Het gelukkige jaar 1940 door Hans Münstermann

Beoordeling 7.3
Foto van Cees van der Pol
  • Boekverslag door Cees van der Pol
  • Docent | 3420 woorden
  • 1 augustus 2006
  • 28 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.3
  • 28 keer beoordeeld

Eerste uitgave
2000
Pagina's
254
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Het gelukkige jaar 1940
Shadow
Het gelukkige jaar 1940 door Hans Münstermann
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!

Gebruikte editie
Eerste druk: 2000
Gebruikte druk: 2e, ECI, Vianen
Aantal bladzijden: 254
Uitgever:L.J. Veen (Amsterdam) en daarna in de reeks van ECI, Vianen

Gegevens voorkant
Op de voorkant van de tweede druk staat een foto afgebeeld van een pas getrouwd stel op de achterbank van een auto. De oorspronkelijke druk heeft deze foto niet. De eerste druk heeft een getekende afbeelding van twee jong getrouwde mensen met een boeket bloemen in hun hand.

Genre
“Het gelukkige jaar 1940”is een psychologische roman over heden en verleden, de oorlog en

familierelaties.

De flaptekst
De ouders van Andreas Klein zijn op 10 mei 1940 in het huwelijk getreden. Dat was geen goed tijdstip om te trouwen, zeker niet als je weet dat zijn moeder een Nederlandse was en zijn vader een Duitser. Het was het startsein voor een lange reeks dubbelzinnige tegenslagen, fouten en vergissingen die in de familie Klein nog altijd nadreunen.
Bijna zestig jaar later wil Andreas nog een laatste keer aandacht vragen voor deze geschiedenis. Tijdens een feestelijke bijeenkomst van de familie keert hij terug naar de trouwdag en hoewel aanvankelijk niemand er een woord over wil horen, krijgt hij geleidelijk de gespannen aandacht van zijn broers en zusters, en zelfs van zijn bejaarde moeder, die nu haar geheimen niet langer alleen hoeft te dragen.


Motto en opdracht
Er is geen opdracht, maar de roman kent wel twee motto’s.

Hier wittert nach der Hexenküche
Nach einer längst vergangnen Ziet
Uit: Faust

“Was der Vater schwieg, das kommt im Sohne zum reden; und oft fand ich den Sohn als des Vater entblösstes Geheimnis” Nietsche

Beide motto’s zijn heel toepasselijk voor de roman, waarin een zoon op zoek gaat naar het verleden van zijn ouders. Wat de vader verzwegen heeft (de familiegeheimen o.a over zijn broer Paulus) wordt door de zoon Andreas fanatiek onderzocht. Der zoon kan het geheim ontrafelen.

Daarnaast is het natuurlijk toepasselijk om Duitse motto’s te kiezen voor een roman waarin de Duits-Nederlandse betrekkingen in de vorm van het huwelijk tussen een Nederlands meisje en een Duitse man worden beschreven, nota op de dag dat Duitsland Nederland binnenvalt


Structuur en verhaalopbouw
Het verhaal wordt verteld in 25 genummerde en getitelde hoofdstukken. Er zijn drie verhaaldraden die door elkaar worden verweven.
De eerste verhaallijn is de verjaardag van de broer van de ik-verteller die in 2000 veertig jaar wordt. Er is een soort familiereünie en de verteller wil aan zijn familieleden vragen wat ze van het verleden (de trouwdag van hun ouders in 1940) vinden.
De tweede verhaallijn is de dag van de trouwdag van Andreas’ ouders. Het is een bijzondere dag: op 10 mei 1940 wanneer de Duitsers Nederland binnenvallen wordt het huwelijk voltrokken tussen een Nederlands meisje en een Duitse man. De gehele dag wordt gevolgd en beschreven tot en met de huwelijksnacht.
De derde verhaallijn is de geschiedenis van de eerste jaren van de oorlog tot na de oorlog wanneer de ouders gescheiden zijn.
De drie verhaallijnen worden door welkaar verweven. De ik-verteller kan eigenlijk alleen maar op de hoogte zijn van de eerste verhaallijn, maar hij past de verteltruc toe dat hij als het ware aanwezig is bij de voltrekking van het huwelijk.

Perspectief
De roman wordt verteld door de ruim vijftigjarige Andreas Klein. Hij vertelt in de ik-vorm in de o.t.t. Het is net alsof hij overal bij aanwezig is. Hij is geobsedeerd door de vraag of zijn ouders wel van elkaar hebben gehouden, wat zijn eigen afkomst is en hoe het komt dat zijn ouders toch gescheiden zijn. De andere broers en zussen lijken er zich niet zo druk om te maken en laten het verleden liever rusten, maar Andreas kan dat niet loslaten. Er is voor een bijzondere vertelconstructie gekozen door de nog niet geboren Andreas in de nacht voor het huwelijk en de dag van het huwelijk als persoon op te voeren. Hij is er als het ware bij aanwezig.

Titelverklaring
“Het gelukkige jaar 1940”is een mooie titel voor de roman. Enerzijds zou je de titel ironisch kunnen opvatten: immers in dat jaar 1940 vallen de Duitsers Nederland binnen en is er niet al te veel geluk te constateren.
Aan de andere kant is er wel sprake van een huwelijk tussen een Nederlands meisje en een Duitse man die van elkaar lijken te houden en ondanks de oorlog toch een mooie huwelijksdag beleven en de eerste maanden van de oorlog lijken voor hen als privé-personen ook een prettige tijd.

Tijd en decor
Er zijn drie verhaallijnen. De eerste en oudste lijn betreft de 9e en 10e mei van het jaar 1940. Het is de huwelijksdag van Marianne Petersen en Joachim Klein.
De tweede verhaallijn betreft vooral de jaren van de oorlog waarin wordt verteld wat er met het gezin Klein gebeurt. Ook de periode na de oorlog (de verhuizing naar Amsterdam) wordt beschreven evenals de onthulling van het familiegeheim met betrekking tot oom Paulus.
De laatste verhaallijn is de vertelling van een dag in 2000 wanneer broer Piet zijn 40e verjaardag viert en de familie bij elkaar is gekomen om dat feit te vieren.

Thematiek
De thematiek van de roman is niet al te moeilijk te vinden. Het betreft de universele wens van mensen om het verleden te onthullen. De hoofdfiguur Andreas is steeds in zijn leven nieuwsgierig geweest naar de vraag of zijn ouders wel genoeg van elkaar hebben gehouden. Ze zijn immers na de geboorte van zeven kinderen op latere leeftijd van elkaar gescheiden. Hij gaat op zoek naar de waarheid. Aan de overlevering van de feiten door zijn moeder heeft hij niet zo veel, want z e wil maar weinig loslaten over de moeilijke tijd die ze heeft gekend. Toch komt een vasthoudende Andreas steeds meer achter de waarheid. Hij wil graag weten wat zijn moeder voor de huwelijksnacht heeft gedacht. Het is immers heel bijzonder dat ze op 10 mei 1940 (de dag dat Nederland wordt overvallen door de Duitsers) met een veel oudere Duitse man trouwt. Ergens wordt onthuld dat ze dit heeft gedaan om het eigen katholieke milieu te ontvluchten. Andreas fingeert dat hij aanwezig is op de huwelijksdag, wat op zich een vermakelijke constructie is. Hij komt door zijn vasthoudendheid steeds meer over het verleden van zijn ouders (en vooral zijn vader) te weten. Die heeft het niet gemakkelijk gehad. Hij was als Duitse atleet zelfs vertegenwoordiger van het Hitler regime naar Nederland gekomen. Hij was verliefd geworden op het Nederlandse meisje Marianne en had zich ene jaar lang zelfbeheersing opgelegd om haar hand te mogen vragen. Bizar is natuurlijk de situatie dat ze gaan trouwen op de dag dat Nederland wordt bezet door Duistland.
Na drie maanden wordt Joachim Nederlander, maar hij wordt door de Duitse overheersing niet meer echt vertrouwd. Omdat hij lichamelijk fit wil blijven, meldt hij zich aan bij de enige gymnastiekvereniging die hem nog wil accepteren, maar hij moet dan wel lid worden van de NSB. Dit is niet zo’n slimme daad. Hij wordt ontslagen en keert terug naar Duitsland, waar hij op zijn werk het vaak voor Nederland opneemt. Dat wordt hem uiteindelijk ook in Duitsland fataal en hij moet de laatste jaren van d e oorlog als dwangarbeider doorbrengen. Zijn vrouw Marianne heeft inmiddels drie kinderen en moet zich in Nederland zien te redden. Gelukkig is er oom Paul (de broer van Joachim) die ook vaak in haar huis verblijft.
Is er iets moois opgebloeid tussen schoonzus en zwager? Is Andreas misschien wel een kind van oom Paulus? Welk geheim is er allemaal te ontdekken om oom Paulus heen? Terwijl zijn broers en zussen de mening zijn toegedaan dat je het verleden maar beter kunt laten rusten, gaat juist Andreas Klein op zoek naar de waarheid. Op zijn queeste o.a. naar Duitsland komt hij achter het familiegeheim dat Oom Paulus na de oorlog ter dood veroordeeld is vanwege een oorlogsactie tegen zes Nederlandse verzetshelden. Dat laatste deel van de familiehistorie wordt overigens wel interessant gevonden door zijn broers en zussen. Andreas heeft tenslotte het verleden weten te ontrafelen. Later zijn z’n ouders ook nog gescheiden, omdat zijn vader na de oorlog volgens zijn moeder een vreselijke man geworden is. Hij was direct na de oorlog namelijk in Nederland opgepakt en hij had zes maanden moeten doorbrengen in een gevangenenkamp, terwijl hij eigenlijk in de oorlog geen foute dingen had gedaan. Die periode had hem geestelijk geknakt en hij had eigenlijk niet meet met zijn zoon over de oorlog willen praten. Na de oorlog waren ze ook om die reden naar Amsterdam verhuisd, omdat ze daar min of meer veilig waren voor de roddel en achterklap van de mensen in Arnhem.

Naast het zoeken naar het verleden zijn andere belangrijke motieven in de roman:
- de nawerking van de Tweede Wereldoorlog: een zoon die moet opboksen tegen het feit dat de omgeving denkt dat zijn vader “fout” is geweest
- de moeder-zoonrelatie en de vader-zoonrelatie (o.a over de vraag wie is mijn echte vader?)
- de ontrafeling van een familiegeheim (wat is er gebeurd met oom Paulus Klein?)
- de inwijding in het huwelijksleven en de seksualiteit ( onthouding van seks tot aan de huwelijksnacht en daarna “mag alles.”)
- queestemotief (de zoektocht naar de waarheid)


Samenvatting van de inhoud
Het is moeilijk om de samenvatting van de inhoud te geven op dezelfde manier waarop dat in de roman gebeurt. Daar worden namelijk drie verhaallijnen door elkaar verteld. Daarom is in dit boekverslag gekozen voor een samenvatting in chronologische volgorde.

De eerste verhaallijn betreft de 9e en de 10e mei.
Marianne Petersen, de achttienjarige dochter van een schoenmaker, ligt in bed te wachten op de komende dag waarop ze met Joachim Klein (een 35-jarige Duitser) zal trouwen. Ze woont in Arnhem en zal na haar huwelijk een heel mooi huurhuis gaan bewonen in Ede.
De ik-verteller (haar later geboren zoon Andreas) bezoekt zijn moeder (denkbeeldig) en probeert te achterhalen wat ze denkt. Beide verliefden zijn goed katholiek en ze hebben tot hun huwelijk geen seks gehad. Maar heeft de pastoor gezegd: “Morgen mag alles.” Marianne vraagt zich af wat dat dan allemaal zal inhouden. De ik-verteller probeert haar zelfs van het huwelijk af te houden. Maar het gaat allemaal gewoon door. Toen Marianne 16 jaar was, was ze verliefd geworden op de veel oudere Joachim die directeur van de gymnastiekvereniging Batavus was. Haar vader zag de verkering niet zitten en bedacht een plan. Wanneer ze elkaar een jaar lang niet zouden zien en nog van elkaar zouden houden, dan zou hij toestemming geven. Andreas is een echte Duitser en hij kan dat voor Marianne opbrengen. Na precies een jaar gaat hij haar hand vragen aan haar vader: die moet dan zijn belofte nakomen. Daarna gaat het verloofde stel op vakantie naar Duitsland en Marianne leert haar schoonouders kennen. Ze vallen bij elkaar in de smaak.
Op 10 mei gebeurt er echter iets bizars. Duitsland valt Nederland binnen. Joachim wordt door
de Nederlandse troepen opgepakt en in een kamp opgesloten. Het bericht bereikt via vrienden ook Marianne en de huwelijksdag lijkt verloren te zijn. Maar er gebeurt iets anders. Duitse troepen komen enkele uren later in het kamp en bevrijden Andreas. Ze brengen hem zelfs naar Arnhem en de bruiloft kan gewoon doorgaan. Met stukjes en beetjes (vanwege de structuur) wordt de dag verder verteld. De huwelijksinzegening in de kerk, de voltrekking van het ambtelijk huwelijk, de afwezigheid van de Duitse familie (waarschijnlijk vanwege een reisverbod) de receptie waarop ineens een broer van Joachim, oom Paulus, verschijnt. Paulus Klein was namelijk vanwege zijn functie in het Duitse leger toch al in Nederland. Ook het diner wordt beschreven evenals de feestavond met optredens van de familiegoochelaar en een band die vrolijke muziek speelt. Het wordt al met al nog een gezellige dag. Aan het einde van de dag vertrekt het bruidspaar naar hunnieuwe huis. Daar voltrekt zich de eerste huwelijksnacht. Terwijl Joachim zich tot aan zijn huwelijksdag heel beheerst heeft opgesteld, is hij een heel ruwe minnaar in zijn eerste nacht. De laatste woorden van de roman zijn dan ook de kreten van Marianne: “Joachim, au Joachim, pas op, niet zo ruw.”

De tweede verhaallijn betreft de oorlogsjaren en de jaren erna.
Het gaat aanvankelijk heel goed met het echtpaar in Ede: ze bewonen een mooi huis . Joachim heeft een voortreffelijke baan bij de AKU en ze lijken heel gelukkig. Maar er komt een anti-Duitse stemming in Nederland. Na enkele maanden gaat de naturalisatie van Joachim door: hij is nu Nederlander, maar gaandeweg wordt hij meer en meer gemeden door de buurt. Zijn broer Paulus wordt namelijk nog wel eens in Duits uniform in de tuin aangetroffen. Hij komt gewoon bij hen op bezoek, maar de buurt ziet dat natuurlijk anders. Joachims positie als directeur van de gymnastiekvereniging wordt ook precair, wanneer hij gemengde wandel -en fietstochten organiseert, wat het katholieke bestuur niet fijn vindt. Hij wordt ontslagen bij de fabriek, omdat hij toch van Duitse afkomst is en dat heeft zijn gevolgen op het huwelijk. Intussen is er al een baby geboren, want Marianne is vrijwel direct na de bruiloft zwanger geworden. Deze Joachim is een leuk kereltje, maar blijkt later toch enigszins geestelijk gehandicapt te zijn. Joachim mist als ex-atleet (hij deed mee aan de Olympische Spelen van Berlijn) zijn fysieke oefeningen, maar hij kan als ex-Duitser nergens lid van een vereniging worden. Alleen van de NSB-vereniging Donar. Maar hij moet dan lid van de NSB worden. Omdat hij graag wil sporten, tekent hij, maar dat is voor de buurt weer een teken dat hij niet te vertrouwen is. Ook moet er brood op de plank komen en Joachim vertrekt naar Dortmund om een baan te vinden. Hij woont daar in een kelderwoning. Hij wil graag dat zijn gezin overkomt en Marianne doet dat ook, maar omdat ze elke nacht wakker ligt van de bombardementen, gaat ze weer snel terug. Joachim zoekt naar een betere woning en intussen is er een tweede kind gekomen: Brunhilde. Opnieuw gaat Marianne naar Dortmund, maar ook daar kan ze niet tegen de situatie op. Ze vertrekt weer naar Ede, daar in huis is intussen Paulus Klein komen wonen, die haar toch min of meer beschermt. Dan blijft Joachim opnieuw alleen in Duitsland achter. Intussen maakt hij zich op zijn werk niet populair door zijn collega’s te vertellen hoe men in Nederland over Duitsers denkt en ook dat hij het daar min of meer mee eens is. Hij wordt ontslagen en als dwangarbeider naar een werkkamp gestuurd. De communicatie met Marianne wordt vrijwel helemaal verstoord. Intussen is er een derde kind, Irene, geboren. Marianne blijkt wel steeds heel snel vruchtbaar. Na de oorlog komt Joachim weer terug naar Nederland, maar heel snel wordt hij door de Nederlandse soldaten weer opgepakt en in een gekopieerd concentratiekamp gestopt. Na zes maanden komt hij er als een gebroken man uit. Eigenlijk heeft hij tijdens de oorlog niets fouts gedaan: alleen zijn lidmaatschap van de NSB valt hem te verwijten. Maar sinds het verblijf in het Nederlandse kamp is het geluk in het gezin Klein weg. In Arnhem worden ze toch min of meer met de nek aangekeken en ze besluiten te verhuizen naar het vrijere Amsterdam. Eerst wordt kort na de oorlog wel de verteller Andreas geboren. Later nog drie zoons: Jantje, Pieter (in 1960) en de jongste Edward. Maar in 1966 gaan de ouders uit elkaar en in 1970 sterft Joachim Klein als een min of meer verbitterd man. Andreas heeft enkele keren met hem gesproken over de oorlog: hij had natuurlijk een vader willen hebben op wie hij trots kon zijn, maar dat kan niet.

Andreas is geobsedeerd door het verleden en wil alles nazoeken. Hij wil de geschiedenis van zijn ouders vanaf het begin onderzoeken: daaruit is de eerste verhaallijn ontstaan. Maar door het zien van enkele, stiekem bewaarde foto’s wil hij ook achter het familiegeheim van zijn oom Paulus komen. Op een gegeven moment denkt hij zelfs dat niet Joachim maar Paulus zijn biologische vader is, maar daar komt de lezer in de roman niet echt achter. Ook moeder Marianne ontkent dat. Wel geeft ze aan dat het steeds moeilijker werd om met Joachim te leven: de oorlog heeft hem tot een verbitterd man gemaakt. Andreas blijft op zoek naar de geschiedenis van oom Paulus en hij komt er tenslotte wel achter. In de laatste dagen van de oorlog hebben zes Nederlandse soldaten achter de gevechtslinies een aanslag beraamd. Ze worden echter gepakt en volgens een in 1941 door Hitler afgekondigd bevel standrechtelijk neergeschoten. De commandant van de Duitse troepen wordt daarvoor na de oorlog verantwoordelijk gesteld. Dat is oom Paulus en hij wordt kort na de oorlog als een van de eerste Duitsers na de oorlogstijd geëxecuteerd.

De derde verhaallijn is de verjaardag van de 40-jarige broer Piet. Het is 2000: zestig jaar na de voltrekking van het Nederlands-Duitse huwelijk. De familie Klein is bij elkaar gekomen. Moeder Marianne (inmiddels 78 jaar) is aanwezig, tante Door en de zeven kinderen: Joachim, Brunhilde, Irene, Andreas, Jan, Pieter en Etter. Vader Joachim is al in 1970 gestorven. Vanaf het begin wil Andreas vragen stellen aan zijn moeder en de rest van de familie over die bewogen oorlogsdag 10 mei en daarna over de verdere oorlogsjaren. Maar moeder Marianne blijkt weinig trek in het verleden te hebben: ze doet zijn vragen vaak af met de mededeling dat ze zich bepaalde zaken niet meer kan herinneren. Ook de broers en zussen vinden dat Andreas het verleden moet laten rusten en deze dag niet moet verpesten. Maar gaandeweg de dag die traditioneel verloopt (veel drinken en eten) krijgen ze wat meer belangstelling voor de familiegeschiedenis van oom Paulus. Aan het einde van de dag maakt broertje Edward (Etter) bekend dat er binnen niet al te lange tijd weer een kleine Klein zal worden geboren.


Recensies
In De Volkskrant van 10 maart 2000 is de kritische recensent Arjan Peters tenslotte toch heel positief over de debuutroman van Münstermann: Dat het vragen naar het waarheidsgehalte van de hier verhaalde geschiedenis er evenwel uiteindelijk in het geheel niet toe doet, is beslissend voor de overtuigingskracht van de roman. Aanvankelijk begrijp je nog niet goed waarom Andreas Klein zich zo beijvert om aan de weet te komen hoe zijn moeder zich voelde toen ze als 18-jarige maagd te bed ging op de negende mei, wat er exact in haar woelde die nacht voorafgaand aan de huwelijksvoltrekking met die 30-jarige atleet (!) annex directeur van een gymnastiekclub. Door het hardnekkige gewroet in het verleden stuit Andreas na verloop van tijd op een besef van het geluksgevoel dat tussen die twee gezweefd moet hebben. Terwijl de verteller daar in zijn jeugd niets meer van kon waarnemen […..]
Ook dit kan de lezer in zijn oren knopen. Misschien is dit hele boek door een sentimentele fantast bij elkaar bedacht, om de gevoelige lezersziel te raken met een verhaal dat te sneu voor woorden is. Maar dan nog! Dan nog blijft Het gelukkige jaar 1940 overeind, door de verbetenheid waarmee een zoon de scherven van het huwelijk dat zijn ouders op een zekere onfortuinlijke dag sloten, zestig jaar na dato tracht te lijmen. Een zonnige dag zelfs, die ongekend onzalig zou uitpakken, met een naoorlogse oorlog als bonus. Die emotie jaagt Klein na. Die sfeer van nerveuze belofte, van wegdromen naar een toekomst die nooit komen zou, heeft Münstermann gloedvol gevangen.

Tom van Deel is in Trouw van 18 maart 2000 vrij positief in zijn beoordeling. Hij besluit met Een volledig gebroken fatsoenlijk mens'' - zo wordt de vader genoemd als hij na zes maanden concentratiekamp, aan het einde van de oorlog in Nederland, terugkeert naar zijn gezin. Wat de moeder in al die jaren precies heeft gedaan en welke rol oom Paulus, een Duitse majoor, heeft gespeeld, wordt maar gedeeltelijk ontraadseld. Wel heeft de verteller aan het slot van zijn geëmotioneerde verhaal, in het huwelijk van zijn ouders de oorsprong gevonden van zijn eigen wantrouwen en de moeite die hij heeft zich aan mensen te binden.
Münstermann heeft met 'Het gelukkige jaar 1940' een knap en ontroerend beeld gegeven van het tragische huwelijk van de ouders van Andreas Klein, de vitale, onderzoekende verteller van een verhaal zonder weerga.


Over de schrijver en zijn publicaties


Hans Münstermann (1947) publiceerde de vervoerende romans steeds met Andreas Klein als hoofdfiguur.
- Het gelukkige jaar 1940, (roman , 2000)
- Je moet niet denken dat ik altijd bij je blijf, (roman 2001)
- Certificaat van echtheid (2003) en
- De Hitlerkus, (2004)
- De bekoring (2006)
Eerder was hij samen met Jacques Hendrikx als Jan Tetteroo de luis in de pels van de Nederlandse literatuur. In 2000 besluit het schrijversduo uiteen te gaan.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door Cees van der Pol