1. Algemene gegevens
Uitgever: Van Holkema & Warendorf
Jaar uitgave: 2005
Druk: 2e druk

2. Motivatie voor de boeken keuze:
Van deze serie heb ik alle andere boeken ook al gelezen en ik vind dit heel leuke boeken. Omdat ik toch bezig was in dit boek leek het mij een goed idee om hierover een verslag te doen.

3. Eerste indruk:
Begrijpelijk, interessant, herkenbaar, werkelijk, waarschijnlijk, bekend, voor mijn leeftijd.

4. Samenvatting:
a. Het leven van een gewoon meisje in de puberteit.
b. De titel slaat op dat Rosa in dit boek veel ruzie heeft met haar ouders.
c. Dit boek heeft geen motto.
d. In het achtste deel van de “Hoe overleef ik…-serie” wordt Rosa 16 jaar en dat is een behoorlijke leeftijd. Ze probeert alles uit wat bij haar leeftijd hoort! Ze heeft nieuwe vriendinnen gevonden, met wie ze veel kan delen. Gelukkig maar, want er gebeuren best erge dingen om haar heen.

In dit boek krijgen Abel, Rosa en haar moeder opeens een heleboel geld van de levensverzekering van Alexander (de ex van Rosa’s moeder). Eerst vindt Rosa dat te gek, want ze zaten in geldnood. Als ze echter hoort dat ze gaan verhuizen, vindt ze dat minder. Ze gaat nu naar de 4e op de middelbare school maar omdat ze gaan verhuizen naar het centrum van Rotterdam ,moet ze voor de zoveelste keer van school veranderen en daar heeft ze totaal geen zin in. Om dit, maar ook om andere dingen, krijgt ze ruzie met haar moeder. Op een dag is Rosa’s moeder naar haar werk en ligt er een briefje op tafel: ‘kijk eens in je inbox, xxx mama’. In haar mailbox staat een mail van haar moeder met tips hoe je je moeder moet behandelen met een ruzie… vanaf dat moment stuurt Rosa ook survivaltips naar haar moeder. Ook met al haar vrienden uit Limburg en Den Bosch mailt ze regelmatig survivaltips. Maar omdat Rosa het te druk krijgt in Rotterdam heeft ze daar de tijd niet meer voor en haar vrienden krijgen de indruk dat ze verwaarloosd worden.

Een van de vriendinnen van haar in Rotterdam is een moslim en mag voordat ze trouwt geen verkering hebben, maar dit heeft ze toch. Haar ouders komen hierachter en zijn razend. Op een nacht komt Noa (de moslim) naar Rosa’s huis en vertelt dat haar neven haar vriendje in elkaar hebben geslagen en haar toen mee naar huis hebben gesleurd. Noa is hier zo van ondersteboven dat ze hyperventileert en Rosa schrikt zich hier dood van. Gelukkig is haar moeder thuis en weet wat te doen. Als Noa weer normaal is, belt haar vader op die heel boos is. Rosa’s moeder weet hem te kalmeren en Noa blijft bij Rosa slapen. De volgende dag krijgt Noa een preek en heeft een paar maanden een vreselijke straf maar tussen Rosa en haar moeder is het weer goed.

Rosa heeft een vriendje: Neuz. Hij zit in zijn laatste jaar school en heeft zich aangemeld bij een paar kunstacademies omdat hij heel mooi kan graffitiën. Hij werkt als vakkenvuller bij de Albert Hein en op een dag neemt hij een paar pindakaaspotten mee en tekent over de etiketten heen en zet ze weer terug in de Supermarkt. De volgende dag zijn alle potten al uitverkocht en ineens moet hij alle etiketten zo gaan beschilderen. Hij krijgt hier wel extra geld voor, maar hij is nog niet blij. Hij had zich aangemeld bij een kunstacademie in Rotterdam, maar hij is daar niet aangenomen. Neuz en Rosa wonen heel ver van elkaar af en zien elkaar maar soms en nu hij in Rotterdam niet is aangenomen zien ze elkaar nog steeds heel weinig.
Rosa zit weer in geldproblemen en krijgt een bijbaantje in een bloemisterij.
Ze wil niks meer met haar vader te maken hebben, omdat ze het idee heeft dat hij haar gewoon in de steek heeft gelaten en niks meer om haar geeft. Maar als ze van Marieke (haar vaders nieuwe vriendin) hoort dat hij op de intensive care ligt omdat hij een hartaanval heeft gehad rent ze het huis uit en gaat met de trein naar haar vader, naar Eindhoven. Midden in de nacht komt ze aan in het ziekenhuis en gaat naar de kamer van haar vader die in levensgevaar verkeert. Hij is nog half verdoofd en snapt niet wat Rosa ineens op zijn kamer doet. Er komt een zuster aangelopen en luistert naar Rosa’s verhaal. Ze mag in het ziekenhuis blijven slapen. De volgende ochtend maakt ze met haar vader alles goed en gaat naar zijn huis waar z’n vriendin nog is. Ze maakt kennis met Marieke en leert haar nieuwe halfzusje daar ook kennen. ’s Middags wil ze terug gaan naar Rotterdam maar ze bedenkt zich en neemt de trein naar Limburg naar een goede vriend van haar. Deze vriend is homo, maar heeft nog geen vriend en hij heeft het ook nog niet aan zijn ouders verteld. Jonas zit heel erg met dit probleem en als Rosa bij hem is vertellen ze het samen aan zijn ouders. Jonas voelt zich heel opgelucht en ’s avonds gaat ze terug naar Rotterdam, maar ze bedenkt zich weer en neemt de trein naar Den Bosch om haar vriendin Esther op te zoeken die zich ook helemaal doodschrikt van dit onverwachte bezoek van haar beste vriendin. Ze praten wat en Rosa moet dan snel terug naar Rotterdam om naar haar moeder te gaan. Tot haar grote schrik staat Neuz voor de deur en vertelt dat hij het nog een keer heeft geprobeerd bij de kunstacademie en Rotterdam en dat hij nu is aangenomen! Rosa wil nu haar 16e verjaardag vieren en loopt al heel lang te zeuren of ze haar verjaardag in de ‘Pink Lagoon’, een discotheek, mag vieren. Eerst mocht dit steeds niet maar als verjaardagscadeau van haar vader mag het toch. Ze verhuist wel, maar ze mag van haar moeder iedere dag per metro naar school.Zo loopt alles toch nog goed af!

e. De hoofdpersoon
is een meisje, Rosa. Ze heeft blond haar, is heel slank en ze draagt kleren in de mode. Rosa is een grappenmaker. Ze kan natuurlijk ook heel serieus zijn en ze heeft ook heel veel medeleven. Als er iets met iemand is wil ze die persoon meteen helpen, hoe dan ook. Rosa zit in de puberteit en heeft een vriendje. Haar vader heeft een nieuwe vriendin en laat haar gewoon in de steek (zo ziet Rosa het althans). Ze heeft de laatste tijd ook veel ruzie met haar moeder, ze heeft het druk met school en zit vaak in de geldproblemen.
Rosa wordt door het verhaal heen steeds volwassener en afstandelijker. Ze gaat veel meer zelf regelen en ze wil uitgaan, werken en naar cafés. Rosa heeft een rond karakter.

Een andere belangrijke persoon in dit verhaal is Vincent, haar vriendje maar omdat hij zo’n grote neus heeft noemt iedereen hem gewoon Neuz. Neuz heeft lang krullend haar en is stevig gebouwd. Meer krijg je in dit boek eigenlijk niet te weten over hem. Neuz is een ondersteunend persoon voor Rosa. Hij helpt haar met al haar problemen. Deze persoon heeft geen rond karakter.

Nog een belangrijk persoon in dit boek is Rosa’s moeder. Ik weet niet hoe ze eruit ziet maar ze heeft een heel lief karakter, een echte moeder die haar dochter goed begrijpt en de juiste beslissingen neemt. Deze persoon is heel ondersteunend naar Rosa, maar dat heeft Rosa niet in de gaten. Deze personage heeft geen rond karakter.

Noa: stille moslim.
Esther: heel lieve oude vriendin van Rosa
Jonas: vriend van Rosa, dichter en homo.
Joya: Vriendin uit Rotterdam die aura’s kan zien.
Carmen: vriendin uit Rotterdam.

f. Dit verhaal is bedoeld
voor kinderen van mijn leeftijd tot 16 jaar ongeveer. Francine Oomen maakt soms wat moeilijkere zinnen maar meestal korte makkelijke zinnen zonder onbegrijpelijke woorden. Ze gebruikt mooie goede Nederlandse zinnen en woorden en ze overdrijft niks (alleen als het nodig is).

Ruimte
g. Het verhaal speelt zich voornamelijk af in Rotterdam, maar ook in Limburg en Den Bosch. De plaats heeft invloed op het verhaal omdat haar vrienden in andere plaatsen, ver weg van haar wonen. Dit verhaal speelt zich af in deze tijd omdat ik alles herken en het gaat over bijv. nieuwe discotheken. Ik heb dit boek in 3 dagen uitgelezen, maar dat komt omdat het boek heel verslavend is.

Dit verhaal is niet-chronologisch.

Opbouw
h. Het boek heeft 157 pagina’s. Het is verdeeld in 25 hoofdstukken. Dit boek heeft geen proloog maar je hoeft de vorige boeken niet per se te lezen om het boek te begrijpen. Er worden illustraties gebruikt.

Ik vind dit een boeiend verhaal.
Dit boek is een gesloten boek. De boodschap uit dit boek zijn de tips, wat je moet doen in ruzies of geldproblemen en andere problemen.

i. Het perspectief
is een vertelsituatie.

5. Informatie over de schrijver:
Francine is op 27 maart 1960 geboren in Laren. Van kleins af aan was ze altijd aan het tekenen, lezen of schrijven. Na de middelbare school twijfelde ze tussen een studie psychologie en iets creatiefs. Het werd de Desing Academie in Eindhoven.
Boeken maken, op welke manier dan ook, was Francines droom. Ze begon met het ontwerpen van ‘novelty-boeken’. Dat zijn boeken met iets nieuws, zoals de knisperboekjes, de rammelaarboekjes en nog veel meer. Daarna ging ze schrijven en ook zelf illustreren.
Ze heeft ook (prenten)boeken geschreven die ook in andere landen verschenen.
Toen haar eigen kinderen groter weren, ging Francine ook voor oudere kinderen schrijven.
Haar grote doorbraak kwam met de Hoe overleef ik….-serie. In totaal heeft Francine ruim honderd boeken geschreven en gemaakt. Haar droom is uitgekomen.

6. Grondige beschrijving van mijn leeservaringen:
a. ik kan niet veel zeggen over de opbouw van het boek maar….ik vond dat zeker goed…
b. Ik vind de gebeurtenissen heel goed bedacht. Ik zou er nooit opgekomen zijn!
c. Het taalgebruik is over het algemeen goed, er staan natuurlijk een paar scheldwoorden in het boek, maar het zou een beetje raar zijn als geen kind in dit boek, die van mijn leeftijd zijn, niet zou schelden.
d. Ik vind ook dat de personages heel goed bedacht zijn, maar de personages in dit boek zijn allemaal hetzelfde als in het vorige, er zijn er geen bijgekomen.
e. Dit boek is heel geloofwaardig, het is gewoon een heel realistisch boek, dit kan iedereen overkomen!
f. Ik vind dit boek één van de betere boeken die ik heb gelezen. Vooral omdat ik alles wel herken en omdat er survivaltips in staan. Ook vind ik het gewoon een leuk verhaal om te lezen .

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

K.

K.

overal staat dat ze in Rotterdam gaat wonen in plaats van in Amsterdam.

11 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast