Ik en mijn speelman door Aart van der Leeuw

Beoordeling 6.2
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 4e klas havo | 1736 woorden
  • 29 juli 2006
  • 13 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.2
  • 13 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1927
Pagina's
176
Geschikt voor
havo/vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Ik en mijn speelman
Shadow
Ik en mijn speelman door Aart van der Leeuw
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Beschrijvingsopdracht:

a. Zakelijke (boek) gegevens (auteur, titel, jaartal originele editie, jaartal gebruikte editie).
Auteur: Aart van der Leeuw
Titel: Ik en mijn speelman
Jaartal originele editie: 1972
Jaartal gebruikte editie: 1981

b. (Korte maar volledige) samenvatting van de inhoud.
Claude de Lingendres is een jong Franse edelman van omstreeks 20 jaar oud. Op een dag ontvangt Claude van zijn vader een brief, waarin deze hem helpt herinneren aan het huwelijk met jonkvrouwe Mathilde d' Almonde. Hij moet trouwen op het bevel van zijn vader met een meisje dat hij nog nooit heeft gezien. Maar dat wil hij niet. Op een feest een paar dagen geleden heeft hij Valentijn een speelman ontmoet.

Claude vlucht voor de bruiloft en Valentijn vergezeld hem. Om geen gevaar te lopen verandert hij zijn naam in Fridolin. Samen met Valentijn maakt hij muziek; Fridolin speelt klarinet. Valentijn leert hem de schoonheid en de oprechte vreugde van een simpel dorpsfeest kennen. Op hun zwerftocht bereiken ze een herberg, waar ze een beeldschoon meisje, Madeleen, ontmoeten. De waard, wiens vrouw ziek is, is blij met zijn helpster, maar weet niet waar ze vandaan komt. Madeleen is eigenlijk jonkvrouwe Mathilde d' Almonde, die gevlucht is voor haar vader. Fridolin en Madeleen worden verliefd. Als Fridolin voelt Claude de werkelijke liefde in zich geboren worden. Allebei de vaders zijn intussen op zoek naar hun kinderen. Fridolin, Valentijn en Madeleen verlaten daarom heimelijk de herberg en verbergen zich in een grot. Fridolin bekent Madeleen zijn liefde. Hij probeert haar in haar slaapvertrek te verleiden, maar ze wil dat niet en verdwijnt. Ze gaan madeleen zoeken. Zij blijkt echter door een boef, die later de neef van Claude blijkt te zijn, gekidnapt en opgesloten te zijn. Fridolin en Valentijn komen precies op tijd om haar van haar belagers te bevrijden.


De liefde tussen Madeleen en Fridolin groeit en ze besluiten om te gaan trouwen. Daarom gaan ze naar pater Nicol. Pater Nicol weet dat Madeleen en Fridolin in het echt Claude en Mathilde zijn. Hij besluit dat ze over 8 dagen kunnen trouwen. In die acht dagen gaat hij de vaders zoeken en laat ze in de kerk zitten als het bruidspaar gaat trouwen. Als Madeleen en Fridolin voor het altaar staan begint de pater met zijn toespraak. Maar in plaats van Fridolin en Madeleen zegt hij Claude de Lingendres en Mathilde d' Almonde. Claude en Mathilde schrikken maar ze gaan toch trouwen. En dan vieren ze het met een groot feest.


02. Verdiepingsopdracht 1: Opbouw

Is de volgorde van de gebeurtenissen (niet-)logisch – (niet-)chronologisch?
De volgorde van de gebeurtenissen is Logisch-chronologisch. Alle gebeurtenissen spelen zich allemaal achter elkaar af. Net of je het zelf meemaakt.

a. Is er een verschil tussen fabel en sujet in dit boek. Leg uit?
Er is verschil tussen Fabel en Sujet. Er komen kunstgrepen in voor, alleen dat zijn er niet veel. Soms wordt er iets over geslagen, of soms wordt er juist lang over een gebeurtenis verteld. Als er geen verschil zal zijn tussen Fabel en Sujet, dan zijn er geen kunstgrepen gebruikt. Bij dit verhaal is er dus wel verschil tussen Fabel en Sujet.

b. Welke geleding vertoont het boek?

Een geleding is de verdeling van de geschiedenis in delen en hoofdstukken.
In het boek zitten 58 hoofdstukken en ik denk dat ze allemaal als een geheel bij elkaar horen. Het boek is geen tragedie. Het hele boek bestaat uit één deel.

c. Is er één verhaallijn of meer verhaallijnen? Zijn de verhaallijnen gelijkwaardig?
Er is maar één verhaallijn, namelijk de gebeurtenissen van Claude.

d. Is de vertelwijze fragmentarisch of aaneengesloten? Is er genoeg samenhang?
Bij een fragmentarisch manier van vertellen, zijn de gebeurtenissen niet duidelijk met elkaar verbonden. Bij een aaneengesloten verteld verhaal volgt de ene gebeurtenis op de andere. De gebeurtenissen zijn dan duidelijk aan elkaar verbonden. Bij Ik en mijn speelman is de aaneengesloten manier gebruikt. De gebeurtenissen zijn aan elkaar verbonden.

e. Is de vertelwijze scènisch of panoramisch?
De vertelwijze is panoramisch. Het verhaal wordt niet in details vertelt maar meer in grote lijnen. Maar als er een belangrijke gebeurtenis in het boek is, dan word het wel scènisch verteld. Alles word dan meer gedetailleerd verteld.


03. Verdiepingsopdracht 2: Opbouw en tijd

a. Kent het boek een informatieve opening of een opening in de handel? Leg dat uit.
In het boek is er een opening in de handel omdat het gelijk begint met een feest en daarna kom je pas wat te weten over de hoofdpersoon, Claude. Als het een informatieve opening was geweest dan wist je eerst wat over de hoofdpersoon.

b. Kent het boek een open of een gesloten einde? Leg dat uit.
Het boek heeft een gesloten einde. Claude en Mathilde trouwen en leven nog lang en gelukkig. Misschien gaan ze daarna nog uit elkaar maar dat heeft geen betrekking tot dit boek. Dus is het een gesloten einde.

c. Wat is de vertelde tijd van het boek? Wat is de verteltijd van het boek?
De vertelde tijd is ongeveer een half jaar. Er wordt niet echt tijden verteld maar het boek begint ergens in de zomer en het eindigt rond de winter. Dus ik denk dat het ongeveer een half jaar heeft geduurd.
De verteltijd is de tijd die je uitdrukt in pagina’s. Het boek heeft 176 pagina’s.

d. Zijn er opvallende tijdmanipulaties, zoals tijdversnellingen / tijdvertragingen / tijdsprongen / flashbacks / flash-forwards?
In het boek is er soms wel eens dat er een stuk is overgeslagen. Ze maken een tijdsprong omdat het niet belangrijk is. Als Valentijn over zijn leven gaat vertellen heb je te maken met een flashback want hij denkt dan terug. Je hebt in het boek ook tijdversnellingen en tijdvertragingen. Als het stukje niet zo belangrijk is om gedetailleerd te vertellen maar te belangrijk om weg te laten dan is er een tijdversnelling. Er is een tijdvertraging als het stukje belangrijk is. Dat doen ze zodat ze alles gedetailleerd kunnen beschrijven zodat je het beter begrijpt.

e. Historische tijd: Wat is herkenbaar van de tijd waarin het zich afspeelt?
Je merkt dat het verhaal zich in 1700 afspeelt. Door te lezen merk je dat het over de pruikentijd gaat. Er wordt veel verteld over de pruik van Claude.
Nog een kenmerk is de kleding die de mensen dragen. Door de sfeer merk je ook dat het verhaal zich in 1700 afspeelt. De feesten zijn met mensen die muziek maken en de post wordt door een man te paard gebracht. Ook heeft de hoofdpersoon Claude een speelman, dat was in die tijd in.


04.Verdiepingsopdracht 3: Vertelsituatie en personages

a. Van welke vertelsituatie(s) is er sprake in het boek?
Er is sprake van een ik-vertelsituatie. Je ziet alles door de ogen van Claude en je komt ook alleen zijn gedachten te weten. En niet die van iemand anders.

b. Wie is de hoofdpersoon? Is de hoofdpersoon een flat / round character of een type? Leg dat ook uit.
De hoofdpersoon is Claude. Hij is een Flat Character. Je weet niet alles over hem. Je weet zijn karaktertrekken niet. Hij maakt ook minder duidelijk verandering door. Je weet maar een paar dingen over hem. Je hebt een vlakke beschrijving. Je weet wel hoe hij denkt en voelt, maar er wordt niet precies over hem verteld. Je weet bijvoorbeeld niet waar hij van houdt.

c. Noem de 2 belangrijkste bijfiguren en geef van elk aan wat diens functie is in het verhaal (o.a. in relatie tot de hoofdpersoon).
De twee belangrijkste bijfiguren in het boek zijn Valentijn en Mathilde.
Valentijn is een speelman. Overal waar hij naartoe reist maakt hij mensen gelukkig met zijn gitaar muziek.
Mathilde is een vrouw waarmee Claude moet trouwen onder druk van zijn vader.
Mathilde wordt Madeleen genoemd in het verhaal.
Claude en Valentijn zijn vrienden. Valentijn gaat bijna overal mee naartoe met Claude. Als Claude wil wegvluchten van zijn vader, gaat Valentijn mee.
Claude moet met Mathilde trouwen van zijn vader. Als Claude wegvlucht, komt hij een meisje tegen die Madeleen heet. Claude weet dan niet dat het Mathilde is.
Claude heeft ook zichzelf een andere naam gegeven(Fridolin). Madeleen en Claude gaan samen met Valentijn mee op reis. Daar worden Madeleen en Claude verliefd op elkaar. Als ze gaan trouwen komt Claude erachter dat de niet madeleen heet, maar Mathilde. Mathilde komt erachter dat hij Claude heet in plaats van Fridolin.


05. Verdiepingsopdracht 4: Titel en thema

a. Wat is het thema?
Het thema is liefde en vrijheid.
Liefde omdat hij verliefd word op madeleen. Vrijheid omdat hij vlucht zodat hij vrijheid heeft en hij zoekt vrijheid om zijn eigen keuzes te maken, vooral op het gebied van liefde en trouwen.

b. Welke (literaire) motieven verwijzen naar het thema?
De motieven van het thema zijn de aanwijzingen voor het thema.
Liefde is het thema. Je kunt merken dat het over liefde gaat.
Claude wordt namelijk verliefd op Mathilde.
Door te lezen merk je ook dat het over vrijheid gaat.
Claude wil vrijheid, hier kom je achter als je leest, want Claude loopt weg van zijn vader, hij wil vrijheid. Hij wil zelf kiezen met wie hij wil trouwen.

c. Verklaar de titel.
Ik en mijn speelman. Ik is hier Claude en mijn speelman is Valentijn. Valentijn is een speelman, omdat hij muziek maakt met zijn gitaar.


06. Verdiepingsopdracht 5: Stroming

a.Tot welke stroming behoort het gelezen werk. Leg vooral ook uit waarom.
De stroming hoort bij de Neo-romantiek. Een kenmerk van het neo-romantiek is dat er een zoektocht naar geluk is. En dat is er ook. Een ander kenmerk is dat er een historische sfeer is en dat is er ook. Het taalgebruik is ook erg verzorgd.


Over de Schrijver :

Toen Aart van der Leeuw begon te schrijven had hij al afstand genomen van de stemmings- en waarnemingskunst. Hij streefde meer naar een geestelijke kunst zoals zich dat vanaf 1895 in de Nederlandse literatuur was gaan manifesteren.
Aart van der Leeuw kon goed opschieten met mensen uit de Neo-romantiek omdat die net zo als hem veel van de verbeelding houden. Hij volgde daarom ook de ontwikkelingen in de moderne kunst.
Aart van der Leeuw was het niet eens met wat er in de wereld gebeurde. Hij vond dat er te weinig liefde was een daarom gaan de meeste boeken over hoe het leven wel moest zijn. Alle boeken die hij heeft geschrevene zijn dan ook niet werkelijk. In het boek “ik en mijn speelman” leek het of hij nooit meer zou schrijven over de maatschappij. Maar dat hadden veel mensen fout.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

N.

N.

het eind klopt niet vd samenvatting, vooral het stuk dat fridolin madeleen zo genaamd probeert te verleiden in de grot klopt niet

14 jaar geleden

Andere verslagen van "Ik en mijn speelman door Aart van der Leeuw"