De NPO is bezig met een nieuwe interactieve videoserie voor scholieren, over persoonlijke dilemma's. Om de serie zo herkenbaar mogelijk te maken, hebben ze jouw hulp nodig. Ben je tussen de 15-18 jaar en wil jij meedenken? Vul de vragenlijst in (5 a 10 minuutjes) en maak kans op een Bol.com bon van 10 euro.

 


Meedoen



Het verdriet van België

Algemeen
auteur: Hugo Claus
uitgever: De Bezige Bij
pagina’s: 774
jaartal: 1983

Samenvatting per hoofdstuk
7. het bezoek
Louis en zijn vrienden zijn samen in een “geheim verbond”, ze hebben de naam van een apostel (Louis=Petrus,
Vlieghe= Paulus), het verbond draait om een aantal verboden boeken, boeken die door de nonnen verboden zijn. Ze
hebben o.a. socialistische bladen, Vlaams nationalistische bladen en pikante foto’s van Amerikaanse sterren die ze
verborgen houden. Louis ziet zijn vaders DKW voor het pension, achter het stuur zit een grote man, holst, een
belangrijk karakter in de rest van het boek. Zijn vader en peter(zijn opa) komen hem bezoeken, een krampachtig en
weinig gezellig lijkende de ontmoeting volgt, erg veel liefde en interesse is er niet van zijn vader. Zijn vader probeert
uit te leggen dat Louis een broertje krijgt, hij doet dit onhandig door te zeggen dat ze van de trap gevallen is, Louis
denkt dat ze hem niet meer wil zien. Dan ontdekt een zuster dat vader staf een stikker van Rex* op het achteruit van
de DKW heeft, peter en de zuster kun het niet geloven, vinden het belachelijk en eisen dat hij het er meteen afhaalt.

23. horen en zien
Louis blijft achter in het gesticht maar droomt dat hij met holst, zijn vader en peter in de DKW zit, zijn vader en
peter maken ruzie. De familie Seynaeve, vooral peter heeft een goede band met de bisschop en de kloosters, daarom
mag hij schoolspullen verkopen aan kloosters, staf zet dit op het spel door openlijk Rex aan te hangen, peter heeft
gezworen dat geen van zijn familieleden lid zou worden van een anti-Belgische organisatie.

35. de koe “Marie”
In het klooster is ook een koe genaamd Marie, de koe wordt verzorgd door de tuinman Baekelandt. Baekelandt vertelt
de apostelen sterke verhalen over WOI. Baekelandt vraagt de apostelen om hem te helpen als Marie gaat kalveren, zij
weigeren. Baekelandt zegt dat zij schuldig zijn als Marie wat overkomt, Marie gaat dood terwijl ze akelig loeit. Louis
voelt zich de hele week schuldig en draagt drie dagen rouw bandjes.

40. zuster Sint Gerolf
Volgens Louis heeft het klooster een enorm reglement, opgeschreven in een groot boek, in dit enorme werk staan ook
wie zondaars zijn, alle kwesties omtrent geloof in god en alle andere vragen die belangrijk zijn in (o.a.) Louis’ leven.
Niemand behalve de zusters weet waar dit “alleswetende” werk ligt, het wordt bewaakt door zuster Sint Gerolf. Zuster
Sint Gerolf is een hele oude vrouw, ze was vroeger van adel, ze is blind en kan niet meer bewegen omdat ze zich
volledig aan het geloof heeft gewijd, ze heeft een innige relatie met god. Louis droomt ervan Sint Gerolf te bezoeken
als doorbreking van de dagen en om het ware geloof te zien en te voelen.

49. Olibrius
Goossens had bij Vlieghe aanvraag gedaan om apostel te worden. Louis heeft echter geen zin in Goossens en wijst zijn
aanvraag af om een kleine spelfout, onder het mom van Schoon-Vlaams schrijven, de andere apostelen zijn gepikeerd.
De inwijding van Goossens gaat toch verder: Goossens moet hun voeten kussen, een eed zweren en enkele andere
extreme ontgroeningsrituelen ondergaan. Goossens krijgt eerst de naam Olibrius omdat hij nog geen goed “verboden
boek” heeft geleverd.

54. Van een ander kind
Louis krijgt van zuster Kris twee van de pralines die Louis eerder van zijn vader had gekregen, Ze zijn wit
uitgeslagen. Louis deelt niet met anderen terwijl Louis wel chocolade van Goossens krijgt. De kinderen krijgen van de
zusters te horen dat de Spaanse burgeroorlog is afgelopen. De moordende verkrachtende communisten uit Spanje
zouden nou vluchten naar het noorden. na de aardrijkskundeles begint Louis tegen zuster Imelda en zuster Kris te
zeuren over zijn moeder die van de trap is gevallen, de zusters barsten in lachen uit. Later vertelt zuster Engel (Louis
favoriete zuster) dat zijn moeder niet van de trap is gevallen maar dat hij een zusje of broertje krijgt. Louis is erg
boos op iedereen omdat allen tegen hem hebben gelogen, behalve Vlieghe is onschuldig, hij is de goedheid zelve.
Vlieghe wordt door Louis bijna aanbeden

63. de Miezers
Louis maakt grapjes over een zwart-witte koe, Louis voelt zich duidelijk beter dan “de Hottentotten”. Na de wandeling
gaat iedereen zijn droomhuis tekenen, Louis tekent soms stiekem een “slecht huis” waar ze af en toe langslopen, in
het huis woont een vrouw die vaak in wit gekleed is, ze ontvangt “slechte” mensen. Louis vertelt de apostelen overMiezers, een soort kleine fantasie wezens. Alle apostelen zitten geboeid te luisteren naar Louis verhalen over wat de
Miezers allemaal doen, als Louis stopt smeekt Vlieghe, terwijl hij over Louis’ knie wrijft, Louis om door te vertellen.
Miezers zijn altijd vroom, hun volkslied is Tantum ergo, ze zijn voor Louis het ideaal.

73. Martelaren
De zuster gaan met de kinderen naar het jaarlijkse bezoek aan de bioscoop, elk jaar kijken ze dezelfde film over
Willem Tell, een jaren oude film die Louis en de apostelen al talloze keren hadden gezien. De zusters huurden elk jaar
deze film omdat het een leerzame en deugdzame film is. Op een gegeven moment stopt de film en komen er boeren
binnen, deze zeggen dat iedereen eruit moet omdat ze het boerenbal voor moeten bereiden, uiteindelijk gaan ze weg
terwijl de film nog niet was afgelopen. De dag daarna helpen de apostelen Baekelandt in de boomgaard, daarna is het
vakantie en nemen ze afscheid van elkaar.

82. In Walle
Het was vakantie, Louis mocht eindelijk weer naar huis, hij zag zijn moeder weer die hem wekenlang niet had
bezocht. Louis krijgt wel een warm welkom, zijn moeder, met haar dikke buik, geeft hem warme chocolademelk en
zijn vader wil hem de nieuwe drukpersen laten zien. zijn moeder vindt de nieuwe machines maar niks, zijn vader
had ze kocht in Duitsland en ze waren eigenlijk veel te groot, er moest een muur uitgebroken worden en de Duitse
mecaniciens moesten twee weken op zijn vader’s kosten in een hotel. Na de eerste machine heeft zijn vader nog een
pers bijbesteld. Louis’ moeder is erg boos, de machines uit Duitsland zijn voor het drukken van kranten bedoeld,
omdat niemand een krant bij Staf liet drukken heeft hij zelf een krant uitgegeven, hij heeft echter geen geld voor een
tweede nummer. Staf heeft ook een Hitlerpoppetje meegenomen uit Duitsland, Louis’ moeder is echter bang dat er
door hun Duitse spullen getwijfeld wordt aan hun Belgische loyaliteit. Tante Mona komt op bezoek en Louis wordt
naar buiten gestuurd. Louis dwaalt door Walle en zoekt zijn vriend Tetje op, hij wil met Louis naar Walle-stade, Louis
vindt stade echter een voetbalclub voor armoedzaaiers. Louis gaat naar Walle sport omdat nonkel Florent daar
reservekeeper is. Louis ontmoet de zus van Tetje, Bekka. Louis wil met Tetje en Bekka naar de bioscoop, Bekka denkt
echter dat het niet van Louis’ moeder mag omdat zij armoedzaaiers zijn.

101. Bomama
Louis gaat met zijn vader naar de oma van zijn vaders kant, Bomama. Hij ontmoet zijn tante Hélène. er wordt
gepraat over de oorlog en over peter.

115. de eland
Louis speelt met Tetje en Bekka in de kleiputten, ze komen vuile Sef tegen. Vuile Sef vraagt aan Louis hoe hij heet,
Tetje zegt dat vuile Sef Louis met rust moet laten, Tetje gaat tegen betalingen met vuile Sef mee naar binnen, er
komen kreten uit barak. Als Tetje terug komt gaan ze alle drie naar huis. Constance is boos op Louis omdat hij vies is
en omdat hij met de schooiers is gaan spelen, Louis liegt dat hij het niet heeft gedaan. Louis moet met een hortensia
op zijn hoofd stilzitten, Louis moet huilen omdat alles pijn doet van kramp. Staf is met de auto langs een brand
gereden, één kant is zwart.

126. Nonkel Florent
Louis gaat met zijn vader kijken bij een voetbalwedstrijd van Walle-sport, als blijkt dat nonkel Florent is overgestapt
naar Walle-stade stappen Louis en zijn vader ook over, het maakt niet uit dat ze nu naar de club gaan die ze eerst
haatten.

134. Nonkel Robert
Louis kijkt eerst bij de Franstalige tennissers bij het kasteeltje Flandria, “het bastion van de vijand van het volk”
noemt zijn vader het. Daarna ontmoet hij nonkel Robert. Louis wordt door nonkel Robert op een schommel gezet en
Louis moet overgeven.

144. Het land van de glimlach
Louis gaat met zijn moeder naar een toneelstuk over Chinezen, in het toneelstuk komt een liedje voor: “toujours
sourire, le coeur douloureux!”, dit wordt Louis’ motto, Toujours sourire.

155. Een knuppeltje
De vakantie is voorbij, Louis is terug in het klooster. De zusters halen een 1 aprilgrap uit, ‘s avonds vertellen de
apostelen elkaar over de vakantie, Louis maakt ruzie met Vlieghe over het “verboden boek” van Goossens.

162. Het scapulier
Baekelandt brengt samen met Louis Byttebier en Vlieghe prikkeldraad aan rondom het klooster, een beveiliging tegen
“het voetvolk”. Louis bezeert Vlieghe bij het ophangen van het prikkeldraad, Louis zuigt aan de wond en verbindt het.
Vlieghe is boos op Louis en roept dat Louis’ scapulier stinkt, Louis gooit de scapulier weg. De apostelen kaarten, Louis
en Vlieghe maken weer ruzie over het bestaan van zuster Sint Gerolf. Louis biecht dat hij de scapulier heeft
weggegooid, hij moet hem terugvinden.

169. Een verkenning
Louis probeert bij zuster Imelda inlichtingen in te winnen over zuster Sint Gerolf, hij komt te weten in welke kamer
van het slot zuster Sint Gerolf verblijft.

172. Een gouden bikkel
Louis droomt dat ze naar zuster Sint Gerolf gaan en dat Goossens de leiding over de apostelen overneemt. Als louis
weer wakker geworden is vertelt hij Vlieghe over een bikkel, een stukje bot van de overleden zoon van zuster Sint
Gerolf met goud en lood erom heen.184. zijn gemene muil
Peter komt op bezoek in de klas, Peter neemt Louis mee naar tante Nora. Tante Nora vertelt Louis dat zijn moeder een
miskraam heeft gehad. Louis mag twee weken voor de zomervakantie al naar huis, zijn moeder verblijft echter een
tijdje in Zwitserland dus die ziet hij niet, hij verblijft bij Meerke in Bastegem.

195. In Bastegem
Louis gaat met de trein naar Bastegem, hij wordt opgehaald door tante Violet en nonkel Florent. Louis verblijft bij
zijn grootmoeder Meerke, tante Violet en nonkel Armand. Louis ontmoet Raf, het wordt een vriend en voorbeeld voor
hem. Samen met Raf gaat Louis naar de villa van madame Laura, een knappe vrijgezel, ze bespieden haar. Er is
telefoon gekomen van Constance, ze heeft niet met Louis gesproken en ze heeft ook niks over hem gezegd. Er wordt
verteld hoe Louis’ ouders elkaar ontmoetten. Louis gaat met Raf naar Bastegem Excelsior, de voetbalclub van
Bastegem, ze praten met meneer Morrens, de directeur van Bastegem, over nieuwe spelers.

225. Nonkel Armand
Nonkel Armand is de zoon van Meerke, hij heeft landbouw gestudeerd maar is werkloos en vaak dronken, hij praat
met Louis over landen in Europa, Louis kent alle landen totdat Armand naar Picardie vraagt, dat weet Louis niet. Het
is een flauwe grap, Picardie is het café waar Armand altijd heen gaat.

231. Een timmerman
Louis moet van Meerke en Violet naar Jules de timmerman, hij verkoopt allemaal middeltjes tegen van alles. Louis
haalt de middeltje bij Jules maar raakt zeer beangstigd door de wartaal die Jules uitslaat.

239. Meerke
Louis komt terug van Jules met allerlei middeltjes, Meerke vertelt aan hem wat ze van iedereen denkt, ze vertelt ook
over haar overleden man Basiel.

243. In gods gewijde natuur
Nonkel Omer, de fanatiek hitleriaan, komt op bezoek in Bastegem.

251. Vijgeblaadje
Louis neemt afscheid van Meerke, Violet en Raf. Armand brengt Louis met de auto terug naar huis

257. Zuster Koedde
Louis krijgt straf van zuster Engel, strafregels schrijven. Louis kan er niet tegen dat alle apostelen zich niet houden
aan de regels van zijn genootschap. het klooster krijgt een nieuwe zuster erbij, zuster Thérèse. Al snel wordt de
nieuwe zuster Koedde genoemd (koude op zijn Brugs uitgesproken) vanwege haar koude gezicht. Louis wordt door
zuster Koede aangesproken omdat hij kaka riep, Louis zegt dat hij de papegaai bedoelde, hij krijgt een klap in zijn
gezicht. Louis vertelt aan Vlieghe dat hij altijd bij louis welkom is, dat hij niemand liever ziet en dat zij hun zielen
delen. Louis is zenuwachtig tijdens de communie, hij trilde. Na de communie neemt zuster Koedde Louis apart ze
beschuldigd hem van onkuisheid met een van de andere jongens en ze is boos op hem omdat hij roddels over haar
verspreid. Dan wordt zuster Koedde handtastelijk, ze perst Louis tussen haar knieën en drukt een zilveren Jezusbeeld
in zijn gezicht, ze zegt dat Jezus van hem houdt ondanks zijn zonden. Louis droomt over zichzelf als missionaris,
Dondeyne maakt hem wakker omdat hij niet kan slapen. Louis zegt dat het door Dondeyne’s zondes komt, Dondeyne
kan nog in de hemel komen, Vlieghe echter niet omdat Louis denkt dat Vlieghe zijn roddels aan zuster Koedde heeft
vertelt.

271. De mande van de schande
De wereld staat in brand, Hitler klopt aan de deuren en ook in het klooster is het onrustig. Vlieghe weet alles van de
vliegtuigen en stellingen, Louis is weer jaloers. Louis raakt in Vlieghe’s schaduw nu Vlieghe mooi kan vertellen over
alle vliegtuigen, Louis zoekt naar een casus belli. Louis zet de apostelen tegen Vlieghe op en beraamt samen met de
mede apostelen en een aantal andere leerlingen een complot tegen Vlieghe, ze slaan Vlieghe in elkaar en Louis stopt
de Bikkel van zuster Sint Gerolf in Vlieghe’s kont, Vlieghe moet huilen. Louis biecht bij de pastoor op dat hij het
slachtoffer heeft vermoord, dat is niet waar en de pastoor denkt dat hij alles heeft verzonnen. Dan gaat Louis van het
gesticht af, Vlieghe komt nog afscheid nemen en geeft hem ondank alles een afscheidscadeau, het is een emotioneel
afscheid.
van België (enkele belangrijke passages met bladzijdenummers):
België capituleert en Louis gaat naar het college. Op het college leert Louis de klassieke talen, hij ontmoet “De Kei” die
leraar godsdienst en Latijn is, De Kei probeert Louis te beschermen, hij stuurt Louis door hem boeken te laten lezen.
Louis wil na een bezoek aan Marnix de Puydt ook schrijver worden. Maurice sterft nadat hij op een hekwerk is
gevallen, de spijlen door de ogen en hersenen. Louis wordt van het college geschorst wegens onhandelbaarheid.
Nonkel Leon gaat naar Duitsland om te werken. Omdat het niet goed gaat met de drukkerij moet Louis’ moeder een
baantje zoeken ERLA (fabrikant van vliegtuig onderdelen), ze wordt secretaresse. Louis meldt zich aan bij de NSJV.
Louis betrapt zijn moeder op een affaire met Lausengier, een Duitse officier, Louis vertelt het aan zijn vader. De
relatie tussen Louis en Bekka bekoelt, Louis wordt verliefd op Simone. het kloosterpensionaat wordt verwoest door
een geallieerd bombardement, zuster Sint Gerolf wordt bij Bonmama ondergebracht, ze sterft aan het eten van
bedorven vlees. Louis wordt door zijn ouders naar Oost-Duitsland gestuurd, het argument is dat hij het daar beter
heeft, geen bombardementen, goed voedsel. Louis vindt het verschrikkelijk in Duitsland, hij kan niet met zijn stuggeopvoeders praten, hij moet hard werken en hij heeft geen vrienden. Lausengier wordt door de vader van Louis naar
het Oost-front gestuurd, Constance raakt depressief. Als Louis terugkomt gaat het hem niet voor de wind: hij komt
gedesillusioneerd weg van de tekenlessen van Dolf Zeebroeck, Simone kiest voor een ander en Louis blijft zitten.
Louis leest veel, Holst en madame Laura zorgen ervoor dat Louis boeken kan lezen die door joodse of communistische
schrijvers zijn geschreven, Louis mag ze lezen voor ze vernietigd worden. De Kei wordt gemarteld, Louis en zijn vader
konden het horen, Hij wordt afgevoerd door de Duitsers en geeft geen les meer. Louis ontmoet Vlieghe weer, hij zit
bij de NSJV, Louis zat daar al lang niet meer bij. Nadat tante Nora incest heeft gehad met Louis heeft hij ook seks met
Bekka en later met de weduwe van de dokter, Michèle. Als de oorlog in België op het punt staat te eindigen vertrekken
de Duitsers, uit angst voor represailles van de Witte Brigade* vlucht de vader van Louis, de rest van het gezin duikt
onder in Glijkenisse en later in Bastegem. Staf komt in een gevangenkamp dat in het kasteeltje Flandria is ingericht.
Louis wordt leerling-drukker in Waffelgem en schrijft zijn novelle, Het verdriet. Met het verdriet wint Louis
uiteindelijk ook de prijs van Het Laatste Nieuws. Louis hoort van de vader van Vlieghe dat Vlieghe zelfmoord
gepleegd heeft omdat hij een geslachtsziekte opgelopen had. Holst vermoordt madame Laura. Op de literaire dagen
van Mercurius krijgt Louis een grootse ontvangst.

blz. 299 Nonkel Firmin legt uit wat er mis is met manier van denken van Belgen. Er moet niet in volkeren gedacht
worden zegt Firmin als Louis zegt dat hij de Jodenvervolging niet rechtvaardig vindt.
blz. 292-296 De DKW van Staf wordt gestolen door een zoon van een welgestelde Waalse familie. Door de
connecties die de familie heeft kan Staf niet naar de politie gaan. De welgestelde vrienden van Staf kunnen niks doen
omdat zij aan de Vlaamse kant staan, zij worden gewantrouwd door de Belgische staat.
blz. 505 Tierenteyn wordt onthoofd
blz. 554 Louis sorteert met zijn vader verboden boeken, terwijl ze dat doen horen ze hoe De Kei gemarteld wordt.
(een bijzonder mooie passage)
blz. 558-559 Kei is weg, hij is afgevoerd door de Duitsers. Bekka komt terug naar Walle.
blz. 584-591 Louis heeft incest met tante Nora
blz. 604-607 Het huis in Walle wordt verkocht.
blz. 608 Constance wordt depressiever, ze spreekt over zelfmoord
blz. 620 Louis heeft seks met Bekka
blz. 620-622 De familie Seynaeve verhuist van Walle naar Glijknisse, Louis naar drukkersschool
blz. 665-668 Louis heeft seks met weduwe Michèle
blz. 681 Louis begint met schrijven van “het verdriet”, eerste zin wordt herhaald(erg mooi)
blz. 698-701 Staf komt vermagerd terug uit een Belgisch kamp voor collaborateurs, hij heeft spijt van zijn houding
tijdens de oorlog en schuldgevoel tegenover “de joden”. het kamp wordt beschreven en komt niet al te goed uit de
verf, het was een verschrikking, dit laat nadenken over de rechtvaardigheid van de behandeling
blz. 702 hypocrisie van de kerk, de kerk was altijd voor vergiffenis
blz. 704 De familie voert een gesprek over emigratie naar Argentinië, Staf vertrouwt tante Berenice niet.
blz. 705 Een Frans bericht over dood nonkel Florent in 1942 als brits soldaat komt binnen, veel droefenis is er niet
blz. 716-718 Louis hoort dat Vlieghe zelfmoord gepleegd heeft
blz. 746 de schrijfstijl veranderd in een oogwenk, in het hele boek zijn uitgebreide ingewikkelde beschrijvingen,
hier wordt opeens van een heel jaar alleen het weer en de daardoor ontstane ellende beschreven, mogelijk om nadruk
te leggen op de impact hiervan.
blz. 753-757 Louis levert zijn novelle “het verdriet” in voor een wedstrijd van “het laatste nieuws”, hij heeft de
reglementen overtreden, hij liegt over een broer die in een Duits concentratiekamp is omgekomen om het toch in te
mogen leveren. hij krijgt meteen het advies om een Vlaams-nationalistisch te veranderen.
blz. 766-774 Louis heeft de wedstrijd gewonnen, zijn verhaal wordt gepubliceerd en hij mag komen dineren bij
belangrijke mensen van de Mercurius
 

Mening
Werkelijk een prachtig boek, Hugo Claus is erin geslaagd om een boek te schrijven dat je de jaren vanaf 1939 tot 1947 in Vlaanderen laat beleven alsof je er zelf inzit. In het boek komt een bijna oneindige hoeveelheid aan thema’s voor, Claus heeft het over gedrag, politiek, geestenziektes, geografie, historie, dit alles maakt het boek zeer compleet, Claus is een genie. Hij stelt de hevige problematiek van België aan de kaak zonder er een oordeel over te vellen. Met het taalgebruik had ik in het begin behoorlijke moeite, passages zijn ingewikkeld geformuleerd en een groot aantal woorden heb ik op moeten zoeken, daar komt nog bij dat de zinsstructuren vaak Belgisch zijn en niet altijd gangbaar in Nederland. In het begin van het boek vond ik dit een groot minpunt, ik vond dat Hugo Claus hiermee overdreef, het kwam gekunsteld over en bemoeilijkte het lezen zeer. na ongeveer 70 bladzijden raakte ik hier echter meer aan gewend, toen ik op ongeveer op ⅔ was begon ik het zelfs te waarderen, ik las traag maar het droeg bij aan de sfeer in het boek en liet mij nog beter in de belevingswereld van Louis komen. Ook wordt uiteindelijk in het boek toegelicht dat je in het begin een boek in een boek las, dat is een andere reden voor het moeilijke taalgebruik, het licht tevens toe waarom het perspectief in het begin van het boek wisselt, de schrijver was nog onervaren. Soms verlies je het overzicht omdat ingewikkelde verhaallijnen elkaar afwisselen. Ook passages over nonkel Omer, de oom die gek isgeworden van liefdesverdriet, zijn niet te volgen, Claus schets een perfect beeld van een verwarde man. Claus is meester in het beschrijven van zowel mensen als situaties in al hun schoonheid of in al hun lelijkheid. Personages zijn levensecht al zijn situatie en beschrijvingen soms absurd, met enige regelmaat moest ik lachen om de idiotie van bepaalde beschrijvingen. Het boek stikt van de metaforen, dit maakt het aanzienlijk moeilijker maar ook leuker omdat je constant feiten moet analyseren en moet vergelijken met je kennis. Ook taalkundig is het geweldig geschreven, los van alle metaforen bevat het boek stijlfiguren als hyperbolen, antitheses, paradoxen, eufemismen, repetitio’s en personificaties. Wat Claus bijzonder goed gedaan heeft is het beschrijven van de een van de dieperliggende oorzaken rechts extremisme in Vlaanderen namelijk de angst voor een veranderende wereld en de angst voor de veroorzakers daarvan. In Vlaanderen heerste door dat extreme conservatisme: xenofobie, angst voor bedreiging van de welvaart en onder de katholieke bevolking een grote angst voor communisten (Blz. 54). Alle boeken die ik tot nu toe heb gelezen hadden vaak één thema in de maatschappij of in iemands leven, in dit boek doorgrond je de persoon en sociale omstandigheden als geheel, dit maakt het bijzonder om te lezen. De sociaal historische context interesseerde mij in het bijzonder, tal van politieke stroming komen aan bod (Rexisme, fascisme, DeVlag, frontpartij, VNV), ik heb ontzettend veel kennis opgedaan door dit boek. Het diepgaande beeld van de samenleving laat mij ook de wereld om mij heen beter snappen doordat de Vlaamse situatie natuurlijk overeenkomsten heeft met huidige conflictgebieden.

Voorbeelden van stijlfiguren
repetitio: “mijn volk, mijn volk!”
climax: “Nog nooit is het voor Louis zo hartverscheurend duidelijk geweest wat er gaande is in het gesticht, in de
Oudenaardse steenweg, in de hele wereld.” (r..)
repetitio: “god, god, god.” (r553)
personificatie: “en gromde een vrachtwagen” (r553)
antithese: “vroegrijp vroegrot leven” (r 765)
hyperbool: “ik heb daar veel verdriet van gehad, het verdriet van België.” (r770)
repetitio: “wij gaan zien, wij gaan zien” (r774)
repetitio: “Vlieghe die wuifde onder de perenboom en wuifde en wuifde.” (r288)


Analyse
Titel
Het “verdriet van België”, deze titel is gekozen om een aantal redenen, ten eerste omdat Louis de roman die hij
schrijft “Het verdriet” noemt, dit past hij later aan naar “Het Verdriet van België”. Ook is het onderwerp waar het
hele boek over gaat, collaboratie, natuurlijk het verdriet van België.
ondertitel:

Motto
(kol nidrei (het verdriet))

Thema
Het opgroeien in sommige milieus in Vlaanderen in het interbellum en de oorlog was niet gemakkelijk, kinderen van
katholieke ouders moesten naar gestichten. Deze gestichten waren niet altijd even geschikt voor kinderen, kinderen
kregen niet altijd genoeg liefde van nonnen en worden soms zelfs door een der zusters seksueel geïntimideerd.
Daarna is het de nationaalsocialistische ideologie die kinderen in de greep houdt. Ze krijgen alleen maar
nationalistische ideologieën te horen, dit terwijl ze wel met voorbeelden van joden en zigeunervervolging te maken
krijgen, waar ze niet achter staan. Na de oorlog worden ze slachtoffer van enorme haat tegen hen, tegelijk met het
besef dat ze fout waren en vervolging van familieleden. Dit alles komt nog bovenop alles rondom normale
adolescentie, seksuele ontwikkeling die ook nog eens door de kerk bemoeilijkt wordt.

Motieven
liefde
onwetendheid
angst
woede
politiek
kennis
overgewicht
geestenziekte
nationalisme
vernedering
afkomst
werkgeloof
moord
liefdesverdriet
onderdrukking
seksualiteit
groepsdruk
diefstal (DKW gestolen door Waalse jongen)
Miezers

De idee
Kennis is macht, blijf je verrijken en bekijk de wereld vanuit zoveel mogelijk perspectieven. Zorg ervoor dat je
mening niet gebaseerd is op indoctrinatie of propaganda.

Opbouw
Het eerste deel(Het verdriet) is opgebouwd uit hoofdstukken en verteld over de jeugd van de hoofdpersoon, in het
tweede deel (van België) zij er geen hoofdstukken meer, het zijn verschillende verhalen die in een groot verhaal
passen en af en toe samenkomen, wisseling van verhaal en soms ook perspectief worden aangegeven met witregels.
Later in het boek wordt duidelijk dat van het grote verhaal dat je tot dan toe gelezen hebt grote delen opgeschreven
zijn door de hoofdpersoon, Louis, die schrijver is. Het hele eerste deel is een boek in een boek dat geschreven is door
de hoofdpersoon, Louis.

Personages
Louis Seynaeve is de hoofdpersoon in het boek, alle verhalen zijn om hem heen van uit zijn belevingswereld. In het
eerste deel (“het verdriet”) is hij elf jaar oude jongen uit Walle die naar het kloosterpensionaat van Haarbeke gaat.
Op het moment dat hij van het gesticht wordt gehaald door zijn ouders begint deel twee. Hij is een intelligente
eigengereide jongen. Hij wordt katholiek Vlaams-nationalistisch opgevoed, hij staat achter het Vlaams ideaal en in
het begin ook achter het nazisme, in de loop van het boek krijgt hij wel twijfels over nationaalsocialisme, hij wordt
echter door zijn familie meegesleurd. Ook aan het katholicisme twijfelt hij, al wordt dat nooit hardop uitgesproken.
Na het kloosterpensionaat gaat hij naar “het college”, een katholieke middelbare school waar ook klassieke talen
worden onderwezen. Hier ontpopt hij zich meer, onder leiding van “Kei” leest hij literatuur, Kei is bij “de witten*” en
probeert Louis door literatuur bij het nationaalsocialisme weg te houden. Louis leest alle boeken, hij leest extreem
veel en weet ook extreem veel, zijn omgeving waardeert dat niet altijd en vindt hem af en toe een betweter. In de loop
van het boek begint Louis te schrijven, dit kan hij goed, hij is een observator.
Gerard Vlieghe ("Apostel Paulus") is een klasgenoot. Hij heeft een jongere broer Wardje en is van Wakkegem. Hij
is samen met Louis de aanvoerder van de apostelen. Vlieghe is een aardige slimme jongen, hij is een voorbeeld voor
Louis omdat hij dingen kan die Louis niet kan, hij kan bijvoorbeeld een muur beklimmen. Louis en Vlieghe zien
elkaar als lotgenoten en hebben veel steun aan elkaar. Er ontstaat een breuk tussen de twee vrienden omdat Louis
jaloers is op Vlieghe, ook gedraagt Vlieghe zich autoritairder en luistert hij niet meer naar Louis. Nadat ze uit elkaar
gaan zien ze elkaar amper nog. Vlieghe sluit zich uiteindelijk aan bij de NSJV. Bijna op het eind van het boek vertelt
de vader van Vlieghe aan Louis dat Vlieghe zelfmoord heeft gepleegd. In Vlieghe zijn afscheidsbrief neemt hij vooral
van Louis afscheid, dit laat zien hoe belangrijk hun vriendschap in het internaat was.
Dondeyne ("Apostel Matthias") is een klasgenoot. Zijn jongere broer heet René.
Byttebier ("Apostel Barnabas") is een klasgenoot. Hij is vrij groot en wordt door Louis als niet altijd even subtiel
omschreven.
Albert Goossens ("Olibrius", "Apostel Bartholomeus") sluit als vijfde Apostel aan. Hij woont in Lovendegem.
Moeder-Overste is de gezagvoerder op het kloosterpensionaat van Haarbeke.
Zuster Econome verzorgt de boekhouding.
Zuster Adam is een strenge zuster.
Zuster Kris is klein en zeer streng (scherp als een kris).
Zuster Engel (Marie-Ange) geeft Frans. Zij is Louis' favoriete lerares.
Zuster Sapristi geeft aardrijkskunde.
Zuster Imelda houdt van tuinieren.
Zuster Sint-Gerolf bewaakt het Reglementenboek in een kamertje in "het Slot", waar de leerlingen niet binnen
mogen. Ze is zeer vroom, nadat haar zoon overleed, stak ze haar ogen uit en bewoog ze niet meer omdat ze haar band
met god wilde versterken, daarna ging ze naar het klooster.
Zuster Koedde (Thérèse) is een nieuwe zuster na de zomervakantie. Ze wordt Koedde genoemd, dat is Brugs voor
koude omdat haar gezicht altijd koud is. Ze is zeer streng en terroriseert het klooster.
Baekelmans ("Baekelandt") is de tuinier van het klooster. Zijn vrouw heet Trees.Peter Seynaeve is de grootvader en dooppeter van Louis. Hij was vroeger leraar, en heeft een zaak in
schoolbenodigdheden opgericht. hij heeft erg goede banden met het bisdom. Hij is een purist en staat erop dat
iedereen Schoon-Vlaams spreekt, hij is erg tegen Franse leenwoorden(bv: geen punaise maar duimspijker). peter is
een autoritaire slimme man, hij is niet altijd even aardig. Tussen hem en zijn vrouw (Bomama) is een breuk
ontstaan, hij praat niet meer met haar.
BoMama is de vrouw van Peter en grootmoeder van Louis, ze is gehandicapt. Dit is echt een lieve vrouw, het is een
van de enige karakters waar ik sympathie voor voelde en medelijden mee had.
Staf Seynaeve (Gustave) is de oudste zoon van Peter en de vader van Louis. Hij is drukker. Het is een typische
middenklasser, een ondernemer, hij heeft wel een opleiding gehad maar hij is geen intellectueel. Hij maakt zich sterk
voor Vlaamse belangen en hij is gevoelig voor populistische partijen. Hij is een belangrijk figuur in veel
Vlaams-nationalistische organisaties en hij kent veel van de kopstukken. Hij deed elk jaar mee aan de IJzerbedevaart.
het is verder een vriendelijke man, hij heeft geen haat tegen joden maar wel angst voor het vreemde, buitenlanders
en politieke ideologieën als communisme. hij heeft niet een hele goede band met zijn zoon Louis en probeert dit af en
toe te verbeteren. nadat hij na de oorlog in een Belgisch kamp voor oorlogsmisdadigers heeft gezeten, terwijl hij niet
actief heeft meegeholpen aan joden vervolging, gooit hij zijn leven om en heeft hij spijt, hij heeft medelijden met de
joden en is niet meer actief in Vlaams-nationalisme, er heerst een taboe op.
Robert Seyneave is de tweede zoon van Peter en nonkel van Louis. Deze zwaarlijvige vrijgezel is beenhouwer.
Florent Seynaeve is de jongste zoon van Peter en nonkel van Louis. Hij is doelman. het is een zeer vriendelijke
man, geliefd in de famile. Florent is een van de enige uit de familie van Louis die niet sympathiseert met de Duitsers
hij is eerst soldaat voor het Belgische leger. Als België zich overgeeft vlucht hij naar Engeland, hij komt om als
geallieerde soldaat. Niet iedereen in de familie heeft verdriet om zijn dood omdat ze vinden dat hij hen verraden
heeft.
Mona Seynaeve is de oudste dochter van Peter en tante van Louis. Ze is gescheiden van Ward, met wie ze een
dochter Cécile heeft.
Nora is de tweede dochter van Peter. Ze is getrouwd met Leon, met wie ze een dochter Nicole heeft.
Hélène Seynaeve is de jongste dochter van Peter en tante van Louis.
Meerke Bossuyt is de moeder van Constance en grootmoeder van Louis. Ze woont in Bastegem. Het is een beetje
een oude zeur, ze zeurt over haar man die overleden is, over Armand en over alle andere mensen in haar buurt.
Constance Bossuyt is de oudste dochter van Meerke. Ze is Stafs vrouw en de moeder van Louis. Het is een vrouw
die niet echt veel liefde aan haar eigen zoon geeft, ze is erg veel met zichzelf bezig. Eerst is ze nog betrekkelijk
gelukkig maar na de miskraam en al helemaal na het vertrek van Lausengier is ze erg depressief, ze spreekt zelfs over
zelfmoord. Constance vindt het geluk nooit meer helemaal terug.
Armand Bossuyt is de oudste zoon van Meerke en nonkel van Louis. Het is niet een domme man, hij heeft iets in
landbouw gestudeerd, hij loopt echter wel de kantjes ervan af daarom is hij werkeloos. Hij is een dronkenlap, hij gaat
vaak naar “de Picardie”. Verder is het een vriendelijke olijke man en een echte rokkenjager. Het is de lievelings zoon
van Meerke, hij woont bij Meerke tot hij trouwt met een alcoholistische vrouw. in de oorlog is hij inspecteur van de
boeren, hij zorgt ervoor dat er bijna niks op de zwarte markt kan komen, hij is niet omkoopbaar. Na de oorlog wordt
hij door de geallieerden opgepakt, hoewel hij niet echt sympathiseerde met de nazi’s heeft hij er wel voor gezorgd dat
er niet aan de zwarte markt geleverd kon worden, hierdoor kwamen onderduikers niet aan genoeg voedsel.
Omer Bossuyt is de jongste zoon van Meerke en een nonkel van Louis. Hij is hitleriaan. Als soldaat zit hij in een
kazerne aan het Albertkanaal. Nadat hij ontdekte dat Armand had aangepapt met zijn vrouw raakt hij helemaal in de
war. hij wordt opgenomen in een klooster.
Violet Bossuyt is een zwaarlijvige dochter van Meerke. Een kordate vrouw met een duidelijke mening(net als veel
mensen in de familie overigens). Ze heeft een rare relatie gehad met pastoor Mertens.
Berenice Debeljanov-Bossuyt is de jongste dochter van Meerke. Ze woont in Wallonië en is getrouwd met de
Bulgaarse jood Firmin Debeljanov.
André Holst is een stoere kerel uit Bastegem die soms chauffeur speelt voor Staf. Hij is aanhanger van Rex.
Tetje Cosijns is een jongen uit de Balkan. Louis speelt soms met hem, hoewel dat niet mag van zijn ouders. Een
vriendelijke arme jongen, hij is voor Walle Stade. Het vermoeden wordt gewekt dat hij tegen betaling seks heeft met
vuile Sef.
Rebekka Cosijns ("Bekka") is Tetjes zus. Ze heeft een zigeuner uiterlijk. Het is een lief en sterk meisje, ze heeft
echter minder opleiding als Louis gehad. Louis heeft een bijzondere relatie met haar. Als ze naar het buitenland
vlucht, om haar afkomst(zigeuner), stuurt ze nog wel heel vaak liefdes brieven naar Louis. Louis heeft de interesse in
haar echter verloren omdat hij Simone, de dochter van de apotheker, wel ziet zitten. Ook wordt hij beïnvloed door het
nationaalsocialisme, hij vindt haar een vieze zigeuner. Uiteindelijk komt hij tot inkeer, als Simone terugkomt.uiteindelijk hebben ze een keer seks voordat Louis verhuist.
Marnix de Puydt is dichter, pianist en vader van een tweeling. Hij is een graag geziene Vlaming en hij schrijft
stukken toneelstukken voor de Vlaamse elite. Hij is fanatiek aanhanger van de Vlaamse zaak en vertoont zich vaak in
café Groeninghe. Als een van zijn zijn zoontjes sterft bij een bombardement is hij helemaal de weg kwijt, hij spreekt
maanden niet meer
Pieter Raspe werkt in de drukkerij van Staf. Later gaat hij aan het Oostfront vechten.
Raf de Bock is een vriend van Louis in Bastegem. Raf is een voorbeeld voor Louis, ze trekken veel met elkaar op als
Louis in Bastegem is. Na de oorlog blijkt dat Raf bij “de witten*” was. Raf en Louis gaan na de oorlog vaak naar de
Amerikanen en Canadezen, ze trekken op met de soldaten.
Laura Vandeghinste is een begeerde vrijgezellin in Bastegem. Louis heeft een soort obsessie voor haar. Ze trouwt
met Holst ondanks het feit dat de twee niet bij elkaar lijken te passen. Tijdens de bezetting helpt ze Louis aan boeken
die door joodse of communistische schrijvers zijn geschreven, Louis mag ze lezen voor ze vernietigd worden. Madame
Laura komt uiteindelijk om nadat ze door een tram is aangereden, Holst wordt verdacht van moord, de schuldvraag
blijft onbeantwoord.
Jules is een timmerman en kwakzalver in Bastegem. Hij slaat wartaal uit en hij is een zeer eigenaardige man.
Theo van Paemel is een pro-Vlaamse politieman. Het is een vriend van Staf, hij helpt Staf te ontsnappen naar
Frankrijk omdat de Belgische autoriteiten hem op willen pakken. hij is vaak rustig en komt met goed doordachte
plannen.
Maurice de Potter is een klasgenoot van Louis op het College, een intelligente zachtaardige jongen die een enorme
kennis heeft van planten en bomen. Hij kan goed dichten. Hij gaat dood bij een ongeluk, toen hij speelde met andere
kinderen viel hij met zijn gezicht op een hek. De spijlen steken door zijn oogkassen dwars door zijn hersenen.
Evariste de Launey de Kerchove ("De Kei") is een jezuïet die lesgeeft op het College. Hij probeert Louis te
vormen en te zorgen dat hij afstand neemt van nationaalsocialisme. Op blz. 554 zijn Louis en zijn vader er getuige van
dat Kei gemarteld wordt door “slechte” Vlamingen, hij wordt uiteindelijk vermoord.
Dr. Heinrich Lausenier ("Henny", "Luizengier") is de baas van ERLA in België. Een vriendelijke man die van
tennissen houdt, hij krijgt een relatie met Constance, de moeder van Louis. Als Staf achter de relatie komt smeed hij
een complot, de ERLA wordt in slecht daglicht gesteld en Lausenier moet naar het oostfront, hij schrijft nog veel
brieven naar Constance.
Dr. Paelinck ("Dalle") is apotheker en acteur.
Simone Paelinck is de dochter van dr. Paelinck. ze is melancholisch en kijkt alsof ze al het verdriet van België heeft.
Louis wordt verliefd op haar maar zij kiest voor iemand anders. Ze lijkt een beetje op Bekka, een beetje een
zigeuneruiterlijk.
Vuile Sef is een Wallenaar die lid wordt van de Gestapo. Hij is een pedofiel en woont in een krot aan de rand van
Walle. hij gaat bij de SS en vecht in noord-Afrika. Uiteindelijk wordt hem in een soort volkswoede een oog
uitgestoken, als hij daarna zegt dat hij niet tevreden is wordt hij in elkaar geslagen en in het ziekenhuis opgenomen.
Gustav Vierbücher en zijn vrouw Emma zijn Louis' gastgezin in Mecklenburg. Het zijn simpele mensen ze zijn
niet echt aardig voor Louis maar ze hebben het beste met hem voor. ze zijn redelijk arm.
Dolf Zeebroeck is een beeldend kunstenaar. Zijn zoon heet Godfried. hij geeft teken les aan Louis. hij vindt dat
Louis niet goed kan tekenen, hij is arrogant en zeer onaardig tegen Louis. zijn les is niet goed en hij rekent een absurd
hoog tarief.
Tierenteyn is een verzetsstrijder. Werd aangehouden als gijzelaar omdat een gefreiter werd neergestoken (r491).
Hij wordt door de nazi’s vermoord, voor zijn executie geeft hij een heel mooi horloge aan staf, “staf zou dit voor hem
aan de hoogbejaarde moeder van Tierenteyn geven, hij doet dit niet en geeft het aan Louis(r 505,506).
Michèle is een doktersvrouw. Zij is weduwe, ze heeft een aantal keer seks met Louis. Louis is verliefd op haar.

Perspectief
auctoriaal en personaal

Historische tijd
1939-1947

Tijdsduur
8 jaar

Tijdsverloop
chronologisch met tijdsprongen

Plaats
Het gesticht, Haarbeke
WalleWaffelgem
Bastegem

Ruimte
Het eerste deel speelt zich af in het gesticht in Haarbeke, een niet erg inspirerende omgeving, er wordt onderwezen
in verschillende vakken en verder worden de kinderen erg beperkt in hun vrijheden, er wordt een katholieke leer
gevoerd en veel boeken films en ander vermaak is verboden, elk jaar wordt dezelfde film vertoond. Er is weinig liefde
van de zusters die vrij zakelijk zijn, niet een kind vriendelijke omgeving.
Als de oorlog is uitgebroken mag Louis naar huis, thuis heerst geen gezellige stemming. Zeker na de miskraam en de
buitenechtelijke affaire van zijn moeder is er veel haat, nijd en ruzie. Louis sluit zich daarom telkens af van de
werkelijkheid en leeft in een fantasiewereld.
Als Louis uit het gesticht thuis komt is het ook niet altijd even gezellig. Constance heeft weinig aandacht voor
Louis en maakt veel ruzie met Staf. Nadat Louis zijn moeder tijden niet gezien heeft omdat ze een miskraam had
gehad is ze niet heel blij om hem te zien, ze is erg ongelukkig. Het wordt leuker thuis als zijn moeder een
buitenechtelijke affaire krijgt met de Duitse baas van de ERLA (vliegtuigfabrikant). Als Louis het aan z’n vader
doorgeeft is er weer veel ruzie. Nadat Lausenier weg is raakt zijn moeder depressief. ook Louis’ band met zijn vader
wordt minder.

Genre
psychologische roman
bildungsroman
sociale roman
oorlogsroman
literaire stroming
postmodernisme, naturalisme en experimentele proza, omdat het in 1983 geschreven is valt het in het
postmodernistische tijdperk, ook in de stijl wordt dit bevestigd doordat de roman veel postmodernistische
kenmerken heeft. kenmerken van het postmodernisme zijn o.a.
1. intertekstualiteit, er zijn verwijzingen naar andere teksten.
2. alteriteit, het voortdurend aan veranderen van de identiteit van een personage.
3. literalisering, het letterlijk nemen van metaforen waarbij bijvoorbeeld een mens letterlijk als dier of
machine wordt uitgebeeld.
4. geen lineair opgebouwde of chronologisch verantwoorde vertelling. De tijd is niet langer een abstract en
ontologisch gegeven, maar wordt eveneens voorgesteld als een constructie
5. geen causaliteit
6. geen grens tussen fictie en realiteit
7. meerdere vertelinstanties
Punten die je heel duidelijk terug ziet in het verdriet van België zijn intertekstualiteit, alteriteit, onduidelijke grens
tussen fictie en realiteit, meerdere vertelinstanties. vooral de grens tussen fictie en werkelijkheid is vaak moeilijk aan
te duiden, van sommige dingen weet ik nog steeds niet zeker of ze echt gebeurd zijn. Vaak kun je er door goed te lezen
vaak wel achter komen. De experimentele proza was een stroming die onderdeel was van het postmodernisme, vooral
in de jaren in de jaren ‘70 werd experimentele proza geschreven, aan gezien dit boek in de jaren ‘70 geschreven is en
begin jaren ‘80 uitgegeven werd bevat het elementen uit de experimentele proza. In de dbnl vond ik een beschrijving
van experimentele proza in het algemeen literair lexicon:
“Ze streefden naar een nieuw soort realisme, waarvoor de heersende literaire conventies doelbewust doorbroken
moesten worden om de lezer tot een nieuwe manier van lezen te bewegen en daarmee tot een nieuwe
waarneming van de werkelijkheid. Ze huldigden de opvatting dat kunst niet gericht is op ontroering of
schoonheidservaring, maar in de eerste plaats op maatschappelijk handelen. Het experiment bestaat meestal uit
het gebruik van collagetechnieken, het doorbreken van de eenheid van het verhaal door perspectiefwisseling,
naamsveranderingen van personages, het oningevuld laten van woorden of tekstfragmenten, vragen aan de lezer,
afwijkend gebruik van de interpunctie, het doorbreken van genreconventies enz. ” Deze kenmerken zijn ook
uitermate goed te rijmen met de kenmerken van het boek. de realistische en naturalistische schrijfstijl, niet gericht
op schoonheid en ontroering en de perspectief wisseling, dit zijn kenmerken die het Verdriet van België ook heeft.
*politieke stromingen die aan bod komen:
Rex:
is een Belgische fascistische corporatistische politieke partij onder leiding van Léon Degrelle. de partij werd opgericht
als katholieke studieclub maar werd door Degrelle veranderd in een politieke beweging die vel tegen het
communisme was. Rex werd geïnspireerd door de Italiaanse fascisten. De partij werd meer seculier en vond brede
aanhang onder de Waalse middenstand. Ook in Vlaanderen won de partij stemmen. Het succes was van korte duur,in 1939 haalde de partij amper stemmen. Na de inval van de Duitsers ging Rex op in VNV. Degrelle beklede nog
enkele belangrijke posities in het nazi-regime van België, en vocht nog aan het oostfront. Na de oorlog vluchtte
Degrelle naar Spanje, hij werd bij verstek ter dood veroordeeld.
DeVlag: De Deutsch-Vlämische Arbeitsgemeinschaft werd in 1936 opgericht door Vlaamse en Duitse academici als
culturele vereniging voor de bestudering van de gemeenschappelijkheden van de Vlaamse en Duitse cultuur. De
organisatie was van het begin af aan pro-nationaalsocialistisch. Na de Duitse inval in België in 1940 werd het
karakter meer politiek dan cultureel, er werd een nationaalsocialistische Groot-Duitse politiek aangehangen. De
DeVlag werd een felle concurrent van het VNV. De VNV was veel groter en ook nationaalsocialistisch maar droeg meer
een Groot-Dietse gedachte uit en collaboreerde pas later in de oorlog. Na de Duitse inval in de Sovjet-Unie speelden
DeVlag-leden een grote rol bij de rekrutering van Vlamingen voor de Waf en-SS. De DeVlag koos medio 1941 ook voor
opname van Vlaanderen in het Duitse Rijk. De DeVlag werd na de oorlog als een criminele organisatie verboden. Veel
DeVlag-leden werden gerechtelijk vervolgd.
Verdinaso: het Verbond van Dietse Nationaal Solidaristen was een Belgische en Nederlandse politieke beweging die
werd opgericht op 6 oktober 1931 door de Belg Joris Van Severen. Verdinaso streefde naar een autoritaire
corporatistische staat(naar Italiaans voorbeeld) en was anti-kapitalistisch, antidemocratisch, vel antisemitisch en
sterk anti-marxistisch. Op staatkundig vlak was de oorspronkelijke doelstelling de eenmaking van Nederland,
Vlaanderen en Frans-Vlaanderen en vanaf 1934 het samengaan van Nederland met geheel België en Luxemburg in in
de zogenaamde “Dietsche Volksstaat”. In 1940 werd de leider van Verdinaso, Joris van Severen opgepakt door de
Belgische overheid en gedeporteerd, in een van de zogenaamde spooktreinen, naar Frankrijk waar hij zonder proces
werd doodgeschoten door Franse soldaten in het Bloedbad van Abbeville. In Vlaanderen hield Verdinaso op te
bestaan op 10 mei 1941 door een door de Duitse bezetter opgelegde gedwongen fusie met het VNV.
VNV:Het Vlaamsch Nationaal Verbond was een rechts-radicale Vlaams-nationalistische partij, die werd opgericht op
8 oktober 1933 door Staf de Clercq. Tijdens de Tweede Wereldoorlog collaboreerde ze officieel met de Duitse bezetter.
Een klein deel van de aanhang verliet de partij echter en keerde zich tegen van de collaboratie. VNV was een van de
grootste politieke bewegingen in Vlaanderen, ze waren vooral voor een Groot-Dietsland. Na de oorlog werd VNV
verboden.
Frontbeweging:De Frontbeweging is een beweging van Vlaamse intellectuelen die ontstond tijdens de Eerste
Wereldoorlog aan het IJzerfront. De ijzer was een klein riviertje in België, in de Eerste Wereldoorlog was dit een van
de frontlinies. De Frontbeweging verzette zich tegen de Franstalige legerleiding van het Belgische leger. Dit leverde
een gebrekkige communicatie op tussen officieren en soldaten, waardoor veel jonge Vlamingen onnodig stierven aan
het front.
Frontpartij: De Frontbeweging vervaagde bij het einde van de oorlog. In 1919 werd echt wel de Frontpartij
opgericht. De gesneuvelden aan het IJzerfront worden nog elk jaar herdacht bij de IJzertoren te Diksmuide, tijdens
de IJzerbedevaart.
IJzerbedevaart: een jaarlijkse bijeenkomst van Vlaams-nationalisten, het oorspronkelijke doel is het herdenken van
de Eerste Wereldoorlog. De IJzerbedevaart werd uiteindelijk meer een politieke bijeenkomst van
Vlaams-nationalisten dan een herdenking.
De Zwarte Brigade (de zwarten) Een groep collaborateurs die werden aangestuurd door de SS
De Witte Brigade (de witten) Een Belgische verzetsgroep, een tegenhanger van “de zwarten”
verdiepingsopdracht: Bespreek welke invloed het boek heeft op jouw standpunt
en eventueel emoties over het betreffende thema of onderwerp.
Door het pro-Duitse perspectief kijk je anders naar de Europese ontwikkelingen tussen 1939 en 1947, de culturele
bagage die je hebt zegt je de collaborateurs te veroordelen. Toen ik aan dit boek begon veroordeelde ik Louis en zijn
familie niet echt. Ik vond het interessant om te zien dat het perspectief je kant laat kiezen. Dit boek laat mij het
belang van nuance weer duidelijk zien. Ik wist niet dat het zwaartepunt van het Belgische bestuur zo sterk bij deWalen lag, het feit dat dit zo was maakt de woede onder een deel van de Vlamingen logischer. De straffen die na de
oorlog werden gegeven aan collaborateurs vindt ik na dit boek buiten proportioneel, veel van deze mensen hebben
toch niks fout gedaan? Veel collaborateurs kwamen jarenlang in een strafkamp terwijl ze niet hebben meegeholpen
aan de Jodenvervolging, deze mensen grepen de oorlog aan als kans om de slechte positie van de Vlaming in België
veilig te stellen, Ik denk dat de kloof tussen Vlaming en Waal alleen maar groter is geworden door deze straffen.

Ruimte
Het eerste deel speelt zich af in het gesticht in Haarbeke, een niet erg inspirerende omgeving, er wordt onderwezen
in verschillende vakken en verder worden de kinderen erg beperkt in hun vrijheden, er wordt een katholieke leer
gevoerd en veel boeken films en ander vermaak is verboden, elk jaar wordt dezelfde film vertoond. Er is weinig liefde
van de zusters die vrij zakelijk zijn, niet een kind vriendelijke omgeving.
Als de oorlog is uitgebroken mag Louis naar huis, thuis heerst geen gezellige stemming. Zeker na de miskraam en de
buitenechtelijke affaire van zijn moeder is er veel haat, nijd en ruzie. Louis sluit zich daarom telkens af van de
werkelijkheid en leeft in een fantasiewereld.
Als Louis uit het gesticht thuis komt is het ook niet altijd even gezellig. Constance heeft weinig aandacht voor
Louis en maakt veel ruzie met Staf. Nadat Louis zijn moeder tijden niet gezien heeft omdat ze een miskraam had
gehad is ze niet heel blij om hem te zien, ze is erg ongelukkig. Het wordt leuker thuis als zijn moeder een
buitenechtelijke affaire krijgt met de Duitse baas van de ERLA (vliegtuigfabrikant). Als Louis het aan z’n vader
doorgeeft is er weer veel ruzie. Nadat Lausenier weg is raakt zijn moeder depressief. ook Louis’ band met zijn vader
wordt minder.

Genre
psychologische roman
bildungsroman
sociale roman
oorlogsroman
literaire stroming
postmodernisme, naturalisme en experimentele proza, omdat het in 1983 geschreven is valt het in het
postmodernistische tijdperk, ook in de stijl wordt dit bevestigd doordat de roman veel postmodernistische
kenmerken heeft. kenmerken van het postmodernisme zijn o.a.
1. intertekstualiteit, er zijn verwijzingen naar andere teksten.
2. alteriteit, het voortdurend aan veranderen van de identiteit van een personage.
3. literalisering, het letterlijk nemen van metaforen waarbij bijvoorbeeld een mens letterlijk als dier of
machine wordt uitgebeeld.
4. geen lineair opgebouwde of chronologisch verantwoorde vertelling. De tijd is niet langer een abstract en
ontologisch gegeven, maar wordt eveneens voorgesteld als een constructie
5. geen causaliteit
6. geen grens tussen fictie en realiteit
7. meerdere vertelinstanties
Punten die je heel duidelijk terug ziet in het verdriet van België zijn intertekstualiteit, alteriteit, onduidelijke grens
tussen fictie en realiteit, meerdere vertelinstanties. vooral de grens tussen fictie en werkelijkheid is vaak moeilijk aan
te duiden, van sommige dingen weet ik nog steeds niet zeker of ze echt gebeurd zijn. Vaak kun je er door goed te lezen
vaak wel achter komen. De experimentele proza was een stroming die onderdeel was van het postmodernisme, vooral
in de jaren in de jaren ‘70 werd experimentele proza geschreven, aan gezien dit boek in de jaren ‘70 geschreven is en
begin jaren ‘80 uitgegeven werd bevat het elementen uit de experimentele proza. In de dbnl vond ik een beschrijving
van experimentele proza in het algemeen literair lexicon:
“Ze streefden naar een nieuw soort realisme, waarvoor de heersende literaire conventies doelbewust doorbroken
moesten worden om de lezer tot een nieuwe manier van lezen te bewegen en daarmee tot een nieuwe
waarneming van de werkelijkheid. Ze huldigden de opvatting dat kunst niet gericht is op ontroering of
schoonheidservaring, maar in de eerste plaats op maatschappelijk handelen. Het experiment bestaat meestal uit
het gebruik van collagetechnieken, het doorbreken van de eenheid van het verhaal door perspectiefwisseling,
naamsveranderingen van personages, het oningevuld laten van woorden of tekstfragmenten, vragen aan de lezer,
afwijkend gebruik van de interpunctie, het doorbreken van genreconventies enz. ” Deze kenmerken zijn ook
uitermate goed te rijmen met de kenmerken van het boek. de realistische en naturalistische schrijfstijl, niet gericht
op schoonheid en ontroering en de perspectief wisseling, dit zijn kenmerken die het Verdriet van België ook heeft.
*politieke stromingen die aan bod komen:
Rex:
is een Belgische fascistische corporatistische politieke partij onder leiding van Léon Degrelle. de partij werd opgericht
als katholieke studieclub maar werd door Degrelle veranderd in een politieke beweging die vel tegen het
communisme was. Rex werd geïnspireerd door de Italiaanse fascisten. De partij werd meer seculier en vond brede
aanhang onder de Waalse middenstand. Ook in Vlaanderen won de partij stemmen. Het succes was van korte duur,in 1939 haalde de partij amper stemmen. Na de inval van de Duitsers ging Rex op in VNV. Degrelle beklede nog
enkele belangrijke posities in het nazi-regime van België, en vocht nog aan het oostfront. Na de oorlog vluchtte
Degrelle naar Spanje, hij werd bij verstek ter dood veroordeeld.
DeVlag: De Deutsch-Vlämische Arbeitsgemeinschaft werd in 1936 opgericht door Vlaamse en Duitse academici als
culturele vereniging voor de bestudering van de gemeenschappelijkheden van de Vlaamse en Duitse cultuur. De
organisatie was van het begin af aan pro-nationaalsocialistisch. Na de Duitse inval in België in 1940 werd het
karakter meer politiek dan cultureel, er werd een nationaalsocialistische Groot-Duitse politiek aangehangen. De
DeVlag werd een felle concurrent van het VNV. De VNV was veel groter en ook nationaalsocialistisch maar droeg meer
een Groot-Dietse gedachte uit en collaboreerde pas later in de oorlog. Na de Duitse inval in de Sovjet-Unie speelden
DeVlag-leden een grote rol bij de rekrutering van Vlamingen voor de Waf en-SS. De DeVlag koos medio 1941 ook voor
opname van Vlaanderen in het Duitse Rijk. De DeVlag werd na de oorlog als een criminele organisatie verboden. Veel
DeVlag-leden werden gerechtelijk vervolgd.
Verdinaso: het Verbond van Dietse Nationaal Solidaristen was een Belgische en Nederlandse politieke beweging die
werd opgericht op 6 oktober 1931 door de Belg Joris Van Severen. Verdinaso streefde naar een autoritaire
corporatistische staat(naar Italiaans voorbeeld) en was anti-kapitalistisch, antidemocratisch, vel antisemitisch en
sterk anti-marxistisch. Op staatkundig vlak was de oorspronkelijke doelstelling de eenmaking van Nederland,
Vlaanderen en Frans-Vlaanderen en vanaf 1934 het samengaan van Nederland met geheel België en Luxemburg in in
de zogenaamde “Dietsche Volksstaat”. In 1940 werd de leider van Verdinaso, Joris van Severen opgepakt door de
Belgische overheid en gedeporteerd, in een van de zogenaamde spooktreinen, naar Frankrijk waar hij zonder proces
werd doodgeschoten door Franse soldaten in het Bloedbad van Abbeville. In Vlaanderen hield Verdinaso op te
bestaan op 10 mei 1941 door een door de Duitse bezetter opgelegde gedwongen fusie met het VNV.
VNV:Het Vlaamsch Nationaal Verbond was een rechts-radicale Vlaams-nationalistische partij, die werd opgericht op
8 oktober 1933 door Staf de Clercq. Tijdens de Tweede Wereldoorlog collaboreerde ze officieel met de Duitse bezetter.
Een klein deel van de aanhang verliet de partij echter en keerde zich tegen van de collaboratie. VNV was een van de
grootste politieke bewegingen in Vlaanderen, ze waren vooral voor een Groot-Dietsland. Na de oorlog werd VNV
verboden.
Frontbeweging:De Frontbeweging is een beweging van Vlaamse intellectuelen die ontstond tijdens de Eerste
Wereldoorlog aan het IJzerfront. De ijzer was een klein riviertje in België, in de Eerste Wereldoorlog was dit een van
de frontlinies. De Frontbeweging verzette zich tegen de Franstalige legerleiding van het Belgische leger. Dit leverde
een gebrekkige communicatie op tussen officieren en soldaten, waardoor veel jonge Vlamingen onnodig stierven aan
het front.
Frontpartij: De Frontbeweging vervaagde bij het einde van de oorlog. In 1919 werd echt wel de Frontpartij
opgericht. De gesneuvelden aan het IJzerfront worden nog elk jaar herdacht bij de IJzertoren te Diksmuide, tijdens
de IJzerbedevaart.
IJzerbedevaart: een jaarlijkse bijeenkomst van Vlaams-nationalisten, het oorspronkelijke doel is het herdenken van
de Eerste Wereldoorlog. De IJzerbedevaart werd uiteindelijk meer een politieke bijeenkomst van
Vlaams-nationalisten dan een herdenking.
De Zwarte Brigade (de zwarten) Een groep collaborateurs die werden aangestuurd door de SS
De Witte Brigade (de witten) Een Belgische verzetsgroep, een tegenhanger van “de zwarten”
verdiepingsopdracht: Bespreek welke invloed het boek heeft op jouw standpunt
en eventueel emoties over het betreffende thema of onderwerp.
Door het pro-Duitse perspectief kijk je anders naar de Europese ontwikkelingen tussen 1939 en 1947, de culturele
bagage die je hebt zegt je de collaborateurs te veroordelen. Toen ik aan dit boek begon veroordeelde ik Louis en zijn
familie niet echt. Ik vond het interessant om te zien dat het perspectief je kant laat kiezen. Dit boek laat mij het
belang van nuance weer duidelijk zien. Ik wist niet dat het zwaartepunt van het Belgische bestuur zo sterk bij deWalen lag, het feit dat dit zo was maakt de woede onder een deel van de Vlamingen logischer. De straffen die na de
oorlog werden gegeven aan collaborateurs vindt ik na dit boek buiten proportioneel, veel van deze mensen hebben
toch niks fout gedaan? Veel collaborateurs kwamen jarenlang in een strafkamp terwijl ze niet hebben meegeholpen
aan de Jodenvervolging, deze mensen grepen de oorlog aan als kans om de slechte positie van de Vlaming in België
veilig te stellen, Ik denk dat de kloof tussen Vlaming en Waal alleen maar groter is geworden door deze straffen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.