Lesuitval, een mondkapjesplicht, onzekerheid over de eindexamens... Wij zijn benieuwd hoe jij met de coronacrisis omgaat en wat jij vindt van de maatregelen. Doe mee met ons corona-onderzoek! 😷🦠🏫 We zoeken nog extra jongens!

Doe mee


ADVERTENTIE
Open Dag = online ontdekken en ontmoeten

Bezoek onze Online Open Dag dit jaar vanaf je bank! Ontdek bijzondere verhalen van onze studenten en docenten. Stel je vragen. Én luister naar onze gezellige radioshow! Klaar voor een toekomst als student in het hbo? 

Meld je dan nu aan!

1. Jeroen te Keurst en Juul van de leur, H4M
Titel: Het Grote Gebeuren
Schrijver: Belcampo
Moto: geen moto (niet vindbaar)
Jaar van uitgave: 1991
Aantal blz.: 164
Leestijd: 8 uur
2 verklaar de titel.
Het grote gebeuren het verhaal gaat over het einde van de wereld. En dat is wel een groot gebeuren. Blz. 75: het waren apocalyptische ruiters! Wij stonden aan de ochtend van de jongste dag.
3. bespreek een hoofdpersoon. Beschrijf zijn (haar) uiterlijk en geef minstens twee karaktereigenschappen. Geef minstens drie citaten waaruit deze karaktereigenschappen blijken.
Hij is een jongen ‘Eén blik tussen ons mannen was genoeg’. Blz 67


‘Als jongen had ik het gevoel van: ha, daar, hoog en ver’ blz 66
4. Bespreek het genre en leg uit waarom je tot jouw keuze gekomen bent.
Novelle, want het is een dun boek en het is een verzonnen fantasie verhaal.
5. bespreek een motief. Vermeld drie citaten waaruit blijkt dat het gekozen motief een belangrijk rol speelt in het werk.
Hij gaat Rijssen in om de monster te bekijken omdat hij nieuwsgierig is.
(blz. 74) Ik dacht er niet aan gewoon naar mijn werk te gaan, zoals de andere Rijssenaren, mijn standpunt stond al van de vorige avond vast; van alle mensen, die ik kende, was ik het minst onderhevig geweest aan de gewone bestaansleur en mijn angst werd min of meer in evenwicht gehouden door een soort duivelse vreugde, dat het nu eindelijk eens heel anders ging dan de brave burger wou.
(Blz. 74) ik ging naar buiten om poolshoogte te nemen.


(Blz. 72) ik sprong aan ’t raam en knielde daarvoor neer. Nu kon ik zien. Geen enkel beet was gelijk aan een ander, rassen bestonden bij hen blijkbaar niet.
6. welke vertelsituatie kent het werk? Geef een citaat waaruit blijkt.
(Ik-verteller, personale verteller of auctoriale verteller.)
Ik verteller: (Blz. 79) ik snelde naar boven, naar mijn dakkamertje om te kijken, ja kijken wilde ik naar wat er ging gebeuren, misschien was dat toch ook wel de voorzetting van mijn levenslijn, kijken naar alles wat er op aarde is.
7. Geef drie kenmerken van het taalgebruik. Vermeld voor elk kenmerk een citaat.
Dreigend taalgebruik, ‘lees dit verhaal en weet dat je niet meer bent.
Oud Nederlands, dialect, ‘doar doore vie neet an nmet, allo jongs, dale met ’t spil. De stadsreggen ku’w der neet méér met verspölln’.
Bijbels taalgebruik(blz. 79) siddert gij zondaars! Houdt u gereed, gij die rein zijt!
Veel moeilijke woorden, ‘Pseudopodiën’, protozoën, hemellichaam,
8. bespreek de ruimte waarin het zich afspeelt, en geef daarbij een toepasselijk citaat.
Het speelt zich af, in en rond de stad Rijssen. (blz. 73) Neen, de wereld was niet meer van ons. Rijssen was niet meer van de Rijssenaren
9. bespreek de tijd.
Het verhaal wordt op chronologische wijze, er komen geen flashbacks in voor, het speelt zich af rond 1943. Het boek vertelt een verhaal van 2 dagen
10. geef je persoonlijk oordeel over het onderwerp/gebeurtenissen, de hoofdpersonen, opbouw en taalgebruik.
(Jeroen): Persoonlijk vind ik het onderwerp niet echt interessant om te lezen, ook de gebeurtenissen spreken me niet aan. De opbouw van het verhaal is verder wel goed, door de opbouw denk je dat er iets groots gaat gebeuren, waardoor je het boek blijft lezen. Verder was het door taalgebruik een erg vermoeiend boek om te lezen en niet erg snel te lezen. Het boek was kort maar krachtig.
(Juul): ik vind het boek vermoeiend om te lezen vooral omdat je al snel weet wat het grote gebeuren is, het einde van de wereld. Als je dat eenmaal weet dan blijft het verhaal op een eentonige manier daar op doorgaan wat ik nogal irritant vind. Het verhaal spreekt me ook absoluut niet aan waardoor ik het ook vervelend was om het te lezen. Het spreekt me niet aan omdat de wezens en de manier van hoe het aan het einde komt een beetje bijbels over komt.
11. kies een van de volgende slotopdrachten.
C.
Belcampo's echte naam is Herman Pieter Schonfield Wichters. De naam Belcampo (bel-campo) is gewoon de Italiaanse versie van Schonfield (schon-field).
Geboren in Naarden in 1902. Toen hij pas enkele maanden oud was, verhuisden ze naar Sappermeer en op 4-jarige leeftijd naar Rijssen. Hier heeft Belcampo zijn verdere jeugd doorgebracht.
Na de lagere school ging hij naar de H.B.S. in Almelo, maar hij werd ernstig ziek en moest zodoende 3 jaar lang een kuur volgen in Davos. In deze tijd heeft hij overigens wel de resterende 2 H.B.S.-jaren gedaan.
In september 1921 ging hij naar Amsterdam om medicijnen te gaan studeren, maar na 3 maanden haakte hij af. Hij volgde een aanvullende studie oude talen en in september 1922 begon hij aan de rechtenstudie, welke hij in 1928 afsloot.
Van 1928 tot 1937 heeft hij door Europa gezworven, waar hij veel inspiratie opdeed. Hij vond niets gek, vandaar de absurde verhalen (het leven is oneindig grappig, en oneindig triest tegelijk).
In 1937 ging hij alsnog medicijnen studeren en op 13 april 1949 legde hij hiervoor het artsexamen af. Na een paar jaar arts te zijn geweest in Bathmen, werd hij in 1953 studentenarts in Groningen. Dit heeft hij tot zijn pensionering in 1967 gedaan.
Op 5 januari 1990 overleed hij en later is hij begraven in Rijssen, waar hij toen ook weer woonde.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

H.

H.

Het dialect dat oud nederlands genoemd wordt kan beter romschreven worden als : dialect dat in Rijssen gesproken werd (wordt).

11 jaar geleden