ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
Complete titelbeschrijving

Nelleke Noordervliet, Het oog van de engel. Amsterdam 1997, zevende druk.

De boekomslag ziet er als volgt uit:

Op de voorkant staat (een foto van) een vrouw. De foto is niet in kleur, maar alleen in verschillende tinten geel. De vrouw loopt, volgens mij over het strand, en kijkt opzij. Ze kijkt een beetje droevig. Over de foto heen staat de titel van het boek en de naam van de schrijfster. De vrouw op de foto is niet de schrijfster, want die staat op de achterkant en ze lijkt er niet op. Op de achterkant van het boek staat verder nog informatie over het onderwerp van het boek en over de schrijfster en een uitspraak in een krant over dit boek.

Motivatie van mijn boekkeuze

De meeste boeken op onze boekenlijst ken ik niet van naam dus ging ik in de bibliotheek kijken waar ze nou allemaal over gingen. Dit boek leek me wel interessant, omdat de titel me aansprak, en toen ik de achterkant las leek het me wel een mooi boek. Ik vind het ook wel leuk dat het in een andere tijd speelt, want dan lees je hoe de mensen toen leefden en hoe ze toen dachten en dat vind ik interessant.

Een samenvatting van de inhoud (1463 woorden)

De hoofdpersoon in het verhaal is Elisabeth Lestevenon. Ze is aan het begin van het verhaal een jonge vrouw van 20 jaar. Elisabeth heeft geen moeder meer. Ze leeft met haar vader en haar jongere, doofstomme zusje Maaike in Haarlem. Haar vader leest haar vaak voor en zo leert zij veel dingen over wetenschap, literatuur en filosofie.

Het verhaal begint in 1787, twee jaar voor de Franse Revolutie. Omdat de strijd tussen patriotten en Oranjegezinden in Nederland steeds gevaarlijker wordt voor Elisabeths vader, die pamfletten voor de patriotten verspreidt, besluit hij met zijn twee dochters naar het zuiden te vluchten. Ze vertrekken naar Saint-Omer, waar nog een tak van de familie Lestevenon woont. Daar aangekomen nemen ze hun intrek in het koetshuis van hun verre achterneef Maître Mounier de Bresse.

Op een dag valt Elisabeths vader tijdens het eten voorover met zijn gezicht in zijn bord. Hij is dood. De oorzaak is een hersenbloeding.

Elisabeth wil het werk van haar vader overnemen om de huur te kunnen betalen, maar als vrouw wordt ze niet serieus genomen. Ze vindt geen werk en kan de huur keer op keer niet betalen.

Als Elisabeth een eind buiten de stad flauwvalt en langs de weg blijft liggen, neemt een boer haar mee naar zijn huis. Daar blijkt een bastaardkind, een baby nog, van Maître Mounier de Bresse te leven. Elisabeth bewaart het geheim.

Elisabeth en Maaike moeten weg uit het koetshuis. Na een lang gesprek met Elisabeth biedt Mounier aan om haar en Maaike te laten blijven, maar daar moet wel iets tegenover staan. Vanaf dat moment gaan Elisabeth en Maître Mounier geregeld met elkaar naar bed. Elisabeth voelt zich niet schuldig omdat ze niet kuis is, maar het baart haar zorgen dat ze zo gemakkelijk met iemand naar bed gaat van wie ze niet houdt.

Elisabeths linkeroog gaat steeds meer uitpuilen, omdat het gezwel erachter groter wordt. Ze slikt opiumpillen tegen de hoofdpijn.

Op een jaarlijkse bijeenkomst van ‘Scire est Mensurare’, gehouden in het huis van Maître Mounier, ontmoeten Elisabeth en Maaike voor het eerst de arts Dieudonné Doppet. Hij is voor omverwerping van de monarchie. Hij wil betere levensomstandigheden voor de arme bevolking bereiken door ze inspraak te geven in het bestuur. Hij wil revolutie.

Die avond geeft Doppet een optreden. Na de pauze vraagt hij Maaike of zij mee wil doen aan een experiment. Ze stemt in. Hij brengt haar in trance. Ze begint over haar hele lijf te trillen en zegt dan plotseling iets, dat door sommigen verstaan wordt als ‘Mounier verkrachter’. Iedereen schrikt, omdat het doofstomme meisje spreekt. Hierna valt ze in een soort slaap. Elisabeth is verbijsterd.

Omdat Mounier ontzettend beledigd is, moeten de zussen het koetshuis verlaten. Doppet biedt aan om Elisabeth en Maaike mee te nemen en Maaike verder te behandelen, gedeeltelijk voor een publiek. Hij wil de geneeswijze, die Mesmer heeft bedacht (toepassing van het animale magnetisme), tonen aan het publiek. Elisabeth neemt het aanbod aan en ze gaan mee.

Bij de eerstvolgende demonstratie van Doppet speelt Elisabeth voor doofstomme, omdat Doppet zeker wil zijn van een succesvol ‘experiment’. Elisabeth vindt het best, want ze wil Maaike beschermen. Doppet brengt Elisabeth niet in trance, want dan praat ze alleen maar Nederlands. Elisabeth doet alsof ze in trance is en niet weet wat ze zegt, en ze verkondigt apocalyptische verhalen. Dankzij haar acteertalent en haar Bijbelkennis wordt het een groot succes. Sinds die demonstratie neemt Elisabeth de rol aan van ‘de apocalyptische engel’, die voorspelt hoe het moet en zal zijn. Ze speelt niet meer voor doofstomme. Zij en Doppet verkondigen hun idealen wat betreft de samenleving en de revolutie. Zo maken ze effectief propaganda.

Elisabeths linkeroog maakt indruk op het publiek. Elisabeth heeft er zelf steeds meer last van. Ze vindt het ook lelijk en verbergt het achter een doek.

Elisabeth en Doppet ontwikkelen een bijzondere (liefdes)relatie. Ze vergelijken zichzelf met Apollo en Kassandra. Ze voelen hartstocht en haat. Elisabeth wantrouwt Doppet, omdat ze hem niet goed kent en omdat hij nogal zwijgzaam is over zijn plannen en bedoelingen. Na een ruzie vertelt Doppet haar over zijn verleden. Dat van haar weet hij al gedeeltelijk.

Ze vertrekken naar Parijs om daar hun tentoonstellingen te geven. Doppet brengt Maaike naar een doveninstituut. Elisabeth mist haar en voelt zich schuldig. Als ze er gaat kijken ziet ze echter dat Maaike, nu 15 jaar, heel gelukkig is. Ze laten haar maar in het instituut, waar ze gelukkig is en vrienden heeft, met wie ze kan communiceren.

In Parijs krijgen ze onderdak en geld van Hornmann, een bankier die de naderende revolutie steunt. Op een ochtend verkracht hij Elisabeth en hij beweert dat Doppet hem toestemming heeft gegeven om dat te doen. Doppet schijnt er echter niets vanaf te weten. Nadat ze er met Hornmann over praten, die alles ontkent, wordt deze boos en hij stuurt ze weg.

Op een dag komt het volk van Parijs in opstand. Een steeds groter wordende stoet loopt door de straten van de stad. Elisabeth en Doppet lopen mee. Het hongerige volk is niet zo logisch in het kiezen van een zondebok. De opstand keert zich tegen Reveillon, een behangselfabrikant die juist goed is voor zijn arbeiders. Maar hij heeft een uitspraak gedaan die uit de context is gehaald en daardoor verkeerd werd begrepen.

Als de optocht het huis van Reveillon nadert, komt de politie plotseling in actie. Met geweren schieten ze recht de menigte in. De mensen kunnen geen kant op omdat ze met zovelen zijn. Negenhonderd mensen worden doodgeschoten en er zijn ook nog veel gewonden. Één van de mensen die het niet overleven is Antoine Lebrun. Deze knappe jongen zorgde altijd voor de laatste roddels, die Elisabeth in haar visioenen als waarheden verkondigde (als dat nuttig was tenminste). Zijn bronnen waren mannen met wie hij seks had. Doppet was zeer gehecht aan Lebrun (het blijft een vraag of zij een relatie hadden) en is zeer bedroefd over zijn dood. Hij vindt dat het zijn schuld is.

Na de dood van Lebrun zien Elisabeth en Doppet elkaar niet meer. Hun optredens zijn ook niet meer nodig, want de revolutie is al op volle gang.

Elisabeth wordt steeds zieker door het gezwel achter haar oog. Ze kan het oog niet meer dicht doen en ze ziet er niets meer mee. Ze gaat, nadat Doppet haar verlaat, bij Marie Cercueil (een goede vriendin) wonen en daar werken in huis. Doppet echter is nog steeds actief. Hij is generaal geworden en leidt de revolutie voor een groot deel.

Het doveninstituut waarin Maaike woont, wordt gesloten omdat de eigenaar is opgepakt (omdat hij een priester is). Maaike komt ook bij Marie Cercueil wonen. Ze trouwt met Philippe, een idealistische jongeman die de revolutie steunt. Hij was jaren eerder eens bij Elisabeth op consult gekomen.

Doppet keert terug naar zijn ouderlijk huis om zijn familie een bezoek te brengen, maar als hij daar aankomt blijken ze gevlucht te zijn. Hij is erg teleurgesteld en kwaad. Hij brengt wel een bezoek aan zijn oude, zieke grootvader, die samen met de bediende Pierre het huis bewaakt. Hij was te zwak om mee op reis te gaan. Doppet en zijn grootvader maken ruzie. Ze hebben elkaar nooit gemogen. Al gauw na dit bezoek sterft de oude man en erft Doppet het huis. Hij gaat er wonen en Pierre, die er al werkte toen Doppet nog een kind was, blijft ook.

Elisabeth zoekt contact met Doppet omdat ze de dood voelt naderen. Ze schrijft hem een brief, die hij krijgt van Marie Cercueil. Ze vertelt daarin hoe het met haar is gegaan sinds de laatste keer dat zij Doppet zag. Ze verzoekt Doppet om haar oog te behandelen, ook omdat ze hem weer wil zien. Hij brengt haar vervolgens naar zijn huis, waar ze verblijft tot haar dood. Pierre, de bediende, verzorgt haar in die tijd. Na een tijdje vraagt Elisabeth of Doppet haar wil opereren. Hij brengt haar in trance, het lijkt of ze slaapt. Ze voelt geen pijn als hij haar opereert. Als hij klaar is (hij heeft haar oog verwijdert en de oogleden dicht genaaid om de tumor) en haar uit haar ‘slaap’ wakker maakt, schreeuwt ze van de pijn.

Elisabeth en Doppet praten veel over het verleden en over allerlei dingen, zoals hun opvattingen en idealen, maar ook over dingen uit het dagelijks leven. Elisabeth vraagt Doppet ook of hij wist dat ze dood zou gaan, en hij zegt dat hij dat al wist vanaf het moment dat hij haar oog zag. Het laatste wat Elisabeth zegt is ‘Ik heb geen pijn meer’. Elisabeth sterft ‘s nachts, terwijl Doppet in de stoel naast haar bed slaapt.

Doppet gaat naar de berg in de buurt waar hij opgroeide, en waar hij altijd naar heeft verlangd sinds hij er wegging. De berg ziet er precies zo uit als in zijn herinnering.

-EINDE-

Mijn eerste persoonlijke reactie

Ik vind dit boek interessant omdat het lang geleden speelt, dus in een andere cultuur, en omdat er veel filosofie in voorkomt. Het is naar mijn mening een diepzinnig boek, want de hoofdpersonen denken diep na over de gebeurtenissen, over andere mensen en over hun eigen gevoelens, en als lezer lees je veel van hun gedachten. De achtergronden van de gebeurtenissen worden uitvoerig beschreven.

Het verhaal is best somber, vind ik, omdat de hoofdpersonen vrij ongelukkig zijn en veel gebeurtenissen zijn naar (Elisabeth wordt verkracht, Antoine Lebrun wordt neergeschoten, enz.).
Ik vind het boek mooi omdat ik me goed kan inleven in Elisabeth en Doppet, omdat je hun gedachten vaak leest. Daardoor begrijp je hun denken en handelen beter.

Ik vind het boek af en toe wel eng, omdat het ontstoken oog van Elisabeth best vaak beschreven wordt en daar kan ik niet zo goed tegen. Aan het einde lees je precies wat Doppet doet bij de operatie en hoe het oog eruit ziet en dat vond ik wel vies om te lezen. Dat heb ik gedeeltelijk overgeslagen want ik werd er misselijk van.

Mijn uitgewerkte persoonlijke reactie (822 woorden)

Onderwerp
Het boek heeft niet echt één duidelijk onderwerp, maar meerdere, die met elkaar verband houden: de Franse Revolutie (waarom en hoe die ontstond, en hoe die verliep), hoe het leven was in die tijd, filosofie, theologie en (het leven van) Elisabeth en Doppet. Ik vind vooral de filosofie en de manier waarop men toen leefde interessant. Dat laatste wordt wel duidelijk omdat Elisabeth in verschillende milieus terecht komt; eerst Haarlem, dan Saint-Omer, dan Parijs). Ze beschrijft de mensen rondom haar, en hun gewoonten, uitvoerig. Zo zie je goed de verschillen in levenswijze tussen boerenbevolking, adel en geestelijkheid.

Gebeurtenissen
Er zijn veel gebeurtenissen in het verhaal. De belangrijkste gebeurtenissen zijn volgens mij die in de levens van Elisabeth en Doppet. Ook de ontwikkelingen van de Franse Revolutie zijn belangrijk, maar die lopen vaak samen met de gebeurtenissen in hun levens. Zo houdt de dood van Antoine Lebrun verband met een grote opstand in Parijs.

Bij het vertellen van de gebeurtenissen wordt veel aandacht besteed aan hoe de personages ze ervaren en aan de gevoelens en gedachten die de gebeurtenissen bij hen opwekken. Toch zijn de gebeurtenissen wel belangrijk in het verhaal. Het draait niet alleen maar om emoties en gedachten. Er gebeurt juist best veel.

Personages
Eigenlijk zijn er twee hoofdpersonen: Elisabeth Lestevenon en Dieudonné Doppet. In het begin van het verhaal speelt Doppet nog geen rol en bekijk je de gebeurtenissen door Elisabeths ogen. Het draait dan vooral om haar. Nadat zij Doppet leert kennen gaat het zowel over hem als over haar, en over de relatie tussen deze twee. Later bekijk je de gebeurtenissen door Doppets ogen en gaat het vooral over hem.

Ik kan me wel in Elisabeth inleven omdat ze vaak vertelt hoe ze zich voelt. Ze is een zelfstandig denkende vrouw met veel kennis, wat ongebruikelijk was in die tijd. Dat is nu heel normaal en daarom vind je Elisabeth als lezer waarschijnlijk ook normaal en kun je jezelf met haar identificeren.

Elisabeth en Doppet zijn geen helden, want ze bereiken (al) hun idealen niet en twijfelen bovendien erg aan hun eigen gevoelens en meningen. Ze zijn vrij onzeker en kwetsbaar. Aan het begin van het verhaal is Elisabeth zelfverzekerd en idealistisch, en ze wil eigenlijk maar één ding: zelfstandig zijn. Maar ze beseft later zelf ook dat dat nooit gelukt is; ze heeft zich altijd aan mannen gehecht en was van hen afhankelijk; eerst haar vader, toen Mounier en toen Doppet.

Opbouw
Ik vind het verhaal niet ingewikkeld van opbouw, want er zijn weinig flashbacks en als ze er zijn, heb je dat wel gauw door. Het verhaal boeide me meteen al omdat de gebeurtenissen vrij dramatisch zijn en de beschrijvingen tussendoor vond ik ook interessant. Soms vind ik beschrijvingen erg saai, maar bij dit boek viel het wel mee. Ze maken het verhaal soms ook spannender omdat je een vraag in je hoofd hebt, die pas na veel beschrijvingen beantwoord wordt in een dialoog of in een andere beschrijving.

Taalgebruik
Het taalgebruik in dit boek vind ik niet moeilijk. Af en toe worden er wel Franse woorden of uitdrukkingen gebruikt die ik niet begrijp. De zinsbouw is niet moeilijk (weinig lange zinnen).
Volgens mij past het taalgebruik wel bij de personages, want het zijn ‘gemiddelde’ mensen (geen arme plattelandsbewoners) en ze praten ook in normaal Nederlands (eigenlijk Frans natuurlijk). Elisabeth is best geleerd en ze kan ook schrijven. Ze kent veel literatuur, ook uit de oudheid, dus het klopt wel dat ze de taal goed beheerst. Ook Doppet is geletterd. Hij leest veel filosofische/ politieke boeken en heeft voor dokter geleerd.

Ik las een uitspraak uit een recensie; de persoon zei dat hij vond dat het taalgebruik in dit boek te modern en te literair was, te hoog ontwikkeld, voor de personages, mensen uit die tijd. Dat klopt wel een beetje, maar je kunt het natuurlijk ook niet in ouderwets Nederlands gaan zetten. Ik weet verder niet hoe de mensen toen spraken, maar ik vind het niet onrealistisch overkomen.

Mijn eindoordeel
Ik vind de opbouw van het boek goed: redelijk veel beschrijvingen, maar toch genoeg gebeurtenissen, zodat het spannend blijft. De wisseling van perspectief vind ik ook leuk, want zo bekijk je het verhaal van twee kanten en leer je zowel Elisabeth als Doppet goed kennen. De gebeurtenissen en personages zijn naar mijn mening realistisch weergegeven. Sommige gebeurtenissen zijn ook waargebeurd en die kennis maakt het geheel geloofwaardiger. Ik vond ook de filosofische achtergronden interessant. Alleen de beschrijvingen van Elisabeths ontstoken oog en de operatie tegen het einde van het verhaal vond ik storend, want ik kan daar niet zo goed tegen en het wordt juist heel gedetailleerd beschreven. Maar ik begrijp wel dat het een belangrijke rol speelt in het boek, want het bepaalt eigenlijk Elisabeths leven voor een groot deel (en daarmee ook dat van Doppet). Zonder het gezwel achter haar oog zou ze misschien geen tentoonstellingen zijn blijven doen en zou ze niet zo jong gestorven zijn.

De verdiepingsopdracht (1938 woorden)

Mijn verwachtingen
Op de achterkant van mijn boek staat een stukje uit een recensie, waarin staat dat dit boek ‘spannend als een thriller, intrigerend als een psychologische roman en kleurrijk als een historiestuk’ is. Ik verwachtte daarom dat dat het spannend zou zijn, maar ik verwachtte meer een drama dan een thriller. Dat is ook zo. Het boek is niet eng. Ik verwachtte ook dat er psychologie in zou zitten en dat is ook zo (Elisabeth bekijkt de mensen om haar heen met grote interesse). Ik verwachtte verder dat je een duidelijk beeld zou krijgen van het leven in die tijd, en dat is ook waar.

Geleding
Het boek bestaat uit drie delen: ‘De vlucht’, ‘Parijs’ en ‘De witte berg’. Het eerste deel is onderverdeeld in vijf hoofdstukken. ‘Parijs’ telt drie hoofdstukken en het laatste deel is één geheel. De verdeling van het verhaal in drie delen heeft te maken met het perspectief
(zie hieronder).

Witregels komen niet zo veel voor in dit boek. Meestal als er witregels zijn is er sprake van een tijdsprong; er wordt iets overgeslagen (het is bv. ineens drie dagen later). Soms is het een sprong terug in de tijd, als er bijvoorbeeld een herinnering wordt verteld. Het is ook vaak zo dat er voor de witregel een dialoog plaatsvindt, en daarna volgt een beschrijving. Hoe dan ook, de witregels verhogen de spanning en maken het verhaal overzichtelijker, want als ze er niet stonden zou je niet zo gauw doorhebben dat er een tijdsprong of iets dergelijks plaatsvindt. Dan zou het ingewikkeld worden.

Samenhang
Ik vind het lastig om samenhang tussen elementen uit dit boek aan te geven. Natuurlijk is het er wel, maar het is moeilijk aan te wijzen. Er zijn wel tegenstellingen in het verhaal, niet zozeer tussen tekstgedeelten maar tussen de personages en gebeurtenissen. Zo is er een duidelijke tegenstelling tussen Maître Mounier de Bresse en Doppet, vanuit Elisabeth gezien. Ze vindt Mounier niet aantrekkelijk, hoewel hij ook niet echt lelijk is. Doppet vindt ze juist erg aantrekkelijk. Tegelijkertijd denkt ze dat Doppet een ‘foute’ man is, die haar alleen maar zal kwetsen. Mounier heeft haar nooit kwaad gedaan. Ze vindt hem wel schijnheilig, omdat hij voor deugdzaam doorgaat en getrouwd is, maar wel een bastaardkind heeft dat in armoede opgroeit. Verschil tussen Mounier en Doppet is ook dat Doppet een man is vol idealen die verandering wil in de maatschappij, terwijl Mounier zich alleen inlaat met de revolutionairen omdat het voordelig is voor hem en zijn reputatie. Doppet is een filosoof. Mounier is christelijk, maar niet fanatiek; hij denkt er niet veel over na.

Spiegeling tref je aan aan het eind van het verhaal, als Doppet terugkeert naar de berg, die hij als kind zo mooi vond. Het is altijd zijn wens geweest om naar die berg terug te komen. Als hij hem ziet, herkent hij hem meteen omdat zijn herinnering precies zo eruit ziet. De gebeurtenis, dat hij in zijn jeugd op die berg kwam (wat hij verteld aan Elisabeth), komt dus opnieuw voor, maar nu is hij volwassen.

Verhaallijnen
In dit boek zijn er meerdere verhaallijnen. Een daarvan draait om het leven van Elisabeth. Haar jeugd wordt door middel van herinneringen (aan haar vader) gedeeltelijk verteld, en vanaf de dood van haar vader tot aan haar eigen dood volg je haar leven. Ook belangrijk is het leven van Doppet. In het eerste deel van het boek vertelt hij uitgebreid aan Elisabeth hoe zijn leven tot op dat moment verlopen is. Aan het eind van het boek kom je nog meer over hem te weten door zijn herinneringen. Je leest dan ook het verdere verloop van zijn leven, waarbij bepaalde stukken wel erg kort worden beschreven. De derde belangrijke verhaallijn is het ontstaan en het verloop van de Franse Revolutie.

De drie verhaallijnen die ik hierboven heb genoemd lopen door elkaar: Elisabeth en Doppet hebben grote invloed op het opkomen en het verloop van de revolutie. En omdat ze elkaar kennen vertonen hun levensverhalen overeenkomsten; als ze ruzie maken, is dat bv. een belangrijke gebeurtenis in allebei hun levens. Ze maken ook veel dingen samen mee.

De belangrijkste verhaallijn is die over Elisabeths leven. De andere twee verhaallijnen zijn ondergeschikt aan deze, ze zijn minder belangrijk. Omdat ze grote invloed hebben op de hoofdverhaallijn kunnen ze moeilijk weggelaten worden. Maar ze zijn wel aparte verhaallijnen, want niet alles wat erin verteld wordt is van toepassing op de hoofdverhaallijn en je hoeft niet alles wat erin staat te weten om de belangrijkste verhaallijn te begrijpen.

Het begin van het verhaal
Het verhaal begint in medias res; midden in dus. Het begint net na de dood van Elisabeths vader. Door haar herinneringen kom je te weten wat er gebeurd is en wat daaraan vooraf ging. Zo begint Elisabeth daarna te ‘vertellen’ over de vlucht uit Nederland. Toen leefde haar vader dus nog. Ook over Doppet kom je dingen van vroeger te weten door zijn herinneringen en gesprekken die hij voert. Het verhaal begint niet aan het einde, want je weet de afloop nog niet.

De functie van het verhaalbegin is het oproepen van spanning. Je weet niet waarom de situatie is zoals hij is, want je weet niet wat eraan vooraf ging. Je moet maar afwachten wanneer je een terugblik of herinnering krijgt, die de situatie duidelijker maakt. Je weet ook nog niet hoe het verhaal afloopt, en daar ben je natuurlijk nieuwsgierig naar. Daarom moet je snel doorlezen om antwoorden op je vragen te krijgen.

Cyclische opbouw
Het verhaal heeft volgens mij wel een cyclische opbouw, want de gebeurtenissen aan het begin en aan het einde van het boek lijken behoorlijk op elkaar. Het verhaal begint meteen met de dood van Elisabeths vader (in de vorm van een herinnering, maar dat merk je pas iets later). Elisabeth vertelt dit. Haar vader viel ineens voorover op de tafel, met zijn gezicht in zijn bord. Het gebeurde plotseling en geluidloos. Het was ook onverwacht.

Het boek eindigt met de dood van Elisabeth. Dit wordt verteld door Doppet. Haar dood zag wel iedereen aankomen omdat ze zo ziek was. Elisabeth sterft ’s nachts, in haar slaap waarschijnlijk, dus ook zonder geluid, want anders was Doppet wel wakker geworden. ‘Ze glipte weg, alsof ze had gewacht tot ze kon gaan zonder afscheid te nemen’, vertelt Doppet aan de lezer. Dus ze heeft, net als haar vader, geen afscheid genomen voordat ze stierf.

Het boek begint en eindigt dus met een sterfgeval. In beide gevallen wordt het sterven door een andere persoon achteraf vertelt aan de lezer.

De vertelsituatie
Dit boek heeft een meervoudige vertelsituatie. In het eerste deel, ‘De vlucht’, is er een alwetende vertelsituatie. Je merkt de aanwezigheid van de verteller niet op, want hij verwijst niet naar zichzelf (met ‘ik’) en hij doet ook geen vooruitwijzende uitspraken. Je merkt dat er een alwetende verteller is, omdat je van meerdere personages de gedachten leest. In de ene alinea lees je wat Elisabeth denkt en voelt, in de andere alinea is het een ander. Meestal is het wel Elisabeth.

De verteller weet ook precies hoe de oorlog in Nederland verloopt, ook nadat Elisabeth Nederland verlaten heeft. Daarom kan zij de verteller niet zijn. De verteller weet veel dingen die zij niet weet, zoals andermans gedachten en hoe het in Nederland gaat. Dat kan zij wel vernomen hebben, maar niet zo gedetailleerd.

Volgens mij is de verteller wel betrouwbaar, want er worden geen dingen verteld die later niet blijken te kloppen. De dingen die hij verteld over de oorlog komen objectief en waarheidsgetrouw over (feiten) en wekken de indruk dat hij betrouwbaar is en objectief. Objectief is hij echter niet helemaal, want in zijn beschrijvingen van mensen velt hij soms op subtiele wijze een oordeel. Wanneer hij over Maaike vertelt, zegt hij op een gegeven moment: ‘De blonde Maaike met angstige kinderogen, te naïef, zelfs voor haar leeftijd, hield een slip van haar zusters rok vast.’ Hier geeft de verteller dus zijn mening over Maaikes uiterlijk en over haar naïviteit. Dit is niet de mening van een personage, want je kijkt hier niet in iemands gedachten; het is informatie van de verteller. Hoewel de gangbare mening misschien hetzelfde zou zijn, is de verteller hier toch niet objectief.

Het effect van de vertelsituatie op de lezer is, dat je denkt dat de alwetende verteller objectief en betrouwbaar is. Je gaat er vanuit dat wat hij vertelt waar is, en daarom neem je ook zijn meningen snel over. Je neemt aan dat Maaike te naïef is (of eruit ziet) voor haar leeftijd, maar je vergeet dat dit geen feit is, maar een mening. Dat gebeurt vaker en daardoor krijg je dus geen objectief beeld van de gebeurtenissen. Maar de verteller verdraait het verhaal niet. Hij vertelt het wel kloppend, alleen tussendoor geeft hij zijn commentaar er weleens bij, vaak zonder dat je het doorhebt. Volgens mij is de verteller iemand die over de meeste gebeurtenissen net zo denkt als de meeste lezers, een ‘normale’ mens uit deze tijd, maar die zich wel inleeft in die tijd voor hij een oordeel velt. Meestal ben ik het met zijn commentaar eens en daarom merkte ik ook niet zo gauw dat er subjectieve informatie wordt gegeven.

In deel twee van het boek is er een ikvertelsituatie. De ikpersoon die het verhaal vertelt is Elisabeth Lestevenon. Het verhaal staat nu ook ineens in de tegenwoordige tijd. Samen met de ikvertelsituatie zorgt dat ervoor dat je je beter in kunt leven (het vindt nu plaats, het lijkt of je er bij bent) en dat het spannender is. Het is alsof je Elisabeths gedachten kunt lezen terwijl ze alles doet, niet achteraf. Af en toe lijkt het alsof haar geest buiten haar lichaam treedt en ze op zichzelf neerkijkt; zo omschrijft ze het zelf. Terwijl ze op bed ligt, bijvoorbeeld, vertelt ze dat ze een jonge vrouw ziet liggen. Ze omschrijft de vrouw en dan kom je erachter dat ze zichzelf bedoelt. Op deze manier probeert ze zichzelf objectief te zien en te beoordelen (en dat doet de lezer dan met haar). Meestal komt ze tot de conclusie dat ze een hulpeloze, zwakke vrouw is. Dat komt ook omdat ze dit doet op momenten waarop ze juist zwakker is dan anders (bv. als ze ruzie heeft met Doppet).

In ‘De witte berg’ is er een personale vertelsituatie. Doppet is de verteller. Je leest dus zijn gedachten en je ziet alle gebeurtenissen door zijn ogen. Je leest andermans gedachten niet en de verteller weet ook geen dingen die Doppet niet weet. Het verhaal staat weer in de verleden tijd, net als het eerste deel van het boek.

Het effect van de personale vertelsituatie met Doppet als verteller is dat je het verhaal vanuit een andere hoek bekijkt; je ziet het door iemand anders’ ogen. In het eerste deel is er een ‘objectieve’ alwetende verteller, die zelf niet in het verhaal voorkomt. In het tweede deel bekijk je de gebeurtenissen subjectief, en wel door Elisabeths ogen. In het derde deel bekijk je het wederom subjectief, maar nu vanuit een ander perspectief; door Doppets ogen. De lezer krijgt dus eerst als het ware een objectief ‘verslag’ van de gebeurtenissen, en dan ga je je inleven. Je leeft je in in Elisabeth en deelt haar vragen over Doppet. Je kunt je waarschijnlijk moeilijk een mening vormen over hem, omdat zij dat ook niet goed kan. Ze houdt van hem en haat hem tegelijk. In het derde deel worden enkele van je vragen over Doppet beantwoord omdat je hem beter leert kennen. Nu is hij het die het verhaal vertelt. Je bekijkt het verhaal van twee kanten zodat je er geen eenzijdig beeld van krijgt.

Evaluatie (209 woorden)

Ik vind dit een mooi boek, want de personages spreken me aan en ik kan me in ze inleven, en de tijd waarin het speelt vind ik interessant om over te lezen. Ook de filosofische en maatschappelijke vraagstukken waar de hoofdpersonen over nadenken en waar ze zich mee bezig houden vind ik interessant. Ik vind het boek niet moeilijk om te lezen en ik heb het sneller uitgelezen dan gemiddeld omdat ik het erg boeiend vond, want er zit veel spanning in. Dat komt omdat de gebeurtenissen dramatisch zijn en door de verschillende middelen die de schrijver toepast om het spannender te maken (zoals veel beschrijvingen geven tussen de gebeurtenissen door). Mijn eerste mening over het boek is niet veranderd, ik weet nu alleen beter waarom ik het mooi vind.

Ik vond vooral de opdracht over samenhang moeilijk, want dat kan ik er niet zo goed uit halen bij een boek (bij een gedicht vind ik het niet moeilijk). Ik weet wel dat er samenhang in zit, maar ik weet niet waar de vergelijkingen, overeenkomsten, spiegelingen enz. zitten.

Ik vond de tekst niet lastig om te lezen en ik heb ook geen vragen meer erover, want de meeste open plekken zijn wel ingevuld aan het einde van het boek.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

T.

T.

Hallo ik vond het een goed verslag, maar ik heb er niet zoveel aan gehad. je hebt bijvoorbeeld geen motieven, of een thema, en ook geen ruimte-elementen. dat was juist wat ik nog wilde controleren bij mijn verslag. maar toch een goed verslag hoor. enne waarom moet jij zo'n verslag maken en moet ik met motieven en zo erin?? achtja... greetz T.

16 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

I.

I.

danke xD

Ice

16 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

T.

T.

Bedankt voor het opsturen van je boekverslag, ik moet zeggen dat het erg geholpen heeft bij de voor bereiding van mijn mondeling examen voor het vak nederlands.
Dat was het eigenlijk wel, mocht je nog eens wat nodig hebben, voor school of tegen verveling, dan heb je nu een adres
groetjes Thomas

17 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast