen: ‘Wordt altijd geweigerd.’ Of het daardoor kwam, -het tweegevecht was in elk geval beëindigd. Nu had zij gewonnen.”
De trots van moeder en zoon op hun woonplaats Rotterdam: p. 285: “’Blijf jij Rotterdam maar trouw, Jacob,’ zei ze. ‘Rotterdam is onze stad. Wij zijn geen mensen voor Den Haag.’ ‘Dat pest-Den Haag,’ smaalde hij, want zijn behoefte zich heftig te uiten was nog niet voldaan. ‘Wat denk je wel van me, moeder!’”
En vooral de trots van Katadreuffe, waardoor hij verder wil komen.
De trots van Katadreuffe waardoor hij om de haverklap hulp afslaat: p. 142: “Toen begreep Katadreuffe. Het was zijn eigen salaris, het salaris van de curator, dat Wever hem cadeau wilde doen. Hij werd donkerrood, zonder het te weten stond hij op. Iets van het geld nam hij af, precies vijfenzeventig gulden liet hij liggen. ‘Neen,’ zei hij. Maar hij zei er niet bij: ‘Maar u wordt bedankt.’”
De trots van Katadreuffe waardoor hij koste wat het kost van zijn vader wil ‘winnen’: p. 293: “’Één ding,’ zei de deken. ‘Waarom heeft u die bank opnieuw om krediet gevraagd?’ Katadreuffe antwoordde trots: ‘Ik wou tonen dat ik niet bang voor ze was.’”

Eindoordeel:
Ik had van het feit dat het boek vrij oud is, minder last dan ik had gedacht. Een effect is ook dat het boek in zijn geheel me eens wat beter heeft laten nadenken over het leven in andere tijden (wat waren de omstandigheden? Hoe anders dachten de mensen van toen?). Ik vind dat de ‘karakters’ in het boek duidelijk zijn neergezet, en dat de gedachten en gebeurtenissen goed zijn beschreven. Ondanks dat het onderwerp van het boek niet een onderwerp is dat mij direct aantrekt, vind ik het wel sterk uitgewerkt in het boek en in een boeiende vorm gegoten. Ik vind het terecht dat dit boek tot de klassiekers van de literatuur gerekend wordt, en ik ben het wel met de vele recensenten eens die vinden dat dit nog steeds een boek is dat boeit.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Karakter door Ferdinand Bordewijk"