A Verwachtingen en eerste reactie

Waarom heb ik dit boek gekozen?
Ik heb nog nooit eerder boeken van Willem Frederik Hermans gelezen, dus leek het me wel leuk om dit keer een boek van hem te lezen. Verder is het niet een al te groot boek, zodat ik er ook niet te lang over deed om hem te lezen. Ook werd mij in de bibliotheek verteld dat het een oorlogsboek is en ik heb veel interesse in onderwerpen over de oorlog. En natuurlijk moest ik uit een aantal boeken op een lijst kiezen, dus zoveel keus was er voor de rest niet.

Verwachtingen.
Mijn voornaamste verwachtingen waren dat het boek vooral over de oorlog ging en dat er niet werd in gegaan op details buiten de oorlog om. Verder had ik verwacht dat het boek goed beschreef hoe de oorlog verliep. Ook verwachtte ik dat er een leuk en spannend verhaal in zou zitten.

Eerste persoonlijke reactie.
Ik vond het boek in het begin erg saai en oninteressant omdat ik het boek niet helemaal begreep, maar toen ik halverwege het boek was begon ik het verhaal te begrijpen en toen bleek dat er een erg sterk en goed verhaal in het boek zat. Verder was ik verbaasd over het feit dat het voor de rest niet over de oorlog ging, maar alleen maar over iemand die deel nam aan de oorlog. Er werd voor de rest niets over de verloop van de oorlog of iets dergelijks verteld, wat ik dus zeker wel jammer vond.

B Beknopte samenvatting en analyse

Samenvatting.
Aan het begin van het verhaal komt de hoofdpersoon, een Nederlandse soldaat, een Spaanse soldaat tegen (ze zitten beide bij het leger van rusland). De Nederlandse soldaat heeft op de technische school gezeten en vecht al 4 jaar mee in de tweede wereldoorlog. Hij werkt als een soort spion en is op een gegeven moment door de Duitsers gevangen genomen en zij wilde hem in een tuchthuis stoppen. Hij werd daarna nog een keer gevangen genomen en in het concentratiekamp Strellwitz gezet. Hij was toen weer ontsnapt en daarna weer gevangen genomen. Hij werd in een trein vervoerd, maar toen hij in Saksen de mogelijkheid zag om te ontsnappen, deed hij dat ook.
Hij voegde zich bij het Russische leger, de geallieerden. Met dit leger gaan ze tegen de Duitsers vechten. Wanneer ze op weg zijn naar een kuuroord geeft de sergeant de opdracht om een huis te controleren. De Nederlandse soldaat loopt richting het huis en krijgt allerlei waanideeën. Hij gaat plotseling allerlei dingen bedenken die met hem zouden kunnen gebeuren. Dit gedrag komt telkens weer bij hem terug. De sergeant geeft de Nederlandse soldaat de opdracht op zichzelf ergens schoon te maken omdat hij nogal vies is en stinkt
Het was voor de soldaat vier jaar geleden dat hij in een echt huis had geslapen. Hij sliep in die vier jaar alleen maar in gevangenissen, bunkers, tenten en meer van zulke dergelijke plaatsen. Daarom besloot hij een nacht in het huis te slapen om weer op krachten te komen. Wanneer hij ‘s ochtends nog aan het uitslapen is, gaat plotseling de bel. Hiervan schrikt hij wakker, waarnaar hij naar de duur toe loopt. Een Duitse kolonel staat voor de deur en vraagt of hij de bewoner is van dit huis. Hij vertelt dat hij de eigenaar is en dat hij bereid is onderdak te geven aan de Duitse officieren. Hij weet nu dat hij zijn leger is kwijtgeraakt en nu met allemaal Duitsers in één stad is. In het huis vindt de soldaat een bibliotheek maar ook een kamer die op slot is. Hij vermoedt dat er iemand in die kast zit, maar daar gaat hij verder niet op in.
De Duitse officieren hebben geen overlast veroorzaakt en gingen na een tijdje weer het huis uit. De Nederlandse soldaat voelt zich nu helemaal thuis in het huis en besluit er gewoon zo lang mogelijk te blijven. Maar na een aantal dagen komt de echte eigenaar van het huis terug. Hij ontdekt dat er mensen in zijn huis zijn geweest en dat er in zijn klerenkast is gerommeld. Nadat de echte eigenaar en de Nederlandse soldaat een gesprek hebben gevoerd, gaat de eigenaar even naar buiten om een sigaar te roken. Wanneer hij met zijn rug naar de Nederlandse soldaat toe staat schiet de Nederlandse soldaat hem in zijn rug. Later komt hij ook nog de vrouw van de eigenaar tegen, zij wordt door de soldaat gewurgd. Dit bewees wel hoe graag hij in het huis wou blijven. Wanneer de soldaat buiten in de tuin rondloopt ziet hij dat in de kamer die op slot is, licht brandt. Hij snelt meteen richting de kamer en ontdekt dat hij open is. Er blijkt een 96-jarige Duitse man in de kamer te zitten. De oude man is zijn vissen aan het voeren en doet net alsof hij niks weet over wat er in het huis gebeurd is. Hij begint over Duitsland, die op alle fronten de beste is. De oude man denkt namelijk dat de soldaat een Duitser is. Ook zegt hij dat zijn schoondochter en zijn zoon met een granaat zijn omgebracht terwijl de soldaat dat natuurlijk heeft gedaan. De man vertelde hoeveel de vissen voor hem betekende en wat hij er allemaal mee deed. Toen is de soldaat in zijn eigen kamer naast de dode vrouw (die lag daar nog in bed) in slaap gevallen.
Toen de volgende ochtend de bel ging, werd de soldaat weer wakker. Het was de Duitse kolonel die kwam melden dat de stad omsingeld was door Bolsjewieken. Hij is toen zijn eigen uniform aan gaan trekken, pakte zijn geweer en heeft de kolonel gevangen genomen en opgesloten in de kelder. Daarna ging hij naar de oude man toe en heeft hem geprobeerd uit te leggen dat hij nu niet meer voor de Duitsers moest zijn omdat de Russen er waren, maar de oude man wilde niet luisteren. Hij heeft zijn uitleg toen in het kort op een briefje geschreven: “Duitsland is kapot en je mag geen heil Hitler meer zeggen”.
Daarna ging hij naar buiten en wilde hij zich weer melden bij het hoofdkwartier. Hij kwam toen weer zijn vriend Yesero, de Spanjaard tegen, waar hij mee naar het huis wilde gaan, alleen gingen alle partizanen ook mee. De partizanen plunderden en vernielden het hele huis. De Nederlandse soldaat kon ze niet tegenhouden. De oude man werd opgehangen aan de plataan en de kolonel en de (dode) vrouw werden opgeknoopt. Hij heeft nog wat waardevolle spullen uit het huis meegenomen en heeft, toen niemand meer aanwezig was, een granaat in het huis laten ontploffen. Het huis waar hij zich enkele weken helemaal thuis voelde, was plotseling een oud, tekenloos huis voor hem geworden.

Personages.
De hoofdpersoon van dit boek is de ik-figuur. Deze ik-figuur is een Nederlandse partizaan. Een partizaan is een soldaat die tussen de linies van de officiële legers vecht, of deelneemt aan het leger van een ander land.
De naam en de leeftijd van deze man zijn onbekend. Hij is al vier jaar weg uit Nederland en heeft in gevangenissen en concentratiekampen gezeten. Hij vecht nu in Russisch uniform, waarschijnlijk in Polen. Hij ziet zichzelf als een smerige soldaat, die door de oorlog geen goed beeld meer heeft van het leven. De oorlog heeft hem tot waanzin gebracht. Door alle oorlogservaringen wordt het voor hem normaal om zomaar een onschuldig iemand te vermoorden.
Verder liegt hij tegen de Duitsers, vlucht uit het leger en doodt de eigenaar van het huis en zijn vrouw alleen om zelf in leven te blijven. Hij heeft met niemand contact, wat onder andere komt door de verschillende talen. Maar hij is ook gewoon een eenzelvig persoon.

De meest voorkomende bijfiguur is de Duitse kolonel. Ook van hem wordt geen naam genoemd. Hij is waarschijnlijk zestig jaar want hij vertelt dat hij al veertig jaar in dienst zit.

Een andere bijfiguur is de oude man. Hij zit in de kamer (die op slot was) in het “leegstaande” huis, waar de Nederlandse soldaat dan verblijft. Ook van hem wordt geen naam genoemd. Zijn leeftijd is zesennegentig jaar en hij is fanatiek visverzamelaar. De man kan niet meer horen

De laatste belangrijke bijfiguur is de Spanjaard. Een mede-partizaan van de hoofdfiguur. Van hem zijn ook leeftijd en naam onbekend. Wel weten we dat hij voor de oorlog gipsbrander is geweest.

Tijd.
Het verhaal speelt zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog en begint ergens in november, 1940. Op een gegeven moment verteld de Nederlandse soldaat dat hij al vier jaar van huis weg is. En aan het eind van het boek wordt gesproken over al die maanden. Het was toen hoogstwaarschijnlijk winter, want er wordt over sneeuw en kou gesproken, dus komen er ongeveer vier maanden bij. De totale vertelde tijd komt dan op ongeveer vier jaar en vier maanden.
Het boek is een novelle, dus er is eigenlijk maar één verhaallijn. Hierdoor zijn er ook (bijna) geen flashbacks, flashforwards, enz.
De verteltijd is 75 bladzijden, en dat lees je makkelijk in een korte avond uit. De vertelde tijd (vier jaar en vier maanden) is dus veel langer dan de verteltijd.
Het verhaal verloopt aaneengesloten in tijd. Verder bevat het geen duidelijke voorruitverwijzingen of terugverwijzingen. Het verhaal is dus duidelijk chronologisch.

Perspectief en verteller.
Het perspectief van dit verhaal is duidelijk een ik-perspectief. En het verhaal wordt ook door de ikpersoon verteld/beleefd. Zo kunnen we goed voelen hoe de Nederlands soldaat zich voelt in de oorlog. Zo wordt voor de lezer van het boek het thema goed duidelijk. We beleven als het ware zelf de situatie van de soldaat mee.
Voorbeeld uit het boek: “Er volgde andere knallen, zonder dat ik de uitwerking zag. Ik keek niet om. Voor mij liep niemand” (blz. 5).

Titelverklaring.
Het behouden huis; het huis dat ondanks de oorlog behouden bleef. De oorlog heeft alles vernietigd, maar alleen dat ene huis bleef intact. De Nederlandse soldaat (ikpersoon) beschouwd het huis als thuis, omdat hij de afgelopen vier jaar alleen maar op slechte plaatsen heeft geslapen. De titel is ironisch bedoel, omdat de ikpersoon het hele verhaal het huis als zijn thuis beschouwd, maar op het eind gooit hijzelf een granaat in het huis, waardoor het huis helemaal vernield wordt.

Stijl.
De schrijver gebruikte een eenvoudige, moderne schrijf stijl zonder moeilijke woorden. Hierdoor is het verhaal makkelijk te begrijpen. Verder gebruikt de schrijver veel korte zinnen en veel komma’s. Er zijn wel veel ruimtebeschrijvingen, die heel gedetailleerd worden beschreven. Dit komt vooral sterk voor, wanneer de ikpersoon in het (behouden) huis is. Er zijn weinig (levendige) dialogen in het verhaal.

Ruimte.
Het hele verhaal speelt zich af tijdens de tweede wereldoorlog aan het oostfront. Het is voor het verhaal zeker van belang dat het aan het oostfront afspeelt en niet het westfront. Dit komt doordat de levensomstandigheden aan het oostfront veel slechter waren dan aan het westfront. Dit was dan ook de voornaamste reden voor de Nederlandse soldaat om het huis in te gaan en daar te verblijven.

Het grootste gedeelte van het verhaal speelt zich dus af in het huis. Hierdoor krijg je een goede beschrijving van het huis: het is een groot huis, wanneer je het huis binnenkomt kom je in een grote gang terecht. Je kan door de achterdeuren het terras zien met daarachter een lange rechthoekige tuin. Op de begane grond zijn veel kamers, waar zelfs een speciale piano kamer bij zit. Boven is een bibliotheek, een kantoor, een grote slaapkamer, die door een gordijn wordt gescheiden van een grote badkamer en er was nog een gesloten kamer waarvan de soldaat niet de sleutel had. Verder was er nog een kelder met genoeg eten en drinken (vooral win) om een lange tijd te overleven.

Dit alles geeft wel goed en dat de eigenaar van het huis tot een zeer hoge klasse behoorde en de titel past hier ook weer goed bij. De oorlog had alles vernietigd, behalve dat huis wat van binnen en buiten nog perfect staat was. Dit gaf de Nederlandse soldaat een gevoel van leven, in plaats van oorlog.

Thema.
Het thema van het boek “het behouden huis” is de onmenselijkheid die ontstaat door oorlog. (waarom? Zie motieven)

Motieven.
Eenzaamheid:
- niemand spreekt de taal van de ikpersoon
- wanneer hij dorstig bij een groep partizanen voegt, wordt hij weggestuurd met de opdracht een verlaten huis te onderzoeken.

Heimwee:
- de ikpersoon is al vier jaar van huis weg en wanneer hij het huis binnen gaat realiseert hij zich dat hij al drie jaar niet meer in een normaal bed heeft geslapen. Hij heeft heimwee naar normaal leven, waardoor hij besluit zo lang mogelijk in het huis te blijven.
Zinloos moorden:
- de ikpersoon schiet vanuit een kamerraam de echte eigenaar van het huis dood.
- de ikpersoon wurgt de vrouw van de eigenaar.
- zinloos moorden hoort het meest bij het thema; de onmenselijkheid die ontstaat door de oorlog

Angst:
- de ikpersoon doorzoekt het hele huis grondig met de angst dat er nog iemand is.
- de ikpersoon ligt doodstil in het gras, bang dat de Duitsers hem zien en dan neerschieten

C Een verwerkingsopdracht over het gelezen boek

E De auteur, nummer 29: schrijf een minibiografie.

Willem F. Hermans begon zijn middelbare schoolopleiding aan het Barlaeus Gymnasium in Amsterdam. Hierna ging Hermans, op aandringen van zijn vader, vanaf 1940 sociale geografie in Amsterdam studeren, maar stapte in 1941 over op het studeren van fysische geografie. In 1953 wordt hij gepromoveerd tot assistent en later als hoog leraar aan het Rijksuniversiteit Groningen.

Volgens Hermans zelf werd hij in Groningen door zijn eigen vakgroep constant tegengewerkt. Hij kreeg niet het laboratorium waar hij om gevraagd had, mocht jarenlang alleen aan eerstejaars studenten les geven en krijg niet toestemming om bepaalde onderzoeken te verrichten. De mensen die Hermans tegenwerkten beweerden dat hij te weinig op zijn college verscheen, dat hij zijn leerlingen onvoldoende voorbereidde en dat hij zo nu en dan expres niet aanwezig was.

Één van Hermans hobby’s wat het verzamelen van oude typmachines. Hij stelde deze zo nu en dan tentoon in zijn woning in Parijs. Dit bleef hij nog jarenlang doen.

Na de Tweede Wereldoorlog werkte Hermans mee aan verschillende tijdschriften, waarvan de meeste met literatuur te maken hadden (o.a. “Podium”).

Op 4 juli 1950 trouwde Hermans met Emmy Meurs, op wie hij al jarenlang verliefd was. Uit het huwelijk kwam in 1955 ook nog een zoon (Ruprecht). Tussen zijn trouwdag en de geboorte van zijn zoon (1952) werd hij vervolgd omdat hij één van zijn boeken de titel ‘ik heb altijd gelijk’ gaf. Deze zin zou beledigd zijn geweest voor de rooms-katholieke mensen in Nederland. Hermans werd na enkele rechtszaken vrijgesproken.

In 1971 kreeg Hermans de “P.C. Hooftprijs” (zeer belangrijke literatuurprijs) toegewezen, maar hij weigerde hem. De toenmalige minister van cultuur, recreatie en maatschappelijk werk (P.J. Engels) zou in zijn eerste brief aan Hermans (per ongeluk) een tikfout hebben laten staan, waardoor er in de brief stond dat Hermans in plaats van 18 000 gulden, 8000 gulden zou krijgen (voor P.C. Hooftprijs). In een andere brief gericht aan Hermans kreeg hij excuus, maar Hermans schreef wel een brief terug met o.a. de volgende zin: ‘Men kan nauwelijks verwachten dat een schrijver zich bijzonder vereerd zal voelen wanneer hij bekroond wordt door een minister wiens handtekening van de ene dag op de andere 10 000 gulden in waarde daalt.’

In 1977 krijgt Hermans weer een prijs toegekend, namelijk de “Prijs der Nederlandse Letteren”. Dit gebeurde in Brussel, uitgereikt door de Belgische koning Boudewijn. Hij zag deze prijs als de belangrijkste en meest eervolle van zijn werk. Dit omdat het dus blijkt dat er in België veel waardering is voor zijn werk. Hij voelde zich in België altijd thuis omdat hij veel interesse heeft in de Franse taal en cultuur.

Hij was niet makkelijk om normaal met Hermans om te kunnen gaan. Zoals ik al eerder heb verteld heeft één van zijn romans de titel ‘ik heb altijd gelijk’, wat persoonlijk op hem van toepassing zou zijn. Hermans boorde zijn aanklagers op een onaangename manier de grond in. Met uitgever Geert van Oorschot heeft Hermans tientallenjarenlang een ruzie uitgevochten over relatief kleine geldbedragen. Hieruit kwamen ook nog is drie rechtszaken, die allemaal gewonnen werden door Hermans.

Werken van Hermans (gevonden op de site http://www.dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=herm014):

Kussen door een rag van woorden (1944)
Demon van ivoor (onder ps. Fjodor Klondyke) (1945)
Leproos van Molokaï (onder ps. Fjodor Klondyke) (1945-1946)
Misdaad stelt de wet (onder ps. Fjodor Klondyke) (1945-1946)
Misdaad aan de Noordpool (onder ps. Fjodor Klondyke) (1945?-1948?)
Focquenbroch. Bloemlezing uit zijn lyriek (ed. Willem Frederik Hermans) (1946)
Horror coeli (1946)
Conserve (1947)
J.B. Priestley, Zonlicht op zaterdag (vert. L.A. de Witt, ps. van Willem Frederik Hermans) (1947)
Hypnodrome (1948)
Moedwil en misverstand (1948)
De tranen der acacia's (1949)
Fenomenologie van de pin-up girl (1950)
Ik heb altijd gelijk (1951)
Het behouden huis (1952)
Paranoia (1953)
Haroun Tazieff, Kraters in lichterlaaie (vert. Willem Frederik Hermans) (1954)
De mandarijnenpers (1955)
Het geweten van de Groene Amsterdammer (1955)
De God Denkbaar Denkbaar de God (1956)
Drie melodrama's (1957)
Een landingspoging op Newfoundland (1957)
De donkere kamer van Damokles (1958)
De woeste wandeling (1962)
Drie drama's (1962)
Het sadistische universum 1 (1964)
Mandarijnen op zwavelzuur (1964)
Zwarte handel (1965)
Nooit meer slapen (1966)
Een wonderkind of een total loss (1967)
Wittgenstein in de mode en Kazemier niet (1967)
Annum Veritatis (onder ps. Pater Anastase Prudhomme S.J.) (1968)
Overgebleven gedichten (1968)
Preambule / Manuscript in een kliniek gevonden (1968)
De laatste resten tropisch Nederland (1969)
Fotobiografie (1969)
Het lek in de eeuwigheid (1969)
Het sadistisch universum 2. Van Wittgenstein tot Weinreb (1970)
Hollywood (1970)
Herinneringen van een engelbewaarder (1971)
Hellebaarden. Citaten uit het werk van Willem Frederik Hermans (1972)
King Kong (1972)
Het evangelie van O. Dapper Dapper (1973)
Hundertwasser, honderdvijf en meer (1973)
Meditaties (onder ps. Schrijver dezes) (1973)
Machines in bikini (1974)
Periander (1974)
Ludwig Wittgenstein, Tractatus logico-philosophicus (vert. Willem Frederik Hermans) (1975)
Onder professoren (1975)
De raadselachtige Multatuli (1976)
Bijzondere tekens (1977)
Boze brieven van Bijkaart (1977)
Houten leeuwen en leeuwen van goud (1979)
Ik draag geen helm met vederbos (1979)
Scheppend nihilisme (red. Frans A. Janssen) (1979)
Dood en weggeraakt (1980)
Filip's sonatine (1980)
Homme's hoest (1980)
Vijf verhalen (1980)
Beertje Bombazijn (onder ps. Sita van de Wissel) (1981)
Henri Béraud, De martelgang van de dikzak (vert. Willem Frederik Hermans) (1981)
Uit talloos veel miljoenen (1981)
Zeven gedichten van O.V. de L. Milosz (vert. Willem Frederik Hermans) (1981)
Geyerstein's dynamiek (1982)
Klaas kwam niet (1983)
Mandarijnen op zwavelzuur, supplement (1983)
Waarom schrijven? (1983)
De zegelring (1984)
De liefde tussen mens en kat (1985)
Relikwieën en documenten (1985)
Roeping (onder ps. Age Bijkaart) (1985)
Cascaden en riolen (1986)
Het boek der boeken, bij uitstek (1986)
Koningin Eenoog (1986)
Een heilige van de horlogerie (1987)
Mondelinge mededelingen (1987)
Multatuli, Max Havelaar (editie Willem Frederik Hermans) (1987)
Dinky Toys (1988)
Door gevaarlijke gekken omringd (1988)
Au pair (1989)
De schrijfmachine mijmert gekkepraat (1989)
Luis Cimatarra, De heilige Maria Juana (vert. Willem Frederik Hermans) (1989)
Naar Magnitogorsk (1990)
Vincent literator (1990)
Wittgenstein (1990)
De laatste roker (1991)
Gitaarvissen en banjoklokken (1991)
Het hoedenparadijs: 40 collages van Willem Frederik Hermans (1991)
De aardappel van de dood (1993)
De Boze Bijkaart, Vaerzen, Belgische en andere (1993)
Madelon in de mist van het schimmenrijk (1993)
Slechte kritieken gaan nooit verloren, goede ook niet, sinds kort (1993)
Vier novellen (1993)
De onversleten wandelaar (1994)
Een foto uit eigen doos (1994)
Malle Hugo (1994)
Ruisend gruis (1995)
Ze zullen eikels zaaien op mijn graf. Teruggevonden gesprekken met Willem Frederik Hermans (Hans van Straten) (1995)
Het grote medelijden (2002)
De weerspannige slaper (2004)
Een ernstig onderzoeker (2004)
Je vriendschap is werkelijk onbetaalbaar. Brieven aan Geert van Oorschot (2004)

Willem Frederik Hermans,
geboren: 1 september 1921, in Amsterdam
overleden: 27 april 1995, in Utrecht (academisch ziekenhuis)
Op 1 mei is hij ook in Utrecht op Daelwijck gecremeerd.

D Eindoordeel en evaluatie

Gebeurtenissen.
Er kwamen veel spannende gebeurtenissen in het boek voor die heel echt op me over kwamen. Ik vond het wel sterk dat de ikpersoon gewoon twee onschuldige mensen vermoord, maar ik kan het wel begrijpen omdat hij in zeer slechte omstandigheden leeft. Mijn familie of ikzelf heb ik nooit dergelijke gebeurtenissen meegemaakt en ik hoop dat het ook zo blijft, want in zulke omstandigheden zou ik het niet meer zien zitten. Het stuk dat de ikpersoon twee onschuldige mensen vermoorde, kwam heel schokkend op mij over. Ik wist dat de ikpersoon weinig moeite had met het neerschieten van Duitse soldaten, maar dat hij ook gewoon zonder een goede reden onschuldige mensen vermoord, vind ik niet kunnen.

Personen.
Ik kon van de meeste personen niet echt een goed beeld krijgen van hoe ze eruit zien, hoe ze denken en wat voor beslissingen ze zouden nemen in bepaalde situaties. Van de ikpersoon wist ik totaal niet hoe hij eruit zag en wat zijn gedachtegang is. Wel weet ik wat voor beslissingen hij zou nemen in bepaalde situaties (bijv. twee moord plegen om de ‘eigenaar’ van het huis te blijven). Van alle personen, behalve de Duitse man van 96 jaar oud, kreeg ik een onsympathiek beeld omdat hij leek alsof ze alleen maar kwade bedoelingen hadden. Er kwamen geen gebeurtenissen voor waar je de sympathie in zou kunnen zien, wat ik zeker wel jammer vond. Zelf zou ik me nooit herkennen in één van de personen die in het boek voorkomen. Wel zou ik net als de ikpersoon Duitse soldaten neerschieten wanneer dat nodig zou zijn, maar nooit onschuldige mensen. Ook zou ik het huis, waar de ik persoon een lange tijd in verbleef, nooit hebben opgeblazen met een granaat.

Opbouw.
Het verhaal was makkelijk om te lezen, want er kwamen weinig moeilijke woorden en/of zinnen in voor. Het is een dun boekje, dus ik was snel klaar met lezen. Het lezen was vooral makkelijk omdat er helemaal geen flashbacks of dergelijke in voorkomen en het verhaal dus geheel chronologisch is. Ik vond het boek wel spannend, want er waren telkens weer gebeurtenissen, waar je pas later in het boek antwoord op kreeg. Het boek heeft een soort van open eind, want je weet niet wat er verder met de ikpersoon is gebeurd, maar je weet wel hoe het met huis afliep. Daar draait het boek ook om, dus ik zag het verhaal niet als incompleet. Ik zelf houd niet zoveel van open eindes, maar hoe het in dit boek is afgehandeld vond ik wel goed gedaan.

Taalgebruik.
Zoals ik al eerder heb verteld is de taalgebruik in het boek erg makkelijk omdat er bijna geen moeilijke woorden of zinnen in staan en er worden gewonen zinnen gebruikt (niet te kort, niet te lang). Het boek was voor mij dus zeker niet lastig om te lezen. Ik vind de volgende zin erg grappig: ‘Het was of het ook aldoor komedie had gespeeld en zich nu pas liet zien zoals het in werkelijkheid altijd was geweest: een hol, tochtig brok steen, inwendig vol afbraak en vuiligheid’ (blz. 79). Het hele verhaal vond de ikpersoon het huis helemaal geweldig en voelde zich daar ook helemaal thuis, maar dan gooit hij plotseling op het eind een granaat in het huis, waardoor het helemaal verwoest wordt. Dus die zin kwam zeker als grappig naar voren gesprongen. De volgende zin vind ik heel mooi gezegd: ‘De oorlog had nooit werkelijk plaatsgevonden; zolang ik niet gewond was, was er niets gebeurd.’ Die zin zette me echt aan het denken (op een positieve manier). Ik kon van de meeste dingen, behalve het huis, niet een goed beeld krijgen van hoe het er precies uitziet.

Evaluatie.
Dit boekverslag was voor mij zeker niet iets om naar uit te kijken, maar nu ik het helemaal heb afgerond, heb ik er wel een goed gevoel over. Ik vond het niet zo moeilijk om een goed verslag te maken van het boek dat ik gelezen heb. Dit komt waarschijnlijk ook doordat ik het boek heel goed begreep. Ik vond het wel moeilijk om de personages te beschrijven, omdat ik helemaal geen goed beeld van ze kon krijgen. Uiteindelijk was het me wel gelukt om een goed overzicht te krijgen van alle personen in het boek.

Het maken van de verwerkingsopdracht vond ik wel leuk en interessant, want ik kreeg veel over het leven van Hermans te weten. Ik vond het wel moeilijk om een goed, compleet verslag te maken over het leven van Hermans, maar uiteindelijk was het me toch gelukt en het resultaat zag er goed uit.

Het maken van dit verslag ging me goed af en me kijk op het boek ‘het behouden huis’ is hierdoor ook wel verbetert. Als je het boek gelezen hebt kan je goed opmaken van Hermans van bepaalde dingen vindt en dat is erg interessant. Ik ben in de toekomst zeker van plan om meer boeken van Hermans te lezen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

A.

A.

dit is een goed verslag hebt me met veel ding geholpen

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast