Ik, Jan Cremer door Jan Cremer

Beoordeling 6.9
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 6e klas vwo | 1997 woorden
  • 6 juli 2007
  • 16 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.9
  • 16 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1964
Pagina's
392
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Ik, Jan Cremer
Shadow
Ik, Jan Cremer door Jan Cremer
Shadow
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Boekverslag: Ik Jan Cremer

2.
Jan Cremer, Ik Jan Cremer, Amsterdam, 1e druk 1964, 41e druk 1980.

3.
Het boek begint met zwakke en verwarrende jeugdherinneringen aan beroerde schoolmeesters en voogden en opvoedingsgestichten. Tegen alle autoriteiten en instanties, die proberen hun gezag op hem uit te oefenen, zet Jan Cremer zich af. Met een vader die nooit aanwezig is, een slecht Nederlands sprekende moeder en een grote broer die al in een opvoedingsgesticht zit, is het natuurlijk onvermijdelijk hetzelfde pad te bewandelen. In de eerste hoofdstukken heerst een slechte, semi-poëtische, naïeve stijl die allengs verdwijnt en plaats maakt voor een praatstijl vol schuttingwoorden en barbarismen. Cremers tumultueuze ervaringen laten zich er uitstekend in vertellen. Zoals vluchtpartijen uit de gestichten, kinderseks in het katholieke weeshuis, ontmaagding met de onderbuurvrouw, smokkelpraktijken en, als klap op de vuurpijl, een faliekant mislukte zwerftocht naar Parijs.
Met al deze rebelse belevenissen in zijn jeugd, wordt hij door zijn voogd de marine ingestuurd. Waar al na enige tijd blijkt dat hij niet op zijn plaats is. Dankzij een knap staaltje acteerwerk weet hij zich gek te laten verklaren. Vanaf dat moment begint Jan Cremer aan een opleiding aan de kunstacademie. Hier begint hij zich te profileren als vrouwenverslinder en rokkenjager. ‘Willen jullie echte Mondriaan of Paul Klee zien?’. Soms een ‘serieuze’ relatie, die abrupt beëindigd wordt door J.C. omdat het meisje wil trouwen, het literaire besef heeft van een Zeeuwse garnaal of niet naar de juiste muziek luistert. Na de marine, wordt Jan lichtmatroos. Met dit baantje vaart hij de hele wereld rond. Het dagelijks rooster bestaat voornamelijk uit zuipen, kezen, smokkelen en vechten. Geen enkele noemenswaardige gebeurtenis. Eenmaal terug van matroos naar landrot zal hij laten zien dat Jan Cremer terug is. Het geld wordt zoals elke keer over de balk gesmeten en het vriendinnetje verlaten (ze wil trouwen).

Vanaf dit moment begint Jan weer met schilderen, na eerst een baan te hebben gehad in een vleesfabriek. Vele (rijke) vriendinnetjes, baantjes als bokser, acteur en oplichter en schilderijen later besluit hij zich aan te melden voor het Vreemdelingenlegioen. Wederom een periode van drank, verdovende middelen en hoeren. Een periode die toch gekenmerkt wordt door heimwee, depressies en medelijden. Uiteindelijk weet hij zichzelf uit de Algerijnse hel te bevrijden door middel van desertie. ‘Terug naar Holland, godverdomme!’. Op weg naar Nederland komt Jan nog in het ziekenhuis terecht met een stel seniele Belgen, die dankzij de nieuwe ‘Ollander en zijn bier weer een avond feest hebben op de slaapzaal. Eenmaal in Nederland wordt Jan verliefd op een prostitué die Brigitte heet. Een beeldschone vrouw. Tevens wordt hij haar pooier. Door middel van bedreigingen en mishandelingen komt Jan weer in de Bijzondere Strafgevangenis. Daar vermoordt hij de directeur op brute maar koele wijze, omdat deze zijn meisje een hoer noemde, het zusje van een vriend van hem verkracht had en een hekel aan Jan had omdat hij een Nederlander was.
Tussendoor: de zeer vermakelijke ontlastingsfilosofie.
‘Begin van terreur in Holland! Intellectuele nozem poogt aan de macht te komen! Revoltie in Nederland. Opstand van de boze generatie!’ Plotsklaps is Jan Cremer de nozemleider van Nederland. Hij werd een bekende figuur. Mensen wilden een handtekening, groetten hem met Jan, boden hem drankjes aan. De nonchalance slaat aan bij de jeugd. De schilderijen verkopen geweldig. De Peinture Barabarisme. De bekendste antiheld van Nederland. Een volslagen anarchist, bezeten door agressie en seksualiteit.
Op dat moment gaat Jan met zijn vriend Barry op weg naar Ibiza. Koortsachtig op zoek naar rijke vriendinnetjes. Zichzelf in leven houdende met boccadillo’s en absintha. Uiteindelijk een galerie die Cremers schilderijen wil exposeren. Hij kreeg een huis aan de haven, een contract en wat zakgeld. Daarna verkocht hij nog een stel schilderijen. Jan Cremer kwam zag en overwon. De rijkste hipster van het eiland. Helaas werd alleen Jans libido niet geheel bevredigd. De Spaanse meisjes waren niet te pakken. Je werd van het eiland afgegooid nadat je afgeslagen was door de Guardia Civil. Tijd om te vertrekken uit Ibiza.
‘De nacht is purperrood, zwarte kringen uitlopend in felgele spiralen draaien voor mijn ogen.’ Een sadistische, sadomasochistische gefantaseerde martelscene sluit het boek.
http://www.scholieren.com/boekverslagen/23734

4.
A. Waar gaat het verhaal over?
1. Het verhaal is een beschrijving van het begin van het leven van Jan Cremer. Het begint met zijn jeugd die hij grotendeels in inrichtingen en weeshuizen doorbrengt. Daarna wordt verteld over zijn rondreizen over de wereld en zijn carrière als kunstenaar. Het thema is verzet tegen de heersende moraal.

B. De personen

1. De hoofdpersoon is Jan Cremer. “Ik Jan Cremer” (titel)


2. Hij is nogal een vrijgevochten persoon. Hij heeft schijt aan alles en vooral aan alles wat enigszins autoriteit uitstraalt. Hij denkt vaak niet na over de consequenties van zijn daden. Hij vindt vrienden vrouwen heel belangrijk. Hij verandert zeker, maar vooral omdat hij gewoon ouder wordt in het boek. Zijn attitude tegenover mensen verandert nauwelijks. Hoewel hij toch wel iets voorzichtiger is geworden. Ook is zijn status veranderd. In het begin is maar een straatschoffie die zichzelf nog moet bewijzen, maar op het eind is hij een heuse beroemdheid en vindt hij het minder belangrijk wat mensen van hem denken. “Maar niemand durfde mij iets te maken.” (319) Hij noemt zichzelf graag J.C. Zoals in Jezus Christus (en Johan Cruijff).

3. De hoofdpersoon heeft een hoop relaties door het boek heen. Zo heeft hij om de haver klap weer een nieuwe vriendin. Zijn vader heeft hij nooit gekend, en zijn moeder speelt ook geen grote rol in zijn leven, hij is tenslotte bijna altijd in een gesticht. “Van mijn vader weet ik niet meer dan dat hij een gevreesde en gevaarlijke avonturier was.” (11) Een persoon die wel vaak terugkeert is Barry. De beste vriend van Cremer. De rest van de karakters houden het vaak niet langer vol dan 5 bladzijdes.

4. Zijn moeder is heel zorgzaam, maar spreekt geen Nederlands en heeft het moeilijk in Nederland. “Maar ze weifelde, hield van mijn vader en toen ze wél terug wilde, waren de grenzen gesloten, en was zij gedoemd een groot deel van haar nog jonge leven te slijten in een kaal, koud, rottig kikkerlandje waarvan zij zelfs niet eens de taal sprak.” (11) Barry is een grote sterke kerel met dezelfde levenswijze als Cremer, vandaar dat ze het zo goed konden vinden. Cremer is de leider en Barry vind alles best, hij is lekker ongecompliceerd.

5. Misschien het droge sarcasme van Cremer. Nadat Cremer vals beschuldigt van dronkenschap opgesloten wordt op zijn eerste dag in het leger merkt hij het volgende op: “De eerste nacht al op water en brood. (…) Zo zou ik tenminste nog discipline leren. Gelukkig!” (93)

6. Hun bezigheden zijn over het algemeen dubieus, en hun problemen hebben ze vaak zelf veroorzaakt. Zo is het voor Cremer een probleem dat hij in een gesticht zit, maar daar zit hij natuurlijk niet zonder reden. “Ze waren zelfs niet haatdragend toen ik hun vakantiepotje (…) meeroofde en het naar de goudhandelaar bracht.” (65)

7. Barry vind ik het meest sympathiek. Hij is dan wel een ruige kerel, hij zoekt de problemen niet op. Ook staat hij altijd klaar voor Cremer en doet nooit zo moeilijk.

8. Er zijn veel mensen die ik niet mag in dit boek. Zoals de directeur van één van de gestichten die alle meisjes verkracht en ronduit iedereen onderdrukt. Hoewel Cremer ze sympathiek over laat komen zijn de vele dieven natuurlijk ook niet het aardigst. “Jantje Gorilla was een harde. Hij brak een keer een grote wagen open die voor een hotel stond. De wagen was volgepakt met bagage. Fototoestellen, filmcamera’s, transistorradio’s, koffers met kleren. Jantje Gorilla reed de wagen naar z’n huis, pakte alles uit en bracht de wagen weer netjes leeg terug op de plaats waar hij gestaan had.” (263)

C. De tijd

1. De vertelde tijd in het boek is, naar schatting, een jaar of 22. Het lijkt veel langer omdat er zo ongelooflijk veel gebeurtenissen zijn, maar ik weet dat dit (semi-)autobiografische boek is uitgegeven tussen de schrijver twintigste en vijfentwintigste verjaardag. Hoewel het duidelijk is dat de Cremer niet oud is aan het einde van het boek, weet je z’n precieze leeftijd niet. Het boek begint bij zijn geboorte. “Ik werd geboren aan de vooravond van de tweede wereldoorlog. (…) Diezelfde dag gaf Hitler een feest ter gelegenheid van zijn verjaardag in de Zwarte Bunker van de Adelaar.” (9) Hieruit weten we dus dat het boek begint op 20 april en mijn schatting is dat het dus ong. 22 jaar later eindigt.
De tijd is wel belangrijk voor het verhaal. Het thema van het boek is het verzet tegen de heersende moraal. Deze moraal was kenmerkend voor die tijd. In een andere tijd (zoals nu) had hij misschien minder de behoefte tot dit besef gekend. Ook dingen als de gestichten en het Vreemdelingenlegioen bestaan niet meer, of zijn heel anders.

2. Dit is niet altijd duidelijk. Het verhaal is in grote lijnen chronologisch maar op sommige plaatsen is het niet direct af te leiden. Dan zegt hij dingen als “Ik kwam een keer in de filmstudio’s (…)” (260) Dan weet je niet of dat in de tijd was tussen de twee omliggende hoofdstukken. Dit heeft Cremer misschien gedaan omdat het hem toen toevallig te binnen schoot of om de lezer het idee te geven dat het meer losse anekdotes zijn. Zoals je ook zou horen als je met hem een avondje in de kroeg zou zitten.

D. De plaats

1. Het speelt zich voornamelijk af in Algerije, Parijs, Marseille, Ibiza en natuurlijk Nederland. De Nederlandse plaatsnamen noemt hij niet bij naam. Hij heeft het over twee steden. E is een fabrieksstad omringd door het platte land en boeren. Later komt hij in A te wonen, een grote stad in de randstad. Op deze gegevens afgaand, en wetende dat de schrijver ook in deze plaatsten heeft gewoond, zijn dit waarschijnlijk respectievelijk Enschede en Amsterdam. “De Parijse kunstwereld was met stomheid geslagen.” (264) De plaatsen zijn alleen van belang om aan te geven dat hij reist en vlucht. Verder geven Ibiza en Parijs aan dat het hem voor de wind gaat op die momenten.

2. De omstandigheden vormen slecht een decor waartegen het verhaal zich afspeelt.

E. Het vertelstandpunt (perspectief)

1. Je volgt het verhaal door de ogen van Jan Cremer. In het ik-perspectief. “Ik werd geboren aan de vooravond van de tweede wereldoorlog.” (9)

2. Het beleving van het verhaal wordt zeker beïnvloedt door dit perspectief. Het boek is tenslotte een ‘egodocument’. Jan Cremer vindt zichzelf duidelijk fantastisch en laat daar dan ook geen gras over groeien. Hij zelf is dan ook de uitgesproken persoon het verhaal te vertellen. Het zou een beetje vreemd als een verteller of ander persoon een heel verhaal over de ontlastingsrituelen van Cremer zou vertellen. Dit perspectief zorgt er voor dat het verhaal persoonlijk wordt. “Ik bedacht me niet. Werken? Wat is dat?” (260)

F. Waar gaat het nou eigenlijk over?

1,2. Ja, ben onvoorzichtig, doe gek, zet je af en je komt nog eens ergens. Het motto “Wat is een held? Iemand die straffeloos onvoorzichtig is geweest.” W.F. Hermans (5) stemt hiermee in. Jan Cremer doet dit ook in het boek en hij heeft ook groot succes. Door anders te zijn en gewoon te doen wat je hart zegt wordt je succesvol.

G. Zou je nog eens een verhaal willen lezen:

1. Van dezelfde schrijver; Nee, ik denk dat als je één boek van Cremer hebt gelezen, je ze allemaal gelezen hebt. Het was interessant dit boek te lezen, maar toch vrij repetitief en dus heb ik geen zin in nog een boek met sterke verhalen.

2. Over dezelfde tijd; Ja. De jaren 50, 60 zijn best interessant. Na de tweede wereldoorlog gebeurt er een hoop in Nederland. Hoewel ik de latere boeken (meestal) leuker vind.

3. Over dezelfde plaats; Ja. Nederland, Ibiza, Parijs… Allemaal interessante plaatsten, dus waarom zou ik er niet over willen lezen.

4. Over hetzelfde onderwerp; Nee. Ik ben niet zo’n moraalman. Ik hou me er niet zo mee bezig wat gepast is en wat niet. Vooral de moraal uit de jaren ’60 is voor mij tamelijk oninteressant.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Ik, Jan Cremer door Jan Cremer"