Het Bos door Jerôme Inen

Beoordeling 9
Foto van Cees van der Pol
  • Boekverslag door Cees van der Pol
  • Docent | 6995 woorden
  • 1 januari 2007
  • 21 keer beoordeeld
  • Cijfer 9
  • 21 keer beoordeeld

Boek
Auteur
Genre
Taal
Nederlands
Vak
Eerste uitgave
2006
Geschikt voor
bovenbouw havo/vwo
Punten
3 uit 5
Oorspronkelijke taal
Nederlands
Literaire thema's

Boekcover Het Bos
Shadow
Het Bos door Jerôme Inen
Shadow
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!

Gebruikte editie
Eerste druk: december 2006
Gebruikte druk: 1e
Aantal bladzijden: 367
Uitgever: Contact, Amsterdam

Gegevens voorkant
Op de voorkant staat uiteraard een afbeelding van een boomblad onder een donkere avondhemel met een bijna volle maan. Het beeld moet verwijzen naar de titel.

Genre en aanbeveling
“Het bos”is een psychologische roman met toch wel trekjes van een literaire thriller. Je bent als lezer heel lang in spanning wat er allemaal met de verdwenen vriend van de hoofdfiguur gebeurd is. Die spanning wordt bereikt door de structuur van de roman en door het gekozen perspectief. Bovendien leest de roman heerlijk snel weg door vlotte dialogen en spannende wendingen. Ik kan daarom de roman van harte aanbevelen voor lezers van de bovenbouw van havo en vwo. De waardering op de literatuurlijst van scholieren.com kan zelfs op drie punten worden geschat en dat is dus boven het gemiddelde.

De flaptekst
Zelfs een stadsbos kent geheimen
Het Amsterdamse Bos: voor Alex Hollenveld is dat al zeven jaar het decor van zijn leven. Hij werkt bij het gerenommeerde advocatenkantoor Doornbij & Partners, gevestigd midden in het Bosplan, zoals oudere Amsterdammers het nog steeds noemen. Alex denkt dat hij het Bos kent als zijn broekzak, net zo goed als hij William Doornbij doorgrondt, zijn werkgever en beste vriend. Tot Alex terugkeert van een vakantie in Parijs en William is verdwenen. Hoewel de politie al druk bezig is aan een onderzoek in en rond hun kantoor, gelooft Alex niet dat er echt iets aan de hand is. Tot een zonderlinge oude man hem een inkijk geeft in de duistere ontstaansgeschiedenis van het Bos. Dan begint Alex aan een speurtocht naar William die hem terugbrengt naar de tijd dat ze samen op kostschool zaten.
Sinds die tijd delen William en Alex een geheim, waar ze in twintig jaar nooit meer over hebben gesproken. Maar hoe meer hij speurt, hoe meer Alex beseft dat als twee vrienden één geheim delen, dat niet betekent dat zij elkaar kennen. En ook het hippe Doornbij & Partners ontpopt zich als een slangenkuil.

Motto en opdracht
Het motto van de roman luidt:
How can we know what we think till we hear what we say? Julian Barnes, In “The history of the World in 10 ½ chapters”. Oftewel: “Hoe kunnen we te weten komen wat we denken totdat we horen wat we zeggen.”

Dat motto verwijst naar de geheimen die in deze roman maar moeilijk ontrafeld kunnen worden, omdat de protagonisten hebben geleerd te zwijgen over het verleden en over wat hen werkelijk bezighoudt.


Structuur en verhaalopbouw
De roman wordt opgebouwd in 27 hoofdstukken. Deze hebben geen titel. De hoofdstukken worden verteld in een achteraf verteld perspectief. In hoofdstuk 1 vertelt de verteller namelijk dat het twee maanden geleden is dat zijn compagnon William Doornbij verdwenen is. Dat is volgens blz. 8 op 7 augustus 1994. De verteller is dus in hoofdstuk 1 in oktober 1994. Maar de andere hoofdstukken vertellen het verhaal vanaf 14 augustus 1994, de dag dat de verteller terugkomt uit Parijs. Er wordt steeds vooruit gekeken naar gebeurtenissen in de toekomst (bijv. Dit zou de laatste dag op kantoor in dienst van Doornbij & Partner zijn; het zou de laatste keer zijn dat ik met Maaike zou vrijen; het zou de laatste keer zijn dat ik mijnheer Wolthuis levend zou zien. ) maar er wordt ook steeds teruggegrepen naar de gebeurtenissen in het verleden. Dat maakt de structuur van de roman heel interessant. Er blijft door deze techniek in feite spanning tot de laatste bladzijde. Dan bekent de hoofdfiguur dat hij alles heeft opgeschreven in een manuscript. Op die manier krijgt het boek de structuur van een vaker toegepaste verteltruc: het gevonden manuscript. De titel zou dan ook kunnen luiden: “Manuscript in het Amsterdamse Bos gevonden.”


Perspectief
Het boek heeft een ik-verteller in de o.v.t. en dat is de 39-jarige Alex Hollenveld de advocaat van Doornbij & Partners . We zijn als lezer dus beperkt tot zijn visie op de gebeurtenissen. Voor de manier waarop vooruit en terug wordt gekeken zie de opmerkingen onder Structuur. Toch moet de lezer er goed op letten of hij niet in de maling wordt genomen door de verteller. Hij kan manipuleren met zijn gegevens. Dat lijkt ook enige keren het geval te zijn. Je moet je als lezer, vind ik, steeds afvragen of Alex Hollenveld geen leugenaar is en of hij dingen verzwijgt dan wel zijn eigen daden mooier maakt dan ze in werkelijkheid zijn. De ikfiguur is in feite een vorm van een onbetrouwbaar perspectief. In dat opzicht zou je ook de vermeende fouten in de tijd kunnen zien. Het klopt niet wat Alex allemaal vertelt aan de lezer en dat voor een advocaat die geacht wordt de strijd met de werkelijkheid aan te gaan.

Foutjes ?
Alex Hollenveld is nog geen veertiger. Volgens blz. 7 is er 20 jaar geleden iets gebeurd (nl. het begraven van de lijken van Williams vader, moeder en zusje op het familielandgoed.) Volgens blz. 8 was de hoofdfiguur toen 17 jaar. Dat zou dus betekenen dat hij 37 jaar is in 1994. William is drie jaar ouder dan Alex (volgens blz. 235) en net boven de veertig. Die gegevens kloppen wel met elkaar.
Maar op bladzijde 38 staat dat Alex geboren is op 8 maart 1955. In 1994 zou hij dan dus 39 jaar oud zijn en dan was hij twintig jaar geleden geen 17 maar 19. Of de schrijver moet hier 20 bedoeld hebben als een wat grovere aanduiding. Maar hij noemt wel steeds de periode van twintig jaar. Dat lijkt dus niet te kloppen.

Op blz. 57 staat dat hij als vijftienjarige jongen werd geplaatst op de kostschool. Dat moet dus in 1970 zijn geweest. Maar op blz. 258 zegt hij dat z’n vader hem als 13-jarige voor het eerst naar de kostschool in Arnhem brengt. Die twee gegevens kloppen niet met elkaar. Daar leert hij na een tijdje William kennen: in de zomervakantie wanneer hij niet weg gaat naar huis, gaan ze voor het eerst samen tennissen. Er staat op bladzijde 179 dat het in 1971 is. Het is dan de eerste keer dat Alex William ontmoet. Hij is dan 16 jaar oud (nl geboren in 1955) . Maar dan klopt het niet met het gegeven op blz. 138 wanneer hij terugdenkt aan de eerste keer dat hij de Jaguar MK 11 heeft gezien, toen hij met William op diens landgoed logeerde. Hij kende William toen helemaal nog niet. Er wordt dan gezegd dat hij de Jaguar voor het eerst in 1969 zag. Er wordt dus of een fout gemaakt door de schrijver: hij heeft zijn gegevens niet goed op elkaar afgestemd. Of het is opzet van de verteller dat hij niet nauwkeurig is met zijn gegevens om verwarring te zaaien.

Toch blijven er vreemde gegevens in de roman een rol spelen: zijn ze opzettelijk fout zoals hierboven staat en steekt er een bedoeling achter of is er sprake van een slordige redactie van de tekst?
Op blz. 52 staat dat de moeder van Alex over twee jaar alweer zestig wordt. Dan moet ze 58 jaar zijn, maar op blz.176 staat dat zijn moeder drieënzestig is. We schrijven beide keren de maand augustus 1994.

Titelverklaring
“Het Bos”verwijst naar het Amsterdamse Bos dat als decor een belangrijke rol in de roman speelt.

Tijd en decor
In het eerste hoofdstuk geeft de verteller al duidelijk aan over welke periode we spreken: van 14 augustus 1994, de week nadat William verdwenen is. Hij komt terug van een vakantie uit Parijs en in hoofdstuk 1 vertelt hij dat het twee maanden geleden is dat William verdwenen is. Het moet dan dus oktober 1994 zijn. Hij heeft als het ware de hele zoektocht naar William en het verleden op papier gezet en dit manuscript dat hij schrijft van augustus tot en met oktober 1994 zal hij in een koffertje in de grond van Doornbij en Partners begraven. Misschien zal iemand het ooit vinden.

Het decor is Amsterdam in het algemeen en het Amsterdamse Bos in het bijzonder. Inen is geïnteresseerd in het verhaal rondom het bos en hij fantaseert er een spannend verhaal bij. Zo kan hij de geschiedenis van het Amsterdamse bos in een roman uit de doeken doen. Het Bos speelt dan ook een allesoverheersende rol in de geschiedenis van de verdwijning van zijn vriend William. Op de website van de uitgevrij wordt uitgebreide informatie over het bos verteld. Zie

Informatie van de schrijver over de plot van zijn roman
Informatie van de website www.uitgeverijcontact.nl/hetbos
De plot van mijn roman Het Bos draait deels om een schimmige onroerend goed-deal tussen de gemeente en een louche zakenman die op de Zuid-As een gewild stuk grond heeft gekocht (met vooruitziende blik). Uiteindelijk koopt de gemeente, wanhopig geworden, de zakenman af met enkele miljoenen.
Dit motief is natuurlijk gebaseerd op de werkelijkheid. De gemeente Amsterdam heeft zichzelf met de Zuid-As gigantisch in een hoek gemanoeuvreerd. Bij handel gaat het erom dat de koper de verkoper het idee geeft dat hij hem een gunst doet, door het aangebodene te kopen. Zo krijgt hij de prijs omlaag. Als hij 'te happig' is, weet de verkoper wat hem te doen staat. Rekken, en de prijs opdrijven.
Toen de gemeente Amsterdam begon met het onderhandelen met de eigenaars van het toen aan de ring gelegen tennispark Amstelpark, wisten deze wat hen te doen stond. 'Ze speelden het heel slim,' vertelde mij een bron bij het Amsterdamse Bos. De gemeente vroeg waar ze misschien hun vervangende park wilde hebben, en dat melkten ze tot het bot uit. Bij wijze van spreken was hun eerste optie 'Het Leidseplein,'
Dat is in het echt ook gebeurd. De bekende speculant Gerard Bakker kreeg destijds via een schimmige constructie enkele miljoenen van de gemeente Amsterdam om zijn protesten en rechtszaken te staken tegen het aanleggen van het tennispark Amstelpark in het Amsterdamse Bos. Welke wethouder was bij die deal betrokken? Juist: Duco Stadig, de nu vertrekkende PvdA-wethouder.



Thematiek en symboliek
De roman gaat over vriendschap en verraad aan de vriendschap. De hoofdfiguur Alex is sinds zijn kostschooltijd bevriend met de advocaat William. Die heeft hem na een moeilijke tijd ook partner gemaakt vin zijn advocatenpraktijk, maar in het begin van de roman blijkt deze William met de noorderzon vertrokken te zijn. De roman lijkt de kant op te gaan van een echte “whodunit” Er is in het verleden iets verschrikkelijks gebeurd: Alex heeft namelijk 20 jaar geleden geholpen bij het delven van de graven van Williams ouders en zusje op het landgoed van de familie Doornbij. Hij denkt dat zijn carrière bij de advocatenpraktijk daarvoor een beloning is. Maar na een vakantie in Parijs blijkt William spoorloos verdwenen te zijn en zijn computer is in de fik gezet. Het lijkt erop alsof William een economisch delict heeft gepleegd en Alex gaat op zoek naar het verleden van William. Door een coupe van zijn van zijn partner Fred wordt hij eerst uit de praktijk geknikkerd, maar hij heeft nu meer tijd om naar Williams verleden te zoeken., Hij krijgt daarbij de hulp van een secretaresse van kantoor, Maaike, die ook een ander moeizaam verleden heeft. Ze weet toch meer van haar baas dan Alex kan vermoeden. Samen gaan ze op weg naar het verleden en komen in de kostschool van twintig jaar geleden terecht. Daar krijgen ze voldoende informatie om weer verder te gaan. Het landgoed van vroeger dat Alex niet goed kon traceren, blijkt de grond te zijn waarop het advocatenkantoor gevestigd is. Met William was na de dood van zijn ouders veel misgegaan. Hij blijkt een onwaarschijnlijk leven gehad te hebben: hij had helemaal geen zusje, maar heeft haar zogenaamd begraven samen met Alex om mentaal van haar af te zijn. Blijkbaar heeft hij vreemde seksuele neigingen gehad. Alex was een excuusvriend voor hem: voor zijn ouders had hij vrienden nodig. En Alex heeft eigenlijk hetzelfde gehad: hij had voor zijn moeder die in een inrichting zat ook een vriend nodig. Alle gebeurtenissen uit het verleden worden langzamerhand ontrafeld en daar blijkt het Amsterdamse Bos dus een grote rol in te spelen. Ook het kantoor van de advocaten wordt nog eens in de fik gestoken, zoals William dat ooit heeft gedaan met het landgoed en het huis en waarschijnlijk met zijn computer toen hij verdween. Hij is waarschijnlijk ook degene die het kantoor in de fik steekt. Van alle gebeurtenissen heeft Alex een manuscript gemaakt en hij besluit dit in een koffertje te begraven op het terrein van voorheen de familie Doornbij. Het Amsterdamse bos heeft daarmee zijn geheim teruggekregen.

De roman gaat ook in over het begrip “zwijgen.” Alex geeft op één van de laatste pagina’s bijna een statement wat zwijgen inhoudt. Het betreft eigenlijk allemaal het zwijgen over wat er in het verleden is gebeurd(het begraven van de lijken van de ouders van William) Dat gebeurde op 17-jarige leeftijd van Alex en met geen woord heeft hij er sindsdien met William over gesproken. Wie doodgaat hoef je niet meer te zoeken, wie verdwijnt laat een ondraaglijk zwijgen achter. In haar recensie in De Volkskrant van 29 december 2006 stelt Ineke van den Bergen : Om zijn verdwenen vriend William te kunnen achterhalen, zal hij hem moeten begraven of hij nu dood of levend is. Daarom beschrijft hij intens de twee weken waarin hij hem weer vond en verloor.
Op blz. 348 en 349 spreekt Alex een tekst op zijn memorecordertje in: het zijn z’n gedachten omtrent het begrip “zwijgen.” En ze vormen de idee” achter de roman.: in feite wijst deze passage ook naar het motto van de roman. “ “Betekent zwijgen dan niet dat je dan als vriend een schim bent en je een schim als vriend hebt?”
Het is een van de grote problemen in het leven: “Ken je de ander werkelijk ook al ga je er intiem mee om? Blijken vrienden vijanden te zijn, zelfs een Hermansiaans thema. Het vertrouwen gegeven maar verraden, de liefde aangeboden, maar genegeerd. Je bent al die tijd blind geweest tegen beter weten in. Alex komt r achter dat hij zijn vriend William nooit echt gekend heeft. Hij weet niet eens dat William zijn rechtenstudie niet heeft afgemaakt. Die levensvragen maken van “Het Bos” toch een spannende roman en tillen het verhaal m.i. toch uit boven dat van de thriller.


De motieven nog eens op een rijtje:
- vriendschap tussen jongens (die elkaar ontmoeten op een kostschool)
- het verraad aan de vriendschap in relatie met het zwijgen
- het verraad aan je zelf
- het verraad tussen collega’s
- seksualiteit : waarschijnlijk is William homofiel
- de omgang met vrouwen (Alex en Maaike)
- psychische problemen
- de relatie met de ouders ( Alex met zijn moeder; William met zijn ouders)
- het ontgroenen in de kostschooltijd (William noemt het “ontblauwen”)
- de queeste (= zoektocht) naar de waarheid
- het grote geheim: het begraven van de ouders op het eigen landgoed

Samenvatting van de inhoud
De 39-jarige Alex Hollenveld is advocaat bij de maatschap van zijn vriend William Doornbij & Partners. Hij heeft Doornbij op een kostschool leren kennen, waar hij was geplaatst omdat zijn moeder in een kliniek was opgenomen. Ze had depressies. Zijn vader heeft hem als dertienjarige weggebracht. Dat was in 1969, hij was toen eerstejaars en hij ontmoette tijdens een vakantie William die een partijtje met hem wilde tennissen Later komt zijn vader om bij een helikopterongeluk op weg naar zijn werk op een olieplatform in de Noordzee. . Twintig jaar voordat de roman begint, is er iets gebeurd in het verleden.

De moeder, vader en het zusje van William zijn bij een auto-ongeluk om het leven gekomen. Ze verdwenen in het Noord-Hollands Kanaal en Alex heeft William geholpen met het begraven van de lijken op het landgoed van Doornbij. Dat is natuurlijk een illegale actie.

Op 14 augustus 1994 keert Alex terug van een korte vakantie naar Parijs die hij bij zijn vriendin Julie heeft doorgebracht. Bij terugkomst wordt hij getrokken naar de plek dichtbij hun kantoor, het Amsterdamse Bos. Hij rijdt er heen met de fiets en ziet iets vreemds: nl. bladeren opdwarrelen en hij met terugdenken aan het illegaal begraven van de lijken. Toen gebeurde namelijk hetzelfde. Voor de lezer is het de vraag of Alex dat inderdaad allemaal in werkelijkheid ziet gebeuren.
Hij ziet ook dat de oude betoger tegen de afbraak van het Amsterdamse bos, de heer Wolthuis die een plek van William heeft gekregen om te demonstreren, nog steeds zijn protesten in een caravan voortzet. Die heeft ook gezien dat er brand was uitgebroken in het kantoor van de advocaten.

Hij gaat de volgende dag naar het kantoor, ontmoet er zijn wat norse partner Fred en hoort dat direct na de afwezigheid van William (nu een week geleden) de computer van William in brand heeft gestaan. Alex wordt ook door de politie verwacht voor een korte ondervraging: de rechercheur heet Postman en is eigenlijk wel sympathieke man . Ook ontmoet hij zijn moeder met wie hij wat eet en drinkt. Het is niet echt een leuke ontmoeting: ze gaan ook nog wat drinken in een bar waar een oud-politieman Igor de scepter zwaait.

Alex is wel een goede advocaat: hij wint en passant een rechtszaak en keert terug naar kantoor. Het lijkt er niet op dat de verdwenen Williams fraude heeft gepleegd en daarom zijn computer in de fik zou hebben gestoken. Wanneer hij het antwoordapparaat van op kantoor afluistert, hoort hij een vreemde boodschap: “Tel over en aan de 33 beuken.” Hij weet niet goed wat hij er mee aan moet maar nog vreemder is dat een 39-jarige advocaat die in Nederland is opgegroeid niet weet wat “beuken “zijn. Alex zoekt d e oud-secretaresse van William op. Mevrouw Lazeroms, maar die kan hem ook niet verder helpen.
Na een squashpartij met Fred (de laatste zal het zijn, geeft de verteller aan) vertelt deze hem dat hij twee medewerkers tot partner wil benoemen: Felix en Doeve. Alex wil het liever niet omdat William er niet is en sputtert niet voldoende tegen. Hij bezoekt daarna de buurvrouw van William maar die heeft hem ook al een tijdje niet meer gezien. Wanneer hij thuiskomst, krijgt hij een bericht van de politieman Postman die hem vraagt te komen naar de Amsterdamse Bosbaan(roeibaan) omdat de auto van William wordt opgetakeld. Hij is puntgaaf in orde maar er zit geen lijk in.
Het is natuurlijk wel vreemd dat de auto in het midden van de Bosbaan is opgedregd: hoe is hij in het midden terechtgekomen ? Er zijn geen sporen te zien en hard van het talud afrijden is onmogelijk geweest.

De volgende dag vertelt Fred aan Felix en Doeve dat ze partners kunnen worden: Alex kan daar niet mee omgaan en vertrekt van het feestje. Het is de laatste keer dat hij bij Doornbij en Partner is geweest. Hij begint die dag ook met een nieuwe hobby, hardlopen en onder het lopen bedenkt hij dat er wel eens een vrouw in het spel kan zitten bij de verdwijning. Hij gaat naar een van de laatste vriendinnen van William, Silvy, maar die kan hem ook niet al te veel vertellen, maar wel dat seks niet de belangrijkste drijfveer in het leven van William was. Eigenlijk blijkt later uit het verhaal van Maaike dat deze Silvy een soort hoertje was dat maar weinig moeite hoefde te doen voor het leveren van haar seksuele prestaties, omdat William niet tot seks met een vrouw in staat was.

Alex gaat daarna naar een cliënt van William, Adraer, die wel veel van vrouwen weet. Ook die weet hem niet veel meer te vertellen en weer wat later speelt Alex een partijtje tennis met zijn moeder. Dat doet hem terugdenken aan de eerste ontmoeting met William (volgens de roman in 1971) toen ze beiden verbleven op de kostschool en samen tien dagen lang aan het tennissen waren.
Wanneer Alex weer teruggekeerd is naar het Bos, krijgt hij een ingeving en bezoekt de buurvrouw van William weer: ze hebben in het appartement een gezamenlijke postbus, maar er is in al die dagen geen post gekomen voor William. Ook bezoekt hij het appartement met de sleutel van de buurvouw, maar niets lijkt erop alsof het kort geleden bewoond is.
Alex krijgt dan een herinnering aan het afstudeerfeest van William toen Irina, Williams zuster voor hem wilde dansen. Dat deed ze achter een verlicht doek. Opmerkelijk was ook dat ze later bij een kerstdiner afwezig was, omdat ze zogezegd ruzie had met haar ouders. Alex had dat altijd vreemd gevonden.

Op 22 augustus 1994 brengt Fred tijdens een bijzondere vergadering in het Hilton Hotel een voorstel in stemming dat unaniem door de partners moet worden aangenomen. Omdat Alex tegen is, stelt Fred voor hem uit zijn functie te ontheffen. Alex vindt het allemaal best.
Hij brengt dan een bezoek aan Engeland, waar een oude zakenrelatie van William, ene Moxham, een groot bedrijf heeft. Uit het gesprek dat hij met Moxham heeft, blijkt dat William een half jaar ervoor een baan bij Moxham heeft willen krijgen, maar Moxham zag meer in het aantrekken van Alex ,omdat die een internationale rechtszaak had weten te winnen, wat aantrekkelijk was voor het imago van het advocatenkantoor van Moxham. William heeft ooit Alex aan baan aangeboden.Alex had altijd gedacht dat dit te maken had met datgene wat twintig jaar geleden gebeurd was.

Bij thuiskomst staat een van de mooie secretaresses van het advocatenkantoor, Maaike, bij hem op de stoep. Ze blijft bij hem slapen en ze hebben seks maar ze weet hem daarna ook te vertellen dat de ICT-medewerker van het kantoor interessante informatie over allerlei dingen heeft. Het is de tijd van het begin van de e-mail en het internet en de medewerker weet hem te vertellen dat Adraer Beggerman veel domeinen met webpagina’s van bestaande bedrijven en instellingen heeft geclaimd. Op zich is er nog niets illegaals, maar het is wel een vreemde zaak. Postman, de rechercheur, houdt Adraer om die reden al wat langere tijd in de gaten. Dat weet Maaike weer van de barman Igor, die ooit politieagent is geweest. Ze besluiten de volgende dag naar Arnhem te gaan waar Alex op de kostschool van St.Aloysius heeft gezeten. Maaike doet zich bij de kattige directrice voor als Alex’ vrouw. Ze proberen een adressenbestand van kostschooljongens los te krijgen, maar dat lukt niet. Wel zien ze een adres van een jongen uit die tijd die nu een groot cateringbedrijf heeft geworden is. De volgende dag is deze Barend in Zevenaar en ze blijven daarom in Arnhem overnachten: ze hebben fijne seks met elkaar en bezoeken hem de volgende dag. Het loopt uit op een fikse ruzie, omdat ze elkaar verwijten maken uit de kostschooltijd. Alex had vriendschap gesloten met William en Barend ook met een ouderejaars. Zo hadden ze de pesterijen van het “ontblauwen” kunnen ontlopen. Maar Barend zegt dat William juist wel degene is geweest die het “speentjesspel” had bedacht: jongens die zich naakt moesten opstellen in een uitkijktoren en te kijk werden gezet voor de ouderejaars. Maaike weet later die dag via een listigheidje de adressenlijst van de kostschooljongens via de onderdirecteur los te krijgen en waar ze dachten dat William een landgoed had in de buurt van Arnhem, blijkt het opgegeven adres juist in Amstelveen te staan en wel op de grond van het advocatenkantoor van Doornbij en Partners. Sterker nog, het landgoed heeft ooit op de plaats gelegen waar het kantoor nu gevestigd is.

Dat opent hun ogen en ze rijden terug naar Amsterdam om de geschiedenis van het Amsterdamse bos te weten te komen. Ze bezoeken het Bosmuseum en ook interviewt Alex mijnheer Wolthuis, die hem wetenswaardigheden vertelt over vroeger. Bijvoorbeeld over de aanleg van het bos in de crisistijd door de werklozen en zo komt hij ook te weten dat Adraer Beggerman een kwade genius is die veel praktijken die net op het randje zijn bedrijft: met voorkennis grond opkoopt en daarna met bepaalde procedures geld weet te maken door claims bij de gemeente in te dienen. Zo wordt bekend dat hij geld wil maken van de grond waarop het advocatenkantoor staat, omdat het GEB er een gasbuis wil laten plaatsen en er een tennishal op de grond eromheen kan worden gebouwd. Daarop was William hem bepaalde dreigementen gaan uiten in bijbelteksten. Mijnheer Wolthuis blijkt nu de oude beheerder van het landgoed van Williams vader te zijn geweest en hij is er ook op de hoogte van dat William het oude landhuis in de fik heeft gestoken. William heeft een tijdje in een inrichting gezeten omdat hij psychisch niet in orde was.

Met William blijkt in het verleden van alles mis te zijn gegaan: hij heeft zijn advocatenstudie nooit afgemaakt, wel een feestparty gegeven, maar de stichtingsgrond van het advocatenkantoor is dus in feite onjuist geweest en daarmee kan ook Alex in de problemen komen. Hij wil daarmee naar de politie gaan maar hij wordt daar geconfronteerd met Adraer Beggerman. Het levert een onverkwikkelijke situatie op. Dan vertelt Maaike in de laatste nacht dat ze bij elkaar zijn en nog een keer seks hebben gehad midden in de nacht haar story. Ze was wel afgestudeerd juriste in tegenstelling tot William die nooit zijn bul heeft gehaald, maar ze had een affaire gehad met een hoogleraar die haar steeds aan het lijntje had gehouden: hij had beloofd met haar te trouwen en steeds kwam er iets tussen. Als ultieme wraakpoging: door zijn contacten in het juridische wereldje had hij ervoor gezorgd dat ze nooit een officiële stageplek had kunnen krijgen. Zo was het ook gegaan in haar relatie met William. Hij had haar een baantje aangeboden als secretaresse en haar eveneens aan het lijntje gehouden. Maar ze weet dus veel meer van haar baas. Ze heeft ook de correspondentie van het GEB meegenomen naar Alex en daarin lezen ze dat het GEB over enkele dagen gaat beginnen met de aanleg van de gasbuis op het terrein van Doornbij.
Maar Maaike vertelt nog meer: ze was ook diverse keren met William meegegaan: eten, stappen, maar als ze ’s avonds bij elkaar waren was hij nooit in staat geweest om seks met haar te hebben. William kon het gewoon niet bij vrouwen. Was hij homofiel? Maaike heeft ontslag genomen bij Doornbij en ze besluit naar haar moeder te gaan om tot rust te komen en zo verdwijnt ze uit Alex’ leven.

Alex wil aan politieman Postman duidelijk maken dat er achter in de tuin van het advocatenkantoor waarschijnlijk drie lijken begraven liggen en graafmachines van de politie treffen er later inderdaad drie aluminium lijkkisten aan. Postman vraagt hem hoe alles 22 jaar geleden gegaan is en Alex vertelt dat hij gehoord had dat de ouders van William bij een ongeluk om het leven waren gekomen, maar al in Engeland waren begraven. Hij was weer een paar dagen uitgenodigd op het landgoed, omdat William hem gevraagd had de begrafenis te regelen. Dat bleek inderdaad letterlijk het graf te graven en zo had hij op een avond meegeholpen de drie graven te delven. Het was best zwaar werk geweest en alleen de kist van zusje Irina bleek wat lichter te zijn. Maar William komt nu weer weer in de problemen als het GEB over de grond van het advocatenkantoor een gasleiding wil leggen: hij raakt in paniek en gaat allerlei mensen bedreigen als Adraer. Hij lijkt ook zijn eigen verdwijning in de hand te hebben gewerkt: zijn eigen computer in de fik gestoken te hebben, zijn eigen auto tot zinken hebben gebracht (door middel van de truc met het piepschuim heeft hij de auto in het midden van de Bosbaan kunnen laten zinken; een truc die ze in de kostschooltijd al eens hadden uitgehaald met piepschuimklompen. William heeft dus zichzelf laten verdwijnen.

Op blz. 348 en 349 spreekt Alex een tekst op zijn memorecordertje in: het zijn z’n gedachten omtrent het begrip “zwijgen.” En ze vormen de idee” achter de roman. : in feite wijst deze passage ook naar het motto van de roman. “ “Betekent zwijgen dan niet dat je dan als vriend een schim bent en je een schim als vriend hebt?”

Politieman Postman komt bij hem op bezoek en ze praten over de dag van de illegale begrafenis. Het feit is als delict verjaard en daarom kan Alex er niet meer om vervolgd worden. Alex doet de politieman uit de doeken hoe een en ander in zijn werk is gegaan. Daarna vertelt Postman dat de patholoog-anatoom slechts twee lijken heeft aangetroffen, die inderdaad van Williams ouders bleken te zijn. Hij had een slimme truc uitgehaald om de lijken op het eigen landgoed te kunnen begraven door ze eerst naar Engeland te laten overbrengen en daarna weer direct naar Nederland te laten terugvliegen. Dan wordt in Nederland niet meer gecontroleerd of iemand daadwerkelijk begraven is. Maar daarna vertelt Postman ook dat de derde kist van Irina leeg was. Het wordt dan duidelijk dat er nooit een zusje Irina is geweest, behalve dan in de verbeelding van William. Het meisje dat Alex ooit heeft zien dansen, was William achter een verlicht doek geweest. De afwezigheid van Irina bij het kerstdiner van haar ouders is nu ook verklaard. Door Irina zogenaamd te begraven was hij psychologisch van haar afgekomen.

Als Alex en William bij elkaar zitten, krijgen ze een telefoontje van mijnheer Wolthuis dat de advocatenpraktijk in de brand staat. Postman gaat het brandende huis binnen om Wolthuis te redden, wat hem nog wel lukt. Maar Wolthuis blijkt toch aan een hartaanval te zijn overleden. Dan horen ze voetstappen en Alex gaat erachter aan. Loopt hij achter de geest van William aan? Hij krijgt hem niet te pakken. Hij blijft alleen zijn voetstappen horen.

In het laatste hoofdstuk (27) zal het wel oktober 1994 zijn. Alex suggereert dat hij een manuscript van de zaak heeft gemaakt. In dit laatste hoofdstuk legt hij de laatste geheimen bloot door middel van enkele krantenartikelen. Zo vertelt hij dat William ooit in vrouwenkleren tijdens een protestdemonstratie opgetreden is als Irina Doornbij.
Daarna werd William in een inrichting opgenomen. Zo blijkt Alex zelf gevraagd te zijn door het advocatenkantoor in Engeland van Moxham om daar te komen werken. Adraer heeft toch veel geld kunnen vangen door zijn transacties met de gemeente, maar William heeft met zijn verzinsels in het verleden alleen maar zichzelf gekweld. Hij verzon voor zijn ouders zijn zogenaamde vrienden, maar het waren geen echte vrienden: het waren excuusvrienden. En William was misschien wel een excuusvriend voor Alex zelf. Ook Alex had een vriend nodig. Dat is het verraad aan jezelf: we zwijgen omdat we liever een schim hebben dan helemaal geen vriend.

Alex heeft een roestvrijstalen koffertje waarin hij het manuscript zal doen en hij zal koffertje begraven op de plek van het Amsterdamse bos. Wie weet zal ooit iemand het opgraven. Misschien wel William zelf. “Ik kan het alleen maar hopen.” (slotzin)

Recensies
In De Volkskrant van vrijdag 29 december 2006 bespreekt Ineke van den Bergen de roman merkwaardigerwijs onder de rubriek thrillers. Na uitvoerig de inhoud van de roman te hebben geschetst, oordeelt ze het geheel als positief. Hij (= de verteller) vertelt hierover op een zorgzame manier die kenmerkend is voor de auteur Inen, die via zijn verteller, de woorden, de gedachten, de karakters en de gebeurtenissen zorgvuldig wikt en weegt, wat het verhaal bijzonder aangenaam leesbaar . En niet ingehouden of stijfjes, een misverstand dat ‘zorgzaam’ zou kunnen oproepen. Integendeel, de woorden bewegen welluidend over het papier. [….] Maar het mooiste kan hij toch de stilte van het papier opheffen. “Elk zwijgen moet zijn einde kennen.”

Over de schrijver
Jerôme Inen (1965) is naast schrijver ook tennisleraar en docent journalistiek. Hij debuteerde in 2003 met de Amsterdam-triologie Zomergriep/Keerweer nr. 16/ Palmyra.

Bibliografie
“Het Bos” is zijn eerste roman.
Hij debuteerde in 2003 met drie verhalen over Amsterdam (zie hierboven)

Bijlage
In het Parool verscheen in december 2006 een interessant interview met de schrijver over zijn roman.

Vriendschap in het Amsterdamse Bos
Een gesprek met Jerôme Inen Het bos.
Alex Hollenveld verschijnt na zijn vakantie weer op het in het Amsterdamse Bos gelegen advocatenkantoor Doornbij & Partners. Hij wordt geconfronteerd met de verdwijning van William Doornbij, zijn werkgever en zijn beste vriend.
Alex gaat op onderzoek uit. Al snel wordt duidelijk dat het Amsterdamse Bos, waar hij vlakbij woont en dat hij als zijn broekzak denkt te kennen, een belangrijke rol speelt in die verdwijning. Een zonderlinge man die in de buurt van het advocatenkantoor opduikt, geeft hem een inkijk in de duistere ontstaansgeschiedenis van het bos.
Alex komt er ook achter dat de vriendschap met William anders in elkaar steekt dan hij altijd heeft gedacht. En dan is er nog 'het geheim' dat hij al twintig jaar met William deelt.

Vindt Alex William terug? En hoe belangrijk is dat eigenlijk?
De roman Het bos van Jerôme Inen speelt zich voor een groot deel af in het Amsterdamse Bos. Het bos heeft een duister verleden, net als de vriendschap in de roman. 'Er is een sterk contrast tussen de geschiedenis en de fijne sfeer die nu in het Amsterdamse Bos hangt.'

Jerôme Inen werd overvallen in het bos. Niet door een mens, maar door het bos zelf. "Ik was aan het hardlopen in het Amsterdamse Bos, langs de roeibaan. Ineens voelde ik een soort kilte. Dreiging. Ik kwam langs een plek die zweeg. Een plek die iets te vertellen had."

We zitten nog maar net aan een tafeltje in café De Jaren als de schrijver al een soort bekentenis doet. "Ik doe geen aanspraak op telepathische gaven," zegt Inen, "maar ik durf wel te zeggen dat ik bepaalde plekken beleef. Of ben ik nu te zweverig?"
Jerôme Inen (1965) dus. Debuteerde in 2003 met de Amsterdam-trilogie Zomergriep/Keerweer nr. 16/Palmyra. Was freelance journalist. Is tennisleraar en docent journalistiek aan de particuliere hbo-opleiding New School for Information Services. En de schrijver van Het bos, een intrigerende, spannende roman over vriendschap én het Amsterdamse Bos.
Inen neemt een slok water. Op verzoek geeft hij nog een voorbeeld van zijn 'beleving', want iemand die tegen het abnormale aan schurkt, intrigeert. "Ik had een wandeling gepland voor mijn studenten journalistiek in de Jan Luijkenstraat, waar de school ook is. Een oefening in reportage schrijven. Afijn, de ochtend van de wandeling fietste ik nog eens door de straat, en stond ik bij het pand, op nummer 3, dat ooit het kraakpand Lucky Luyk was. Daar ging die veldslag om, met die brandende tram op 11 oktober 1982. Daar wilde ik de wandeling besluiten. Toen ik daar zo stond, dacht ik: Valentijn, de directeur van mijn school, zou die niet... Het was niet helemaal een gok, want ik noem hem wel eens ouwe kraker. Hoe ik daar nou weer op kwam, weet ik ook niet. Ik wist namelijk niet zeker dat hij ooit had gekraakt. Hij protesteerde echter nooit als ik hem zo noemde."
"Enfin. Ik fietste naar school, vroeg Valentijn of hij het zich soms kon herinneren dat de Lucky Luyk werd ontruimd? Je raadt het al: die ochtend na de wandeling kon ik tegen mijn studenten zeggen: 'En nu gaan we terug naar school, waar iemand wacht die er op de dag van de veldslag bij was. Die ten onrechte gearresteerd en mishandeld werd door de politie en die vier dagen werd vastgehouden zonder advocaat.' Valentijn dus, de directeur van mijn school."

En, beweert Jerôme Inen, als hij in een straat zeven oude mannetjes ziet lopen, pikt hij er zo degene uit die in die straat woont. Maar hij kan niet verklaren hoe hij dat weet. Het heeft hem in elk geval wel aan een roman geholpen.
Goed. Het Amsterdamse Bos. Na die 'beleving' in het Amsterdamse Bos dook Inen in de geschiedenis van dat bos. Hij wilde meer over die plek weten. Hij wist natuurlijk al dat het bos in de jaren dertig van de vorige eeuw door werkloze Amsterdammers als recreatiegebied was aangelegd voor de Amsterdammers.

"Wat me opviel," vertelt Inen, "was dat veel mensen een romantisch beeld hadden over hoe dat bos is ontstaan. Maar het was helemaal geen vredige toestand. De situatie in de jaren dertig is een vergeten, dramatische periode, die door de Tweede Wereldoorlog in de schaduw is gezet. Ik wil de uitkomt wel eens weten als wordt onderzocht hoeveel mensen in die crisisperiode ondervoed waren. Veel mensen kampten met een groot vitaminegebrek, en onder kinderen kwam de Engelse ziekte heel vaak voor. Ze kregen er kromme benen van. Vreselijk. De uitkering voor werklozen was de helft van het minimumloon. Alles wijst erop dat het erger was dan is overgeleverd. Men was de armoede gewend, de ervaringen zijn nauwelijks doorgegeven aan de volgende generatie. En de oorlog kwam er snel achteraan, hè."
Een slok water.

Dan vervolgt hij: "Voor de aanleg van de Bosbaan werden hardcore werklozen gebruikt. Vaak mannen die niet genoeg te eten hadden, die geschikt waren voor licht papierwerk. Op slechte schoenen. En dan moesten ze nog zelf hun schep kopen. Ze werden per kar met afgegraven grond betaald. Als bij jou in de ploeg twee slechte werkers zaten, kreeg je dus minder betaald dan de ploegen om je heen. Ik denk dat de stemming tijdens de aanleg heel grimmig was. Ik denk ook dat veel mensen die daar gewerkt hebben, jaren later 's nachts nog wakker schrokken. De weerslag van die stemming ervoer ik toen ik daar hardliep. Er is een sterk contrast tussen de geschiedenis en de fijne sfeer die er nu hangt."
Inen heeft de geschiedenis van het Amsterdamse Bos in zijn roman verwerkt zonder dat het op een geschiedenisles lijkt. Het komt de dreiging die van het bos in zijn roman uitgaat, ten goede. Hij ziet het bos, constant aanwezig in de roman, ook echt als een hoofdpersonage.

Maar Het bos gaat ook over vriendschap. Over wat vriendschap is, wat die betekent. "In vriendschap zit ook dreiging. Vriendschap is veilig, eng, uitnodigend, afstotend. Vriendschap wringt. Net als die plek in het Amsterdamse Bos. Wat vriendschap voor mij is? Daar wil ik geen antwoord op geven. Ik weet het niet. En daarbij: de vraag is het thema van mijn boek, en dus de vraag zelf. De lezer moet de vraag maar beantwoorden."
Inen heeft het thema vriendschap mooi in zijn boek verwerkt. En wel op zo'n manier dat je als lezer zelf over je vriendschappen begint na te denken. Dat is knap. Is dat voor Inen wat literatuur literatuur maakt? "Je hoopt dat de lezer vragen stelt over de morele keuzes van de hoofdpersoon. Dat hij of zij denkt: dat had ik anders gedaan. Of: arme hoofdpersoon, hij kon ook niet anders. Goede literatuur gaat over morele keuzes."

Jerôme Inen speelde al een jaar of twintig met het idee over dat thema een roman te schrijven. Hij schreef die ook, in het Engels. The pond and the burial. "Ja, in het Engels. Ik was jong en stom. Ik wilde meteen de wereld veroveren, en dat kan niet als je in het Nederlands schrijft. Ja, dat was misschien wel een beetje arrogant."

Inen vond het boek niet goed genoeg. Er miste iets. Een leemte die hij na zijn 'beleving' in het Amsterdamse Bos eindelijk kon opvullen. Delen van de plot, sommige voornamen, en het milieu waarin William opgroeide, gebruikte hij voor Het bos.
Toen ik aan The pond and the burial werkte, las ik alleen Engelse romans. Vooral plot-driven romans. Ik vind het verhaal in een roman erg belangrijk, het verhaal stelt namelijk ook vragen. En daar komt bij dat toen in de Nederlandse literatuur een verhaal vertellen bijna not done was. Ik foeterde enorm op J.J. Voskuil met zijn realisme. Ik hield van het verhaal, en de Nederlandse literatuur was me gewoon te realistisch."

Inen noemt de naam Paul Verhoeven. "Paul Verhoeven werd jaren verketterd, omdat hij spannende verhalen wilde vertellen. En het bezwaar was ook dat Pauls verhalen niet gingen over, zoals Gerard Soeteman, zijn scenarioschrijver, het omschreef, een man die een ijzeren stang in zijn bek had. Soeteman bedoelde daar weer mee: van Nederlandse cineasten en critici mochten films A geen verhaal hebben, want het moest over die man met die stang in zijn bek gaan, B niet over normale mensen gaan zoals jij en ik, altijd over kunstenaars, intellectuelen en andere gekwelden, dus die man met die ijzeren stang in zijn bek, en C alleen aan de hogere gevoelens appelleren, dus over die man... enfin. Soeteman heeft wel een punt natuurlijk. Iedereen was er kwaad over dat in Spetters een meisje werd gegeven aan de vent met de grootste pik, namelijk die van Maarten Spanjer, dat een jongen werd verkracht in de metro, en zo. In Turks fruit waren alle seks en geweld natuurlijk allemaal anders - dat ging over een kunstenaar, weet je wel. En wat voor cinema gold, gold denk ik ook voor literatuur."

Inen, geagiteerd: "Ik las I, Claudius van Robert Graves. 'Pulp, pulp,' riep iedereen. Maar dat is nog steeds een fucking goed boek, wat een verbeeldingskracht, wat een schitterend verhaal. Nu weet ik dat ik in mijn jeugdige overmoed ongelijk én gelijk had. Ik weet dat literaire boeken zonder plot ook prachtig en spannend kunnen zijn. En ik vind nog steeds dat het vertellen van een verhaal ook literatuur is."

Juist dat laatste is ook een kracht in Het bos. Inen weet de spanning er ruim 350 bladzijden in te houden. De mooiste literatuur voor hem is dan ook literatuur die de lezer een mooi verhaal voorschotelt waar de mensen helemaal in op kunnen gaan, terwijl ze zich ook bewust zijn van de thematiek.
Hij omschrijft het als volgt: "Het verhaal is het eten en drinken, de thematiek is het ademhalen tussen de happen en slokken door."

Een afsluitende vraag. Kan Inen nog met neutrale blik naar het Amsterdamse Bos kijken? Is het Amsterdamse Bos voor hem, vrij naar Armando, 'een schuldig landschap'? "Ik weet het niet, want ik weet niet wat Armando er precies mee bedoelde. Maar voor mij voelen sommige straten of plekken schuldig. Niet zozeer het Anne Frankhuis op de Prinsengracht als wel het Merwedeplein, waar ze woonde. Of beter gezegd: ik voel me schuldig als ik door die straten, langs die plekken loop. Waarom ik me dan schuldig voel? Geen idee. Maar dat is dus precies dat rare gevoel dat ik op sommige plaatsen heb. Nervositeit, schuldig over mijn onwetendheid over de plek. Angst... zoiets."




REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

Over het Bos:

Dag

Mooie bespreking heb je gemaakt. Je had mooi een paar foutjes opgespoord. Die heb ik bewust gemaakt, inderdaad, niet om de lezer te misleiden, maar om reden van plotontwikkeling. Soms is het beter om een personage een bepaalde leeftijd te geven, maar dat kan dan weer niet volgens de opbouw van het verhaal. Enzovoort.

Apropos: Het Bos is niet mijn debuut. Dat was Zomergriep/Keerweer nr. 16/Palmyra.

15 jaar geleden

A.

A.

Naast de 'foutjes' die in dit verslag staan, is er nog een aantal: blz. 88, blz 294 een taalfout, 333 en 335. De reactie vervolgens van de schrijver, is m.i. geen antwoord op de vraag en dus nogal slap. Het was zoals gezegd opzet, maar wat die opzet is...En blijft vooral na dit antwoord het gevoel dat je als lezer niet serieus genomen wordt. Voelt hij zich 'betrapt' op nogal onnozele fouten en wauwelt één of ander antwoord? Op deze manier werd voor mij aan het eind van het boek het plezier wat ik eraan had beleefd, teniet gedaan. En de zgn diepgaande thematiek ook. Kun je misschien zeggen 'muggenzifterij' (want personage is fictief), maar hoe werkt dan feitenonderzoek bij een journalist: ook naar gelang het uitkomt in het verhaal/plot?

10 jaar geleden

Ook geschreven door Cees van der Pol