Het wederzijds huwelijksbedrog door Pieter Langendijk

Beoordeling 4.8
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas vwo | 1311 woorden
  • 22 augustus 2006
  • 12 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.8
  • 12 keer beoordeeld

Eerste uitgave
1714
Pagina's
79
Geschikt voor
vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Het wederzijds huwelijksbedrog
Shadow

Er is geen flaptekst.

Er is geen flaptekst.

Er is geen flaptekst.

Het wederzijds huwelijksbedrog door Pieter Langendijk
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
I. Zakelijke gegevens
a. Auteur: Pieter Langendijk
b. Titel: ‘Het wederzijds huwelijksbedrog’ in: vertaalde tekstuitgaven achttiende eeuw 1, Taal & Teken, Leeuwarden, 1997, 79 blz. (oorspronkelijk 1712-1714)
c. Genre: Blijspel

II. Eerste reactie
a. Keuze: Ik moest een achttiende-eeuws werk kiezen en heb voor dit werk gekozen omdat het mij aansprak.
b. Inhoud: Heel leuk om te lezen, had niet verwacht dat een werk uit de achttiende eeuw mij nog zou kunnen boeien. Maar deze verwachting klopte niet, vond het een erg leuk werk.

III. Verdieping
a. Samenvatting:
1. Omdat het een toneelstuk is zijn er steeds verschillende mensen aan het woord.

2. Er komen in totaal twintig mensen in voor, waarvan er dertien wat zeggen en de overige zeven zwijgen. De personen die wat zeggen zijn:
- Lodewijk: een edelman, minnaar van Charlotte
- Jan: een verlopen soldaat, vriend van Lodewijk
- Een waard
- Charlotte: een adellijke juffer
- Konstance: de moeder van Charlotte
- Klaar: de meid van Konstance en Charlotte
- Een bode
- Hans: de vrijer van Klaar
- Fop: de broeder van Klaar
- Karel: een legerkapitein, zoon van Konstance
- Hendrik: een winkelier
- Joris: een kleermaker
- Sofie: de vrouw van Karel
3. Wat: Lodewijk en Jan zijn op zoek naar een vrouw, Charlotte. Lodewijk heeft deze vrouw gezien op de Maliebaan en is verliefd op haar geworden. Om kans bij deze adellijke vrouw te maken doen Lodewijk, een aan de lager wal geraakte edelman, en Jan zich voor als graaf en baron. Lodewijk probeert op deze manier te kunnen trouwen met Charlotte, waarvan wordt gezegd dat zij veel geld heeft. Lodewijk hoopt op deze manier een rijk leven tegemoet te gaan.
Charlotte, die samen met haar moeder Konstance en de bode Klaar woont ziet Lodewijk wel zitten. Het geval wil namelijk dat Charlotte en haar familie helemaal niet meer zoveel geld heeft als dat men denkt dat ze hebben. Overal hebben ze schulden die ze niet kunnen afbetalen. Wanneer Lodewijk zich dan als rijke graaf voordoet wil Charlotte maar al te graag met hem trouwen om zo weer rijk te kunnen leven.

Ondertussen speelt zich op ‘lager’ niveau iets af dat vergelijkbaar is met de romance tussen Lodewijk en Charlotte. Jan is namelijk erg verliefd geworden op Klaar en wil met haar trouwen. Hij wendt haar dan ook voor dat hij een rijke baron is. Klaar, die al een vrijer heeft, wil er in eerste instantie niets van weten. Maar langzamerhand gaat ze toch overstag voor het geld dat hij lijkt te hebben.
Als aan het eind alles lijkt te zijn geregeld en de trouwdatum van Lodewijk en Charlotte al bijna is vastgesteld komt de broer van Charlotte thuis. Deze broer vertrouwt de zaak niet helemaal omdat hij geen enkele graaf kent met een dergelijke achternaam. Wanneer hij dan ook nog een keer Jan als baron herkent als een weggelopen soldaat is het voor hem al snel duidelijk dat Charlotte en Klaar worden bedrogen. Karel, de naam van de broer, neemt daarop Jan en Lodewijk gevangen om ze een passende straf te geven. Wanneer Karel Lodewijk verhoort wie hij dan werkelijk is komt hij tot de ontdekking dat het de al lang vermiste broer van zijn vrouw is. Zijn vrouw, Sofie, is dan ook dolgelukkig wanneer zij haar broer weerziet omdat zij nu ook meent dat zij met een rijk man getrouwd is. Ook dit is niet het geval. Het komt er dus eigenlijk op neer dat alle drie de stelletjes elkaar hebben bedrogen om er zo zelf beter van te worden.
Waar: Het eerste en derde bedrijf spelen in een straat in Utrecht, voor de huizen van Konstance en de waard, die tegenover elkaar liggen. Het tweede, vierde en vijfde bedrijf spelen in een kamer in het huis van Konstance. Het verhaal begint voor het middaguur en eindigt ’s avonds om negen uur.
Wanneer: Het verhaal speelt zich af in de achttiende eeuw.
4. Het verhaal loopt ‘goed’ af. Lodewijk en Jan mogen blijven leven omdat Lodewijk de lang vermiste broer van de vrouw van Karel blijkt te zijn. Iets wat minder goed afloopt, is het feit dat alle drie de stelletjes elkaar hebben bedrogen en dat blijkt dan geen van hen veel geld heeft. Ze zullen dus allemaal hard moeten werken om een goed bestaan op te bouwen.
5. Het probleem is het wederzijds bedrog met betrekking tot financiële middelen.

c. Op zoek naar de thematiek
1. Het thema van deze tekst is: het wederzijdse bedrog met betrekking tot de financiële middelen.
2. Het gehele stuk is typerend voor dit thema. Er is als het ware om dit thema heen geschreven.
3. Het verband tussen de titel en de thema is dat ze titel als het ware een zeer beknopte samenvatting is van het thema in dit boekje.

d. Plaats in de literatuurgeschiedenis
1. Het werk is voor het eerst gepubliceerd in 1714.
2. Pieter Langendijk werd op 25 juli 1683 geboren in Haarlem. Zijn vader overleed toen Pieter nog maar zes jaar was, waardoor Pieter moest meehelpen in het kleine bedrijfje dat zijn moeder was begonnen. Dit ging ten koste van zijn schoolopleiding.
Al op jeugdige leeftijd was Pieter kostwinner voor zijn moeder. Hij werkte als zelfstandig patroontekenaar voor de textielindustrie en was van 1721 tot zijn dood factor van de Haarlemse rederijkerskamer Trou moet blijcken.
Hij trouwde in 1928 met een ziekelijke en spilzieke vrouw en zijn huwelijk met haar duurde tot en met 1739. Financieel ging het toen steeds slechter met hem en uiteindelijk was hij aangewezen op steun van het gemeentebestuur. Hij kreeg een gratis plaats in het Proveniershuis en moest als tegenprestatie een – onvoltooid gebleven- stadsgeschiedenis van Haarlem schrijven.
3. Het was in de tijd van de blijspelen en kluchten. Hij hechtte veel waarde aan zijn Franse voorbeeld Molière, wiens werken hij niet kon evenaren. Hoewel Langendijk zich afzet tegen de strakke regels van de achttiende-eeuwse dichtgenootschappen is hij toch duidelijk een man van die eeuw. Hij neemt de toneelwetten, zoals de eenheden van tijd, plaats en handeling in acht, en hij houdt zich nauwgezet aan de fatsoensregels van de burgerstand.
4. Het is typerend voor de schrijver vanwege de manier van schrijven en omdat hij erg moralistisch is in het blijspel. Hij geeft ook een humoristische wending aan het verhaal, door de rol van de dwaze Jan. Verder verteld hij het verhaal duidelijk en rechtlijnig.
5. Het is typerend voor die tijd omdat hij speelt met een aantal verschijnselen uit zijn tijd omdat hij zich houdt aan de toneelwetten, zoals de eenheden van tijd, handeling en plaats in acht nam, en houdt hij zich aan de fatsoensregels van de burgerstand.

IV. Beoordeling

1. In principe heeft het hele spel voor mij een positieve werking,maar het meest positief heb ik het eind ervaren omdat het bedrog van alle partijen in wordt duidelijk gemaakt en dit erg leuke reacties opwekt.
2. De passage die mij het meest aanspreekt is de passage van het Elfde toneel waarin Jan maar blijft doorjammeren over het feit dat hij moet hangen. Hij blijft maar paniekerige reacties geven, maar als hij opgelet had, had hij gezien dat hij helemaal niet had hoeven hangen door de ontmoeting van Lodewijk en Sofie.
3. Geen enkel stuk vond ik vervelend om te lezen.
4. Ja, het is wel vergelijkbaar. Ik denk dat dit bedrog ook heel vaak terugkomt in hedendaagse films en boeken.
5. Het is denk ik wel een heel herkenbaar probleem aangezien er in deze tijd ook nog veel bedrog is dat te maken heeft met financiële kwesties. (Het enige verschil is dat het nu fraude heet.)
6. Ik vond het erg makkelijk om te lezen,dit komt omdat het vertaald is in het hedendaagse Nederlands.
7. Ik vond het een erg leuk boekje om te lezen met een grappige afloop. Ook vond ik het leuk omdat de schrijver zo aantoont dat het bedrog in alle lagen van de bevolking voorkomt.
8. Jazeker, omdat het erg leuk is om te lezen. En ook nog een grappige afloop heeft.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

R.

R.

Heet jij echt Philemon???

grappig;)

10 jaar geleden

Andere verslagen van "Het wederzijds huwelijksbedrog door Pieter Langendijk"