ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis

Ik heb voor deze roman gekozen, omdat we dit boekje meekregen van school. Toen werd mij verteld dat dit een roman was die we mochten lezen voor het leesdossier. De titel bevat een vreemde maar tegelijk leuke woordspeling, het leven is vurrukkulluk. Dat vond ik een grappige eerste indruk. Het is een editie voor scholieren, dus ik dacht het wel geschikt zou zijn voor mij. Daarom heb ik dus gekozen voor dit boek.

Samenvatting
De jongenmannen Mees en Boelie wandelen op zondagmorgen door een park in Amsterdam, waar Mees het (bijna) zestienjarige schoolmeisje Panda oppikt. Met z'n drieën slenteren ze wat rond, kijken naar de eenden en kopen een ijsje. Een nieuwsgierige grijsaard volgt hen naar een uitspanning, waar ze gaan zitten om een biertje te drinken. Panda gaat naar de retirade, waar ze een woordenwisseling heeft met Rosa Overbeek. De oude dame die daar toezicht houdt. Intussen gaat de grijsaard, ondanks zijn smalende opmerkingen aan het adres van de moderne jeugd, bij Mees en Boelie zitten. Het drietal besluiten om naar het huis van Mees te gaan, dat vlak bij het park ligt, en de grijsaard wil hen ook daarheen volgen. Toen sloegen ze hem eensgezind neer. Terwijl hij bewusteloos in het gras ligt, berooft Panda hem van de 200 gulden die hij in zijn schoenen verborgen had.

Thuis aangekomen, maakt Mees aanstalten om Panda, die er bepaald niet vies van is, te versieren. Om van Boelie af te komen, herinnert hij hem aan een afspraak die Boelie in Hotel Asiatique met een journalist heeft. Nauwelijks is Boelie vertrokken, of Mees en Panda gaan uitgebreid met elkaar naar bed.

In het volgende hoofdstuk krijgen we een terugblik op de eenzame jeugd van Mees. Het gaat over zijn ervaringen als jazzpianist in kroegen en zijn mislukte pogingen om een liefdesrelatie op te bouwen. Boelie wordt ondertussen geïnterviewd door de journalist Ernst-Jan Zoon, die Boelie na afloop vertelt dat hij zijn vrouw Etta, ervan verdenkt een minnaar te hebben. Hij vraagt Boelie uit te zoeken of zijn vermoeden juist is. Samen gaan ze naar het huis van Ernst-Jan en Etta, waar Ernst-Jan naar een uitzending van een voetbalwedstrijd gaat luisteren, terwijl Boelie Etta gezelschap houdt in de tuin. Voornamelijk om een eind te maken aan zijn innerlijke onzekerheid, besluit Boelie te proberen Etta te verleiden. Samen gaan ze het huis van de buren in, die een autoritje aan het maken zijn, maar ze worden verrast door hun onverwachte thuiskomst.
Intussen is de grijsaard in het park bijgekomen en merkt dat hij tot zijn schrik zijn geld kwijt is. Tjeerd Overbeek, die alles gezien heeft, biedt de oude man aan de drie jongelui op te sporen. Eerst wantrouwt de grijsaard hem, maar tenslotte neemt hij Tjeerds aanbod aan. Tjeerd neemt de grijsaard, die Kees blijkt te heten, mee naar zijn oudtante Rosa Overbeek, de juffrouw van de retirade, die mogelijk goede adviezen kan geven over de te volgen gedragslijn. De grijsaard ontdekt dat Rosa een schoolvriendinnetje van hem is geweest. Tjeerd ziet dat hij overbodig is geworden, omdat de twee oude mensen helemaal in elkaar opgaan en de grijsaard geen belangstelling meer heeft voor het verloren geld. Mees en Panda besluiten een feest te geven van het geld waarvan ze de grijsaard beroofd hebben. Met dat doel gaan ze naar de drankwinkel van de louche Jens, die ook op zondag bereid is zaken te doen.
Terwijl 's avonds het feest in het huis van Mees en Boelie in volle gang is, de muziek dendert en glaswerk sneuvelt, komt Tjeerd Overbeek aanlopen en blijft voor het hek staan, niet goed wetend wat te beginnen. Tegen zijn zin in, wordt hij door een dronken feestganger naar binnen geloodst. Etta, die stomdronken is, maakt een scène met haar man en laat zich door Boelie naar een bed op de zolderkamer leiden. Panda wordt door Jens in zijn auto naar huis gebracht. Mees kijkt toe hoe een jongen, een paraplu als valscherm gebruikend, uit het zolderraam de tuin in springt en statig naar beneden zweeft. Op dat moment voelt Mees een ongekend gevoel van geluk door zijn lichaam stromen.

Tekstanalyse
Perspectief
In hoofdstuk 7 en 8 (flashback-hoofdstuk) wordt het verhaal verteld in de ik-persoon vanuit Mees. Hij vertelt over het verleden en leer je de gevoelens van het verleden van hem kennen. Dit zijn de 2 best verwoorde hoofdstukken naar mijn mening. Dit vond ik erg mooi om te lezen en wekte een gevoel van medeleven en bewondering op. In deze hoofdstukken vertelt Mees over zijn jeugd en dat hij altijd in kroegen werkte. Er wordt in verteld hoe Mees omging met het uit elkaar gaan van zijn vader en ‘moeder’ (2e vrouw) en hoe liefdesrelaties stuk liepen. Mees benadrukt dat hij Panda echt heel mooi en leuk vindt.

Belangrijkste zin
Belangrijkste zin is tevens de eerste zin in het boek: “Het leven is vurrukkulluk, zei Panda.” Echter doen de hoofdpersonen zich voor alsof ze gelukkig zijn, maar dat is in werkelijkheid niet zo. Voorbeelden zijn een moeilijke jeugd, one-night-stands en iedereen is bang om zich te binden of een persoon te vertouwen. Ook de zin “Arme mensen worden toch niet rijk, al geef je ze een ton.” (bladzijde 31) speelt een belangrijke rol in het verhaal. De arme grijsaard Kees wordt beroofd in het begin van het boek. Met dit geld wordt een feest georganiseerd. Geld speelt een grote rol.

Belangrijkste woord
Het belangrijkste woord vind ik ‘liefde’, omdat Mees Panda versiert en men maar met elkaar naar bed gaat voor het plezier. Het is geen echte liefde.
Hoofdpersonen
Er zijn meerdere hoofdpersonen. Tjeerd Overbeek, de jongen die de grijsaard wil helpen zijn geld terug te krijgen is op mij overgekomen als een keurige nette jongen met deftig en moeilijk taalgebruik. Hij wil graag mensen helpen.
Etta gaat vreemd met Boelie, is de dochter van een rijke bankier, gaat trouwen met Ernst-Jan, maar later heeft ze daar spijt van. Etta is erg ongelukkig en weet niet wat ze wil.
Mees is gek op piano spelen, seks en zijn vrijheid. Waar hij absoluut niet tegen kan is dat hem verteld wordt hoe iets gedaan moet worden. Mees vindt dat hij niet echt een interessant leven heeft. Het gedrag van hem is normaal maar levendig.
Personages
Mees: Een jazzpianist van 25 jaar. Hij heeft achtereenvolgens bij zijn moeder aan een gracht, bij zijn grootmoeder en oom en bij de tweede vrouw van zijn vader gewoond. Toen hij iets ouder werd huurde hij een kamer aan het park. Hij heeft vroeger gewerkt bij Billy’s Bar, een plek waar altijd alle zatlappen na sluitingstijd van de andere cafés heengingen. Hij had toen een relatie met de vrouw van een vriend van hem. Dat liep echter stuk en daarna heeft hij geen echte relatie meer gehad.

Boelie: Een vriend van Mees die in hetzelfde huis woont. Hij is een dichter. Hij komt onzeker over wat blijkt uit de scène waarin hij voor het eerst samen was met Etta Zoon. Daardoor is hij zeer ontevreden over zijn leven.

Panda: Een meisje van 15 jaar die in het park opgepikt wordt door Mees en Boelie. Beiden worden ze verliefd op haar, maar Panda neigt iets meer naar Mees. Later gaan ze ook met elkaar naar bed. Panda blijkt een rijke fantasie te hebben. Ook heeft ze een (misschien iets te) goede band met haar broer. Op het einde heeft Panda echter geen zin meer in Mees en gaat ze naar huis.

Etta: Zij is de dochter van een rijke bankier. Ze is getrouwd met Ernst-Jan (ondanks afraden van haar vader) en op deze zondag blijkt dat ze daar veel spijt van heeft. Ze gaat dan ook aan de haal met Boelie. Haar vader ging altijd naar feestjes waar belangrijke mensen kwamen. Zij moest dan mee want haar moeder was altijd dronken.

Tjeerd: Het neefje van Rosa Overbeek. Hij helpt Kees op het moment dat hij neergeslagen is door Panda, Mees en Boelie. Hij houdt totaal niet van al dat gefeest van zijn leeftijdgenoten en lijkt eerder een man van 40 dan een jongen van ongeveer 20 jaar.

Rosa Overbeek: De tante van Tjeerd. Zij blijkt een oude klasgenoot te zijn van Kees en samen gaan ze herinneringen op halen.

Kees: Een oude man die doordat hij iets te irritant was, neergeslagen werd door Panda, Mees en Beolie. Hij werd tevens beroofd door hen. Tjeerd, die besluit hem te helpen, brengt Kees naar Tjeerd’s Tante (Rosa) waar Kees merkt dat hij haar kent.

Perspectief
In de eerste zes hoofdstukken ligt het perspectief bij de schrijver (alwetende verteller). Hij vertelt over de gebeurtenissen die de personen meemaken. Dat verandert in hoofdstuk 7 en ook in hoofdstuk 8 (personaal perspectief). Dit is in de ik-vorm geschreven namelijk vanuit Mees, die vertelt over zijn verleden. Hier kun je dus ook de gevoelens van Mees leren kennen. Dit is ook zo in hoofdstuk 11, maar dan vanuit Etta. Het perspectief wisselt dus de hele tijd en die wisseling wordt benadrukt door het verschillende taalgebruik van de personages.

Structuur / Spanning
De eerste 6 hoofdstukken gaan over het goede leven van de hoofdrolspelers, waar dus ook de titel op slaat. In hoofdstuk 7 en 8 verandert dat echter. In deze hoofdstukken vertelt Mees Panda over zijn jeugd en dat hij altijd in asociale kroegen werkte. Hoofdstuk 9, 10en 11 zijn naar mijn mening een beetje neutraal, omdat er niet echt iets vrolijks of iets verdrietigs gebeurt. Vanaf hoofdstuk 12 wordt het verhaal weer vrolijk; drank en feesten en zelfs Boelie die Etta (succesvol) versiert. Aan het einde van het verhaal is iedereen eigenlijk weer tevreden met zijn eigen leven. Het boek zelf was natuurlijk niet spannend; de gebeurtenissen zijn namelijk alleen maar vrolijk bedoeld.

Ruimte
Het verhaal begint op een zondagmorgen in het park in Amsterdam. Nadien doet het verhaal nog het huis van Mees en Boelie, café Asiatique, de drankwinkel van Jens, het toilet, het huis van Etta en Ernst-Jan en tenslotte ook nog het huis van de buren van Etta en Ernst-Jan aan. Het verhaal speelt zich echter wel de grootste tijd in het park af.

Stijl
Er zijn verschillende stijlvormen te ontdekken in het boek. Dat hangt echter van de persoon af die aan het woord is. Bij Mees, Boelie en Panda worden de woorden meestal zo makkelijk geschreven; vurrukkulluk. Het stijlgebruik van Tjeerd is bijvoorbeeld heel anders. Hij praat duidelijk Algemeen Beschaafd Nederlands en gebruikt zo moeilijk mogelijke woorden. Alleen als Tjeerd het heeft over dingen die hij verafschuwt is zijn taalgebruik ineens plat: seksjuwele, cojbojfilms.

Thema en motieven
Het thema in dit boek is het leven van jonge mensen in de jaren vijftig. Eerst lijkt het leven heerlijk te zijn van Mees, Boelie en Panda, maar later blijkt dat het maar uiterlijke schijn te zijn.

Titel- en ondertitelverklaring
De verklaring van de titel is heel simpel te geven. Het hele boek gaat namelijk over dat je moet genieten van het leven. Flirten, geld stelen, vrijen, feesten, drinken etc. Vooral Panda heeft daar een handje naar. Een brutaal meisje die altijd in is voor die bezigheden (behalve op het eind). Dat blijkt al uit de allereerste regel van het boek: “Het leven is vurrukkulluk”, zei Panda. De titel is echter ook een soort wanhoopskreet. De spreuk ‘Het leven is vurrukkulluk’ wordt gebruikt door Panda, Mees en in mindere mate Boelie. Deze spreuk bedekt echter de zwarte ondergrond van deze mensen. Eigenlijk zijn ze helemaal niet gelukkig, maar door deze spreuk probeert men anderen te laten denken dat ze dat wel zijn.

Motto
Het motto van het boek is:
Zij zingen, nijgen naar elkaar en kussen,
Geenszins om liefde, maar om de sublieme,
Momenten en het sentiment daartussen.

Schrijver
Remco Wouter Campert is in Den Haag geboren op 28 juli 1929. Toen Remco drie jaar was scheidden zijn ouders. In september 1945 ging hij weer bij zijn moeder wonen en volgde het gymnasium (Amsterdams Lyceum). De jonge Campert bracht zijn tijd echter vooral door in de bioscoop, in de kroeg en in jazzclubs. Met Rudy Kousbroek besloot hij toen voortijdig van school af te gaan en schrijver te worden. In 1951 debuteerde Campert als dichter met de bundel ‘Vogels’ (hiervoor had hij dus alleen zijn tijdschrift gehad). Zijn eerste roman ‘Het leven is vurrukkulluk’ kwam in 1961 uit.

Wat mooi is en wat niet mooi is aan het verhaal
Het boek is heel bijzonder verteld. Door de alwetende verteller raak je helemaal niet betrokken bij de personages. Ze gaan niet zo leven voor je. Dit vind ik wel jammer, ik houd er namelijk van als je kan inleven in een verhaal en dat was nu niet goed mogelijk. Ook vind ik het verhaal een beetje ongeloofwaardig. Het lijkt wel een soap, er gebeuren zo veel verschillende dingen op een dag dat het niet bijna niet echt meer kan zijn.

Wat mooi is en wat niet mooi is aan het verhaal
Het boek is heel bijzonder verteld. Door de alwetende verteller raak je helemaal niet betrokken bij de personages. Ze gaan niet zo leven voor je. Dit vind ik wel jammer, ik houd er namelijk van als je kan inleven in een verhaal en dat was nu niet goed mogelijk. Ook vind ik het verhaal een beetje ongeloofwaardig. Het lijkt wel een soap, er gebeuren zo veel verschillende dingen op een dag dat het niet bijna niet echt meer kan zijn.

Wat ik ook minder mooi vond was het verhaal op zich. Het leek over helemaal niets te gaan en pas toen je er langer over nadacht kwam het echte verhaal pas naar voren. Wel vind ik de stijl van de schrijver heel mooi. Het is echt een leuk idee om hoofdpersonen te kenmerken door de manier van taalgebruik. In de hoofdstukken van Tjeerd veel moeilijke woorden en in de overige hoofdstukken schrijven zoals men het uitspreekt.

Eigen mening
Mijn eerste reactie op het boek is dat het lastig te lezen is. In de eerste 50 pagina’s vond ik het moeilijk om mijn aandacht er bij te houden, omdat bij elke hoofdstukwisseling het naar een ander verhaal switcht. Het was zoeken naar de verhaallijn. Daarbij wordt ook geswitcht van ik-persoon naar de 3e-persoon. Lastig vond ik dat. Later had ik pas door dat deze losse verhalen bij elkaar komen tot één einde. Ik houd van dialoog in een boek en dat kwam er niet veel in voor naar mijn mening. De namen waren niet vanzelfsprekend, bijvoorbeeld Panda en Boelie. Ik vond het dus soms lastig om de personen te identificeren.

Wat me opviel is dat de spelling vaak wordt geschreven zoals men het uitspreekt. Een voorbeeld hiervan is: ‘het is en blijft dieverij’  ‘tissenblijft dieverij’. Er wordt gespeeld met de taal, dat was erg grappig.

Slotevaluatie
Wat me het meest is opgevallen is de lastige verhaallijn in het boek door de voortdurende switch van verhalen. Wat me het meest zal bijblijven is het moment dat Mees, Panda en Boelie de grijsaard overvallen in het park. De grijsaard zelf maakt het niet zo veel uit, maar Tjeerd wel. Dat vond ik een mooi gebaar. Het vervolg van het boek is als het ware het gevolg van de overval.

Toen ik het verslag schreef kreeg ik meer en meer bewondering voor de schrijver. Het verhaal zit echt goed in elkaar, alleen kan ik dat niet goed waarderen omdat ik het simpelweg te moeilijk en ingewikkeld vond om te lezen. Het taalgebruik aanpassen op de hoofdpersoon is echt een leuk idee.

Het lezen van het boek verliep moeizaam. Wat ik al eerder zei, bij elk hoofdstuk wordt er geswitcht naar een ander verhaal. Dat was verwarrend en onduidelijk in het begin, maar achteraf knap gedaan. Het was moeilijk soms de aandacht er bij te houden, omdat ik soms niet meer wist waar het overging. Ik heb van dit boek geleerd dat een boek heel gecompliceerd in elkaar kan zitten en dat het leven van personen er van buitenaf geweldig uit kan zien maar toch kan tegenvallen (moeilijke jeugd, stuklopende relaties). Mensen doen zich soms gelukkig voor, maar van binnen gaan ze kapot.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.