Het geheim door Anna Enquist

Beoordeling 6
Foto van een scholier
  • Boekverslag door een scholier
  • 5e klas vwo | 4284 woorden
  • 19 juni 2007
  • 2 keer beoordeeld
  • Cijfer 6
  • 2 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
1996
Pagina's
203
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
2 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's
Prijzen
Trouw Publieksprijs (1997 Winnaar)

Boekcover Het geheim
Shadow
Een man denkt dat zijn ex-vrouw, de pianiste Wanda Wiericke, in Amerika woont en werkt. Maar op een avond leest hij in de krant dat zij begin jaren tachtig door ziekte gedwongen werd haar carrière op te geven. Wanneer hij weet dat ze zich heeft teruggetrokken in een dorpje in de Pyreneeën stapt hij in zijn auto met het vaste voornemen haar te zoeken. Heden…
Een man denkt dat zijn ex-vrouw, de pianiste Wanda Wiericke, in Amerika woont en werkt. Maar op een avond leest hij in de krant dat zij begin jaren tachtig door ziekte gedwongen we…
Een man denkt dat zijn ex-vrouw, de pianiste Wanda Wiericke, in Amerika woont en werkt. Maar op een avond leest hij in de krant dat zij begin jaren tachtig door ziekte gedwongen werd haar carrière op te geven. Wanneer hij weet dat ze zich heeft teruggetrokken in een dorpje in de Pyreneeën stapt hij in zijn auto met het vaste voornemen haar te zoeken. Heden en verleden wisselen elkaar af in Het geheim. Het heden afwisselend gezien door de ogen van de man en de vrouw. Daartussendoor, in korte scènes, ontvouwt zich de levensgeschiedenis van Wanda Wiericke, waarin geheimen een grote rol spelen. Eén geheim is allesoverweldigend - en uiteindelijk kan alleen de muziek troost bieden.
Het geheim door Anna Enquist
Shadow
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Beschrijving
Anna Enquist, Het Geheim. Amsterdam (24e druk: 2003) (eerste druk: 1997)

Motivatie
Ik ben dit boek gaan lezen, omdat het niet zo’n heel dik boek was. De voorkant van het boek sprak mij aan. Er staat namelijk een stuk van een partituur op de voorkant, dus ik wist dat het boek over muziek zou gaan. Dat leek me leuk en ben ik dus het boek gaan lezen.

Samenvatting
Ik heb het boek in een chronologische volgorde samengevat.

Het verhaal begint wanneer Wanda geboren wordt. Ze is de dochter van Emma, een zangeres, en Egbert. Al snel blijkt dat Wanda erg muzikaal is en vooral van de piano houdt. (Haar moeder is hier blij mee, maar haar vader niet.) Eerst krijgt Wanda lessen van haar moeder, maar ze is snel aan een echte leraar toe en ze krijgt nu les bij meneer De Leon. Wanda voelt zich vanaf het begin verbonden met deze man maar ze kan dit gevoel echter nog niet plaatsen. Tot hier was Wanda gelukkig. Dit komt tot een einde wanneer de oorlog uitbreekt en ook haar broertje Frank geboren wordt. Deze is zwaar gehandicapt en de gevolgen van de oorlog hebben zeker geen positieve invloed op zijn situatie. Hij moet geheim gehouden worden uit angst voor de Duitsers. Hierdoor kan Wanda nergens met haar problemen heen. Zo worden de piano en haar lessen bij meneer De Leon haar enige toevlucht. Maar wanneer deze, omwille van zijn Joodse afkomst gedeporteerd wordt, stort Wanda haar hele leventje in elkaar. Ze wordt diep verbitterd, een gevoel dat haar haar hele leven zal achtervolgen. In haar laatste jaar gymnasium besluit Wanda van school te gaan en naar het muziekconservatorium te gaan. (Dit is echter zonder de toestemming van haar ouders.) In deze periode sterft haar vader, verder breekt ze ook door als pianiste. En leert ze haar man kennen. Na haar conservatorium wordt ze beroepspianiste en trekt de wereld rondt. Deze reizen drukken echter zwaar op het jonge huwelijk en na een miskraam besluit Wanda niet meer naar haar man Bouw terug te keren. Hierna doet Wanda nog vele optredens maar komt op een psychologisch dieptepunt op het moment dat haar moeder overlijdt en Wanda haar geheim prijsgeeft: Wanda is eigenlijk de dochter van meneer De Leon. Na deze ontstellende onthulling gaat het met Wanda bergaf en al gauw moet ze stoppen met pianospelen omwille van de reumatiek. Het verhaal eindigt op het moment dat Wanda een leven tracht op te bouwen in een Frans dorpje. Dit is ook het moment dat haar ex-man Bouw besloten heeft haar op te zoeken en zich met het verleden te verzoenen. Of er al dan niet een ontmoeting tussen deze twee mensen plaatsvindt wordt aan de fantasie van de lezer overgelaten. Een open einde dus.


Eerste persoonlijke reactie
Ik vind het boek soms nieuwsgierigmakend en sommige stukken zijn herkenbaar. Ik vind het boek samenhangend, origineel en geloofwaardig.

Uitgebreide persoonlijke reactie
Het onderwerp van het boek is muziek, klassieke muziek. Ik vind dat een interessant onderwerp, omdat ik ook zelf veel met muziek bezig ben. En in het boek gaat het over klassieke muziek. Daarmee ben ik ook bezig, dus ik vond het wel interessant om daar een verhaal over te lezen.

Mijn verwachting vooraf was dat de muziek een mindere rol in het boek zou hebben. Ik verwachtte dat, omdat ik al eerder een boek had gelezen met het onderwerp muziek, en daar was de rol van de muziek veel kleiner dan in dit boek. In dit boek draait het vooral om de muziek. Dus mijn verwachting was niet uitgekomen. De muziek had een grote rol, omdat het leven van de hoofdpersoon daarom draaide. Ik vind het niet erg dat mijn verwachting niet is uitgekomen.

Het onderwerp ligt in mijn belevingswereld, omdat ik zelf ook met klassieke muziek bezig ben. De hoofdpersoon speelt klassieke muziek, ik ook. Maar zij speelt piano, ik niet.

Door dit boek ben ik niet anders over klassieke muziek gaan denken.

In het boek wordt het onderwerp van twee kanten bekeken. De eerste is dat muziek je leven kapot kan maken.
Blz. 210 / 211
De dromen bleven komen, eerst zo nu en dan, toen met regelmaat, ten slotte altijd. Na een paar uur bewusteloosheid valt Wanda op het ijs en rijden achteloze schaatsers haar vingers eraf. Iemand dwingt haar een hamer in de hand te nemen en zelf haar andere hand te verbrijzelen. Ze moet de lange, dikke bassnaren uit haar vleugel losmaken en toezien hoe bleke mensen daarmee gehangen worden. Hijgend en zwetend schiet ze overeind, ze doet het licht aan, drinkt water en durft niet meer te gaan liggen. Ze went zich aan om midden in de nacht op te staan. Ze gaat in een stoel zitten en leest Bach.
‘Kwel jezelf niet zo,’ zegt Lucas. ‘Er zijn middelen voor. Ga toch naar een dokter en laat je iets voorschrijven!’
Wanda heeft zwarte kringen onder haar ogen en trilt van vermoeidheid. Ze neemt de slaappillen en zakt in een droomloos coma. Bij het ontwaken is ze alle besef van verstreken tijd kwijt. Ze herademt. Maar als ze voor haar ochtendoefeningen achter de piano gaat zitten merkt ze dat haar vingers niet gehoorzamen. Ze lijken log geworden en houden geen rekening met elkaar. Ze negeren de ingetrainde samenwerkingsafspraken en houden zich doof voor de bevelen die Wanda hun toezendt. Haar lichaam voelt als een stugge jas. Ze moet kiezen tussen ongestoorde slaap en beheerste beweging. Ze bergt de pillen op en verzoent zich met een leven van nachtelijke partituurlezen.

De andere kant die wordt gegeven is dat muziek het leven goed maakt.
Blz. 52
Na het slotakkoord is het stil. Wanda kijkt haar vader aan. Dan staan ze beiden op en lopen naar de bank. Frank ligt rustig te kijken, zijn ogen zijn open. Hij huilt niet.
Egbert knikt Wanda glimlachend toe. Met een licht hoofd gaat ze naar de piano terug. Ik heb Frank tot bedaren gebracht, papa is trots, het gaat goed, ik kán het! De tweede prelude is een triomfantelijk stuk, ze speelt het langzaam en plechtig, met véél toon.

Ik heb dus al eerder een boek gelezen met het onderwerp muziek, klassiek muziek. Dat boek heet ‘Kreutzersonate’ van Margriet de Moor. Ik vind dit boek leuker dan ‘Kreutzersonate’. In dat boek heeft de muziek een kleinere rol. In ‘Het Geheim’ heeft muziek een veel grotere rol, dat vind ik leuker.

De gebeurtenissen spelen de belangrijkste rol, niet de gedachten en/of de gevoelens van de personage. De gevoelens en gedachten van Wanda spelen wel een rol, maar de gebeurtenissen zijn belangrijker. Het leven van Wanda wordt beschreven, dus alle gebeurtenissen in haar leven worden beschreven.
Boeken waar de gebeurtenissen de belangrijkste rol spelen, of boeken waarin gedachten en gebeurtenissen een gelijke rol hebben, vind ik fijn om te lezen. Ik vind een boek waarin de gedachten en gevoelens van personages de belangrijkste rol spelen niet leuk om te lezen.

De gebeurtenissen vloeien logisch uit elkaar. Vooral als ze in een verhaallijn liggen. De gebeurtenissen worden ook in een chronologische volgorde verteld in een verhaallijn.
Blz. 32/33
Emma lacht. Het wordt stil aan tafel. Wanda begint de Wals van Grieg te oefenen, met de brokkelige melodie die omhoog wil maar steeds weer terugvalt. Vorige week heeft meneer De Leon de wals voorgespeeld en Wanda probeert het zich te herinneren, probeert zijn bewegingen na te doen, zijn klank te maken.

Emma stopt Wanda in en gaat op de rand van het bed zitten. Haar buik bolt naar voeren over haar benen. Wanda legt haar hand erop. Het voelt stevig.
‘Als de baby er is, gaan wij dan nog spelen?’ Emma kijkt naar haar dochter, kijkt naar de stevige handen met de vierkante vingertoppen. ‘Daar heb ik het met papa over gehad toen jij aan ’t oefenen was. Ik vind dat je groot genoeg bent om echt les te krijgen, niet meer van mij bedoel ik.’ ‘Van meneer De Leon,’ zegt Wanda vast besloten.

Emma en Wanda lopen hand in hand langs de Singel. (…) Aan de achterkant van de plaats is een gevel met grote ramen en een deur. Daaruit komt meneer De Leon.

De overstap van de verschillende verhaallijnen zijn ook logisch en hangen samen.

hoofdstuk 16, verhaallijn toen Wanda jong was –hoofdstuk 17, verhaallijn van Bouw.
1. Blz. 148
‘Ja ja, ik dacht het wel: Wiericke, Frank – paviljoen de Otten. Afdeling bedzaal. Het is achter op het terrein, bijna aan de duinrand. Nog een aardige wandeling voor u.’ De broeder pakt een plattegrond om Wande te wijzen hoe ze moet lopen.
‘Bezoek is eigenlijk op zaterdag, weet u dat? U bent zeker lang niet hier geweest.’ ‘Ja,’ zegt Wanda. ‘Ik wou ook graag de dokter van mijn broer spreken, denkt u dat dat kan?’ ‘Hij is er wel, ik zag z’n auto staan. Weet u wat, als u nu vast op stap gaat zal ik hem even voor u bellen en als hij tijd heeft komt hij naar de zaal. Dan treft u hem daar.’

Blz. 152
‘Er is een dame voor u,’ had de broeder-portier gezegd. ‘Familie van patiënt Wiericke. Ze wacht in de Otter.’ Het was herfst, het was aan het einde van een lange dag. Hij had naar huis willen gaan en was even binnengelopen om te horen of er nog iets was, hij had de autosleutels al in zijn hand.

2. Blz. 149
Achter in de zaal staat een zwarte vleugel met gesloten klep. Achttien luide voetstappen heeft ze nodig om bij het instrument te komen. Ze trekt haar armen uit de mouwen als ze gaat zitten. De jas valt achterover op de grond. Een Bechstein. De lessenaar is bewerkt, uitgesneden. De lak bladdert en de lage, brede pedalen zijn dof beslagen. Oud ivoor op de toetsen. Een laag akkoord, diep nazingende snaren. Beetje vals. Heerlijke, parelende discant. Waarom nu het Italiaans Concert? Ze weet het niet. Ze speelt.
Uit de keukengang komen de broeder en zijn helpen aangelopen. Ze blijven staan, tegen de muur geleund.

Blz. 157
Hij hoorde de piano al toen hij het pad naar de ingang opliep. Hij opende de deur met zijn dienstsleutel en veegde zijn voeten. In de keukengang stonden broeder Theofiel en zijn hulpje Guus met de armen over elkaar de zaal in te kijken. Bouw kneep z’n ogen toe en zag meer mensen in de schemering staan. Hij kwam voorzichtig naderbij en volgde de blik van de verpleegsters die langs de muur stonden. Frank Wiericke lag onder de piano. Hij lachte. Hij sloeg zichzelf niet. Hij bonsde niet met z’n hoofd tegen de grond. Hij lag tevreden te luisteren. Toen het stil werd zei hij iets.
Bouw kreeg een dikke keel en moest knipperen met zijn ogen. Pas daarna keek hij naar de vrouw achter de vleugel. Haar jas hing als een sleep van de pianokruk af. Ze legde haar bleke handen tegen het klavier en boog vanuit haar middel opzij om Frank aan te kijken. Toen speelde ze weer, een langzaam en droevig stuk. Tussen al die stille mensen, in die krankzinnige omgeving, zat de vrouw en speelde voor haar broer, in het donker.

Overgang van hoofdstuk 22 naar hoofdstuk 23
In hoofdstuk 22 - verhaallijn over toen Wanda jong was – heeft ze een miskraam. In hoofdstuk 23 - verhaallijn wanneer Wanda oud is – Meer dan dertig jaar geleden bracht hij haar naar het vliegveld. Zwijgend, zijn mond een boze streep. Ze vloeide nog van de miskraam. Ze kon niet denken. Laat staan iets zinnigs zeggen.

De gebeurtenissen bleven mij boeien, en ik hoefde niet zelf verbanden te leggen tussen de gebeurtenissen, omdat alles vanzelf sprak.

De gebeurtenissen worden soms uitvoerig beschreven, soms minder. De belangrijkste worden het uitgebreidst beschreven, dat vind ik logisch.
De geboorte van Wanda wordt heel uitvoerig beschreven: blz. 9 – blz. 11
Het huwelijk van Wanda wordt in tegenstelling tot de geboorte helemaal niet uitvoerig beschreven. Blz. 174 Het lamplicht op zijn haren. Ze zijn getrouwd. Hij was bos dat ze geen huwelijksfeest wilde maar hij heeft haar niets opgedrongen. Toen ze uit het stadhuis kwamen zijn ze naar zee gereden. De hele dag hebben zse gelopen. Er stond een zoute wind die schuim over het zand blies. Ze gingen uit eten in het havenrestaurant; daarna sliepen ze in hun eigen bed.

Je krijgt veel gedachtes van Wanda te lezen in dit boek. Je zou je daarom kunnen verplaatsen in de personage als je dat wil. Maar bij dit boek heb ik met niet verplaatst in de personage. Misschien zou ik dat wel kunnen, maar ik wilde dat niet.
In sommige boeken staat de lezer ‘boven’ de personages, en zeg maar niet ‘in’ de personages. Bij dit boek stond ik dus ‘boven’ de personages. Ik dat vind ik goed.
Ik hoef me niet perse te kunnen verplaatsen in personages. Ik vind het ook goed als ik, als lezer, dan ‘boven’ de personages sta.

De personages worden beschreven, maar niet uitgebreid. Dat vind ik wel fijn, want zo kan je toch een beeld vormen, zonder daar saaie beschrijvingen over te lezen.
De hoofdpersoon leer je wel goed kennen, doordat er gedachten van Wanda zijn beschreven en die beschrijvingen goed waren. Dat ik ze niet oversloeg omdat ze saai waren.

De personages vind ik levensecht. Omdat ze normaal reageren en verder geen extreem vreemde dingen zeggen of doen.

De beslissing van Wanda dat ze muziek boven alles laat gaan begrijp ik niet helemaal.
Blz. 184
‘Godver. Wanda. Dat kán toch niet. Je wéét toch wat je doet. Twee maanden in een bus door Amerika scheuren. Spanning. Te kort slapen. Beroerd eten. Vijf, zeg maanden zwanger. Denk toch eens na!!’ Bouws gezicht is rood aangelopen. Zijn lippen trillen. Hij blijft maar zitten. Tussen Wanda en hem strekt de grote tafel zich uit, het lamplicht glimt als water op het glanzende hout. ‘Maar ik wil spelen. Ik heb het afgesproken. Ik moet het doen.’

Ik vind dat de personages niet voorspelbaar reageren. Het hele boek vind ik niet echt voorspelbaar. Sommige dingen vermoedde ik wel.

Het boek is bevat drie verhaallijnen. Een verhaallijn is toen Wanda jong was. Een is over Wanda wanneer ze oud was en een is van Bouw, in de zelfde tijd als de tweede verhaallijn.
De verhaallijnen worden door elkaar gebruikt. De eerstgenoemde verhaallijn, toen Wanda jong was, wordt het meest gebruikt.
In het begin snap je niet echt waarom de verhaallijn van Bouw in het boek zit, pas later kom je daarachter, in hoofdstuk 17 en 18.

De opbouw van het boek vind ik niet ingewikkeld, want bij elk hoofdstuk kan je aan de eerste paar regels herkennen in welke verhaallijn je zit.
Blz. 24
De verhuizers hadden de poten onder de vleugel geschroefd en vroegen Wanda waar het instrument moest staan. Ze wees naar het kleed voor de balkondeuren zonder iets te zeggen.
- verhaallijn wanneer Wanda oud is.

Je ziet de gebeurtenissen altijd vanuit één personage, er is sprake van een hij/zij-perspectief. Je weet altijd maar wat één personage denkt en/of voelt.
Je ziet altijd de gebeurtenissen vanuit Wanda, behalve in de verhaallijn van Bouw. Dan ziet de lezer de gebeurtenissen vanuit Bouw uiteraard.
Bouw: blz. 14 Wanda. Bouw was onthutst. Hij legde de krant op tafel. Moet je op de hoogte blijven van het wel en wee van je ex-echtgenoten? Liever niet, misschien. Hij had haar muziek nooit meer echt goed kunnen horen, kon het niet meer verdragen. Wanda. Hij dacht dat ze in Amerika zat. Hoe heette die gladjakker, die impresario van d’r? Die zou hij morgen bellen. Nu Johanna er niet is.
blz. 37 Johanna lachte. Bouw bedacht dat hij naar het noorden zou moeten gaan en
haar moest wegplukken bij die keurige medische heren; samen zouden ze over de eindeloze Zweedse bergruggen rijden. Maar hij wilde iets anders, hij wilde weten hoe het met Wanda was. Hij moest iets opklaren of controleren van vroeger, zoiets, hij moest gaan en dan verder zien.
Wanda: blz. 17 ‘Ik maak wat te drinken voor ons,’ zegt Stina, ‘ga jij je gang maar.’ Straks sta ik op, denkt Wanda, straks ga ik kijken wie daar is. r komt een lied door de tuin gewaaid; Wanda ligt als verlamd tussen de bessenstruiken.
blz. 40 Nu weet ik het, denkt Wanda, nu ken ik het geheim van grote mensen. En ik kan fietsen. Ik weet het maar ik geloof het niet. Dat papa en mama het gedaan hebben, dat kan ik niet geloven.
blz. 87 Maar ze heeft ook de oren om de muziek in te gaan, denkt Wanda, moet ze dat dan niet óók doen? Of gaan hersens boven oren?

Soms is een gebeurtenis in een verhaallijn heel spannend, en wil je weten hoe het afloopt. Maar dan eindigt het hoofdstuk, midden in die gebeurtenis, en gaat een andere verhaallijn verder. Dat is heel frustrerend, want je wil weten hoe het afloopt, en je wil niet weten hoe die andere verhaallijn verder loopt.

1. Blz. 185 Verhaallijn over toen Wanda jong was – hoofdstuk 20
Wanda maakt zich los van de deur. Ze doet twee stappen de kamer in. Langs de binnenkant van haar dij kruipt iets warms, iets nats. Ze kijkt naar beneden. Op de lichte houten vloer ligt bloed. Bloed druppelt uit haar en petst tegen de grond in ronde vlekken met uitlopers als kleine haartjes. Steeds meer. Het suizen in haar ogen zwelt aan, het zingt in haar hele hoofd. Hoewel ze haar ogen open heeft ziet ze toch alleen maar zwart, zwart met lichtflitsen daartussen. Ze hoort de stoelpoten van Bouw over de vloer krassen. Hij roept iets. Zij valt.

(Dan een lege bladzijde ertussen, dat aangeeft dat deel III begint)

Blz. 189 Verhaallijn over Bouw – hoofdstuk 21
Abrupt zwenkte Bouws auto een parkeerplaats op en ramde met piepende remmen de hoge stoep. Tweeduizend kilometer gereden om dezelfde zon in de ogen te voelen prikken. Portefeuille, zonnebril.

Blz. 194 Verhaallijn over toen Wanda jong was – hoofdstuk 22
De pijn gaat als een wild beest in haar lichaam tekeer, trekt scheurend aan het binnenste van haar buik, steekt woest in haar liezen en komt op onverwachte momenten ineens een ogenblik tot rust. Dan opent Wanda haar ogen terwijl ze onbeweeglijk blijft liggen. Bouw heeft een handdoek over de lamp gehangen. Hij heeft zijn schoenen uitgedaan en loopt zachtjes om het bed heen. Hij is zeker niet meer boos, denkt Wanda.

2. Blz. 211 Verhaallijn over toen Wanda jong was – hoofdstuk 24
Ze reist, ze studeert, ze speelt. Ze wordt veertig. Haar verjaardag zal ze voeren bij Joyce, die ten zuiden van Londen woont met haar journalist en haar inmiddels groot geworden kinderen. Voorafgaand aan de logeerpartij maakt Wanda een tournee door Engeland met een Chopinprogramma. Na het laatste concert vindt ze in haar hotel een telegram van Guiden: ‘Emma is ernstig ziek. Graag contact.’

Blz. 212 Verhaallijn over Bouw – hoofdstuk 25
Vandaag gaat het gebeuren, dacht Bouw toen hij wakker werd. Hij wist niet wat. De boel inpakken en naar Barcelona rijden, misschien. Hij begon alvast met alles uit zijn koffer te gooien en vervolgens het valies aan een herordening te onderwerpen.

In hoofdstuk 26 gaat het verder.

Er zitten vaak flashbacks in het boek. Dat past bij het onderwerp vind ik. Want het hele leven van Wanda wordt verteld en ik vind dat bij zoiets flashbacks goed passen.

Blz. 201 - verhaallijn wanneer Wanda oud is
Wanda liep een rondje en ging zitten op een steen. Ze keek naar de besneeuwde bergtoppen aan de overkant. In het dal hing nog een luchtig deken van ochtendmist. Ze zag de grijze bouwsels van Ax in de verte. Misschien was hij daar, liep hij rond door die kleine straatjes of was hij naar boven gegaan, zoals zij nu. Meer dan dertig jaar geleden bracht hij haar naar het vliegveld. Zwijgend, zijn mond een boze streep. Ze vloeide nog van de miskraam. Ze kon niet denken. Laat staan iets zinnigs zeggen. Er was iets onherstelbaar veranderd. Dat het wondere leven met hem voorbij was voelde als een opluchting. Hoe dat mogelijk was wist ze niet. Alles was verschrikkelijk. Hij keek haar na toen ze de vertrekhal in liep. Ze keek om en liep door.

Het boek heeft een open einde. Je blijft met een aantal vragen zitten. Je weet alleen dat Bouw Wanda’s huis heeft gevonden. Maar zien ze elkaar? Spreken ze elkaar? Wat gebeurt er verder tussen hen?
Ik vind een open einde in een boek niet leuk. Ik wil gewoon weten hoe het afloopt.

Ik vind het taalgebruik in het boek niet moeilijk. De tekst bevat soms wel wat beeldspraak, maar daar lees ik gewoon over heen. Ik vind beeldspraak irritant, dus sla ik het meestal gewoon over, of lees ik het, maar denk er verder niet over na.
Er zaten ook een aantal vergelijkingen in de tekst. Die vallen ook onder beeldspraak, dus die lees ik en denk er niet over na.

Blz. 21 Op het strand staat een rieten stoel, een stoel als een kamertje. Je kan er makkelijk met z’n tweeën in zitten.
Blz. 23 De zee fluistert, de golven gaan heel zacht nu het nacht is.
Blz. 55 Ze wachtte tot de dageraad voorbij as, dat gevaarlijke uur. Het tijdstip van het duel, van de executie, van de geboorte. Toen het licht stevig had postgevat, stond ze op.
Blz. 129 Het ding. Het zwarte monster. De kamer was een podium waar ze op moest. Ze moest achter de vleugel gaan zitten en alles zou zwart worden.

Soms was het taalgebruik gedichtachtig. Dat vond ik wel irritant. Ik vind dat dat niet fijn leest.
Blz. 22 Zo terug, zei ze. De ijzeren krullen doen pijn aan je nek. Een mus komt op het schoteltje met cake zitten, zijn zwarte pootjes als draden om de rand geklemd. De vogel pikt in de cake en draait zijn kopje schuin alsof hij Wanda aankijkt. Blijven zitten. Geen geluid maken. Zo terug.
Blz. 24
Opstaan, handen schudden, dankformules uitspreken, de trap af lopen.
Blz.. 118
Wanda vraagt zich af waarom ze hier is. Omdat ze verliefd is. Omdat ze allen is. Omdat ze in de war is. Omdat ze voor haar moeten zorgen. Maar daar staat hun hoofd niet naar.

Sommige stukken in de tekst waren erg gedetailleerd beschreven. Gedetailleerd vind ik fijn, maar te gedetailleerd niet.
Blz. 26
Hoog zitten betekent meer macht en overzicht, je kan met zware armen op de toetsen beuken. Te hoog maakt de klank hol en geforceerd, dan val je niet meer maar ga je duwen en slaan. De rug heeft geen ruimte. Lager dus. Voordeel: de handen hangen aan het toetsenbord, de fraaiste legatoklank ontstaat vanzelf, omdat de vingers aan het ivoor kleven. De laag zittende pianist heeft een perfect besef van zijn ellebogen. Uiteindelijk prikt hij zichzelf daarmee in z’n buik en dan draait hij de kruk weer omhoog. De zithoogte is een compromis: laag genoeg om de zwaarte van de onderarmen te kunnen voelen, hoog genoeg om de werkruimte te kunnen overzien.
Iets naar achter op de billen. Geslacht in contact met de zitting. Hielen op de grond, rechtervoet soepel omhoog naar het pedaal, liefst zonder schoenen, zodat de bal van de voet en het begin van de tenen direct het metaal raken, een omgekeerde lepel tegen je voetzool. De ruggengraat van onderaf overeind trekken, niet hol maar kaarsrecht in evenwicht boven het bekken, de armen hoog, hoog en dan laten vallen, schouders losrollen, nu is de nek helemaal vrij, het hoofd kan denken en de handen zullen doen wat zij moeten doen.

In het boek is in sommige stukken de verhouding tussen beschrijving en dialoog heel ongelijk. Dan is er veel meer beschrijving dan dialoog. En in andere stukken is de verhouding gelijk.
Ik vind te veel beschrijving niet fijn. Maar hele lange dialogen ook niet. Die lange dialogen bevatte dit boek niet.
Ik vind het fijn wanneer de verhouding tussen beschrijving en dialoog gelijk is.

Blz. 73 – verhouding tussen dialoog en beschrijving is gelijk
De keukendeur. Het is allang acht uur geweest en toch komt er nog iemand. Emma! Zonder muts en met natte schoenen. Ze draagt de fietstassen over haar arm en zet ze neer op het aanrecht. ‘Weck. Snijbonen. Van Ida!’ Egbert helpt haar uit haar jas. Ze buigt zich om haar schoenen los te maken, zittend op een keukenstoel. Ze is zo moe dat haar hoofd op haar knieën blijft liggen. Egbert hurkt bij haar nee en wrijft haar voeten met een handdoek. ‘Hoe was het? Vertel eens, Emma?’ ‘Goed. Alles is goed. Ik ben één keer aangehouden, op de terugweg. Het was zo ver. Ik ben op.’

Secundaire literatuur
Anna Enquist is het pseudoniem van Christa Broer. Ze is op 19 juli 1945 in Amsterdam geboren en is in delft opgegroeid. Al vanaf de lagere school speelde ze piano. Ze volgde het Gymnasium. Omdat ze niet zeker wist of ze met pianospelen haar geld kon verdienen, ging ze in 1963 klinische psychologie studeren in Leiden. In 1969 ging ze naast haar baan in de zwakzinnigenzorg piano studeren. In 1976 was ze klaar met haar opleiding aan het Sweelinckconservatorium in Amsterdam, maar ze blijft werken als schoolpedagoog. Ze is ondertussen getrouwd met de Zweedse musicus Bengt Widlund, met wie ze een zoon en dochter kreeg. In de jaren tachtig volgde ze in Amsterdam de opleiding van de Nederlandse Vereniging voor Psychoanalyse. In 1987 was ze klaar met deze opleiding. Ze breekt haar muziekcarriere af en gaat dichten. Dit leidt tot een groot succes.

Anna Enquist heeft tot nu toe nog maar twee romans geschreven en dat zijn:
1994 Het Meesterstuk (Debutantenprijs)
1997 Het Geheim (Trouw Publiekprijs)
Verder heeft ze een kort verhaal geschreven:
1995 In hard glas
Wel heeft ze een aantal dichtbundels geschreven:
1991 Soldatenliederen (C. Buddingh-prijs)
1992 Jachtscenes (Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs 1993)
1994 Een nieuw afscheid
1996 Klaarlichte dag

In 2002 schrijft Enquist het boekenweek geschenk ‘De ijsdragers’.
In 2005 ontvangt zij de gedichtendagprijs voor ‘Essentie van het missen’ uit ‘De tussentijd’.
(Bron: internet: http://www.kb.nl/dichters/enquist-bio.html)

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Andere verslagen van "Het geheim door Anna Enquist"