Karakter door Ferdinand Bordewijk

Beoordeling 6.2
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas vwo | 3241 woorden
  • 20 augustus 2006
  • 11 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.2
  • 11 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1938
Pagina's
248
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
3 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's
Verfilmd als

Boekcover Karakter
Shadow

Katadreuffe is bezeten van het verlangen advocaat te worden. Als zoon van een arme ongehuwde moeder in het vooroorlogse Rotterdam zet hij alles op alles om zijn doel te bereiken. De machtige deurwaarder Dreverhaven, zijn vader, werkt hem in alle opzichten tegen. Waarom? Twee onbuigzame karakters in een strijd die tot het uiterste lijkt te gaan - zelfde de liefde wordt…

Katadreuffe is bezeten van het verlangen advocaat te worden. Als zoon van een arme ongehuwde moeder in het vooroorlogse Rotterdam zet hij alles op alles om zijn doel te bereiken. D…

Katadreuffe is bezeten van het verlangen advocaat te worden. Als zoon van een arme ongehuwde moeder in het vooroorlogse Rotterdam zet hij alles op alles om zijn doel te bereiken. De machtige deurwaarder Dreverhaven, zijn vader, werkt hem in alle opzichten tegen. Waarom? Twee onbuigzame karakters in een strijd die tot het uiterste lijkt te gaan - zelfde de liefde wordt eraan opgeofferd. 

Karakter geldt als het meestwerk van de advocaat/schrijver F. Bordewijk (1884-1965). Het boek heeft ruim vijfenzestig jaar na verschijnen nog steeds iets aan kracht en leesbaarheid ingeboet.

Karakter door Ferdinand Bordewijk
Shadow
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Biografie F. Bordewijk

Ferdinand Johan Wilhelm Christiaan Karel Emiel (vanaf 13 maart 1919 officieel alleen nog maar Ferdinand) Bordewijk werd op 10 oktober 1884 geboren te Amsterdam als derde zoon van Hendrik Bordewijk, hoofdcommies bij de Rijkspostspaarbank, en Johanna Wilhelmina Appolonia van Bijlevelt. In 1894 verhuisde het gezin, vanwege een verandering van functie van de vader, naar Den Haag. Daar bezocht hij van 1898 tot 1904 het Eerste Haagsch Gymnasium. Nadat hij was geslaagd voor het eindexamen, ging hij in Leiden rechten studeren, maar hij bleef in Den Haag wonen.
Na zijn rechtenstudie in Leiden trad hij in januari 1913 in dienst van een advocatenkantoor aan de Boompjes in Rotterdam. Hij trouwde in 1914 met de autodidact-componiste Johanna Roepman (1892-1971). Uit dit huwelijk werden twee kinderen geboren, in 1915 een zoon en drie jaar later een dochter. De laatste publiceerde enkele romans. In december 1919 vestigde hij zich als zelfstandig advocaat in Schiedam. Den Haag bleef echter zijn domicilie. In de oorlog woonde hij in de Tweede Van den Boschstraat, vlakbij het kantoor van de Kultuurkamer, in het Bezuidenhout. Op 3 maart 1945 werd deze wijk bij vergissing door de Engelsen gebombardeerd. Van huis en inboedel van Bordewijk restte niets dan rokend puin. Korte tijd woonde hij in Leiden, maar direct na de oorlog keerde hij terug. Officiele erkenning voor zijn literaire werk kreeg Bordewijk betrekkelijk laat. In 1949 ontving hij voor zijn roman 'Noorderlicht' de eenmalig toegekende Prijs voor kunsten en wetenschappen. Voor 'De doopvont' en 'Studien in volkscultuur' werd hem in 1953 de P.C. Hooft-prijs toegekend. Zijn gehele oeuvre werd in 1957 bekroond met de Constantijn Huygens-prijs. Een vorm van eerbetoon is ook het feit dat de prijs voor een prozawerk van de Jan Campert-stichting sinds 1978 zijn naam draagt. In april 1997 ging de film (regie: Mike van Diem) naar de roman 'Karakter' in premiere. Deze werd bekroond met een Oscar voor de beste buitenlandse film, hetgeen een hernieuwde belangstelling voor het boek met zich meebracht.

Bordewijk schreef veelal onder zijn eigen naam en onder de pseudoniemen Tom Ven en Emile Mandeau. Bordewijk debuteerde onder het pseudoniem Ton Ven met de gedichtenbundel “Paddestoelen”. Verder behoren Karakter en Bint tot zijn meest bekende boeken.

Bespreking belangrijkste personages

Jacob Willem Katadreuffe
Jacob is het kind van Jacoba en Dreverhaven, Dreverhaven is wel de vader, maar hij heeft Jacob als kind nooit gezien, omdat Jacob bij zijn moeder woont. Hij heeft dezelfde sprekende bruin/zwarte ogen als zijn moeder. Hij heeft ook hetzelfde karakter als zijn moeder, daarom kan hij niet zo goed met haar opschieten. Als eigenaar van een sigarenwinkel heeft hij niet veel succes. Bij een advocatenbureau wordt hij kantoorbediende en hij besluit zich boven zijn armoede van zijn jeugd uit te werken en hij gaat studeren. Hij heeft veel tegenslagen, waar zijn vader voor zorgt, maar uiteindelijk weet hij zich op te werken van kantoorbediende tot advocaat. Hij komt erachter dat hij een toekomst van totale eenzaamheid tegemoet gaat. Toen hij ging studeren heeft hij alles voor zijn studie over gehad en hij gunde zichzelf daardoor haast niets. Ook Lorna te George wijst hij af waar hij achteraf toch wel spijt van heeft. Hij vond haar echt leuk. Ook vindt hij dat hij eigenlijk veel beter met zijn moeder had moeten omgaan, maar daar komt hij veel te laat achter. Ze is al jaren ziek, maar nu gaat het nog slechter met haar en ze zal wel snel dood gaan. In de naam Katadreuffe herkennen sommige critici het woord ‘katastrofe’.

Jacoba (Joba) Katadreuffe
Ze is de moeder van Jacob en ze is net zo koppig als hem. Ze wil van niemand hulp aannemen, Dreverhaven wil met haar trouwen, maar dat wil ze niet. Hij geeft haar ook elke maand geld maar dat wil ze ook niet. Ze moet hard werken voor haar geld, maar hoe moeilijk ze het ook heeft, ze wil niet dat Jacob eronder leidt Ze heeft veel voor hem over. Ze is al een tijdje ziek, maar ze zegt nooit hoe ze zich voelt.

A.B. Dreverhaven

Dreverhaven is de vader van Jacob, maar hij is niet de wettige vader van hem. Hij is een machtige, ongenadige, keiharde en angstaanjagende man. Dreverhaven zit Jacob op alle mogelijke manieren dwars, maar daardoor doet Jacob alleen nog maar meer zijn best om zijn vader voorbij te streven. Jacoba was vroeger het dienstmeisje van Dreverhaven en hij liet zich verleiden door haar schoonheid. Hij wilde met haar trouwen omdat hij dat zijn plicht vond. Als hij een kind verwekte moet hij daar ook verantwoordelijk voor zijn, maar dat wilde zij niet.

Jan Maan
Maan is de vriend van Jacob en heeft een heel ander karakter dan de rest van de personages. Hij heeft veel interesse in meisjes en hij is fel aanhanger van een communistische partij. Hij is een soort tegenpool van Jacob. Hij doet totaal geen moeite om wat te leren of hoger op te komen. De naam “Maan” symboliseert een tegenstelling tot de drie voorgenoemde personages.

Bespreking genre

Karakter is een psychologische roman. De passages cocncentreren zich steeds op een klein aantal personen en er wordt veel aandacht besteed aan het voortdurende conflict tussen Katadreuffe en Dreverhaven. Hoewel er duidelijke historische elementen in zitten, is het geen per se een historische roman. In het boek zelf staat dat het ook een ‘roman van zoon en vader’ is, omdat het gaat over de relatie tussen vader en zoon.

Bespreking thema

Thema 1: relatie vader en zoon
Katadreuffe is in dit boek degene die dingen bereikt heeft, die door zijn omgeving niet voor mogelijk werden gehouden. Hij groeit uit van arme bastaard tot advocaat van stand. Katadreuffe heeft dit mede te danken aan zijn vader, al is het indirect. Zijn vader zorgde voor de strijdlust in hem, de ijzeren discipline en de wil beter te zijn dan zijn vader. Ook zijn moeder heeft hem hierbij geholpen, door hem streng op te voeden en hem onafhankelijk te laten zijn.

Thema 2: ondergangsbesef
Hij heeft zijn droom waargemaakt, maar toch is hij in relaties gedoemd te falen gezien het feit dat Jacob zijn liefde voor Lorna aan de kant zet voor zijn carriere. Motto: A sadder and a wiser man, He rose the morrow morn.Vrij vertaalt betekend dit: een droeviger en een wijzere man, hij werd de volgende morgen wakker. Dit motto geeft aan dat Katadreuffe ondanks zijn overwinning toch ‘iets’ verloren heeft waar hij zich bewust van is.

Bespreking motieven

De motieven zijn in dit boek zijn: vervreemding, standsverschillen, geld, (zelf)tucht, verwording/verval en haat en liefde.

Vervreemding
Katadreuffe kan zich moeilijk uitten en komt hierdoor nauwelijks in contact met anderen. Door zijn koppigheid en trots wilde hij geen hulp van anderen aanvaarden, wat de vervreemding verergerde. Zijn moeder en vader hebben ook last van vervreemding. Joba omdat zij hetzelfde karakter heeft als haar zoon, Dreverhaven door zijn indrukwekkende verschijning en zijn meedogenloze optreden als deurwaarder.

Standsverschillen
Er wordt duidelijk onderscheidt gemaakt tussen de plebs en de hogere stand. Katadreuffe komt van het plebs, maar werkt zich omhoog tot een uitstekend advocaat. Ook wordt Dreverhaven door de verteller “toch een deurwaarder” genoemd.

Geld
Geld speelt een belangrijke rol in dit boek. Geld laat in het verhaal ook karaktereigenschappen en relaties van personen met elkaar zien. Joba accepteert geen geld van Dreverhaven, zij wil onafhankelijk zijn en haar zoon alleen opvoeden. Door het gebrek aan geld van Katadreuffe komt hij in contact met zijn vader, die hem twee maal failliet laat gaan. Doordat Katadreuffe weinig geld had in het begin, leert hij ermee om te gaan en zorgvuldig zijn schulden af te betalen. Daarnaast heeft Dreverhaven een verslaving voor geld. P.122: “Hij dronk de laatste tijd weer veel, dat had hij in buien, zoals het gaan naar vrouwen. Hij kon het even goed volhouden als nalaten, hij had maar een verslaafdheid, het geld.” Ook zet Katadreuffe zijn trots op zij en vraagt een lening aan zijn vader. Hij stelt het belang van zijn studie boven zijn ego dat gekrenkt wordt wanneer hij naar zijn vader om geld gaan vragen. P.124: “Vader, ik kom een lening bij u sluiten.’ ‘Waarvoor, Jacob Willem?’ ‘Ik kan mijn staatsexamen niet halen zonder privaatlessen.” Ook zie je dat Katadreuffe en zijn moeder elkaar financieel helpen in moeilijke tijden. Hier is het geld dus een middel om te laten zien dat ze om elkaar geven, ook al is hun contact niet optimaal.

(Zelf)tucht
Katadreuffe moet perse van zichzelf leren. Hij dwingt zichzelf ertoe niet te ontspannen, maar om door te gaan met leren en overdag weer hard te werken waardoor Katadreuffe uiteindelijk advocaat is geworden. Aan het eind van het boek wordt het Katadreuffe echter duidelijk dat hij door zijn zelftucht als advocaat misschien succesvol is, maar als mens volkomen mislukt.

Verwording en verval
Katadreuffe vervalt steeds meer als sociaal mens maar verwordt een advocaat. Ook is er verval te zien is de gezondheid van Joba en Dreverhaven.

Haat en liefde.
Deze verhoudingen zijn er onder andere tussen vader en zoon en moeder en zoon en zijn eigenlijk vreemd te noemen.
Dreverhaven is een soort tiran. Ook tegen zijn zoon. Katadreuffe haat zijn vader en wil hem maar al te graag voorbij streven. “Hij werkt zo hard dat zijn vader hem niet onder de tafel kan krijgen. p.124:“ ‘Ja, ik wil u trotseren. Als u mij doortijd in de gelegenheid stelt dan wil ik het tegen u opnemen.’
De manier van communiceren tussen de moeder en de zoon wordt vaak naar voren gebracht. De communicatie bestaat niet uit praten, maar uit niets zeggen. Voor hen betekent dat meer dan het letterlijk uitspreken van de gevoelens of gedachten. Niet alleen in deze relaties, maar ook in de relatie Katadreuffe – Lorna Te George en die van Joba met schipper Harm Hein Knol, die haar tot tweemaal toe een aanzoek doet, is een mengeling van tegenstrijdige gevoelens merkbaar.

Bespreking perspectief

Er is sprake van een auctoriale verteller. Het verhaal wordt verhaal uit het oogpunt van Katadreuffe. Dit komt vooral voor bij de beschrijving van andere personages. In vaktermen wordt dit vision dedans genoemd. De auctoriale manier van vertellen wordt dan teruggetrokken.
Het tijdsperspectief is het zogenaamde vision par derriere, wat wil zeggen dat het boek geschreven is als een soort terugblik. Dat kan je zien aan zinnen als: “Later zou hij beseffen dat […]” en “Hij besefte niet dat hij toen reeds […]”. Dit wordt versterkt omdat de gebruikte werkwoordsvorm in de verleden tijd staat.

Bespreking vertelde tijd

De totale verteltijd is gelijk aan de leeftijd van Katadreuffe aan het eind van het boek, want het begint met zijn geboorte en stopt als hij 28 jaar en advocaat geworden is. De vertelde tijd is dus 28 jaar, in een verteltijd van 248 bladzijdes. Deze 28 jaar spelen zich ongeveer af tussen 1904 en 1932. Er worden slechts sporadisch duidelijke tijdsaanduidingen gebruikt. Over het algemeen zijn het termen als: “De volgende winter” of “Tegen de zomer”. “In de lente van het jaar achttien” zit hij in de hoogste klas van de lagere school. Aan het eind van het boek is hij “nog geen dertig” en hij begint met werken bij het kantoor als hij 21 is. De eerste 21 jaar worden versneld verteld, terwijl de 6/7 jaar die daarna volgen heel uitvoerig verteld worden. Dit is zo gedaan, omdat in het leven van Katadreuffe de laatste jaren het belangrijkst waren.

Samenvatting “Karakter”

De hoofdpersoon, Jacob Willem Katadreuffe, wordt geboren in Rotterdam, rond Kerst-mis, aan het begin van de twintigste eeuw. Zijn moeder, Joba, was vroeger dienstbode bij de gevreesde deurwaarder Dreverhaven, die haar overweldigde. Na de verlossing met de keizersnede is ze zeer verzwakt. Joba weigert vervolgens zowel Dreverhavens huwelijksaanzoek als zijn maandelijkse financiele ondersteuning; zoals ze ook het aan-zoek van schipper Hein afwijst. De eerste armoedige jaren in het leven van Katadreuffe verstrijken. Na de lagere school heeft hij allerlei baantjes, dan is hij een tijdje werkloos en leest hij te hooi en te gras in degelijke lectuur. Joba voorziet in het levensonderhoud met opvallend en modern handwerk dat bij de kopers in de smaak valt. Als commen-saal heeft ze de machinebankwerker Jan Maan in huis genomen; een communist die met zijn ouders ruzie heeft over een meisje. Hij zal een trouwe vriend van Katadreuffe worden
(hoofdstuk 1 tot en met 6)

Met een voorschot van een woekerbankje koopt Katadreuffe een sigarenzaakje in Den Haag. Het wordt niets en de Rotterdamse woekerbank vraagt zijn faillissement aan. In verband hiermee heeft Katadreuffe op het advocatenkantoor van Stroomkoning een gesprek met zijn curator De Gankelaar. Tijdens het wachten beseft Katadreuffe dat hij niets weet en besluit hij in dit kantoor aan zijn carriere te gaan werken. Het lukt hem om De Gankelaar zover te krijgen hem een baantje te bezorgen. Hij ziet zijn vader op het kantoor. Katadreuffe krijgt een kamer bij Stroomkonings concierge Graanoogst, bo-ven het kantoor, en voelt zich daar depressief. Maar in zijn werk overtreft hij De Gankelaars verwachtingen. Hij leert het kantoor kennen en bureauchef Rentenstein vertelt hem een huzarenstukje van Dreverhaven en Stroomkoning: de beslaglegging op een Italiaanse boot
(hoofdstuk 7 tot en met 12)

Dreverhaven is iemand die langs de rand van de wet manoeuvreert. Op een vernuftige manier laat hij zijn twee lampenwinkeltjes met elkaar concurreren. In de loop der jaren wordt de deurwaarder steeds meedogenlozer en hij lokt gewelddadigheden jegens zichzelf uit. Zijn zoon overhandigt hij zelfs een mes, als deze tekeergaat vanwege het tweede faillissement dat Dreverhaven heeft aangevraagd. Dat faillissement wordt door Stroomkoning mild opgenomen (hoofdstuk 13 tot en met 15)

Op Lieske, Graanoogst dienstbode en op de typiste Sibculo, die beiden verliefd op Katadreuffe zijn geworden, reageert Katadreuffe geirriteerd; slechts Stoomkonings se-cretaresse Te George interesseert hem. De juristen op het kantoor worden beschreven (hoofdstuk16 en 17)

Er is een opstand in Rotterdam en in het centrum van de troebelen zet Dreverhaven, geholpen door zijn vervaarlijke assistenten, met plezier een gezin uit huis. Katadreuffe heeft aanvankelijk een wisselende houding tegenover de politiek, maar hij vervreemdt langzaam van het volk. Als hij Stroomkoning in een chique restaurant moet opzoeken, herhaalt zich het visioen van de vijf zonnen bij zijn eerste betreden van het kantoor: nu is hijzelf de zesde. In ieder geval volgt hij Rentenstein op als chef wanneer die wegens fraude wordt ontslagen (hoofdstuk 18 tot en met 20)

Vlak voor Katadreuffe zijn staatsexamen behaalt, eist Dreverhaven dat hij de schuld aan hem voldoet. Een derde faillissement gaat niet door, wel raakt Katadreuffe over-vermoeid. Bij het vieren van het examen houdt hij een toespraak voor zijn collega’s over het ontdekken van je gaven en het vooruitkomen. Als Te George afscheid van hem neemt is dit geladen met het besef dat Katadreuffe voor zijn carriere kiest. Het wordt het belangrijkste moment van zijn leven. Te George neemt ontslag en de echtge-note van Stroomkoning signaleert het verband met Katadreuffe. Spoedig volgen verde-re mutaties: Piaat sterft en De Gankelaar vertrekt naar Indie. Katadreuffe haalt in een jaar zijn kandidaats rechten (hoofdstuk 21 tot en met 24)
Met de gezondheid van Joba gaat het achteruit en ze weigert wederom een aanzoek van Dreverhaven. Bij deze gelegenheid vertelt deze haar dat hij hun zoon voor zijn ne-gentiende zal ‘wurgen’, maar dat het restje hem groot zal maken. Zelf raakt de deur-waarder in de problemen. In een gril zet hij alle huurders van zijn kantoor op straat (hoofdstuk 24)
Katadreuffe vindt de films van Eisenstein subliem. Hij begint Stroomkoning te waarde-ren op wiens jubileum advocate Kalvelage een flitsende speech houdt. Stroomkonings kinderen hebben iets decadents. Later op de avond gaat men uit in Den Haag, waarbij Katadreuffe zich ongemakkelijk voelt. Als hij vlak voor zijn doctoraal Te George per toeval ontmoet, zegt hij haar nooit met een ander te zullen trouwen. Zijn moeder, die vlakbij zat, noemt hem een ezel. Nadat hij is afgestudeerd vraagt Katadreuffe Rentenstein als zijn opvolger terug. De deken bevindt Schuwagts bezwaren tegen Katadreuffes toelating tot de balie ongeldig. De jonge advocaat wil een heer worden, een ‘all-round man’. Bij een afrekeningbezoek aan Dreverhaven weigert hij diens hand, zijn vader meent echter dat hij juist heeft meegewerkt. Ontroerd raakt Katadreuffe bij Joba’s overbodige testament
(hoofdstuk 25 tot en met 28)

Eigen mening

Ik vind Karakter vrij goed is geschreven. Het verhaal bevat een hoop spanning en heel gedetailleerd uitgewerkt. Het begin van het verhaal is raar, waar ik dacht dat ik terecht was gekomen in een soort kerstverhaal maar als je eenmaal begonnen bent lees je het boek vrijwel meteen uit. Toen ik hoorde dat we dit boek moesten lezen, had ik er nag nooit van gehoord en ook de schrijver kende ik niet, dus ging ik er vanuit dat het wel een saai boek zou zijn. Maar tot me eigen verbazig zou ik het boek wel willen aanraden aan anderen.
Ik denk niet dat het boek met een bepaalde bedoeling is geschreven. Maar wat wel naar voren komt in deze roman, is dat goed en slecht niet zonder elkaar kunnen. De zoon maakt carriere met tegenwerking of medewerking van zijn vader. Zijn vader staat hier voor het kwade, waar het goede (Katadreuffe) niet zonder kan. Omdat deze anders niet zo groot was geworden. Bordewijk zelf heeft in het boek Karakter zijn eigen ideologie heel goed uitgewerkt, omdat hij 'de mens als paar' ziet: als er bijvoorbeeld geen andere persoon is die een ander kan complementeren dan is hij gedoemd tot mislukking, vervreemding en lijden. Bovendien is de mens een uiterst complex wezen, dat, wanneer een bepaald aspect de bovenhand krijgt, uit zijn evenwicht raakt en uiteindelijk tot monster wordt; 'een ondeugd of een overdrijving van een deugd, ofschoon niet zonder een zekere indrukwekkendheid, voert uiteindelijk naar de ondergang.' Van de angst voor de ondergang, voor de chaos, voor de opstand der horden en de vernietigingsdrift van de massa is Bordewijks werk een onovertroffen evocatie.
De stroming waarin het boek geschreven is, is de nieuwe zakelijkheid. De nieuwe zakelijkheid streefd als reactie op het expressionisme, naar een objectief realisme.
Kenmerkend voor deze stijl is dat er vooral wordt geschreven met weinig emoties, weinig bijvoegelijke naamwoorden, vooral korte zinnen en de onderwerpen richten zich op actuele maatschappelijke problemen.
Verdere kenmerken voor de nieuwe zakelijkheid zijn:
· een voorkeur voor de sterke persoonlijkheid en een krachtige wil
· plaats van handeling is vaak een grote stad of een advocatenkantoor

De sterke persoonlijkheid en krachtige wil zijn met name bij Katadreuffe goed terug te vinden. Hij moet en zal advocaat worden. Bij de nieuwe zakelijkheid gaat het dus niet om de gevoelens. En dat zie je zeker wel in dit boek. De vader en moeder van Jacob tonen ook bijna geen gevoelens. Dat komt doordat men de bijkomstigheden (filmische-, reportagestijl) weglaat.
De tijd waarin het boek is uitgegeven is rond 1940. De nieuwe zakelijkheid was ontstaan rond 1930 à 1940. Het boek Karakter is dus typerend voor deze nieuwe stroming
De manier waarop Bordewijk schrijft is goed te beschrijven. Hij gebruikt in zijn zinnen een afwijkende woordvolgorde, bijvoorbeeld: ...haar zwart haar kortgesneden naar achter... Ook gebruikt hij veel metaforen en plastische vergelijkingen die af en toe wel erg ver gaan. Sommige woorden die hij gebruikt, worden nu niet meer of haast niet meer gebruikt. Een voorbeeld is "schellen" wat aanbellen betekent, en meer van dat soort woorden, dat komt natuurlijk vooral omdat het boek uit de jaren ’40 stemt. De hoofdstukken staan als vlakken met scherpe contouren naast elkaar en onthullen hun samenhang vaak pas later.
Bordewijk is gekend door zijn grote verbeeldingskracht van de alledaagse realiteit, ook zijn subtiele, soms morbide humor zijn kenmerkend voor de romanticus zoals Vestdijk hem omschrijft. De grote verbeeldingkracht van F. Bordewijk kan al opgemerkt worden door de namen die hij gebruikt voor zijn personages zoals: Dreverhaven – Katadreuffe – Stroomkoning – Te George – Rentenstein en De Gankelaar

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Karakter door Ferdinand Bordewijk"