Het wezenloos door Josephine Vast

Beoordeling 5.6
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • Klas onbekend | 992 woorden
  • 8 augustus 2006
  • 4 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.6
  • 4 keer beoordeeld

Eerste uitgave
2002
Pagina's
318
Oorspronkelijke taal
Nederlands

Boekcover Het wezenloos
Shadow
Het wezenloos door Josephine Vast
Shadow
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
1. Auteur: Joséphine Vast

2. Titel: Het Wezenloos

3. Plaats en datum van uitgave: Unieboek, Houten, 2002

4. Aantal bladzijden: 317 blz. waarvan 136 blz. illustraties

5. Genre: Fantasieroman

6. Tijd:
• Historische tijd: Het verhaal speelt zich af in de tijd na het Wezenloos, maar een echte tijdsbepaling is niet te vinden, en het verhaal is ook moeilijk in een tijd te plaatsen
• Verteltijd: 181 blz.

• Vertelde tijd: een reis van ongeveer 9 dagen
• Epische tijd: Fragmenten wanneer Isemir uit het boek van Meran verteld ; Flashbackwanneer Isemir stukken uit haar eigen ervaringen verteld aan Kleine Gruis

7. Geografische ruimte: Wel weet ik dat ze van Waldrum naar de woonplaats van Isemir trekken, ik weet wel niet om welke reden, wegens dit het vervolg is van “De Vogelenkop”. De verhalen in het boek van Meran spelen zich vooral in Meran zelf af.

8. Personages:
• Hoofdpersonages: Kleine Gruis, Isemir, Sjroeti
• Nevenpersonages: Het Wezenloos, Satiri, De Perfecte Oscartes

9. Intrige: Kleine Gruis vertrekt samen met Isemir op reis. Isemir heeft Kleine Gruis belooft dat ze hem uit het boek van Meran zal onderrichten. Het boek bevat vele verhalen die over Meranisans handelen en meestal een moraal bevatten en de lezer (of luisteraar) meer wijsheid schenkt. Langzaam aan begint Kleine Gruis het verband tussen De Vogelenkop en Het Wezenloos te begrijpen. Het verhaal van het Wezenloos: Sjroeti, een getalenteerde poppenmaker droomt ervan om het rijk van Hokorauw ten onder te brengen. Daar heerst er ellende en pijn ; en hij wil er vrede brengen. Hiervoor ontwerpt hij een levensechte pop (en later wilde hij er een leger van poppen van maken) die als vrede - vechter diende. Dan gebeurt er iets eigenaardigs. Op een dag ontdekt hij een Gaffel (een y-vormige stok) met een groot Ei erop. Het ei is het vormenloze Wezenloos en hij verleid Sjroeti om voor hem te werken. In ruil zal zijn levensechte pop, “echt leven” (en tevens ook zijn andere creaties). Jaren verstrijken, maar het wezenloos vestigt zich in de Al-Mikros (een vulkaan in Meran) en zendt de Perfecte Oscartes (de allereerste pop van Sjroeti) naar Meran om er een groep kinderen te verleiden , om krijger te worden. De Meranisans pikken dit niet en achtervolgen hem tot in de Al-Mikros en verslaan daar Het Wezenloos.

10. Karakters:

• Kleine Gruis  een nogal kleine jongen voor zijn leeftijd, die als vroeger leerjongen van Noab, in contact is geraakt met Isemir. Hij is een beetje verlegen en helemaal niet zelfverzekerd. Hij is wel slim en heeft snel iets door
• Isemir  Is de vrouw van Noab ( of de geliefde; dit is eigenlijk niet zo duidelijk). Ze is slim en zelfverzekerd, ook al is ze kleiner dan iedereen van haar volk, de Meranisans.
• Sjroeti een getalenteerde, bijna door zijn poppen (en zeker de Perfecte Oscartes) bezeten poppenmaker, die eens in Meran woonden en dan als dienaar van Het Wezenloos doorging.

11. Verhaal technisch aspect: Joséphine Vast schrijft haar verhaal zo dat het bijna duidelijk word dat het voorbije , de toekomst bepaald. Ze wijd niet zoveel aandacht aan de karakters van de personages en ook niet de gezichts- of gevoelsuitdrukkingen in het verhaal. Ik denk dat dit deels aan de tekeningen ligt. Deze zijn eigenlijk fragmenten uit het verhaal (en heel mooi getekend trouwens).

12. Citaten:
• Blz. 12 Met een enigszins droeve blik staarde Farmaro geruime tijd in de verte. Toen sprak zij met licht geëmotioneerde stem: “Het betoog was helder, jullie jeugdige moed bijzonder, maar er zijn evenveel redenen tot bezorgdheid. Want als men het menselijk lot goed beschouwt en het vele dat daaraan verwant is, dan zou men kunnen gaan twijfelen of er eigenlijk nog wel een andere macht in het leven bestaat dan die van de ellende.” “Waaruit eigenlijk,” vroeg een Meranisan, “ontsproot het geweld, de drift om brute kracht aan te wenden?” “Wie zal de essentie van Het Kwaad ontraadselen,” antwoordde Farmaro, “en wie begrijpt de duistere diepten waaruit hebzucht en macht voorkomen? Want al zolang de mensen bestaan, hebben ze de boosaardige neiging aan de dag gelegd tot onmatige uitbreiding van macht en bezit. Het gelijkelijk verdelen ervan, zoals in Meran, zou in hun ogen waanzin lijken.” Een andere Meranisan vroeg: “Is alleen de hebzucht schuldig aan de vernietiging van de beschaving?” “Nee, wel de hoofdoorzaak,” antwoordde Farmaro, “maar talrijk zijn de verklaringen die men voor het ontstaan van oorlog wenst te geven. Zo noemde ik reeds de onmatige begeerte naar macht. Meestal eigent de rijkaard zich bijzondere rechten toe en oogst hij macht en aanzien.Zo zijn er bepaalde fanatieke overtuigingen die geen andere opvatting dulden; bijvoorbeeld de godenverering - een slim bedenksel van mensen om anderen te dwingen het juk van de absolute gehoorzaamheid te dragen. En dan zijn er nog de uiterlijke kenmerken: kleur-, gedrag-, en taalverschillen. Dat leidt tot verschil in behandeling, want meestal - onthoudt dat goed Meranisans - wordt de vreemde, onbegrepen ander, beschouwd als de mindere. Wat veel mensen het onrechtmatige gevoel geeft over de mindere te kunnen beschikken.” “Hoe is het mogelijk,” vroeg een Meranisan, “dat over het lot van zo velen wordt beslist door een klein aantal mensen?” “Angst voor het ongekende, Meranisans; wie geen inzicht heeft, word beheerst door angst. Zo is de rijkaard bang zijn bezit en macht te verliezen, de godendienstigen kennen heilige angst, en de bezitloze, niet gewijde uitgebuite minderen vrezen voor hun leven.” Van dat alles vertelde de wijze Farmaro.
• Blz. 45 “Ik stelde mij de wereld buiten Waldrum voor als het heelal, waarin de mensen gelijk sterren schitteren.” Hij zweeg even. “Nu weet ik beter,” vervolgde hij. “de mensen , behalve die van Meran, zijn als grauwe kiezels, geheel willekeurig over de aarde uitgestrooid en onophoudelijk overspoeld door de oceaan van hun eigen tranen…”

13. Mening: Ik vond dit verhaal waanzinnig leerrijk. Het doet je nadenken aan hoe mensen wel leven. Hebzuchtig, hunkerend naar macht. Ik vond het wel wat ingewikkeld omdat ik het eerste deel “De Vogelenkop” niet gelezen had, dus soms wist ik niet eens waarover het ging. Het is dus beter als men de voorganger ook leest om helemaal mee te kunnen.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.